2208-0489-1 Toelichting vast rev 2 comp.pdf
Tekst van het document
24
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) sinds de inwerkingtreding van de Wet basisnet (1 april 2015). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten (gebouwen waarin veel mensen zich kunnen bevinden of waar nietzelfredzame mensen aanwezig zijn) aanwezig zijn of geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijv. kantoorgebouwen, hotels, restaurants, winkels, bedrijfsgebouwen en overige gebouwen voor zover er doorgaans geen grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn) geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.
Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.
Figuur 15 Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografie met oriëntatiewaarde voor transport Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij
25
de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals in onderstaande figuur weergegeven.
Figuur 16 Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico De kwalitatieve aspecten die bij de voorgenomen verlegging van belang zijn, betreft o.a. de sterkte van de leiding en de diepteligging er van. Met het ontwerpen van het leidingtracé dient voldaan te worden aan de NEN3650/51 en zal dan ook een sterkteberekening worden uitgevoerd. Een ander aspect is de diepteligging van de leiding dat een verbetering is ten opzichte van de huidige situatie. Zo is de leiding in de huidige situatie gelegen in een bak onder de brug over de A4. In de nieuwe situatie wordt de leiding op grote diepte onder de (verbrede) A4 aangebracht en is de kans op leidingschade daarmee minimaal. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid en mogelijkheden voor hulpverlening zijn identiek aan de bestaande situatie. In onderstaand beeld is een inventarisatie van alle risicobronnen en kwetsbare objecten in de direct omgeving weergegeven. Andere risicobronnen dan de buisleidingen Gasunie zijn de transporten over Rijksweg A4 en het brandstof tankstation aan de Prinses Beatrixlaan. Inmiddels is de levering en afgifte van LPG op dit tankstation beëindigd en is de contour daarmee ook verdwenen. Het verleggen van de gasleiding is niet van (negatieve) invloed op deze bronnen.
Gasunie draagt 2-maandelijks zorg voor het aanleveren van nieuwe en actuele informatie ten behoeve van de risicokaart, te nieuw aan te leggen leiding is nog niet verwerkt.
26
Figuur 17 Uitsnede risicokaart. 4.8.1
Besluit externe veiligheid Buisleidingen
In de huidige wetgeving op het gebied van externe veiligheid (Bevb) worden de veiligheidsrisico’s uitgedrukt in plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Het Bevb regelt onder meer welke veiligheidsafstanden in acht genomen moeten worden voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. In het Bevb wordt een grenswaarde voor het PR gegeven, terwijl het Groepsrisico een oriënterende waarde kent. 4.8.2
Kwantitatieve risicoanalyse
Om te beoordelen of de nieuwe te leggen leiding voldoet aan het Bevb is een Kwantitatieve risicoanalyse uitgevoerd (QRA). De bijgevoegde QRA is opgesteld aan de hand van de bevolkingsdata van de BAG populatieservice (demis), d.d. 20 juli 2022. De uitkomsten hiervan zijn opgenomen in het rapport ‘QRA leiding W-514-01 welke als bijlage is toegevoegd8. De conclusies uit het rapport wordt in onderstaande kort beschreven. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico van de leiding voldoet in het plangebied aan het Bevb en Revb. De gestelde voorwaarde, dat het PR van deze leiding op een afstand van vier meter gemeten uit het hart van de leiding niet hoger is dan 10-6 per jaar. Het niveau van 10-6 wordt niet bereikt waardoor
20 juli 2022, QRA leiding W-514-01, De verlegging van de leiding in de gemeente Rijswijk Gasunie Transport Services B.V., D10048124:21 8
27
dan tevens voldaan wordt aan de voorwaarde dat er zich geen kwetsbare objecten binnen deze contour bevinden. Groeprisico Het groepsrisico van de kilometer leiding voor het leidinggedeelte waarbinnen zich de voorgenomen leidingverlegging zich afspeelt, is vergeleken met de oriëntatiewaarde voor buisleidingen. Gebleken is dat het Groepsrisico kleiner is dan de in het Bevb gestelde richtwaarde en daarmee voldoet aan de vigerende wetgeving. Verder is de verlegging van de leiding niet van invloed op de zelfredzaamheid, de mogelijkheden tot hulpverlening en is het tijdsaspect niet anders. Zowel het Groepsrisico als het Plaatsgebonden Risico voldoen aan de normen van het Bevb. Het nieuwe tracé heeft dus geen (nadelige) gevolgen voor PR en GR.
4.8.3
Advies Veiligheidsregio
In het kader van vooroverleg is advies opgevraagd bij de Veiligheidsregio Haaglanden, tevens is de QRA beoordeeld. Ten aanzien van de externe veiligheid luidt de beoordeling van VRH d.d. 15 december 2022 als volgt; In het kader van externe veiligheid zal de beoogde verlegging van de hogedruk aardgastransportleiding niet zorgen voor en significante toe- of afname van het huidige risico. De hogedruk aardgastransportleiding heeft een druk van 40 bar en diameter van 12 inch en daarmee een invloedgebied van 140 meter. In de directe omgeving is beperkte bebouwing aanwezig. Voor het verleggen van deze hogedruk aardgastransportleiding is een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) opgesteld (Arcadis, 20 juli 2022). Uit deze QRA blijkt dat het groepsrisico als gevolg van het verleggen van deze leiding daalt van 0,019 tot 0,018 maal de oriëntatiewaarde. Als gevolg hiervan heeft de VRH besloten om in het kader van externe veiligheid geen aanvullende maatregelen te adviseren. Echter geeft de VRH wel een aantal adviezen mee ter voorbereiding en gedurende de werkzaamheden die gepaard gaan met de verlegging van de hogedruk aardgastransportleiding. Omdat de meeste incidenten bij gastransportleidingn plaatsvinden bij graafwerkzaamheden, adviseert de VRH enkele extra maatregelen ten behoeve van het bevorderen van de zelfredzaamheden.
De kans dat er iets gebeurd is klein, echter om ervoor te zorgen dat mensen
goed voorbereid zijn en weten hoe zij moeten reageren bij een ongeval is het van belang dat zij hier vooraf over worden geïnformeerd. De volgende maatregelen zijn geadviseerd; A. Risicocommunicatie omgeving: Geadviseerd wordt om omwonenden rondom het gebied waar werkzaamheden zullen gaan plaatsvinden in het kader van de verlegging van de gasleidingen te informeren hierover en een handelingsperspectief te bieden. Op deze manier wordt de zelfredzaamheid van omwonenden vergroot. B. Geen evenementen op het door de gemeente aangewezen evenemententerrein in het Wilhelminapark gedurende werkzaamheden: Geadviseerd wordt om op de dag dat het gas overgezet wordt op de nieuwe leiding er voor te zorgen dat zich geen evenement voordoet in het Wilhelminapark en geen sportactiviteiten gehouden worden op het sportpark aan de Weidedreef.
28
C. Informeren brandweer: Geadviseerd wordt om de brandweer te (laten) informeren over de start en de planning van de werkzaamheden. U kunt daarvoor contact (laten) opnemen met de risicobeheerder in de wijk. Gasunie zal voor aanvang van uitvoering de risicocommunicatie (laten) uitvoeren en zullen bovenstaande maatregelen in acht worden genomen. Op basis van de uitgevoerde QRA en bij opvolging van bovenstaande maatregelen voldoet de voorgenomen ontwikkelingen aan alle externe veiligheidsaspecten.
4.10 Kabels en Leidingen In de directe omgeving van de aan te leggen gastransportleiding is nog een andere planologisch relevante transportleidingen/verbindingen gelegen9; de hoogspanningsverbinding van TenneT. Hier wordt op ruime afstand onder door geboord met de gestuurde HDD-boring. Uiteraard moet bij de aanleg van de gastransportleiding rekening gehouden worden met alle andere eventueel aanwezige andere ondergrondse infrastructuur. De verlegging van de gastransportleiding is daarop afgestemd. In ieder geval zal een Klic-melding worden gedaan om de mogelijke aanwezigheid van andere kabels en leidingen te inventariseren en eventuele maatregelen te treffen in overleg met de leidingbeheerder(s).
4.9
Luchtkwaliteit
Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) bevat luchtkwaliteitseisen voor luchtkwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen kunnen effect hebben op de luchtkwaliteit. De voorgenomen ontwikkeling zal vallen onder de categorie die ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit door de zeer beperkte wijziging van het aantal verkeersbewegingen ten opzichte van de bestaande situatie (alleen ten tijde van aanleg). Een project valt in de bovengenoemde categorie wanneer de bijdrage van de activiteit onder 3% blijft van de jaargemiddelde grenswaarde van de concentraties fijn stof en stikstofoxide10. Er kan met zekerheid gesteld worden dat de voorgenomen ontwikkeling onder deze grenswaarde blijft. Een gasleiding is geen gevoelige bestemming. Daarom hoeft de luchtkwaliteit in het kader van een goed woon- en leefklimaat niet te worden beoordeeld.
4.10 Verkeer en parkeren Het bestemmingsplan parapluherziening parkeernormering Rijswijk is een bestemmingsplan voor het gehele grondgebied van de gemeente Rijswijk voor alleen het onderwerp ‘parkeren’. In dat plan zijn regels en voorwaarden gesteld waar toekomstige ontwikkelingen voor wat de parkeernorm aan moet voldoen. Voor het voorliggende plan geldt er in de definitieve situatie geen Planologisch relevante leidingen zijn: a. hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger; b. buisleidingen voor transport van aardgas met een uitwendige diameter van meer dan 50 mm en een druk van meer dan 16 bar; c. buisleidingen voor transport van aardolieproducten met een uitwendige diameter van meer dan 70 mm en een druk van meer dan 16 bar; d. buisleidingen met een diameter van 400 mm of meer buiten de bebouwde kom; e. buisleidingen voor transport van afvalwater met een diameter van 400 mm of meer van het waterschap. (hoofdtransportleidingen van en naar de afvalwaterzuiveringsinrichting). f. buisleidingen voor transport van andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten, die risico's met zich meebrengen voor mens of leefomgeving wanneer deze leidingen beschadigd raken. 10 Dit is vergelijkbaar met het aantal verkeersbewegingen bij een kantoorlocatie van 100.000m2 bvo of een woningbouwlocatie van 1.500 woningen. 9
29
wijziging t.a.v. de parkeerdruk aangezien het een onbemande gastransportleiding betreft, evenals in de bestaande situatie. Ten tijde van de aanleg van de leiding zal er een werkterrein worden ingericht waar de werkzaamheden worden uitgevoerd. Personeel zal daar hun vervoersmiddelen parkeren zodat er ook geen tijdelijke extra parkeerdruk ontstaat. Datzelfde geldt voor de verkeerssituatie; in de definitieve situatie heeft de verlegging van de gasleiding hier geen invloed op. De aanleg-/uitvoeringsfase zal tijdelijk wat extra verkeersbewegingen met zich meebrengen aangezien materieel en personeel naar de locatie moet komen. Deze bewegingen zijn echter beperkt van aard en gaan volledig op in het bestaande verkeer. Er bestaat een kans dat de werkzaamheden t.b.v. het verleggen van de gastransportleiding gelijktijdig met de werkzaamheden voor project WarmtelinQ plaatsvinden. In dat geval zal er afstemming zijn tussen verschillende uitvoerende partijen om de impact op verkeer en parkeren te minimaliseren.
4.11 Geluid, geur, lichthinder en windhinder Het betreft een ondergrondse leiding waarbij de milieuaspecten geluid, geur, lichthinder, en windhinder niet van toepassing zijn.
4.12 Conclusie De hierboven beschreven paragrafen hebben een nadere analyse van het plangebied weergegeven waarin de beknopte conclusies uit enkele relevante onderzoeksrapporten zijn weergegeven. Zoals omschreven zullen bepaalde aspecten bij uitvoering nadere aandacht moeten krijgen om de invloed op de omgeving te beperken. Deze aandacht zal door de opdrachtgever in acht worden genomen, waardoor de werkzaamheden op een verantwoorde wijze zullen worden verricht. De gebiedsaspecten geven dan ook geen aanleiding om de bestemmingsplanprocedure geen verder vervolg te geven.
30
5 Juridische planbeschrijving 5.1
Planmethodiek
De regelgeving, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening, biedt de gemeente de mogelijkheid tot het opstellen van bestemmingsplannen met een grote mate van flexibiliteit en globaliteit. Planvormen kunnen zodanig worden gekozen dat ingespeeld kan worden op zich wijzigende omstandigheden en op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, zodat in veel gevallen het bestemmingsplan minder vaak behoeft te worden aangepast. In het huidige plan is ervoor gekozen om de gastransportleiding waarvan het tracé reeds bekend is, exact te bestemmen door middel van een belemmeringenstrook van 2 maal 4 meter ter weerszijden van de hartlijn van de toekomstige leiding. Hiervoor is de standaardtekst van Gasunie t.a.v. het artikel dubbelbestemming ‘Leiding-Gas’ opgenomen.
5.2 Functie van het bestemmingsplan Het bestemmingsplan ‘Verlegging gastransportleiding W-514-01 regelt de bestemmingen en het gebruik van de gronden voor het betreffende gebied. Gekozen is voor een bestemmingsplan waarin de vigerende bestemmingen uit onderliggende bestemmingen worden overgenomen. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (kaart), regels en een toelichting. De verbeelding en de daarop aangewezen bestemmingen en regels vormen tezamen het juridische plan; - een verbeelding: een digitaal GML-bestand met een specifiek nummer, in dit geval NL.IMRO.0603.bpgasleidingkooijw-VA01. - regels: deze regels zijn in de SVBP 2012 zoveel mogelijk gestandaardiseerd (onder andere de volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling). De regels omvatten de omschrijvingen van de in het plan vervatte bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven, met bijbehorende verklaringen. De verklaringen leggen een verbinding tussen de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de regels. Ook de verbeelding is opgebouwd volgens de richtlijn SVBP 2012. Ook is er een toelichting opgesteld. Dat betreft onderhavig document. De plantoelichting heeft geen rechtskracht.
In de toelichting worden de achtergronden en beweegredenen aangegeven die hebben geleid tot de bestemmingen. Een bestemmingsplan wordt met de daarbij behorende toelichting langs elektronische weg vastgelegd. Het bestemmingsplan wordt in die vorm vastgesteld. Een volledige papieren versie van het bestemmingsplan wordt gelijktijdig vastgesteld. Indien er tussen beide planvormen verschillen in uitleg bestaan dan is de inhoud van het via elektronische weg vastgelegde plan beslissend.
5.2
Bestemmingsregeling
Een bestemmingsplan bestaat uit drie delen: de toelichting, de regels en één of meerdere verbeeldingen. De verbeelding en de daarin aangewezen bestemming(en) en regels vormen tezamen het juridische plan. De toelichting heeft geen rechtskracht. In de toelichting worden de achtergronden en beweegredenen aangegeven die hebben geleid tot de bestemming(en) en onderbouwen waarom de ontwikkeling past binnen een goede ruimtelijke ordening. De regels
31
omvatten de omschrijvingen van de in het plan vervatte bestemmingen, waarbij per bestemming het doel wordt aangegeven. In deze paragraaf wordt ingegaan op de juridische opbouw van het plan. Aan de orde komen onder meer de opbouw van de regels, de relatie tussen regels en kaarten en de beschrijving van de in de regels vastgelegde bestemmingen. 5.2.1
Toelichting op de verbeelding
De analoge verbeelding bestaat uit 1 kaartblad met een bijbehorende legenda. Op de verbeelding hebben alle binnen het plangebied gelegen gronden de dubbelbestemming ‘Leiding-Gas’ gekregen, aangevuld met de hartlijn. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de bestemming overeenstemt met het bestaande gebruik van de betreffende gronden. De enkelbestemmingen uit de vigerende bestemmingsplannen zijn zo veel als mogelijk, en waar relevant voor het gedeelte binnen het plangebied, overgenomen in dit bestemmingsplan. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt binnen de enkelbestemmingen ander dan het aanleggen van een gastransportleiding. Ook zijn bestaande dubbelbestemmingen en figuren overgenomen uit vigerende plannen. De verbeelding is opgesteld conform DURP (Digitaal Uitwisselbare Ruimtelijke Plannen). 5.2.2
Toelichting op de regels
De regels bevatten de juridische regeling voor het gebruik van de gronden, bepalingen over de toegelaten bebouwing en een regeling over het gebruik van bebouwing. In dit specifieke geval geen bebouwing maar een gastransportleiding. De regels, die zijn onderverdeeld in paragrafen, worden hierna (indien nodig) toegelicht. Bij de opzet van de regels is aangesloten bij de regels vanuit de vigerende bestemmingsplannen. De artikelen bevatten bepalingen over de specifieke bestemmingen in het plan. De opbouw van deze artikelen is steeds gelijk, conform de eisen van de SVBP2008. Voor een nadere uitleg wordt verwezen naar de SVBP2008, te raadplegen via de website van het Ministerie van IenM, onderdeel standaarden. Hier kan men ook terecht voor een uitgebreidere uitleg over dubbelbestemmingen, voorlopige bestemmingen en aanduidingen. Voor de leesbaarheid en raadpleegbaarheid zijn de regels in hoofdstukken geplaatst. Daarbij is aangesloten bij de SVBP2008, te weten: Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Enkele begrippen zijn overgenomen uit de Woningwet/Bouwverordening en SVBP2008/2012. -
wijze van meten
Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/percelen gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels -
bestemmingen; groen, recreatie, verkeer-1, verkeer-3 en water.
32
-
dubbelbestemming(en); ‘Leiding-Gas’, ‘Leiding-Hoogspanning’, ‘Waarde-Archeologie’ en ‘Waterstaat – Waterkering’
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de (dubbel)bestemmingen die in het plangebied voorkomen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan: Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte,
•
bebouwingspercentage, etc.); Afwijken van de bouwregels: afwijkingsmogelijkheden ten opzichte van de bouwregels;
•
Specifieke gebruiksregels: opsommingen van afwijkingen die in strijd zijn met de bestemmingsomschrijving.
•
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werkzaamheden en werken, geen bouwwerken zijnde: opsomming van werkzaamheden en werken waarvoor al dan niet een omgevingsvergunning voor benodigd is.
Hoofdstuk 3 Algemene regels -
anti-dubbeltelregel
Deze regel strekt ertoe te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw een tweede keer zou kunnen worden gebruik gemaakt. Een bekend voorbeeld van een dergelijke regeling is de zogenaamde rustende boer regeling. Aangesloten is bij de standaard antidubbeltelregel die in het Bro is opgenomen. algemene bouwregels In dit artikel zijn regels opgenomen hoe om te gaan met afwijkende maatvoering bij bestaande bouwwerken en bij onderkeldering van gebouwen. -
algemene gebruiksregels
In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. -
algemene wijzigingsregels
In het plangebied is een deelgebied aangewezen waarvoor burgemeester en wethouders een wijzigingsplan kunnen opstellen en die op de verbeelding is aangeduid als 'wro-zone wijzigingsgebied': algemene afwijkingsregels Het artikel heeft onder meer tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Via een door burgemeester en wethouders te verlenen omgevingsvergunning kunnen onder meer geringe afwijkingen in de maatvoering voor bouwwerken worden aangebracht en (openbare) nutsvoorzieningen worden gerealiseerd. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
33
In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. slotregel In de regels van het bestemmingsplan wordt in de Slotregel aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
34
6 Uitvoerbaarheid en handhaving 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Omdat de opdrachtgever grote waarde hecht aan overleg met grondeigenaren, direct belanghebbenden en bevoegde gezagen zijn reeds diverse contacten gelegd met Rijkswaterstaat, Hoogheemraadschap van Delfland en gemeente Rijswijk. Daarnaast is men reeds in overleg met de eigenaren van de gronden waar de diverse werkzaamheden zich zullen afspelen. Het voorliggende tracé is dan ook in overleg met eigenaren of rechthebbenden tot stand gekomen en wordt gewerkt aan overeenstemming hierover. Middels vergunningen en rechten van opstal zullen nadere afspraken worden gemaakt tussen initiatiefnemer en het bevoegde gezag, de grondeigenaren en –gebruikers. Overige stakeholders in de directe omgeving zullen worden geïnformeerd tijdens de ter inzage legging van het bestemmingsplan en uiteraard ook worden betrokken indien het project zich meer richting de uitvoeringsfase gaat bevinden. Op 16 februari zijn omwonenden en belanghebbenden geïnformeerd over de bestemmingsplanprocedure middels een brief. Op 23 februari 2023 is men in de mogelijkheid geweest om vragen te stellen bij een inloopspreekuur over het bestemmingsplan. Hiervoor waren geen aanmeldingen en uiteindelijk ook geen bezoekers. Voor de uitvoering worden omwonenden opnieuw geïnformeerd door de Gasunie over de (start) werkzaamheden.
Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegen van vrijdag 27 januari t/m donderdag 9 maart 2023. Tevens is het ontwerpbestemmingsplan gepubliceerd via www.ruimtelijkeplannen.nl. Er is 1 zienswijze ingediend op het plan. Aan de hand van de zienswijze is artikel ‘artikel 9 Leiding-Hoogspanning’ aangepast waardoor de bescherming van de in het plan aanwezige ondergrondse hoogspanningsverbinding op een juiste wijze planologisch beschermd wordt. . De zienswijze is beantwoord middels een antwoordbrief. Naast een aantal ondergeschikte ambtelijke wijzigingen zijn er twee inhoudelijke ambtelijke wijzigingen doorgevoerd: • In artikel 10.4.2. Waarde-Archeologie is onder c & e de diepte aangegeven (dieper dan 0,50 m onder het maaiveld) waarin het verboden is om o.a. werkzaamheden uit te voeren zonder (of in afwijking van) een omgevingsvergunning. Deze diepte werd beschreven in de toelichting maar was nog niet juridisch geborgd in de regels; • Zowel in artikel 8 (Leiding-Gas), artikel 9 (Leiding-Hoogspanning) en artikel 11 (Waterstaat-waterkering) is een rangorde toegevoegd aan de voorrangsbepaling voor de dubbelbestemmingen. Voor zover de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning', 'Leiding-Gas' & 'Waterstaat-waterkering' samenvallen met één van de volgende dubbelbestemmingen dan geldt de volgende rangorde: o o
a. Waterstaat - Waterkering; b. Leiding - Gas;
o c. Leiding - Hoogspanning; Deze rangorde is bepaald op basis van (externe) veiligheid. Daarnaast is het verplicht advies in te winnen en overleg te voeren indien de werkzaamheden elkaar overlappen.
6.2 Economische uitvoerbaarheid Omdat de werkzaamheden worden uitgevoerd op verzoek van Rijkswaterstaat is/wordt er een overeenkomst met Gasunie gesloten. Voor de voorgenomen planprocedure zullen de kosten, en alle bijbehorende werkzaamheden en onderzoeken, in eerste instantie volledig voor rekening van Gasunie komen. Verdere financiële afwikkeling met Rijkswaterstaat is onderling geborgd.
35
Het (ver)leggen van de leiding is derhalve geen aangewezen bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1. Bro. Dit betekent dat plankosten niet kunnen worden verhaald middels een exploitatieplan.. Wel zal er tussen gemeente Rijswijk en initiatiefnemer Gasunie een anterieure overeenkomst worden gesloten om het kostenverhaal en overige afspraken vast te leggen. Aangezien de kostendekking gegarandeerd kan worden door de verschillende partijen kan het verleggen van de gastransportleiding als economisch uitvoerbaar worden geacht.
6.3 Handhaving Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning, bouwen in afwijking van een verleende omgevingsvergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met het gebruik van het bestemmingsplan of een afwijking. Handhaving wordt onderscheiden in preventieve en repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen. Voorts bestaat preventieve handhaving uit het opstellen van duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels en uit communicatie en voorlichting.
Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijke actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Repressieve handhaving heeft als primair doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Wabo.
36
7 Bijlagen 1. 11-07-2022, RAAP Rapport 5572, Plangebied Verlegging W-514-01 v/d Kooijweg te Rijswijk. 2. 1-03-2022, AVG Explosieven Opsporing, Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten, Rijswijk-Den Haag, 2162264-VO-02, versie 02 3. 1 juni 2022, WSP, Verkennend (water)bodemonderzoek verlegging van de gasleiding W-514-01 nabij de van Rijnweg (ong.) te Rijswijk,SOL01829MK-B, versie 1.0 4. 6 juli 2022, WSP Nederland B.V., Natuurtoets verlegging W-514-01 te Rijswijk, SOL018929FF, definitief 5. 20 juli 2022, QRA leiding W-514-01, De verlegging van de leiding in de gemeente Rijswijk Gasunie Transport Services B.V., D10048124:21 6. 9 november 2022, WSP, aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling verlegging W-514-01 A4 Rijswijk, SOL018929A_aanmeldnotitie, definitief (versie 2). 7. April 2023, Gemeente Rijswijk, Nota van Zienswijzen Bestemmingsplan ‘Verleggen gastransportleiding Van der Kooijweg’, Ontwerp d.d. 27 januari 2023
37