CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

22-028 Geconsolideerde Huisvestingsverordening 2019

Raadsvergadering 24 januari 2023, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel tot wijziging van de Huisvestingsverordening 2019 gemeente Rijswijk (RV 22-0028)21.081 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Huisvestingsverordening 2019 gemeente Rijswijk Geconsolideerde versie

Corsanummer: 22.092753

Vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad op 24 januari 2023

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder: -

actiegebied:

een gebied dat burgemeester en wethouders hebben

aangewezen met het doel de daarin gelegen woonruimte vrij van bewoning te maken, zodat sloop of verbetering van

-

burgemeester en wethouders:

-

campuscontract:

-

CBS-code:

-

BRP:

woonruimte kan plaatsvinden;

burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk;

de basisregistratie zoals bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen;

huurovereenkomst voor studenten zoals bedoeld in artikel 274d van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

de unieke code die door het Centraal Bureau voor de Statistiek is vastgesteld voor de gemeenten en de

-

DAEB-norm:

-

doorstromer:

daarbinnen gelegen wijken en buurten;

de inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet;

een woningzoekende die op de dag dat het woningaanbod wordt gepubliceerd als huurder beschikt over een

zelfstandige woonruimte binnen de regio en deze leeg -

achterlaat;

duurzaam

gemeenschappelijke huishouding:

een vaste groep van personen tussen wie een band bestaat die het enkel gezamenlijk bewonen van bepaalde

woonruimte te boven gaat en die de bedoeling heeft om

bestendig voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen. Er dient ook sprake te zijn van een samenlevingswens

tussen de personen die niet overwegend wordt bepaald door -

economische binding:

de beslissing om de betrokken woonruimte te delen;

binding aan de regio overeenkomstig artikel 14 van de

Huisvestingswet 2014, waarbij de woningzoekende binnen of vanuit de regiogemeente werkt en daarmee in het

-

levensonderhoud voorziet;

eigenaar:

diegene die bevoegd is tot het in gebruik geven van de woonruimte of het gebouw, alsmede de erfpachter,

vruchtgebruiker, gerechtigde tot een appartementsrecht als bedoeld in artikel 106 van Boek 5 van het Burgerlijk

Wetboek, of degene aan wie door een rechtspersoon het -

-

groot gezin:

gepubliceerd woningaanbod:

gebruiksrecht van een woonruimte is verleend;

voor de toepassing bij of krachtens deze verordening

bepaalde wordt verstaan een duurzaam gemeenschappelijk huishouden met minimaal 4 kinderen;

het periodiek openbaar gemaakt aanbod van voor verhuur beschikbaar komende woonruimte, waarop elke

woningzoekende op eigen initiatief kan reageren; 1

Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk

-

herstructureringskandidaat:

een woningzoekende die op het moment van een aanwijzing van een actiegebied:

a. ingeschreven staat in de basisregistratie personen (BRP) op het adres; en

b. met toestemming van de eigenaar als huurder

woonachtig is in een in het betreffende actiegebied gelegen -

hoofdverblijf:

-

huishouden:

-

huishoudinkomen:

-

huisvestingsvergunning:

-

huurder:

-

huurprijs:

-

huurprijsgrens:

-

ingezetene:

zelfstandige woonruimte;

het adres waarop een persoon staat ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) en daadwerkelijk het grootste deel van zijn tijd woonachtig is;

een alleenstaande óf twee of meer personen die een

duurzaam gemeenschappelijke huishouding (willen) voeren; huishoudinkomen zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet;

de vergunning zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014;

de huurder zoals bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Woningwet;

de huurprijs zoals omschreven in artikel 1, tweede lid, onder a van de Huisvestingswet 2014;

de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a van de Wet op de Huurtoeslag;

voor de toepassing bij of het krachtens deze verordening

bepaalde wordt verstaan degene die volgens de inschrijving in de BRP woonachtig is in een gemeente in de regio en feitelijk diens hoofdverblijf heeft in een voor bewoning

-

aangewezen woonruimte;

indicatie:

een door een onafhankelijke, ter zake deskundig persoon of orgaan opgesteld document waaruit de specifieke fysieke of andere beperking(en) van een woningzoekende blijkt en

waarin staat, of op basis waarvan, kan worden bepaald hoe de huisvesting van de woningzoekende dient te worden -

inschrijfduur:

-

inwoning:

-

kamer:

-

leegstand:

-

maatschappelijke binding:

-

mantelzorg:

afgestemd;

de periode dat een woningzoekende aaneensluitend staat ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 3:3, eerste lid;

het bewonen van een deel van een woonruimte die door een

ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen; verblijfsruimte zoals bedoeld in artikel 1.1 Bouwbesluit

2

2012;

leegstand zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder d van de Leegstandwet;

binding aan de regio zoals bedoeld in artikel 14, derde lid, aanhef en onder b van de Huisvestingswet 2014;

zorg zoals omschreven in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk

-

mantelzorgrelatie:

de uitdrukkelijke of stilzwijgende afspraak tussen de

omzettingsvergunning

de vergunning als bedoeld in artikel 21 lid 1en onder c, van

-

ondersteuning:

-

ondersteuningsvraag:

ontvanger en de verlener over de te verlenen mantelzorg; de Huisvestingswet 2014;

noodzakelijke hulp die wordt geleverd in het kader van het voeren van een zelfstandig huishouden;

de vraag naar ondersteuning in verband met een ernstige

beperking in de zelfredzaamheid die het gevolg is van een lichamelijke of verstandelijke beperking, een chronische

-

onttrekkingsvergunning:

-

onzelfstandige woonruimte:

-

ziekte of psychische problemen;

de vergunning als bedoeld in artikel 21 lid 1en onder a, van de Huisvestingswet 2014;

woonruimte die geen eigen toegang heeft en niet door een huishouden kan worden bewoond zonder wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;

regio:

het woningmarktgebied bestaande uit de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en

-

Zoetermeer;

register:

register van

standplaatszoekenden:

het regionale register van woningzoekenden;

gemeentelijk register van standplaatszoekenden;

SHH

de vereniging Samenwerkende Huurdersorganisaties

-

splitsingsvergunning:

de vergunning als bedoeld in artikel 22 van de

-

standplaats:

Haaglanden;

Huisvestingswet 2014;

een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn, waardoor een woonwagen op het leidingnet van de openbare

nutsbedrijven, andere instellingen of de gemeente kan -

standplaatszoekende:

-

starter:

-

statushouders:

-

SVH:

-

worden aangesloten;

degene die in het register van standplaatszoekenden is ingeschreven;

een woningzoekende die op de dag dat het woningaanbod wordt gepubliceerd niet als huurder over een zelfstandige

toetsingscommissie:

-

urgentieverklaring

-

wettelijke taakstelling: 3

woonruimte binnen de regio beschikt;

de in artikel 12, vierde lid, van de Huisvestingswet bedoelde categorie vergunninghouders;

de vereniging Sociale Verhuurders Haaglanden;

de door burgemeester en wethouders ingestelde commissie die burgemeester en wethouders adviseert ter zake van de uitvoering van artikel 4:1;

een besluit dat een woningzoekende indeelt in een

urgentiecategorie zoals bedoeld in artikel 12 van de Huisvestingswet 2014;

de voor de gemeente geldende taakstelling op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet.

Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk

-

woningcorporatie:

een toegelaten instelling zoals omschreven in artikel 19 van

-

woningzoekende:

het huishouden dat zich heeft ingeschreven in het regionale

-

woningvorming:

-

woonduur:

de Woningwet;

register van woningzoekenden;

het verbouwen tot twee of meer woonruimten als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014;

de onafgebroken periode gedurende welke een

woningzoekende de huidige woonruimte zelfstandig

bewoont, conform de gegevens van de basisregistratie -

woonoppervlakte:

personen;

het totaal van de oppervlakten van de vertrekken: woonkamer, keuken, badkamer of doucheruimte,

slaapkamer(s), zolderkamer indien bereikbaar via vaste trap en met ruime mate van daglichtaanwezigheid. Overige

ruimtes zoals een kelder, bijkeuken, wasruimte, bergruimte of schuur, ingebouwde kasten groter dan 2 m², garage,

zolder niet zijnde een vertrek, en verkeersruimten worden niet meegeteld;

-

woonruimte:

woonruimte als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder j van

-

WOZ-waarde

De geschatte marktwaarde van een woning op basis van de

-

zelfstandige woonruimte:

zoals omschreven in artikel 234 van boek 7 van het

de Huisvestingswet 2014;

Wet waardering onroerende zaken Burgerlijk Wetboek.

Artikel 1:2 Reikwijdte verordening

Deze verordening is van toepassing op woonruimten gelegen in de gemeente Rijswijk. Artikel 1:3 Actiegebied

Burgemeester en wethouders kunnen gebieden aanwijzen met het doel de daarin gelegen woonruimten vrij van bewoning te maken, zodat sloop of verbetering van deze woonruimten kan plaatsvinden.

Hoofdstuk 2 Huisvestingsvergunning Artikel 2:1 Reikwijdte 1.

De artikelen in dit hoofdstuk zijn van toepassing op woonruimten met een huurprijs beneden de

2.

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op:

huurprijsgrens. a.

woonruimten, bestemd voor inwoning;

c.

woonruimten verhuurd op basis van een campuscontract;

b. d.

onzelfstandige woonruimten;

woonruimten waarvoor burgemeester en wethouders een vergunning als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet hebben verleend.

4

Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk

Artikel 2:2 Huisvestingsvergunning 1.

Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning een woonruimte als bedoeld in artikel 2:1, eerste

2.

Het is verboden de in artikel 2:1, eerste lid, bedoelde woonruimte voor bewoning in gebruik te geven

lid, in gebruik te nemen voor bewoning.

aan een huishouden, dat niet beschikt over een huisvestingsvergunning.

Artikel 2:3 Aanvrager huisvestingsvergunning 1.

Voor een huisvestingsvergunning komen in aanmerking personen die: a.

b. 2.

18 jaar of ouder zijn; of

op grond van artikel 235 of artikel 253ha van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bevoegd zijn verklaard.

In aanvulling op het eerste lid komen woningzoekenden slechts in aanmerking voor een

huisvestingsvergunning indien alle leden van het huishouden de Nederlandse nationaliteit bezitten of rechtmatig in Nederland verblijven in de zin van artikel 8 onder a tot en met e of l van de

3.

Vreemdelingenwet 2000

In aanvulling op het eerste en tweede lid komen woningzoekenden slechts in aanmerking voor een

huisvestingsvergunning voor woonruimte met een aanvangshuurprijs onder de huurprijsgrens indien het huishoudinkomen niet hoger is dan maximaal 1,5 maal het norminkomen van een

meerpersoonshuishouden zoals staat omschreven in artikel 14 van de Wet op de huurtoeslag. Artikel 2:4 Aanvragen huisvestingsvergunning 1.

2.

De aanvraag van een huisvestingsvergunning wordt ingediend bij burgemeester en wethouders met

behulp van een door burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier, inclusief de hierin aangegeven verplichte documenten.

Bij de aanvraag van een huisvestingsvergunning dient de aanvrager een schriftelijke verklaring van de eigenaar te overleggen, waaruit blijkt dat deze bereid is de woonruimte in gebruik te geven.

Artikel 2:5 Verlenen huisvestingsvergunning 1.

Burgemeester en wethouders besluiten op de in artikel 2:4 bedoelde aanvraag binnen acht weken na

2.

Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het eerste lid voor ten hoogste vier

3.

ontvangst van de ontvankelijke aanvraag en berichten de aanvrager hierover schriftelijk.

weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager. In de huisvestingsvergunning wordt in ieder geval vermeld: a.

de aanduiding van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft;

c.

het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt.

b. 4.

de naam van de persoon of personen aan wie de huisvestingsvergunning is verleend;

De woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is verleend dient binnen drie maanden na afgifte door de aanvrager bewoond te worden.

Artikel 2:6 Criteria toewijzen woonruimten onder de huurprijsgrens 1.

2. 3.

De grootte van het huishouden moet in een, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, redelijke verhouding staan tot de grootte van de woonruimte, waarbij woonruimten met een

woonoppervlakte van minimaal 80 m² worden toegewezen aan huishoudens met minimaal drie leden. De criteria genoemd in het eerste lid zijn niet van toepassing op woonruimten met een hogere mate van toegankelijkheid, zoals omschreven in bijlage I.

Een woonruimte met een hogere mate van toegankelijkheid wordt uitsluitend passend geacht, indien: 5

Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk

4.

a.

er op grond van een gemeentelijke indicatiestelling op basis van de Wet maatschappelijke

b.

de functiebeperking naar het oordeel van de burgemeester en wethouders daardoor in redelijke

ondersteuning een functiebeperking van het huishouden is vastgesteld; en

verhouding staat tot de hogere mate van toegankelijkheid van de woonruimte.

Dit artikel is niet van toepassing op woonruimten boven de huurprijsgrens.

Artikel 2:7 Weigeringsgronden huisvestingvergunning 1.

Burgemeester en wethouders kunnen de huisvestingsvergunning weigeren, indien: a.

b.

het huishouden niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 2:3;

het huishouden als gevolg van het verlenen van de huisvestingsvergunning meer dan één woonruimte in gebruik zal krijgen, tenzij burgemeester en wethouders toestaan dat het

huishouden vanwege verkoop van een woonruimte tijdelijk twee woonruimten in gebruik mag c.

d. e. f.

2.

g.

hebben waarvan feitelijk slechts één woonruimte wordt bewoond;

het niet aannemelijk is dat het huishouden de woonruimte in gebruik zal nemen;

een andere woningzoekende op grond van deze verordening met voorrang voor deze woonruimte in aanmerking komt;

de woonruimte is gelegen in een actiegebied;

burgemeester en wethouders bepalen dat het een woonruimte betreft waarvoor, gezien de fysieke inrichting of de ruimtelijke positie van de woonruimte een specifieke indicatie noodzakelijk is en de aanvrager niet over deze indicatie beschikt;

de woonruimte niet passend is op grond van artikel 2:6.

In afwijking van het eerste lid, onder d, weigeren burgemeester en wethouders de huisvestingsvergunning niet, indien: a.

de medehuurder, doordat de huurder de woonruimte verlaat, huurder wordt;

c.

een woonruimte conform artikel 17 van de Huisvestingswet 2014 vruchteloos, gedurende dertien

b.

er sprake is van een voorgenomen ruil van woonruimte; weken, is aangeboden.

Artikel 2:8 Intrekken huisvestingsvergunning 1.

Burgemeester en wethouders kunnen de huisvestingsvergunning intrekken, indien de vergunning is verleend op grond van de door de vergunninghouder verstrekte gegevens, waarvan de

vergunninghouder wist of redelijkerwijs had moeten weten dat deze gegevens onjuist of onvolledig 2.

waren.

Burgemeester en wethouders kunnen de huisvestingsvergunning intrekken, indien de woonruimte

waarvoor de huisvestingsvergunning is verleend niet in gebruik is genomen binnen de gestelde termijn van artikel 2:5, vierde lid.

Artikel 2:9 Beschikbaar komen voor verhuur 1.

De eigenaar van een woonruimte, als bedoeld in artikel 2:1, meldt het ter beschikking komen van die

2.

Een woonruimte komt ter beschikking, wanneer:

woonruimte onverwijld aan burgemeester en wethouders. a.

degene die de woonruimte in gebruik heeft aan de eigenaar het gebruik daarvan heeft opgezegd;

c.

de woonruimte als zodanig niet langer in gebruik is, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat dit

b.

d.

de woonruimte is ontruimd;

slechts korte tijd het geval is;

op een andere wijze is gebleken dat de woonruimte te huur is. 6

Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk

3.

Indien de eigenaar aan een in het eerste lid bedoelde woonruimte onderhouds- of

verbeteringswerkzaamheden wil uitvoeren, waardoor de woonruimte tijdelijk niet bewoond kan worden, is de eigenaar verplicht:

4.

a.

de noodzakelijke geplande tijdsduur voor deze werkzaamheden aan burgemeester en wethouders

b.

de beëindiging van deze werkzaamheden te melden.

te melden; en

De eigenaar stelt, de door burgemeester en wethouders aan te wijzen, ambtenaren in de gelegenheid de woonruimte te inspecteren ter vaststelling van de vorige leden.

Hoofdstuk 3 Woonruimteverdeling Artikel 3:1 Reikwijdte 1.

Dit hoofdstuk is van toepassing op woonruimten die onder de huurprijsgrens verhuurd worden door

2.

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op:

een woningcorporatie. a.

woonruimten, bestemd voor inwoning;

c.

woonruimten verhuurd op basis van een campuscontract;

b. d. e.

onzelfstandige woonruimten;

woonruimten waarvoor burgemeester en wethouders een vergunning als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet hebben verleend; standplaatsen.

Artikel 3:2 Nadere normen van toewijzing 1.

Ten behoeve van de in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet aan de woningcorporaties gestelde voorwaarden, kunnen burgemeester en wethouders, op verzoek van de woningcorporaties nadere normen stellen ten aanzien van: a.

2.

b.

het (maximum) huishoudinkomen in relatie tot de hoogte van de huur;

de grootte van het huishouden in relatie tot de grootte van de woonruimte.

Burgemeester en wethouders informeren de gemeenten in de regio over de wijze waarop het eerste lid wordt ingevuld en monitoren jaarlijks de realisatie van de toewijzing.

Artikel 3:3 Inschrijving als woningzoekende 1.

Huishoudens die in aanmerking willen komen voor een huurwoning van een woningcorporatie

2.

Huishoudens worden op hun verzoek ingeschreven wanneer de aanvrager 18 jaar of ouder is of op

3.

schrijven zich in in het regionale register van woningzoekenden.

grond van artikel 235 of artikel 253ha van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bevoegd is verklaard. Woningcorporaties hanteren een gezamenlijk register en stellen ten aanzien van inschrijving in dat register een uniform protocol op, dat ten minste aan de volgende uitgangspunten moet voldoen: a.

het protocol wordt openbaar gemaakt;

c.

woningcorporaties stemmen het te hanteren protocol af met burgemeester en wethouders van de

b.

onderdeel van de inschrijving is de registratie van een eventuele urgentieverklaring; gemeenten waar zij werkzaam zijn.

4.

Indien het protocol naar het oordeel van burgemeester en wethouders onvoldoende voldoet aan de

5.

Woningcorporaties zullen een inschrijving laten vervallen indien:

uitgangspunten in het vorige lid treden zij binnen zes weken in overleg. a.

de woningzoekende een woonruimte heeft aanvaard; 7

Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk

b.

de woningzoekende niet meer aan de vereisten voor inschrijving voldoet;

d.

de woningzoekende is overleden;

c.

e. f. 6.

de woningzoekende het inschrijfgeld niet binnen de betalingstermijn heeft voldaan; de woningzoekende doelbewust fraudeert met zijn inschrijvingsgegevens.

In afwijking van het gestelde in het vijfde lid, onder a, zal een inschrijving niet vervallen indien: a.

b. c. d.

7.

de woningzoekende daarom verzoekt;

e.

de woningzoekende tijdelijk in een wisselwoning verblijft of tijdelijke woonruimte huurt;

de woningzoekende die een andere woonruimte accepteert op basis van een huurovereenkomst voor een bepaalde tijd, dat verzoekt;

de woningzoekende die na inschrijving op een ander woonadres in de BRP niet over zelfstandige woonruimte beschikt, dat verzoekt;

een huurder een huurovereenkomst voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 274, eerste lid, onder c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan;

de woningzoekende die een 1-kamerwoning accepteert dat verzoekt.

In aanvulling op het vijfde lid kan de inschrijving van een herstructureringskandidaat tijdelijk, voor een periode tot twee jaar na de eerste verhuizing, worden hersteld, indien: a.

b.

deze een woning heeft moeten verlaten en hiervoor een andere woning heeft geaccepteerd; en deze binnen twee jaar na de eerste woningacceptatie daarom verzoekt.

Artikel 3:4 Publicatie vrijkomende woonruimte 1. 2.

3.

Woningcorporaties bieden hun voor verhuur vrijkomende woonruimten aan in een uniform medium.

Bij de publicatie van de voor verhuur vrijkomende woonruimte geven de woningcorporaties inzicht in de toegankelijkheid van de woonruimte, zoals opgenomen in bijlage I, aansluitend bij de werkwijze vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning.

Woonruimten die op grond van artikelen 3:9, 3:10 of 3:11 zijn aangeboden en niet worden gepubliceerd moeten achteraf worden verantwoord.

Artikel 3:5 Rangorde voor woningaanbod 1.

Woningcorporaties dienen de woningzoekende, die voor een overeenkomstig artikel 3:4, eerste lid, aangeboden woonruimte in aanmerking komt, te selecteren uit de woningzoekenden die op de

betreffende woonruimte hebben gereageerd en aan de in artikel 2:6 bedoelde voorwaarden voldoen. Zij nemen daarbij de volgende rangorde in acht: a.

woningzoekenden met een urgentieverklaring als bedoeld in artikel 4:3;

c.

woningzoekenden die vallen in de categorie regionaal maatwerk als omschreven in artikel 3:7;

b.

2.

d.

woningzoekenden die vallen in de categorie lokaal maatwerk als omschreven in artikel 3:8; overige woningzoekenden.

Met in achtneming van de rangorde in categorieën woningzoekenden als bepaald in het eerste lid wordt de volgorde van belangstellenden als volgt nader vastgesteld: a.

in de gevallen waarin meerdere woningzoekenden hebben gereageerd, gaat de woningzoekende

b.

in de gevallen waarin meerdere woningzoekenden met een urgentieverklaring hebben gereageerd,

c. d.

met de langste inschrijfduur of inschrijfduur plus woonduur voor;

gaat de woningzoekende van wie de urgentieverklaring het eerst eindigt voor;

indien er meerdere woningzoekenden reageren met een gelijk aflopende urgentieverklaring is voor de onderlinge volgorde de langste inschrijfduur of woonduur bepalend;

in afwijking van het gestelde onder c gaat in het geval dat twee kandidaten met

herstructureringsvoorrang een urgentieverklaring met gelijke vervaldatum hebben, de kandidaat 8

Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk

waarvan de (CBS-)wijkcode van het huidig adres gelijk is aan de (CBS-)wijkcode van de e.

geadverteerde woonruimte voor;

in aanvulling op het gestelde onder d is voor de onderlinge volgorde de langste woonduur

bepalend, in het geval er meerdere kandidaten met een herstructureringsvoorrang zijn waarvan de (CBS-)wijkcode van het huidige adres gelijk is aan de (CBS-)wijkcode van de geadverteerde woonruimte.

Artikel 3:6 Categorieën woningzoekenden 1. 2. 3.

Voor een starter geldt bij de toewijzing van woonruimte de inschrijfduur als criterium.

Voor een doorstromer geldt bij de toewijzing van woonruimte de inschrijfduur en de woonduur op het moment van inschrijving, met een maximum van vijf jaar, als criterium.

Voor een woningzoekende met een urgentieverklaring geldt bij de toewijzing van woonruimte dat niet de inschrijfduur of woonduur leidend is, maar de datum waarop de urgentieverklaring afloopt.

Artikel 3:7 Regionaal maatwerk 1.

Woonruimten genoemd in artikel 3:1 kunnen met voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de regio, ten behoeve van het oplossen van, door burgemeester en wethouders in afstemming met betrokken partijen, te benoemen regionale

2.

categorieën knelpunten.

Van in het eerste lid omschreven regionaal maatwerk is ieder geval sprake bij: a.

b.

grote gezinnen die doorstromen binnen de regio en een corporatiewoning achterlaten kunnen met voorrang in aanmerking komen voor woonruimten gelijk aan of groter dan 80 m² woonoppervlakte;

huishoudens die een corporatiewoning achterlaten met een woonoppervlakte groter of gelijk aan 65 m² bij een eengezinswoning en groter of gelijk aan 80 m² voor overige woningtypen, kunnen

met voorrang in aanmerking komen voor woonruimten kleiner dan 80 m² die niet zijn gekenmerkt c.

als eengezinswoning;

doorstromers binnen de regio die een schaarse grote corporatiewoning achterlaten, welke is

gelabeld voor een groter huishouden, kunnen met een maximum van 5% van het vrijkomende

aanbod direct worden bemiddeld naar een “niet eengezinswoning” kleiner dan 80 m² en een huur tot en met de huurprijsgrens die gelabeld is voor een kleiner passend huishouden. Artikel 3:8 Lokaal maatwerk 1.

Woonruimten genoemd in artikel 3.1 kunnen met voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden

2.

De in het eerste lid omschreven woonruimten kunnen met voorrang worden toegewezen ten behoeve

3.

die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente.

van het oplossen van door burgemeester en wethouders, in afstemming met betrokken partijen, te benoemen lokale categorieën knelpunten op de woningmarkt.

Burgemeester en wethouders geven nadere invulling aan de onder het tweede lid genoemde categorieën knelpunten, waarbij: a.

4.

b.

de regels transparant en inzichtelijk zijn voor woningzoekenden;

er aantoonbaar sprake is van schaarste en verdringing in de benoemde categorieën knelpunten.

Burgemeester en wethouders informeren de gemeenten in de regio over de wijze waarop aan de voorgaande leden invulling wordt gegeven en monitoren jaarlijks de realisatie van toewijzing.

Artikel 3:9 Huisvesten zorg-doelgroepen 1.

Burgemeester en wethouders maken jaarlijks afspraken, met onder andere de woningcorporaties, over de hoeveelheid van de voor verhuur vrijkomende woonruimte, die uitsluitend in het kader van de 9

Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk

uitstroom uit instellingen voor Maatschappelijke Opvang, Beschermd wonen, residentiele instellingen

voor verslavingszorg, geestelijke gezondheidszorg, Jeugdzorg (met verblijf) en de huisvesting van ex2. 3. 4.

gedetineerden gericht worden toegewezen.

In aanvulling op het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders nadere regels stellen.

De woningcorporaties maken de afspraken uit het eerste lid openbaar, voordat gericht wordt toegewezen.

Burgemeester en wethouders informeren de regio over de wijze waarop het eerste lid wordt ingevuld en monitoren jaarlijks de realisatie.

Artikel 3:10 Afwijkend aanbieden 1.

2.

3.

4. 5.

6.

Een woningcorporatie kan op basis van een besluit van haar bestuur, in zwaarwegende gevallen, ten

aanzien van de zorgplicht als verhuurder een voor verhuur beschikbaar gekomen woonruimte uit eigen beheer aanbieden aan een eigen huurder.

Een woningcorporatie kan op basis van een besluit van haar bestuur in overleg met de gemeente, in

naar het oordeel van burgemeester en wethouders zwaarwegende gevallen, een ter beschikking voor verhuur gekomen woonruimte toewijzen.

Voor plaatsing op de in het tweede lid bedoelde voordracht komen in aanmerking de

woningzoekenden met een, naar het oordeel van burgermeester en wethouders, zeer hoge mate van urgentie.

Een woningcorporatie kan op basis van verhuurresultaten na overleg met burgemeester en wethouders alternatieve voorrangsbepalingen hanteren.

In het algemeen belang van volkshuisvesting, in het bijzonder de doorstroming, kunnen

woningcorporaties in overleg met en toestemming van burgemeester en wethouders beslissen dat voor aangewezen woonruimten artikel 3:5, eerste lid onder a, niet van toepassing is.

Op bovenstaande leden is een afwijkende wijze van aanbieden en andere rangordebepaling dan die in artikel 3:4 en 3:5 van toepassing.

Artikel 3:11 Directe aanbieding 1.

In afwijking van artikel 3:4 en 3:5 kunnen uitsluitend woonruimten direct worden aangeboden indien: a.

een passend aanbod moet worden gedaan aan statushouders, die op grond van en conform een

b.

personen op grond van artikel 3:7, 3:8 of 3:9 passend moeten worden gehuisvest;

c.

d. 2.

wettelijke taakstelling in de gemeente een woonruimte aangeboden moeten krijgen; er sprake is van een aanbod op grond van artikel 3:10;

woningzoekenden die op grond van artikel 4:8, vierde of vijfde lid, een urgentieverklaring hebben toegewezen gekregen.

Voor de woningzoekenden bedoeld in het eerste lid, onder d, dragen woningcorporaties regionaal zorg voor een uniforme bemiddelingslijst en het doen van een éénmalig passend woningaanbod.

Artikel 3:12 Aanbieding door loting 1.

2.

Een woonruimte kan via loting worden aangeboden, indien deze door de woningcorporatie op een wijze als bedoeld in artikel 3:4, dertien weken vruchteloos of ten minste vijftig maal tevergeefs is aangeboden aan woningzoekenden.

De rangorde van artikel 3:5 is niet van toepassing op het eerste lid.

Artikel 3:13 Verantwoording toewijzing woonruimte 1.

Woningcorporaties dienen openbaar te maken: 10

Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk

a.

de inschrijfduur of de duur van de urgentieverklaring van de woningzoekende, waaraan het

b.

de woonruimten die zijn toegewezen anders dan op grond van artikel 3:5.

gepubliceerde woningaanbod uiteindelijk is toegewezen;

Artikel 3:14 Afhandeling klachten 1.

Burgemeester en wethouders stellen een klachtencommissie in voor klachten over de uitvoering van

2.

Burgemeester en wethouders dragen zorg voor een uniform protocol ten aanzien van de

3. 4.

regels over woonruimteverdeling. klachtenafhandeling.

Burgemeester en wethouders kunnen de bevoegdheden uit het eerste en tweede lid mandateren aan de woningcorporaties.

Bij de klachtenafhandeling gelden de volgende uitgangspunten: a.

de klachtencommissie functioneert onafhankelijk van de woningcorporaties;

c.

jaarlijks, maar uiterlijk 1 maart, rapporteert de klachtencommissie over de ingediende klachten en

b.

5. 6.

d.

in de regio Haaglanden wordt een uniform klachtenprotocol gehanteerd; de afhandeling hiervan aan burgemeester en wethouders;

de klachten en afhandeling hiervan worden openbaar gemaakt.

Het oordeel van de klachtencommissie is bindend voor woningcorporaties en voor de klager.

Verhuurders overleggen op verzoek alle noodzakelijke gegevens voor beoordeling van de klacht aan de klachtencommissie.

Hoofdstuk 4 Urgentie Artikel 4:1 Bevoegdheid tot beslissen op een aanvraag om een urgentieverklaring 1.

Burgemeester en wethouders beslissen slechts op de aanvraag, nadat de toetsingscommissie over de

2.

Burgemeester en wethouders kunnen in een reglement criteria stellen die de onafhankelijkheid van de

3.

aanvraag een advies heeft uitgebracht. toetsingscommissie waarborgen.

Burgemeester en wethouders kunnen hun bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid mandateren aan een toetsingscommissie.

Artikel 4:2 Aanvraag om een urgentieverklaring 1.

Een urgentieverklaring wordt aangevraagd: a.

bij burgemeester en wethouders van de regiogemeente waar de aanvrager volgens de BRP diens

b.

bij burgemeester en wethouders van de regiogemeente waar de aanvrager wil gaan wonen, als de

c.

woonadres heeft; of,

aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 4:6, onder a; of

bij burgemeester en wethouders van de regiogemeente waar de te verlenen zorg dient plaats te vinden, bij een aanvraag op grond van artikel 4:6, onder b.

2.

Voor de aanvraag van een urgentieverklaring stellen burgemeester en wethouders een verplicht

3.

Burgemeester en wethouders kunnen het ontvangen van de onder het eerste lid genoemde aanvragen

4.

5.

formulier vast, dat de aanvrager dient in te vullen bij de aanvraag. mandateren aan de woningcorporatie.

Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na de datum van ontvangst van de

aanvraag. Zij kunnen deze termijn eenmaal verlengen met ten hoogste zes weken en maken hun besluit daartoe bekend binnen de in de vorige zin genoemde termijn.

De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van de volgende gegevens en bescheiden: 11

Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk

a.

een inschrijfnummer waaruit blijkt dat de aanvrager als woningzoekende is ingeschreven in het

b.

informatie over de aard en de oorsprong van het huisvestingsprobleem dat aan de aanvraag ten

c.

d. e.

regionale register van woningzoekenden; en grondslag ligt; en

een toelichting over welke handelingen de aanvrager heeft verricht en op welke wijze de

aanvrager heeft geprobeerd het huisvestingsprobleem op te lossen alvorens een aanvraag in te dienen; en

informatie over het inkomen en de samenstelling van het huishouden van de aanvrager; en

indien de aanvraag is gedaan op verwijzing van een instelling waar aanvrager is opgenomen dient een advies van de instantie te worden toegevoegd.

6.

Burgemeester en wethouders stellen beleidsregels vast voor het verlenen van een urgentieverklaring

7.

Burgemeester en wethouders stemmen deze beleidsregels af met de regio.

aan woningzoekenden.

Artikel 4:3 Inhoud van de urgentieverklaring 1.

De urgentieverklaring bevat een zoekprofiel voor passende woonruimte.

3.

Het zoekprofiel van een urgentieverklaring dat is toegewezen op grond van artikel 4:6 en artikel 4:7,

2.

Het zoekprofiel geeft aan welke woonruimte voor deze aanvrager passend wordt geacht.

eerste en tweede lid, bevat qua grootte en aard de meest eenvoudige woningtypen die naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn voor het oplossen van het

4. 5. 6.

huisvestingsprobleem.

Een urgentieverklaring die is toegewezen op grond van artikel 4:7, derde lid, zal de hierbij passende woningtypen bevatten.

Het zoekprofiel bevat het zoekgebied waarvoor de urgentieverklaring geldig is. De urgentieverklaring bevat naast het zoekprofiel de volgende informatie: a.

de naam, het adres en de woonplaats van de aanvrager;

c.

de periode gedurende welke de urgentieverklaring geldig is;

b. d.

het in artikel 4:2, vijfde lid, onder a, bedoelde inschrijfnummer van de aanvrager; voor hoeveel leden van het huishouden de urgentieverklaring geldig is.

Artikel 4:4 Het zoekgebied 1. 2.

Een urgentieverklaring is geldig in de regio.

Burgemeester en wethouders kunnen in beleidsregels het gebied waarin de urgentieverklaring geldig is beperken.

Artikel 4:5 Algemene weigeringsgronden urgentieverklaring

Burgemeester en wethouders weigeren de urgentieverklaring indien naar hun oordeel sprake is van één of meerdere van de volgende omstandigheden: a.

de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 2:3;

c.

de aanvrager kan het huisvestingsprobleem redelijkerwijs voorkomen of kan het

b.

d. e. f.

er geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem;

huisvestingsprobleem redelijkerwijs op een andere wijze oplossen;

het huisvestingsprobleem kon worden voorkomen of was te voorzien;

het huisvestingsprobleem kan worden opgelost door gebruik te maken van een voorliggende voorziening;

het aan de aanvraag ten grondslag liggende huisvestingsprobleem is ontstaan als gevolg van een aan de aanvrager of lid van diens huishouden toe te rekenen handelen of nalaten; 12

Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk

g.

h.

i. j. k. l.

het aan de aanvraag ten grondslag liggende huisvestingsprobleem niet of in onvoldoende mate opgelost kan worden met verhuizing naar een zelfstandige woonruimte of een ándere zelfstandige woonruimte;

de aanvraag is ingediend binnen twee jaar nadat een eerder aan aanvrager of een lid van zijn

huishouden verleende urgentieverklaring is vervallen of ingetrokken met toepassing van artikel 4:8 of artikel 4:9;

de aanvrager niet in staat is om in zijn bestaan of in de kosten van bewoning van zelfstandige woonruimte te voorzien;

het huishoudinkomen is hoger dan anderhalf maal het norminkomen van artikel 14 van de Wet op de huurtoeslag;

de aanvrager naar verwachting bij toepassing van de in artikel 3:5, eerste lid, rangorde binnen drie maanden een andere woonruimte kan krijgen;

de aanvrager woont in een onderkomen dat formeel geen zelfstandige woonruimte is, tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 4:6, eerste lid, onder a;

m. de aanvrager heeft niet eerst direct voorafgaand aan de aanvraag drie maanden zelf aantoonbaar gereageerd op het beschikbare woningaanbod, tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van

n.

artikel 4:6;

de aanvrager niet ten minste al twee jaar voorafgaand aan de aanvraag aansluitend staat

ingeschreven in de Basisregistratie personen van de gemeenten in de regio Haaglanden tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 4:6.

Artikel 4:6 Wettelijke urgentiecategorieën 1.

Een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de in artikel 4:5, onder a tot en met l, genoemde omstandigheden voordoet en de aanvrager tot tenminste één van de volgende urgentiecategorieën behoort: a.

woningzoekenden die tenminste twee maanden verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen, die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun

woonruimte hebben verlaten en waarvan de uitstroom uit die voorziening aanstaande is, indien de behoefte aan in de desbetreffende regiogemeente gelegen woonruimte als gevolg van die b.

uitstroom naar het oordeel van burgemeester en wethouders dringend noodzakelijk is;

woningzoekenden waarvan de voorziening in de behoefte aan woonruimte als gevolg van het

verlenen of ontvangen van mantelzorg naar het oordeel van burgemeester en wethouders voor aanvrager dringend noodzakelijk is.

Om te worden ingedeeld tot deze urgentiecategorie dient:

1°. de afstand tussen mantelzorgverlener en mantelzorgontvanger groter te zijn dan 5 kilometer en door verhuizing te kunnen worden teruggebracht tot minder dan 5 kilometer;

2°. de te verlenen mantelzorg uit meer dan 8 uur per week te bestaan, verspreid over tenminste 4 dagen per week.

Artikel 4:7 Overige urgentiecategorieën 1.

Een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de in artikel 4:5 genoemde

omstandigheden voordoet en indien een woonsituatie binnen de gemeente naar het oordeel van

burgemeester en wethouders door sociale of medische omstandigheden zodanig is verstoord dat: a.

b.

levensgevaar voor één of meer leden van het huishouden dreigt; of

één of meer leden van het huishouden zodanig geestelijk, emotioneel of lichamelijk belast is, dat volledige ontwrichting van het huishouden optreedt en de leden zelf niet in staat zijn dit op te lossen; 13

Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk

2.

3.

Een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de in artikel 4.5, onder a tot en met l, genoemde omstandigheden voordoet en indien een woningzoekende een door burgemeester en

wethouders toegewezen woonkostentoeslag ontvangt die structureel is en noodzaakt tot verhuizing;

Een urgentieverklaring kan worden verleend aan een herstructureringskandidaat, indien zich geen van

de in artikel 4:5, onder a tot en met l genoemde omstandigheden voordoet en er niet al eerder voor de in het actiegebied gelegen woonruimte van de herstructureringskandidaat een urgentieverklaring is afgegeven.

Artikel 4:8 Geldigheid van de urgentieverklaring 1. 2. 3.

Een urgentieverklaring is geldig voor de termijn van drie maanden.

Voor herstructureringskandidaten geldt een afwijkende geldigheidstermijn van maximaal twaalf maanden.

De urgentieverklaring vervalt:

a. nadat de houder ervan niet meer behoort tot de urgentiecategorie welke aanleiding was voor verlening van de urgentieverklaring; of,

b. bij aanvaarding van vervangende woonruimte; of, 4.

c. van rechtswege na verloop van de termijn genoemd in het eerste of tweede lid.

Binnen twee weken na afloop van de geldigheidstermijn van een toegewezen urgentieverklaring kan

een aanvraag worden ingediend voor een éénmalig woningaanbod, indien de aanvrager kan aantonen

dat deze urgentieverklaring niet binnen de termijn waarvoor deze geldig was kon worden benut en de 5.

toetsingscommissie dit bevestigend adviseert.

In afwijking van de bovenstaande leden kunnen burgemeester en wethouders besluiten, op advies van de toetsingscommissie, om een urgentieverklaring toe te wijzen voor een éénmalig bemiddelingsaanbod.

Artikel 4:9 Wijzigen en intrekken van de urgentieverklaring 1.

2.

3.

Burgemeester en wethouders trekken de urgentieverklaring in, indien: a.

bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de urgentieverklaring zou zijn

b.

de houder van de urgentieverklaring daartoe verzoekt.

geweigerd, indien de juiste of volledige gegevens verstrekt zouden zijn geweest;

Burgemeester en wethouders kunnen de urgentieverklaring wijzigen, indien bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de urgentieverklaring niet zou zijn geweigerd maar anders op de aanvraag zou zijn besloten, indien juiste of volledige gegevens verstrekt zouden zijn geweest. Ter voorbereiding van een besluit tot intrekking of wijziging van de urgentieverklaring kunnen burgemeester en wethouders zich laten adviseren door een ter zake deskundig persoon.

14

Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk

Hoofdstuk 5 Wijzigingen in de woonruimtevoorraad Artikel 5:1 Woonruimten met een vergunningplicht voor onttrekking, samenvoeging of omzetting of woningvorming 1.

De vergunningplicht van Artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 is van toepassing op alle zelfstandige

2.

Artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 is niet van toepassing op woonruimten van woningcorporaties

woonruimten gelegen in Rijswijk met een WOZ-waarde tot €450.000,-. gelegen in een actiegebied.

Artikel 5:2 Vergunningplicht onttrekking, samenvoeging of omzetting of woningvorming De in artikel 5.1 genoemde woonruimten mogen niet zonder vergunning:

a. anders dan voor bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of

gedeeltelijk aan de bestemming tot (permanente) bewoning worden onttrokken of onttrokken worden gehouden;

b. anders dan voor bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk met andere woonruimte worden samengevoegd;

c. van zelfstandige in onzelfstandige wooneenheden worden omgezet of omgezet worden gehouden. d. worden verbouwd tot twee of meer zelfstandige woonruimten.

Artikel 5:3 Aanvragen vergunning onttrekking, samenvoeging of omzetting of woningvorming

1. Een aanvraag voor een vergunning op grond van artikel 5.2 wordt ingediend door gebruik te maken van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.

2. Bij de aanvraag moeten de volgende gegevens worden verstrekt: a. naam en correspondentieadres van de aanvrager;

b. indien een gemachtigde is aangewezen, diens naam en correspondentieadres; c. straat en huisnummer, gebruiksoppervlakte en aantal kamers; d. staat van onderhoud.

3. Bij de aanvraag moet worden overlegd:

a. gegevens over de beoogde situatie in de vorm van een plattegrond en of bouwtekening; b. de verwachte huur-of koopprijs;

c. de omvang van het huishouden van de toekomstige bewoner;

d. goedkeuring van de Vereniging van Eigenaren, indien aanwezig Artikel 5:4 Beslissing over de aanvraag

1. Burgemeester en wethouders beslissen op de aanvraag voor een vergunning voor een onttrekking, samenvoeging of omzetting of woningvorming binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag.

2. Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het eerste lid voor ten hoogste 6 weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk melding gedaan aan de aanvrager.

3. Indien de vergunning wordt gevraagd ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf dan kunnen burgemeester en wethouders advies inwinnen bij de Kamer van Koophandel.

4. Indien de vergunning wordt gevraagd ten behoeve van de praktijkuitvoering door officieel erkende

medici of paramedici dan kunnen burgemeester en wethouders advies inwinnen bij de Adviescommissie Huisvesting Beoefenaars van Medische en Paramedische Beroepen.

15

Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk

Artikel 5:5 Verlenen vergunning onttrekking, samenvoeging of omzetting of woningvorming

1. Burgemeester en wethouders verlenen of weigeren de vergunning met inachtneming van artikel 21 van de Huisvestingswet 2014.

2. Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders het gediende belang van de vergunning groter is dan het belang van het behoud van de samenstelling van de woningvoorraad en/of het belang van de leefbaarheid.

3. Indien de aanvraag betrekking heeft op de onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming van één of meer betrokken woonruimten met een huurprijs beneden de huurprijsgrens, zijn ook de volgende voorwaarden van toepassing:

a. de samenvoeging, omzetting of woningvorming een woonruimte oplevert met een huurprijs beneden de huurprijsgrens;

b. bij samenvoeging de vergunning aanvrager de eigenaar-bewoner is, de woonbestemming gehandhaafd

blijft en de na samenvoeging ontstane woonruimte overeenkomstig het bepaalde in de artikelen passend is voor het huishouden;

c. de aanvraag voor een samenvoeging wordt gedaan door een verhuurder/beheerder voor een te krap

wonend huishouden dat na samenvoeging passend woont overeenkomstig het bepaalde in artikelen 2.5 en 3.2.

Artikel 5:6 Voorwaarden en voorschriften onttrekking, samenvoeging of omzetting of woningvorming 1. Aan een vergunning als bedoeld in artikel 5.2 kunnen de volgende voorwaarden en voorschriften worden verbonden:

a. het voldoen aan de eisen die betrekking hebben op overbewoning, hygiëne en overlast, zoals omschreven in afdeling 7.3 van Bouwbesluit 2012.

b. een beperkte geldingsduur van de vergunning, indien de vergunning voorziet in een tijdelijke behoefte;

c. bij het omzetten in onzelfstandige woonruimte naar meer dan vier wooneenheden doet de aanvrager een gebruiksmelding op grond van artikel 1.18 van het Bouwbesluit 2012.

d. de vergunning mag niet leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand.

2. Een tijdelijke woonruimteonttrekking wordt alleen verleend onder en met de volgende voorwaarde:

De aanvrager toont aan dat een situatie bestaat die een tijdelijke woonruimteonttrekking rechtvaardigt en waarbij vast staat dat die woonruimteonttrekking niet langer dan 5 jaar zal duren. Deze termijn bedraagt ook na verlenging niet meer dan 5 jaar.

Artikel 5:7 Weigeringsgronden onttrekking, samenvoeging of omzetting of woningvorming 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 5.2 kan worden geweigerd als:

a. naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het belang van de aanvrager;

b. het belang van de aanvrager niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning;

c. het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand;

d. na woningvorming de bewoners niet beschikken over minimaal 12 m2 gebruiksoppervlakte per persoon volgens het artikel 7.18 van Bouwbesluit 2012. Dit om overbewoning te voorkomen.

d. naar het oordeel van burgemeester en wethouders een negatief oordeel uit een Bibob-toets voortvloeit ten aanzien van het verlengen van de vergunning. 16

Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk

Artikel 5:7A Aanvullende weigeringsgronden onttrekking, samenvoeging of omzetting of woningvorming

1. Een vergunning als bedoeld in artikel 5.2, onder a, b, c en d, wordt geweigerd, indien de aanvraag ziet op een zelfstandige woonruimte met een WOZ-waarde tot €250.000,-.

2. Een vergunning als bedoeld in artikel 5:2, onder c en d wordt geweigerd indien de na omzetting of woningvorming beoogde woonruimten:

-niet wenselijk blijken omdat uit de toets aan het geldende parkeerbeleid blijkt dat niet wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

Artikel 5:8 Intrekken vergunning onttrekking, samenvoeging of omzetting of woningvorming

1. Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning als bedoeld in artikel 5.2 intrekken indien:

a. de houder van die vergunning niet binnen een jaar nadat die vergunning onherroepelijk is geworden is overgegaan tot onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming;

b. de vergunning is verleend op grond van door de houder van die vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;

c. de voorwaarden of voorschriften vastgelegd in de artikelen uit hoofdstuk 5 niet worden nageleefd;

d. de op grond van artikel 5.2, onder c, genoemde onzelfstandige woonruimten langer dan zes maanden in gebruik zijn genomen als één zelfstandige woonruimte.

2. Indien sprake is van het gebruik van woonruimte zonder de beoogde vergunning, anders dan voor

permanente bewoning of kantoor of praktijkruimte door de eigenaar, kunnen burgemeester en wethouders de woning verzegelen. De verzegeling wordt opgeheven op het moment dat de woonruimte in gebruik

wordt genomen voor bewoning, of dat de woonruimte door verhuur of verkoop opnieuw voor bewoning wordt bestemd, of indien alsnog een onttrekkingsvergunning wordt verleend. Artikel 5:9 Vergunningplicht voor kadastrale splitsing

Artikel 22 van de Huisvestingswet is van toepassing op alle gebouwen in Rijswijk, bevattende woonruimte onder de huurprijsgrens.

Artikel 5:10 Toepassing categorieën woonruimte

Burgemeester en wethouders kunnen besluiten dat het verbod als bedoeld in artikel 22 van de

Huisvestingswet 2014 uitsluitend van toepassing is op gebouwen, bevattende woonruimten die behoren tot de in bijlage II van deze verordening opgenomen categorieën woonruimten. Artikel 5:11 Aanvraag vergunning kadastrale splitsing

1. Een aanvraag van een vergunning in artikel 5.9 wordt ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.

2. Bij de aanvraag moeten de volgende gegevens worden verstrekt: a. naam en correspondentieadres van de aanvrager;

b. indien een gemachtigde is aangewezen, diens naam en correspondentieadres; c. straat en huisnummer; de kadastrale ligging en het bouwjaar van het gebouw;

d. de aard en het huidige gebruik van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft. 3. Bij de aanvraag moet worden overlegd:

a. de namen en adressen van bewoners van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft;

b. een splitsingstekening als bedoeld in artikel 109, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;

c. een taxatierapport betreffende het gebouw en de tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het gebouw, opgemaakt door een beëdigd taxateur.

d. een bouwkundig rapport omvattende een beschrijving en een beoordeling van de staat van onderhoud van het gebouw. 17

Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk

Artikel 5:12 Beslissing over de aanvraag

1. Burgemeester en wethouders nemen een beslissing over de aanvraag voor een splitsingsvergunning binnen 8 weken na ontvangt van de aanvraag.

2. Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het eerste lid eenmalig voor ten

hoogste 6 weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager. Artikel 5:13 Weigeringsgronden vergunning kadastrale splitsing

1. Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning weigeren, indien;

a. het gebouw of het gedeelte van het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft één of meerdere woonruimten bevat die verhuurd worden of laatstelijk verhuurd zijn geweest;

b. de huurprijs van één of meer van die woonruimten of voormalig woonruimten lager is dan de huurprijsgrens;

c. niet is gewaarborgd dat die woonruimte of woonruimten na de voorgenomen splitsing bestemd blijven voor bewoning;

d. het belang dat de vergunningaanvrager bij de splitsing heeft, niet opweegt tegen het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad, voor zover die voor verhuur is bestemd.

2. Burgemeester en wethouders kunnen de gevraagde splitsingsvergunning eveneens weigeren, indien: a. het gebouw of een gedeelte van het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, voor

zover het geheel of gedeeltelijk verhuurd is geweest voor bewoning, in strijd met de voorschriften van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 dan wel een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26 of 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening (Stb. 2006, 566), of met enig wettelijk voorschrift geheel of gedeeltelijk voor een ander doel dan voor bewoning in gebruik is genomen;

b. voor het gebied waarin het gebouw is gelegen waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.5 van de Wet ruimtelijke ordening van kracht is, dan wel een ontwerp voor een plan of voor een herziening daarvan in procedure is;

c. het ontwerp voor dat plan, dan wel voor de herziening daarvan ter inzage is gelegd voordat de aanvraag voor de vergunning is ingediend, dan wel, indien de aanvraag is aangehouden krachtens het eerste lid, voordat die aanhouding is geëindigd;

d. de voorgenomen splitsing nadelige gevolgen kan hebben voor de met het plan nagestreefde of na te streven doeleinden;

e. het belang dat de vergunningaanvrager bij splitsing heeft, niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van belemmering van de modernisering of vervanging;

f. de toestand van het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, zich uit een oogpunt van indeling of de staat van onderhoud geheel of ten dele tegen de splitsing verzet;

g. de desbetreffende gebreken niet door het treffen van voorzieningen of aanbrengen van verbeteringen

kunnen worden opgeheven, danwel onvoldoende verzekerd is, dat die gebreken zullen worden opgeheven.

Van gebreken is in ieder geval sprake indien burgemeester en wethouders ingevolge artikel 1b of artikel 13 van de Woningwet een aanschrijving hebben uitgevaardigd en nog niet aan deze aanschrijving is voldaan of een aanschrijving kunnen uitvaardigen.

Artikel 5:14 Geldigheidsduur afgegeven kadastrale splitsingsvergunning

Een vergunning op grond van artikel 5.9 heeft een geldigheidsduur van één jaar, tenzij in de vergunning een andere geldingsduur is vermeld.

18

Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk

Artikel 5:15 Overschrijven kadastrale splitsingsvergunning

Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning op verzoek van degene op wiens naam de

splitsingsvergunning is gesteld of van zijn rechtverkrijgende, overschrijven op de naam van een ander dan degene op wiens naam de splitsingsvergunning is gesteld.

19

Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk

Hoofdstuk 6 Standplaatsen Artikel 6:1 Gemeentelijk register standplaatszoekenden 1.

Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het aanleggen en bijhouden van een gemeentelijk

2.

In het register worden op hun verzoek als standplaatszoekenden ingeschreven de huishoudens die

register van standplaatszoekenden.

voldoen aan de volgende voorwaarden: a.

b.

3.

c.

de aanvrager is 18 jaar of ouder;

de leden van het huishouden bezitten de Nederlandse nationaliteit dan wel beschikken over een geldige verblijfstitel in Nederland;

het inschrijvingsformulier is correct en volledig ingevuld, inclusief de daarin gevraagde bijlagen.

Het gemeentelijk register vermeldt de standplaatszoekenden met inschrijfduur of herstructureringsvoorrang.

Artikel 6:2 Toewijzing 1.

Burgemeester en wethouders wijzen een vrijgekomen standplaats toe op volgorde van inschrijving in

2.

Bij gelijke registratieduur gaat de standplaatszoekende met de langste woonduur voor.

3. 4.

het gemeentelijk register of op basis van herstructurering.

Bij gelijke registratieduur en woonduur gaat de standplaatszoekende met de hoogste leeftijd voor. Bij toewijzing kan rekening gehouden worden met het samenleven in familieverband.

Artikel 6:3 Inschrijving 1.

De aanvraag voor een standplaats wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders met

2.

Bij een aanvraag om voor een standplaats legt de aanvrager de volgende gegevens over:

3. 4.

5. 6.

behulp van een door burgemeester en wethouders vastgesteld inschrijvingsformulier. a.

een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie, indien de inschrijving plaatsvindt in een

b.

zo nodig andere bescheiden die door burgemeester en wethouders voor beoordeling van de

andere gemeente dan de huidige woonplaats; aanvraag nodig geoordeeld worden.

Het inschrijvingsformulier dient volledig ingevuld te zijn inclusief de daarbij gevraagde bijlage(n). Burgemeester en wethouders bepalen of de standplaatszoekende voldoet aan de voorwaarden in

artikel 6:1, tweede lid, en gaat over tot inschrijving in het register indien aan deze voorwaarden is voldaan.

Inschrijving als standplaatszoekende kan ook ambtshalve plaatsvinden.

Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het laten registreren van de standplaatszoekenden

waaraan ambtshalve herstructureringsvoorrang is toegekend. Bij gewijzigde omstandigheden kan de toegekende herstructureringsvoorrang ambtshalve komen te vervallen.

Artikel 6:4 Bewijs van inschrijving 1.

Burgemeester en wethouders verstrekken aan standplaatszoekenden die zijn ingeschreven een bewijs van inschrijving waarop de volgende gegevens worden vermeld: -

naam van de aanvrager en het aantal meeverhuizende personen; adresgegevens;

inschrijvingsdatum;

voorranggegevens indien van toepassing.

20

Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk

2.

Als datum van inschrijving geldt de datum waarop aan de voorwaarden in artikel 6:1, tweede lid, is

3.

Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad

4.

voldaan.

de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van inschrijving in het register de datum waarop de aanvraag is aangevuld.

Als datum van een ambtshalve inschrijving geldt de datum waarop de standplaatszoekende aan de voorwaarden in artikel 6:1, tweede lid, onder a en b, voldoet en burgemeester en wethouders de standplaatszoekende heeft ingeschreven.

Artikel 6:5 Geldigheidsduur van inschrijving in het register 1. 2.

De inschrijving in het register blijft behoudens het gestelde in artikel 6:7 twee jaar geldig.

De inschrijving wordt beëindigd tenzij de standplaatszoekende binnen 4 weken na aanschrijving aan burgemeester en wethouders kenbaar heeft gemaakt dat hij/zij de inschrijving in het register standplaatszoekenden wil behouden.

Artikel 6:6 Wijziging van inschrijving in het register 1.

2.

3. 4.

5. 6. 7. 8.

De inschrijving kan op verzoek van de hoofdinschrijver op naam van de beide partners worden gesteld, indien er sprake is van een (voorgenomen) huwelijk, geregistreerd partnerschap of een samenlevingsovereenkomst.

Wordt de relatie als bedoeld in het vorige lid beëindigd, anders dan bij overlijden, en beide voormalige partners voldoen aan de inschrijvingsvoorwaarden dan kunnen beiden zich afzonderlijk laten inschrijven.

De hoofdinschrijver behoudt de registratieduur van de inschrijving.

Voor de voormalige partner, geldt het moment van bijschrijven bij de hoofdinschrijver of indien de

voormalige partner al voorafgaand aan de bijschrijving inschrijftijd had opgebouwd, het moment van de oorspronkelijke inschrijving van de voormalige partner, als registratieduur.

Wordt de relatie beëindigd door overlijden van een van de partners dan blijft de inschrijving van de nog levende overgebleven partner zijn geldigheid behouden.

Wordt de relatie beëindigd en is er sprake van een ambtshalve inschrijving, dan beslissen burgemeester en wethouders of beide partners apart worden ingeschreven.

Een ingeschrevene dient een wijziging van gegevens, zoals woonadres en gezinssamenstelling, onverwijld door te geven aan burgemeester en wethouders.

De ingeschrevenen als bedoeld in het eerste lid worden door burgemeester en wethouders van de wijziging van inschrijving schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 6:7 Doorhaling van inschrijving 1.

Burgemeester en wethouders halen een inschrijving door in het register indien: a.

de standplaatszoekende naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet meer aan de

b.

de standplaatszoekende daarom verzoekt;

c.

d. e. f.

vereisten voor inschrijving voldoet;

de standplaatszoekende komt te overlijden;

de standplaatszoekende een standplaats elders krijgt toegewezen en deze accepteert;

de standplaatszoekende een standplaats achterlaat bij toewijzing en acceptatie van een woning; de standplaatszoekende al dan niet opzettelijk foutieve gegevens verstrekt heeft bij de inschrijving of verzuimd heeft belangrijke wijzigingen bijtijds door te geven;

21

Huisvestingsverordening gemeente Rijswijk

g.

2.

de standplaatszoekende niet reageert op een aanschrijving van burgemeester en wethouders

aangaande de inschrijving of bedoeld als een controle op de inschrijving in het register, binnen vier weken na de datum van de aanschrijving.

Ingeschrevenen als bedoeld in het eerste lid worden door burgemeester en wethouders van de doorhaling van inschrijving schriftelijk in kennis gesteld.

Hoofdstuk 7 Overige bepalingen Artikel 7:1 Monitoring, verslaglegging en evaluatie 1.

2. 3.

4.

Burgemeester en wethouders en eigenaren van woonruimten, in het bijzonder woningcorporaties, zorgen jaarlijks voor een monitor van de huisvesting van nader aan te geven categorieën woningzoekenden.

Jaarlijks voor 1 april brengen eigenaren van woonruimten ten behoeve van de monitor verslag uit aan burgemeester en wethouders.

In aanvulling op het tweede lid leveren eigenaren van woonruimten voor 1 april ook de

voorraadgegevens en aanbodgegevens aan bij burgemeester en wethouders, conform de in een overeenkomst vastgelegde afspraken.

Burgemeester en wethouders overleggen met eigenaren van woonruimten, in het bijzonder

woningcorporaties, en woonconsumentenorganisaties elk jaar voor 1 juli over de werking en eventuele aanpassing van de woonruimteverdeling.

Artikel 7:2 Bestuurlijke boete 1.

2.

3.

Voor overtreding van de artikelen 8, 21 of 22 van de Huisvestingswet 2014, of het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 26 van de Huisvestingswet 2014, kunnen burgemeester en wethouders een bestuurlijke boete opleggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=d22feede-aece-461c-85c6-c9e01f535f02