22-012a 1e halfjaarrapportage 2022
Tekst van het document
Tijdens deze gesprekken zijn geen investeringen gedaan in het onderhoud van het station. Nu de gesprekken over het overdragen zijn gestopt en er een nieuwe aanpak is gekozen (het zogenoemde “handelingsperspectief”, waar u apart over wordt geïnformeerd). Kunnen we de investeringen niet langer uitstellen. In 2021 is een update gemaakt van het MeerjarenOnderhoudsPlan (MJOP). Hieruit komt naar voren dat de installaties (liften en roltrappen) gemoderniseerd dienen te worden en dat de buitengevel boven het spoor loszittende tegels heeft. Deze loszittende tegels vormen een direct veiligheidsrisico en hebben de hoogste prioriteit. De kosten voor de vervanging van de gevel, het reviseren van de roltrappen en de liften zijn niet opgenomen in de begroting en worden geschat op € 663.000 (zie Raadsinformatiebrief 22.012.088) De kapitaallasten op de begroting vanaf 2023 bedragen € 39.500. Aan de raad wordt voorgesteld het krediet beschikbaar te stellen. Vervanging bomen Sinds 2021 wordt per jaar een kwart van de Rijswijkse straatbomen op veiligheid geïnspecteerd. Uit de inspectie komen beheermaatregelen en andere aanbevelingen om zo een duurzaam bomenbestand te behouden. Vóór 2021 zijn de aanbevelingen uit deze inspecties niet naar behoren uitgevoerd, waardoor hierin een aanzienlijke achterstand is ontstaan. Deze achterstand trachten we de komende jaren in te halen.
Uit de boomveiligheidscontrole die in januari en februari 2022 is uitgevoerd bij 11.700 straatbomen, is geconcludeerd dat ca. 400 bomen moeten worden gekapt omdat deze dood, ziek of onveilig zijn. Het verwijderen en vervangen van deze bomen kost €600.000. Aan de raad wordt voorgesteld het krediet beschikbaar te stellen. Voor het verwijderen en herplanten bedragen de kapitaallasten op de begroting vanaf 2023 circa €26.000 (afschrijving van 30 jaar).
Pagina 27 van 35
Extra Voertuig Dit betreft een reguliere uitbreiding van het wagenpark in verband met toename groenareaal. Het voertuig is nog niet aangeschaft, voorgesteld wordt hiervoor € 50.000 beschikbaar gesteld te stellen. Basis op orde Krediet voor het bijwerken van concernbrede informatiesystemen (CIS) ten behoeve van de realisatie Zaakgericht Werken en Common Ground. Aan de raad wordt voorgesteld een krediet beschikbaar te stellen van € 249.000. Uitvoering visie 2022 Uitvoering Visie: (Informatiebeleidsplan 2020 - 2022) Investeringen ten behoeve van de realisatie Informatiebeleid / visie. Aan de raad wordt voorgesteld een krediet beschikbaar te stellen van € 240.000. Wettelijke verplichtingen Dit betreft krediet voor het realiseren van de benodigde aansluitingen tussen de gemeente Rijswijk en het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en de implementatie van de Baseline Informatiebeveiliging (BIO). Aan de raad wordt voorgesteld een krediet beschikbaar te stellen van € 35.000.
Pagina 28 van 35
2. KADERNOTA 2023
Pagina 29 van 35
Inleiding Deze kadernota is de opmaat richting de begroting 2023 die in november ter besluitvorming voorligt bij de raad. Hierin wordt de context geschetst waarin de begroting tot stand komt. Daarnaast worden de uitgangspunten voor de begroting 2023 uitgewerkt. Hieronder wordt achtereenvolgens besproken de huidige financiële koers die als vertrekpunt en basis dient voor de begroting. Daarna worden ontwikkelingen en risico’s benoemd. Vervolgens worden de voorgestelde uitgangspunten voor de begroting 2023 voorgelegd. Huidige koers als het vertrekpunt In de afgelopen vier jaren groeide Rijswijk van een risicovol profiel naar een meer neutraal profiel. Dit blijkt uit de onderstaande tabel met de daarbij behorende uitleg. In het benchmark rapport van BDO over de financiële gezondheid van alle gemeenten heeft Rijswijk dan ook een sprong omhoog gemaakt naar de middenmoot. Dit zijn de toetsingswaarden aan de hand waarvan bepaald kan worden hoe Rijswijk er financieel voorstaat: Kengetal Solvabiliteit Netto Schuldquote Weerstandsratio Grondexploitatie
Solide >50% <90% >1.4 <20%
Neutraal (doel 2024) 20-50% 90-130% 0,8-1,4 20-35%
Risicovol <20% >130% <0,8 >35%
In de onderstaande tabel staan de gerealiseerde ratio’s waaruit blijkt dat Rijswijk op koers ligt voor een gezond financieel profiel (zie met name kolom 2021): Kengetal Solvabiliteit Netto Schuldquote Weerstandsratio Grondexploitatie
2017 12% 147,1% 3,04 85%
Jaarrekening 2018 2019 9% 8% 162,7% 161,1% 2,35 1,44 90% 86%
2020 21% 70,7% 2,25 43%
2021 23,3% 112,4% 3,0 53,4%
Verklaring Ratio’s Solvabiliteit toont de verhouding tussen reserves (eigen vermogen) en schulden (vreemd vermogen) en laat zien in hoeverre Rijswijk aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen. Netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Weerstandsratio geeft de mate aan waarin Rijswijk met de reserves weerbaar genoeg is om de totaal financieel gekwantificeerde risico’s te dekken (output risico informatiesysteem N@RIS). Grondexploitatie betreft hoe de verhouding van de waarde van de bouwgronden (grondpositie) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten.
Wendbaarheid en weerbaarheid Aan het streven naar een gezonde financiële positie ligt ten grondslag het financieel wendbaar en weerbaar zijn in de komende jaren. Dat is nodig omdat aan de ene kant het wenselijk is om (noodzakelijke) investeringen te kunnen blijven doen in de stad, en anderzijds de financiële ruimte in tact moet blijven, óók als er (tegelijkertijd) sprake is van significante tegenvallers. In de afgelopen jaren zijn er tegenvallers genoteerd in het programma Jeugdzorg en werd duidelijk dat het verdeelsysteem van de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds herzien zal worden, wat eveneens tot tegenvallers zou kunnen leiden. Meer hierover wordt hieronder vermeld. Van de opbrengst (circa € 71 mln.) van de verkoop van de aandelen in het energiebedrijf Eneco in 2020 is een Groeifonds van € 51 mln. ingesteld en € 20 mln. aan de reserves toegevoegd. Van het Groeifonds is € 30 mln. bestemd voor de ondertunneling van de Beatrixlaan en het restant is verdeeld voor diverse revolverende fondsen, onder andere: • corona maatregelenpakket; • investeringsfonds klimaat- en energietransitie; • woonfonds; • reserve faciliteiten jongeren; • landgoederenzone; • innovatiefonds.
Pagina 30 van 35
In netbeheerder Stedin is het aandeel uitgebreid via cumulatief preferente aandelen (circa € 6,8 mln.) in verband met de noodzakelijke investeringen om het netwerk te verbeteren in het kader van de energietransitie (meer (terug)stroomleveringen door wind- en zonne-energie). Op deze wijze is het dus mogelijk geweest om investeringen te doen die goed zijn voor Rijswijk zonder dat belangrijke tegenvallers hieraan afbreuk hebben gedaan. Gelet op de ontwikkelingen die plaats (zullen) vinden, blijft handhaving van deze koers gewenst. Ontwikkelingen: handhaving van de koers Hier worden een aantal ontwikkelingen geschetst die van belang zijn om de huidige koers te handhaven. Het zijn ontwikkelingen die – al dan niet op elkaar ingrijpend – (in)direct van invloed zijn op de baten en lasten voor de komende jaren. De druk neemt toe, en daarmee het belang om de financiële wendbaarheid en weerbaarheid te blijven continueren. In de corona pandemie vanaf maart 2020 is door omvangrijke steun de economie goed overeind gebleven. Maar nu de steun stopt, gaan de faillissementen oplopen. Ook is merkbaar dat producten duurder worden en/of langere levertijden kunnen hebben wat de kosten verhoogt. Eind februari 2022 zijn de energieprijzen sterk aan het stijgen als gevolg van de oorlog die Rusland in Oekraïne voert.
Ook deze stijging is nog niet ten einde en heeft niet alleen direct effect op de bestedingsruimte maar werkt ook door in de kosten van transport en vervaardiging van producten. De inflatie is eind maart 2022 al gestegen tot circa 10%. Als tegemoetkoming heeft het Rijk kort daarna de BTW op brandstoffen verminderd. Het consumentenvertrouwen is dalend wat ook een extra effect kan hebben op de bestedingen. Door deze effecten samen zal het Rijk minder belastinginkomsten krijgen. Daarnaast moet het Rijk al meer investeren in Defensie (aangewakkerd door de oorlog in de Oekraïne) en veroorzaakt diezelfde oorlog een versnelling om alternatieven te vinden voor het Russische gas hetgeen de kosten verder verhoogt. En er zijn meer grote thema’s waarin het Rijk samen met gemeenten ook meer zal moeten investeren zoals onder andere: stikstofcrisis, co2 uitstoot verminderen, fossielvrije energiewinning verhogen, woonmogelijkheden vergroten. Niet duidelijk is nu in hoeverre de gemeenten op deze thema’s moeten toeleggen (en dus interen op het eigen vermogen). En dat geldt ook voor de huidige opvang van vluchtelingen uit de Oekraïne. Vervolgens is het duidelijk dat de rente aan het stijgen is, en wordt de kans groter dat de ECB aan het einde van dit jaar de rente feitelijk hoger heeft vastgesteld.
Recent is door het Rijk aangekondigd dat er – mede met het oog op de hierboven vermelde ontwikkelingen – bezuinigingen noodzakelijk zijn. Dit kan mogelijk gevolgen hebben voor de uitgaven van het Rijk omdat door de afgelopen jaren de schuld is opgelopen tot circa 54% van het bbp (bron Centraal Planbureau (CPB)). De Algemene Uitkering van het Gemeentefonds varieert met de hogere of lagere uitgaven van het Rijk (“trap op, trap af”). Als het Rijk (ook) kiest voor vermindering van de uitgaven, dan kan het gevolg een lagere Algemene Uitkering zijn. Omgekeerd wil een verhoging niet automatisch leiden tot een hogere Algemene Uitkering omdat het Rijk soms uitzonderingen maakt. Zo worden Klimaat-, Stikstof-, Mobiliteits- (woningen) en Groeifonds niet meegerekend voor het accres (jaarlijkse indexering Gemeentefonds). Daarnaast heeft het Rijk alleen een incidentele oplossing geboden voor de tekorten in de Jeugdzorg voor 2023. Een structurele oplossing is nog niet in zicht. Rijswijk heeft overigens een lopend actieplan opgesteld voor Jeugdzorg en WMO om met de daar uit gerealiseerde besparingen de tekorten (deels) op te vangen. De nieuwe systematiek van de herverdeling van de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds in combinatie met het bevriezen van de opschalingskorting komt neer op een ‘ingroeimodel’ (20232026) waardoor effecten ontstaan.
Voor de nieuwe Omgevingswet is een definitieve kostenbijdrage voor de gemeente nog onduidelijk. Wel is in de lopende begroting hiermee rekening gehouden ten aanzien van de voorbereiding. Deze incidentele middelen komen uit de verkochte gronden in het Havenkwartier. Dus voor 2023 en verder zullen structurele middelen vrijgemaakt moeten worden. De financiële effecten van de jaarlijkse meicirculaire zullen in de loop van juni bekend worden. Omdat deze Kadernota dan al is vastgesteld, kunnen de effecten hier niet in worden opgenomen.
Pagina 31 van 35
De bovenstaande ontwikkelingen en de daarin verwoorde risico’s zijn in aantal, impact, omvang en mogelijke optredende samenhang zodanig dat voor het handhaven van weerbaarheid en wendbaarheid een betrouwbare buffer in de begroting (positief saldo na verrekening totale lasten met baten) een absolute noodzaak is Overige uitgangspunten begroting 2023 Hieronder treft u aanvullende begrotingsuitgangspunten aan over loon- en prijsstijgingen, investeringsplan en de beleidsarme begroting. Prijsstijging Door de hierboven vermelde ontwikkelingen is het raadzaam wèl rekening te houden met inflatie, waar dit in eerdere begrotingsjaren het uitgangspunt was om dat niet te doen. Normaliter wordt de indexering gebaseerd op de Nationale consumentenprijsindex (cpi) zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB. Het indexcijfer voor 2023 wordt ingeschat op 2,4 %. Het indexcijfer voor 2022 is 5,2%. Gezien de turbulente tijden, is de inflatie zeer onzeker. De laatste maanden zijn de werkelijke inflatiecijfers (veel) hoger dan eerder gecalculeerd door het CPB. Indien nodig komen we hierop terug indien de CPB ramingen of ontwikkelingen hiertoe aanleiding geven. Subsidies aan derden Voor subsidies geldt dat in voorkomende gevallen moet worden gespecificeerd wat de verhoogde kosten zijn en waar die uit bestaan.
Omdat de inflatie zoals hierboven vermeld dit maal significant zal zijn, is het ook hier raadzaam rekening te houden met mogelijk voorkomende knelpunten in subsidieaanvragen (“minder doen voor dezelfde subsidie, óf de subsidie aanpassen en dezelfde diensten/producten verlenen”). Kostenstijgingen gemeenschappelijke regelingen In de colleges van alle Haaglandengemeenten is afgesproken dat voorafgaande aan een nieuwe begrotingscyclus gezamenlijke afspraken worden gemaakt over de financiële kaderstelling voor gemeenschappelijke regelingen (GR). Er is gezamenlijk een kaderbrief vastgesteld en verstuurd naar de verschillende gemeenschappelijke regelingen. De gemeentelijke bijdrage voor 2023 vermeerdert ten opzichte van het basisjaar 2022 met: - 2,3% voor de materiële kosten volgens de nationale consumentenprijsindex (cpi), (bijlage 09 MEV 2022). Dit cijfer is een inschatting voor het jaar 2023 (1,9%) en een verrekening van de inschatting 2020, 2021 en 2022 (totaal 0,4%); - 0,6% voor de loonkosten volgens de index prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers (bijlage 11 MEV 2022). Dit cijfer is een inschatting voor het jaar 2023 (1,9%) en een verrekening van de inschatting 2019, 2020 en 2021 (totaal 1,3%). Belasting(tarieven) In het coalitieakkoord 2018-2022 is aangegeven dat de onroerendzaakbelastingen jaarlijks worden aangepast aan de inflatie.
We verlagen als de kostenstijging op gemeentelijke diensten meevalt. We verhogen alleen als laatste middel, als dit noodzakelijk is voor de financiering van onvoorziene tekorten bijvoorbeeld bij de decentralisatie-uitkeringen in het sociaal domein of op de grondexploitatie. Ook hierbij wordt het Nationale consumentenprijsindex (cpi) aangehouden en wordt uitgegaan van 2,4%. Het achterwege laten van de inflatiecorrectie voor de OZB bedraagt ruim € 300.000 bij een indexering van 2,4%. Bij de begrotingsbehandeling in november zullen wij een voorstel doen over de hoogte van de OZB en de overige lokale lasten. De opbrengsten uit de afvalstoffenheffing en brede rioolheffing worden afzonderlijk bepaald en vastgesteld. Loonontwikkeling gemeente De huidige nieuwe CAO loopt tot 1 januari 2023. Over 2021 moest al circa € 1,9 mln. extra worden uitgegeven onder andere als gevolg van deze CAO. Een groeiende stad met groeiende ambities vergt meer personeel en van andere kwaliteit. Diverse recente onderzoeken (Berenschot, Baker Tilly, BMC en Twynstra Gudde) hebben dat getoond. Dit gecombineerd met een zeer krappe arbeidsmarkt in een regio waar vele soorten overheden elkaars concurrenten zijn, waardoor het ook moeilijk is personeel (lang) vast te houden, leidt tot bemoeilijking van snelle vervulling van vacatures en stijgende lonen.
Het risico ligt dus niet alleen op stijging van lasten maar ook op vertraging in de realisatie van programma’s en projecten.
Pagina 32 van 35
Huren Over het algemeen wordt voor huuraanpassingen 2023 2,3% verhoging gehanteerd (door CBS vastgestelde gemiddelde jaarcijfer). Ten aanzien van de huuraanpassing van het gemeentelijk woningbezit: ● de huren van de woningen uit het gemeentelijk woningbezit per 1 juli 2022 te verhogen met 2,3%; ● de huren van de woonwagens en woonwagenstandplaatsen per 1 juli 2022 te verhogen met 2,3%. Dit sluit aan bij de richtlijnen van het Rijk. Budgettair neutrale verwerking van de hiervoor genoemde begrotingsuitgangspunten De hogere inkomsten uit huren, belastingen en inflatieontwikkeling algemene uitkering zijn ter dekking van de prijsstijgingen van de materiële uitgaven (inclusief verbonden partijen), subsidieverstrekkingen en de loonontwikkeling. Er wordt uitgegaan van een budgettair neutrale verwerking. Investeringsplan 2023-2026 Voor het opstellen van het investeringsplan 2023-2026 moeten de wijzigingen op het huidige investeringsplan voldoen aan de criteria wettelijk en onoverkomelijk. De begroting moet structureel en reëel in evenwicht zijn, ook na 2025. Het ambtelijk financieel advies gelet op de bovenstaande ontwikkelingen en uitgangspunten is op hoofdlijnen: • • • • • •
•
•
Bekrachtig de huidige koers op de financiële gezondheid, zodat de gemeente weerbaar en wendbaar wordt en blijft. Zet het accres van de Gemeentefondsuitkering in om de gevolgen van de oplopende inflatie te dekken. Het accres ontstaat door oplopende rijksuitgaven (trap op, trap af systematiek) en is bedoeld om het niveau van bestaande diensten en voorzieningen in stand te houden. Neem een standpunt in hoe we de komende vier jaar om willen gaan met de mogelijkheden van het Subsidiebeleidskader. Neem daarbij een standpunt in hoe we omgaan met de inflatie in te verstrekken subsidies. Streep de stelpost Kadernota 2021. Zet in op het benutten van de middelen uit de woningbouwimpuls en het volkshuisvestingsprogramma. Optimaliseer op systematische wijze het vergroten van de inkomsten. Afhankelijk van de risico bereidheid is het verstandig een standpunt in te nemen over het begrotingssaldo. Een positief begrotingssaldo van € 2 mln. per jaar is een gezonde marge (1%) die ervoor zorgt dat tussentijdse afwijkingen niet direct tot ombuigingen hoeven te leiden. Bij een grotere risico bereidheid kan een lager overschot als uitgangspunt genomen worden. Bij een lagere risico bereidheid is een hoger overschot benodigd. BMC heeft geadviseerd over het samenspel tussen raad, college en de ambtelijke organisatie.
Uit het onderzoek van Berenschot blijkt dat de organisatie zich moet ontwikkelen en een schaalsprong moet maken, kwalitatief en kwantitatief. Advies is voor de periode 2022-2025 hiervoor voldoende middelen te alloceren. Alloceer structureel middelen vanaf 2023 voor de invoering van de Omgevingswet.
Afhankelijk van de keuzes en de ambities van de nieuwe coalitie kunnen ombuigingen wenselijk of noodzakelijk zijn. Vanuit financieel oogpunt zijn de bestuurlijke keuzemogelijkheden daartoe in kaart gebracht in het traject Transparant Begroten. De keuzemogelijkheden zijn als bijlage toegevoegd. Alle efficiency maatregelen uit Transparant Begroten zijn door het college en de raad al vastgesteld en verwerkt in het meerjarenbeeld. Dit betreft efficiencymaatregelen in de organisatie, oplopend tot € 1,1 mln. structureel. Dit is ook nodig in het kader van de nieuwe CAO (december 2021) die een nadelig structureel effect heeft van € 1 mln. (zie de toelichting op de jaarrekening). Daarnaast moet de organisatie kwalitatief en kwantitatief een schaalsprong maken, zoals ook blijkt uit de recente rapportages van externen.
Pagina 33 van 35
FINANCIEEL OVERZICHT + = voordelig - = nadelig
bedragen x € 1000,Omschrijving
Beginstand meerjarenbegroting 2022-2026
2022 Saldo 3603
2023 Saldo 1626
Stelpost kadernota 2021
2024 Saldo 1033
2025 Saldo 1317
2026 Saldo 1317
-1000
-1000
-1000
Beginstand voor de voorjaarsnota
3603
1626
33
317
317
Mutaties voorjaarsnota: Programmaontwikkelingen (A)
-4.993
-2.165
-2.165
-2.015
-2.015
Programma Algemeen Bestuur en Organisatie Vergaderingen raad ICT ondersteuning raad Rekenkamerfunctie Gemeenteraadsverkiezingen
-48 -10 -25 -5 -8
-45 -10 -25 -10
-45 -10 -25 -10
-45 -10 -25 -10
-45 -10 -25 -10
Programma Openbare Orde en Veiligheid Aanpak georganiseerde en ondermijnende criminaliteit
-231 -231
-256 -256
-256 -256
-256 -256
-256 -256
Programma Verk eer en Vervoer
-80 -30 -10 10 -50
-50
-50
-50
-50
-50
-50
-50
-50
Dividend Stedin Cumpref's Groeifonds Rijswijk
-157 -157 90 -90
-165 -165
-165 -165
-165 -165
-165 -165
Programma Onderwijs Lokaal netwerk onderwijs-bedrijfsleven Onttrekking bestemmingsreserve Corona maatregelenpakket Taalbeleidsplan
-85 -191 191 -85
-76
-76
-76
-76
-76
-76
-76
-76
Programma Sport, Cultuur en Recreatie GGD testlocatie Marimbahal GGD testlocatie Marimbahal Dotatie MOP Dotatie voorziening MOP Onderhoud De Schilp Kunst en Cultuur Onttrekking bestemmingsreserve Reparatie Kerktoren Bunkercomplex Park Overvoorde
-248 129 -40 -269 269 -150 -97 97 -157 -30
-150
-150
-150
-150
-269 269 -150
-269 269 -150
-269 269 -150
-269 269 -150
Programma Sociaal Domein Onderhoud Mr. D. Fockstraat Activiteiten integraal jeugdbeleid Onttrekking bestemmingsreserve Corona maatregelenpakket Energietoeslag 2022 Regiotaxi Woonvoorzieningen Huishoudelijke hulp en begeleiding Jeugdgezondheidszorg Overheveling algemene voorzieningen WMO Jeugd Overheveling eerstelijnsloket Uitvoeringskosten Jeugd Uitvoeringskosten Jeugd Inkomsten Overheveling budget Eerstelijnsloket Wmo en Jeugd Regionale kosten jeugdhulp
-3197 -80 -93 93 -2.164 -12 -50 -737 -139 208 -208 -97 97 490 -490 -15
-953
-953
-953
-953
-12 -50 -737 -139 208 -208
-12 -50 -737 -139 208 -208
-12 -50 -737 -139 208 -208
-12 -50 -737 -139 208 -208
490 -490 -15
490 -490 -15
490 -490 -15
490 -490 -15
Verkeersregelinstallatie Verkeersveiligheid
Onttrekking bestemmingsreserve Coronamaatregelenpakket Maaien en krozen Programma Economie en Werk en
Pagina 34 van 35
Programma Wonen en Leven Verkoopopbrengst ter dekking onderhoud Strandwalfestival Gebiedsontwikkelingen Inkomsten Gebiedsontwikkelingen Ziekte en plagen Stormschade winter 2022 Onderhoud bomen Groenonderhoud RijswijkBuiten Gebiedsuitbreiding Lasten vergunningen (WABO) Verlaging storting voorziening bouwleges Klimaatadaptatie
-947 80 -117 -1190 1190 -300 -350 -150 -90 90 -180 180 -110
-470
-470
-320
-320
-150 -90 90
-150 -90 90
-90 90
-90 90
-320
-320
-320
-320
Stand na A
-1.390
-539
-2.132
-1.698
-1.698
Algemene dek k ingsmiddelen en Onvoorzien ( B ) Retributie zendmast
4.887 7 -1.247 1.247
3.386 7
5.309 7
6.282 7
2.426 7
-142
-142
-142
Frictiekosten Huis van de Stad
Onttrekking bestemmingsreserve Huis van de Stad Huis van de Stad extra kapitaallasten meerkosten fase 2
Ondersteuning gedupeerden toeslagenaffaire Specifieke uitkering Toeslagenaffaire Gemeentefonds / Decembercirculaire Gemeentefonds / Maartbrief Gemeentefonds / Meicirculaire Budget tegemoetkoming energietoeslag Dividend BNG Bank
-100 120 643 1.975 pm 2.164 78
566 2735 pm
560 4806 pm
573 5766 pm
573 1910 pm
78
78
78
78
Stand na A + B
3.497
2.847
3.177
4.584
728
Paragraaf Bedrijfsvoering ( C ) Audiovisuele apparatuur Leer- en ontwikkeltraject Structurele doorwerking jaarrekening 2021 / organisatiekosten Werkplekapp Afschrijvingskosten investeringen Stelpost kapitaallasten
-1118 -8 -50 -1935 -10 1785 -900
-2003 -8 -50 -1935 -10
-1993 -8 -50 -1935
-1993 -8 -50 -1935
-1993 -8 -50 -1935
Stand na A + B + C
2.379
844
1.184
2.591
-1.265
Paragraaf Financiering ( D ) Rente langlopende geldlening
90 90
-540 -540
-540 -540
-540 -540
-540 -540
Stand na A + B + C + D
2.469
304
644
2.051
-1.805
Verwerk ing uitgangspunten Kadernota ( E )
-2000
-2000
-2000
-2000
-2000
Totaalstand na voorjaarsnota 2022 (beginstand + A+ B + C + D + E)
469
-1.696
-1.356
51
-3.805
Pagina 35 van 35