21-081 A. Ruimtelijke onderbouwing Lange Kleiweg 100 incl. bijlagen.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Principeverzoek: Nieuwbouwwoning aan de Lange Kleiweg 100 te Rijswijk. 02-12-2021
Colofon: Zeinstra Veerbeek Architecten ILSY-plantsoen 5 2497 GA Den Haag 070 347 85 94
info@zeinstraveerbeek.nl www.zeinstraveerbeek.nl
1
Inhoudsopgave 1.0
Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging, bestaande situatie & begrenzing 1.3 Bestemmingsplan 1.4 Het planvoornemen
2.0
Projectbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Stedenbouw 2.3 Bouwvolume 2.4 Architectuur 2.5 Materiaal en natuurinclusief bouwen 2.6 Flora en Fauna 2.7 Verkeer & parkeren
3.0
Welstand 5.1 Welstandsnota 5.2 Erfgoedcommissie/RCE 5.3 Beoordeling Welstandscommssie
6.0
15 15 15
Archeologie & Cultuurhistorie 4.1 Archeologie
5.0
9 9 9 11 11 11 11
Beleid 3.1 Europees en Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
4.0
3 5 7 7
17
19 19 21
Omgevingsaspecten 6.1 Algemeen 6.2 Geluid 6.3 Bedrijven en milieuzonering 6.4 Luchtkwaliteit 6.5 Bodem 6.6 Externe Veiligheid 6.7 Waterparagraaf 6.8 Flora en Fauna 6.9 Bezonning 6.10 Duurzaamheid 6.11 Klimaatadaptie 6.12 Kabels en Leidingen 6.13 Overige belemmeringen 6.14 Haalbaarheid en Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.15 Economische haalbaarheid 6.16 M.E.R. Beoordeling
Bijlagen
, Stikstof (Aerius berekening) ,, Archeologie bureau & booronderzoek ,,, Ecologie: Quick Scan ,9 Geluid (weg- en railverkeerslawaai) 9 %RGHP 9, Water
23 23 23 25 25 25 25 27 27 27 27 29 29 29 29 29
afb 1,2,3,: Foto’s huidige situatie
1.0 Inleiding
1.1 Aanleiding en doel De monumentale boerderij aan de Lange Kleiweg 100 en de arbeiderswoning aan de Lange Kleiweg 98 te Rijswijk worden momenteel beiden gebruikt als woning. De agrarische functie is ongeveer 40 jaar geleden beëindigd en het boerderijcomplex wordt sindsdien bewoond. De aanpalende percelen zijn de afgelopen decennia in gebruik genomen door diverse functies ten behoeve sport en recreatie.
3
Het is wenselijk om op de locatie een extra woning toe te voegen. Enerzijds en overwegend voor de voortzetting van de fam. Olsthoorn, de woning zal als een zgn. mantelzorg woning functioneren. Ook sociale veiligheid ( de enige bewoning is relatief geisoleerd van omgeving) speelt een rol om de woonfunctie uit te breiden. De familie wil graag bewoning en beheer van dit monumentale perceel voortzetten met de volgende generaties.
afb. 4: schets situatietekening
g we s jk
A4
Ri
Lange Kleiweg 98/100
Recreatie
e ng
La eg eiw
Kl Sportvelden
Sp oo rD en Ha ag ott -R er da m
5
1.2 Ligging, bestaande situatie en begrenzing De locatie is gelegen aan de zuidwestzijde van de Lange Kleiweg en heeft huisnummers 98 en 100. Beide huisnummers komen uit op één perceel (RWK01 - H - 792). Het perceel wordt ontsloten via de Lange Kleiweg. Op het perceel (afb: 6)staat het rijksmonumentale boerderijcomplex ‘Paulinaburch’ bestaande uit een langhuisboerderij met een voorgevel in neorenaissance stijl, een wagenschuur en een arbeiderswoning. Het perceel wordt aan drie zijden omsloten door percelen met daarop een evenementengebouw en haar parkeergelegenheid, een wielercircuit, sportvelden van een hockeyvereniging. De ontsluiting vindt plaats aan de noordzijde, via de Lange Kleiweg. Aan de overzijde van de Lange Kleiweg is een bosgebied gelegen. (afb 5.)
0
Het perceel is groen en er staan diverse volwassen bomen en struiken. De voortuin is aangelegd aansluitend op de architectuur van de gevel van de boerderij. De boerderij en arbeiderswoning staan op een zichtlocatie aan de weg. De wagenloods staat verder terug op de locatie en is vanaf de weg moeilijk zichtbaar. (afb 6)
La
afb. 5: luchtfoto locatie en omgeving
afb. 6: luchtfoto perceel
ng
e
ei Kl
we
g
Plannaam:
Sion - 't Haantje, tweede herziening
Datum afdruk:
2021-02-16
Naam overheid: Type plan: Planidn: Dossierstatus:
Gemeente Rijswijk bestemmingsplan NL.IMRO.0603.bpsionhaantjeherz2-VA02 geheel onherroepelijk in werking
IMRO-versie: Plan datum: Planstatus:
IMRO2012 2018-03-06 vastgesteld
Legenda
afb. 7: verbeelding bestemmingsplan
7
1.3
Bestemmingsplan
Voor het gebied Paulinaburch, geldt het bestemmingsplan “Sion –’t Haantje. Dit bestemmingsplan, de 2e herziening is vastgesteld op 06-03-2018. In het bestemmingsplan heeft het perceel Lange Kleiweg 98-100 een woonbestemming. De bestemming van het gehele perceel is enkelvoudig “Wonen I”, met de dubbelbestemming “Waardearcheologie”. Daarnaast geldt op deze locatie de parapluherziening parkeernormering Rijkswijk, deze is vastgesteld op 12 december 2018. Met dit bestemmingsplan zijn de actuele parkeernormen van de gemeente Rijswijk van toepassing verklaard.
Op de locatie zijn voor de boerderij en de arbeiderswoning een bouwvlak aangegeven. Voor de boerderij is de maximale goothoogte 4m, de bouwhoogte is 9m. Voor de arbeiderswoning geldt een lagere bouwhoogte. Hiervoor is de maximale goothoogte 4m en de bouwhoogte 7m. De bouwvlakken zijn getrokken rondom de bestaande bebouwing.
1.4
Het planvoornemen
Het voornemen bestaat om het bestaande erf te splitsen in twee afzonderlijke woonpercelen. (afb 8). De monumentale boerderij en arbeiderswoning zullen daarbij op het noordelijk perceel gehandhaafd blijven. Op het zuidelijke perceel zal de wagenloods gehandhaafd blijven waarnaast een nieuwe woning zal worden opgericht. Verzocht wordt om hiervoor een bouwvlak te creëren. Deze ruimtelijke onderbouwing geeft weer onder welke voorwaarden deze ontwikkeling gestalte kan krijgen.
Perceel splitsing
Perceel splitsing
afb. 8: afbeelding: splitsing perceel
arbeiderswoning boerderij entree Perceel A
entree Perceel B
wagenschuur woonhuis
ecologische bufferzone
afb. 9: schets locatie met toelichting
parkeren
Perceel A
Perceel B
afb. 10: gewenste opdeling percelen
2.0 Projectbeschrijving
2.1 Bestaande situatie Het huidige erf van het boerderijcomplex is ruim opgezet waarbij de arbeiderswoning en de boerderij meer aan de weg staan en een karakteriserende rol hebben op de locatie. De wagenloods ligt meer terug en wordt pas zichtbaar als men de oprijlaan oprijdt. Aan de zuid-oostzijde van het perceel is momenteel een tuin ingericht, deze dient als buffer richting de sportvelden. (afb 9) De ecologische bufferzone zal worden ingericht in overleg met de stadsecoloog van de gemeente Rijswijk. Er is op het huidige erf voldoende ruimte voor een tweede woonhuis.
2.2
Stedenbouw
Stedenbouwkundig gezien wordt het perceel gesplitst. Verder wordt er een nieuwe oprit aan de zuidkant van het perceel gerealiseerd. Het perceel wordt gesplitst in twee nieuwe percelen (afb 10). De arbeiderswoning en de boerderij staan op Perceel A. Het nieuwe woonvolume wordt geplaatst ten zuiden van de wagenloods. Beide staan op Perceel B. Perceel B zal vanaf de openbare weg amper zichtbaar zijn, de woning zal verscholen zijn achter de bomen van Perceel A. Dit is ook de wens van de opdrachtgever. Het perceel en haar nieuwe opstal zal dan ook niet concurreren met het huidige monumentale complex.
9
geplaatst. De schaal en maat van het woonhuis zal in verhouding zijn tot de boerderij en de wagenloods. (afb 11) Door het volume terugliggend te plaatsen (de voorgevel van de woning komt achter de achtergevel van het woondeel van de boerderij te liggen) hoort hij bij de schuren van het complex. Daarnaast vormt het volume samen met de wagenloods en de boerderij een ensemble en wordt er een meer beschut erf gerealiseerd. De wagenloods zal op Perceel B gebruikt gaan worden als ruimte voor hobbymatige activiteiten.
2.3 Bouwvolume Het volume dat wordt opgericht is een rechthoekig bouwvolume met een langskap. De langskap wordt uitgevoerd als een zadeldak met een hellingshoek die is gerelateerd aan de bestaande hellingshoek van de boerderij/de wagenloods. Voor de nok- en goothoogte worden twee hoogtes vastgesteld. Nokhoogte: 10m Goothoogte: 4m* *Met de goothoogte wordt in dit document bedoeld: de hoogte van de regengoot van de woning en/of de beëindiging van de kap aan de lange zijde van het bouwvolume.
Het nieuwe volume heeft eenzelfde oriëntatie als de boerderij en wordt met de voorgevel terugliggend
afb. 11: schets: het nieuwe volume wordt terugliggend geplaatst.
arbeiderswoning boerderij entree Perceel A
entree Perceel B
wagenschuur woonhuis
ecologische bufferzone
parkeren
afb. 12: schets situatietekening
11
2.4 Architectuur
de orde is op dit perceel.
Het planvoornemen betreft het bouwen van een woning ten zuidoosten van het monumentale boerderijcomplex op het nieuwe perceel. De woning krijgt qua kleurtinten en architectuur een natuurlijke uitstraling die refereert naar het woningtype schuurwoning. Er wordt gewerkt met een paviljoenachtige opzet, met een dominante kapvorm (afb 13) die qua type en hellingshoek aansluit ELMGHERHUGHULM'HNDSZRUGWYRRU]LHQYDQÁLQNH dakoverstekken.
De inrichting van de tuin zal gebeuren in nauwe samenwerking met een landschaps/tuinarchitect en de stadsecoloog van de gemeente Rijswijk.
In de gevel wisselen gesloten en open vlakken zich af. Dit zorgt voor de nodige geleding en dieptewerking in de verschijningsvorm.
2.5 Materiaal en natuurinclusief bouwen Algemeen is het ambitieniveau qua materiaalkeuze en detaillering hoog, milieuvriendelijke materialen worden waar mogelijk toegepast en ook zullen er voorzieningen worden getroffen voor de behouden/versterken van de biodiversiteit. Dit wordt in de praktijk gebracht door middel van het plaatsen van nestkasten voor bijv. vogels en vleermuizen. Hiervoor zal een samenwerking worden gezocht met een landschaps/tuinarchitect en de stadsecoloog van de gemeente.
2.6 Flora en Fauna Perceel B is momenteel de huidige tuin. Uit onderzoek is gebleken dat geen bijzondere beschermende fauna aan
2.7 Verkeer en parkeren De projectlocatie valt onder het parkeergebied Rijswijkzuid. Voor nieuwbouw geldt een parkeernorm van 2,2. Hierbij is de reservecapaciteit inbegrepen. De uitrit, zal op een eenzelfde manier worden vormgegeven als de bestaande oprit voor nummer 100. Hier zal voldoende RYHU]LFKW]LMQYRRUGHYHLOLJKHLGYDQSDVVHUHQGHÀHWVHUV voetgangers en auto’s. De inrichting van de parkeerplaatsen en de uitrit/ aansluiting op de Lange Kleiweg zullen worden uitgevoerd conform CROW richtlijnen/Duurzaam Veilig. Aangezien de ontwikkeling een enkele woning omvat is een uitgebreid verkeerstechnisch onderzoek niet nodig. Aan de noordzijde van het hoofdgebouw was altijd al een zelfstandige oprit aanwezig. Deze was ter ontsluiting van de arbeiderswoning. Er vindt dus per saldo geen vermeerdering van ontsluitingen plaats ter hoogte van dit perceel. Op de volgende pagina is de actuele situatietekening op schaal bijgevoegd.
afb. 13: impressie vogelvlucht combinatie oude en nieuwe volumes.
Parkeren
13
Lange Kleiweg
entree Perceel A
entree Perceel B
afb. 14: schets situatietekening In de tabel staat aangegeven op welke wijze parkeervoorzieningen bij woningen worden meegeteld bij het bepalen van de parkeercapaciteit. Type parkeerplaats Enkele oprit zonder garage Lange oprit zonder garage Dubbele oprit zonder garage Garage zonder oprit Garage met enkele oprit Garage met lange oprit Garage met dubbele oprit
Voorkeursafmetingen 2,5x6,0
Theoretisch aantal 1
Berekeningsaantal 0,8
2,5x12,0
2
1,0
5,0x6,0
2
1,7
2,5x6,0 2,5x6,0 + 2,5x6,0
1 2
0,4 1,0
2,5x6,0 + 2,5x12,0 2,5x6,0 + 5,0x6,0
3 3
1,3 1,8
(bron: CROW, Publicatie 182, 2008, Parkeerkencijfers – Basis voor parkeernormering)
afb. 15: tabel parkeernormen
3.0 Beleid
15
3.1 Europees en rijksbeleid
verkeersbeleid van de gemeente Rijswijk.
Het plan heeft een positieve invloed op de ruimtelijke omgeving en vindt plaats binnen de bebouwde kom. Daarom zal niet worden ingegaan op het Europese en nationale beleid inzake de ruimtelijke ordening.
3.3.3 Parkeernorm
3.2 Provinciaal beleid
De uitrit, zal op een eenzelfde manier worden vormgegeven als de bestaande oprit voor nummer 100, hier zal voldoende overzicht zijn voor de veiligheid van SDVVHUHQGHÀHWVHUVYRHWJDQJHUVHQDXWR·V
3.2.1 Ladder van duurzame verstedelijking Op dit planvoornemen is de ladder van duurzame verstedelijking niet van toepassing.
3.2.2 Omgevingsbeleid Dit plan voorziet in een binnenstedelijke ontwikkelint met daarin zorgvuldig ruimtegebruik. Daarnaast zorgt deze ontwikkeling voor een ruimtelijke kwaliteitsverbetering.
3.3 Gemeentelijk beleid Voor het geldende gemeentelijke beleid wordt verwezen naar de betreffende paragrafen in de toelichting van het bestemmingsplan “Sion- ’t Haantje ” Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 6 maart 2018. Hierin staat het vigerende beleid dat ook voor GH]HORFDWLHYDQWRHSDVVLQJLV'DDUZDDUVSHFLÀHN beleid relevant is voor de herontwikkeling wordt deze hieronder beschreven.
3.3.1 Gemeentelijk woonbeleid Met de nota woonbeleid geeft de gemeente aan op welke wijze zij wenst om te gaan met de (toekomstige) woningbehoefte. In het woonbeleid van de gemeente Rijswijk wordt niet VSHFLÀHNLQJHJDDQRSHHQHUIVSOLWVLQJWEYGHZHQVYRRU GH]HVSHFLÀHNHORFDWLH Het plan voorziet in een concrete woonbehoefte. Daarmee wordt bijgedragen aan een passend woningaanbod voor inwoners van Rijswijk.
3.3.2 Verkeersbeleid Voor deze erfsplitsing wordt een nieuwe oprit gemaakt aan de zuid-oostzijde van het huidige perceel, dit heeft verder weinig/geen invloed op de uitvoering van het
De projectlocatie valt onder het parkeergebied Rijswijkzuid. Voor nieuwbouw geldt een parkeernorm van 2,2. Hierbij is de reservecapaciteit inbegrepen. (afb 15)
De inrichting van de parkeerplaatsen en de uitrit/ aansluiting op de Lange Kleiweg zullen worden uitgevoerd conform CROW richtlijnen/Duurzaam Veilig.
Legenda ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1
5
Verwachting: geen verwachting Beleid: Geen archeologisch onderzoek nodig. Vrijstelling activiteiten: Geen beperkingen. ---------------------------------------------------------------------------------------
2 Verwachting: Lage verwachting Neolithicum Lage verwachting Brons- en IJzertijd
1
Beleid: BMA betrekken bij planontwikkeling, Controleboringen bij plannen die dieper reiken dan de Laagpakket van Walcheren en het Hollandveen, dus die tot in de top van het Laagpakket van Wormer doordringen. Vrijstelling activiteiten: 100 m² ---------------------------------------------------------------------------------------
3 Verwachting: Middelhoge verwachting Neolithicum Lage verwachting Brons- en IJzertijd
Verwachting: Hoge verwachting Neolithicum Middelhoge verwachting Brons- en IJzertijd Beleid: Vergunningsplichtig, zie WABO. Dubbelbestemming Archeologie (aanlegvergunning), vrijstelling tot een diepte van 50 cm beneden maaiveld. Geen aantastingen van de archeologische vindplaatsen toegestaan. Vrijstelling activiteiten: Geen of alleen op basis van een te bepalen diepte per gebied of vindplaats. ---------------------------------------------------------------------------------------
6 Verwachting: Hoge verwachting Neolithicum Hoge verwachting Brons- en IJzertijd Beleid: Vergunningsplichtig, zie WABO. Dubbelbestemming Archeologie (aanlegvergunning), vrijstelling tot een diepte van 50 cm beneden maaiveld. Geen aantastingen van de archeologische vindplaatsen toegestaan. Vrijstelling activiteiten: Geen of alleen op basis van een te bepalen diepte per gebied of vindplaats. ---------------------------------------------------------------------------------------
Beleid: BMA betrekken bij planontwikkeling, Controleboringen bij plannen die dieper reiken dan de Laagpakket van Walcheren en het Hollandveen, dus die tot in de top van het Laagpakket van Wormer doordringen (de top van dit laagpakket ligt op ongeveer 2 tot 5 m – NAP). Dubbelbestemming archeologie. Vrijstelling activiteiten: 100 m². Verder onderzoek of beschermende maatregelen afhankelijke van resultaten vooronderzoek.
Archeologische waarden- en beleidskaart Rijswijk Neolithicum Brons- en IJzertijd
---------------------------------------------------------------------------------------
Legenda
4
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1
Beleid: Geen archeologisch onderzoek nodig.
5
5
6
Vrijstelling activiteiten: Geen beperkingen.
1
---------------------------------------------------------------------------------------
4
2
4
Verwachting: Lage verwachting Neolithicum Lage verwachting Brons- en IJzertijd
4
1
1
4
1
3
1 1
1
Beleid: BMA betrekken bij planontwikkeling, Controleboringen bij plannen die dieper reiken dan de Laagpakket van Walcheren en het Hollandveen, dus die tot in de top van het Laagpakket van Wormer doordringen.
1
5
Verwachting: geen verwachting
---------------------------------------------------------------------------------------
3
1
3
Vrijstelling activiteiten: 100 m²
3
1
Verwachting: Middelhoge verwachting Neolithicum Lage verwachting Brons- en IJzertijd
Verwachting: Hoge verwachting Neolithicum Middelhoge verwachting Brons- en IJzertijd
Verwachting: Hoge verwachting Neolithicum Lage verwachting Brons- en IJzertijd
Beleid: Vergunningsplichtig, zie WABO. Dubbelbestemming Archeologie (aanlegvergunning), vrijstelling tot een diepte van 50 cm beneden maaiveld. Geen aantastingen van de archeologische vindplaatsen toegestaan. Vrijstelling activiteiten: Geen of alleen op basis van een te bepalen diepte per gebied of vindplaats.
Beleid: BMA betrekken bij planontwikkeling, Booronderzoek bij plannen die dieper reiken dan de Laagpakket van Walcheren en het Hollandveen, dus die tot in de top van het Laagpakket van Wormer doordringen (de top van dit laagpakket ligt op ongeveer 2 tot 5 m – NAP).
---------------------------------------------------------------------------------------
6 Verwachting: Hoge verwachting Neolithicum Hoge verwachting Brons- en IJzertijd Beleid: Vergunningsplichtig, zie WABO. Dubbelbestemming Archeologie (aanlegvergunning), vrijstelling tot een diepte van 50 cm beneden maaiveld. Geen aantastingen van de archeologische vindplaatsen toegestaan. Vrijstelling activiteiten: Geen of alleen op basis van een te bepalen diepte per gebied of vindplaats. ---------------------------------------------------------------------------------------
Beleid: BMA betrekken bij planontwikkeling, Controleboringen bij plannen die dieper reiken dan de Laagpakket van Walcheren en het Hollandveen, dus die tot in de top van het Laagpakket van Wormer doordringen (de top van dit laagpakket ligt op ongeveer 2 tot 5 m – NAP). Dubbelbestemming archeologie.
1
1
4
Vrijstelling activiteiten: Geen of alleen op basis van een te bepalen diepte per gebied of vindplaats.
---------------------------------------------------------------------------------------
1
Vergunningsplichtig, zie WABO. Dubbelbestemming archeologie, aanlegvergunning.
Vrijstelling activiteiten: 100 m². Verder onderzoek of beschermende maatregelen afhankelijke van resultaten vooronderzoek.
1
4
1
4
1
Verwachting: Hoge verwachting Neolithicum Lage verwachting Brons- en IJzertijd
1
Beleid: BMA betrekken bij planontwikkeling, Booronderzoek bij plannen die dieper reiken dan de Laagpakket van Walcheren en het Hollandveen, dus die tot in de top van het Laagpakket van Wormer doordringen (de top van dit laagpakket ligt op ongeveer 2 tot 5 m – NAP).
4
1 2
---------------------------------------------------------------------------------------
Vergunningsplichtig, zie WABO. Dubbelbestemming archeologie, aanlegvergunning.
1
Vrijstelling activiteiten: Geen of alleen op basis van een te bepalen diepte per gebied of vindplaats.
2
---------------------------------------------------------------------------------------
2
0
3
0.5
1
KILOMETERS
afb. 16: archeologiekaart
1
Legenda --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1 Geen verwachting Beleid: Geen archeologisch onderzoek nodig. Vrijstelling activiteiten: Geen beperkingen. ---------------------------------------------------------------------------------------
2 Lage verwachting Romeinse tijd Lage verwachting Late Middeleeuwen/jonger Beleid: BMA betrekken bij planontwikkeling. Eisen met betrekking tot (voor)onderzoek worden per situatie bekeken. Vrijstelling activiteiten: Vrijstelling tot 100 m² en voor werkzaamheden tot 50 cm beneden maaiveld. ---------------------------------------------------------------------------------------
3
Vrijstelling activiteiten: Vrijstelling tot 100 m² en voor werkzaamheden tot 50 c beneden maaiveld. -------------------------------------------------------------------------------------
7 Middelhoge verwachting Romeinse tijd Hoge verwachting Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd Beleid: Dubbelbestemming Archeologie (aanlegvergunning), vrijstelling tot een diepte van 50 cm beneden maaiveld. Geen aantastingen van de archeologische vindplaatsen toegestaan. Vrijstelling activiteiten: Vrijstelling tot een diepte van 50 cm beneden maaiveld
Beleid: BMA betrekken bij planontwikkeling. (Voor)onderzoek verplicht. De eisen met betrekking tot (voor)onderzoek worden per situatie bekeken. Beschermende maatregelen afhankelijke van resultaten (voor)onderzoek.
-------------------------------------------------------------------------------------
---------------------------------------------------------------------------------------
4 Lage verwachting Romeinse tijd Hoge verwachting Late Middeleeuwen/jonger
Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd
Beleid: BMA betrekken bij planontwikkeling. (Voor)onderzoek verplicht. De eisen met betrekking tot (voor)onderzoek worden per situatie bekeken. Beschermende maatregelen afhankelijke van resultaten (voor)onderzoek.
Lage verwachting Romeinse tijd Middelhoge verwachting Late Middeleeuwen/jonger
Vrijstelling activiteiten: Vrijstelling tot 100 m² en voor werkzaamheden tot 50 cm beneden maaiveld.
Archeologische waarden- en beleidskaart Rijswijk
6 Middelhoge verwachting Romeinse tijd Middelhoge verwachting Late Middeleeuwen/ Nieuwe tijd
8 Middelhoge verwachting Romeinse tijd Hoge verwachting Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd Beleid: Dubbelbestemming Archeologie (aanlegvergunning), vrijstelling tot een diepte van 50 cm beneden maaiveld. Geen aantastingen van de archeologische vindplaatsen toegestaan. Vrijstelling activiteiten: Vrijstelling tot een diepte van 50 cm beneden maaiveld -------------------------------------------------------------------------------------
Legenda
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
4
Beleid: Geen archeologisch onderzoek nodig.
7
Vrijstelling activiteiten: Geen beperkingen.
10
---------------------------------------------------------------------------------------
10
2 Lage verwachting Romeinse tijd Lage verwachting Late Middeleeuwen/jonger
4
1
2
4
1
1
8
Beleid: BMA betrekken bij planontwikkeling. Eisen met betrekking tot (voor)onderzoek worden per situatie bekeken.
3
3
8
4
1
1
10
9
2
1
7 1
1 Geen verwachting
Vrijstelling activiteiten: Vrijstelling tot 100 m² en voor werkzaamheden tot 50 cm beneden maaiveld. ---------------------------------------------------------------------------------------
3
1
1
1
4
3
6 1
Vrijstelling activiteiten: Vrijstelling tot 100 m² en voor werkzaamheden tot 50 beneden maaiveld.
7 Middelhoge verwachting Romeinse tijd Hoge verwachting Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd Beleid: Dubbelbestemming Archeologie (aanlegvergunning), vrijstelling tot een diepte van 50 cm beneden maaiveld Geen aantastingen van de archeologische vindplaatsen toegestaan. Vrijstelling activiteiten: Vrijstelling tot een diepte van 50 cm beneden maaiveld ------------------------------------------------------------------------------------
4 Lage verwachting Romeinse tijd Hoge verwachting Late Middeleeuwen/jonger
Beleid: Planologische bescherming: vergunningsplichtig, zie WABO. Dubbelbestemming archeologie, aanlegvergunning. De eisen met betrekking tot (voor)onderzoek worden per situatie bekeken. Beschermende maatregelen afhankelijke van resultaten (voor)onderzoek.
------------------------------------------------------------------------------------
Beleid: BMA betrekken bij planontwikkeling. (Voor)onderzoek verplicht. De eisen met betrekking tot (voor)onderzoek worden per situatie bekeken. Beschermende maatregelen afhankelijke van resultaten (voor)onderzoek.
---------------------------------------------------------------------------------------
1
Beleid: BMA betrekken bij planontwikkeling. (Voor)onderzoek verplicht. De eisen met betrekking tot (voor)onderzoek worden per situatie bekeken. Beschermende maatregelen afhankelijke van resultaten (voor)onderzoek.
Lage verwachting Romeinse tijd Middelhoge verwachting Late Middeleeuwen/jonger
Vrijstelling activiteiten: Vrijstelling tot 100 m² en voor werkzaamheden tot 50 cm beneden maaiveld.
10
6 Middelhoge verwachting Romeinse tijd Middelhoge verwachting Late Middeleeuwen/ Nieuwe tijd
8 Middelhoge verwachting Romeinse tijd Hoge verwachting Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd Beleid: Dubbelbestemming Archeologie (aanlegvergunning), vrijstelling tot een diepte van 50 cm beneden maaiveld Geen aantastingen van de archeologische vindplaatsen toegestaan. Vrijstelling activiteiten: Vrijstelling tot een diepte van 50 cm beneden maaiveld
Vrijstelling activiteiten: Geen of alleen op basis van een te bepalen diepte per gebied of vindplaats. ---------------------------------------------------------------------------------------
5 Lage verwachting Romeinse tijd Hoge verwachting Late Middeleeuwen (terp)
-----------------------------------------------------------------------------------Beleid: Planologische bescherming: vergunningsplichtig, zie WABO. Dubbelbestemming archeologie, aanlegvergunning. De eisen met betrekking tot (voor)onderzoek worden per situatie bekeken. Beschermende maatregelen afhankelijke van resultaten (voor)onderzoek.
1 5 1 2
6
1 1
9 4
10
2
6
Vrijstelling activiteiten: Geen of alleen op basis van een te bepalen diepte per gebied of vindplaats.
1
7
---------------------------------------------------------------------------------------
5
1
9
10
2 0
3 4
0.5
1
KILOMETERS
© 2013 Gemeente Rijswijk Afdeling Stad en Samenleving Bureau Monumentenzorg en Archeologie | Postbus 5305 2280 HH Rijswijk | Tel: (070) 326 1973 | Fax: (070) 326 1410 | E mail: archeologie@rijswijk nl | Bezoekadres: Stadhuis Rijswijk | Bogaardplein 15 | 2285 DP Rijswijk
Lage verwachting Romeinse tijd Hoge verwachting Late Middeleeuwen (terp) Beleid: Planologische bescherming: vergunningsplichtig, zie WABO. Dubbelbestemming archeologie, aanlegvergunning. De eisen met betrekking tot (voor)onderzoek worden per situatie bekeken. Beschermende maatregelen afhankelijke van resultaten (voor)onderzoek. Vrijstelling activiteiten: Geen vrijstelling. De locatie is een terp, bewoond in de twaalfde eeuw.
9 Middelhoge verwachting Romeinse tijd Hoge verwachting Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd Beleid: Dubbelbestemming Archeologie (aanlegvergunning). Geen aantastingen van de archeologische vindplaatsen toegestaan. Vrijstelling activiteiten: Vrijstelling tot een diepte van 50 cm beneden maaiveld ------------------------------------------------------------------------------------
10 Hoge verwachting Romeinse tijd Hoge verwachting Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd Beleid: Dubbelbestemming Archeologie (aanlegvergunning). Geen aantastingen van de archeologische vindplaatsen toegestaan. Vrijstelling activiteiten: Vrijstelling tot een diepte van 50 cm beneden maaiveld ------------------------------------------------------------------------------------
Beleid: Planologische bescherming: vergunningsplichtig, zie WABO. Dubbelbestemming archeologie, aanlegvergunning. De eisen met betrekking tot (voor)onderzoek worden per situatie bekeken. Beschermende maatregelen afhankelijke van resultaten (voor)onderzoek. Vrijstelling activiteiten: Geen vrijstelling. De locatie is een terp, bewoond in de twaalfde eeuw.
9 Middelhoge verwachting Romeinse tijd Hoge verwachting Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd Beleid: Dubbelbestemming Archeologie (aanlegvergunning). Geen aantastingen van de archeologische vindplaatsen toegestaan. Vrijstelling activiteiten: Vrijstelling tot een diepte van 50 cm beneden maaiveld -------------------------------------------------------------------------------------
10 Hoge verwachting Romeinse tijd Hoge verwachting Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd Beleid: Dubbelbestemming Archeologie (aanlegvergunning). Geen aantastingen van de archeologische vindplaatsen toegestaan. Vrijstelling activiteiten: Vrijstelling tot een diepte van 50 cm beneden maaiveld -------------------------------------------------------------------------------------
afb. 17: archeologiekaart
4.0 Archeologie en Cultuurhistorie
4.1 Archeologie Het archeologiebeleid is erop gericht om zoveel mogelijk materiaal ‘in situ’, dus in de context waar het sinds de depositie gelegen heeft, ongestoord te bewaren (Verdrag van Malta). Waar bodemverstoring onvermijdelijk is, zal archeologisch onderzoek moeten worden verricht. Afhankelijk van de locatie, de reeds aanwezige bodemverstoring en de mate van nieuwe verstoring zal worden besloten in hoeverre en wat voor soort archeologisch onderzoek verricht moet worden.
Wettelijk De taken op het gebied van archeologie zijn wettelijk bepaald en ook hier geldt dat bodemverstoringen zonder (aanleg)vergunning of afstemming met de gemeente in strijd zijn met de wet. Daarom is het noodzakelijk om bij nieuwe plannen, waarbij (mogelijk) bodemverstoring kan optreden, contact op te nemen met de archeologische dienst van de gemeente. Samen met de initiatiefnemer kan bepaald worden, hoe groot de kans op verstoring van het bodemarchief is en welke vervolgacties moeten plaatsvinden. Let op: niet alleen het afgraven van de grond is bodemverstoring, ook het aanbrengen van grote hoeveelheden ophoging kan ook worden gezien als een vorm van bodemverstoring.1
Locatieonderzoek Vanuit de gemeente is gereageerd op het verrichte archeologisch onderzoek. De gemaakte opmerkingen worden verwerkt in het rapport en opnieuw ter beoordeling aan de gemeente voorgelegd. Generale conclusie is dat het verrichte onderzoek geen belemmering oplevert voor de bouw van de woning.
1
Website gemeente Rijswijk
17
afb 18: Welstandskaart Gemeente Rijswijk
5.0 Welstand en Erfgoed
5.1 Welstandsnota In het bestemmingsplan worden de functie en het gebruik van de gronden en de maatvoering van de bebouwing geregeld. Het bestemmingsplan vormt de basis voor de stedenbouwkundige opzet van de wijk. De architectonische verschijningsvorm wordt gewaarborgd door middel van een welstandsnota.
19
•
het karakter van de bestaande gevelwanden wordt gerespecteerd of versterkt
•
de verhoudingen in de gevels evenwichtig van opbouw zijn.
•
eventuele ingrepen in een bestaande gevel in goede verhouding tot elkaar en tot het geheel van de gevel staan.
De huidige welstandsnota van de gemeente Rijswijk is de Welstandsnota 2015 en is vastgesteld op 16 juni 2015.
Criterium C: Passende detaillering, materiaal- en kleurgebruik
De locatie valt onder het reguliere welstandsniveau van de gemeente Rijswijk. Daarmee zal het object moeten worden getoetst aan de algemene criteria.
•
De algemene criteria vormen de basis voor de motivering op welke wijze een bouwwerk aan redelijke eisen van welstand voldoet.
de detaillering en het materiaalgebruik het karakter van het bouwwerk ondersteunen
•
het kleurgebruik afgestemd is op de omgeving
•
Ze zijn algemeen van karakter en: - geldend voor geheel Rijswijk (dus alle welstandsniveaus) - open geformuleerd, zonder stijldwang - gebaseerd op het streven naar ruimtelijke kwaliteit.
de architectonische eenheid als geheel (gevelwand, blok of straat) in evenwicht is of blijft
•
de bij het bouwwerk behorende erfafscheidingen afgestemd zijn op het gebouw en op de omgeving.
Uitgangspunt voor de algemene welstandscriteria is de aanname dat de kwaliteit van een gebouw is gerelateerd aan de volgende criteria: • Stedenbouwkundige samenhang • Evenwichtig gevelbeeld •
Passende detaillering, materiaal- en kleurgebruik
Onderstaand worden deze criteria toegelicht.
Criterium A: Stedenbouwkundige samenhang Een ontwerp voldoet aan redelijke eisen van welstand wanneer: • het bouwwerk passend is in de bestaande of toekomstige omgeving • de kwaliteit van het openbaar gebied wordt gerespecteerd of versterkt • de bestaande doorzichten en zichtlijnen gerespecteerd worden • bij markante en belangrijke stedenbouwkundige plekken voldoende uitdrukking wordt gegeven aan het belang van de locatie
Criterium B: Evenwichtig gevelbeeld Een ontwerp voldoet aan redelijke eisen van welstand wanneer:
Een ontwerp voldoet aan redelijke eisen van welstand wanneer:
Het beleid van de gemeente Rijswijk is gericht op het behouden van de architectonische kwaliteit van de bebouwing en de stedelijke samenhang. De gemeente KHHIWJHHQVSHFLÀHNHJHELHGVJHULFKWHZHOVWDQGVFULWHULD gelinkt aan het karakter van het gebied.
5.2 Erfgoedcommissie / Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed De beoogde ontwikkeling van het nieuw bouwen van een woonhuis op de locatie is in nabijheid van een rijksmonumentaal complex. Daarom zal bij de ontwikkeling van dit project ook vooroverleg plaatsvinden met een adviseur van de erfgoedcommissie van de gemeente Rijswijk en daarbij waar nodig een adviseur van de rijksdienst voor cultureel erfgoed. (dit gaat via de behandelend ambtenaar.)
Het gaat om het complex; 518127 Lange Kleiweg 100 boerderijcomplex Paulinaburch, bestaande uit: 518128 Lange Kleiweg 100 boerderij Paulinaburch (ex GM 22) (afb 19)
afb 19: boerderij Paulinaborch
afb 20: arbeidershuis
afb 21: wagenschuur
afb 22: toegangshek
21
518129 Lange Kleiweg 98 arbeidershuis (afb 20) 518130 Lange Kleiweg bij 100 wagenschuur (afb 21) 518131 Lange Kleiweg bij 100 toegangshek (afb 22) In bijlage II: Welstandstoetsing bij Monumenten
5.3 Toetsing bouwplan Het bouwplan is inmiddels getoetst door de gemeentelijke welstands/monumentencommissie. Hieronder de beoordeling van het plan.
Beoordeling door Welstandscommissie Verslag Plenaire Welstands- en Monumentencommissie Rijswijk – week 26 30 juni 2021 Aanwezig: Anke Zeinstra, Hester van Gent, Siebold Nijenhuis, Linda Driesen, Jan van de Voort, Jelke Fokkinga Bespreking bouw Schuurwoning op terrein Paulinaburch, Lange Kleiweg 100. Wordt gepresenteerd door: Remco Veerbeek (architect) & Jacqueline van der Aart, Esther Oltshoorn (opdrachtgever). Conclusie: De cie. kan zich vinden in de gekozen ontwerprichting (volume, positie in situering, hoofdvorm en materialisering). Er wordt nadere aandacht gevraagd voor • de landschappelijke invulling (aansluiting aan gebouw, inrichting terrein, relatie hoofdgebouw) met name gericht op het voelbaar houden van één visueel ongedeeld boerenerf • het in stand houden van de hiërarchie op het erf (boerderij belangrijkst, rest ondergeschikt) • een tekening met alle voorgevels om deze hiërarchie visueel te maken • een studie naar het iets bescheidener maken van de woning (zoals kleiner dakoverstek en evt. andere materialen) • het inpassen van zonnepanelen en andere elementen op het dak
6.0 Omgevingsaspecten
6.1 Algemeen Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien de beleidsvelden naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling, dient onderzocht te worden welke milieuaspecten daarbij een rol kunnen spelen. Het is daarnaast van belang om milieubelastende functies (zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden. Voor de ontwikkeling zijn de navolgende aspecten nader beschouwd. Voor deze locatie hoeft geen milieueffectrapportage te worden opgesteld.
6.2 Geluid Bij een ruimtelijk plan dient rekening te worden gehouden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beschouwing van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag in vooral de Wet geluidhinder. Daarnaast vindt de beoordeling zijn grondslag in de Wet milieubeheer en in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op grond van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect geluid kent voor een aantal bestemmingen (zoals wonen) in combinatie met een aantal typen geluidsbronnen een wettelijk kader die van belang zijn bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai. Voor andere geluidsbronnen al dan niet in combinatie met andere EHVWHPPLQJHQEHVWDDQJHHQVSHFLÀHNHZHWWHOLMNH NDGHUV7RFK]DORRNGDQDIKDQNHOLMNYDQGHVSHFLÀHNH situatie en ontwikkelingen, soms een akoestische afweging nodig zijn, dit in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’.
Wegverkeerslawaai Wegverkeerslawaai is hier aanwezig door de aanwezigheid van de rijksweg a4, ten noorden van de
23
projectlocatie. Daarnaast in beperktere mate de Lange Kleiweg als doorgaande weg.
Spoorwegverkeerslawaai Ten westen van de projectlocatie ligt de spoorweg Den Haag-Centraal – Rotterdam Centraal.
Omgevingslawaai De projectlocatie is omringd door een evenementenlocatie en sportvelden van een wielervereniging en hockeyvereniging. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting (weg- en railverkeerslawaai) ter plaatse van de nieuwe woning. Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidsbelasting vanwege de A4 hoger ligt dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Ook de hoogst toelaatbare waarde van 53 dB wordt overschreden op sommige gevels, deze gevels dienen als dove gevel uitgevoerd te worden waardoor de geluidsbelasting op deze ‘dove gevel’ niet getoetst hoeft te worden. Ook dient een hogere grenswaarde aangevraagd te worden voor de gevels waar de geluidbelasting vanwege wegverkeer hoger ligt dan 48 dB maar lager is dan 53 dB vanwege de geluidsbelasting van de A4. Deze hogere waarden zijn aangevraagd. De geluidbelasting vanwege railverkeerslawaai is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB maar lager dan de maximaal toelaatbare waarde van 68 dB. Er dient een hogere grenswaarde aangevraagd te worden voor de gevels waar de geluidbelasting hoger ligt dan 55 dB. Deze hogere waarden zijn aangevraagd en de noodzakelijke geluidwerende voorzieningen worden per gevel uitgewerkt. in een bouw akoestisch onderzoek. Dit onderzoek wordt bij de bouwaanvraag getoetst aan het Bouwbesluit.
6.3 Bedrijven en milieuzonering Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie krijgen in de nabijheid van woningen of dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven worden gesitueerd. Het doel van milieuzonering is om al vroegtijdig - in het ruimtelijk spoor - zoveel mogelijk hinder en gevaar bij woningen te beperken alsook om bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten binnen aanvaardbare
25
voorwaarden kunnen (blijven) uitvoeren. De beoogde bewoning valt buiten de milieuzonering als aangegeven in het bestemmingsplan. In de nabijheid van de nieuwe woning liggen sportvelden van met de bestemming “Sport’, en een evenementencentrum met parkeerplaats voorzien van de bestemming ‘Maatschappelijk’. De huidige woonbestemming grenst reeds aan deze bestemmingen. Voor de huidige eigenaar wordt een extra bouwvlak toegevoegd aan het perceel. Daarmee zal voor eventuele overlast van maatschappelijke- en sportvoorzieningen in de omgeving de huidige situatie maatgevend zijn. In de huidige situatie is niet gebleken dat deze afstand bezwaarlijk wordt geacht. Daarmee kan worden aangenomen dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woning. De situering van de woonbestemming wijzigt niet, waardoor functies in de omgeving niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoering.
6.4 Luchtkwaliteit Gebied niet of nabij Natura 2000 gebied. geen belemmering aan de orde. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn de luchtkwaliteitseisen opgenomen. Daarnaast zijn er luchtkwaliteitseisen opgenomen in het Besluit niet in betekende mate bijdragen (Besluit NIBM) en de bijbehorende ministeriële Regeling niet in betekende mate bijdragen (Regeling NIBM). In het Besluit NIBM en de Regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project niet in betekenende mate bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. 'HGHÀQLWLHYDQ¶QLHWLQEHWHNHQHQGHPDWH·LVYDQGH JUHQVZDDUGHYRRU12HQ30'HNRPWRYHUHHQ met 1,2 microgram/m3 (μg/m3). Als een project voor ppQVWRIGHJUHQVRYHUVFKULMGWGDQYHUVOHFKWHUW het project ‘in betekenende mate’ de luchtkwaliteit. De QRUPLVLQGH5HJHOLQJ1,%0XLWJHZHUNWLQFRQFUHWH voorbeelden, waaronder:
- woningbouw: 1.500 woningen netto bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitende wegen; - kantoorlocaties: 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij één ontsluitende weg en 200.000 m2 brutovloeroppervlak bij twee ontsluitende wegen.
Relatie tot ontwikkeling In onderhavig geval is sprake van de realisatie van 1 woning. Oordelend op basis van bovenstaande voorbeelden kan geconcludeerd worden ruim onder de genoemde aantallen wordt gebleven, zodat de JUHQVZDDUGHYDQQLHWZRUGWRYHUVFKUHGHQHQGH ontwikkeling niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
6.5 Bodem De bodem is geschikt voor beoogde woningbouw; geen vervuilingen aangetroffen. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een bodemonderzoek uitgevoerd. Geconcludeerd wordt dat er, milieuhygiënisch gezien, geen belemmeringen aanwezig zijn voor de voorgenomen bouw van een nieuwe woning.
6.6 Externe Veiligheid Het perceel ligt inderdaad op ongeveer 35 meter van een hogedruk aardgasleiding. Daarnaast ligt het op circa 140 meter afstand van de A4 waar gevaarlijke stoffen over vervoerd worden. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van beiden. Omdat het hier slechts één woning betreft zal het groepsrisico niet veranderen en is een apart onderzoek externe veiligheid naar de hoge druk aardgasleiding en en A4 waarschijnlijk niet nodig.
6.7 Waterparagraaf In het kader van de voorgenomen ontwikkeling wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie door natuurinclusief bouwen en het beperken van verharding. Daarbij wordt uitgegaan van het vasthouden van 50 mm op eigen perceel. HIervoor wordt een waterberging gerealiseerd door middel van het aanleggen van een grindkoffer of het plaatsen van retentiekratten onder de parkeerplaatsen en de oprit. Deze waterberging heeft een capaciteit voortkomend uit de Watertoets. Ter hoogte van de parkeerplaatsen wordt waterdoorlatende verharding toegepast, ook de oprit wordt uitgevoerd in de vorm van waterdoorlatende bestrating.
27
Deze oplossing is gekozen omdat bij het alternatief; het verbreden van de watergang/sloot meerdere volwassen bomen en struiken gekapt zouden moeten worden. Deze bomen staan dicht langs de watergang, hun wortelstelsel zou bij het verbreden worden aangetast. Het kappen van de bomen en struiken zou daarnaast op de locatie de biodiversiteit aantasten. Rondom de woning wordt een grindkoffer aangelegd waarop de rieten kap van de woning afvloeit, dit hemelwater zal niet wordt aangesloten op het gemeentelijke riool.
6.8 Flora en Fauna Voor de locatie is een landschapsarchitect in de arm genomen. In het ontwerp wordt, met respect voor de monumentale en nieuwe bebouwing een ontwerp gemaakt met verschillende biotopen. In het gebouw zullen verschillende nestkasten ingebouwd worden, rekening conform het pve der dieren. Daarnaast is de woning nestvriendelijk ontworpen. De grote dakoverstekken bieden veel kansen voor vogels en insecten om te schuilen en te nestelen.
dit gaat in samenspraak met stadsecoloog van de gemeente. Ten aanzien van gebiedsbescherming dient een stikstofdepositie berekening te worden uitgevoerd. Effecten op Natura 2000-gebied Westduinpark & Wapendal, Solleveld & Kapittelduinen en Meijendel & Berkheide kunnen op voorhand namelijk niet worden uitgesloten. Het projectgebied valt niet binnen gronden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland of Beschermd Weidevogelgebied. De bomen in het projectgebied maken geen deel uit van beschermde houtopstanden. Hiertoe is vanuit de Wet natuurbescherming geen meldingsplicht van toepassing. Wel moet bij eventuele kap van bomen een vergunning worden aangevraagd bij de gemeente Rijswijk. Uit de Aerius berekening is gebleken dat het plan JHHQVLJQLÀYDQWQHJDWLHYHHIIHFWHQKHHIWRSGH instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied
6.9 Bezonning
Voor andere dieren zoals egels, eekhoorns en muizen worden er in landschapsontwerp voldoende schuilplekken en nestplekken gcreëerd, dit gaat in samenspraak met stadsecoloog van de gemeente.
Voor de bezonning van woningen is er geen wettelijke eis. De woning is vrijstaand en neemt geen daglicht weg bij omliggende gebouwen.
In het kader van de voorgenomen planontwikkeling is een ecologische quick scan uitgevoerd. Uit de ecologische quickscan blijkt dat tijdens de uitvoering van de werkzaamheden rekening dient te worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen beschermde soorten, beschermde gebieden en beschermde houtopstanden.
De verwarming en koeling van de woning wordt gerealiseerd met een bodemwarmtepomp en PVpanelen. Voor het bouwsysteem wordt gebruik gemaakt van Kalkzandsteen (dubokeur) in combinatie met een demontabel staalskelet. Kalkzandsteen is een materiaal met lage milieu impact en voorzien van een Dubokeur door het NIbe. De gevel wordt opgebouwd uit een houten kolommen en verduurzaamde houten gevel beklding met daarin aluminium kozijnen. Als dak wordt er een riet gedekte kap toegepast.
Ten aanzien van soortenbescherming kan worden gemeld dat met een aantal vervolgstappen en mitigerende maatregelen overtreding van de Wet natuurbescherming kan worden voorkomen. Hiertoe wordt rekening gehouden met broedseizoenen van de oeverzwaluw en algemene broedvogels, dienen aanwezige dieren voldoende tijd te krijgen om te vluchten en moet lichtverstoring van vleermuizen in de nacht worden voorkomen. In de ecologische quick scan wordt tevens geadviseerd om natuurinclusief te bouwen. In het gebouw zullen daarom verschillende nestkasten ingebouwd worden. Daarnaast is de woning nestvriendelijk ontworpen. De grote dakoverstekken bieden veel kansen voor vogels en insecten om te schuilen en te nestelen. Voor andere dieren zoals egels, eekhoorns en muizen worden er in landschapsontwerp voldoende schuilplekken en nestplekken gecreëerd,
6.10 Duurzaamheid
Alle gebruikte bouwmaterialen worden geregistreerd bij Stichting Madaster. Hiermee wordt geregistreerd welke materialen, in welke hoeveelheid er worden gebruikt en wordt elk gebouw een grondstoffen depot.
6.11 Klimaatadaptie Convenant klimaatadaptief bouwen in ZuidHolland Eén van de grootste uitdagingen voor Nederland de komende jaren is klimaatverandering. We zullen ons moeten aanpassen aan de verwachtingen die bij dit veranderende klimaat horen: extreme neerslag, hittestress, langere periodes van droogte en een grotere
29
kans op overstromingen. Tegelijkertijd is er een enorme bouwopgave: er moeten in korte tijd veel nieuwe woningen worden gebouwd. De provincie Zuid-Holland heeft een bouwopgave van 100.000 nieuwe woningen tot 2025. Deze grote bouwopgave biedt de kans om deze woningen klimaatbestendig te ontwikkelen en hiermee schade of duurdere herstelmaatregelen in de toekomst te voorkomen. Zuid-Holland wil hiermee vooroplopen op het gebied van klimaatadaptief bouwen. De provincie heeft daarom in 2018 procesafspraken gemaakt met overheden, organisaties en marktpartijen in het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Het convenant stimuleert partijen om klimaatadaptief te bouwen en biedt daarvoor allerlei ondersteuning aan. Het doel van het convenant is het verminderen van wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit.
Relatie tot de ontwikkeling In het kader van de voorgenomen ontwikkeling wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie door natuurinclusief bouwen en het beperken van verharding. Daarbij wordt uitgegaan van het vasthouden van 50 mm op eigen perceel. Mede voor realisatie van voldoende waterberging wordt een systeem van retentiekratten of een grindkoffer aangelegd onder de oprit. De capaciteit hiervan zal voldoen aan genoemde m3 voortkomen uit de berekening van de watersleutel. Ter hoogte van de oprit en de parkeerplaatsen wordt waterdoorlatende verharding toegepast. Ten aanzien van biodiversiteit wordt de landschappelijke inrichting van het perceel nader ingevuld met aandacht voor biodiversiteit en natuurinclusiviteit, in samenspraak met de stadsecoloog van de gemeente.
6.12 Kabels en Leidingen Geen belemmeringen aangetroffen.
6.13 Overige belemmeringen Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het projectgebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming, zoals straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke. In de directe nabijheid van het projectgebied zijn geen relevante kabels of leidingen aanwezig. Ook zijn er geen beschermingszones opgenomen.
6.14 Haalbaarheid en Maatschappelijke uitvoerbaarheid De voor dit plan te maken kosten, vanwege toetsing, procedure, herziening bestemmingsplan, c.a. zullen voor rekening zijn van de vergunningsaanvrager en worden vergoed aan de gemeente. De kosten van de te realiseren in-/uitrit zijn volledig voor rekening van de vergunningaanvrager en zal ook door hem worden gerealiseerd. De woning wordt gerealiseerd op eigen grond, daarmee economisch uitvoerbaar. Hiervoor wordt nog een overeenkomst met de gemeente opgesteld. Er heeft overleg plaats gevonden met de aangrenzende sportvereniging. Die heeft geen bezwaar tegen het voorliggende plan. Het plan is daarmee maatschappelijk en economisch uitvoerbaar.
6.15 Economische uitvoerbaarheid Sinds de inwerkingtreding van de nieuwe Wro geldt de verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan wanneer ontwikkelingen, als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, planologisch mogelijk worden gemaakt en het verhaal van de kosten van de grondexploitatie niet anderszins verzekerd is. Tussen de ontwikkelaar en de gemeente Rijswijk is een anterieure overeenkomst gesloten. Het kostenverhaal is daarmee anderszins verzekerd. Een exploitatieplan hoeft niet te worden opgesteld.
6.15 M.E.R.-beoordeling Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Gezien de beperkte omvang van de voorgenomen ontwikkeling geeft dit geen aanleiding om het project aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. Daarnaast sluit de aard van de ontwikkeling aan bij het karakter en de huidige bouwmogelijkheden in de omgeving. Eventuele nadelige effecten zullen, t.o.v. de huidige situatie, dermate klein zijn dat deze QLHWVLJQLÀFDQW]XOOHQ]LMQ2PGH]HUHGHQHQZRUGW het geheel niet gezien als een stedelijke ontwikkeling waardoor een separate aanmeldnotitie niet noodzakelijk wordt geacht.
31
Bovendien zijn in deze ruimtelijke onderbouwing verschillende milieuaspecten beoordeeld. Deze milieuaspecten leiden niet tot belemmeringen voor voorgenomen ontwikkeling.
Bijlagen
I - Redengevende omschrijving II - Bij Welstandsnota Gemeente Rijswijk Welstandscriteria voor monumenten.
33
35
Smallepad 5 3811 MG Amersfoort Postbus 1600 3800 BP Amersfoort www.cultureelerfgoed.nl
Complexnummer: 518127
T 033 421 74 21 F 033 421 77 99 E info@cultureelerfgoed.nl
Complexnaam Paulinaburch Aantal complexonderdelen
Monumentnummers van complexonderdelen
4
518128, 518129, 518130, 518131
Woonplaats
Gemeente
Provincie
Rijswijk
Rijswijk
Zuid-Holland
Hoofdadres van hoofdobject Lange Kleiweg 100, 2288 GR Rijswijk Complexomschrijving Inleiding Het boerderijcomplex genaamd "Paulinaburch" bestaande uit een BOERDERIJ van het langhuistype, een WAGENSCHUUR, een ARBEIDERSWONING en een TOEGANGSHEK, is evenals de boerderij "Vlietzigt" (Jaagpad 7), die hier op lijkt in opdracht van de heer Repelaer gebouwd. De boerderij kwam tussen 1885 en 1890 gereed en heeft een trapgevel als voorgevel met elementen uit de neorenaissance. De wagenschuur bij Paulinaburch, kwam in dezelfde periode als de boerderij tot stand en is in Traditioneel Ambachtelijke stijl gebouwd. De landarbeiderswoning werd in 1922 aan het erf toegevoegd en is eveneens in Traditioneel Ambachtelijke stijl gebouwd. Het smeedijzeren hek uit het eind van de 19de eeuw, geeft toegang tot een korte oprijlaan die omzoomd is met geknotte leilindes. N.B. de boerderij is enkele jaren geleden gerestaureerd, hierbij is het woonhuisgedeelte ingrijpend gewijzigd, de stal is in de oorspronkelijke staat gehandhaafd. Omschrijving Het in het buitengebied van Rijswijk gelegen boerderijcomplex ligt iets van de weg terug en wordt aan de straatzijde begrensd door een sloot. De langhuisboerderij staat met de kopse voorgevel naar de weg gericht, westelijk daarvan staat de arbeiderswoning met de noklijn evenwijdig aan de straat.
De wagenschuur staat achter op het erf, oostelijk van de boerderij langs de oprijlaan. Het toegangshek staat aan de straatzijde, in het verlengde van de oostelijk van de boerderij gelegen, noord-zuid lopende met lindebomen beplante oprijlaan. Voor de boerderij is een formele tuin
* Dit gegeven is onderdeel van het rijksmonumentenregister ** Dit is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument Datum van downloaden 15 maart 2021
Pagina: 1 / 9
aangelegd, de arbeiderswoning heeft aan de voorzijde een moestuin. Op het achtererf van de arbeiderswoning staat een houten schuur. Waardering Het boerderijcomplex met de naam "Paulinaburch", is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een boerderijcomplex met een karakteristieke en streekeigen erfbebouwing. Van architectuurhistorische waarde als voorbeeld van een langhuisboerderij met een door stadse woonhuizen beïnvloede voorgevel in neorenaissancestijl. De overige onderdelen kenmerken zich door een, voor de functie karakteristieke, Traditioneel Ambachtelijke bouwwijze en de daarbij horende detaillering. Het complex is gaaf in opzet, de onderdelen zijn redelijk gaaf in hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering. Het complex heeft ensemblewaarde vanwege de ruimtelijke en functionele verbondenheid van de verschillende complex-onderdelen. Het complex is beeldbepalend gelegen aan de Lange Kleiweg in het buitengebied van Rijswijk.
* Dit gegeven is onderdeel van het rijksmonumentenregister ** Dit is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument Datum van downloaden 15 maart 2021
Pagina: 2 / 9
37
Monumentnummer*: 518128 Status:
rijksmonument
Inschrijving register*:
10 augustus 2001
Kadaster deel/nr:
17541/46
Complexnummer
Complexnaam
518127
Paulinaburch
Woonplaats*
Gemeente*
Provincie*
Rijswijk
Rijswijk
Zuid-Holland
Straat*
Nr*
Lange Kleiweg
100
Toev.*
Kadastrale gemeente*
Sectie*
Rijswijk
H
Postcode*
Woonplaats*
2288 GR
Rijswijk
Kad. object*
Appartement
Situering
Locatie
Grondperceel 792
Rijksmonumentomschrijving** Inleiding BOERDERIJ van het langhuistype, maakt onderdeel uit van het boerderijcomplex "Paulinaburch", gebouwd tussen 1885 en 1890 in opdracht van de heer Repelaer met een voorgevel met stedelijke allure uitgevoerd in neorenaissancestijl. Omschrijving Boerderij bestaande uit een twee bouwlagen tellend, onderkelderd, woonhuis en een smaller schuurgedeelte. De gevels zijn vanaf een gepleisterde plint opgetrokken in rode baksteen met zijgevels van grauwe baksteen (kruisverband met knipvoeg). Het zadeldak is gedekt met verbeterde Hollandse pannen, op het lager gelegen zadeldak van de stal liggen gesmoorde oudhollandse pannen. De voorgevel (noord) is een trapgevel met sierankers en een windvaan in de top. De zesruits schuifvensters bevinden zich onder korfbogen met gepleisterde aanzet- en sluitstenen met diamantkop. In de boogvelden is siermetselwerk aangebracht. In het rechter deel van de gevel zijn twee keldervensters geplaatst, verder is de gevel symmetrisch opgebouwd met een centraal geplaatste entree die bestaat uit een paneeldeur met sierroosters onder een gebogen fronton. De deur heeft een bovenlicht met een gietijzeren levensboommotief. Aan weerszijden van de entree zijn twee vensters, op de verdieping zijn drie vensters met zes ramen geplaatst.
De linker zijgevel van het woonhuis (oost) heeft drie zesruits schuifvensters en een entree binnen een houten omlijsting met kroonlijst. De deur bevindt zich onder een bovenlicht met levensboom. De iets terugliggende
* Dit gegeven is onderdeel van het rijksmonumentenregister ** Dit is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument Datum van downloaden 15 maart 2021
Pagina: 3 / 9
stalgevel bevat gietijzeren stalvensters, twee rondboogvormige staldeuren, een dubbele rechtgesloten inrijdeur en een hooiluik. De achtergevel van de boerderij is gepleisterd en voorzien van twee stalvensters. De linker gevel van het woonhuis bezit drie keldervensters, drie zesruits schuifvensters en een gedeelde deur. In de stal zijn gebogen stalvensters geplaatst, een dubbele rechtgesloten deur binnen een gepleisterde omlijsting, een rondboogvormige en een rechtgesloten deur. In de gevel zijn muurankers bevestigd. Interieur Van het interieur zijn slechts vermeldenswaard de houten standvinken, groepen, een trog en klinkerbestrating in de driebeukige stal. Waardering De boerderij van het langhuistype is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een streekeigen boerderijtype. Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf bewaard voorbeeld van een boerderij met een voorname voorgevel in neorenaissancestijl. De boerderij is gaaf in hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering van het exterieur. Het stalgedeelte heeft nog een gave indeling en onderdelen. De boerderij heeft ensemblewaarde als onderdeel van het boerderijcomplex met een beeldbepalende ligging in het buitengebied van Rijswijk.
Hoofdcategorie
Subcategorie
Functie
Boerderijen, molens en bedrijven
Boerderij (M)
Boerderij(M1)
* Dit gegeven is onderdeel van het rijksmonumentenregister ** Dit is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument Datum van downloaden 15 maart 2021
Pagina: 4 / 9
39
Monumentnummer*: 518129 Status:
rijksmonument
Inschrijving register*:
10 augustus 2001
Kadaster deel/nr:
17541/46
Complexnummer
Complexnaam
518127
Paulinaburch
Woonplaats*
Gemeente*
Provincie*
Rijswijk
Rijswijk
Zuid-Holland
Straat*
Nr*
Lange Kleiweg
98
Toev.*
Kadastrale gemeente*
Sectie*
Rijswijk
H
Postcode*
Woonplaats*
2288 GR
Rijswijk
Kad. object*
Appartement
Situering
Locatie
Grondperceel 792
Rijksmonumentomschrijving** Inleiding ARBEIDERSHUIS deel uitmakend van het in 1922 gebouwde boerderijcomplex "Paulinaburch" en opgetrokken in Traditioneel Ambachtelijke stijl. Omschrijving Eenlaags, deels onderkelderd pand opgetrokken in grauwe baksteen (kruisverband met knipvoeg). Het afgewolfde schilddak is gedekt met rode Tuile du Nord en heeft pirons op de nokeindenen windveren met hangstijlen. De vensters van het pand zijn overwegend T-schuifvensters onder een zesruits bovenlicht, voorzien van luiken. De voorgevel aan de straatzijde (noord) heeft over driekwart van de gevel een veranda onder een doorlopend dakschild dat rust op houten kolommen met schoren. Achter de veranda zijn twee vensters geplaatst. In het linker geveldeel bevindt zich een smal venster onder vierruits bovenlicht. De beide zijgevels hebben op de begane grond en ter plaatse van de zolderverdieping een venster. In de achtergevel bevindt zich, in een kleine uitbouw, de entree met bovenlicht en een kelderluik. Interieur De oorspronkelijke indeling van het pand is herkenbaar. In de woonkamer bevindt zich een bedstee. Waardering