21-081 A. Ruimtelijke onderbouwing Lange Kleiweg 100 incl. bijlagen.pdf
Tekst van het document
* Dit gegeven is onderdeel van het rijksmonumentenregister ** Dit is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument Datum van downloaden 15 maart 2021
Pagina: 5 / 9
Arbeidershuisje van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als voorbeeld van een voor de streek bijzonder agrarisch gebouwtype met een sobere maar zorgvuldig gedetailleerde verschijningsvorm. Het pand is gaaf in hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering. Het pand heeft ensemblewaarde als onderdeel van het boerderijcomplex "Paulinaburch", met een beeldbepalende ligging in het buitengebied van Rijswijk.
Hoofdcategorie
Subcategorie
Functie
Woningen en woningbouwcomplexen
Bedrijfs-,fabriekswoning
Landarbeiderswoning
* Dit gegeven is onderdeel van het rijksmonumentenregister ** Dit is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument Datum van downloaden 15 maart 2021
Pagina: 6 / 9
41
Monumentnummer*: 518130 Status:
rijksmonument
Inschrijving register*:
10 augustus 2001
Kadaster deel/nr:
17541/46
Complexnummer
Complexnaam
518127
Paulinaburch
Woonplaats*
Gemeente*
Provincie*
Rijswijk
Rijswijk
Zuid-Holland
Straat*
Nr*
Lange Kleiweg
100
Toev.*
Kadastrale gemeente*
Sectie*
Rijswijk
H
Postcode*
Woonplaats*
Situering
2288 GR
Rijswijk
Bij
Kad. object*
Appartement
Locatie
Grondperceel 792
Rijksmonumentomschrijving** Inleiding WAGENSCHUUR, deel uitmakend van het boerderijcomplex "Paulinaburch", gebouwd in opdracht van de heer Repelaer, tegelijk met de bouw van de boerderij, tussen 1885 en 1890 in Traditioneel Ambachtelijke stijl. Omschrijving Eenlaags pand opgetrokken in gele strengpersteen met strekken en rollagen rond de muuropeningen van rode baksteen. Het zadeldak tussen trapgevels is gedekt met gesmoorde oudhollandse pannen. In de kopse gevel aan de noordzijde is ter plaatste van de zolderverdieping een rozetvenster geplaatst. Daaronder bevinden zich twee getoogde stalvensters met roedenverdeling (type wybertje). In de voorgevel (west) is een dubbele staldeur geplaatst onder een hooiluik. Aan weerszijden hiervan bevindt zich een staldeur met vierruits bovenlicht. De achtergevel bevat drie getoogde stalvensters van het eerder genoemde type. Waardering De wagenschuur is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als voorbeeld van kenmerkende agrarische bebouwing, gebouwd in een sobere Traditioneel Ambachtelijke bouwstijl met een
* Dit gegeven is onderdeel van het rijksmonumentenregister ** Dit is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument Datum van downloaden 15 maart 2021
Pagina: 7 / 9
zorgvuldige detaillering. Het pand is gaaf in hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering. Het pand heeft ensemblewaarde als functioneel en ruimtelijk onderdeel van het boerderijcomplex met een beeldbepalende ligging in het buitengebied van Rijswijk.
Hoofdcategorie
Subcategorie
Functie
Boerderijen, molens en bedrijven
Boerderij (M)
Wagenschuur(M)
* Dit gegeven is onderdeel van het rijksmonumentenregister ** Dit is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument Datum van downloaden 15 maart 2021
Pagina: 8 / 9
43
Monumentnummer*: 518131 Status:
rijksmonument
Inschrijving register*:
10 augustus 2001
Kadaster deel/nr:
17541/46
Complexnummer
Complexnaam
518127
Paulinaburch
Woonplaats*
Gemeente*
Provincie*
Rijswijk
Rijswijk
Zuid-Holland
Straat*
Nr*
Lange Kleiweg
100
Toev.*
Kadastrale gemeente*
Sectie*
Rijswijk
H
Postcode*
Woonplaats*
Situering
2288 GR
Rijswijk
Bij
Kad. object*
Appartement
Locatie
Grondperceel 792
Rijksmonumentomschrijving** Inleiding TOEGANGSHEK als onderdeel van het boerderijcomplex "Paulinaburch", uit laatste decennium van de 19de eeuw; geplaatst bij de oprijlaan tot het erf. N.B. het hek is begin jaren negentig van de 20ste eeuw gerestaureerd. Omschrijving Toegangshek bestaande uit smeedijzeren hekpijlers met daarop de naam "PAULINA" en "BURCH", voorzien van wangen met gesmede krullen. Daartussen een dubbel draaihek met spijlen eindigend in pieken. Waardering Toegangshek, van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde en de ensemblewaarde als voorbeeld van een zorgvuldig gedetailleerd hekwerk behorend bij een boerderijcomplex.
Hoofdcategorie
Subcategorie
Functie
Voorwerpen op pleinen en dergelijke
Erfscheiding(D)
Toegangshek
* Dit gegeven is onderdeel van het rijksmonumentenregister ** Dit is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument Datum van downloaden 15 maart 2021
Pagina: 9 / 9
Bijlage 2. BIJ WELSTANDSNOTA GEMEENTE RIJSWIJK WELSTANDSCRITERIA VOOR MONUMENTEN
Ǥͷ
Monumenten hebben - als objecten van algemeen belang vanwege de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde - een bijzondere invloed op de beeldkwaliteit, reden waarom zij zijn aangewezen als rijks- en/of gemeentelijke monumenten. In de bijlagen zijn overzichten van alle rijks- en gemeentelijke monumenten gegeven. In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is een waarborg opgenomen met betrekking tot omgevingsvergunningvrije bouwwerken in relatie tot monumenten. Omgevingsvergunningvrije bouwwerken zijn omgevingsvergunningsplichtig als deze worden geplaatst in, bij, op of aan een monument of daar waar een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening van toepassing is. Monumenten zijn niet alleen op zichzelf interessant, maar ook om hun samenhang of juist contrastwerking met de omgeving. Soms maken monumenten deel uit van hun oorspronkelijke omgeving. Het kan dan gaan om een woonhuis in een straatwand, om een 18e eeuwse boerderij in een historisch lint of om een buitenplaats in een landelijk gebied. Niet alleen de monumenten zelf, maar ook hun directe omgeving verdienen bijzondere aandacht. De directe omgeving wordt gevormd door naast- en tegenoverliggende panden. De omvang van zo’n gebied is moeilijk te definiëren.
Uit praktisch oogpunt is er daarom voor gekozen de beide panden of percelen aan weerszijden onder intensieve welstandstoetsing te laten vallen. De toevoeging van intensieve welstandstoetsing voor de naaste omgeving geldt vooral voor gebieden, waar monumenten geïsoleerd in een omgeving van niet-monumentale objecten voorkomen die onder reguliere welstandstoetsing vallen. Wanneer een monument duidelijk deel uitmaakt van een architectonische eenheid, geldt de intensieve welstandstoetsing voor de architectonische eenheid als geheel.
Ǥ Voor een beschrijving van alle rijks- en gemeentelijke monumenten wordt doorverwezen naar de redengevende omschrijving van ieder monument. De redengevende omschrijving bij het monument geeft aan waarom het gebouw op de lijst is geplaatst. Daaraan kan vaak ook informatie worden ontleend over de relatie van het monument met zijn omgeving. Bij gemeentelijke monumenten en recentere aangewezen Rijksmonumenten is de redengevende omschrijving vrij uitgebreid. Bij de oudere rijksmonumenten en de overige monumenten is hier helaas geen sprake van. Het is aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om deze te actualiseren. Niet duidelijk is óf de komende jaren de beschrijvingen worden geactualiseerd De meest recente versie van monumentenlijst en monumentenkaart zijn beschikbaar via de gemeente. In de Bijlagen 6 en 7 zijn de monumentenlijsten
opgenomen.
Ǥ Voor de monumenten zelf geldt dat alle ingrepen op basis van de Monumentenwet en/of de Monumentenverordening beoordeeld worden op de zorgvuldigheid, waarmee ze de oorspronkelijke architectuur; materiaaltoepassing, detaillering en kleurgebruik respecteren cq. restaureren. Dit sluit een eventuele stijlbreuk niet uit.
Ǥͺ Bij monumenten kan het erf of de tuin van belang zijn. Het voorkomen van de verstening van het groen (wanneer geen omgevingsvergunning is vereist) valt niet onder de verantwoordelijkheid van de welstandscommissie, aandacht voor de erfafscheidingen echter wel. Elke aanvraag met betrekking tot een gemeentelijk of rijksmonument zal afzonderlijk door de monumentencommissie worden beoordeeld. Alle ingrepen aan de voor-, zij-, en achterzijde van een monument zijn object van toetsing, evenals het interieur. Rondom monumenten vraagt de gemeente extra aandacht voor de inpassing van een bouwplan.
Ǥͻ De algemene welstandscriteria zijn van toepassing, maar worden aangevuld met deze specifieke criteria die zijn gericht op het behouden en versterken van het karakter van het monument of beeldbepalende gebouw in hoofdlijnen. -
-
Materiaal, detaillering, kleur bij renovatie, aan- of verbouw de stijl aanpassen aan het bestaande gebouw, waarbij het bouwplan een relatie moet aangaan met het monument of het beeldbepalende pand materiaalgebruik en detaillering gelijk aan of vergelijkbaar met het bestaande en in beginsel géén kunststoftoepassingen het bouwplan mag geen afbreuk doen aan de omgeving door onzorgvuldige detaillering, armoedig materiaalgebruik of felle dan wel contrasterende kleuren bij ingrepen in panden aan weerszijden van een monument, of deel uitmakend van dezelfde architectonische eenheid, wordt een hoge architectonische kwaliteit gevraagd, met bijzondere aandacht voor materiaalgebruik en detaillering voor de belendingen van monumenten die niet in een oorspronkelijke context staan, zijn meer contrasterende ingrepen mogelijk. Historiserend bouwen van de belendingen is daarbij in principe niet gewenst het bouwplan mag het monument niet visueel of fysiek afsluiten van zijn omgeving het bouwplan mag niet strijdig zijn met de in de redengevende beschrijving van het monument genoemde waarden (al kan het in sommige gevallen acceptabel/passend zijn om een stijlbreuk in een nieuwe uitbreiding door te voeren, als ‘passend’ contrast met het monument).
45
BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING LANGE KLEIWEG 100
Bijlage I Stikstofnotitie (Aerius-berekening)
NOTITIE Betreft Locatie Opdrachtgever Werknummer Datum
Stikstofdepositie-onderzoek Kleiweg 100 Rijswijk Gemeente Rijswijk 621.157.00 5 november 2021
Nieuwbouwwoning
Lange
Aanleiding In opdracht van de gemeente Rijkswijk is door KuiperCompagnons een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor het project ‘Nieuwbouwwoning Lange Kleiweg 100’. Het project betreft de realisatie van één (extra) woning op het perceel Lange Kleiweg 100. Omdat deze ontwikkeling niet past binnen het vigerende bestemmingsplan, wordt een ruimtelijke onderbouwing opgesteld. In deze notitie is de stikstofdepositie in het gebruik van de nieuwe woningen beschouwd. Beoordeeld is of sprake is van een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats gelegen binnen Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plan. In de volgende hoofdstukken wordt eerst het wettelijk kader behandeld, waarna de ligging van het plangebied en de uitgangspunten van de berekeningen worden beschreven. Daarna worden de berekeningsresultaten gepresenteerd waarna de notitie wordt afgesloten met de conclusies van het onderzoek.
Wettelijk kader De wettelijke grondslag waarop toetsing van de planontwikkeling noodzakelijk is, betreft de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze toets dient om vast te stellen of, en zo ja, onder welke voorwaarden een menselijke activiteit in en rondom een Natura 2000-gebied kan worden toegelaten. Meer concreet heeft deze toets de volgende twee doelen: 1 Zekerheid bieden dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast; 2 Zekerheid bieden dat een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel een verstoring van soorten niet optreedt. De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitats kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de soorten, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Indien ter plaatse van stikstofgevoelige habitats binnen de Natura 2000-gebieden geen stikstofdepositie wordt berekend, kunnen negatieve gevolgen in die gebieden worden uitgesloten.
1/4
Wet stikstofreductie en natuurverbetering De Wet stikstofreductie en natuurverbetering is op 1 juli 2021 in werking getreden. Via het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering, waarin de stikstofwet verder is uitgewerkt, geldt per 1 juli een vrijstelling voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten omdat de emissies tijdelijk en beperkt zijn. De aanlegfase hoeft niet langer te worden berekend. Een berekening voor de gebruiksfase blijft wel nodig.
Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden Rondom het plangebied zijn diverse Natura 2000-gebieden gelegen. De meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn Westduinpark & Wapendal (circa 7 km afstand), Solleveld & Kapittelduinen (circa 7,5 km afstand) en Meijendel & Berkheide (circa 8,5 km afstand)
Afbeelding 1: Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden
Uitgangspunten Zoals hierboven beschreven geldt per 1 juli 2021 een vrijstelling voor de aanlegfase. De aanlegfase is dan ook niet berekend. De gebruiksfase is aan de orde nadat de nieuwe woning is opgeleverd. De woning wordt gasloos gebouwd en veroorzaakt zelf derhalve geen emissie tijdens het gebruik. De emissie wordt bepaald door de verkeersbewegingen van en naar de woning. De verkeersaantrekkende werking van één woning bedraagt circa 8 personenwagens (8 per woning). Verder is uitgegaan van 1 middelzware en 1 zware vrachtwagen per dag. Uitgangspunt is dat al het verkeer in noordwestelijke richting arriveert en vertrekt.
Stikstofdepositie-onderzoek Nieuwbouwwoning Lange Kleiweg 100 621.157.00 / 28 oktober 2021
2/4
Het verkeer moet worden meegenomen tot het is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. In het document van Bij12 ‘Instructie gegevensinvoer voor Aerius calculator’ van oktober 2020 is dit als volgt omschreven: Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Op basis van deze omschrijving is het verkeer beschouwd tot de op- en afrit van de A4. Daarna kan er zeker van worden uitgegaan dat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld en zeker niet meer is toe te rekenen aan de locatie Gerekend is voor het beoordelingsjaar 2021. Dit kan ook worden gezien als worst case omdat de emissie van stikstof van motorvoertuigen in toekomstige jaren afneemt. Wegen verder dan 5 km AERIUS-Calculator rekent wegen verder dan 5 km vanaf een stikstofgevoelig gebied niet mee. Het plangebied ligt op circa 7 km van een stikstofgevoelig natuurgebied, waardoor de depositiebijdragen van het verkeer van de voorgenomen ontwikkeling niet wordt berekend. Om zeker te zijn dat de gebruiksfase geen toename van de stikstofdepositie veroorzaakt is een berekening gemaakt met eigen rekenpunten. Daarom zijn in alle windrichtingen op 4,9 km, 4,5 km, 4,0 km en 3,0 km vanaf het verste punt van de bronnen rekenpunten opgenomen (a t/m bf).
Hierdoor ligt het verkeer binnen de 5 km van de toegevoegde rekenpunten waardoor de depositiebijdragen van het verkeer op deze punten wel wordt berekend. Dit is in lijn met de ‘Handreiking - Bepalen depositieeffect wegverkeer binnen 5 km’. Op afbeelding 2 zijn de toegevoegde rekenpunten weergegeven.
Afbeelding 2: Het verkeer van en naar het onderzoeksgebied ten opzichte van de toegevoegde rekenpunten
Stikstofdepositie-onderzoek Nieuwbouwwoning Lange Kleiweg 100 621.157.00 / 28 oktober 2021
3/4
Berekeningen De resultaten van de berekening van de gebruiksfase zijn in bijlage 1 en 2 gepresenteerd. Uit deze berekeningen blijkt dat geen toename van de stikstofdepositie plaatsvindt binnen de Natura 2000-gebieden en dat evenmin een toename van de stikstofdepositie aan de orde is ter plaatse van de rekenpunten op 4,9 km, 4,5 km, 4,0 km en 3,0 km (in alle windrichting) van het onderzoeksgebied.
Conclusie In dit onderzoek is beoordeeld of de gebruiksfase van de één nieuwe woning aan de Lange Kleiweg 100 in Rijswijk leidt tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden. Zoals hierboven beschreven geldt per 1 juli 2021 een vrijstelling voor de aanlegfase. De aanlegfase is dan ook niet berekend. Uit dit onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden door het gebruik van de één woning aan de Lange Kleiweg 100. Dit betekent dat significant negatieve effecten op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit project.
KuiperCompagnons Projectverantwoordelijke: F. Fresen Behandeld door: ing. K. Jonkers Telefoonnummer: 010-4330099 File:
\\kc-filer.kuiper.nl\project\621\157\00\3
projectresultaat\stikstof\notitie\stikstofdepositie-onderzoek
nieuwbouwwoning lange kleiweg 100.docm
Stikstofdepositie-onderzoek Nieuwbouwwoning Lange Kleiweg 100 621.157.00 / 28 oktober 2021
4/4
Bijlagen >>>
Bijlage 1 Aerius-berekening gebruiksfase – natuurgebieden
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RZeUQmnkkMpZ (28 oktober 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
KuiperCompagnons
Lange Kleiweg 100, 2288 GR Rijswijk
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Nieuwbouwwoning aan de Lange Kleiweg 100 te Rijswijk
RZeUQmnkkMpZ
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
28 oktober 2021, 14:25
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
3,64 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Gebruiksfase 1 woning Worst case 8 licht verkeer, 1 middel verkeer en 1 zwaar verkeer.
Situatie 1
RZeUQmnkkMpZ (28 oktober 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Verkeer gebruiksfase Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
< 1 kg/j
3,64 kg/j
RZeUQmnkkMpZ (28 oktober 2021) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Verkeer gebruiksfase 82565, 450119 3,64 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
8,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
1,0 / etmaal NOx NH3
1,05 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
1,0 / etmaal NOx NH3
1,62 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RZeUQmnkkMpZ (28 oktober 2021) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RZeUQmnkkMpZ (28 oktober 2021) pagina 5/5
Bijlage 2 Aerius-berekening gebruiksfase - rekenpunten
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de berekende stikstofbijdragen op eigen gedefinieerde rekenpunten. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rq2jcGsakLTF (05 november 2021) pagina 1/8
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
KuiperCompagnons
Lange Kleiweg 100, 2288 GR Rijswijk
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Nieuwbouwwoning aan de Lange Kleiweg 100 te Rijswijk
Rq2jcGsakLTF
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
05 november 2021, 12:47
2021
Berekend met eigen rekenpunten
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
3,64 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Bijdrage
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Gebruiksfase 1 woning Worst case 8 licht verkeer, 1 middel verkeer en 1 zwaar verkeer.
Situatie 1
Rq2jcGsakLTF (05 november 2021) pagina 2/8
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Verkeer gebruiksfase Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
< 1 kg/j
3,64 kg/j
Rq2jcGsakLTF (05 november 2021) pagina 3/8
Resultaten
Rekenpunten
Resultaten
Situatie 1
Label
Positie
Situatie 1
Afstand tot dichtstbijzijnde bron
4.9_Noord
82735, 454645
0,00
4.207 m
4.9_Noord_Oost
85956, 453332
0,00
4.158 m
4.9_Oost
87357, 450111
0,00
4.404 m
4.9_Zuid_Oost
86101, 446745
0,00
4.590 m
4.9_Zuid
82735, 445548
0,00
4.200 m
4.9_Zuid_West
79552, 446928
0,00
4.163 m
4.9_West
78077, 450111
0,00
4.382 m
4.9_Noord_West
79402, 453444
0,00
4.588 m
4.5_Noord
82735, 454245
0,00
3.808 m
4.5_Noord_Oost
85672, 453049
0,00
3.757 m
4.5_Oost
86957, 450111
0,00
4.005 m
4.5_Zuid_Oost
85818, 447029
0,00
4.190 m
4.5_Zuid
82735, 445949
0,00
3.799 m
4.5_Zuid_West
79834, 447211
0,00
3.764 m
4.5_West
78478, 450111
0,00
3.981 m
Rq2jcGsakLTF (05 november 2021) pagina 4/8
Resultaten
Resultaten
Situatie 1
Label
Positie
Situatie 1
Afstand tot dichtstbijzijnde bron
4.5_Noord_West
79685, 453161
0,00
4.188 m
4.0_Noord
82735, 453744
0,00
3.308 m
4.0_Noord_Oost
85319, 452695
0,00
3.257 m
4.0_Oost
86457, 450111
0,00
3.507 m
4.0_Zuid_Oost
85463, 447383
0,00
3.689 m
4.0_Zuid
82735, 446449
0,00
3.299 m
4.0_Zuid_West
80188, 447565
0,00
3.264 m
4.0_West
78979, 450111
0,00
3.480 m
4.0_Noord_West
80040, 452806
0,00
3.687 m
3.0_Noord
82735, 452744
0,00
2.310 m
3.0_Noord_Oost
84611, 451987
0,00
2.256 m
3.0_Oost
85457, 450111
0,00
2.513 m
3.0_Zuid_Oost
84754, 448092
0,00
2.691 m
3.0_Zuid
82735, 447452
0,00
2.297 m
3.0_Zuid_West
80895, 448272
0,00
2.266 m
Rq2jcGsakLTF (05 november 2021) pagina 5/8
Resultaten
Resultaten
Situatie 1
Label
Positie
Situatie 1
Afstand tot dichtstbijzijnde bron
3.0_West
79984, 450111
0,00
2.476 m
3.0_Noord_West
80750, 452096
0,00
2.684 m
Rq2jcGsakLTF (05 november 2021) pagina 6/8
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Verkeer gebruiksfase 82564, 450117 3,64 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
8,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
1,0 / etmaal NOx NH3
1,05 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
1,0 / etmaal NOx NH3
1,62 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
Rq2jcGsakLTF (05 november 2021) pagina 7/8
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
Rq2jcGsakLTF (05 november 2021) pagina 8/8
Bijlage II Archeologisch bureauonderzoek en booronderzoek
Bureau voor Archeologie Rapport 1018 Lange Kleiweg 100, Rijswijk, gemeente Rijswijk: een bureauonderzoek
2
Colofon titel:
Bureau voor Archeologie Rapport 1018. Lange Kleiweg 100, Rijswijk, gemeente Rijswijk: een bureauonderzoek
auteur:
I.S.J. Beckers (KNA senior prospector)
autorisatie:
A. de Boer (KNA senior prospector)
datum:
24 april 2021
ISSN:
2214-6687
© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T 030 245 18 95 E info@bureauvoorarcheologie.nl I https://www.bureauvoorarcheologie.nl
Bureau voor Archeologie Rapport 1018
Rijswijk Lange Kleiweg 100
3
Administratieve gegevens Projectnummer
2021020901
Provincie
Zuid-Holland
Gemeente
Rijswijk
Plaats
Rijswijk
Toponiem
Lange Kleiweg 100
Naam
Lange Kleiweg 100
Centrum locatie (m RD)
82.610; 449.790 (x; y)
Omvang plangebied
6.590 m2
Kadastrale gegevens
gemeentecode: 829, sectie: H, nummer: 792
ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer
4975534100 (ABU)
Soort onderzoek
een bureauonderzoek
Opdrachtgever
Van der Helm Milieubeheer
Uitvoerder
Bureau voor Archeologie
Kaartblad
37E
(RO) kader onderzoek
Aanvraag omgevingsvergunning
Bevoegde overheid
Gemeente Rijswijk
Deskundige namens bevoegde overheid
Bureau Monumentenzorg en Archeologie gemeente Rijswijk
Bureau voor Archeologie Rapport 1018
Rijswijk Lange Kleiweg 100
4
Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld) met plangebied (rood; www.opentopo.nl).
Bureau voor Archeologie Rapport 1018
Rijswijk Lange Kleiweg 100
5
Inhoudsopgave 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
Samenvatting...............................................................................................7 Inleiding.......................................................................................................8 1.1 Doelstelling en vraagstelling.................................................................8 Methode.......................................................................................................9 Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik.................................................10 Huidige situatie..........................................................................................12 Aardwetenschappelijke waarden...............................................................13 Historische situatie.....................................................................................16 Mogelijke verstoringen...............................................................................17 Archeologische en bouwhistorische waarden............................................18 Gespecificeerde verwachting.....................................................................21 Conclusie...................................................................................................23 Advies........................................................................................................25
Literatuur...................................................................................................26 Figuren......................................................................................................28
Bureau voor Archeologie Rapport 1018
Rijswijk Lange Kleiweg 100
6
Lijst met Figuren Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld) met plangebied (rood; www.opentopo.nl)........................................................................................4 Figuur 2: Locatie van het plangebied op de archeologische Waardenkaart van de gemeente Rijswijk, deel van de steentijd tot en met de IJzertijd................28 Figuur 3: Locatie van het plangebied op de archeologische Waardenkaart van de gemeente Rijswijk, deel van de Romeinse tijd tot en met de Nieuwe tijd.. .29 Figuur 4: Ontwerptekening van het plangebied. Het plangebied is met de groene lijn aangegeven. De nieuwe woning en inrit zijn met de oranje lijnen aangeduid..................................................................................................30 Figuur 5: Locatie van het plangebied op een actuele luchtfoto............................31 Figuur 6: Detailkaart van het plangebied.............................................................31 Figuur 7: Verbeelding van het bestemmingsplan Sion – ‘t Haantje.....................32 Figuur 8: Locatie van het plangebied op de Geologische Kaart van Nederland, schaal 1:50.000 (NITG-TNO 1998)............................................................33 Figuur 9: Geologische kaart Westland (Vos 2017)..............................................34 Figuur 10: Nieuwe geologische kaart van Den Haag en Rijswijk (Vos et al. 2007).
.................................................................................................................. 35 Figuur 11: Locatie van het plangebied op de digitale paleomeandergordelkaart (Cohen et al. 2012). De zeeinbraak van de Gantel is ten zuidwesten van het plangebied te zien................................................................................36 Figuur 12: Locatie van het plangebied op de digitale Bodemkaart van Nederland (Stichting voor Bodemkartering 1972)........................................................36 Figuur 13: Locatie van het plangebied op de Hoogte-reliëfkaart, gebaseerd op het Actueel Hoogtebestand Nederland (Kadaster and PDOK 2014)................37 Figuur 14: detailoverzicht van de Hoogte-reliëfkaart...........................................37 Figuur 15: Opgegraven sporen op de locatie ‘De Bult’, op ca.
300 m ten westen van het plangebied (Holthausen 2006)......................................................38 Figuur 16: Locatie van het plangebied (rode vlak) op de kaart van Kruikius en Kruikius uit 1712 (Kruikius and Kruikius 1712)...........................................39 Figuur 17: Locatie van het plangebied op de Bonnekaart van 1876....................40 Figuur 18: Locatie van het plangebied op de Bonnekaart van 1890....................41 Figuur 19: Locatie van het plangebied op de topografische kaart van 1934........42 Figuur 20: 3Locatie van het plangebied op de topografische kaart van 1986......42 Figuur 21: Archeologische vondstlocaties (geel) en zaken (blauw) uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021)............................................43
Lijst met Tabellen Tabel 1: Aardkundige waarden............................................................................15 Tabel 2: Archeologische terreinen, zaken en vondstlocaties ca. 500 m van het plangebied.................................................................................................20
Bureau voor Archeologie Rapport 1018
Rijswijk Lange Kleiweg 100
7
Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de bouw van een vrijstaande woning aan de Lange Kleiweg 100 te Rijswijk. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning. In het zuidwesten van het plangebied zal een vrijstaande woning gebouwd worden. De vraagstelling van het onderzoek luidt: Wat is de gespecificeerde archeologische verwachting? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocol 4002. Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. Het plangebied ligt in het Neolithicum ongeveer ter hoogte van de toenmalige kustlijn. De in deze periode gevormde duintjes worden tot de Laag van Ypenburg gerekend. De kans op intacte duintjes in het plangebied lijkt op basis van het ten zuiden van het plangebied uitgevoerde booronderzoek klein, maar kan nog niet worden uitgesloten. Een eventuele archeologische vindplaats uit het Neolithicum zal zich manifesteren door een cultuurlaag met aardewerkfragmenten, vuursteenartefacten en houtskool op de top van de duinafzettingen. Het plangebied wordt in de Romeinse tijd in cultuur gebracht.
In het plangebied kunnen behalve resten van een erf, de resten van een cultuurlandschap verwacht (perceleringsgreppels) en eventueel begravingsresten. In de Vroege Middeleeuwen is het gebied waarschijnlijk verlaten. Gedurende de (her)ontginning van het gebied in de 11e en 12e eeuw wordt in de regio nog gewoond. Later verplaatste de bewoning zich naar de ontginningsbasis (de Rijswijkse strandwal). De eventuele resten van bewoning uit de Late Middeleeuwen kenmerken zich door een sporenniveau van greppels en paalkuilen. Gidsartefacten voor de Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen zijn aardewerkfragmenten. Op basis van het historische kaartmateriaal worden in het gebied geen resten verwacht uit de Nieuwe tijd. Aanbevolen wordt om een verkennend uit te laten voeren in de vorm van een booronderzoek. Hiermee kan nader worden bepaald wat de aard en intactheid van het bodemprofiel zijn (verkenning). Tevens wordt aanbevolen deze boringen te gebruiken om de aan- of aanwezigheid van archeologische resten in het diepere niveau (Neolithicum) nader te bepalen (kartering). Het karteren van het ondiepe niveau (Romeinse tijd en later), indien noodzakelijk, kan het beste door middel van proefsleuven worden gedaan.
Bureau voor Archeologie Rapport 1018
Rijswijk Lange Kleiweg 100
8
1
Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de bouw van een vrijstaande woning aan de Lange Kleiweg 100 te Rijswijk. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning. De ligging van het plangebied is weergegeven in fig. 1. Vanwege de regels uit het geldende bestemmingsplan moet voor de beoogde ontwikkeling een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,1 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek. Met de bevindingen wordt aan het einde van het rapport een advies gegeven hoe bij het project rekening kan worden gehouden met archeologische waarden.
1.1
Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting zodat een beslissing genomen kan worden over hoe met eventuele archeologische waarden rekening moet worden gehouden bij de voorgenomen werkzaamheden. De volgende onderzoeksvragen zijn in dit onderzoek gebruikt: 1.
Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?
2.
Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?
3.
Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?
4.
Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?
5.
Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?
6.
Welke vervolgstap(pen) kunnen worden genomen om rekening te houden met (mogelijke) archeologische resten?
7.
Indien vervolgonderzoek wordt geadviseerd: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?
1
https://www.kiwa.nl/upload/certificate/00094278.pdf
Bureau voor Archeologie Rapport 1018
Rijswijk Lange Kleiweg 100
9
2
Methode Het bureauonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA 4.1, protocol 4002.2 Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied te komen. Eerst wordt het plan- en onderzoeksgebied vastgesteld en het onderzoek gemeld bij ARCHIS. Daarna wordt achtereenvolgens de aardkundige, archeologische en historische context van het te onderzoeken gebied bestudeerd. Deze gegevens leiden tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. In de gespecificeerde verwachting worden de mogelijk aanwezige archeologische resten beschreven in termen van onder meer diepteligging, omvang, ouderdom en conservering. De genoemde stappen leiden tot onderhavig rapport en het openbaar maken van de resultaten bij Archis en het e-Depot voor de Nederlandse Archeologie.3 In de hierna volgende hoofdstukken worden de belangrijkste onderzoeksgegevens gepresenteerd. Er is geen contact geweest met lokale amateurs en/of Heemkunde-kringen. Van alle afgebeelde kaarten is het noorden boven, tenzij anders aangegeven.
2 3
SIKB 2018 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed and Data Archiving and Networking Services
Bureau voor Archeologie Rapport 1018
Rijswijk Lange Kleiweg 100
10
3
Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik Afbakening plan- en onderzoeksgebied De ligging van het plangebied staat afgebeeld in fig. 1. Het plangebied ligt in Rijswijk in de gelijknamige gemeente. Het plangebied bestaat uit de percelen van de Lange Kleiweg 98 en 100. Het plangebied is ongeveer 80 m lang en 80 m breed en heeft een omvang van 6.590 m2. Het vierkante perceel wordt aan alle zijden omgeven door een sloot. Deze sloot vormt de begrenzing van het plangebied. Om voldoende informatie over aardkundige, historische en archeologische gegevens te verzamelen wordt een onderzoeksgebied gebruikt dat groter is dan het plangebied. Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek is een zone met straal van circa 500 m om de ontwikkeling heen (fig. 1). Overheidsbeleid In het gebied geldt een vastgesteld gemeentelijk archeologisch beleid. Op de gemeentelijke archeologische waardenkaarten uit 2013 heeft het plangebied een hoge archeologische verwachtingswaarde voor de Steentijd, een lage archeologische verwachtingswaarde voor de Bronstijd en de IJzertijd, een middelhoge archeologische verwachtingswaarde voor de Romeinse tijd en een hoge archeologische verwachtingswaarde voor de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd (fig. 2 en 3).
Het beleid is dat bij alle bodemingrepen waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm onder maaiveld rekening gehouden moet worden met archeologische resten.4 Ontwerp c.q. inrichtingsplan; De beoogde ingreep bestaat uit de bouw van een vrijstaande woning in het zuidwesten van het perceel (fig. 4). De woning zal gefundeerd worden op funderingsbalken op heipalen. Ten behoeve van de nieuwe erfindeling zijn twee extra brugtoegangen en oprijlanen naar de diverse woningen noodzakelijk. Aard en omvang van de toekomstige verstoring De nieuwe woning heeft een omvang van ongeveer 190 m2. Voor het nieuw te bouwen huis geldt dat slechts ter plekke van heipalen en tot maximaal 80 cm diep in te graven funderingssleuven bodemverstoring plaats zal vinden. Er wordt geen volledige bouwkuip ter plekke van de woning uitgegraven. Andere verstoringen vinden plaats ter plekke van de aan te leggen toegangsweg en daarmee gecombineerde kabels en leidingentracé. Hierbij zal nauwelijks of slechts zeer oppervlakkig sprake zijn van bodemverstoring, omdat ophoging nodig is om het niveau van de hoger gelegen Lange Kleiweg te bereiken. Milieutechnische condities, Op het bodemloket en andere geraadpleegde bronnen is geen informatie van de milieutechnische condities van het plangebied beschikbaar.5
4 5
Bureau Monumentenzorg en Archeologie 2013 http://www.bodemloket.nl.
Bureau voor Archeologie Rapport 1018
Rijswijk Lange Kleiweg 100
11 Grondwaterpeil De actuele grondwaterstand in het plangebied kan worden afgeleid uit de grondwatertrap op de bodemkaart. De grondwatertrap is III. Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand ondieper staat dan 40 cm onder maaiveld en dat de gemiddeld laagste grondwaterstand staat tussen 80 en 120 cm onder maaiveld. De grondwaterstand zal door de beoogde ingrepen waarschijnlijk niet veranderen. Consequentie van de ingrepen Door uitvoeren van graafwerkzaamheden kunnen archeologische resten worden vergraven.
Bureau voor Archeologie Rapport 1018
Rijswijk Lange Kleiweg 100
12
4
Huidige situatie Bebouwing en functie In het plangebied bevindt zich het monumentale boerenerf van de Paulinaburch (fig. 5 en 6). Volgens het rijksmonumentenregister dateren de boerderij zelf en de wagenschuur ten zuiden van de boerderij uit de periode tussen 1885 en 1890. De arbeiderswoning in het noorden (Lage Kleiweg 98) is een latere toevoeging uit 1922.6 Bodemgebruik De niet-bebouwde delen van het plangebied zijn momenteel in gebruik als tuin. Bestemmingsplan Het plangebied ligt in het bestemmingsplan Sion – ‘t Haantje, tweede herziening, dat op 6 maart 2018 door de gemeente Rijswijk is vastgesteld. Een verbeelding van het bestemmingsplan is opgenomen in fig. 7. In het bestemmingsplan is een dubbelbestemming Waarde – Archeologie opgenomen. Dit betekent dat bij bodemingrepen waarbij de bodem dieper dan 30 cm onder maaiveld wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld.
6
http://www.rijksmonumentenregister.nl
Bureau voor Archeologie Rapport 1018
Rijswijk Lange Kleiweg 100
13
5
Aardwetenschappelijke waarden De aardkundige gegevens staan samengevat in tabel 1. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Zeeuws-Zuidhollands kleigebied', in de landschapszone kwelders.7 Dit gebied maakte ooit deel uit van het Pleistocene rivierterras van de Rijn en de Maas. De afzettingen van dit terras bestaan voornamelijk uit grof zand en grind en worden tot de Formatie van Kreftenheije gerekend. Rond ca. 9.700 v. Chr vindt de overgang naar het Holoceen plaats, de relatief warme periode waarin we nu leven. Eerst is op het rivierterras een overstromingsdek afgezet. Deze klei- of leemlaag van ca. 1 m dik wordt de Laag van Wijchen genoemd. Daarna is een periode van veel vegetatiegroei en ontstaat een veenlaag, de Basisveenlaag. Daarna is in het gebied sprake van rivierenactiviteit. De afzettingen van deze stroomgordel worden gerekend tot de Formatie van Echteld.8 Gaandeweg stijgt de zeewaterspiegel en rond 6.000 tot 5.000 v. Chr. is de kustlijn verschoven naar het onderzoeksgebied. Hier vormt een uitgestrekt getijdengebied, vergelijkbaar met het huidige Waddengebied. Het getijdengebied sterkt zich uit over een groot deel van Zuid-Holland en Zeeland. Het gebied wordt doorsneden door zeegeulen (getij-inversiegeulen). In de zeegeulen en direct naast de zeegeulen wordt zand en zandige klei afgezet. Verder van de zeegeulen af wordt voornamelijk siltige klei afgezet.
Alle in deze periode afgezette zand- en kleilagen worden tot het Laagpakket van Wormer gerekend (Formatie van Naaldwijk).9 In het omringende gebied zijn tijdens de beginfase van het ontstaan van een kustlijn kleine duintjes en strandwallen gevormd. Deze worden tot de Laag van Ypenburg gerekend. Tijdens een booronderzoek direct ten zuiden van het plangebied zijn geen duintjes van de Laag van Ypenburg aangetroffen. Hoewel de kans op de aanwezigheid van een duin van de Laag van Ypenburg klein wordt geacht, valt het nog niet helemaal uit te sluiten. De duintjes van de Laag van Ypenburg waren tijdens het Neolithicum geschikte vestigingsplaatsen.10 Volgens de kaarten uit de Atlas van Nederland in het Holoceen maakt het plangebied in 3850 v. Chr. nog deel uit van het getijdengebied en in 2750 v. Chr. van een veenmoeras.11 In die periode ontstaat ten westen van het plangebied een kustbarrière. Hierdoor neemt de invloed van de zee op het onderzoeksgebied af en kan het gebied verzoeten. In deze periode ontstaat goede condities voor veengroei en daarom is in het gebied een dikke veenlaag ontstaan. De veenmoerassen zijn wilde en ontoegankelijke landschappen.12 In de periode van ca. 800 v. Chr. tot 300 n. Chr. Wordt ten zuiden van het plangebied een tak van de Gantel actief. Dit is een zeeinbraak vanuit het Maasestuarium.
Aan weerszijden van de tak van de Gantel worden dekafzettingen afgezet (siltige klei). Deze periode wordt in de oude benaming de Duinkerke-1 fase genoemd (in de lokale terminologie Gantel Laag). De kreekgeulen van de Gantel-fase zijn in de Romeinse tijd druk bevolkt en hebben nog in de Late Middeleeuwen als woongrond gediend. In de Romeinse tijd en de 7 Rensink et al. 2015 8 http://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen, de Mulder 2003; Cohen et al. 2012 9 de Mulder 2003 10 Vos et al. 2007; Holthausen 2021 11 Vos et al. 2018 12 de Mulder 2003 Bureau voor Archeologie Rapport 1018
Rijswijk Lange Kleiweg 100
14 Late Middeleeuwen is rondom de nederzettingen een uitgebreid cultuursysteem ontstaan in de top van de Gantel Laag.13 Op de geologische kaart 1 : 50 000 kaartserie is de ligging van de Gantel en de verbreiding van de Gantelafzettingen zichtbaar (fig. 8). Op de geologische kaart van Westland is aangeduid als eenheden 8 (Gantel geul) en 2 (Gantel afzettingen op oudere afzettingen). Op de Bodemkaart van Nederland bevindt het plangebied zich op de overgang van Tochteerdgronden, in het oosten naar Kalkarme leek of woudeerdgronden, in het westen (fig. 12). Beide bodemtypes zijn ontwikkeld in klei. Tochteerdgronden liggen op het ‘bovenland’ op de overgang van ruggen naar kommen in het getijdenlandschap. De bovengrond is ca. 20 tot 35 cm dik en sterk humeus. Deze bovenlaag rust op zware klei, die tussen 60 en 160 cm -mv overgaat in veen. Kalkarme leek- en woudeerdgronden liggen op de ruggen in het getijdenlandschap. De humeuze bovengrond is ook 25 tot 35 cm dik, maar rust in dit bodemtype op (lichte) klei die op ca. 120 cm -mv geleidelijk overgaat in zand.14 Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) ligt het maaiveld van het plangebied tussen 0,5 m – NAP in het zuidoosten en 0,3 m +NAP in het noordwesten (fig. 13 en 14). Waarschijnlijk bevindt zich in het zuidoosten van het plangebied een laagte; mogelijk is hier 20 cm grond afgegraven. Bron
Situatie plangebied, omschrijving
Geologie (fig. 8, 9, 10 en 11)
Geologische kaart van Nederland 1 : 50 000:15 • A0.1: Afzettingen van Duinkerke I op Hollandveen op Afzettingen van Calais (in de huidige terminologie Gantel Laag op Hollandveen op Laagpakket van Wormer) Geologische kaart Westland:16 • Eenheid 2: Laagcomplex van Westland op Hollandveen op Laagcomplex van Delfland en/of Laag van Rijswijk en waar de top van de zandafzettingen van het Laagcomplex van Delfland en/of de Laag van Rijswijk ondieper liggen dan 5 m -NAP. Nieuwe geologische kaart van Den Haag en Rijswijk: • Eenheid 2: Laagpakket van Walcheren op Hollandveen op Laagpakket van Wormer en of Laag van Rijswijk, en waar de top van de zandafzettingen van het Laagpakket van Wormer en/of de Laag van Rijswijk ondieper liggen van 5 m -NAP. Beddinggordels:17 • Het plangebied ligt op 400 m ten noordoosten van de Gantel (zeeinbraak, actief tussen 800 v. Chr. en 300 n. Chr.)
Bodemkunde (fig. 12)
Bodemkaart 1 : 50 000: Het plangebied ligt op de overgang van: • Tochteerdgronden; ontwikkeld in klei (pMo80) naar • Kalkarme leek-/woudeerdgronden, ontwikkeld in klei, profielverloop 5 (pMn85C-II)
Geomorfologie
Geomorfologische kaart 1 : 50 000: • Bebouwing (Beb)
AHN (fig. 13 en 14)
Maaiveld varieert van 0,5 m -NAP (zuidoosten) tot 0,3 m +NAP (noordwesten). In het zuidoosten van het plangebied ligt het maaiveld 20 cm lager, mogelijk door afgraving.
13 Holthausen 2021 14 Stichting voor Bodemkartering 1972 15 NITG-TNO 1998 16 Vos 2017 17 Cohen et al. 2012 Bureau voor Archeologie Rapport 1018
Rijswijk Lange Kleiweg 100
15 Tabel 1: Aardkundige waarden.
Bureau voor Archeologie Rapport 1018
Rijswijk Lange Kleiweg 100
16
6
Historische situatie Het gebied ten oosten van de strandwal van Rijswijk wordt in de Romeinse tijd aantrekkelijk voor bewoning. Op ongeveer 300 m ten westen van het plangebied is een nederzetting uit de Romeinse tijd gevonden op de locatie ‘De Bult’ (fig. 15). In het onderzoeksgebied zijn meerdere archeologische vindplaatsen uit de Romeinse tijd aangetroffen, waaruit blijkt dat het om de locatie De Bult gelegen gebied in cultuur is gebracht. Aan het einde van de 3e eeuw wordt het gebied verlaten.18 De Plaspoelpolder is aan het begin van de Late Middeleeuwen vanaf de strandwal bij Rijswijk ontgonnen. Verspreid in het gebied zijn archeologische resten van de eerste ontginners gevonden uit de Late Middeleeuwen.19 De ontginning wordt gekenmerkt door langwerpige percelen; het zogenaamde slagenlandschap. De Lange Kleiweg ligt haaks op de ontginningsbasis en zal een zijkade van de ontginning zijn geweest. De weg kan ook zijn aangelegd als verbindingsweg tussen Rijswijk en de Delftse Schie. De Delftse Schie is aangelegd in de 12e eeuw n. Chr.20 Op de kaart van Kruikius en Kruikius uit 1712 is langs de Lange Kleiweg geen bebouwing weergegeven (fig. 16). Het gebied zal in gebruik zijn geweest als landbouwgrond of weide. Het plangebied lag aan de noordzijde van een perceel.
Dit perceel was volgens de uit de periode van 1811 tot en met 1832 daterende Oorspronkelijke Aanwijzende Tafelen (OAT) in gebruik als weiland. Op de Bonnekaart van 1876 is het gebied nog een weiland (fig. 17). In de periode tussen 1885 en 1890 zijn de boerderij en de wagenschuur gebouwd. Deze staan ook afgebeeld op de Bonnekaart van 1890 (fig. 18). De boerderij Paulina Burch was toen de enige bebouwing langs de Lange Kleiweg. Later is het erf nog uitgebreid met een arbeiderswoning in het noorden van het erf in 1922. Op de topografische kaart van 1934 staat voor het eerst deze woning afgebeeld (fig. 19). De situatie van het plangebied is daarna nauwelijks gewijzigd. Gedurende de tweede helft van de 20e eeuw is het omringende gebied langzaam van een landbouwgebied veranderd naar een recreatiegebied met enkele (sport)parken (fig. 20).
18 Holthausen 2021 19 Holthausen 2021 20 Haartsen 2009 Bureau voor Archeologie Rapport 1018
Rijswijk Lange Kleiweg 100
17
7
Mogelijke verstoringen In het plangebied betreft een bebouwd erf. Door bouw- en aanlegwerkzaamheden kan de ondergrond plaatselijk zijn vergraven.
Bureau voor Archeologie Rapport 1018
Rijswijk Lange Kleiweg 100
18
8
Archeologische en bouwhistorische waarden Archeologische vondstlocaties en zaken staan weergegeven in fig. 21 en staan toegelicht in tabel 2. De belangrijkste bevindingen worden in de lopende tekst samengevat. In het plangebied liggen geen archeologische waarnemingen en geen (delen van) archeologische terreinen. Het plangebied is niet eerder archeologisch onderzocht. In het plangebied zijn geen bekende militaire erfgoedwaarden aanwezig.21 De archeologische Waardenkaart van de gemeente Rijswijk is opgedeeld in twee periode-specifieke kaarten. Op de kaart van de archeologische verwachting uit de perioden Neolithicum tot en met de IJzertijd is sprake voor een hoge archeologische verwachtingswaarde voor het Neolithicum en een lage archeologische verwachting voor de Bronstijd en de IJzertijd. De hoge verwachting voor het Neolithicum is omdat in dit gebied veel duintjes van de Laag van Ypenburg zijn gevonden en deze duintjes waren goede vestigingsplaatsen.
Omdat het gebied tijdens de Bronstijd en de IJzertijd deel uitmaakte van een veengebied geldt voor deze perioden een lage archeologische verwachtingswaarde.22 Op de kaart met de archeologische verwachting voor de perioden van de Romeinse tijd tot en met de Nieuwe tijd heeft het plangebied een middelhoge archeologische verwachtingswaarde voor de Romeinse tijd en een hoge archeologische verwachtingswaarde voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. De reden voor de verschillende verwachtingswaardes is niet te achterhalen uit de toelichting bij de Waardenkaart.23 In de omgeving van het plangebied is al veel archeologisch onderzoek uitgevoerd. Zo is bij de aanleg van de A4 in de periode van 1967 tot en met 1969 de vindplaats ‘de Bult’ opgegraven op ca. 300 m ten westen van het plangebied. De nederzetting is bewoond geweest in de 1e tot en met de 3e eeuw n. Chr. Het was een relatief welvarende agrarische nederzetting, want er is ook een stenen gebouw gevonden. Op ca. 300 m ten noordwesten van het plangebied werden op de locatie Paulineburch sporen gevonden van de toegangsweg van de nederzetting naar de strandwal van Rijswijk. Naast de bermgreppels werden ook enkele kringgreppels gevonden en het betreft hier mogelijk een grafveld.
Op beide locaties werden ook resten uit de Late Middeleeuwen gevonden, bijvoorbeeld een omgrachte boerderij op de locatie Paulineburch.24 Ten zuiden van het plangebied is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd. Hier kan op elk moment gestart worden met een archeologisch proefsleuvenonderzoek. In het gebied worden voornamelijk resten uit de Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen verwacht. Uit het booronderzoek blijkt dat in het gebied geen archeologische resten uit het Neolithicum verwacht hoeven te worden.25
21 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2016; Stichting RAAP 2017 (December 22), 22 Bureau Monumentenzorg en Archeologie 2013 23 Bureau Monumentenzorg en Archeologie 2013 24 Dorenbos et al. 2010 25 Lanzing and Holthausen 2021 Bureau voor Archeologie Rapport 1018
Rijswijk Lange Kleiweg 100
19 Archeologische terreinen Geen Zaken (incl. evt. bijbehorende vondsten) 2.037.500.100: Rijswijk, spoorverdubbeling spoor Rijswijk, booronderzoek Vondstlocatie 1.061.215: aardewerkfragmenten uit de Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen In totaal zijn op 9 locaties onderzoeken uitgevoerd. In het oosten van het Wilhelminapark werden archeologische sporen uit de Romeinse tijd gevonden. Daarom is hier (en op andere locaties zoals ter hoogte van de Corbulo-gracht) aanvullend archeologisch onderzoek nodig. 2.121.740.100: Rijswijk, Paulineburch, bureauonderzoek Uit het bureauonderzoek blijkt dat in het gebied archeologische waarden uit de Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen verwacht worden. Er is grote kans dat de aangetroffen sporen in de vindplaats ‘De Bult’ doorlopen tot in de locatie. Aansluitend is een booronderzoek uitgevoerd. 26 2.122.542.100: Rijswijk Paulinaburch, booronderzoek Uit het bureauonderzoek blijkt dat in het gebied archeologische waarden uit de Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen verwacht worden. Er is grote kans dat de aangetroffen sporen in de vindplaats ‘De Bult’ doorlopen tot in de locatie. Tijdens een booronderzoek kon de verwachting geverifieerd worden. In de boringen zijn op twee locaties (verkavelings)greppels gevonden. Daarom wordt aanvullend onderzoek aanbevolen in de vorm van een proefsleuvenonderzoek.
27 2.132.976.100: Rijswijk, Paulineburch, proefsleuvenonderzoek Bij het onderzoek zijn enkele sporen gevonden uit de Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen. Daarom is een archeologische opgraving noodzakelijk. 2.174.480.100: Rijswijk, de Paulineburch, opgraving Op de locatie zijn twee bermgreppels gevonden van een weg uit de Romeinse tijd. Hierlangs lagen enkele kringgreppels, vermoedelijk voor graven hoewel in het gebied geen grafresten zijn gevonden. In de 14e eeuw is in het noorden van het gebied een omgracht terrein aangelegd, waarschijnlijk een versterkte boerderij uit de Late Middeleeuwen. De boerderij zelf is niet aangetroffen, maar zal geconstrueerd zijn geweest op een archeologisch minder zichtbare manier. 28 2.198.124.100: Rijswijk, 150 kv tracé Wateringen-Ypenburg, bureauonderzoek In het gebied zijn mogelijk nog archeologische waarden uit het Neolithicum aanwezig op (nog in kaart te brengen) duintjes van de Laag van Ypenburg. In het gebied is aanvullend onderzoek nodig in de vorm van een booronderzoek. 2.275.625.100: Rijswijk, 150 kv tracé Wateringen-Ypenburg, booronderzoek Geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Er werd weliswaar een onbekend duintje aangetroffen met een intact bodemprofiel, maar deze lag op een diepte, die niet werd bedreigd door de voorgenomen bodemingrepen.
2.288.545.100: Rijswijk, Wilhelminapark, booronderzoek Vondstlocatie 1.092.858 In het oosten van het gebied van het Wilhelminapark zijn sporen gevonden voor een intact cultuurlandschap. Hier zijn in een boring twee fragmenten onverbrand bot gevonden. De top van de Gantel Laag was goed gerijpt. Daarom is hier aanvullend onderzoek nodig in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. 2.289.728.100: Rijswijk, Rijswijk-Zuid, diverse archeologische onderzoeken Het gebied ten zuiden van de A4 in de gemeente Rijswijk zal ontwikkeld worden. Daarom voert de archeologische dienst sinds 2010 voor delen van dit gebied archeologische onderzoeken uit. De onderzoeken variëren in grootte en onderzoekstypen (bureauonderzoeken tot en met archeologische opgravingen) 4.695.744.100: Rijswijk, spoorverdubbeling Rijswijk, proefsleuvenonderzoek In de locatie zijn een aantal sporen gevonden uit de Romeinse tijd en een dierbegraving met een nog onbekende datering. In het gebied is aanvullend archeologisch onderzoek noodzakelijk. 4.714.049.100: Rijswijk A4, bureauonderzoek 4.728.792.100: Rijswijk, verbreding A4, bureauonderzoek Het tracé van de A4 loopt door een gebied waar duintjes van de Laag van Ypenburg kunnen 26 Holthausen 2006 27 Holthausen 2006 28 Dorenbos et al. 2010 Bureau voor Archeologie Rapport 1018
Rijswijk Lange Kleiweg 100
20 voorkomen. Daarom is een aanvullend booronderzoek nodig op de locaties waar de Laag van Ypenburg nog niet in kaart is gebracht. In 1993 heeft langs de A4 een archeologisch gravend onderzoek plaatsgehad. Hierbij zijn archeologische sporen uit de Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen gevonden. Op deze locaties is aanvullend onderzoek nodig door middel van een proefsleuvenonderzoek. 4.937.383.100: Rijswijk, sportpark Eisenburg, booronderzoek Nog niet gerapporteerd. Het bodemprofiel lijkt intact maar er zijn in het gebied geen duintjes van de Laag van Ypenburg gevonden.29 4.941.805.100: Rijswijk, sportpark Eisenburg, bureauonderzoek Op basis van het bureauonderzoek worden in het gebied archeologische waarden uit de Romeinse tijd (cultuurlandschap, begravingsresten), de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd (erven) verwacht. In het gebied zal nog een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd worden. Vondstlocaties los 1.028.690: Rijswijk, De Bult Op het terrein werden bij het graven van een sloot in 1963 meerdere archeologische vondsten gevonden. Het terrein is waarschijnlijk een deels geëgaliseerde woonheuvel. De vondsten dateren uit de Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen. 1.029.360: Rijswijk, De Bult Op het terrein in de Plaspoelpolder is sprake van een opvallende verhoging.
Tijdens ene veldkartering werden veel vondsten uit de Midden-Romeinse tijd gevonden en aardewerkfragmenten uit de Late Middeleeuwen. 1.030.853: Rijswijk, de Bult Op het terrein is van 1967 tot en met 1969 een volledige vindplaats opgegraven. De nederzetting is gestart in de 1e eeuw n. Chr. waarna door continue bewoning een oost-west-georiënteerde woonheuvel is gecreëerd. De vindplaats is bewoond geweest tot de 3 e eeuw n. Chr. De invloed van de nederzetting op het omringende landschap neemt steeds toe. In de 3 e eeuw wordt het hoofdgebouw omgebouwd tot een villa.
Tabel 2: Archeologische terreinen, zaken en vondstlocaties ca. 500 m van het plangebied. In het plangebied zijn vier rijksmonumenten aanwezig. De boerderij heeft monumentnummer 518128 dateert uit de periode tussen 1885 en 1890. De ten zuiden van de boerderij gelegen wagenschuur heeft monumentnummer 518130 en dateert uit dezelfde periode. Het toegangshek heeft monumentnummer 518131 en dateert uit het laatste decennium van de 19e eeuw. De arbeiderswoning op de Lange Kleiweg 98 is ook een rijksmonument met nummer 518129 en dateert uit 1922. Samen hebben de vier elementen complexnummer 518127.30
29 Lanzing and Holthausen 2021 30 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017 Bureau voor Archeologie Rapport 1018
Rijswijk Lange Kleiweg 100
21
9
Gespecificeerde verwachting Het plangebied heeft in het Neolithicum ongeveer ter hoogte van de toenmalige kustlijn gelegen. De in deze periode gevormde duintjes worden tot de Laag van Ypenburg gerekend. De kans op intacte duintjes in het plangebied lijkt op basis van het ten zuiden van het plangebied uitgevoerde booronderzoek klein, maar kan nog niet worden uitgesloten. Een eventuele archeologische vindplaats uit het Neolithicum zal zich manifesteren door een cultuurlaag met aardewerkfragmenten, vuursteenartefacten en houtskool op de top van de duinafzettingen. Het plangebied werd tijdens de Romeinse tijd in cultuur gebracht. Op ca. 300 m ten westen van het plangebied is een agrarische nederzetting uit de Romeinse tijd opgegraven, dus het is mogelijk dat archeologische waarden uit de Romeinse tijd ook in het plangebied aanwezig zijn. In het plangebied kunnen daarnaast de resten van een cultuurlandschap (perceleringsgreppels) en eventueel begravingsresten aanwezig zijn. In de Vroege Middeleeuwen was het gebied waarschijnlijk verlaten. Gedurende de (her)ontginning van het gebied in de 11e en 12e eeuw was het gebied nog bewoond. Later verplaatste de bewoning zich naar de ontginningsbasis (de Rijswijkse strandwal). De eventuele resten van bewoning uit de Late Middeleeuwen kenmerken zich door een sporenniveau van greppels en paalkuilen.