CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-072 A. Transitievisie warmte.pdf

Raadsvergadering 21 december 2021, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Transitievisie Warmte (21 072)21.918 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Op dit moment is er nog geen wettelijk integraal kader voor de warmtetransitie, de contouren zijn wel in 2020 verschenen in de Wet collectieve warmtevoorziening. Door de val van het kabinet is onduidelijk wat er nu met de conceptwet gaat gebeuren. De VNG heeft in 2021 nog eens haar uitgangspunten en zorgpunten aan het Rijk aangegeven, waarop het Rijk ook heeft aangegeven niet door te zetten. Het is nu onzeker hoe en wanneer er een nieuwe wet is. Tot die tijd is het wettelijk kader onder andere de Warmtewet (2014). Omdat wetgeving deels nog ontbreekt moeten het publieke belang nog beter in de gaten worden gehouden. De gemeente Rijswijk ziet het als haar taak om de belangen van de bewoners en bedrijven goed in de gaten te houden bij het maken van keuzes. Ook in de samenwerking met andere partijen vraagt dit aandacht. We moeten toe naar publiek-privaat, waarbij optimaal wordt ingezet op borgen publieke belangen, maar de markt zijn werk kan doen. Private marktpartijen zijn zeker bereid om te investeren in lokale warmtenetten, maar geven vervolgens wel te kennen dat zij dan ook de warmte moeten kunnen leveren. De ervaring van andere gemeenten in het land is dat op basis van de huidige wet de drie publieke belangen lastig zijn vast te leggen in contracten met private partijen voor de ontwikkeling van warmtenetten in

2 Derde succesfactor: Anke val Hal 2018 www.aardgasvrijewijken.nl/nieuws/1440046.aspx Inspiratieboek opgaven verbinden in de wijk, Platform 31, 2021, www.platform31.nl/publicaties/opgaven-verbinden-in-de-wijk

27 november 2021

Pagina 30

Transitievisie Warmte Rijswijk Rijswijk schakelt over bestaand stedelijk gebied. Dit is wat anders dan de uitrol van warmtenetten in nieuw te ontwikkelen gebieden. Dit gaat veel planmatiger en dan is de afzet van warmte veel beter in te schatten. De aanleg van warmtenetten in bestaand stedelijk gebied vraagt een andere opstelling van bedrijven en overheden die veel meer geënt zijn om samen te werken en waarbij de governance een belangrijke waarde is om te komen tot succes. De gemeente gaat de komende tijd verder aan de slag om op basis van de richting de governance verder uit te werken, partijen samen te brengen en tot samenwerking te komen.

5.3.

Betaalbare warmtetransitie

De gemeente, de woningcorporaties, eigenaren van vastgoed en de bewoners hebben de meeste zorgen over de betaalbaarheid van de warmtetransitie. Het eerlijke verhaal is dat de warmtetransitie ons vroeg of laat, direct of indirect geld gaat kosten. Hoeveel precies, is nu niet aan te geven. Ook de definitie wat betaalbaar, vraagt een nadere uitwerking. Want wat voor de een wel te betalen is, is dat voor een ander niet zo. Daartegenover staat dat de stijgende energieprijzen door bijvoorbeeld belasting op fossiele brandstoffen of door marktontwikkelingen, het gebruik van aardgas voor bewoners duurder maakt. Zo worden uiteindelijk de alternatieve warmteoplossingen betaalbaarder. Ook zal door isolatie van woningen het comfort van huizen en bedrijven toenemen. We sluiten het liefst aan bij de uitwerking van het begrip van betaalbaarheid die het rijk met het VNG aan het invullen is, maar duurt dat nog te lang dan zullen we hier gezamenlijk met de samenwerkende partijen op weg naar een wijkuitvoeringsplan zelf richting aan moeten geven. Zonder aanvullende financiering gaat een grootschalige aanpak om buurten van het aardgas te halen niet lukken. De gemeente wil dat de besparingsmaatregelen en de uiteindelijke overstap naar een duurzame warmteoptie voor iedereen (bewoners, huurders en bedrijven) betaalbaar is en dat de kosten eerlijk worden verdeeld.

De gemeente start niet met de uitvoering van grootschalige aanpak voordat er een haalbaar en betaalbaar uitvoeringsplan ligt. In samenwerking met de corporaties, inwoners van de buurten en andere partners wil de gemeente 27 november 2021

de komende jaren wel verkennen hoe te komen tot een haalbaar en betaalbaar uitvoeringsplan. Uit berekeningen die zijn gemaakt voor de woningen in de buurten Stervoorde en Ministerbuurt blijkt dat het tekort ongeveer tussen de € 6.000 en 8.000 bedraagt. Dergelijke bedragen zullen ook ongeveer gelden voor de overige buurten waarvoor een warmtenet als maatschappelijk goedkoopste oplossing uit de bus komt. Voor VvE’s met een collectieve ketel kunnen de kosten wellicht wat lager uitvallen. Al met al gaat het om veel geld. Zeker als dit wordt doorgerekend naar een aanpak voor een gehele wijk. Echter dit is zonder enige bijdrage van het Rijk. Op dit moment is er voor koop en huurwoningen die geheel van het aardgas af gaan een bedrag van € 3.250 per woning beschikbaar. Ook werkt het Rijk nog aan aanvullende middelen. Daarnaast komen Europese en nationale financiële middelen beschikbaar voor de realisatie van duurzame (warmte) projecten. Deze financiële middelen bieden kansen om gezamenlijk met andere partijen de warmtetransitie in Rijswijk in gang te zetten en betaalbaar te houden. We staan in ieder geval klaar als financiële middelen beschikbaar komen. Dit geldt voor collectieve oplossingen zoals een warmtenet, maar de gemeente houdt ook oog voor betaalbare individuele oplossingen. Niets doen is geen optie want dan halen we de afspraken uit het Klimaatakkoord niet.

a. Voor de bewoners: besparingsmaatregelen

Alle beetjes helpen. Met kleine besparingsmaatregelen is al een eerste slag te maken. Deze maatregelen kosten over het algemeen niet zo veel en verdienen zich vaak binnen enkele jaren terug. Grotere isolatiemaatregelen zoals HR++ glas, dak -, vloer- en gevelisolatie zijn al snel een grotere investering (enkele duizenden tot zelfs tienduizenden euro’s). Hier is veel energie mee te besparen, maar de kosten verdienen zich pas na vele jaren terug, ook met beschikbare subsidies. Dat hoeft geen probleem te zijn, als bewoners bijvoorbeeld net hun huis aan het opknappen zijn, maar het vergt wel extra investeringen die niet iedereen kan of wil maken. Niet iedereen heeft extra geld of kan (extra) geld daarvoor lenen en de overheid kan op haar beurt niet alles subsidiëren. Dat maakt de warmtetransitie zo lastig.

Pagina 31

Transitievisie Warmte Rijswijk Rijswijk schakelt over

b. De gemeente en de maatschappij

De gemeente wil de kosten van de warmtetransitie voor de hele stad zo laag mogelijk houden. In deze Transitievisie Warmte is daarom, zowel bij de volgorde van buurten, als bij de keuze voor aardgasvrije warmteoplossingen, gekeken waar de maatschappelijke kosten van de warmtetransitie het laagst zijn. Op dit moment is de warmtetransitie in Rijswijk nog nergens vanzelf rendabel. Er is nog geen volledig antwoord op de verdeling van kosten en dekking over partijen. Rijswijk kijkt ondertussen wel binnen de zogenaamde ‘startbuurten’ naar een goede verdeling van kosten en opbrengsten. Om eigenaren van gebouwen bereid te krijgen kosten te maken voor de overstap naar aardgasvrij, is het noodzakelijk om de meerkosten (onrendabele top) weg te nemen. De transitie kan alleen succesvol verlopen als

27 november 2021

de businesscase voor zowel de bewoners als de andere betrokken partijen passend is. Het Rijk is aan zet om op de langere termijn oplossingen aan te bieden. De gemeente bekijkt met welke mix van financieringsmogelijkheden de warmtetransitie is te versnellen. Zo wil de gemeente samen met de woningcorporatie, andere partners en bewoners in de buurt tot een betaalbaar aanbod voor iedereen komen om de reductiedoelstellingen te halen. Om de laagste kosten voor de stad te kunnen garanderen, is het van belang dat bij de overstap naar duurzame warmteopties zoveel mogelijk de route uit deze Transitievisie wordt gevolgd. Deze is immers gemaakt op basis van de laagste maatschappelijke kosten voor alle betrokken partijen in de stad. Hoe meer gebouweigenaren kiezen voor de maatschappelijk goedkoopste optie in hun buurt, hoe lager de kosten voor de rest van

Pagina 32

Transitievisie Warmte Rijswijk Rijswijk schakelt over

de stad.

Programmalijn

Activiteit

Programmalijn 1: Beleidsontwikkeling

• • • • • •

Programmalijn 2: Participatie en communicatie

• • • •

•

•

Programmalijn 3: Energiebesparing

• • •

• • • • •

27 november 2021

Regionale samenwerking: Input leveren voor de Regionale Energiestrategie Rotterdam-Den Haag 2.0. Input aanleveren nadere uitwerking regionale strategie warmte (vraag en aanbod) en samenwerking. Beleidsontwikkeling bodemenergie. Interne organisatie bewust maken van de warmtetransitie. Transitievisie Warmte borgen in diverse gemeentelijk beleidsplannen en met name in de Omgevingsvisie. Grip op energie: gemeentelijk plan opstellen om te komen tot besparing van warmte en inzet van duurzame warmte/aardgasvrij-ready maken. 2-jaarlijks uitvoeringsplan opstellen met duidelijke doelstellingen. Opstellen algemene communicatieplan inclusief doelgroepen aanpak Draagvlak creëren door vanaf het begin bewoners en andere eigenaren te betrekken. Voor iedere buurt een handelingsperspectief samen met de wijk opstellen, bijvoorbeeld om de warmtevraag te beperken, de woning aardgasvrij ready te maken of om de overstap naar een eigen duurzame warmteoptie te maken. Helder advies geven, praktische informatie en ervaringen delen en voor alle beschikbare instrumenten inzetten. Bewoners wegwijs maken naar (subsidie) mogelijkheden. Partijen ondersteunen om tot samenwerking en kennisuitwisseling te komen. Jaarlijks uitwerken van plan met communicatie momenten. Succesverhalen delen ook uit andere gemeentes. Samenwerken met Energieloket, die vragen bewoners kan beantwoorden.

Bewoners wegwijs maken naar (subsidie) mogelijkheden Verder uitwerken communicatiemiddelen die gericht zijn op Energiebesparing. Energiecoaches inzetten voor laagdrempelig maatwerkadvies aan bewoners. Inwoners en bedrijven stimuleren en concreet helpen om de energievraag terug te dringen. Communicatietraject “Rijswijk Schakelt Over” verder uitrollen inzake isolatie en aardgasvrijready maken woningen. Woningeigenaren, projectontwikkelaar stimuleren om beter te isoleren en zoveel mogelijk energie te besparen.

Pagina 33

Transitievisie Warmte Rijswijk Rijswijk schakelt over

Programmalijn

Activiteit

Programmalijn 4: Betaalbaarheid eindgebruiker borgen

• •

• • • • •

• Programmalijn 5: Ondersteunen lokale initiatieven

• •

•

• Programmalijn 6: Ontwikkelen van duurzame warmtenetten

27 november 2021

•

• •

Nader definiëren van betaalbaarheid Buurtplannen voorbereiden en aanvullende middelen organiseren om de transitie betaalbaar en haalbaar te maken in die buurten. Lokale initiatieven ondersteunen om deze betaalbaar te maken Werken aan aanvullende middelen, Europese en Nationale middelen beschikbaar laten komen voor duurzame projecten. Bewoners informeren over de verschillende subsidies. Beschikbaar stellen van financiering uit lokaal Energiefonds. Lobbyen voor aanvullende financieringsconstructies en nadere wet- en regelgeving bij het Rijk, via de netwerken waarin we vertegenwoordigd zijn. Oog houden voor betaalbare oplossingen voor individuele kwesties. Lokale initiatieven ondersteunen en stimuleren met maatwerk; Ondersteuning bieden aan bewoners, ondernemers en ontwikkelaars door kennis, wegwijs maken in de beschikbare subsidies en leningen en zo nodig met het beschikbaar stellen van aanvullende financieringsmogelijkheden. Ondersteuning bieden als bewoners, bedrijven of andere gebouweigenaren warmte en koude uit de bodem willen winnen met een collectieve bodemwarmtepomp. Regierol oppakken: verbinden en faciliteren van partijen, stimuleren van isolatie en faciliteren van lokale initiatieven. Opstellen van uitvoeringsplan om aantal buurten (Hoekpolder, Stervoorde, Ministerbuurt en de Presidentenbuurt) aan te sluiten op warmtenet.

Selecteren van warmtebedrijf en de governance opstellen Ten oosten van de Prinses Beatrixlaan ruimte maken voor een warmteoverdrachtsstation.

Pagina 34

Deel B Achtergronden en onderbouwing

27 november 2021

Pagina 35

Transitievisie Warmte Rijswijk Rijswijk schakelt over

Bijlage 1: WarmtelinQ De wens voor een regionaal warmtenet in ZuidHolland bestaat al vele jaren. Onder de noemer van de warmterotonde zijn inmiddels veel tracés ingetekend voor het transport van restwarmte uit de Rotterdamse haven naar kassen, kantoren en woningen elders in de regio. WarmtelinQ1 is een hoofdtransportleiding voor warm water, waarmee woningen en bedrijven in Zuid-Holland op termijn duurzaam verwarmd kunnen worden. De volledige leiding loopt straks van de Rotterdamse haven naar het bestaande warmtenet in Den Haag. Bij Delft komt een aftakking naar de kassen in het Westland.

Aanvoer- en retourleiding WarmtelinQ bestaat uit een aanvoer- en retourleiding. De aanvoerleiding voert de warmte naar de warmtedistributienetten. De retourleiding brengt het (afgekoelde) water weer terug naar de warmtebron waar het vandaan komt. Daar wordt het opnieuw opgewarmd en gaat het weer terug de aanvoerleiding in. Het water moet over een grote afstand getransporteerd worden. Om voldoende druk in de leidingen te houden, wordt in Delft een pompstation gebouwd.

Aansluiting op andere netten Onderweg worden op verschillende plekken zogenaamde T-stukken aangebracht in de leiding. Dat zijn punten waarop in de toekomst lokale warmtedistributienetten aangesloten kunnen worden. In Vlaardingen ligt al een hoofdtransportleiding: de Leiding over Noord. Daar is bij de aanleg zo’n T-stuk aangebracht, waar WarmtelinQ op aan kon sluiten. Zo ontstaat er een steeds groter netwerk van leidingen. Samen worden die de ‘warmterotonde’ genoemd.

De leidingen De hele leiding bestaat uit drie tracédelen: Vlaardingen-Den Haag, Delft-Westland en Vlaardingen-Vondelingenplaat (Rotterdamse haven). Het tracédeel Vlaardingen-Den Haag (eerder aangeduid als Leiding door het Midden) is op dit moment het verst gevorderd. De delen Vlaardingen-Vondelingenplaat (Rotterdamse haven) en Delft-Westland worden nog nader bestudeerd. Vanuit WarmtelinQ wordt de warmte naar andere, kleinere warmtedistributienetten gepompt. Die leveren de warmte vervolgens aan woningen en bedrijven. Gasunie heeft dit project in 2019 -op verzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat- van Eneco overgenomen en omgedoopt tot WarmtelinQ. Gasunie legt WarmtelinQ aan en wordt de onafhankelijke beheerder van deze nieuwe transportleiding.

De leidingen hebben een buitendiameter van 700 tot 900 mm. Daar komt nog een isolatielaag van 100 mm omheen. De leiding heeft een systeem om lekkages snel op te sporen. De levensduur van de leidingen is ongeveer 50 jaar. De leiding heeft een totale lengte van 23 kilometer en loopt ook door de gemeente Rijswijk, onder de Prinses Beatrixlaan. WarmtelinQ heeft een capaciteit van 250 MW en kan daarmee 130.000 woningen in de regio van duurzame warmte voorzien. Het tracé voor WarmtelinQ is ingetekend en het vergunningentraject is in gang gezet. De verwachting is dat de eerste schop medio 2022 de grond in gaat en dat in de winter van 2024/2025 de leiding optioneel is. Vanaf dat moment kan via een warmteoverdrachtsstation (WOS) ook warmte worden geleverd aan een lokaal warmtenet. In Rijswijk moet dit lokale warmtenet nog worden aangelegd.

1 www.warmtelinq.nl/

27 november 2021

Pagina 36

Transitievisie Warmte Rijswijk Rijswijk schakelt over

Bijlage 2: Vraag en aanbod warmte De bestaande warmtevraag Rijswijk telt ongeveer 26.500 woningen en 4.000 bedrijfsgebouwen. In 2019 gebruikten al deze gebouwen samen ongeveer 47,75 miljoen kubieke meter gas. De 26.500 woningen gebruikten 3 in totaal 1,14 miljoen m3 gas. Dat betekent dat de gemiddelde woning in Rijswijk ongeveer 1.175 m3 gas gebruikt. Maar omdat meer dan 70% van de Rijswijkse woningen appartementen zijn, ligt het gemiddelde gasgebruik per woning iets lager. Zo gebruikt een Rijswijks appartement gemiddeld 1.090 m3 gas en een rijtjeshuis (tussenwoning) gemiddeld 1.240 m3 gas. Een appartement in Nederland gebruikt per jaar gemiddeld 850 m3 gas

en een tussenwoning 1.310 m3 gas. Rijswijk is vooral (kort) na de 2de oorlog hard gegroeid. Daardoor hebben veel woningen binnen de gemeente maar een matig energielabel. Volgens de energielabel-systematiek heeft 58% van de woningen in Rijswijk energielabel D of lager. De gemeente Rijswijk is wel al eerder begonnen met het opleveren van aardgasvrije woningen. Zo is het project RijswijkBuiten volledig aardgasvrij met als resultaat dat de grondgebonden tussenwoningen in Rijswijk gemiddeld iets minder aardgas gebruiken dan het landelijk gemiddelde.

Zie figuur 1 voor een overzicht van de energielabels per pand. De kleurcodering is als volgt: » Blauwe panden hebben energielabel A; » Groene panden hebben energielabel B; » Donkergroene panden hebben energielabel C; » Oranje panden hebben energielabel D; » Donkeroranje panden hebben energielabel E; » Rode panden hebben energielabel F; » Donkerrode panden hebben energielabel G.

27 november 2021

Pagina 37

Transitievisie Warmte Rijswijk Rijswijk schakelt over

Besparing op de warmtevraag Als we kijken naar het historisch gasgebruik voor woningen in de gemeente Rijswijk, dan is een dalende gasvraag te zien. Tussen 2009 en 2019 is de gasvraag van 35 miljoen m3 naar 31,1 miljoen m3 gedaald. Dit is een daling van 11,14% over een periode van 10 jaar, op basis van het temperatuur-gecorrigeerd gasgebruik. Daarnaast is het woningaanbod in dezelfde periode gestegen van 24.208 in 2009 naar 26.666 in 2019. Hiermee is de totale besparing per huis ongeveer 12,5%. Dit is een autonome afname van het gasgebruik in woningen van 1,3% per jaar. Door alle maatregelen en het grotere belang dat we als maatschappij aan duurzaamheid hechten, is het de verwachting dat tussen 2020 en 2030 het gasgebruik per buurt autonoom gaat afnemen met ongeveer 1,5% per jaar. Dit is een ambitieus doel, omdat een deel van het laaghangende fruit al is geplukt en het steeds meer energie zal gaan kosten om de bestaande daling voort te zetten. Naar verwachting zal de (temperatuur gecorrigeerde) gasvraag voor woningen tussen 2030 en 2050 met ongeveer 0,75% per jaar dalen.

Dit mede door grote en ingrijpende renovatieprojecten, met name van woningen met een laag energielabel, die de woningcorporatie tussen 2030 en 2050 oppakken Bij een gelijkblijvend woningaantal is het de verwachting dat de warmtevraag tussen 2020 en 2030 van 1.019 TJ (Terra Joule) naar ongeveer 900 TJ zal dalen. Tussen 2030 en 2050 zal de warmtevraag verder dalen van 875 TJ naar 775 TJ. Voor woningen die met een warmtepomp worden opgeleverd, is niet geprognotiseerd dat de warmtevraag/elektriciteitsgebruik van de warmtepompen van deze woningen veel zal dalen. Om een warmtepomp te kunnen plaatsen, moet een woning namelijk al goed geïsoleerd en luchtdicht zijn.

Utiliteitsbouw Het historisch energiegebruik voor de utiliteitsbouw gaat minder ver terug dan het historisch energiegebruik voor woningen. Ook fluctueert het aantal utiliteitsgebouwen meer dan het aantal woningen, net als het percentage leegstand. In 2019 bedroeg de totale aardgasvraag van de 27 november 2021

bedrijvigheid en utiliteit in Rijswijk 16.657.000 m3/525 TJ. In 2019 was de gasvraag een stuk lager dan 2018 door verscheidene functiewisselingen van de gebouwen en een sanering van een groot deel van de kassen in Rijswijk. Bedrijfsgebouwen worden, naast aardgas, ook vaak met lucht/bodem-warmtepompen verwarmd. Naar schatting produceert de utiliteitssector ongeveer 185 TJ warmte per jaar met lucht/ bodem warmtepompen. Deze hoeveelheid is de afgelopen jaren enorm gestegen door de realisatie van het Europees patentbureau. De totale geschatte warmtevraag komt uit op 710 TJ warmte. Er lijkt wel een daling van circa 1% per jaar in het aardgasgebruik van de utiliteitsbouw te zitten De verwachting is dat deze autonome daling blijft doorzetten tot 2030. Zonder de nieuwbouwplannen in de stad zou de warmtevraag in 2030 circa 640 TJ bedragen. Er wordt van uitgegaan dat de warmtevraag tussen 2030 en 2050 autonoom met ongeveer 0,5% per jaar afneemt. De bedrijven en utiliteit zouden bij gelijk gebruik in 2050 dan nog 575 TJ aan warmte nodig hebben. Naast autonome afname zullen er ook sloop-nieuwbouwprojecten plaatsvinden, waarbij de gebouwen in het algemeen overstappen op een warmtepomp en van het aardgas af gaan. Om de overstap van bedrijven naar een warmtepomp rendabel te krijgen, is vergaande isolatie nodig.

Dit is wel een trend, en zorgt mogelijk voor een grotere daling van de warmtevraag dan nu de verwachting. Hier is nu geen rekening mee gehouden in de Transitievisie Warmte.

Verwachte woningbouw Naar verwachting worden tussen 2019 en 2040 ongeveer 8.700 nieuwe woningen in Rijswijk gerealiseerd. Dit zullen allemaal goed geïsoleerde woningen zijn met een zeer beperkte warmtevraag. Als er een geothermiebron bij het Rijswijks Centre for Substainable Geo-energy (RCSG) op het bedrijventerrein Plaspoelpolder ontwikkeld wordt, kan dit een interessanter alternatief zijn voor de warmtevoorziening dan de elektrische bronnen. Zo wordt nieuwbouw ook op bestaande bronnen aangesloten in o.a. ook het Westland en Utrecht (Leidsche Rijn). Dit vraagt nog wel nader onderzoek.

Pagina 38

Transitievisie Warmte Rijswijk Rijswijk schakelt over

In de Transitievisie Warmte wordt ervan uitgegaan dat de warmtevraag voor de nieuw te bouwen woningen grotendeels door warmtepompen en warmtekoudeopslag wordt ingevuld. Al komen ook nieuwe technieken op de markt die steeds interessanter zijn en minder elektriciteit vragen, bijvoorbeeld het Solareis-systeem dat gebruik maakt van de toepassing van kristallisatie-energie. Aanbod: kansen voor duurzaam verwarmen Naast besparen, moeten we onze warmtevraag ook duurzaam gaan opwekken. In essentie zijn er drie primaire vormen van duurzaam verwarmen: » Collectief aansluiten op een warmtenet, gevoed door: • restwarmte • aardwarmte • biomassa » Semicollectief verwarmen met: • een warmtekoudeopslag (WKO), al dan niet met aquathermie • een collectieve warmtepomp » Individueel verwarmen met: • een individuele lucht-water of bodemwater warmtepomp • individuele ventilatiewarmtepomp of hybride warmtepomp • individueel verwarmen met zonnecollectoren • individueel verwarmen met groen gas of waterstof Als Rijswijk in 2050 fossielvrij wil zijn, dan moet het aardgasvrij maken van gebouwen parallel lopen aan het isoleren van gebouwen. Als deze trajecten niet parallel aan elkaar lopen, dan worden de ambities niet gehaald. De inzet is om de Rijswijkse warmtevraag lokaal te verduurzamen waar het kan, maar dit is geen doel op zich.

Hieronder staan de mogelijke alternatieven voor aardgas in Rijswijk beschreven.

27 november 2021

Hoog of midden temperatuur warmtenet, gevoed door restwarmte of aardwarmte Een collectief warmtenet is een ondergronds distributienetwerk voor warm water. Dit warme water komt via het netwerk de woning binnen en een afleverset geeft de warmte van dit water af aan het centrale verwarmingssysteem van de woning. De afleverset is een kastje dat de plek van de cv-ketel inneemt. De afleverset zorgt voor zowel verwarming van verwarmingswater dat door de radiatoren, convectoren of vloerverwarming stroomt, als voor de verwarming van tapwater. warmtenetten kunnen op meerdere temperaturen warmte leveren aan een woning. Omdat woningen in Nederland voor een groot deel op een verwarmingstemperatuur van 70°C in het cv-systeem zijn uitgelegd, sluiten warmtenetten hier vaak op aan. Oudere woningen hebben zelfs vaak een grotere temperatuurvraag van ongeveer 90°C. Het gebruik van rest- en aardwarmte reduceert de CO2-emissie van warmtelevering met 60 (geothermie) tot 75% (restwarmte). Zowel restwarmte als geothermie kunnen voorzien in een warmtelevering van > 70°C. Dit zijn de voordelen van collectieve warmtesystemen: 1. Warmtenetten kunnen warmte op dezelfde temperatuur leveren als Hr-ketels (70°C of hoger), waarmee extra isolatie niet nodig is en andere warmteafgiftesystemen niet direct noodzakelijk zijn (verdere isolatie is wel nodig om het energiegebruik te reduceren) 2.

De aansluitkosten op een warmtenet zijn vaak lager dan de kosten om een woning te isoleren en de aanschaf en installatie van een individuele lucht- of bodemwarmtepomp 3. Warmtenetten met een temperatuur van > 70°C hebben geen buffervaten en boosterwarmtepompen nodig voor warm tapwater. Indien temperaturen onder de 60°C worden geleverd, is er voor de bereiding van warm tapwater een boosterwarmtepomp nodig 4. Warmtenetten met een aanlevertemperatuur van >65°C hebben geen inpandige installaties nodig, die meer ruimte innemen dan de bestaande cv-ketel

Pagina 39

Transitievisie Warmte Rijswijk Rijswijk schakelt over

Dit zijn de nadelen van collectieve warmtesystemen: 1. Zowel rest- als aardwarmte hebben binnen een warmtenet een aandeel van 80-85% van de warmtelevering om de aangesloten bebouwde omgeving jaarrond te verwarmen. In de winter worden aardgasgestookte piekketels ingezet om de verwarmingspieken op te vangen (de piekketels slaan aan bij temperaturen onder de 5 graden). Wanneer de aardgasgestookte piekketels bijverwarmen komt er CO2vrij 2. Binnen warmtenetten gaat warmte verloren (12,5 tot 20%) 3. Het verlies van warmte kan ook invloed hebben op drinkwaterleidingen in de buurt. Om de kans op het ontstaan van legionella en andere ziekte in het drinkwater te voorkomen. Bij hoge temperatuur netten gaat het om circa 2 meter 4. De meeste warmtenetten kunnen niet koelen en als ze dit wel doen, dan zijn de kosten hiervoor aanzienlijk 5. Minimaal 75% van de woningen in een aan te sluiten wijk moet aangesloten worden op het warmtenet, anders is het warmtenet in die wijk niet exploitabel 6. Het warmtenet en daarbij behorende diensten van warmtetransport en warmtelevering zijn vaak eigendom van één partij met private aandeelhouders. Deze krijgen hierdoor een monopolypositie. De nieuwe Wet collectieve warmtevoorziening heeft als doel de positie van consumenten te verstevigen, maar deze wet is nog niet van kracht. De huidige warmtewet uit 2014 is op dit moment het wettelijk kader.

Deze wet beschermt de consument nu ook al goeddeels

Restwarmte

In Rijswijk zijn restwarmte en geothermie de twee potentiële bronnen die het warmtenet kunnen voeden met warmte op een hoge temperatuur. Grootschalige (lokale) biomassa wordt in een stedelijk gebied niet als haalbare of wenselijke oplossing voor warmteproductie gezien. Vergisting van het groenafval is onvoldoende om dat lokaal te doen. Biovergisting vindt nu plaats in Alphen a/d Rijn.

Warmtenetten worden momenteel bijna uitsluitend gevoed door diepe geothermiesystemen. Op een diepte van circa 2.500 - 2.750 meter heeft de Rijswijkse bodem een temperatuur van ongeveer 80°C- 85°C. Op deze diepte zit ook een watervoerende laag, ofwel een bodemlaag waar veel water doorheen stroomt. Met behulp van twee putten (in en retour), die samen een geothermiebron vormen, en een warmtewisselaar kan de warmte uit dit (zeer zoute) water overgezet worden naar een collectief warmtenet. Het terug te pompen water heeft een temperatuur van circa 40°C. Na een periode van minimaal 30

27 november 2021

Restwarmte is warmte die vrijkomt bij industriële processen. Zo komt in de haven van Rotterdam jaarlijks voldoende warmte vrij om alle woningen in de provincie Zuid-Holland te verwarmen. Deze warmte eindigt nu nog in de lucht of in de Nieuwe Waterweg. Maar deze warmte is ook prima te gebruiken om onze woningen mee te verwarmen, waardoor de gasvraag aanzienlijk teruggebracht kan worden. Daarom werkt de Gasunie aan WarmtelinQ; een transportleiding tussen Rotterdam en Den Haag. WarmtelinQ kan zowel warmte op 70 tot 75°C als op 85-90°C leveren. En in theorie zijn ook lagere temperaturen mogelijk als je de warmte zou cascaderen. Cascaderen betekent het trapsgewijs in zetten van warmte. In oudere woning hebben hoge temperatuur warmte nodig. Met een uitkoeling van 25 graden houd je altijd nog 50-65 graden warmte over. Nieuwere huizen kan je hiermee goed verwarmen. Dit is nu nog toekomstmuziek, maar hoe verder de warmte in een warmtenet in Rijswijk is uit te koelen (= meer gebruik), des te beter dit is voor het economisch rendement en de duurzaamheid.

Geothermie Geothermie is warmte uit de aarde. Er zijn twee vormen van geothermie, diepe en ondiepe geothermie. » Bodemenergie is het winnen van warmte op een diepte kleiner dan 500 meter. » Ondiepe geothermie is het winnen van warmte op een diepte kleiner dan 1.500 meter. » Diepe geothermie is het winnen van warmte op een diepte groter dan 1.500 meter.

Pagina 40

Transitievisie Warmte Rijswijk Rijswijk schakelt over

jaar kan het water uit de retour put (het koud reservoir) in aanraking komen met het water in het warmtereservoir, waardoor de temperatuur van het op te pompen water af kan nemen. Als dit gebeurt, moet er een nieuwe bron (restwarmte of een nieuwe geothermiebron) gezocht worden, mits er een locatie beschikbaar is. Door omzettingen is de maximale leveringstemperatuur vanuit een geothermiebron in Rijswijk ongeveer 75°C. Dit is nog steeds voldoende om zonder hulpmiddelen te voorzien in veilig tapwater. Rijswijk beschikt over voldoende geothermische activiteit om een bron van ongeveer 25 MW aan te boren. Deze bron kan dan ongeveer 12.500 woningen voorzien van duurzame warmte. Bij het boren naar een geothermiebron is er altijd een zekere mate van onzekerheid. Zo kan een boring mislukken als de grond toch ongeschikt is. Ook kan het water een iets lagere temperatuur hebben dan verwacht of is het water minder eenvoudig op te pompen. Ook in de exploitatiefase kunnen er risico’s optreden. Mocht dit het geval zijn, dan kan Rijswijk altijd terugvallen op restwarmte. Vanwege de robuustheid en marktwerking is het wenselijk dat de Rijswijkse warmtenetten door meerdere bronnen worden gevoed.

Semicollectief lage temperatuurnetwerk, gevoed door een WKO en/of aquathermie Semicollectieve lage temperatuur (LT) netwerken zijn veelal kleinschalige warmtesystemen. Vaak zijn deze systemen in beheer bij private partijen. De netwerken verwarmen meerdere panden van meerdere eigenaren. De meest voorkomende vorm van gemeenschappelijke LT-warmtesystemen zijn collectieve, open warmte-koude opslagsystemen (WKO). LT-warmtesystemen zijn alleen geschikt voor goed geïsoleerde woningen (label B+), waarbij het cv-systeem is ingericht op LTverwarming, zoals vloerverwarming en LTradiatoren. Een WKO-systeem pompt grondwater op en wint hier in de winter warmte uit met een warmtepomp. In de zomer gebruikt het systeem het koele water (jaarronde temperatuur van 12°C) om gebouwen te koelen. Deze systemen zijn met name geschikt om grote panden en appartementencomplexen (waar meerdere eigenaren in zitten) te voorzien 27 november 2021

van duurzame warmte en koude. Maar tegenwoordig worden dergelijke systemen ook als alternatief voor aardgas gebruikt in meer kleinschalige buurtnetten in goed geïsoleerde buurten of nieuwbouw. De warmtepomp kan in ieder individueel gebouw staan met als voordeel dat het warmtenet niet geïsoleerd hoeft te worden. Maar ook bij de WKO zelf, wat vooral interessant is voor kantoorgebouwen, omdat hier weinig warmtetransport of warm tapwater nodig is. Een WKO kan tijdens pieken warmte op een hogere temperatuur leveren (max 65°C). Dit gaat wel ten koste van het rendement. Zo is het rendement bij een aanlevertemperatuur van 35°C circa 550%, bij een aanlevertemperatuur van 50°C, daalt dit naar 350%. Bij een aanlevertemperatuur van 65°C ligt het rendement nog maar op 275%. Voor kortstondige pieken bij extreem weer is dit acceptabel, maar de jaarronde aanvoertemperatuur moet daarom niet boven de hogere temperatuurlevering (> 50°C) komen. Voor het functioneren van een WKO zijn balans, dimensionering en evenwicht noodzakelijk. Bij veel gebouwen is de warmtevraag groter dan de koude vraag. Daarom heeft de WKO een regeneratievoorziening nodig die de WKO voorziet van extra warmte in de tussenseizoenen en/of de zomer. Zo wordt de bodem van extra warmte voorzien en kan deze opwarmen voor de winter (een beetje als een accu).

Verder heeft een WKO-systeem -net als een restwarmte- en aardwarmtebron- een piekondersteuner nodig voor extra warmte in de winter. Dit kan een lucht-water warmtepomp zijn of een boosterwarmtepomp in de woning die ook bijspringt bij tapwaterbereiding (al maakt dit de boosterwarmtepomp een stuk duurder). Een WKO kan ook in combinatie met aquathermie (warmtewinning uit water) toegepast worden. Aquathermie wordt vooral in de tussenseizoenen gebruikt om gebouwen te verwarmen. Een koelere warmtetemperatuur komt de waterkwaliteit ten goede. In de winter pakt de WKO het stokje van de aquathermie over en in de zomer koelt de WKO. Vanwege de waterkwaliteit is het beter om niet met oppervlaktewater (met uitzondering van de grote rivieren) te koelen. Doordat aquathermie de WKO ontlast, blijft deze jaarrond in balans. Aquathermie is een voorbeeld van een regeneratievoorziening

Pagina 41

Transitievisie Warmte Rijswijk Rijswijk schakelt over

en zorgt ervoor dat de bodem in balans blijft. Ook lucht-water warmtepompen en zonnecollectoren kunnen dienstdoen als regeneratievoorziening.

Individueel verwarmen met een warmtepomp Bewoners en bedrijven kunnen hun eigen warmtevraag ook volledig zelfstandig verduurzamen door individueel een warmtepomp aan te schaffen. Warmtepompen zijn zeer efficiënte apparaten die warmte uit de lucht en bodem overzetten naar het cv-systeem. Het rendement van een warmtepomp varieert tussen de 350550%. Ofwel, met 1 kWh stroom produceert de warmtepomp 3,5 tot 5,5 kWh warmte. Net als bij WKO-systemen, zijn warmtepompen met een LT-warmtebron eigenlijk alleen geschikt voor huizen en bedrijven die goed geïsoleerd zijn (label B+) en een cv-systeem hebben dat is ingericht op LT-warmte. Het aanschaffen van een warmtepomp is grotendeels een individuele keuze. Er zijn drie soorten warmtepompen: » Lucht-lucht warmtepompen » Lucht-water warmtepompen » Gesloten bodemwater warmtepompen » Hybride warmtepompen (kunnen in principe ook lucht-water of water-water zijn) De eerste is in principe een airco die zowel kan koelen als verwarmen en lucht als transporteur van de warmte inzet. Dit is vooral voor bedrijfshallen en kantoren een populaire oplossing om aardgasloos te verwarmen. Bedrijven die hun bedrijf al koelen met een airco, kunnen deze vaak ook verwarmen met een nieuwe (iets krachtigere) airco.

De lucht-water warmtepomp is een warmtepomp die warmte in de winter of koude in de zomer onttrekt uit de buitenlucht en dit overzet op het interne cv-systeem. Hier wordt water gebruikt als transportmedium (net als bij de cv-ketel). Dit maakt deze pomp interessant voor huishoudens. Een gesloten bodemwater warmtepompsysteem onttrekt warmte uit de bodem via een gesloten verticale pijp van circa 100 meter diep, waar water doorheen wordt gepompt. Dit systeem lijkt op dat van de WKO. Echter, dit systeem onttrekt warmte direct uit de bodem en een open WKO onttrekt warmte uit het grondwater. Net als bij een WKO moet een bodemwarmtepomp in de zomer koelen.

27 november 2021

Anders raakt de bron uit balans en neemt het rendement af. De hybride warmtepomp is een kleine warmtepomp die samenwerkt met een cv-ketel en kan al goed opereren in een woning met energielabel C. De hybride warmtepomp is vaak een tussenstap naar een volledige warmtepomp. Al is ook goed denkbaar dat op den duur het verbruik van aardgas is om te zetten naar waterstof/groen gas. De hybride warmtepomp pakt de verwarming van de woning buiten de winter zelfstandig op. De cv-ketel ondersteunt de warmtepomp bij verwarming in de winter en ondersteunt jaarrond bij de verwarming van het tapwater. Omdat de hybride warmtepomp met name gezien wordt als transitie-warmtepomp, zien we deze oplossing voornamelijk op plekken waar geen andere betaalbare oplossing voor handen is, zoals in het buitengebied of het historisch centrum.

De positie van groen gas en waterstof De verwachting van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL is dat Nederland in 2030 beschikt over 2 miljard m³ groen gas, waarvan 1,5 miljard m³ ingezet kan worden in de bebouwde omgeving. Woningen zijn niet de enige gebouwen met een vraag naar gas. Ook de glastuinbouw, de scheepsvaart en bepaalde industrieën hebben groen gas, dan wel waterstof nodig om hun producten te produceren/vervoeren. Momenteel is jaarlijks 145 miljoen m³ gas beschikbaar. De meeste waterstof wordt op dit moment gewonnen uit aardgas of kolen. Waterstof is op zichzelf een schone energiedrager, maar omdat er bij de productie CO2 vrijkomt, wordt gesproken over grijze waterstof. Er is sprake van blauwe waterstof als de CO2 wordt afgevangen en wordt opgeslagen. Groene waterstof wordt gemaakt van energie uit duurzame bronnen zoals zonneen windenergie. De productie van waterstof en het omzetten naar warmte kost energie. Bij de omzettingsprocessen gaat ongeveer 40% van de energie verloren. Anderhalf miljard m3 groen gas klinkt als een grote hoeveelheid, maar met een gemiddeld gasgebruik is slechts 1,15 miljoen van de in totaal 7 miljoen woningen te voorzien van groen gas.

Pagina 42

Transitievisie Warmte Rijswijk Rijswijk schakelt over

Warmtenetten in Nederland zijn voor de piekvraag afhankelijk van aardgas. De piekvraag vormt jaarlijks 15 tot 20% van de warmtelevering (die nu wordt opgewekt met aardgasgestookte ketels). Het exacte percentage hangt af van de strengheid van de winter. Daardoor is het maar zeer de vraag of er voldoende duurzaam gas overblijft om buurten volledig over te schakelen naar groen gas of waterstof. Door al deze onzekerheden zet gemeente Rijswijk voorlopig niet in op groen gas of waterstof als primaire vervanger van aardgas. Voor het buitengebied en de historische binnensteden is een hybride warmtepomp met groen gas of een waterstofketel wel een mogelijke eindoplossing. Op deze locaties is vaak geen plek voor een warmtenet en het isoleren van deze woningen tot deze geschikt zijn voor een warmtepomp, is vaak niet haalbaar of betaalbaar. Een hybridewarmtepomp kan al tot 60% van de gasvraag reduceren.

Gezien de onduidelijke ontwikkeling van waterstof als energiedrager gaat de gemeente Rijswijk er nog niet vanuit dat waterstof voor 2030 in grote mate beschikbaar komt voor de gehele stad. Vooralsnog is het uitgangspunt dat waterstof en groen gas alleen ingezet gaan worden, waar andere opties niet mogelijk zijn. Denk daarbij voornamelijk aan de (proces) industrie en oude binnensteden, en zelfs dan bij voorkeur alleen in een hybride vorm. De gemeente ziet op termijn wel kansen voor het toepassen van deze duurzame gassen bij de invulling van de piekvraag in warmtenetten en bij woningen in de binnensteden en de landgoederenzone. Door één keer in de vijf jaar dit plan te monitoren en bij te stellen, kunnen we zien welke eindoplossingen in beeld komen om uiteindelijk geheel fossielvrij warmte op te wekken.

In de gemeente Rijswijk volgen we de visie van de RES-regio Rotterdam Den Haag als het gaat om groen gas en waterstof. Dit houdt in dat er op dit moment een kleine rol is voor beide gassen bij de verwarming van de bebouwde omgeving. Dit omdat groen gas en waterstof op dit moment nog niet grootschalig voorradig zijn. De verwachting is dat de beschikbaarheid van deze gassen beperkt zal zijn tot 2030 en dat de prijs van deze gassen nog hoog ligt. En daarbij is er vergeleken met andere duurzame warmtebronnen veel meer energie nodig om de warmte bij woningen af te leveren.

27 november 2021

Pagina 43

Transitievisie Warmte Rijswijk Rijswijk schakelt over

Bijlage 3: Analyse warmteopties In de onderstaande tabel zijn de parameters opgenomen, waarmee rekening is gehouden bij het uitwerken van een warmteoplossingen zoals ze in hoofdstuk 3 zijn opgenomen. Besliscriterium Hoofdtype en isolatiegraad van woning Laagste maatschappelijke kosten Aanwezigheid van warmtebronnen Duurzaamheid

Korte beschrijving De mate van isolatie van gebouwen is in grote mate bepalend voor de geschiktheid van een warmteoptie. De aardgasvrije warmteoptie waarvoor de totale maatschappelijke kosten voor een gebied het laagst zijn, krijgt voorrang boven duurdere oplossingen. De nabijheid van warmtebronnen weegt mee en kan bepalend zijn voor de warmteoptie in een buurt. Warmteopties die leiden tot een besparing van CO2 -uitstoot en die een blijvende afhankelijkheid van fossiele brandstoffen voorkomen, krijgen voorrang boven warmteopties die niet leiden tot CO2-besparing of leiden tot een blijvende afhankelijkheid van fossiele brandstoffen.

Minste overlast

Warmteopties die minder overlast geven in de buurt of in de woning krijgen de voorkeur boven warmteopties die meer overlast geven.

Bestaande infrastructuur per buurt

Bestaande of reeds geplande infrastructuur heeft invloed op de warmteoptie per buurt.

Tabel 1: parameters voor beoordeling warmteopties

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), de provincie Zuid-Holland en Stedin hebben de gemeente Rijswijk voorzien van warmtestrategieën op basis van modelberekeningen. Dit in relatie tot welke nieuwe warmtebron voor de bebouwde omgeving de minste maatschappelijke kosten met zich meebrengt. Ieder van deze instanties heeft hiertoe een net iets andere benadering en hanteert net iets andere getallen. Hierdoor is de uitkomst ook niet altijd gelijk.

van het net, exploitatiekosten en dergelijke. Verder houden de modellen heel specifiek de buurtgrenzen van het CBS aan. Hierdoor ontstaan soms wat aparte conclusies. De wijk Hoekpolder is bijvoorbeeld onder te verdelen in twee verschillende gebieden: een woonkern en een recreatief gebied. Hierbij heeft de woonkern meer gelijkenissen met Stervoorde dan het omliggende recreatief gebied. Het is niet raadzaam om blind te varen op de CBS-buurtgrenzen, deze grenzen zijn immers niet opgesteld voor dit doeleinde.

Aandachtspunten bij gebruik van de warmtemodellen

Niet blindvaren op de uitkomst, maar de resultaten wel meenemen

Gebruik van de warmtemodellen

De warmtemodellen zijn modellen die op grootschalige wijze voor duizenden buurten tegelijkertijd het alternatief voor aardgas met de laagste maatschappelijke kosten berekenen. Hier komen veel parameters bij kijken. Een model is een versimpeling van de werkelijkheid en de praktijk is altijd vele malen complexer. Modellen houden (nog) geen rekening met de onderlinge resultaten van buurten, buurtprofielen, capaciteit

27 november 2021

De uitkomsten van de warmtemodellen zijn niet één op één over te nemen. Zo komen de verschillende warmtenetten zelf ook niet altijd op dezelfde optie uit. De gemeente heeft eerst de modellen naast elkaar gezet om te bepalen welke technieken per wijk nader uitgewerkt moeten uitwerken. Vervolgens is met een lokale bril naar de uitkomsten gekeken. Dit om zoveel mogelijk lokale kennis toe te voegen aan de uitwerking van

Pagina 44

Transitievisie Warmte Rijswijk Rijswijk schakelt over

een eerste opzet voor de warmtetransitie-strategie. Zoals eerder vermeld, bieden de modellen een goede indicatie, maar zijn ze nog niet volledig en zaligmakend. Het toevoegen van lokale kennis is noodzakelijk om tot een goede strategie te komen.

Indeling buurten optimaliseren voor de Transitievisie Warmte Om de resultaten te verfijnen, is allereerst gekeken naar de buurtgrenzen. De CBS buurtenkaart is immers niet bedoeld voor het opstellen van een Transitievisies Warmte. Dit heeft geresulteerd in een iets andere buurtindeling, die gelijksoortige gebieden beter clustert. Zo is in extensief bebouwde gebieden een warmtenet niet kosteneffectief. Een algemene vuistregel is dat wanneer er minder dan 20 woningen per hectare in een gebied aanwezig zijn, een warmtenet niet haalbaar is. Een paar voorbeelden van wijzigingen ten opzichte van de CBS-buurtindeling zijn: » De woonkern van de Hoekpolder is toegevoegd aan Stervoorde » Het zorgwoningencomplex in Overvoorde is samengesmolten met de Ministerbuurt » Het parkdeel van Te Werve is toegevoegd aan het Julianapark

Niet overal is plek voor een warmtenet Op basis van de modellen is veilig te stellen dat een warmtenet in veel buurten de meest kosteneffectieve oplossing is. In de buurten waar woningen voldoende dicht op elkaar staan en het gemiddelde label C of lager is, is gekozen voor het realiseren van een warmtenet. Uitzonderingen op de regel zijn de buurten: Oud-Rijswijk, Cromvliet, Bomenbuurt en Leeuwendaal. Het stratenpatroon in deze straten is dermate smal, dat het aanleggen van een warmtenetwerk bijna niet kostenrendabel mogelijk is.

27 november 2021

Huidige kwaliteit woningen als uitgangspunt voor toepasbare technieken De bestaande kwaliteit van woningen is het uitgangspunt bij het toepassen van alternatieve warmteoplossingen om van het aardgas af te komen. Natuurlijk zal de komende jaren de warmtevraag teruglopen doordat er beter geïsoleerd wordt. Aan de andere kant zullen er in iedere buurt ook woningen zijn, waar de komende 30 jaar weinig gedaan wordt aan isoleren of het reduceren van de warmtevraag. Energiebesparende maatregelen zijn immers niet af te dwingen. Daarnaast zijn bepaalde woningtypen ook lastig te isoleren. Dit zorgt er wel voor dat het niet haalbaar is om in bijna alle buurten, het merendeel van alle woningen op energielabel B te krijgen. Label B+ is te beschouwen als het punt waarop individuele warmtepompen en WKO’s overwogen moeten worden. Dit heeft ermee te maken dat bij het gebruik van deze bronnen een aanvoertemperatuur van < 50°C voldoende moet zijn om de woning voldoende warm te krijgen. Er is een onderscheid tussen hoge temperatuur (HT), midden temperatuur (MT) en lage temperatuur (LT) warmtebronnen. Voor HTwarmtebronnen zijn geen aanpassingen in de woning nodig, hoewel voor deze woningen isoleren altijd aan te bevelen is. HT-warmte is met name geschikt voor oudere woningen, die opgeleverd zijn voor de jaren ’70.

Met enkele isolatieaanpassingen is de woning te warmen met een MT-warmtebronnen (50-75 °C). Bij LT-warmtebronnen is een goed geïsoleerde woning een vereiste, minimaal label B en bij voorkeur label A. Daarom is dit met name voor nieuwere woningen geschikt. In figuur 2 is de temperatuur van diverse warmtebronnen weergegeven op een schaal van LT (links) naar HT (rechts). Inzet is om de warmtebron zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij het isolatieniveau van de woning.

Pagina 45

Transitievisie Warmte Rijswijk Rijswijk schakelt over

Figuur 2: Temperatuur warmtebronnen in relatie tot schaal van temperatuur warmtevraag 27 november 2021

Pagina 46

Transitievisie Warmte Rijswijk Rijswijk schakelt over

Verschillen tussen bedrijven en woningen Bedrijven zijn anders dan woningen en hebben andere behoeften. Zo zijn veel loodsen niet met cv-systemen, maar met behulp van direct gasgestookte heaters verwarmd. Dit systeem functioneert niet bij de levering van restwarmte. Lucht-lucht warmtepompen op het dak kunnen wel op dezelfde manier warme lucht in de loods blazen en daarbij de loods in de zomer ook nog eens koelen. Hiervoor moet de loods eerst wel goed geïsoleerd worden, aangezien de temperatuur van de lucht die warmtepompen in de ruimte blazen, lager is. Kantoorgebouwen beschikken vaak wel over een cv-systeem dat wordt aangestuurd door een cv-ketel. De behoefte voor koeling is in kantoorpanden in algemene zin nog groter dan in andere bedrijfspanden. Een deel van de warmtevraag in deze bedrijven wordt regelmatig al voorzien door lucht-lucht warmtepompen of VRFsystemen. Dit komt de haalbaarheid van een hoge temperatuur warmtenet niet ten goede. De energiehuishouding van bedrijven is anders dan die van woningen. Bedrijven gebruiken vaak veel meer energie dan huishoudens. De prijs voor gas is voor woningen en bedrijven hetzelfde. Bedrijven gaan pas minder belasting voor gas betalen, als ze meer dan 170.000 m3 gas afnemen. Het aantal bedrijven in Rijswijk waarvoor dit geldt, is op één hand te tellen.

Voor elektriciteit ligt dit anders: naarmate een bedrijf meer dan 50.000 kWh elektriciteit gebruikt, betalen ze ongeveer de helft voor elektriciteit in vergelijking met een woning. Voor veel bedrijven ligt de afweging voor aansluiten op een warmtenet en investeren in een warmtepomp heel anders dan bij huishoudens. De exploitatievoordelen voor de keuze van een warmtepomp zijn voor bedrijven groter dan voor huishoudens. Ook is de investering naar verhouding vaak een stuk kleiner. De businesscase voor warmtepompen voor bedrijven en bewoners is niet vergelijkbaar. Voor bedrijven zullen warmtepompen hierdoor vaak een stuk eerder aantrekkelijk zijn dan voor bewoners. Ook is de capaciteit van het stroomnetwerk van bedrijventerreinen in algemene zin hoger dan

27 november 2021

die van woongebieden. Tot slot zijn er wettelijke eisen gesteld aan de minimale energielabels van kantoren. Hierdoor is het een realistische verwachting dat ieder pand op termijn voldoende geïsoleerd is voor een all-electric oplossing. Vanwege het bovenstaande, valt de keuze bij bedrijventerreinen sneller op all-electric oplossingen dan op warmtenetten. Hieraan toegevoegd, veel bedrijven hebben harde eisen (kantoren tot label C). Vrijblijvendheid van de businesscase is veel minder dan bij huishoudens.

De huidige warmtemix In 2019 gebruikten gebouwen ongeveer 47,75 miljoen kubieke meter gas ten behoeve van verwarming, ofwel 1.508 terajoule (TJ). Door de warmtetransitie krijgen de bestaande energiedragers (gas/warmte, elektriciteit en brandstoffen) steeds meer functies. Vooral elektriciteit gaat in steeds meer behoeftes voorzien, zoals verwarmen en transport. Warmte produceren met behulp van elektriciteit heet elektrificatie van warmte. Dit gaat vooral bij nieuw(e)bouw een grote impact hebben op de energievraag. Elektrificatie komt bijvoorbeeld voor als bedrijven of bewoners kiezen voor een warmtepomp. Waarschijnlijk produceerden warmtepompen voor woningen in 2019 ongeveer evenveel warmte als de warmte die vrijkomt bij het verbranden van 1,1 miljoen m3 gas, ofwel 34,75 TJ. Woningen met een warmtepomp staan vooral in de Ministerbuurt (de drie torens) en in RijswijkBuiten. Gezamenlijk gebruiken deze warmtepompen per jaar circa 2.500.000 kWh stroom, ofwel 9 TJ. De bestaande WKO-bronnen produceerden in 2019 ongeveer 15 TJ duurzame warmte voor de utiliteit. Hiervoor is naar schatting 3 TJ aan elektriciteit nodig. De verwachting is dat individuele warmtepompen, airco’s en VRF-systemen circa 170 TJ aan warmte hebben opgewekt. Voor de productie van deze warmte was 55 TJ aan elektriciteit nodig.

Rijswijk telt (nog) geen warmtenetten om centraal opgewekte warmte naar verschillende panden te transporteren.

Pagina 47

Transitievisie Warmte Rijswijk Rijswijk schakelt over

Een warmtepomp gaat circa 3,5 tot 5,5 keer efficiënter met haar energie om dan een ketel. Dit komt doordat een warmtepomp geen warmte wint, maar overzet. Hierdoor kan een warmtepomp meer output (lees warmte) leveren, dan deze aan input (lees elektriciteit) nodig heeft. Op het gebied van

energiegebruik is dit een wenselijke ontwikkeling. In figuur 3 is de huidige energievraag voor de productie van warmte te zien. Dit noemen we ook wel de warmtemix. In het figuur is ook de verdeling van de warmtevraag per sector en de vrijkomende CO2-emissie opgenomen.

Verwachte warmtemix 2030

westkant van de Beatrixlaan (Stervoorde, Minister en Presidentenbuurt, Hoekpolder). Maar ook elders in Rijswijk houden we rekening ermee dat initiatieven ontstaan om woningen af te koppelen van het aardgas. Naar verwachting vragen deze gebouwen in totaal 200 TJ aan warmte per jaar.

Naar verwachting blijft de warmtevraag tussen nu en 2030 min of meer gelijk. In 2019 bedroeg de warmtevraag van de bebouwde omgeving in Rijswijk 1.728 TJ, zie ook figuur 4 op de vorige pagina. In 2030 is de verwachte warmtevraag 1.745 TJ, zie ook figuur 5, op de volgende pagina. De inzet is om de komende jaren veel warmte te besparen door isolatie, maar tegelijkertijd groeit de stad ook door. Dit resulteert in een netto stijging van de warmtevraag. De gasvraag van huishoudens die zijn aangesloten op het gasnet neemt wel af van 1.508 TJ in 2019 naar 1.150 TJ in 2030. De verwachting is dat in 2030 ook ongeveer 5.000 woningequivalenten (woningen + utiliteitsbouw per 100 m2) zijn aangesloten op een restwarmtenet of gekozen hebben voor individuele oplossingen. Het gaat hier met name om woningen in de buurten aan de 27 november 2021

Het warmtenet zal in 2030 gevoed zijn met duurzame restwarmte. Een deel van het warmtenet (ongeveer 12,5%) zal verloren gaan door afkoeling. In de winter zullen piekketels op gas bijspringen ten behoeve van de leveringszekerheid. Dit zorgt ervoor dat de gasvraag met 40 TJ toeneemt. De emissie per TJ daalt bij aansluiting op het restwarmtenet met ongeveer 79%. In een jaar met een zachte winter is dit nog meer, doordat de piekketels dan minder hoeven bij te springen. In 2030 is het berekende gebruik van aardgas in totaal 1.190 TJ.

Pagina 48

Transitievisie Warmte Rijswijk Rijswijk schakelt over

Door nieuwbouw zal het aantal warmtepompen en WKO’s hard toenemen. Deze duurzame warmtebronnen gebruiken elektriciteit. Tussen 2019 en 2030 neemt het elektriciteitsgebruik van deze bronnen dan ook toe van 67 TJ naar 110 TJ. In totaal zullen warmtepompen en WKO’s in 2030 ongeveer 395 TJ aan warmte produceren. Waarschijnlijk is er in 2030 nog geen waterstof in gebruik om de bebouwde omgeving te verwarmen. Door de inzet van nieuwe warmtebronnen en vooral door de stijging van all-electric warmtebronnen, daalt de benodigde energieinput (som gas + restwarmte + elektriciteit) om de warmtevraag van de bebouwde omgeving in te vullen. In 2019 was er nog 1.575 TJ aan energie nodig om 1.745 TJ aan warmte te produceren. De verwachting is dat er in 2030 nog 1.490 TJ aan energie-input nodig is om in de warmtevraag te voorzien. Dit is een significante daling van de energievraag. Door een daling van de benodigde energie-input, daalt ook de CO2-emissie en daar is het allemaal om te doen. Dit effect wordt versterkt doordat in 2030 ongeveer 70% van de elektriciteit

27 november 2021

duurzaam wordt opgewekt en alle kolencentrales gesloten zijn. Hierdoor daalt de CO2-emissie per TJ-elektriciteit van 132 ton in 2019, naar 30 ton in 2030. De CO2 emissiefactor voor gas zal naar verwachting licht stijgen. Dit komt omdat we in Nederland steeds meer gas gaan importeren. Dit gas moet vanuit landen als Rusland en Noorwegen eerst naar Nederland getransporteerd worden. Dit kost energie. De Nederlandse Olie en Gas Exploratie en Productie Associatie (NOGEPA) heeft berekend dat de CO2-emissie van geïmporteerd gas tot circa 34% hoger ligt dan het verbranden van gas uit Nederland. Het vervoeren van gas over langere afstanden kost meer energie en in de leiding gaat meer gas verloren. Verder moeten we geïmporteerd gas eerst behandelen voordat we het op ons netwerk kunnen zetten. Tegelijkertijd zal ook de lokale productie van groen gas uit koeienmest aanzienlijk stijgen. We verwachten dat de CO2 emissiefactor voor gas stijgt van 56,5 ton CO2/TJ in 2019 naar 60 ton CO2/ TJ in 2030.

Pagina 49

Transitievisie Warmte Rijswijk Rijswijk schakelt over

De totale CO2-emissie voor het verwarmen van de bebouwde omgeving, zal dalen van 114.242 ton CO2-emissie in 2019 naar 74.650 ton CO2emissie in 2030. Dit is een totale reductie van 35%. Voor de energiemix van 2030 zie figuur 5. Op nationaal niveau moet de emissie voor de bebouwde omgeving van 18,7 Mton CO2 in 1990 naar 15,3 Mton in 2030 dalen. Dit is een

27 november 2021

procentuele daling van iets minder dan 20%. Met een daling van 35% procent in Rijswijk past dit wel in het nationaal beleid. Verder moet 1,5 miljoen van de zeven miljoen (bestaande) woningen van het aardgas ontkoppeld zijn. Dit staat gelijk aan ongeveer 21,5%. Voor Rijswijk zou dat neerkomen op ongeveer 5.000 woningen.

Pagina 50

Transitievisie Warmte Rijswijk Rijswijk schakelt over

Bijlage 4: No-regret handelingsperspectief per type woning Type gebouw

No-regret maatregelen (oplossingsneutraal)

Meergezinswoningen gebouwd vóór 1990 Portiekflats, galerijflats, portiekwoningen

Individueel per woning: • Bij de aankoop van een huis nagaan welke delen van de gevel nog niet zijn geïsoleerd en zo niet, kijken of dit technisch mogelijk is (meenemen in bouwkundige rapportage), hoe er wordt gekookt en of de woning voldoende wordt geventileerd. Bij isolatie hoort ook dat je dan de ventilatie verbetert bijvoorbeeld met mechanische ventilatie. • Check alvast of de woning warm wordt als de gasketel op 70°C staat. • Overstap naar elektrisch koken bij verbouwen keuken/ aanschaf nieuw fornuis. • Vervangen van enkele beglazing door isolatieglas bij schilderbeurt (eventueel via VvE). • Bij casco renovatie de woning, indien geen spouw aanwezig, woning aan binnenzijde isoleren. • Bij plaatsen van nieuwe radiatoren, deze dimensioneren op een zo laag mogelijke aanvoertemperatuur. Indien niet mogelijk, laat de bestaande radiatoren dan waterzijdig inregelen, ten behoeve van een efficiëntere warmteafgifte. • Bij plaatsen van een aan- of uitbouw, deze isoleren op nieuwbouwniveau. • Bij verbouwing van zolder naar slaapkamers/ plaatsen van Dakkapel, ook dak aan binnenzijde isoleren. VvE: •

Meergezinswoningen gebouwd na 1990, portiekflats, galerijflats, portiekwoningen

27 november 2021

Isoleren van plat dak, begane grondvloer en spouw in combinatie met natuurlijke momenten van onderhoud. Meenemen in de meerjarenonderhoudsplanning en -begroting. Indien van toepassing opdracht verlenen aan VvE beheerder. • Bij aankoop van huis nagaan of de VvE naast geld voor noodzakelijk onderhoud ook geld reserveert/ een planning heeft voor isolatie. Bij aankoop van huis nagaan hoe er wordt gekookt. • Check alvast of de woning warm wordt als de gasketel op 60°C staat. • Overstap naar elektrisch koken bij verbouwen keuken of aanschaf nieuw fornuis. • Bij plaatsen van nieuwe radiatoren, deze dimensioneren op een zo laag mogelijke aanvoertemperatuur. Indien niet mogelijk, laat de bestaande radiatoren dan waterzijdig inregelen, ten behoeve van een efficiëntere warmteafgifte; • Zijn de ketels in het complex toe aan vervanging, overweeg dan een hybride warmtepomp aan te schaffen.

Pagina 51

Transitievisie Warmte Rijswijk Rijswijk schakelt over

Type gebouw Eengezinswoningen gebouwd vóór 1990: Rijwoningen, 2-onder-1kapwoningen en vrijstaande woningen

No-regret maatregelen (oplossingsneutraal) •

• • • • • • • •

• • Eengezinswoningen gebouwd na 1990: Rijwoningen, 2-onder-1kapwoningen en vrijstaande woningen

• • • • •

•

27 november 2021

Bij aankoop van huis nagaan welke delen van de gevel nog niet zijn geïsoleerd en zo niet, of dit technisch mogelijk is (meenemen in bouwkundige rapportage), hoe er wordt gekookt en of woning voldoende wordt geventileerd. Check alvast of de woning warm wordt als de gasketel op 70°C staat. Overstap naar elektrisch koken bij verbouwen keuken/ aanschaf nieuw fornuis. Isoleren van dak, begane grondvloer en spouw indien aanwezig. Vervangen van enkele beglazing door isolatieglas en daar waar mogelijk spouw isoleren en de begane grondvloer. Bij casco renovatie de woning, indien geen spouw aanwezig, aan binnenzijde isoleren. Bij verbouwing van zolder naar slaapkamers/plaatsen van dakkapel, ook dak aan binnenzijde isoleren. Als zolder weinig wordt gebruikt dan zoldervloer isoleren tussen de bestaande balken. Bij plaatsen van nieuwe radiatoren, deze dimensioneren op een zo laag mogelijke aanvoertemperatuur. Indien niet mogelijk, laat de bestaande radiatoren dan waterzijdig inregelen, ten behoeve van een efficiëntere warmteafgifte. Bij plaatsen van een aan- of uitbouw, deze isoleren op nieuwbouwniveau. Als het dak gunstig georiënteerd is op de zon, kies dan voor zonnepanelen en zonnecollectoren. Bij aankoop van huis nagaan hoe er wordt gekookt. Check alvast of de woning warm wordt als de gasketel op 60°C staat. Overstap naar elektrisch koken bij verbouwen keuken/ aanschaf nieuw fornuis.

Is de ketel aan vervanging toe, overweeg een hybride warmtepomp. Bij plaatsen van nieuwe radiatoren, deze dimensioneren op een zo laag mogelijke aanvoertemperatuur. Indien niet mogelijk, laat de bestaande radiatoren dan waterzijdig inregelen, ten behoeve van een efficiëntere warmteafgifte. Als het dak gunstig georiënteerd is op de zon, kies dan voor zonnepanelen en zonnecollectoren;

Pagina 52

Transitievisie Warmte Rijswijk Rijswijk schakelt over

Wat te doen bij ketelvervanging?

Warmteoptie voor uw wijk

wat kan ik doen

Warmtenet

Plannen gemeente in de gaten houden, indien nodig gasketel vervangen. Advies is niet te kiezen voor een andere oplossing, omdat dit de kosten voor de gehele wijk duurder maakt. Bij ketelvervanging overwegen om warmtepomp aan te schaffen. De woning moet dan wel voldoende geïsoleerd zijn. Houd rekening dat in veel gevallen ook alle radiatoren vervangen moeten worden. Bij grotere complexen overwegen om voor collectieve oplossing te kiezen via de VvE. Bij ketelvervanging overwegen om hybride warmtepomp aan te schaffen. De woning moet dan wel voldoende geïsoleerd zijn. Volledig all-electric is in enkele gevallen ook mogelijk. Met name van toepassing voor utiliteitsbouw en naastgelegen meergezinswoningen, zie hiervoor warmtenet. Eengezinswoningen in deze buurten, zie all-electric.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=926101e4-806f-4677-9ece-55d02361a21a