21-071 B. Sterpassage_vastgesteld.pdf
Tekst van het document
Horeca
Uit de kwantitatieve beoordeling blijkt dat er in de gemeente Rijswijk uitbreidingsruimte is voor 3.460 m2 tot 8.550 m2 bvo aan horeca. De kwantitatieve uitbreidingsruimte kan niet volledig worden toebedeeld aan In de Bogaard c.q. de Sterpassage. De ruimte moet kwalitatief worden verdeeld over de verschillende horecacategorieën en horecalocaties. Van de ruimte is een deel toegewezen aan horecacategorie I en II (95%). Daarna is ervan uitgegaan dat circa 50% van de overgebleven ruimte landt in winkelcentrum In de Bogaard. Voor In de Bogaard betekent dit een uitbreidingsruimte van 1.640 m2 tot 4.060 m2 bvo, waarvan ca. 1.200 m2 planologisch is toe te voegen buiten het plangebied van de Sterpassage. Dat betekent dat er ruimte is voor een toevoeging van 440 m2 tot 2.860 m2 voor het plangebied. Voor de Sterpassage is de wens om 1.700 m2 bvo toe te voegen. Die ruimte ligt binnen de haalbare marge wat betreft de markttechnische mogelijkheden. De ontwikkeling van horeca in de Sterpassage zal de volgende ruimtelijk-economische effecten met zich meebrengen: Versterking vestigingsklimaat: aantrekkelijke horeca die aan de moderne maatstaven voldoet en op een goede locatie is gevestigd, versterkt het vestigingsklimaat voor bewoners en bedrijven. Ook draagt de horeca bij aan het concurrentieprofiel van het gebied.
Katalysator nieuwe investeringen: door de ontwikkeling wordt het gebied aantrekkelijker en zal het nieuwe gebruikers en investeerders aantrekken. Verlengde verblijfsduur bezoekers: door het ontwikkelen van aantrekkelijke horeca in het winkelgebied zullen bezoekers eerder geneigd zijn hun bezoek te combineren met een horecabezoek. Hiermee wordt de verblijfsduur van bezoekers verlengd, wat weer een positief effect heeft op de winkels. Verhoogt woonklimaat: Om nieuwe doelgroepen naar Rijswijk te kunnen trekken is het van belang een aantrekkelijke woonomgeving te creëren. Horecavoorzieningen zijn erg belangrijk voor een aantrekkelijke woonbuurt omdat het de levendigheid in de buurt en op straat vergroot. "Sterpassage" (vastgesteld)
40 Beperkt verdringingseffect: De verdringingseffecten voor de bestaande horeca in omzettermen is ingeschat op circa 2,8% (zie onderzoek). Dergelijke percentages zijn acceptabel en nauwelijks merkbaar en niet van dien aard, dat sprake zal zijn van uitval, laat staan onaanvaardbare leegstand. De ruimtelijke en economische effecten die invulling van 1.700 m2 bvo horeca in de Sterpassage met zich meebrengen blijft binnen de grenzen van de marktruimte en dragen kwalitatief bij aan de transformatie van het winkelgebied naar een gemengd stedelijk gebied. II. Detailhandel Het nieuwe bestemmingsplan zorgt voor een reductie van de oppervlakte aan detailhandel in het gebied van de huidige 10.225 m2 bvo naar maximaal 2.700 m2 bvo. Dit sluit aan bij de gestelde ambities in het Masterplan. III. Dienstverlening Het bestemmingsplan maakt een verbreding mogelijk van de plekken waar dienstverlening is toegestaan. Dienstverlening, winkels, horeca en ook maatschappelijke publieksgerichte voorzieningen vullen elkaar in een gemengd stedelijk gebied sterk aan. Gezamenlijk trekken ze consumenten naar een winkelgebied en voorzien ze in een behoefte. Centrumgebieden van deze tijd bieden al deze functies aan. Conclusie Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit).
het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 van de Omgevingsverordening (ladder); Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 4.2.3
Ontwerp Omgevingsbeleid 2020
Op dit moment zijn wijzigingen van zowel de provinciale Omgevingsvisie als Omgevingsverordening in voorbereiding. De ontwerpversie van deze beleidsdocumenten heeft van 3 december 2020 tot en met 1 februari 2021 ter inzage gelegen. Het ontwerp Omgevingsbeleid 2020 is op het moment van schrijven van deze toelichting nog niet definitief vastgesteld, maar zal na vaststelling de beleidsdocumenten die in de voorgaande twee paragrafen getoetst zijn (deels) vervangen. Om die reden is hierna ook kort beoordeeld of de voorgenomen ontwikkeling past binnen het ontwerp Omgevingsbeleid 2020, mede omdat dit beleid naar verwachting nog voor de zomer van 2021 wordt vastgesteld. 4.2.3.1 Ontwerp-wijziging van de Omgevingsvisie Zuid-Holland De wijzigingen in de Omgevingsvisie betreffen in hoofdzaak aanscherpingen en verbeteringen van diverse onderdelen van de huidige Omgevingsvisie. Deze wijzigingen hebben geen relevante gevolgen voor de inpasbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling in de Omgevingsvisie. Op twee specifieke onderdelen is wel sprake van beleidsaanpassingen: klimaatadaptatie en circulariteit. Met name het eerste onderdeel is relevant voor de voorgenomen ontwikkeling, omdat op dit punt ook een wijziging in de Omgevingsverordening is beoogd (zie verder hierna).
4.2.3.2 Ontwerp-wijziging van de Omgevingsverordening Zuid-Holland De voor De Sterpassage relevante wijziging van de Omgevingsverordening betreft de toevoeging van het volgende artikel over de risico's van klimaatverandering: In een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: 1. 2. 3. 4.
wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte; droogte.
Uit de toelichting op deze wijziging van de Omgevingsverordening blijkt dat dit artikel een beleidsmatige 'doorvertaling' van het 'Convenant Klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland' is. Dit convenant is nader toegelicht in paragraaf 5.11.1, waarbij ook nadrukkelijk is ingegaan op hoe in het plan voor De Sterpassage rekening is gehouden met klimaatadaptatie c.q. de gevolgen van de risico's van "Sterpassage" (vastgesteld)
41 klimaatverandering. Hiermee voorziet paragraaf 5.11.1 in de toets aan het betreffende 'nieuwe' artikel in de Omgevingsverordening. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee ook inpasbaar in de gewijzigde Omgevingsverordening. 4.2.4
Regionaal Structuurplan Haaglanden
In 2008 heeft het algemeen bestuur van het Stadsgewest Haaglanden (vanaf 1 januari 2015 beëindigd en voortgezet in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)) het Regionaal Structuurplan Haaglanden (RSP) 2020 vastgesteld. Dit is een plan voor de ruimtelijke ontwikkeling van Haaglanden tot 2020 (soms met doorkijk tot 2030). In het RSP staan de grote lijnen voor de ambities en de ontwikkelingen van verkeer, wonen, werken, water en groen. Op basis hiervan bepaalt het Stadsgewest het regionale beleid en toetst het lokale plannen zoals bestemmingsplannen. De Regio heeft tien onderwerpen gekozen waarop het zich de komende jaren wil richten ten aanzien van het regionale ruimtelijke beleid. Ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling is met name het volgende onderwerp van belang. Herstructurering en intensiever gebruik van stedelijke wijken Een van de uitgangspunten is dat er geen grote woonwijken meer worden gebouwd in de groengebieden. Alleen in Rijswijk-Zuid - het oude tuinbouwgebied tussen Rijswijk en Delft - en de Vlietzone (tussen de A4 en de Vliet) zijn nog nieuwe woonwijken gepland. In de Westlandse Zoom bij Den Haag worden nieuwe villa's gebouwd. Toch moet er nog een flink aantal woningen worden gebouwd. Ieder jaar moeten 1.500 tot 2.000 oude woningen worden vervangen of verbeterd en daarbovenop zijn tot 2020 nog zo'n 55.000 nieuwe woningen nodig.
Voor de meeste daarvan zijn de plannen al gemaakt. In de tien jaar daarna komen er daar nog eens zo'n 40.000 bij. De regio Haaglanden wil de nieuwe woningen zoveel mogelijk bouwen binnen het bestaande stedelijke gebied, dichtbij stations of andere halteplaatsen waar veel en goed openbaar vervoer komt. Betekenis voor het plan Het voornemen voor de herontwikkeling van de Sterpassage met de toevoeging van een woonprogramma draagt bij aan het verwezenlijken van de ambities van het regionale structuurplan. De bouw van 500 woningen is passend binnen de uitgangspunten. 4.2.5
Woonvisie woningmarktregio Haaglanden 2017-2021
Begin 2016 hebben de negen gemeenten in Haaglanden, die een gezamenlijke woningmarktregio vormen, gezamenlijk een woonvisie opgesteld. De regionale woonvisie benoemt meerdere gezamenlijke opgaven op het gebied van sociale woningbouw, woningbouwprogrammering, duurzaamheid, wonen en zorg en verbetering van het bestaande vastgoed. De visie geldt als invulling van de eerste stap van de Ladder van duurzame verstedelijking waarmee woningbouwplannen een gemakkelijker bestuurlijk traject doorlopen. Hiermee worden de afspraken regionaal verankerd. Er zijn vijf concrete woonambities voor de regio opgenomen en een agenda met acties en maatregelen: Een regionaal Woningbouwprogramma opstellen; Regionaal voldoende betaalbare woningen aanbieden; Duurzaam bouwen en renoveren in Haaglanden; De regio levensloopgeschikt maken; Werken aan leefbare en prettige woonwijken. Betekenis voor het plan Voor het bestemmingsplan is onderzoek gedaan naar de behoefte aan de nieuwe woningen, zie paragraaf 4.2.2. Uit de ladder onderbouwing komt naar voren dat er voldoende behoefte is voor het woonprogramma. De voorgenomen herontwikkeling van de Sterpassage draagt bij aan de ambities, door de toevoeging van betaalbare woningen binnen een bestaand stedelijk gebied met hoogwaardige voorzieningen. "Sterpassage" (vastgesteld)
42
4.2.6
Regionaal Groenbeleidsplan
Op 4 augustus 2009 is het Groenbeleidsplan regio Haaglanden vastgesteld. Het groen van Haaglanden staat niet op zichzelf. Tezamen en verweven met het stedelijk gebied bepaalt het groen de kwaliteit van het verblijfsklimaat in de regio. De visie van het stadsgewest gaat uit van een groenstructuur die tot in de haarvaten verbonden is met het stedelijk gebied. Landgoederenzone Rijswijk In het regionaal Groenbeleidsplan wordt de Landgoederenzone in Rijswijk beschreven als een aaneenschakeling van buitenplaatsen en parken, die van grote cultuurhistorische waarde is. Als zodanig is deze zone ook van regionale betekenis. Het plangebied ligt op enige afstand van deze Landgoederenzone. Beoogde ontwikkeling In het kader van het Masterplan is een visie uitgewerkt voor het versterken van de hoofdgroenstructuur. Voor de voorgenomen ontwikkeling van de Sterpassage is van belang dat er in de openbare ruimte voldoende groenelementen komen. In het bouwplan wordt voor gebouw 2 gestreefd naar een groot groen dak met verblijfskwaliteit voor de bewoners. Met de beplanting die op het dak komt, kan aangesloten worden bij het ecologische beplantingstype dat voor de openbare ruimte wordt nagestreefd.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Stadsvisie Rijswijk 2030: Samen maken wij de stad!
In de Stadvisie zijn de ambities voor Rijswijk beschreven, waarbij drie gebieden zijn onderscheiden waarbinnen de verschillende, toekomstige vraagstukken het best kunnen worden ondergebracht: de pijlers sociaal, ruimtelijk en economisch. Voor de beoogde ontwikkeling is met name de ruimtelijke pijler relevant, waarvoor de volgende algemene ambitie is beschreven: Groene buitenplaats voor stedelijk wonen: In Rijswijk kan je ruim wonen in een lommerrijke omgeving of in een stedelijk gebied met groen altijd in de nabijheid. Dit kan individueel, met een partner en/of jong gezin of als oudere. Dit is uitgewerkt in de belangrijkste keuzes voor Rijswijk. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de volgende keuzes relevant: De stadsassen die In de Bogaard, het Stationskwartier en de randen van de Plaspoelpolder met elkaar verbinden, worden ontwikkeld tot moderne stedelijke gebieden; Realiseren van herkenbare iconen op zichtlocaties ter versterking van het profiel van Rijswijk; Woningbouw vindt plaats in gebieden die al bebouwd of in ontwikkeling zijn; Transformeren van leegstaande bedrijven en kantoorpanden naar woningen. Betekenis voor het plan Met het Masterplan is voor In de Bogaard invulling gegeven aan de betekenis van de Stadsvisie voor het winkelcentrum.
De herontwikkeling van de Sterpassage sluit aan bij de uitgangspunten uit de Gebiedsvisie en het Masterplan (zie paragrafen 3.1 en 3.2) en geeft daarmee invulling aan de stadsvisie. 4.3.2
Actualisatie Woonvisie 'Vertrouwd Stedelijk Wonen in Rijswijk'
Op 11 mei 2021 is de actualisatie van de gemeentelijke woonvisie vastgesteld. De voorgaande woonvisie 'Vertrouwd Stedelijk Wonen in Rijswijk' is in 2015 opgesteld met een horizon van tien jaar (2025). Hierin zijn de gemeentelijke uitgangspunten en ambities voor het wonen tot 2025 beschreven. De woonvisie vormt de basis voor de strategische afwegingen die de stad maakt op het gebied van wonen. Centraal hierbij staat de vraag hoe Rijswijk het best kan inspelen op de woonbehoeften van de toekomst. De gemeente streeft naar kwalitatief goede woningen en onderscheidende woonmilieus voor huidige en toekomstige generaties. De Woonvisie uit 2015 kent de volgende pijlers en speerpunten. 1. Het versterken en differentiëren van de woningvoorraad. De zowel kwantitatieve als kwalitatieve groei van de woningvoorraad is daarbij een belangrijk instrument. "Sterpassage" (vastgesteld)
43 2. Het toevoegen van betaalbare huur- en koopwoningen is een volgend speerpunt, er moet aanbod zijn voor alle doelgroepen. 3. Een derde speerpunt betreft wonen en zorg. Ouderen moeten zo lang mogelijk in hun wijk kunnen blijven wonen en voor mensen met een zorgbehoefte moet geschikt aanbod zijn. 4. Ten slotte is het verduurzamen van de woningvoorraad een belangrijke opgave en een vierde speerpunt. Al deze speerpunten zijn nog steeds geldig. De actualisatie van de Woonvisie kent twee pijlers. 5. Doelgroepgericht woningbouwprogramma: betaalbaar wonen is van groot belang voor de gemeente. Er wordt daarom een extra ingezet op woningbouw in het middensegment. 6. Werken aan een toekomstbestendige stad: Middels een wijkaanpak zet de gemeente zich samen met haar partners in om de sociale cohesie en leebaarheid in de bestaande stad te verbeteren. Dit zijn de speerpunten waarop de gemeente in de komende jaren sterk gaat inzetten om het wonen in Rijswijk aantrekkelijk te houden en waar mogelijk te versterken. Betekenis voor het plan De 'kwantitatieve en kwalitatieve groei van de woningvoorraad' is pijler 1. Rond onder meer In de Bogaard, waar het plangebied ligt, wil de gemeente Rijswijk hoogwaardige stedelijke woonmilieus laten ontstaan. Deze zone biedt ook goede mogelijkheden voor een onderscheidende stedelijke woonkwaliteit.
Rijswijk wil in en rond dit centrum levensloopbestendige woningen realiseren voor verschillende doelgroepen (starters, ouderen etc.). De herontwikkeling van de Sterpassage tot een gemengd gebied met wonen en retailvoorzieningen zal voorzien in de groeiende vraag naar stedelijke woonmilieus. In pijler 2, 'betaalbaar wonen in Rijswijk' en pijler 5 van de geactualiseerde Woonvisie 'Doelgroepgericht woningbouwprogramma', wordt daarnaast ingezet op de realisatie van meer betaalbaar aanbod (middeldure segment), om de doorstroming te bevorderen zodat goedkope woningen vrijkomen. De realisatie van het planvoornemen kan hier ook aan bijdragen. Het woonprogramma bestaat uit een mix van koop en huur in verschillende groottes en prijssegmenten. Zo wordt ingezet op diverse doelgroepen, van jongeren tot ouderen. De voorgenomen herontwikkeling van de Sterpassage is dan ook passend binnen de kaders en uitgangspunten van de gemeentelijke geactualiseerde woonvisie. 4.3.3
Groenbeleidsplan 2010-2020
In februari 2010 heeft de gemeenteraad het Groenbeleidsplan 2010-2020 'BomeNatuuRecreatie' vastgesteld. In het plan staan de 'groene' ambities voor ontwikkelingen in de stad. Het groen komt te vaak op de tweede plek. Met het groenbeleidsplan krijgt het weer de plek op de kaart van Rijswijk die het verdient. De groenstructuur van Rijswijk is de basis en dus het fundament van het groenbeleidsplan. Die groenstructuur bestaat uit de boomstructuur, natuurstructuur en recreatiestructuur en duurzaam, verbinden en beleven zijn de leidende principes. De visie van het groenbeleidsplan bestaat uit het creëren van een duurzame groenstructuur, door het behoud van de bestaande hoeveelheid groen, de identiteit en de kwaliteit van het groen te versterken en te zorgen voor groen dat in de omgeving past. Verbindingen zorgen voor samenhang in de groenstructuur. Dit vergroot de belevingswaarde van het groen. Investeren in de groenstructuur door middel van herinrichting en beheer betekent investeren in de stad als geheel. Het groenbeleidsplan fungeert als het groene toetsingskader voor ontwikkelingen en geeft richting aan het denken over groen, prioritering bij de uitvoering en keuzes in groenbeheer. Betekenis voor het plan Het plangebied ligt in het deelgebied E (Artiestenbuurt/Stationskwartier) van het Groenbeleidsplan.
De sfeer in dit deelgebied wordt voornamelijk bepaald door de aanwezigheid van hoogbouw. Onder andere de bomenrijen langs de Sir Winston Churchilllaan, de Prinses Beatrixlaan en Generaal Spoorlaan vallen onder de hoofdbomenstructuur. Daarnaast zijn de bomenrijen langs de Doctor H. Colijnlaan, Wethouder Hillenaarplantsoen en Steenvoordelaan belangrijke bomenlanen en structuurbepalers. Deze bomenrijen "Sterpassage" (vastgesteld)
44 zijn buiten het plangebied gelegen en worden door de planontwikkeling niet aangetast. In het kader van het Masterplan is een visie uitgewerkt voor het versterken van de hoofdgroenstructuur. Voor de voorgenomen ontwikkeling van de Sterpassage is van belang dat er in de openbare ruimte voldoende groenelementen komen. In het bouwplan wordt voor gebouw 2 gestreefd naar een groot groen dak met verblijfskwaliteit voor de bewoners. Met de beplanting die op het dak komt, kan aangesloten worden bij het ecologische beplantingstype dat voor de openbare ruimte wordt nagestreefd. Dit sluit goed aan bij de ambities uit het Groenbeleidsplan om bij herontwikkelingen meer evenwicht te realiseren in de balans tussen rood en groen. 4.3.4
Economische Visie 2010-2018
De gemeenteraad van Rijswijk heeft op 14 december 2010 de Economische Visie 2010-2018 vastgesteld. De doelstelling van de Economische Visie is het formuleren van een stappenplan waarin wordt omschreven wat de gemeente Rijswijk moet ondernemen om haar sterke economische positie te behouden en te versterken. De Economische Visie dient als onderlegger en uitgangspunt voor diverse dossiers, die affiniteit hebben met de Rijswijkse economie. Deze visie is het uitgangspunt voor het economisch beleid van de gemeente voor de periode van 2010 tot 2018. Rijswijk heeft in potentie een aantrekkelijk vestigingsmilieu en een uitstekende ligging. De laatste jaren heeft Rijswijk echter last van de wet van de remmende voorsprong. De werkgelegenheidsgroei blijft achter bij die van Haaglanden, zelfs in sectoren waar Rijswijk van oudsher sterk in is. Oorzaken hiervoor zijn vooral de veroudering van het vastgoed, de functiescheiding en het ontbreken van een duidelijk imago. Vernieuwing en een duidelijke profilering zijn daarom essentieel. Dit moet gestalte krijgen door middel van het inzetten op een viertal pijlers: de Plaspoelpolder, In de Bogaard, Oud-Rijswijk en het Internationaal vestigingsklimaat. Met deze vier pijlers kan Rijswijk zich regionaal profileren. Winkelcentrum In de Bogaard is de tweede pijler.
Het centrum dient zich verder te ontwikkelen tot een volwaardig, levendig en onderscheidend centrum met een hoger winkelsegment. Om dit te bereiken is het creëren van een onderscheidend vermogen noodzakelijk door middel van een verbetering van de profilering, het verhogen van het economisch draagvlak door middel van het verbeteren van het woonklimaat en het verbeteren van de aantrekkelijkheid van het gebied. Het gebied kan aantrekkelijker gemaakt worden door het toevoegen van andere functies, beperkte uitbreiding van niet-dagelijkse detailhandel, vernieuwing en het optimaliseren van de bereikbaarheid. Betekenis voor het plan Met het Masterplan In de Bogaard is invulling gegeven aan hoe het winkelcentrum verder moet worden ontwikkeld tot volwaardig en onderscheidend stedelijk centrum. De herontwikkeling van de Sterpassage is hier onderdeel van. Er wordt ingezet op een levendig gemengd stedelijk gebied, waar verblijven en recreëren centraal staat door het toevoegen van horeca, hoogwaardige openbare ruimte en terrassen. Ook zorgt de toevoeging van woningen voor meer economisch draagvlak. De voorgenomen herontwikkeling van de Sterpassage is dan ook passend binnen de kaders en uitgangspunten van de gemeentelijke economische visie. 4.3.5
Hoogbouwvisie
Op 24 april 2007 heeft de gemeenteraad van Rijswijk de Hoogbouwvisie van Rijswijk vastgesteld als richtinggevend kader voor nieuwe ontwikkelingen die hoogbouw behelzen. Met de samenhangende visie op hoogbouwontwikkelingen in Rijswijk is het mogelijk geworden om in een breder kader te beoordelen of hoogbouw op een voorgestelde plek wel of niet wenselijk is. De hoogbouwvisie vervult de behoefte aan een beoordelingskader om de discussie over hoogbouwplannen beter te kunnen structureren. Een belangrijk kenmerk van de huidige Rijswijkse bebouwing is de veel- en overal voorkomende hoogbouw. Door meer structuur aan te brengen in deze hoogbouw wordt de ruimtelijke en landschappelijke structuur van Rijswijk nog verder benadrukt. De eigenheid, uniciteit en herkenbaarheid van Rijswijk in de regio wordt daarmee vergroot. Tevens kan met hoogbouw een belangrijke bijdrage worden geleverd aan de herstructureringsopgave. Het ontwikkelen van hoogbouw binnen een bestaand stedelijk verband vraagt een zorgvuldige ruimtelijke "Sterpassage" (vastgesteld)
45 afweging. Toekomstige hoogbouw moet een meerwaarde van kwaliteit, beleving en duurzaamheid opleveren. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt moet bij de ontwikkeling van hoogbouw rekening worden gehouden met de volgende aspecten: visuele en architectonische kwaliteiten van de hoogbouw; relatie met de omgeving; uitzicht en skyline; creëren van optimale bereikbaarheid en efficiënt parkeren; creëren van woon- en werkgelegenheid dichtbij voorzieningen; intensiveren van bebouwing. Er is in de visie voor gekozen om de gelaagde opbouw van Rijswijk te accentueren en daarom hoogbouw te concentreren aan de belangrijke structuurdragende lijnen (zoals de A4, de Generaal Spoorlaan, de Sir Winston Churchilllaan en de Prinses Beatrixlaan) van de 'centrale stad' en op één concentratieplek (het gebied tussen In de Bogaard en het stationsgebied). De Generaal Spoorlaan en de Sir Winston Churchilllaan worden benoemd als 'stedelijke boulevards'; zij vormen de belangrijkste routes naar de twee voorzieningencentra (oud en nieuw) van Rijswijk. Hier ligt het voor de hand om te intensiveren met hoogbouw, vooral in de vorm van woonbebouwing. De concentratie van hoogbouw langs de structuurdragende lijnen in 'downtown Rijswijk' impliceert dat in alle andere gebieden (nieuwe) hoogbouw ongewenst is.
Hoogbouw in deze gebieden is uitsluitend toegestaan als daar vanuit de locatie of de functie een bijzondere aanleiding voor is. Afbeelding 4.2 laat de visiekaart zien.
Afbeelding 4.2 Visiekaart hoogbouwvisie (met een blauwe ster is het plangebied aangeduid) Betekenis voor het plan Het plan gaat uit van woontorens met hoogteaccenten. De hoogteaccenten zijn in overeenstemming met het Masterplan 'In de Bogaard' en dragen bij aan een accentuering van het winkelcentrum en de nieuwe entree/looproute bij het nieuwe Steenvoordeplein. In het ontwerp van de nieuwe bebouwing is rekening gehouden met de uitgangspunten uit de Kwaliteitsleidraad In de Bogaard. Er is sprake van eenvoudige orthogonale vormen en een getrapte opbouw van de hogere bouwmassa's. De Kwaliteitsleidraad sluit aan bij de stedenbouwkundige toetsingskaders uit de Hoogbouwbouwvisie. Zodoende is te concluderen dat de herontwikkeling past bij de kaders van de gemeentelijke hoogbouwvisie. Er is sprake van concentratie van hoogbouw rond de voorzieningen, er ontstaat meer functiemenging door woningen toe "Sterpassage" (vastgesteld)
46 te voegen aan het winkelgebied, er is sprake van een intensivering van het ruimtegebruik en de nieuwe hoogbouw draagt bij aan een aantrekkelijke skyline van Rijswijk. 4.3.6
Horecanota Rijswijk
In 2004 heeft de gemeente Rijswijk het Horecabeleid vastgesteld (Notitie Horecabeleid Rijswijk). Ten aanzien van horeca in woongebieden beoogt het beleid een bijdrage te leveren aan het tegengaan van ongewenste horeca. In de horecanota worden enkele algemene aanbevelingen gedaan, te weten: meer ruimte geven aan vervlechting tussen detailhandel en horeca; bij ontwikkeling van horeca: combinatie horeca met andere functies, toevoegen van horecavoorziemngen voor jongeren. Voor winkelcentrum In de Bogaard wordt geadviseerd de horeca te versterken door de terrassen aan het Bogaardplein uit te breiden om levendigheid te creëren. Betekenis voor het plan De voorziene horecaontwikkeling, bestaande uit maximaal 1.700 m2 bvo, is onderdeel van de ambities om het middendeel van het winkelcentrum 'In de Bogaard' te transformeren naar een levendig gemengd stedelijk gebied, waar verblijven en recreëren centraal staat. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met het horecabeleid. Uit het behoefte onderzoek naar de retailfuncties (zie paragraaf 4.2.2 en Bijlage 1 Ladder onderbouwing commerciële functies) is gebleken dat nieuwe horeca in het winkelgebied positieve economische effecten heeft en dat de invulling van 1.700 m2 horeca in de Sterpassage binnen de grenzen blijft van de marktruimte.
Ten aanzien van terrassen heeft de gemeente in het 'Uitvoeringsbesluit Terrassen in de gemeente Rijswijk 2012' regels opgenomen waar aan moet worden voldaan. Het gaat om eisen aan de omvang en situering, maar ook bijvoorbeeld eisen aan de inrichting, aan het meubilair, parasols en overkappingen. Als onderdeel van een levendig openbaar gebied met een nieuw Steenvoordeplein is behoefte aan terrasruimte. In het plan is ruimte opgenomen voor het realiseren van terrassen. Bij de uitvoering hiervan, dient rekening te worden gehouden met de eisen die in het uitvoeringsbesluit zijn opgenomen. 4.3.7
Structuurvisie Mobiliteit Rijswijk 2020
Hoewel Rijswijk goed bereikbaar is, neemt de druk op het wegennet toe doordat de vraag naar mobiliteit toeneemt. Daarbij stelt de reiziger steeds hogere eisen aan de kwaliteit van het openbaar vervoer en de informatievoorziening. Ook ruimtelijke ontwikkelingen, zoals Rijswijk Zuid en Eikelenburg, zorgen ervoor dat het verkeersnetwerk dient te worden aangepast en uitgebreid. Om alle ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit optimaal te benutten, heeft de gemeente de 'Structuurvisie Mobiliteit Rijswijk 2020' opgesteld. Aan de hand van tien kernpunten wordt het mobiliteitsbeleid van de gemeente vormgegeven. De kernpunten zijn in te delen in drie thema's, te weten: Bereikbaarheid, Verkeersveiligheid en Leefbaarheid. Elk thema is uitgewerkt in enerzijds de ambitie en anderzijds de opgaven voor de komende jaren om die ambitie te bereiken. De opgaven zijn vervolgens uitgesplitst in projecten, onderzoeken en andere werkzaamheden in het Uitvoeringsprogramma. In de Structuurvisie Mobiliteit Rijswijk 2020 zijn potentiële herontwikkelingslocaties aangewezen. Bij de voorbereiding van een eventuele herontwikkeling moet in een vroeg stadium met de ontwikkelaar(s) onderhandeld worden over (mee)betaling van (bovenplanse) kosten. Uitgangspunt is dat alle kosten van verkeerskundige aanpassingen binnen een specifiek plangebied worden toegerekend aan de ontwikkeling (binnenplans kostenverhaal).
Daar waar een verkeerskundige aanpassing buiten een dergelijk plangebied gelegen is, maar wel sprake is van een bepaalde mate van profijt, zal op basis van deze structuurvisie een bijdrage worden opgelegd aan de initiatiefnemer/grondeigenaar via een overeenkomst op grond van afdeling 6.4 Wro. Betekenis voor het plan "Sterpassage" (vastgesteld)
47
In de Structuurvisie Mobiliteit Rijswijk 2020 is winkelcentrum In de Bogaard aangewezen als een 'top-locatie' op regionale schaal. De toplocaties op nationale en regionale schaal zijn winkel-, werk- en vrijetijdslocaties die een regionaal publiek trekken. De gemeente zet voor de toplocaties in op een betrouwbare bereikbaarheid vanuit de regio en een sterke koppeling met vervoersknooppunten. De belangrijkste opgaven om de bereikbaarheid te garanderen en verbeteren is de inzet op hoogfrequent openbaar vervoer, verbeteren van het fietsnetwerk en stallingsmogelijkheden voor fietsen en het verbeteren van de doorstroming en aansluitingen van verschillende knooppunten in het autonetwerk. Als gevolg van de herontwikkeling zullen wijzigingen in de verkeersbewegingen ontstaan op de wegen rond het plangebied (m.n. Steenvoordelaan, Generaal Spoorlaan, Sir Winston Churchilllaan). In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een mobiliteitsonderzoek uitgevoerd. In paragraaf 5.6 wordt nader ingegaan op het aspect verkeer en parkeren. De realisatie van woningen in het winkelcentrum 'In de Bogaard' leidt tot meer functiemenging, waardoor in- en uitgaande verkeersbewegingen gelijkmatiger worden verdeeld. De goede bereikbaarheid met het OV en de nabijheid van voorzieningen zal zorgen voor minder autogebruik bij de nieuwe bewoners.
Ook krijgen de nieuwe gebouwen elk een inpandige fietsparkeervoorziening om bewoners zo goed mogelijk te faciliteren en zo het fietsgebruik te stimuleren. Als onderdeel van de herontwikkeling van de Sterpassage wordt een nieuwe oost-westverbinding voor fietsverkeer door het centrumgebied mogelijk. De herontwikkeling sluit zodoende goed aan bij de ambities van de Structuurvisie Mobiliteit Rijswijk. 4.3.8
Nota Parkeernormen 2011
Op 8 februari 2011 heeft de gemeenteraad de gemeentelijke Nota Parkeernormen vastgesteld. De nota is opgesteld om in de toekomst voldoende parkeergelegenheid te kunnen houden en duidelijkheid te krijgen over de implementatie van de parkeernormen. De nota is het toetsingskader voor de komende jaren. Door herziening van de bijlagen bij de nota kan de komende jaren flexibel worden ingespeeld op bijvoorbeeld maatschappelijke trends of een gewijzigde beleidsvisie. Momenteel wordt gewerkt aan een nieuwe versie van de Nota Parkeernormen op basis van voortschrijdende inzichten. Het gebruik van parkeernormen heeft tot doel een zodanig aantal parkeerplaatsen voor nieuwe ontwikkelingen (of bij uitbreidingen) voor te schrijven, dat de plaatsen voorzien in de vooraf in te schatten parkeervraag. Daarmee moet worden voorkomen dat door aanleg van te weinig parkeerplaatsen een tekort en daarmee parkeeroverlast ontstaat. Tevens voorkomen de normen dat te veel parkeerplaatsen worden aangelegd, waardoor de automobiliteit gestimuleerd wordt en de leefbaarheid nadelig wordt beïnvloed. Aan de normen wordt actief getoetst bij (nieuwe) ontwikkelingen waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen vereist is, zoals nieuwbouwprojecten, uitbreidingen van bestaande bebouwing en functiewijzigingen waarvoor tevens een vergunning is vereist.
Onder voorwaarden is gemotiveerd afwijken van de Nota Parkeernormen mogelijk. Betekenis voor het plan In het kader van het Masterplan In de Bogaard zijn gebiedseigen parkeernormen geformuleerd. Deze zijn vastgesteld en hiermee wordt zodoende afgeweken van de Nota Parkeernormen. Voor de Sterpassage worden deze gebiedsparkeernormen toegepast voor het berekenen van de parkeerbehoefte. De gebiedsparkeernormen zijn in onderstaande tabel benoemd. In paragraaf 5.6 wordt nader ingegaan op het aspect verkeer en parkeren.
"Sterpassage" (vastgesteld)
48
Tabel 4.1 Gebiedsparkeernormen In de Bogaard (bron: Masterplan In de Bogaard)
"Sterpassage" (vastgesteld)
49
Hoofdstuk 5
M ilieu en omgevingsaspecten
5.1
Archeologische waarden
5.1.1
Toetsingskader
5.1.1.1 Erfgoedwet Op grond van de Erfgoedwet moet bij een project inzicht verschaft worden in de archeologische (verwachtings)waarden. Ook dienen bij ruimtelijke plannen tijdig de archeologische waarden te worden betrokken en dienen in bestemmingsplannen juridische eisen te worden gesteld ter bescherming van mogelijke waarden. 5.1.1.2 Actualisering Nota Cultureel Erfgoed Op 17 december 2013 heeft de gemeente Rijswijk de 'Actualisering Nota Cultureel Erfgoed' en bijbehorende archeologische waardenkaarten vastgesteld. In de nota wordt ingegaan op de vraag hoe resten uit het verleden kunnen worden behouden, zonder moderne ontwikkelingen buiten te sluiten. 5.1.2
Betekenis voor het plan
De gemeentelijke archeologische waarden- en beleidskaart heeft twee niveaus (kaartbladen) op basis van de ouderdom en diepteligging in de bodem. De bewoningsresten uit de Neolithicum, Brons- en IJzertijd liggen in een groot deel van Rijswijk op een diepte van meer dan 1,5-2 m beneden maaiveld. De bewoningsresten uit de Romeinse tijd en jonger liggen in heel Rijswijk op een diepte vanaf de onderzijde van de bouwvoor. De dikte van de bouwvoor verschilt in Rijswijk echter per gebied. De locatie ligt in een gebied met middelhoge archeologische verwachting voor het Neolithicum en een lage verwachting voor de Brons- en Ijzertijd, de Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen volgens de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Rijswijk (2013). Ter plaatse van de huidige bebouwing is de bodem tot minstens 1,5m onder maaiveld verstoord vanwege de aanwezige fundering. Daar omheen kan er een kans zijn op eventuele archeologische resten. Zodoende is in het bestemmingsplan het volgende beschermingsregime opgenomen: Waarde - Archeologie 1 voor de nu onbebouwde gronden. Hier geldt een onderzoeksplicht voor grondroerende werkzaamheden dieper dan 0,5m onder maaiveld en met een oppervlakte groter dan 100 m2. Waarde - Archeologie 3 voor de bebouwde gronden.
Omdat de gronden door de bebouwing verstoord zijn, geldt er een onderzoeksplicht voor grondroerende werkzaamheden dieper dan 1,5m onder maaiveld en met een oppervlakte groter dan 100 m2. Bij graafwerkzaamheden dienen de verplichtingen uit de dubbelbestemmingen in acht genomen te worden. Dit betekent dat ten tijde van de omgevingsvergunning voor bouwen er onderzoek nodig is wanneer de vrijstellingsgrenzen worden overschreden. Ten alle tijden dient tijdens de werkzaamheden vrijgekomen grond onderzocht te worden op archeologische resten. Er geldt een wettelijke meldingsplicht indien tijdens grondwerkzaamheden archeologische resten worden gevonden. 5.1.3
Conclusie
Binnen het plangebied zijn geen archeologische verwachtingen. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling en er is ook geen beschermingsregime nodig middels een dubbelbestemming.
"Sterpassage" (vastgesteld)
50
5.2
Cultuurhistorie
5.2.1
Toetsingskader
Rijksbeleid Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het Rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van ruimtelijke plannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Gemeentelijk beleid In de gemeentelijke nota 'Actualisering Nota Cultureel Erfgoed' zijn ook cultuurhistorische waardenkaarten opgenomen. In deze nota zijn diverse gebieden/structureren beschreven die vanuit het oogpunt van cultuurhistorie waardevol zijn. 5.2.2
Betekenis voor het plan
In de gemeentelijke Nota Cultureel Erfgoed zijn diverse gebieden/structureren beschreven die vanuit het oogpunt van cultuurhistorie waardevol zijn: de Landgoederenzone, de historische dorpskern, de Vlietzone, de historische verkaveling (o.a. de Hoekpolder), de gebieden die tussen 1850-1900 zijn uitgebreid, de gebieden die tussen 1900-1940 zijn uitgebreid, de gebieden die tussen 1945-1960 zijn uitgebreid, historische landwegen en historische waterwegen. Het plangebied is niet gelegen in of in de nabijheid van een historische infrastructuur of waardevol cultuurlandschap (zie ook afbeelding 5.1). Er zijn in het plangebied geen monumenten of cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig.
Afbeelding 5.1: Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart Rijswijk. Het plangebied is rood omkaderd
"Sterpassage" (vastgesteld)
51
5.2.3
Conclusie
Er bevinden zich binnen het plangebied geen monumenten of cultuurhistorisch waardevolle objecten welke een bijzondere bescherming behoeven of waar het plan een effect op heeft. Er zijn vanuit het aspect cultuurhistorie dan ook geen belemmeringen in het kader van de voorgenomen ontwikkeling.
5.3
Ecologie
5.3.1
Wettelijk kader
Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Met inwerkingtreding van de Wnb is de bescherming van soorten, gebieden en houtopstanden in één wet geregeld. De bevoegdheden zijn daarmee van het Rijk overgedragen naar de provincie. De natuurbescherming is opgedeeld in soortenbescherming en gebiedsbescherming. Soortenbescherming Het doel van de wet is het in stand houden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De wet kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het 'nee, tenzij'-principe. De verbodsbepalingen zijn een belangrijk onderdeel van de wet. In de wet is onder meer bepaald dat beschermde dieren niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en beschermde planten niet geplukt, uitgestoken of verzameld. Daarnaast is het niet toegestaan om de directe leefomgeving van beschermde soorten, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren (artikelen 3.1 Vogelrichtlijnsoorten, 3.5 Habitatrichtlijnsoorten en 3.10 Andere soorten).
Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor alle in het wild levende planten en dieren (algemene zorgplicht, artikel 1.11) Gebiedsbescherming Door middel van gebiedsbescherming wordt een beschermingskader geboden voor de flora en fauna binnen aangewezen beschermde gebieden. Hieronder vallen de speciale beschermingszones volgens de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, zoals Natura-2000 gebieden. De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) gebeurt in het ruimtelijk spoor van het Barro (Rijk) en de provinciale verordening (provincie Zuid-Holland). 5.3.2
Toetsing
5.3.2.1 Natura-2000 gebieden Er is beoordeeld is of de voorgenomen planontwikkeling negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebieden. In de nabijheid van het plangebied liggen de volgende Natura 2000-gebieden: Westduinpark & Wapendal - 6 km Solleveld & Kapittelduinen - 6 km Meijendel & Berkheide - 7 km
"Sterpassage" (vastgesteld)
52
Afbeelding 5.2: Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura2000-gebieden (bron: Aeriuscalculator) Omdat het plangebied niet in of nabij een Natura 2000-gebied ligt, zijn directe effecten als gevolg van aantasting van habitattypen of leefgebieden niet aan de orde. Wel kan sprake zijn van indirecte effecten als gevolg van externe werking. Hier is sprake van indien de gevolgen van een activiteit buiten een Natura 2000-gebied wel merkbaar zijn in een Natura 2000-gebied. Voorbeelden hiervan zijn geluidverstoring of verstoring door licht, maar ook de gevolgen van stikstofemissies. Voor de meeste effecten geldt dat door de afstanden van het plangebied tot aan de Natura 2000-gebieden ook de externe werking op voorhand uitgesloten kan worden, licht- en geluidbelasting reikt niet dusdanig ver en er is een grootstedelijk gebied tussen gelegen. Het enige effect dat niet op voorhand uitgesloten kan worden, is een effect door stikstofdepositie. Een stikstofemissiewolk kan zich over grote afstanden verspreiden en daarmee ook Natura 2000-gebieden op grotere afstand beïnvloeden. Zodoende is onderzocht of het project leidt tot een toename in stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en/of habitatsoorten in nabijgelegen Natura 2000-gebieden.
Dit is gedaan voor de aanlegfase (bouwfase) en de gebruiksfase en beschreven in het rapport "Stikstofonderzoek woningbouw Sterpassage, Rijswijk" (IDDS, juni 2021). het rapport is opgenomen als Bijlage 2 Stikstofdepositie onderzoek bij de toelichting. Hieronder is de conclusie opgenomen. Conclusie stikstofdepositie onderzoek In de sloop- en aanlegfase is uit de berekening gebleken dat sprake is van een beperkte stikstofdepositie van maximaal 0,01 mol/ha/jr. Vanwege deze berekende overschrijding, is een verschilberekening opgesteld om te achterhalen of de toekomstige situatie leidt tot een slechtere of betere situatie dan de huidige situatie. Uit de verschilberekening blijkt dat de stikstofdepositie in de "Sterpassage" (vastgesteld)
53 sloop en aanlegfase lager is dan in de huidige situatie (referentiesituatie). Daarnaast is er vanaf 2024 helemaal geen stikstofdepositie vanwege het plan op gevoelige Natura 2000-gebieden meer. Per saldo leidt het plan dus niet tot een toename in stikstofdepositie. Een nader onderzoek is niet nodig. Het plan zal niet leiden tot significant negatieve effecten op Natura-2000 gebieden. 5.3.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet binnen het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Er gelden voor de planontwikkeling geen beperkingen vanuit de NNN. 5.3.2.3 Soortenbescherming Voor het Masterplan In de Bogaard is in 2019 een ecologische quickscan uitgevoerd naar de aanwezigheid van beschermde soorten flora en fauna. Het bestemmingsplangebied voor de Sterpassage valt daar binnen. Uit de quickscan is gebleken dat er alleen voor wat betreft de vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen niet uitgesloten kan worden dat deze in het plangebied van de Sterpassage aanwezig zijn en er mogelijk effecten op kunnen treden. Zodoende is voor het bestemmingsplan aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen. De resultaten zijn opgenomen in het rapport "Sterpassage te Rijswijk, Inventarisatie Gierzwaluw, Huismus en vleermuizen in het kader van de natuurwetgeving" (Van der Goes en Groot, 11 november 2020).
Het rapport is opgenomen als Bijlage 3 Soortenonderzoek van de toelichting. Hieronder is het resultaat van het onderzoek samengevat. Uit het nader onderzoek is gebleken dat in het plangebied geen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels voorkomen. In het plangebied kunnen wel broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Door de werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen uit te voeren, is te voorkomen dat mogelijk aanwezige broedvogels verstoord worden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen duurt ruwweg van half maart tot half juli Mocht in het broedseizoen gewerkt gaan worden is het mogelijk voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn. Dit is een aandachtspunt in het kader van de uitvoering en volgt uit de zorgplicht uit de Wet natuurbescherming. In plangebied Sterpassage zijn alleen langsvliegende, in vlucht baltsende en foeragerende vleermuizen waargenomen. Verblijfplaatsen van vleermuizen konden niet worden vastgesteld in het plangebied. De in vlucht baltsende vleermuizen vertoonden geen gebouwgebonden activiteit en konden niet aan aanwezige bebouwing worden gekoppeld.
Het foerageergebied voor vleermuizen binnen het plangebied maakt slechts een klein deel uit van een veel groter foerageergebied en is geen essentieel deel van het leefgebied. De vleermuizen kunnen derhalve uitwijken. Vanwege het ontbreken van verblijfplaatsen van vleermuizen en/of andere beschermde gebruiksfuncties die in betekenende mate worden aangetast, is het voor de herontwikkeling van de Sterpassage niet nodig ontheffing aan te vragen in het kader van Wet natuurbescherming. 5.3.3
Conclusie
Het plangebied ligt niet binnen een beschermd natuurgebied zoals een Natura-2000 gebied of Natuurnetwerk Nederland. Directe effecten zijn dan ook uitgesloten. Om na te gaan of sprake is van indirecte negatieve effecten vanwege stikstofdepositie, is een berekening uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat er alleen sprake is van een tijdelijke en beperkte depositie op nabijgelegen Natura-2000 gebieden tijdens de aanlegfase. Er wordt een ecologische voortoets uitgevoerd om te beoordelen of de berekende depositie leidt tot significant negatieve effecten op een Natura-2000 gebied. Uit het soortenonderzoek is gebleken dat er geen beschermde planten of dieren in het plangebied aanwezig zijn en dat er geen ontheffing nodig is voor de herontwikkeling van de Sterpassage. Wel zijn aandachtspunten bij de uitvoering. Hier zal in het kader van de zorgplicht van de Wet natuurbescherming rekening mee worden gehouden.
"Sterpassage" (vastgesteld)
54
5.4
Waterhuishouding
5.4.1
Watertoets en waterbelangen
Voor alle ruimtelijke plannen is de uitvoering van een watertoets wettelijk verplicht. Het doel van de watertoets is om waterbelangen vroegtijdig en evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Met het oog op de watertoets is een waterparagraaf opgesteld, waarin de voor dit plan relevante waterhuishoudkundige aspecten zijn beschreven. Deze waterparagraaf is hieronder opgenomen. 5.4.2
Relevant beleid
De afweging van de diverse waterbelangen is geborgd in diverse plannen, wetten en beleidsdocumenten. De belangrijkste plannen en wetten op Rijksniveau en Europees niveau zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet, het Nationaal Waterplan en de Wet gemeentelijke watertaken. Op provinciaal niveau zijn dit het Provinciaal Waterplan Zuid-Holland, de Verordening Ruimte en het Actieprogramma Water. Voorts is relevant het beleid en de Keur van het hoogheemraadschap. Op gemeentelijk niveau staan relevante regels in Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 en de Wateragenda tot 2021. Gelet op de aard van het bestemmingsplan (herontwikkeling van een bestaand verstedelijkt gebied) is niet verder ingegaan op al deze beleidsdocumenten. 5.4.3
Betekenis voor het plan
Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Delfland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Het plangebied is gelegen in het stedelijk gebied, binnen de Plaspoel- en Schaapweipolder (omvang circa 750 ha). Het plangebied ligt in het peilvak I (peilvakcode GPG2006PSH I noord). Het winterstreefpeil bedraagt -1,25 m NAP, het zomerstreefpeil -1,15 m NAP. Het maatgevend peil komt daarmee op - 1,19 m NAP. Met een gemiddelde maaiveld ter plaatse van het plangebied van 0,5 m NAP is sprake van een drooglegging van 1,69 m NAP. Waterkwaliteit Het plan maakt geen functies mogelijk die tot verslechtering van de waterkwaliteit van het oppervlaktewater en/of grondwater leiden. Waterberging Voor het bestemmingsplan is de Watersleutel van Hoogheemraadschap Delfland uitgevoerd. In Bijlage 4 Watersleutel is het resultaat getoond. Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot wateroverlast en moet worden gecompenseerd door extra waterberging aan te leggen. Daarnaast vindt Delfland het belangrijk dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening wordt gehouden met hevigere neerslag door klimaatverandering.
De watersleutel berekent daarom de benodigde waterberging, zowel voor het compenseren van verharding als om gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 7.730 m2. Daarvan is in de huidige situatie 7.150 m2 bebouwd en de rest is verhard (580 m2). In de toekomstige situatie wordt ca. 6.150 m2 bebouwd en zal ca. 1.480 m2 verhard zijn en ca. 100 m2 aan onverhard (inschatting van de omvang van het groen in de openbare ruimte). Omdat er geen sprake is van een toename aan verhard oppervlak, komt uit de Watersleutel naar voren dat er door de ontwikkeling ook geen extra waterberging nodig is. Wel is er 103 m2 aan waterberging nodig om rekening te houden met hevigere neerslag door klimaatverandering. In kubieke meters komt dit neer op 60 m3 aan waterberging. In het ontwerp wordt rekening gehouden met de uitkomsten door 60 m3 aan waterbergende capaciteit op het dakoppervlak toe te voegen. Richtlijn Toepassen vasthoudmaatregelen "Sterpassage" (vastgesteld)
55
De oppervlakte aan verhard en bebouwd terrein in het plangebied is in de huidige en toekomstige situatie gelijk. Met andere woorden: van "extra/nieuw verhard oppervlak" is geen sprake. Desalniettemin is bij de planontwikkeling rekening gehouden met onder meer de "Richtlijn toepassen vasthoudmaatregelen ter compensatie van verharding in het watertoetsproces" van het Hoogheemraadschap van Delfland. Binnen het plangebied/peilvak is de realisatie van extra oppervlaktewater niet mogelijk. Er zullen dan ook alternatieve voorzieningen voor waterretentie/infiltratie worden toegepast. Binnen het plangebied zullen vasthoudmaatregelen worden getroffen voor ca. 60m3 water (zijnde de compensatie berekend met de Watersleutel). Binnen de bebouwing kunnen vasthoudmaatregelen worden getroffen in de daktuin/op daken: middels de toepassing van beplantingsvlakken, kratten, matten of soortgelijke maatregelen. De te nemen maatregelen zullen functioneel/effectief zijn, (op lange termijn) betrouwbaar zijn en zorgen voor een integrale verbetering van de waterhuishouding. Voor gebouw 2 wordt gestreefd naar een grote groene daktuin met verblijfskwaliteit voor de bewoners. De hoeveelheid neerslag die niet direct wordt opgenomen door de vegetatie wordt met een zekere vertraging afgevoerd op de riolering.
Ten opzichte van de huidige volledig versteende situatie is sprake van een verbetering en wordt het rioleringsstelsel minder belast zodat wateroverlast zoveel mogelijk wordt beperkt. In de openbare ruimte, welke onderdeel is van het plangebied en die wordt toegevoegd door het nieuwe Steenvoordeplein, ontstaat ruimte voor meer groen en daarmee samenhangend meer ruimte voor waterberging en infiltratie. De gemeente heeft een Schetsontwerp opgesteld voor de inrichting van de openbare ruimte in 'In de Bogaard' (zie ook paragraaf 3.3.2). De ambities voor de openbare ruimte, waaronder voor het nieuwe Steenvoordeplein zijn daarin beschreven. Behalve de toevoeging van groenelementen en bomen, wordt ook ingezet op een waterelement op het plein met eventueel ruimte voor water om te blijven staan. In het Schetsontwerp het uitgangspunt opgenomen om regenwater dat valt op wegen, daken, pleinen en andere verharde oppervlakten op te vangen. Het regenwater wordt dan (oppervlakkig) afgevoerd naar wadi's, infiltratiestroken, ondergrondse waterbuffers en open sloten naast 'In de Bogaard'. Er wordt aan de hand van het Schetsontwerp een waterhuishoudkundig plan opgesteld. Uit het waterplan moet o.a. blijken of water wel kan infiltreren in de grond, hoeveel water er opgevangen moet worden en hoeveel er kan worden opgevangen in de opnbare ruimte.
Ten opzichte van de huidige situatie is sprake van een verbetering en wordt het rioleringsstelsel door hemelwater minder belast zodat wateroverlast zoveel mogelijk wordt beperkt. Parallel aan de Steenvoordelaan, net binnen het plangebied, loopt een duiker. Deze duiker verbindt het water in de wijken ten noorden van de Generaal Spoorlaan met onder andere het water bij Henri ter Hallsingel en Willem Royaardsstraat en verder naar het zuiden toe. De nieuwe bebouwing komt niet ter plaatse van de duiker. In het nieuwe bestemmingsplan is een dubbelbestemming 'Waterstaat' opgenomen ter bescherming van de duiker.
"Sterpassage" (vastgesteld)
56
afbeelding 5.3: uitsnede Legger Hoogheemraadschap Delfland, met rode stippellijn is het plangebied aangeduid 5.4.4
Watertoets
Het Hoogheemraadschap van Delfland is het bevoegd gezag voor het beheer van waterkeringen en oppervlaktewater. In het proces van ruimtelijke planvorming heeft het hoogheemraadschap een adviserende rol. In het kader van het vooroverleg artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening is het bestemmingsplan aan het hoogheemraadschap voorgelegd voor advies. Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft gereageerd op het concept bestemmingsplan. Het hoogheemraadschap vraagt om de vasthoudmaatregel van waterbergende capaciteit op het dak nader uit te werken en aan te geven op welke manier wordt voldaan aan de richtlijnen voor vasthoudmaatregelen. Ook wordt gevraagd om toe te lichten op welke manier invulling wordt gegeven aan het Convenant klimaatadaptief bouwen, en dan met name de onderdelen 'voorkomen wateroverlast bij hevige buien' en 'het voorkomen van droogteschade'. In de voorgaande waterparagraaf is rekening gehouden met de reactie van het hoogheemraadschap. Ook wordt verwezen naar paragraaf 5.11, waar is ingegaan op het Convenant Klimaatadaptief bouwen. "Sterpassage" (vastgesteld)
57
5.4.5
Conclusie
De herontwikkeling van de Sterpassage leidt niet tot negatieve effecten op de waterhuishouding ter plaatse. Er is geen sprake van een toename aan bebouwd gebied. Op het dak wordt een voorziening gerealiseerd om voldoende waterbergende capaciteit te realiseren (60 m3) en er ontstaan kansen voor meer waterberging door aanbreng van groene daken en voor meer infiltratie in de openbare ruimte en op het nieuwe plein. Daarmee wordt voldaan aan de compensatieopgave die volgt uit de Watersleutel. In het plan is afdoende aangetoond, dat er geen negatieve invloed op de waterhuishouding valt te verwachten en worden extra maatregelen genomen, om aan klimaatadaptatie bij te dragen. Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.5
Bodemkwaliteit
5.5.1
Wettelijk kader
In verband met de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan dient onderzoek verricht te worden naar de (te verwachten) bodemkwaliteit in het plangebied door het raadplegen van beschikbare bodemgegevens. Bij het mogelijk maken van een nieuwe functie of bij het wijzigen van de functie dient te worden beoordeeld of de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Daar waar sprake is van consoliderend bestemmen van bestaande situaties kan een diepgaand inzicht in de bodemsituatie vooraf achterwege blijven, tenzij een redelijk vermoeden moet bestaan van een saneringssituatie. Bij bouwactiviteiten is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem benodigd. Het bouwen is alleen toelaatbaar als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Daarom dient bij iedere nieuwe bouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te worden gebracht. De bodemonderzoeken voor eventuele nieuwe (vervangende) bouwactiviteiten mogen niet te oud zijn en moeten een vastgestelde informatiekwaliteit bieden. Indien aan die voorwaarden niet kan worden voldaan, dient aanvullend onderzoek plaats te vinden.
Wanneer uit het onderzoek blijkt dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel, dient vóór aanvang van de bouwwerkzaamheden een bodemsanering te worden uitgevoerd om de bodem wel geschikt te maken, of dient de omgevingsvergunning te worden geweigerd. 5.5.2
Resultaten onderzoek
Voor de herontwikkeling van de Sterpassage is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten zijn opgenomen in het rapport "Verkennend bodemonderzoek aan de Steenvoordelaan te Rijswijk fase 1" (Inpijn Blokpoel, 8 januari 2021). Het rapport is opgenomen als Bijlage 5 Verkennend bodemonderzoek van de toelichting. Hieronder is het resultaat van het onderzoek samengevat. Vanwege de nog in gebruik zijnde panden beschrijft het bodemonderzoek alleen de resultaten van de eerste fase van het onderzoek, het terreindeel wat momenteel, doch in beperkte mate, toegankelijk was. Na sloop van de aanwezige bebouwing zal in fase II het resterende projectgebied worden onderzocht. Ook wordt een verkennend asbest bodemonderzoek voor het gehele projectgebied uitgevoerd. Zintuiglijk zijn in de bodem geen bodemvreemde materialen aangetroffen. Analytisch zijn in de uitpandige bovengrond ten hoogste licht verhoogde gehalten aan diverse zware metalen en/of PCB's aangetoond. De zandige bodemlaag direct onder de bebouwing is ten hoogste licht verontreinigd met PAK, PCB's en minerale olie. Voor het overige zijn geen verhoogde gehalten in de vaste bodem aangetoond. In het grondwater van het noordelijk deelgebied zijn geen gehalten boven de desbetreffende streefwaarde aangetoond.
Het grondwater op het zuidelijk deelgebied is ten hoogste licht verontreinigd met barium, som xylenen, som (cis,trans) 1,2-dichloorethenen en vinylchloride. Aanvullend onderzoek wordt in dit stadium niet nodig geacht, aangezien het criterium voor nader onderzoek voor de onderzochte parameters niet wordt overschreden. Resumerend kan bij beoordeling van het geheel aan onderzoeksresultaten gesteld worden dat de in fase I aangetroffen bodemkwaliteit aanvaardbaar wordt geacht en zodoende geen belemmering vormt voor de geplande herontwikkeling. "Sterpassage" (vastgesteld)
58
5.5.3
Conclusie
Voor het bestemmingsplan is de bodem voldoende onderzocht. In het kader van de uitvoering wordt rekening gehouden met de uitkomsten en aanbevelingen van het uitgevoerde bodemonderzoek.
5.6
Mobiliteit
5.6.1
Algemeen
De nieuwe ontwikkeling heeft effecten op de verkeerssituatie en de parkeersituatie. Het plan leidt tot een afname aan oppervlakte retail en een toevoeging van woningen. Voor de planontwikkeling is een mobiliteitsonderzoek uitgevoerd (Goudappel Coffeng, 30 juni 2021). Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 6 Mobiliteitsonderzoek bij de toelichting. De resultaten van het onderzoek worden in deze paragraaf beschreven. Allereerst is ingegaan op de parkeersituatie. Daarna is ingegaan op de verkeersafwikkeling. 5.6.2
Onderzoek parkeren
Het benodigd parkeeraanbod is berekend door de omvang van iedere functie te vermenigvuldigen met de bijbehorende parkeernorm (het aantal benodigde parkeerplaatsen per functie). De te realiseren functies kennen verschillende doelgroepen, bijvoorbeeld bewoners, medewerkers en bezoekers, die niet op elk moment van de week een even grote parkeervraag kennen. Zo kennen bewoners de hoogste parkeervraag gedurende de nacht, terwijl het maatgevende moment voor winkelend publiek de zaterdagmiddag is. De parkeervoorzieningen in het winkelcentrum In de Bogaard kunnen door verschillende parkeerders (doelgroepen) worden gebruikt, dit heet dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Voor de parkeerbalans is uitgegaan van een programma van 510 woningen en 3.500 m2 retailfuncties. Dit programma is voor de parkeerbalans onderverdeeld in verschillende typen woningen, detailhandel en horeca, zodat een inschatting te maken is van de toekomstige parkeerbehoefte (zie tabel 5.1).
Tabel 5.1. Beoogd functieprogramma herontwikkeling
Parkeernormen De gemeente Rijswijk heeft voor het plangebied speciale parkeernormen vastgesteld voor woningen. Deze zijn opgenomen in het Masterplan 'In de Bogaard'. De parkeernormen voor commerciële functies en voorzieningen komen uit de Nota Parkeernormen van de gemeente Rijswijk. In tabel 5.2 is een overzicht van de gehanteerde parkeernormen voor de woningen weergegeven.
"Sterpassage" (vastgesteld)
59
Tabel 5.2 gehanteerde parkeernormen voor de woningen (bron: Goudappel Coffeng) Voor de overige functies worden de volgende parkeernormen gehanteerd: commerciële functies: 3,6 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo horeca: 5,4 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo Aanwezigheidspercentages In het Masterplan In de Bogaard zijn geen aanwezigheidspercentages opgenomen. Om deze reden wordt aansluiting gezicht bij de meest recente aanwezigheidspercentages conform de Nota Parkeernormen van de gemeente Rijswijk. De gehanteerde aanwezigheidspercentages zijn opgenomen in tabel 5.3. Aangezien voor het bewonersparkeren er geen sprake is van dubbelgebruik, wordt daar geen aanwezigheidspercentage op toegepast. Voor de detailhandel wordt uitgegaan van een aanwezigheidspercentage van 100% op de zondagmiddag in verband met koopzondag. Op zaterdagavond is het winkelcentrum daarentegen niet geopend.