21-061 d. Ecologische structuur Pasgeld definitieve versie 2.0.PDF
Tekst van het document
• • •
Realiseer natuurvriendelijke oevers langs primaire watergangen en secundaire polderslootjes conform de voorschriften van het Hoogheemraadschap Delfland (zie figuur 5.1). Hierdoor verbetert de waterkwaliteit alsook het leefgebied van bittervoorn en het biotoop voor glassnijder, dotterbloem, en andere oevervegetaties met bijvoorbeeld rietorchis die de biodiversiteit ten goede komen. Leg een aantal poelen aan in de graslanden die kunnen functioneren als visvrij voortplantingsbiotoop voor amfibieën. Zorg voor een maai of graasbeheer dat bijdraagt aan het realiseren van een diverse vegetatiestructuur die onder andere geschikt is voor weidehommel en argusvlinder. Creëer structuurrijke vegetaties langs de rijen knotwilgen langs fietspaden, zodat beschuttingsplaatsen ontstaan die kunnen fungeren als winterbiotoop en dekking voor amfibieën en grondgebonden zoogdieren.
Meekoppelkans • Waterbergingsopgave RWS en berging in extreme situaties door afgraven talud langs •
slootjes tot NVO’s. De zone direct rond de waterlijn wordt optimaal benut Onderzoek de mogelijkheid voor vismigratie bij het gemaal aan de Vliet.
34/51
Kenmerk
R001-1280028NJR-V01-sal-NL
Figuur 5.1 ontwerpschets van een natuurvriendelijke oever uit de leidraad algemene regels natuurvriendelijke oevers van het Hoogheemraadschap Delfland. Bron: Hoogheemraadschap Delfland.
Sportpark Elsenburg Sportpark Elsenburg vormt op zichzelf geen kerngebied voor één specifiek natuurtype. Het terrein bestaat hoofdzakelijk uit sportvelden. Het gebied kan worden beschouwd als een zone waar lokaal de natuurtypen bos & park en stadsnatuur voorkomen. Het terrein heeft voldoende omvang (circa 8 ha) voor de aanleg van stapstenen die de lokale biodiversiteit ten goede komen en hopovers vormen voor icoonsoorten. De ecologische kwaliteit op het terrein is zeer beperkt. Opgave: Beperk het aandeel verharding en verbeter de ecologische kwaliteit door natuurinclusieve maatregelen toe te passen die bijdragen aan de kwaliteit van het terrein voor stadsnatuur en creëer stapstenen voor bos en parknatuur en water- en moerasnatuur. Kansen voor behoud en verbeteren ecologische kwaliteit • Stimuleer het ontwikkelen van een groen of bruin dak op gebouwen op het sportpark.
•
Deze kunnen door vogels worden gebruikt om te foerageren en bieden bij een aanbod van de juiste vegetatie een geschikt foerageergebied voor insecten. Realiseer inbouwvoorzieningen voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen in de
•
gebouwen op het terrein. Plant functioneel groen aan voor huismus in de directe nabijheid van inbouwvoorzieningen voor huismus. Denk aan gevelbeplanting als vuurdoorn of stekelige
•
struiken en hagen rondom het gebouw, zoals meidoorn en liguster. Overweeg bloemrijke geveltuintjes die door insecten als weidehommel en vogels als merel gebruikt kunnen worden om foerageren. Dit oogt bovendien kleurrijk, wat bijdraagt
•
aan de beleving. Creëer stapstenen van bos en park door natuureilandjes en doorlopende struwelen te creeëren met een afwisseling van bomen/ bosschages, bloemrijk grasland, heggen,
35/51
Kenmerk
R001-1280028NJR-V01-sal-NL
struweel, ruigte, takkenrillen en stronken als verblijfplaats voor grondgebonden • •
zoogdieren als egel en kleine marterachtigen. Realiseer waar ruimte is een vijver met natuurvriendelijke oevers voor amfibieën. Vervang een deel van de intensief beheer gazons door bloemrijke weides die door middel van sinusbeheer gefaseerd gemaaid worden. Dit komt ten goede aan insecten onder andere weidehommel.
Figuur 5.2 Links: voorbeeld van een geveltuin. Bron: handboek natuurinclusief bouwen gemeente Amsterdam. Rechts: voorbeeld van sinusbeheer. Bron: Vlinderstichting.
Bedrijventerrein / TNO-gebied Het bedrijventerrein / TNO-gebied vormt op zichzelf geen kerngebied voor één specifiek natuurtype. Het terrein bestaat voor een groot deel uit bebouwing en wordt zowel binnen het terrein als langs de randzones afgewisseld door open groen, boomgroepen en bomenrijen. Het gebied kan worden beschouwd als een zone waar lokaal stadsnatuur voorkomt dat wordt afgewisseld door stapstenen voor bos- en parknatuur. Opgave: Versterk de ecologische kwaliteit van het terrein door natuurinclusieve maatregelen ten gunste van stadsnatuur te treffen/stimuleren en onderzoek de mogelijkheden om stapstenen voor natuur uit te breiden en beter op elkaar aan te laten aansluiten Kansen voor behoud en verbeteren ecologische kwaliteit • Stimuleer het ontwikkelen van een groen of bruin dak op bestaande gebouwen op het terrein. Deze kunnen door vogels als merel worden gebruikt om te foerageren en bieden
•
bij een aanbod van de juiste vegetatie een geschikt foerageergebied voor insecten als weidehommel. Realiseer inbouwvoorzieningen voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen in de
•
bestaande gebouwen op het terrein. Doe eerst onderzoek naar de bestaande functies van de gebouwen voor deze soorten. Plant functioneel groen aan voor huismus in de directe nabijheid van inbouwvoorzieningen voor huismus. Denk aan gevelbeplanting als vuurdoorn of stekelige struiken en hagen rondom het gebouw, zoals meidoorn en liguster.
36/51
Kenmerk
R001-1280028NJR-V01-sal-NL
•
Overweeg bloemrijke geveltuintjes die door insecten als weidehommel en vogels als
•
merel gebruikt kunnen worden om foerageren. Dit oogt bovendien kleurrijk, wat bijdraagt aan de beleving. Verbeter stapstenen van bos en park door extra natuureilandjes en doorlopende struwelen te creeëren met een afwisseling van fruitbomen, hoge bomen, bosschages, bloemrijk grasland, heggen, struweel, ruigte, takkenrillen en stronken als verblijfplaats voor grondgebonden zoogdieren als egel en kleine marterachtigen.
• •
Realiseer waar ruimte is een vijver met natuurvriendelijke oevers voor amfibieën. Vervang een deel van de intensief beheer gazons door bloemrijke weides die door middel van sinusbeheer gefaseerd gemaaid worden. Dit komt ten goede aan insecten onder
•
andere weidehommel. Onderzoek de mogelijkheden voor een botanische tuin. Met de komst van nieuwbouw is het goed denkbaar dat recreatiedruk toeneemt. Een botanische tuin biedt kansen voor
•
zowel natuur als mensen. In Bijlage 2 is een tabel opgenomen waarin enkele voorschriften voor natuurinclusief bouwen ten gunste van stadsnatuur zijn opgenomen.
Pasgeld-West Pasgeld-West is een voormalig grasland- en kassengebied dat wordt omgevormd tot woongebied. Opgave: Natuurinclusief bouwen is de norm binnen de bouwkavels. Het volkstuincomplex de Schoffel dient als deelkerngebied en hop-over voor bos- en parknatuur zoveel mogelijk intact te worden gehouden. De openbare ruimte wordt zodanig ingericht dat er voldoende kwaliteit en kwantiteit functioneel leefgebied aanwezig is voor Icoonsoorten van stadsnatuur. Door groen- en waterbergingsvoorzieningen (inclusief waterpartijen) natuurinclusief en met samenhang te ontwerpen ontstaan hier ook stapstenen voor bos en parknatuur en water- en moerasnatuur. Kansen voor behoud en verbeteren ecologische kwaliteit •
•
Zorg voor tenminste één groenblauwe hoofdverbinding (EVZ 2; 20-50 breed) door het gebied welke aansluiting vindt met Pasgeld-Oost en het Wilhelminapark. Deze kan in de basis functioneren als verbindingszone voor icoonsoorten van bos- en parknatuur en water- moeras natuur en biedt de mogelijkheid om hieraan stapstenen koppelen. Daarnaast biedt het een verbinding voor icoonsoorten van stadsnatuur. Realiseer binnen de bebouwde kom groenblauwe corridors die aansluiting vinden op de
•
groenblauwe hoofdverbinding die aantakt op (deel)kerngebieden van bos- en parknatuur. Voorzie dat >50% van de oevers van watergangen natuurvriendelijk wordt aangelegd en ten minste 4-7 meter breed zijn in bebouwd gebied. Beperk beschoeiing en damwanden
•
waar mogelijk en voorzie duikers van geïntegreerde looprichels bij een NVO Zorg binnen de bebouwde kom voor stapstenen stadsnatuur. Dit is mogelijk door de aanleg van geveltuintjes, parkjes met inheems bomen, struiken en kruiden. Realiseer
•
groene erfafscheidingen in de vorm van hagen en struiken. Realiseer groene daken (intensief of extensief) en gevels. Dit draagt bij aan de leefbaarheid van de wijk en biedt vogels en insecten extra leefgebied. Gebruik langs
37/51
Kenmerk
R001-1280028NJR-V01-sal-NL
gevels niet alleen hedera, maar pas ook andere soorten nectarplanten en vrucht- en •
• •
besdragers toe. Richt de openbare ruimte en tuinen diervriendelijk in. Met andere woorden: Voorkom obstakels die niet passeerbaar zijn, beperk straatverlichting die uitstraalt naar het luchtruim en realiseer een variatie aan inheems beplanting en beplantingsvormen waarin vogels kunnen foerageren en schuilen en kleine zoogdieren dekking kunnen zoeken. Realiseer inbouwvoorzieningen voor vogels, vleermuizen en insecten. In bijlage 2 zijn enkele uitwerkingsvoorschriften opgenomen om dit goed te kunnen realiseren. Pas enkele van de volgende voorbeelden toe in de openbare ruimte en binnentuinen: Natuurspeelplaats met natuurvriendelijke spelvoorzieningen, natuurlijke paden, wadi met groene invulling, vijver, paddenpoel, haag, bloemrijke boomspiegel, zoomvegetatie, ecologische oevers watergangen, groene kademuren, ijsvogelwand in parkjes, biodiversiteitsmuur of houtwal, vlinder en bijenlinten
• •
•
Maak waterberging biodivers door toepassing van bloemrijk gras, struweel of bomen. Geef voorbeeldontwerpen aan particulieren om hun tuinen biodivers te maken. Voorzie vanaf het begin een robuuste heggenstructuur langs particuliere tuinen – bij koop meeleveren. Behoud volkstuincomplex de Schoffel en de Volle Grond als groene stapstenen.
Figuur 5.3 Voorbeeld ecologische Wadi.
Pasgeld-Oost Voor Pasgeld Oost heeft de raad in 1999 besloten een overeenkomst te sluiten met projectontwikkelaar Synchroom, die de grond gedeeltelijk in eigendom heeft. Het bestemmingsplan kon destijds niet aangepast worden, vanwege een contour (veiligheidsregels) rondom het terrein van TNO. Door verandering in de activiteiten van TNO is deze contour inmiddels opgeheven waardoor het gebied nu ontwikkeld kan worden. Voor Pasgeld-Oost heeft het college d.d. 9 maart 2021 besloten dat er twee kaders zijn voor de planvorming: • Een financieel sluitende businesscase •
Een stedenbouwkundig verantwoord plan op basis van de hiertoe opgestelde beoordelingscriteria
38/51
Kenmerk
R001-1280028NJR-V01-sal-NL
Anderzijds is er momenteel maatschappelijke druk om het gebied niet te bebouwen. Gezien bovenstaande hebben we voor de ecologische structuur twee scenario’s uitgewerkt (waarvan scenario 2 gezien het recente collegebesluit het meest realistisch lijkt): 1. Zonder woningbouw is Pasgeld-Oost potentieel geschikt als deelkerngebied voor water2.
en moerasnatuur afgewisseld door bos- en parknatuur en recreatiegebied. Indien Pasgeld Oost wordt ontwikkeld voor woningbouw dan zijn stapstenen voor stadsnatuur mogelijk met kansen voor natuurinclusief bouw en groenvoorzieningen.
5.6.1 Pasgeld-Oost als deelkerngebied voor natuur en recreatiegebied Pasgeld-Oost is in de huidige situatie een terrein van circa 7 ha dat beschikt over landschapselementen die in potentie een deelkerngebied kunnen gaan vormen voor water- en moerasnatuur. Het gebied heeft namelijk een open karakter en er liggen kansen voor zowel aaneengesloten als geïsoleerde watertjes waar begeleidende soorten van water en moerasnatuur kunnen leven. Het aandeel water- en moerasnatuur is vooralsnog beperkt tot enkele plasdras situaties en watergangen met een steil talud. De actuele natuurwaarden zijn niet van wezenlijk belang voor de instandhouding van (inter)nationaal zeldzame natuur waaraan Rijswijk of de Provincie Zuid-Holland bovenmatig bijdraagt. De huidige situatie is vooral gunstig voor relatief algemene soorten amfibieën, watervogels en grondgebonden zoogdieren. Gezien de omvang en openheid ligt er vooral een potentiële kans voor een kwaliteitsimpuls voor natuur. Het verbeteren van de ecologische kwaliteit kan de ecologische relatie tussen het slagenlandschap en de drassige driehoek ten goede komen. Met het oog op de nieuwbouw die is voorzien in PasgeldWest kan een natuurgebied in Pasgeld-Oost ruimte bieden aan recreatie voor nieuwe bewoners.
Opgave: Verbeter de ecologische kwaliteit in het gebied door aandacht te schenken aan de ontwikkeling van waterpartijen en moeraszones die worden afgewisseld door groenvoorzieningen en laat het gebied aansluiten op een groenblauwe hoofdverbinding. Kansen voor behoud en verbeteren ecologische kwaliteit •
In het gebied ligt één geïsoleerde waterpartij (zie figuur 5.4) met zeer helder water. Deze kan behouden worden voor de ontwikkeling van zeldzame flora en dienen als voorplantingslocatie voor amfibieën. Hiertoe dient dit waterlichaam uittreedbaar te zijn voor dieren.
Figuur 5.4 Heldere waterpartij in Pasgeld-Oost.
39/51
Kenmerk
•
R001-1280028NJR-V01-sal-NL
Realiseer een natuurlijke overgang naar de Vliet door nieuwe aanplant van besdragende struiken richting het Jaagpad en laat de vegetatie samenstelling geleidelijk overgaan in kruid- en rietvegetatie in de lagere delen van het gebied (zie figuur 5.5).
Figuur 5.5 Impressie van de optie van een natuurlijke overgang tussen de Vliet en Pasgeld-Oost
•
Stimuleer op specifieke plekken de moerasontwikkeling waar dieren kunnen schuilen en foerageren. Meekoppelkans is aanleg van een vlonder pad dat zigzaggend door het gebied loopt, waar mensen kunnen genieten van de aanwezige natuur.
• •
Simuleer op specifieke plekken de ontwikkeling van flora en faunarijk grasland. Dit is mogelijk door toegepast maaibeheer. Realiseer een plas waar watervogels kunnen rusten en foerageren. Meekoppelkans is dat
•
deze plas een waterbergende functie heeft voor water uit Pasgeld-West of andere wateren uit de omgeving. Wateraansluiting met de Vliet laten onderzoeken ter hoogte van de Pasgeldlaan, zodat vissen kunnen migreren naar waterpartijen in het gebied. De inham van de Vliet is voor de KRW een belangrijk paai- en opgroeigebied voor vis. Mogelijk kan Pasgeld Oost een extra bijdrage leveren.
5.6.2 Pasgeld Oost wordt deels bebouwd en beschikt over stapstenen voor natuur Door het realiseren van nieuwbouw is sprake van fysiek ruimtebeslag op onbebouwd gebied. Daarmee verliest het gebied zijn potentie om te kunnen uitgroeien tot een deelkerngebied voor water- en moerasnatuur. Uitgaande van dat scenario biedt Pasgeld-Oost wel een perspectief voor stapstenen voor bos- en parknatuur en stadsnatuur. Binnen deze stapstenen zijn er mogelijkheden om de biodiversiteit te vergroten ten opzichte van de huidige situatie. Voor het vergroten van de biodiversiteit is het advies om een ter zake kundig ecologen te consulteren bij het ontwerpen van ontwikkelplannen.
40/51
Kenmerk
R001-1280028NJR-V01-sal-NL
Opgave: Realiseer een wijk wonen te midden van water- en moerasnatuur. Mogelijk leidt dit tot een deelkerngebied. Indien dit niet lukt: een reeks stapstenen voor natuur van circa 0,5-2.0 ha met een maximale afstand van 100 m, zodat dieren de kans hebben om door het gebied heen te migreren en lokaal kunnen vestigen en verspreiden. Verbind de stapstenen door verbindingszones met water- en moerasnatuur en bos- en parknatuur. Kansen en randvoorwaarden voor behoud en verbeteren ecologische kwaliteit •
Ga bij de ontwikkeling van Pasgeld Oost uit van bestaande kwaliteiten (water- en moerasnatuur). Gebruik een deel van de bestaande elementen in de water- en groenstructuur (zie figuur 5.6 voor voorbeelden). Mogelijk kan dit leiden tot een deelkerngebied water- en moerasnatuur. Ook behoud van het bosje langs de Lange Kleiweg kan voor versterking zorgen van de ecologische verbindingszone langs de Lange Kleiweg (evz 1)
Figuur 5.6 Bestaande landschapselementen in Pasgeld-Oost.
•
•
Zoek inspiratie voor wonen te midden van water en moeras. Voor de openbare ruimte, maar ook particuliere tuinen kan dit een richting zijn voor identiteit (streek- en plekeigen), beleving en biodiversiteit. Waterberging kan moeiteloos meeliften. Indien alleen stapstenen zijn te realiseren: Hou rekening met de aanleg van tenminste drie stapstenen (0,5 – 2 ha) voor water- en moerasnatuur. Stapstenen dienen binnen 100 meter van elkaar te liggen en met elkaar en groenblauwe hoofdverbinding verbonden te worden door wijkgroen en verbindingszones. Verbindingszones in bebouwde delen minimaal 4-7 meter breed maken en verbonden met stapstenen water- en moeras-, bos –
•
en parknatuur en stadsnatuur Nieuwbouw mag de passeerbaarheid van Pasgeld-Oost voor flora en fauna niet in de weg staan. Er dient te allen tijde een groenblauwe verbinding (10 meter) aanwezig te zijn, zodat migratie kan plaatsvinden van en naar andere gebieden, onder andere PasgeldWest, Slagenlandschap, TNO-gebied en de Drassige Driehoek. Nieuwbouw mag geen ondoordringbare barrière vormen in het landschap. Deze kan zowel centraal in het gebied
•
als langs de rand worden aangelegd. Realiseer binnen de bebouwde kom groenblauwe corridors die aansluiting vinden op de groenblauwe hoofdverbinding die aantakt op (deel)kerngebieden van bos- en parknatuur.
41/51
Kenmerk
•
R001-1280028NJR-V01-sal-NL
Voorzie dat >50% van de oevers van watergangen natuurvriendelijk wordt aangelegd en ten minste 4-7 meter breed zijn in bebouwd gebied. Beperk beschoeiing en damwanden waar mogelijk en voorzie duikers van geïntegreerde looprichels daar waar een NVO wordt aangelegd.
•
Zorg binnen de bebouwde kom voor stapstenen stadsnatuur. Dit is mogelijk door de aanleg van geveltuintjes, parkjes met inheems bomen, struiken en kruiden. Realiseer groene erfafscheidingen in de vorm van hagen en struiken.
•
Realiseer bruine of groene daken (intensief of extensief) en gevels. Dit draagt bij aan de leefbaarheid van de wijk en biedt vogels en insecten extra leefgebied. Gebruik langs gevels niet alleen hedera, maar pas ook andere soorten nectarplanten en vrucht- en
•
• •
• • •
besdragers toe. Richt de openbare ruimte en tuinen diervriendelijk in. Met andere woorden: Voorkom obstakels die niet passeerbaar zijn, beperk straatverlichting die uitstraalt naar het luchtruim en realiseer een variatie aan inheems beplanting en beplantingsvormen waarin vogels kunnen foerageren en schuilen en kleine zoogdieren dekking kunnen zoeken. Realiseer inbouwvoorzieningen voor vogels, vleermuizen en insecten. In bijlage 2 zijn enkele uitwerkingsvoorschriften opgenomen om dit goed te kunnen realiseren. Voorbeelden openbare ruimte en binnentuinen: Natuurspeelplaats met natuurvriendelijke spelvoorzieningen, natuurlijke paden, wadi met groene invulling, vijver, paddenpoel, haag, bloemrijke boomspiegel, zoomvegetatie, ecologische oevers watergangen, groene kademuren, ijsvogelwand in parkjes, biodiversiteitsmuur of houtwal, vlinder en bijenlinten Maak de waterberging biodivers. Geef voorbeelden hoe particulieren tuinen biodivers kunnen maken Voorzie vanaf het begin een robuuste heggenstructuur langs particuliere tuinen – bij koop meeleveren.
Drassige Driehoek De drassige driehoek is circa 2,5 ha groot en vormt als geheel een deelkerngebied voor bos- en parknatuur. Het terrein heeft een groen karakter en bestaat hoofdzakelijk uit bomen, beschoeide sloten en intensief gemaaide grasvelden (o.a. voetbalveldje). Daarnaast bevinden zich in de drassige driehoek een speeltuin, buurthuis en een watertoren. Opgave: Behoud het oppervlakte groen, zodat het gebied zijn functie als deelkerngebied voor bos- en parknatuur niet verliest. Verbeter de ecologische kwaliteit door extra groen aan te brengen en het bestaande groen ecologisch te beheren. Kansen en randvoorwaarden voor behoud en verbeteren ecologische kwaliteit • •
Het aantal bomen dient gehandhaafd te blijven om voldoende leefgebied te kunnen bieden voor merel en boomklever. Zoek ruimte voor de aanplant van bedragende en vruchtdragende struiken. Deze dragen bij aan de biodiversiteit en bieden beschutting, nestlocaties en foerageergebied aan soorten als egel en merel. Plant deze bij voorkeur langs bestaande wandelstructuren waar weinig beplanting aanwezig is of in een mozaïekvorm in open plekken in het gebied.
42/51
Kenmerk
•
R001-1280028NJR-V01-sal-NL
Om de kwaliteit van het gebied als zijnde leefgebied voor weidehommel en andere soorten insecten te verbeteren kan worden gekozen om intensief beheerde gazons te transformeren tot bloemrijke graslanden. Dit kan gepaard gaan met recreatie door lokaal paadjes te maaien.
•
Het verwijderen van beschoeiing langs watergangen biedt kansen voor de realisatie natuurvriendelijke oevers en maakt de watergangen beter uittreedbaar voor vogels, amfibieën en grondgebonden zoogdieren.
•
Plaats aan de randzones of langs paden takkenrillen en hopen waar dieren als egel, maar ook marterachtigen in kunnen schuilen. Goed ontwikkelde takkenrillen kunnen bovendien geschikt zijn als verblijfplaats voor overwinterende insecten.
• •
Voorkom het storten van tuinafval, zodat er geen invasieve plantenexoten gaan verspreiden. Initieer de aanleg van een biodiversiteitsmuur voor insecten en inventariseer met de
•
buurtvereniging waar deze geplaatst zou kunnen worden. Goed voor insecten en educatief voor kinderen. Participatie bij het ontwerp en beheer van de natuur is een sleutelwoord in dit gebied.
43/51
Kenmerk
R001-1280028NJR-V01-sal-NL
6 Natuurwetgeving bij ruimtelijke ontwikkelingen In de driehoek Pasgeld zijn op korte termijn twee concrete ontwikkelingen beoogd, te weten in Pasgeld-West en voor sportpark Elsenburg. Pasgeld-West wordt bouwrijp gemaakt en voorzien van woningen. Voor sportpark Elsenburg ligt een herinrichtingsopgave. Daarnaast wordt woningbouw in Pasgeld-Oost verkend. Dergelijke ontwikkelingen zijn alleen uitvoerbaar als de voorgenomen werkzaamheden niet strijdig zijn met de natuurwetgeving, of als de benodigde vergunningen en/of ontheffingen kunnen worden verleend. Dit hoofdstuk maakt inzichtelijk op welke wijze rekening gehouden dient te worden met natuurwaarden die bescherming genieten onder de Wet natuurbescherming.
Wet natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking. De Wet natuurbescherming is het wettelijk stelsel voor natuurbescherming in Nederland. Het beschermingsregime gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. Dit betekent dat genoemde verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming voor bescherming van gebieden, houtopstanden en soorten altijd gelden. Het afwijken hiervan is alleen onder voorwaarden toegestaan. Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland is het bevoegd gezag voor het verlenen van toestemming door middel van een ontheffing of vrijstelling.
Te beschouwen onderdelen Wet natuurbescherming Het is noodzakelijk om de beoogde ontwikkelingen te toetsen aan het Wnb onderdeel soortenbescherming vanwege de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Toetsing aan het Wnb onderdeel gebiedenbescherming is beperkt tot het in beeld brengen van externe effecten als gevolg van stikstof. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied Westduinpark & Wapendal ligt op circa 7 kilometer van de driehoek Pasgeld in Rijswijk. Effecten op Natura 2000-gebied als gevolg van storingsfactoren zoals optische verstoring, licht, geluid en trilling zijn daarmee uitgesloten. Effecten door stikstof kunnen gezien de afstand tot Natura 2000gebied niet op voorhand worden uitgesloten. Toetsing aan het Natuurnetwerk Nederland is niet van toepassing. De driehoek Pasgeld maakt geen deel uit van het NNN en het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 1,5 kilometer Toetsing aan het Wnb onderdeel houtopstanden is niet van toepassing. De driehoek Pasgeld ligt buiten de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom in het kader van de Wnb. Voor het vellen van bomen binnen de bebouwde kom Wnb is toetsing aan het Wnb onderdeel houtopstanden niet nodig. Wel moeten bomeninventarisaties uitwijzen voor welke bomen/houtopstanden bij kap een omgevingsvergunning noodzakelijk is.
6.2.1 Beschermde soorten In de Wet natuurbescherming zijn bepalingen opgenomen voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten. Het gaat onder meer om soorten die in Nederland, maar ook in Europa in hun voortbestaan worden bedreigd. De Wnb kent drie beschermingsregimes:
44/51
Kenmerk
R001-1280028NJR-V01-sal-NL
•
Vogels: het gaat hier om alle inheemse vogels in hun natuurlijk verspreidingsgebied. Ze
•
zijn beschermd via de Vogelrichtlijn (VR); Dieren en planten: het gaat hier om alle inheemse dieren en planten. Ze zijn beschermd via de Habitatrichtlijn (HR) en de verdragen van Bern en Bonn
•
Nationale soorten: het gaat hier om de soorten, die niet onder de reikwijdte van de Vogelof Habitatrichtlijn vallen. Deze soorten zijn wel nationaal beschermd
Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing, vergunning of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. De bepalingen zijn samengevat in tabel 3.1. De bepalingen voorzien in een bescherming van verblijfplaatsen, evenals de bescherming tegen verstorende invloeden. GS van provincie Zuid-Holland kan een ontheffing verlenen van de verboden als genoemd in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10. Vrijstellingen In de Wnb is een aantal algemene soorten amfibieën en zoogdieren beschermd onder de categorie “Nationale soorten”, zoals gewone pad, bruine kikker en konijn. Provincie Zuid-Holland heeft bevoegdheid om bij verordening deze soorten “vrij te stellen” van de ontheffingsplicht. Dit betekent dat geen ontheffing nodig is voor werken gericht op ruimtelijke inrichting en ontwikkeling en beheer en onderhoud. Vrijgestelde soorten zijn niet meegenomen in deze toetsing. Zorgplicht De zorgplicht (artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming) houdt in dat handelingen, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor in het wild levende dieren en planten achterwege worden gelaten. Als zich mogelijk negatieve effecten voordoen, dan treft de initiatiefnemer noodzakelijke maatregelen om die gevolgen te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken/ongedaan te maken. Het betreft alle in het wild levende dieren en planten.
De zorgplicht dient onder meer als vangnet voor de bescherming van soorten waarvoor op grond van de Wnb geen specifiek verbod geldt. 1.
Eenieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
2.
De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied
a. b. c.
of voor in het wild levende dieren en planten: dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
45/51
Kenmerk
6.2.2
R001-1280028NJR-V01-sal-NL
Vervolgstappen soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming
Voor Pasgeld-West, Pasgeld-Oost en sportpark Elsenburg zijn natuuronderzoeken uitgevoerd om de verspreiding van soorten die bescherming genieten onder de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. Deze zijn hieronder beschreven: •
Econsultancy, 12 oktober 2020. Quickscan Wet natuurbescherming Lange Kleiweg 106 te Rijswijk. Rapportnummer: 13573.001;
•
Natuur-Wetenschappelijk Centrum, november 2018. Quickscan flora en fauna Pasgeld te Rijswijk. Rapportnummer: W1502/P18-115; Natuur-Wetenschappelijk Centrum, oktober 2018. Aanvullend onderzoek rugstreeppad
• • •
Pasgeld te Rijswijk. Rapportnummer: P18-118/W1527 VanderHelm Milieubeheer B.V. (2017). Kenmerk: 20170361. Ecologische quickscan Pasgeld te Rijswijk, d.d. 07 december 2017. VanderHelm Milieubeheer B.V. (2020). Kenmerk: 20201272. Actualisatie ecologische quickscan Pasgeld en de Schoffel te Rijswijk, d.d. 11 december 2020.
Sportpark Elsenburg: De natuurtoets van Econsultancy wijst uit dat mogelijke effecten ten aanzien van door de Wet natuurbescherming beschermde soorten zijn beperkt tot vogels. Er wordt een nader onderzoek aanbevolen naar jaarrond beschermde nesten middels een nestinspectie in de winter en nader onderzoek grote nesten in het broedseizoen. Uitvoeren vindt bij voorkeur plaats buiten het broedseizoen. Indien dit niet mogelijk is dient een extra broedvogelcontrole te worden uitgevoerd voorgaand aan de werkzaamheden. Indien er geen jaarrond beschermde nesten worden aangetroffen is het planvoornemen niet ontheffingsplichtig. Uitvoeren van werkzaamheden vindt bij voorkeur plaats buiten het broedseizoen. Indien dit niet mogelijk is dient een broedvogelcontrole te worden uitgevoerd voorgaand aan de werkzaamheden. Pasgeld-West: De meest actuele natuurtoets van Vander Helm Milieubeheer wijst uit dat soortgericht onderzoek nodig is naar ransuil, sperwer, boomvalk, vleermuizen. Indien essentiële leefgebiedsfuncties of verblijfplaatsen worden vastgesteld is mogelijk een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Uitvoeren van werkzaamheden vindt bij voorkeur plaats buiten het broedseizoen. Indien dit niet mogelijk is dient een broedvogelcontrole te worden uitgevoerd voorgaand aan de werkzaamheden.
Pasgeld-Oost: De natuurtoets van NWC wees uit dat mogelijke effecten ten aanzien van door de Wet natuurbescherming beschermde soorten zijn beperkt tot vogels en rugstreeppad. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat het plangebied geen leefgebiedsfunctie voor rugstreeppad vervult. Uitvoeren van werkzaamheden vindt bij voorkeur plaats buiten het broedseizoen. Indien dit niet mogelijk is dient een broedvogelcontrole te worden uitgevoerd voorgaand aan de werkzaamheden.
46/51
Kenmerk
R001-1280028NJR-V01-sal-NL
7 Literatuur Van den Boogaard, B., R.G. Verbeek & J.D. Buizer. 2019. Icoonsoorten Zuid-Holland. Projecten en maatregelen voor icoonsoorten in de Provincie Zuid-Holland. Rapportnr. 19-015. Bureau Waardenburg, Culemborg. Visie rijke groenblauwe leefomgeving. Zuid-Holland investeert in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. December, 2018. PZH-2018-672289471. d.d. 15-01-2019 Wijnand Bouw en Cor Simon, BoschSlabbers architecten. Juli 2019. Rijs [A4] wijk, visie voor ecologishe en recreatieve verbindingen rondom de A4. Projectnummer: bs-S 18-05 / 11. Bestemmingsplan Sion – ’t Haantje, tweede herziening (onherroepelijk, vastgesteld op 2018-0306). Stadsvisie Rijswijk 2030, samen maken we de stad. 27 september 2016. Inventarisatielijsten broedvogels, Kees Mostert Natuurvriendelijke oevers. Handreiking voor ontwerp, aanleg, beheer en onderhoud. Hoogheemraadschap Rijnland. Versie april 2010.
47/51
Kenmerk
Bijlage 1
R001-1280028NJR-V01-sal-NL
Natuurwaardenkaart
48/51
Kenmerk
R001-1280028NJR-V01-sal-NL
Bijlage 2
Voorschriften natuurinclusief bouwen
Icoonsoort
Maatregel lokaal
Maatregel wijkniveau
Huismus
Inbouwstenen in verticale gevels
≤10m afstand van functioneel groen, zoals
(koloniebroeder)
•
Hoogte: ≥3m en ≤12m
groenblijvende heesters en stekelige
•
Aantal: ≥ 6 bij elkaar
struiken (Circa 2-3 meter hoog).
•
Locatie: noord of oost in schaduw
•
Omvang: circa 15 x 8 cm
Toegankelijke ruimte onderste rij dakpannen Groenblijvende heesters:
≤ 50 meter ≥ 200m2 aan geschikt
vuurdoorn, meidoorn, liguster, klimop,
foerageergebied en dekking
wingerd, beukenhaag, coniferen, hulst
Gierzwaluw (koloniebroeder)
Overhoekjes of stroken met ruigte en stofbad
Extensief beheer openbaar gazon
Inbouwstenen op hoek of langs kopse kant
Geen bomen plaatsen binnen 3 meter van
•
Hoogte: ≥4m en ≤40m
•
Aantal: ≥ 6 bij elkaar
•
Locatie: noord- of oost in schaduw
•
Omvang: circa 15 x 25 X 30 cm
inbouwvoorzieningen voor gierzwaluw
Toegankelijk ruimte nokvorst/tuitgevel >60% hellend hak ook gierzwaluwpannen mogelijk Vleermuizen
Inbouwstenen in verticale gevels
Foerageergebied
Combinatie aan type verblijfplaatsen
Vliegroutes
-zomer, kraam, paar en winter blijven
-Doorlopende bomenrij die verbinding vormt tussen verblijfplaatsen en foerageergebied.
Spouw geschikt en toegankelijk maken
-beschutte watergang die verbinding vormt
Diepte spouwmuur: ≥ 3 cm ruimte
tussen verblijfplaatsen en foerageergebied
Invliegopening ≥ 1,5 en ≤ 3 cm (stootvoeg) Weidehommel
Geveltuintjes in plaats van verharding
Bijenlint met gevarieerd aanbod aan inheems bloemen en kruiden.
Bijen en hommelhotel
Extensief maaibeheer Natuurlijke overgangen tussen tuin en openbaar groen
Egel
Groen dak met Nectarplanten
Zoomvegetaties met kruisbes en framboos
Groene gevels met verschillende soorten
Tiny forest (ook goed voor zangvogels en
klimmende en windende planten
huismus)
Tuinen passeerbaar te maken, door gebruik
Kleine bosschages met takkenhopen of
van hagen in plaats van schuttingen. Tuinen
houtwal
waar een schutting noodzakelijk is voorzien van een schuttingopening
49/51
Kenmerk
R001-1280028NJR-V01-sal-NL
Overzicht van de relevante icoonsoorten en begeleidende soorten: Icoonsoort Egel
Omschrijving leefgebied Groene en bosverbindingen stad en achterland
Begeleidende soorten Gewone pad, boommarter, bunzing, hermelijn, konijn, rosse woelmuis, wezel
Rosse vleermuis
Oude bossen met voldoende oude bomen en grote waterpartijen
Franjestaart, grootoorvleermuis, watervleermuis
Merel Boomklever
Icoonsoort van het stedelijk groen oude bossen en voldoende oude loofbomen
Huismus
Bebouwing, nest gelegenheid, schuilbosjes, klein groen
Gierzwaluw Weidehommel
Bebouwing, nest gelegenheid bloemrijke tuinen, bermen, stad en achterland Heldere sloten met rijke waterplanten en helofieten Heldere sloten met rijke waterplanten en helofieten
Zanglijster Blauwe reiger, fluiter, gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, houtsnip, kleine bonte specht, bosanemoon, zomereik, eekhoorn, Gierzwaluw, spreeuw, zwarte roodstaart, gewone dwergvleermuis, meervleermuis, ruige dwergvleermuis Huismus Steenhommel, metselbij,
Glassnijder Bittervoorn
Argusvlinder
bloemrijke bermen, veenweide en recreatiegebied
Dotterbloem
Natuurvriendelijke overs, moerasstroken, rivierbossen met getijde Schraalland Stinzenplanten, landgoederen, binnenduinbos
Rietorchis Wilde hyacint
Bittervoorn, Groene kikker, fuut, grote keizerlibel, vroege glazenmaker, driedoornige stekelbaars, kleine modderkruiper, kroeskarper, rivierdonderpad, snoek, Bruin blauwtje, hooibeestje, icarusblauwtje, kleine vuurvlinder, kleine klaver, ratelaar,
Wekkertje, veenmol
50/51
Kenmerk
Bijlage 3
R001-1280028NJR-V01-sal-NL
Deelnemerslijst werksessie
Jeroen de Oude – gemeente Rijswijk Michel Barendse – gemeente Rijswijk Milou Bol – gemeente Rijswijk Tim Vaessen – TAUW Nils Rutjes - TAUW Pim de Kwaadsteniet - TAUW Arjen Koomen - Arcadis Nieke van den Bedem – Hoogheemraadschap Delfland Tosca Smit – Hoogheemraadschap Delfland Huub van ‘t Hart - KNNV Geert van Poelgeest – KNNV Peter Hegi – Algemene Vereniging voor Natuurbescherming (AVN) Kees Mostert – Zoogdiervereniging
51/51