21-059 a. Integraal Huisvestingsplan Rijswijk (aangepast n.a.v.pdf
Tekst van het document
SCOH Librijn Kentalis
Referentie: 1651001-0055.1.0.
Pagina 27 van 44
5.3.10 Scenario’s Kinderopvang Over de scenario’s in de termijn 0-5 jaar heeft afstemming plaatsgevonden met Kinderopvang Morgen omdat zij reeds zijn gevestigd bij of samenwerken met deze scholen. Kinderopvang Morgen heeft een inschatting gemaakt van de behoefte aan kinderopvang en BSO. Hier kan verder rekening mee worden gehouden in het uitvoeringsprogramma en de businesscases. Er kunnen hier verder geen rechten aan worden ontleend. Scenario
Aanbod 2021
KDV (groepen) Aanbod Toename 2036
Aanpassing Voormalige J.H. Snijdersschool
7
8 tot 9
1 tot 2
Nieuwbouw Steenvoordeschool
5
6 tot 7
1 tot 2
Nieuwbouw De Akker & De GSR / Ruimtetekort De Piramide & Melodie
5
6 tot 8
2 tot 3
Piekopvang Ruimtetekort Buitenrijck
6
8 tot 9
2 tot 3
Scenario
Aanbod 2021
BSO (groepen) Aanbod Toename 2036
Aanpassing Voormalige J.H. Snijdersschool
10
13
3
Nieuwbouw Steenvoordeschool
3
4 tot 5
1 tot 2
Nieuwbouw De Akker & De GSR / Ruimtetekort De Piramide & Melodie
6
8 tot 9
2 tot 3
Piekopvang Ruimtetekort Buitenrijck
6
8 tot 9
2 tot 3
Bij de mogelijke nieuwe school in de Plaspoelpolder is nog geen kinderopvangorganisatie betrokken. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het uiteindelijk selecteren van een samenwerkingspartner bij IKC vorming.
Referentie: 1651001-0055.1.0.
Pagina 28 van 44
5.4. Analyse en Scenario’s Gymvoorzieningen De volgende gymzalen worden betrokken bij de scenario’s voor de onderwijshuisvesting. Indien het overheidsbeleid omtrent het aantal verplichte gymnastiekuren wijzigt gaan gemeenten en schoolbesturen in gesprek over de consequenties voor de gymnastiekcapaciteit:
5.4.1 Gymzaal Steenvoordeschool aan de Dr. Poelslaan Bouwjaar: BVO: Gebruik:
1963 252 m2 16,5 klokuren/week
De Steenvoordeschool heeft een opgave in 5-10 jaar. De gymzaal uit 1963 is op basis van leeftijd aan vervanging toe. Deze gymzaal kan het beste meegenomen worden in de planontwikkeling van de Steenvoordeschool (0-5 jaar).
5.4.2 Gymzaal de GSR aan de Trompetstraat, medegebruik door de Akker Bouwjaar: BVO: Gebruik:
1976 252 m2 6 klokuren/week door de Akker. Overige uren worden ingevuld door de GSR.
De GSR en de Akker hebben een opgave in 0-5 jaar. De gymzaal uit 1976 is op basis van leeftijd aan vervanging toe. Deze gymzaal kan het beste meegenomen worden in de gezamenlijke planontwikkeling van De Akker en de GSR (0-5 jaar).
5.4.3 Gymzaal Nicolaas Beets school aan de Beetslaan Bouwjaar: BVO zaal: Gebruik:
1932 162 m2 15,8 klokuren/week
De Nicolaas Beets school heeft een opgave in 5-10 jaar. De gymzaal uit 1931 is op basis van leeftijd aan vervanging toe. Deze gymzaal wordt meegenomen in de planontwikkeling van de Nicolaas Beets (5-10 jaar).
5.4.4 Gymzaal Het Kristal aan de Henri Dunantlaan, medegebruik door de Wethouder Brederodeschool Bouwjaar: BVO: Gebruik:
Het Kristal heeft een opgave in 5-10 jaar. De Wethouder Brederode school heeft een ruimtetekort dat opgelost dient te worden in 0-5 jaar. De gymzaal is op basis van leeftijd toe aan vervanging. Deze gymzaal kan, vanwege de locatie, het beste meegenomen worden in de planontwikkeling van het Kristal (5-10 jaar).
Gymzaal Mariaschool aan de van Vredenburchweg, medegebruik door Prins Mauritsschool Bouwjaar: BVO: Gebruik:
1962 201 m2 20,3 klokuren/week
De Mariaschool heeft een opgave in 5-10 jaar, het Prins Maurits heeft voorlopig geen vervangingsopgave. De gymzaal is op basis van leeftijd toe aan vervanging. Deze gymzaal kan het beste meegenomen worden in de planontwikkeling van de Mariaschool (5-10 jaar).
5.4.5 Gymzaal Petrusschool aan de J. Brouwerstraat Bouwjaar: BVO: Gebruik:
1971 252 m2 12 klokuren/week
De Petrusschool heeft een opgave in 5-10 jaar. De gymzaal uit 1971 is op basis van leeftijd aan vervanging toe. Deze gymzaal kan het beste meegenomen worden in de planontwikkeling van de Petrusschool (5-10 jaar) en eventueel een combinatie maken met de gymzaal van het Kristal.
5.4.6 Gymzaal Rehobothschool aan de Dr. H. Colijnlaan Bouwjaar: BVO:
Referentie: 1651001-0055.1.0.
1971 216 m2 24,0 klokuren/week
1957 252 m2
Pagina 29 van 44
Gebruik:
20,8 klokuren/week
Voor de Rehobothschool is er een opgave in 10-20 jaar. In de scenario’s is de mogelijkheid voor een samenwerking met de Elsenburgschool (5-10 jaar) opgenomen. Op basis van leeftijd is de gymzaal toe aan vervanging. De gymzaal kan in een verbouwing vernieuwd worden. Deze gymzaal kan het beste meegenomen worden in de planontwikkeling van de Rehobothschool (10-20 jaar).
5.4.7 Gymzalen Stanislascollege aan de Boutenslaan Bouwjaar: BVO:
1965 252 m2
BVO: Gebruik:
309 m2 21 klokuren/week
Geen opgave voor deze gymzaal.
5.4.11 Gymzaal De Piramide aan de P.C. Boutenslaan, medegebruik door de Elsenburgschool Bouwjaar: BVO: Gebruik:
2016 306 m2 25,5 klokuren/week
Geen opgave voor deze gymzaal. Voor het Stanislascollege is er een opgave in 10-20 jaar. Op basis van leeftijd zijn de gymzalen toe aan vervanging. Deze gymzalen kunnen het beste meegenomen worden in de planontwikkeling van het Stanislascollege (10-20 jaar).
5.4.8 Gymzaal Kronenburgh aan de Broekslootkade Bouwjaar: BVO: Gebruik:
1929 182 m2 19,5 klokuren/week
5.4.12 Gymzalen Rijswijks Lyceum en Van Vredenburch college aan de Karmozijnstraat Bouwjaar: BVO: Bouwjaar: BVO:
1996 252 m2 2017 – 2 zalen 306 m2
Geen opgave voor deze gymzalen. De Kronenburgh school heeft een opgave in 10-20 jaar. De gymzaal uit 1929 is op basis van leeftijd aan vervanging toe. Deze gymzaal kan het beste meegenomen worden in de planontwikkeling van de Kronenburgh school (10-20 jaar).
5.4.9 Gymzaal Melodie aan de Schalmeistraat Bouwjaar: BVO: Gebruik:
2013 308 m2 11,5 klokuren/week
5.4.13 Gymzaal Montessorischool Parkrijk, Parelmoervlinderlaan Bouwjaar: BVO: Gebruik:
2021 326 m² 7,5 klokuren
Geen opgave. Met ingang van 1 augustus 2021.
Geen opgave voor deze gymzaal.
5.4.10 Gymzaal IKC Buitenrijck aan de Metelerkampstraat Bouwjaar:
2017
Referentie: 1651001-0055.1.0.
Pagina 30 van 44
6. Financiële vertaling en CO -reductie 2
De in hoofdstuk 5 gepresenteerde scenario’s voor het PO, VO en gymzalen worden in dit hoofdstuk voorzien van een financieel kader. Er wordt eerst ingegaan op de financiële vertaling voor onderwijshuisvesting (20 jaar) en vervolgens worden randvoorwaarden benoemd. Ook wordt ingegaan op de CO2-reductie.
6.1. Financiële vertaling 6.1.1 Kwaliteitsambitie Met behulp van de kostenconfiguratoren van HEVO (door PO-raad en VO-raad erkende instrumenten ter bepaling van de investeringskosten) zijn de geldende investeringsniveaus per vierkante meter bepaald. Daarbij is aangesloten op de visie. De kwaliteitsambitie is in dit IHP bepaald op: Bouwbesluit 2021. Energieneutraal. Frisse scholen: Optimale prijs-kwaliteit verhouding voor onderdelen zoals ventilatiecapaciteit, lichtinval, akoestiek en temperatuur. Dit betreft in wezen de impact op gezondheid door het gebouw (zie tabel). Exploitatiegericht bouwen: toepassen van onderhoudsarme vloer- en wandafwerking en aluminium kozijnen om hoge exploitatiekosten te voorkomen. Duurzaam bouwen: extra isolatie en triple glas. Het betreffen keuzes waardoor het gebouw een stapje verder gaat dan ENG. Deze keuzes worden nu gemaakt omdat dit gedurende de levensduur van het gebouw lastig is om aan te passen. Toekomstbestendig bouwen: flexibiliteit door niet-dragende wanden zodat er bijvoorbeeld functiewijziging plaats kan vinden (tussentijds of bij einde gebruik door school). Ook is er extra transparantie en zijn er verplaatsbare paneelwanden voor interne flexibiliteit, met name gericht op het faciliteren van onderwijsconcepten waarbij ook buiten het klaslokaal les wordt gegeven.
Circulair bouwen: er wordt bij de projecten standaard onderzocht welke circulaire principes gehanteerd kunnen worden (hergebruik van bestaande materialen en het demontabel maken van delen).
Referentie: 1651001-0055.1.0.
Bron: Hevo kwaliteitsadvies 2020 Opmerking: in juli is een nieuwe versie gepubliceerd van het Programma van Eisen Frisse Scholen door de RVO. In het uitvoeringsprogramma wordt nader onderzocht welke consequenties dit heeft voor bovenstaand kwaliteitskader en financiën.
Pagina 31 van 44
6.1.2 Investeringskosten De bepaling van de investeringskosten (zie par. 6.1.4. voor demarcatie) leidt tot de volgende indicatieve investeringsbedragen per m² bruto vloeroppervlakte (bvo). Er ontstaan schaalvoordelen bij het bouwen van een school met een grotere omvang. Let wel: deze investeringskosten zijn gemiddeld ca. 20-25% hoger dan het Bouwbesluit. Desalniettemin willen gemeente en schoolbesturen de kwaliteitsambitie vasthouden, ook al zou dit leiden tot extra fasering van uitgaven. De argumentatie daarvoor is als volgt: BENG is onvoldoende om (voor onderwijshuisvesting) de klimaatdoelstelling van 95% CO2 reductie te halen in 2050. De gebouwen van nu zullen naar alle waarschijnlijkheid voor 2050 ENG moeten zijn. Om investeringen in de toekomst te voorkomen is de keuze gemaakt om direct ENG te realiseren. Aansluitend op de visie en ambities van de gemeente en schoolbesturen is ook Optimum Frisse Scholen toegevoegd. Gezonde huisvesting van kinderen en docenten is een randvoorwaarde. De overige extra opties komen eveneens ten goede aan de geformuleerde visie en de integrale definitie van duurzaamheid: gezonde, exploitabele en toekomstbestendige schoolgebouwen. Kostenconfigurator Nieuwbouw PO 1-1-2021
Kostenconfigurator Nieuwbouw VO 1-1-2021
Bouwbesluit 2021 BENG
703 1.206 1.709 2.212 (100 ll.) (200 ll.) (300 ll.) (400 ll.) € 2.408 € 2.254 € 2.007 € 1.955
Bouwbesluit 2021 BENG
€
1.890 €
1.738 €
1.718
Marsh eisen (gemeentelijke eisen)
€
27 €
27 €
27 €
27
Marsh eisen (gemeentelijke eisen)
€
27 €
27 €
27
Aanvullende kosten ENG
€
113 €
112 €
94 €
93
Aanvullende kosten ENG
€
88 €
82 €
83
Kosten Frisse Scholen
€
155 €
136 €
129 €
125
Kosten Frisse Scholen
€
116 €
114 €
112
Kosten exploitatiegericht bouwen
€
68 €
64 €
68 €
67
Kosten exploitatiegericht bouwen
€
71 €
71 €
69
Kosten toekomstbestendig bouwen
€
179 €
149 €
138 €
130
Kosten toekomstbestendig bouwen
€
117 €
112 €
110
Kosten duurzaam bouwen
€
61 €
57 €
43 €
40
Kosten duurzaam bouwen
€
38 €
33 €
31
Kosten onderwijskundige en esthetische kwaliteit
€
169 €
159 €
164 €
160
Kosten onderwijskundige en esthetische kwaliteit
€
102 €
101 €
99
Totale Kosten
€
3.180 €
2.958 €
2.670 €
2.597
Totale Kosten
€
2.449 €
2.278 €
2.249
Regiotoeslag 5%
€
159 €
148 €
134 €
130
Regiotoeslag 5%
€
122 €
114 €
112
Totale Kosten
€
3.339 €
3.106 €
2.804 €
2.727
Totale Kosten
€
2.571 €
2.392 €
2.361
BVO PO
Referentie: 1651001-0055.1.0.
BVO VO
5.000
8.000
13.000
Pagina 32 van 44
6.1.3 Total Cost of Ownership De gemeente en de schoolbesturen hebben de intentie uitgesproken om gezamenlijk de totale kwaliteit te realiseren. Daarbij streven de schoolbesturen ernaar een bijdrage aan de projecten te leveren volgens de principes van Total Cost of Ownership (TCO). Immers; als verantwoordelijke voor het onderhoud, exploitatie en gebruiker van de schoolgebouwen zijn de schoolbesturen ook gebaat bij de kwaliteitsambitie. Voor het leveren van een bijdrage maken schoolbesturen gebruik van de vergoeding voor materiële instandhouding (mi-vergoeding) die zij ontvangen van het rijk. Een deel van de kwaliteitsambitie kan bijvoorbeeld gefinancierd worden vanuit een verwacht exploitatievoordeel (op energiekosten) gedurende een deel van de levensduur van het gebouw en een besparing op onderhoud aan het bestaande gebouw voorafgaand aan een nieuwbouwopgave (besparing op investeringen in het lopende meerjarig onderhoudsplan). Het is mogelijk dat de bijdrage per m² bvo bij aanvang van de investering in één keer wordt ingebracht alsook dat het bedrag kan worden teruggestort vanuit de exploitatie. De schoolbesturen geven aan dat zij voorzichtig zijn in het toezeggen van bijdragen aan Total Cost of Ownership. Daarvoor zijn de volgende argumenten benoemd: De aanzienlijke tekorten op de vergoeding voor materiele instandhouding.
De onzekerheid over het overheidsbeleid ten aanzien van de vergoeding voor materiele instandhouding. De positieve effecten van één nieuw gebouw zijn benodigd voor de negatieve exploitatie van de gehele portefeuille. De hoogte van de onderhoudskosten voor ENG gebouwen zijn nog onvoldoende gebenchmarkt. Uiteraard geldt voor de gemeente ook dat zij meer moeten investeren dan wat zij ontvangen via het gemeentefonds. De gemeente verwacht dat de schoolbesturen op basis van gelijkwaardigheid bereid zijn om mee te investeren in de extra kosten ten opzichte van het bouwbesluitniveau. De exacte hoogte van de bijdrage van beide partijen aan de totale kwaliteit wordt daarom nader bepaald bij de totstandkoming van businesscases in het uitvoeringsprogramma. Gemeenten en schoolbesturen zijn overeengekomen de
Referentie: 1651001-0055.1.0.
kansen voor TCO op projectniveau nader te willen onderzoeken en vast te willen leggen. Mocht TCO in de businesscases niet haalbaar blijken zullen gemeente en schoolbesturen zich gezamenlijk beraden over het afschalen van de kwaliteitsambitie of het eventueel faseren van projecten. Indien er op projectniveau ook afspraken worden gemaakt ten aanzien van; beheersvorm, eigendomsverhouding, samenwerkingsafspraken, exploitatie en financiële geldstromen, dient het effect van deze afspraken op Total Cost of Ownership te worden onderzocht. Bijvoorbeeld in het geval dat de schoolbestuur een deel van hun materiele instandhoudingsvergoeding afdraagt aan de gemeente indien de gemeente eigenaar is.
6.1.4 Renovatie Het streven is om ook bij renovatie de gewenste nieuwbouwkwaliteit zoveel als mogelijk te realiseren (volwaardig alternatief). Er wordt daarom ook wel gesproken over ‘vernieuwbouw’. Daarvoor dienen de investeringsbedragen in onderstaande tabel ter indicatie. Bij afweging nieuwbouw of renovatie in haalbaarheidsstudies kunnen deze indicatieve bedragen als drempel worden gehanteerd om wel of niet te kiezen voor nieuwbouw of renovatie. Logischerwijs dienen deze investeringskosten projectspecifiek bepaald te worden en gelden dezelfde principes van TCO als bij nieuwbouw. Kostenconfigurator Renovatie PO 1-1-2021
Kosten terrein
703 1.206 1.709 2.212 (100 ll.) (200 ll.) (300 ll.) (400 ll.) € 187 € 121 € 102 € 104
Kosten bouwkundige staat
€
543 €
522 €
529 €
515
Kosten vergroten onderwijskundige kwaliteit
€
677 €
677 €
677 €
677
Kosten veiligheid
€
117 €
102 €
144 €
133
Kosten energiebesparend
€
555 €
531 €
460 €
444
Kosten uitstraling
€
280 €
174 €
158 €
122
Totale Kosten
€
2.359 €
2.127 €
2.071 €
1.996
Regiotoeslag 5%
€
118 €
106 €
104 €
100
Totale Kosten
€
2.477 €
2.233 €
2.175 €
2.095
BVO PO
Pagina 33 van 44
investeringskosten gehanteerd van 20%. De exacte kosten van deze posten wordt nader uitgewerkt in de businesscases.
Kostenconfigurator Renovatie VO 1-1-2021 BVO VO
5.000
8.000
13.000
Kosten terrein
€
46 €
30 €
25
Kosten bouwkundige staat
€
486 €
490 €
488
Kosten vergroten onderwijskundige kwaliteit
€
618 €
648 €
633
Kosten veiligheid
€
96 €
91 €
88
Kosten energiebesparend
€
420 €
394 €
394
Kosten uitstraling
€
78 €
62 €
39
Totale Kosten
€
1.743 €
1.714 €
1.667
Regiotoeslag 5%
€
87 €
86 €
83
Totale Kosten
€
1.830 €
1.800 €
1.750
4.
Er is voor de ruimtebehoefte bij de doorrekening van de investeringskosten uitgegaan van prognosejaar 2036, de prognoses worden om de twee jaar geactualiseerd. Het leerlingenaantal in Rijswijk groeit. In de businesscases, voorafgaand aan het afgeven van een voorbereidingskrediet, wordt het leerlingenaantal nogmaals herijkt.
5.
Er is vooralsnog uitgegaan voor iedere vervangings- en uitbreidingsopgave van de investeringskosten voor nieuwbouw (m.u.v. semi permanente voorzieningen). In de businesscases zal de afweging tussen nieuwbouw en renovatie plaatsvinden en worden de daadwerkelijke kosten in beeld gebracht.
6.
Het streven is om projecten te realiseren in de termijn waarin de projecten zijn genoemd. Indien er op projectniveau vertraging ontstaat in één of meerdere projecten blijft het mogelijk om andere projecten parallel op te pakken.
7.
De exacte omvang van de rood gearceerde projecten is onzeker en sterk afhankelijk van woningbouwontwikkeling. Gemeente en schoolbesturen dienen in het uitvoeringsprogramma de ontwikkeling te volgen en tijdig te anticiperen.
6.1.5 Uitgangspunten financiële vertaling Onderwijs De overzichten op de volgende pagina tonen de investeringskosten. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1.
De kostenconfigurator uit 2021 is gehanteerd en is incl. btw. Prijspeil 1-12021. Het prijsniveau is regio ’s-Hertogenbosch inclusief een regiotoeslag van 5% voor Rijswijk. Periodieke indexatie op basis van de BDB-index is voor de financiële vertaling van dit IHP noodzakelijk. Risico’s ten aanzien van de bouwkosten zijn ook te vinden in de algemene prijsontwikkeling van bouwprojecten in Nederland en de regio Rijswijk.
2.
In de investeringskosten zijn ook bijkomende kosten opgenomen. Daarbij is rekening gehouden met de volgende kosten: honoraria, aansluitkosten, heffingen, verzekeringen, risicoverrekening en onvoorzien.
3.
Voor interim-voorzieningen, grondkosten, locatie gebonden kosten, sloopkosten en asbestsanering, interne kosten voor gemeente/schoolbestuur, kosten voor organisatorische ondersteuning, voorfinanciering kinderopvang, inrichtingskosten, verhuiskosten etc. is een opslagpercentage op de
Referentie: 1651001-0055.1.0.
Pagina 34 van 44
6.1.6 Financiële vertaling Onderwijshuisvesting Termijn 1: 0-5 Leerlingen 2036 299
RMB 2036 1.504
Totaal Bedrag per m2 € -
Nieuwbouw Steenvoordeschool
361
2.016
€ 2.727
€
Nieuwbouw De Akker & De GSR
386
2.917
€ 2.727
Nieuwbouw School Plaspoelpolder*
630
3.369
€ 2.727
Ruimtetekort De Piramide
66
334
Ruimtetekort Melodie
58
292
Piekopvang Ruimtetekort Buitenrijck (2025) voor 518 leerlingen semi-permanent**
114
574
Projecten Aanpassing Voormalige J.H. Snijdersschool voor tekort Scholendriehoek*
Bijkomende Kosten € -
€
5.497.330
€
1.099.466
€
€
7.954.221
€
1.590.844
€
9.545.066
€
9.186.485
€
1.837.297 €
11.023.782
€ 3.339
€
1.113.757
€
222.751
€
1.336.508
€ 3.339
€
973.519
€
194.704
€
1.168.223
€ 1.800
€
1.033.200
€
206.640
€
1.239.840
€
-
€
€
5.151.702 €
Ruimtetekort door scheefgroei VMBO / PROO Stanislascollege (n.t.b.) Subtotaal
Investeringskosten €
-
€ 1.914
11.005
€
25.758.512
Totale Kosten 6.596.796
30.910.214
*110 leerlingen uit Plaspoelpolder toegewezen aan voormalig J.H. Snijdersschool - 0x vaste voet toegekend aan voormalig J.H. Snijdersschool, 1x vaste voet toegekend aan school Plaspoelpolder ** Permanente bouw biedt ruimte voor ca. 340 ll. de prognose lijkt na 2030 te stabiliseren rond 300, er is daarom gekozen om rekening te houden met semi- permanente bouw voor de piek
Termijn 2: 5-10 Nieuwbouw (of renovatie) Elsenburgschool
Leerlingen 2036 98
RMB 2036 1.060
Totaal Bedrag per m2 € 3.339
€
3.539.340
Bijkomende Kosten € 707.868
€
4.247.208
Nieuwbouw (of renovatie) Rijswijks Lyceum
1.164
8.084
€ 2.392
€
19.337.239
€
3.867.448 €
23.204.687
Nieuwbouw (of renovatie) Nicolaas Beets
272
1.568
€ 2.804
€
4.395.888
€
879.178
€
5.275.066
Nieuwbouw (of renovatie) Het Kristal
259
1.503
€ 2.804
€
4.213.661
€
842.732
€
5.056.393
Nieuwbouw (of renovatie) Petrusschool
308
1.749
€ 2.804
€
4.903.322
€
980.664
€
5.883.986
Nieuwbouw (of renovatie) Mariaschool
195
1.181
€ 3.106
€
3.668.068
€
733.614
€
4.401.681
Permanente uitbreiding Montessorischool Parkrijk (2028) tot 600 leerlingen***
185
931
€ 2.958
€
2.752.567
€
550.513
€
3.303.080
Piekopvang Montessorischool Parkrijk (2028) voor 926 leerlingen semi-permanent***
327
1.644
€ 1.800
€
2.960.010
€
592.002
€
Subtotaal
2.808
17.720
Projecten
Investeringskosten
45.770.094
Totale Kosten
9.154.019
3.552.012 54.924.113
*** Permanente bouw biedt ruimte voor ca. 415 ll. de prognose lijkt na 2030 te stabiliseren rond 600, er is daarom gekozen om rekening te houden met een deel permanent en deel semi- permanent
Termijn 3: 10-20 Leerlingen 2036 309
RMB 2036 1.754
Totaal Bedrag per m2 € 2.804
€
Nieuwbouw (of renovatie) Wethouder Brederodeschool
223
1.322
€ 3.106
€
Nieuwbouw (of renovatie) Rehobothschool
129
1.296
€ 3.339
Nieuwbouw (of renovatie) De Voorde
165
1.912
Nieuwbouw (of renovatie) Stanislascollege
846
9.186
Subtotaal
1.672
15.470
41.261.157
8.252.231
49.513.388
Totaal
6.394
44.196
112.789.763
22.557.953
135.347.716
Projecten Nieuwbouw (of renovatie) Kronenburgh
Referentie: 1651001-0055.1.0.
4.917.339
Bijkomende Kosten € 983.468
€
5.900.807
4.106.000
€
821.200
€
4.927.200
€
4.327.344
€
865.469
€
5.192.813
€ 3.106
€
5.938.481
€
1.187.696
€
7.126.177
€ 2.392
€
21.971.993
€
4.394.399 €
26.366.392
Investeringskosten
Totale Kosten
Pagina 35 van 44
6.1.7 Financiële vertaling Gymvoorzieningen Voor de financiële vertaling van de gymzalen is uitgegaan van de VNG-norm (nieuwbouw op afzonderlijk terrein, excl. toeslag voor paalfundering, oefenvloer 252m2, geen rekening gehouden met KVLO richtlijnen).
Kindcentrum Buitenrijck ’t Prisma J.H. Snijdersschool Godfried Bomansschool Montessorischool Parkrijk
30-40 jaar 30-40 jaar 30-40 jaar 30-40 jaar 30-40 jaar
Termijn 1: 0-5 Projecten
Totale Kosten
Gymzaal Steenvoordeschool
€
1.367.849
Gymzaal De GSR en De Akker
€
1.367.849
Subtotaal
€
2.735.698
Termijn 2: 5-10 Projecten
Totale Kosten
Gymzaal Nicolaas Beets
€
1.367.849
Gymzaal Het Kristal en Wethouder Brederodeschool
€
1.367.849
Gymzaal Mariaschool en Prins Mauritsschool
€
1.367.849
Gymzaal Petrusschool
€
1.367.849
Subtotaal
€
5.471.396
6.2. Impact op CO2 reductie De impact van het IHP op CO2-reductie is doorgerekend in het CO2MPAS van HEVO. Het instrument toetst of het scenario voldoet aan de vereiste CO2-reductie doelstellingen van het klimaatakkoord. De tool is gebaseerd op de kengetallen uit de landelijke routekaart voor het PO en VO waarvoor HEVO ook de doorrekening heeft gemaakt. Qua verbruik gegevens is voor zover mogelijk en beschikbaar uitgegaan van daadwerkelijk elektra en gasverbruik per gebouw. Indien deze gegevens niet beschikbaar waren zijn inschatting gemaakt op basis van kengetallen en/of referentiegebouwen (grijs gearceerd). Adres/naam school
Termijn 3: 10-20 Projecten
Totale Kosten
Gymzaal Rehobothschool
€
1.367.849
Gymzaal Stanislas College
€
1.367.849
Gymzaal Kronenburgh
€
1.367.849
Subtotaal
€
4.103.547
Totaal
€
12.310.641
6.1.8 Doorkijk vervangingsopgave onderwijs na 20 jaar In de periode na 20 jaar (na 2041) zullen ook enkele gebouwen welke nu nog vrij nieuw zijn in aanmerking gaan komen voor nieuwbouw/renovatie. Daarbij gaat het om de volgende opgaven met indicatieve termijn voor nieuwbouw/renovatie Van Vredenburch College 20-30 jaar Prins Mauritsschool 20-30 jaar De Melodie 30-40 jaar De Piramide 30-40 jaar
Referentie: 1651001-0055.1.0.
Voormalige J.H. Snijdersschool De Steenvoordeschool De Akker & De GSR Nieuwe School Plaspoelpolder Uitbreiding Piramide Uitbreiding Melodie Elsenburgschool Rijswijks Lyceum Nicolaas Beets Het Kristal Petrusschool Mariaschool Uitbreiding Montesorrischool Parkrijk Kronenburgh Wethouder Brederodeschool Rehobothschool De Voorde Stanislascollege Van Vredenburch College Prins Mauritsschool Piramide Melodie Kindcentrum Buitenrijck* 't Prisma J.H. Snijdersschool Godfried Bomansschool Montesorrischool Parkrijk
Totaal elektraverbruik (kWh)
Totaal gasverbruik (m³)
0 27.736 82.045 0 0 0 18.763 346.664 28.212 46.269 66.804 50.068 0 29.194 20.655 51.861 57.101 289.408 251.437 52.748 179.083 186.163 117.310 74.285 134.683 94.238 150.457
0 47.189 131.816 0 0 0 8.840 85.681 12.994 22.698 29.652 19.119 0 24.711 9.792 25.441 21.327 108.528 62.144 13.288 7.596 16.588 0 0 0 0 0
Strategisch scenario nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos nieuwbouw ENG gasloos
Jaar van oplevering scenario
Verwacht metrage BVO
2025 2025 2025 2025 2025 2030 2030 2030 2030 2030 2030 2030 2030 2040 2040 2040 2040 2040 2050 2050 2060 2060 2060 2060 2060 2060 2060
1.500 2.016 2.917 3.369 334 292 1.060 8.084 1.568 1.503 1.749 1.181 931 1.754 1.322 1.296 1.912 9.186 3.978 1.166 3.243 2.257 1.639 1.558 3.017 2.735 2.806
Pagina 36 van 44
De tabel en de grafiek geeft aan dat het acteren op natuurlijke vervangingsmomenten conform dit IHP reeds leidt tot een reductie van 44% CO2 in 2030 en 84% CO2 in 2050. Daarbij wordt de doelstelling voor 2030 gehaald. Op basis van de huidige inzichten en kengetallen zou voor 2050 nog 11% extra CO2-reductie noodzakelijk zijn. Reden hiervoor is dat een deel van de scholen niet worden vervangen voor 2050, er ligt dus nog een beperkte opgave in het verduurzamen van deze voorraad. Het is van belang het CO2MPAS en gas- en elektragegevens te blijven actualiseren bij keuzes in uitvoeringsprogramma’s, businesscases en opleveringen zodat consequent gekoerst kan worden op het halen van de klimaatdoelstellingen.
6.3. Vervolg: uitvoering IHP Bij het uitvoeren van het IHP dient rekening gehouden te worden met een aantal processtappen en uitgangspunten.
6.3.1 Opstellen uitvoeringsprogramma Na vaststelling van het IHP starten de gemeente en de schoolbesturen met het opstellen van een uitvoeringsprogramma. Het uitvoeringsprogramma bestaat uit drie hoofdonderdelen:
Referentie: 1651001-0055.1.0.
1.
Programmering: Er wordt een programmering gemaakt voor de volgordelijkheid van projecten. Denk aan beschikbare locaties, tijdelijke huisvesting en het bundelen van projecten op onderdelen zoals businesscases, programma's van eisen, techniek en/of aanbestedingen.
2.
Procesafspraken Programmaniveau: Het inrichten van een organisatie voor de realisatie van het uitvoeringsprogramma (1e tranche) eisen aan businesscases, monitoring/evaluatie van projecten en borging van kwaliteit.
3.
Procesafspraken Projectniveau: Het ontwikkelen van een uniforme wijze waarop gemeente en schoolbesturen samenwerken bij de realisatie van de projecten. Er worden gezamenlijk keuzes gemaakt over de mate van regie en autonomie van beide partijen van initiatief- tot realisatiefase. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het inbouwen van toets- en instemmingsmomenten voor de gemeente op het moment dat het schoolbestuur bouwheer is.
Pagina 37 van 44
4.
Opstellen Businesscases: Het opstellen van businesscases per project waarin projecten worden geconcretiseerd en geactualiseerd. De gemeente is opdrachtgever, maar gemeente en schoolbesturen zijn gezamenlijk betrokken bij de opdracht. De businesscase wordt gefinancierd vanuit het voorbereidingskrediet. De businesscase heeft o.a. als doel om: Het definitieve leerlingenaantal te bepalen. Een definitieve afweging tussen nieuwbouw of renovatie te maken. De dan bekende investeringskosten en geïnventariseerde risico’s in beeld te brengen inclusief raming van de bijkomende kosten (zie par. 6.1.4.) De TCO-benadering te concretiseren. Participatie en inspraak te organiseren voor doelgroepen zoals: kinderopvang, leerlingen, docenten, ouders, bedrijven en omwonenden. Aandacht te besteden aan gebiedsontwikkeling en vergroening en multifunctionaliteit van de buitenruimte. De verantwoordelijkheid voor het bouwheerschap te bepalen.
6.3.3 Risico’s Dit IHP is opgesteld onder de wet- en regelgeving zoals deze geldt op het moment van opstellen daarvan. Echter, wet- en regelgeving is onderhavig aan voortschrijdend inzicht; zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het genoemde stelsel, de Algemene Uitkeringen van het Gemeentefonds, de wijze van bepalen van normbedragen, wijzigingen ten aanzien van Bouwbesluit, Bouwkosten Energieakkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) aan te passen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden.
6.3.2 Richting geven aan Duurzaamheid & Binnenklimaat Door vaststelling van het IHP krijgen schoolbesturen zicht op de vervangingstermijnen van hun gebouwen. Dit stelt schoolbesturen in staat om vanuit hun verantwoordelijkheid voor onderhoud en exploitatie te investeren in duurzaamheid en het binnenklimaat. Daarbij kan met name worden ingezet op duurzaamheidsmaatregelen waarbij de terugverdientijden de vervangingstermijn niet overschrijden. Zo gaan investeringen in duurzaamheid niet ten koste van middelen voor onderwijs. Ook kunnen schoolbesturen het binnenklimaat verbeteren, daarbij kan ook gebruik worden gemaakt van de (huidige en/of toekomstige) SUVIS-regelingen. De tussentijdse verduurzaming en verbetering van schoolgebouwen is daarmee een verantwoordelijkheid van de schoolbesturen, dit kan worden verwerkt in de meerjarige onderhoudsplanning van de gebouwen. De gemeente is bereid om hierin mee te denken en eventueel een rol te spelen in planvorming en voorfinanciering.
Referentie: 1651001-0055.1.0.
Pagina 38 van 44
Bijlage I – Juridische- en Beleidskaders Dit hoofdstuk gaat in op de beleidskaders die gelden voor het IHP: de wettelijke taak van de gemeente en schoolbesturen op het gebied van onderwijshuisvesting en relevante ontwikkelingen. Zorgplicht Gemeenten hebben op het gebied van onderwijshuisvesting de zogeheten zorgplicht. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente dient te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het primair onderwijs (PO), (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)S(B)O) en voortgezet onderwijs (VO). De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouwen uitbreiding en herstel van constructiefouten. Het onderhoud (binnen- en buitenkant) en de exploitatie van schoolgebouwen is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Renovatie is (vooralsnog) niet wettelijk geregeld. Verordening De uitvoering van de zorgplicht wordt geregeld via een juridisch instrument, de verordening. Op grond van de Gemeentewet (artikel 149), Wet op het Primair Onderwijs (artikel 102), Wet op de Expertisecentra (artikel 100) en Wet op het Voortgezet Onderwijs (artikel 76) is de gemeenteraad verplicht bij verordening een regeling vast te stellen.
De verordening bevat de basis van het onderwijshuisvestingsbeleid en regelt uitgangspunten voor onder andere de voorzieningen die schoolbesturen jaarlijks kunnen aanvragen bij een gemeente, criteria voor het toetsen van deze aanvragen en procedurele afspraken. De VVHO (Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Rijswijk) is voor het laatst vastgesteld in 2014. Het is de bedoeling dat de huidige verordening wordt aangepast aan de laatste modelverordening van de VNG en daarbij uit te gaan van m2 per leerling en niet meer van groepen. De planning is om de nieuwe verordening gelijktijdig met het IHP door de raad te laten vaststellen. Eigendom Schoolbesturen hebben het (juridisch) eigendom van een schoolgebouw met de daarbij behorende ondergrond. Dit houdt in dat een schoolbestuur als eigenaar van
Referentie: 1651001-0055.1.0.
een schoolgebouw en ondergrond juridisch aansprakelijk is. Wanneer een schoolbestuur geen gebruik meer maakt van het gebouw valt het gebouw in juridisch eigendom terug aan de gemeente. De reden hiervoor is dat de gemeente het gebouw en de ondergrond heeft bekostigd. De gemeente heeft dus het economisch claimrecht. Schoolbesturen kunnen vanwege hun positie een gedeelte van het gebouw in medegebruik (voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden) geven aan instellingen die uit de openbare kas worden bekostigd met een ideëel doel. Verhuren is mogelijk (bijvoorbeeld aan een commerciële partij) als de gemeente daar toestemming voor geeft. Doordecentralisatie Er is een uitzondering op het bovenstaande. Gemeenten kunnen met één of meerdere schoolbesturen overeenkomen dat het schoolbestuur zelf geheel verantwoordelijk is voor de onderwijshuisvesting, dus ook nieuwbouw en uitbreiding (artikel 76 Wet op het Primair Onderwijs en artikel 111 Wet op het Voortgezet Onderwijs). Met andere woorden, de taken en verantwoordelijkheden van de gemeente worden overgedragen aan het schoolbestuur. Daarvoor ontvangt een schoolbestuur jaarlijks een bedrag van de gemeente. Dit wordt doordecentralisatie genoemd. De gemeente behoudt hierbij wel de (uiteindelijke) zorgplicht; de eindverantwoordelijkheid voor de realisatie van voldoende en veilige onderwijshuisvesting.
Primair wordt de verantwoordelijkheid bij doordecentralisatie volledig bij de schoolbesturen neergelegd. Gemeente en schoolbesturen maken bij overeenkomst afspraken over het monitoren van de gemaakte afspraken en hoe verantwoording wordt afgelegd. Doordecentralisatie is op dit moment niet aan de orde in de gemeente Rijswijk. Kinderopvang Op 1 januari 2018 is de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk in werking getreden. Daarbij zijn kinderopvang en peuterspeelzalen geharmoniseerd, waardoor men tegenwoordig spreekt van peuteropvang. Voor de peuteropvang is daarbij een landelijk kwaliteitskader ingevoerd dat grotendeels gelijk is aan de kinderopvang. De GGD is aangesteld als toezichthouder op de kwaliteit voor zowel de kinderopvang als peuterspeelzalen. Daarnaast is er met de invoering van de Wet OKE voor gemeenten een verplichting gekomen om voldoende aanbod vroeg- en voorschoolse educatie (VVE) te realiseren, waarbij de financiële drempels voor ouders van doelgroepkinderen zo laag mogelijk moeten zijn.
Pagina 39 van 44
Huidig stelsel De huidige rolverdeling (waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor nieuwbouw en schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor onderhoud, aanpassing en exploitatie) vertoont tekortkomingen. Het stelsel biedt beide partijen theoretisch de mogelijkheid om de eigen uitgaven te beperken. Gemeenten kunnen eigen uitgaven beperken door relatief goedkope gebouwen neer te zetten, met als gevolg hoge onderhouds- en exploitatiekosten. Schoolbesturen kunnen de eigen uitgaven beperken door weinig te investeren in onderhoud en eerder nieuwbouw aan te vragen bij de gemeente. Daarbij komt dat een aantal zaken, zoals bekostiging als gevolg van aangescherpte eisen in het Bouwbesluit en maatschappelijk wenselijke voorzieningen waaronder op het gebied van duurzaamheid, en de voorziening renovatie niet geregeld zijn. Wetsvoorstel stelselwijziging Op 15 december 2016 hebben de PO-raad, de VO-raad en VNG een gezamenlijk voorstel gestuurd aan toenmalig staatssecretaris Sander Dekker om de tekortkomingen in het huidige stelsel voor onderwijshuisvesting op te lossen. Het uitgangspunt van dit voorstel is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. Op 9 mei 2018 is het verder uitgewerkte voorstel gepubliceerd door PO-raad, VO-raad en VNG. Inmiddels is het voorstel ook formeel door de VNG goedgekeurd.
Het voorstel is in 2018 formeel aan de huidige minister aangeboden. Deze heeft laten weten dat de besluitvorming c.q. wetswijziging staat gepland voor de tweede helft van 2022. Het voorstel pleit voor aanpassing van het stelsel om een aantal van de geconstateerde tekortkomingen op te heffen. Daarbij worden de nadelen van de scheiding van de financiële middelen zoveel mogelijk opgeheven. Gemeenten en schoolbesturen komen in een meer gelijkwaardige positie ten opzichte van elkaar. Belangrijke elementen uit het voorstel zijn:
De in de wet beschreven jaarcyclus voor aanvragen onderwijshuisvesting wordt vervangen door een langere periode, waarin gemeenten na overleg met betrokken schoolbesturen het huisvestingsbeleid en het investeringsprogramma voor een periode van 4 jaar vastleggen in een meerjarenprogramma (IHP), met een doorkijk tot ten minste het 16e jaar.
Referentie: 1651001-0055.1.0.
De mogelijkheid om renovatie als volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw in te kunnen zetten. Renovatie moet worden opgenomen als voorziening in de wet. Renovatie dient daarbij te leiden tot een startsituatie (of startconditie) die in functioneel en kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw en gericht is op levensduurverlenging van ten minste 25 jaar. Het investeringsverbod voor het PO en S(B)O wordt zodanig aangepast dat het overeenkomt met de betreffende bepalingen uit Wet op het Voortgezet Onderwijs. PO- en S(B)O-besturen krijgen daarmee de mogelijkheid om in huisvesting te investeren. De concretisering van het Huisvestingsvoorstel van de sectorraden en de VNG gaat uit van het handhaven van de huidige financieringsstromen. Aanvullend kan de versoepeling van het investeringsverbod leiden tot een gezamenlijke financiering die de kwaliteit van onderwijshuisvesting kan vergroten dan wel het moment van investeren kan vervroegen.
Vooruitlopend op de kaders van de vigerende wetgeving streeft Rijswijk ernaar mee te gaan met deze ontwikkeling. Ontwikkeling klimaatakkoord In het klimaatakkoord is vastgelegd dat de PO-raad en de VO-raad sectorale routekaarten, behorende bij de klimaatopgave, dienen door te rekenen naar een CO2arme gebouwenvoorraad. HEVO heeft deze doorrekening uitgevoerd. Deze doorrekening richt zich enerzijds op de effectiviteit van mogelijke scenario’s op de totale reductie van gebouwgebonden CO2-productie en anderzijds op de kosteneffectiviteit van de verschillende maatregelen die op de gebouwenvoorraad kunnen worden toegepast. Op het gebied van de te behalen doelstellingen is de opdracht aan de sectoren om: Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 49% in 2030 ten opzichte van de situatie in 1990, hetgeen overeenkomt met 44% ten opzichte van de situatie in 2017. Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 95% in 2050 ten opzichte van de situatie in 1990.
Pagina 40 van 44
Naast de doelstellingen op het gebied van CO2-reductie, hebben de beide sectorraden daaraan toegevoegd dat een duurzaam schoolgebouw een schoolgebouw is dat optimaal ten dienste staat van het onderwijs dat erin geboden wordt. Een goed binnenklimaat resulteert in een hoger leerrendement en minder ziekteverzuim. Een schoolgebouw is daarmee niet alleen duurzaam voor wat betreft de CO2-uitstoot of het energieverbruik; het is een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, past bij het aantal leerlingen en toekomstbestendig is bij veranderingen. De doelstellingen zijn als volgt: Doelstelling CO2-reductie 2030 CO2-productie 2030 CO2-reductie 2050 CO2-productie 2050
Referentiejaar 1990 49,0% 51,0% 95,0% 5,0%
Referentiejaar 2017 44,0% 56,0% 94,5% 5,5%
Dit betekent dat ten opzichte van de huidige CO2-uitstoot, representatief gesteld voor referentiejaar 2017, het einddoel per 2050 gesteld wordt op 94,5% CO2-reductie ten opzichte van dat referentiejaar. Het doel voor 2030, 44% reductie ten opzichte van 2017, is door het rijk als doelstelling geformuleerd. Op basis van de verhoudingen voor de doelstelling per 2030 is de doelstelling per 2050 ten opzichte van 2017 bepaald.
Referentie: 1651001-0055.1.0.
Pagina 41 van 44
Bijlage II - Energieprestaties Onderstaand de verschillende definities van energieprestaties van gebouwen: BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw) Bij een BENG-gebouw worden gebouwgebonden energieverbruik en energieopwekking met elkaar vergeleken. Een BENG-gebouw kent een hoger energieverbruik in verhouding tot de energieopwekking. Door de toepassing van de norm NTA8800 wordt getoetst of het gebouw voldoet aan wetgeving voor BENG, die vanaf 1 januari 2021 wettelijk verplicht zal zijn. ENG (Energie Neutraal Gebouw) Het gebouw heeft een EPC volgens NEN 7120 van nul. Alleen het gebouwgebonden energieverbruik op jaarbasis telt mee en is nul. 5 NOM (Nul op de Meter) Om een NOM-gebouw te realiseren moet er naast de benodigde energie die benodigd is voor de gebouw gebonden installaties, ook gekeken worden naar het algemeen energieverbruik door de gebruikers. Bij een NOM-gebouw zijn totale energieverbruik en energieopwekking in balans. Door verschillen in de kosten voor inkoop van energie en vergoeding voor terug-levering aan het net kent een NOM-gebouw alsnog kosten voor energie. Klimaatneutraal Klimaatneutraal wil zeggen dat bepaalde activiteiten (al dan niet binnen een bepaald gebied of op een bepaalde plek) geen positief of negatief effect hebben op het klimaat.
Het begrip ‘klimaatneutraal’ wordt vooral gebruikt om aan te geven dat bepaalde activiteiten geen negatief effect hebben op het klimaat, waarmee men wil zeggen: geen emissie van CO2 en andere broeikasgassen.6
5 https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels/algemene-
begrippen 6 https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels/algemenebegrippen
Referentie: 1651001-0055.1.0.
Pagina 42 van 44
Bijlage III – VO en SBO/(V)SO in de Regio Voortgezet Onderwijs
Referentie: 1651001-0055.1.0.
Speciaal Basisonderwijs en (Voortgezet) Speciaal Onderwijs
Pagina 43 van 44
Colofon Uitgave: Datum:
HEVO B.V. 3 september 2021
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Contact Statenlaan 8 5223 LA 's-Hertogenbosch
Postbus 70501 5201 CB 's-Hertogenbosch
T +31 (0)73 6 409 409 info@hevo.nl www.hevo.nl
www.rpmbyhevo.nl
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Niets uit deze uitgave mag zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van HEVO B.V. worden gekopieerd, noch aan derden ter inzage worden gegeven
Referentie: 1651001-0055.1.0.
Pagina 44 van 44