CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-056 B. Toelichting-regels+bijlagen-verbeelding.pdf

Forum Stad 30 september 2021, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Karel Doormanlaan 155-157 (21 056)28.747 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.5

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.6

de grondoppervlakte:

buitenwerks en boven peil; 2.7

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8

lengte, breedte en diepte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.9

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

bestemmingsplan "Karel Doormanlaan 155-157"

13

Gemeente Rijswijk

14

Hoofdstuk 2

Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

3.2

groenvoorzieningen; bermen, oevers, water en waterhuishoudkundige voorzieningen; paden en bruggen voor langzaam verkeer; bij deze bestemming behorende voorzieningen met uitzondering van parke(e)r(voorziening)en.

Bouwregels Ten aanzien van de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, waarbij:

a. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan: 1. 7 meter voor kunstobjecten en lichtmasten; 2. 3 meter voor speel- en ontmoetingsvoorzieningen; 3. 4 meter voor vlonders, steigers en bruggen; 4. 2 meter voor andere overige bouwwerken. b. er mogen geen geluidwerende voorzieningen, reclame-/infozuilen/-borden en/of vlaggenmasten worden gebouwd/opgericht.

bestemmingsplan "Karel Doormanlaan 155-157"

15

Artikel 4 4.1

Wonen - 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in de vorm van maximaal 64 gestapelde woningen; b. ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage', tevens voor een ondergrondse parkeergarage met bij deze parkeergarage horende voorzieningen; c. ter plaatse van de aanduiding 'groen' , uitsluitend onverharde paden, groen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, behoudens andere daar voorkomende aanduidingen; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - parkeren', tevens parkeren op het maaiveld; e. bij deze bestemming behorende voorzieningen waaronder, ontsluitingen, tuinen, erven, paden, groen en water.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Hoofdgebouwen

Ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden gelden voor hoofdgebouwen de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. per bouwvlak is één hoofdgebouw toegestaan; c. de voorgevels van hoofdgebouwen dienen geheel of gedeeltelijk gebouwd te worden in of evenwijdig aan de gevellijn; d. de bouwhoogte in meters mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'.

4.2.2

Parkeergarage

Ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden gelden voor de bouw van een ondergrondse parkeergarage de volgende regels: a. een ondergrondse parkeergarage is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage'; b. er mag uitsluitend worden gebouwd tussen maaiveld en 4 meter onder maaiveld.

4.2.3

Erfbebouwing

Ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden geldt voor erfbebouwing dat aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen niet zijn toegestaan.

4.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden geldt voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan: a. b. c. d.

7 meter voor kunstobjecten en lichtmasten; 3 meter voor speel- en ontmoetingsvoorzieningen; 1 meter voor erf- en terreinafscheidingen; 1 meter voor andere bouwwerken.

Gemeente Rijswijk

16

4.3

Specifieke gebruiksregels

4.3.1

Aantal wooneenheden

Het aantal wooneenheden mag niet meer bedragen dan 64.

4.3.2

Beroepsmatige activiteiten in of bij een woning

Het bepaalde in lid 4.1 ten aanzien van het medegebruik van woningen als praktijkruimte voor beroepsmatige activiteiten is toegestaan onder de voorwaarden, dat: a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij geldt dat de brutovloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 40% van de woning met een maximum van 40 m²; b. het beroep aan huis wordt uitgevoerd door degene die woonachtig is op het perceel; c. geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; d. in de omgeving geen onevenredige toename van de verkeersbelasting optreedt; e. detailhandel (al dan niet via internet) alleen is toegestaan; 1. in goederen, die ter plaatse worden vervaardigd, verwerkt of bewerkt, en mits dit een ondergeschikt deel van de bedrijfsvoering is; 2. er geen sprake is van winkel- of uitstallingsruimte van goederen ten behoeve van de beroepsactiviteit.

4.4

Afwijken van de gebruiksregels

4.4.1

Bedrijfsmatige activiteiten

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.3.2 voor het gebruik van woningen en/of bijgebouwen ten behoeve van bedrijf aan huis behorende tot en met ten hoogste categorie 2 zoals opgenomen in de als Bijlage 1 bij deze regels opgenomen 'Staat van Bedrijfsactiviteiten', al dan niet in combinatie met handel in en verkoop van de goederen en diensten via internet, met dien verstande, dat: a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij geldt dat de grondoppervlakte niet meer mag bedragen dan 40% van de woning met een maximum van 40 m²; b. het bedrijf aan huis wordt uitgevoerd door degene die woonachtig is op het perceel; c. geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; d. in de omgeving geen onevenredige toename van de verkeersbelasting optreedt; e. er geen meldingplichtige inrichtingen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht mogen worden opgericht; f. er, behoudens een beperkte kleinschalige verkoop in direct verband met de bedrijfsmatige activiteiten, geen detailhandelsactiviteiten plaatsvinden; g. geen detailhandel mag plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van de kleinschalige bedrijfsactiviteiten en/of handel in en verkoop van goederen en diensten via internet.

bestemmingsplan "Karel Doormanlaan 155-157"

17

4.4.2

Bed & breakfast

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 voor het toestaan van recreatieve nevenactiviteiten in de vorm van bed & breakfast, met dien verstande dat: a. deze functie plaatsvindt binnen de op het moment van het toestaan van de afwijking bestaande bebouwing; b. het bruto vloeroppervlak ten behoeve van bed & breakfast maximaal 120 m² bedraagt, waarbij de maximale oppervlakte per slaapverblijf 30 m² mag bedragen; c. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; d. het aantal slaapplaatsen maximaal 7 bedraagt.

4.4.3

Aantal wooneenheden bij woningsplitsing

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.3.1 ten behoeve van splitsing van bestaande woningen, met dien verstande dat de voorwaarden in lid 4.4.5 in acht wordt genomen.

4.4.4

Aantal wooneenheden

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.3.1 en meer woningen toestaan, met inachtneming van de volgende randvoorwaarden: a. het bepaalde in lid 4.4.5 onder b dient onverkort in acht te worden genomen; b. voldaan moet worden aan de onderzoeksverplichting op de volgende onderdelen: 1. luchtkwaliteit; 2. parkeerbehoefte; 3. geluid; 4. bodemkwaliteit; 5. watertoets; 6. archeologie; 7. externe veiligheid (afweging van het groepsrisico); 8. ecologie, toetsting Flora- en faunawet; 9. economische uitvoerbaarheid en kostenverhaal.

4.4.5

Algemene randvoorwaarden voor afwijken van de gebruiksregels

De genoemde afwijkingen bij een omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend mits: a. de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende grenswaarde uit de Wet geluidhinder of de vastgestelde hogere grenswaarde; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. het gewenste voorzieningenniveau; 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen; 6. de bebouwingsmogelijkheden en/of gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; 7. het milieu;

Gemeente Rijswijk

18

c. de verkeersaantrekkende werking in overeenstemming is met de functie en vormgeving van de wegen in de nabije omgeving; d. voorzien wordt in de (extra) parkeerbehoefte.

bestemmingsplan "Karel Doormanlaan 155-157"

19

Artikel 5

Waarde - Archeologie 3

5.1

Bestemmingsomschrijving

5.1.1

Algemeen

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden.

5.1.2

Prioriteitenstelling

Indien er strijd ontstaat tussen het bepaalde in de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' en het bepaalde in de overige daar voorkomende bestemmingen, prevaleert het bepaalde in de bestemming 'Waarde - Archeologie 3'.

5.2

Bouwregels

Ten aanzien van de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd die dieper reiken dan 0,50 m onder maaiveld.

5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1

Afwijken

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 voor het bouwen krachtens andere daar voorkomende bestemmingen, mits de archeologische waarden niet worden geschaad. Alvorens de omgevingsvergunning (voor het bouwen) te kunnen verlenen, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning aan burgemeester en wethouders hieromtrent een archeologisch rapport te overleggen, dan wel een schriftelijk advies van de gemeentelijke archeoloog.

5.3.2

Voorwaarden aan een te verlenen omgevingsvergunning voor bouwen

Aan een omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting zorg te dragen voor het archeologisch erfgoed conform de Erfgoedwet en de procedures van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), welke zijn vastgelegd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). De AMZ omvat de inventarisatie en waardering van archeologische waarden, selectie en het nemen van maatregelen (beschermen, opgraven, vrijgeven); b. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in situ (in de bodem) kunnen worden behouden (bescherming); c. de verplichting tot het (laten) verrichten van opgravingen, indien van behoud in situ geen sprake kan zijn; d. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een gecertificeerd deskundige op het gebied van de Archeologische Monumentenzorg. Deze zogenaamde Opgraving – variant archeologische begeleiding kan niet als vervanging van de in de

Gemeente Rijswijk

20

AMZ vastgelegde procedure van inventarisatie (verkennend archeologisch onderzoek: boor- en/of proefsleuvenonderzoek) en waardering dienen. Slechts bij hoge uitzondering, wanneer door fysieke belemmeringen de fase van inventarisatie en waardering binnen de gangbare AMZ-cyclus niet kan plaatsvinden, kan deze vorm van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Verbod zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van hoogopgaande en/of diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een andere wijze ingraven dan wel indrijven van voorwerpen in de bodem; f. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; g. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; h. het permanent opslaan van goederen.

5.4.2

Uitzondering op het verbod

Het verbod van lid 5.4.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden: a. b. c. d. e. f.

tussen maaiveld en 0,50 m onder maaiveld worden uitgevoerd; die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; die normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; die van geringe omvang zijn of gericht op en noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de leiding; welke graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten vormen.

5.4.3

Adviesprocedure

Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen als bedoeld in lid 5.4.1 wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijk archeoloog omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de archeologie niet onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.

bestemmingsplan "Karel Doormanlaan 155-157"

21

Gemeente Rijswijk

22

Hoofdstuk 3

Artikel 6

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

bestemmingsplan "Karel Doormanlaan 155-157"

23

Artikel 7

Algemene bouwregels

7.1

Overschrijding bouwgrenzen

7.1.1

Algemeen

De regels ten aanzien van bouwgrenzen zijn niet van toepassing voor wat betreft overschrijdingen met betrekking tot: a. stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen; b. plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, indien de overschrijding van de bouwgrens niet meer dan 12 cm bedraagt; c. gevel en kroonlijsten en overstekende daken, overbouwingen, galerijen en luifels, voor zover deze de bouwgrens met niet meer dan 0,50 m overschrijden; d. erkers en balkons voor zover deze de bouwgrens met niet meer dan 1,50 m overschrijden; e. ondergrondse funderingen en ondergrondse bouwwerken, voor zover deze de bouwgrens met niet meer dan 1 m overschrijden f. hijsinrichtingen aan tot bewoning bestemde gebouwen, voor zover deze hijsinrichtingen in geen enkele stand de voorgevelbouwgrens met meer dan 1 m overschrijden.

7.1.2 Afwijking a. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 7.1.1 voor het overschrijden van de bouwgrenzen met ten hoogste 1,50 m, indien het betreft: 1. toegangen van bouwwerken; 2. stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen; 3. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen; 4. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 5. luifels, reclametoestellen en draagconstructies voor reclame; 6. hijsinrichtingen, laadbruggen, stortgoten, stort- en zuigbuizen; 7. kelderingangen en kelderkoekoeken; b. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 7.1.1 voor het overschrijden van de aangegeven bouwgrenzen ten behoeve van het bouwen van verbindingen (loopbruggen) tussen gebouwen, mits die uit oogpunt van stedenbouwkunde en verkeersveiligheid aanvaardbaar wordt geacht.

7.2

Ondergronds bouwen

De regels inzake de toelaatbaarheid, de aard, de omvang en de situering van gebouwen, niet zijnde een parkeergarage, zijn in geval van ondergrondse bouw van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat deze uitsluitend is toegestaan met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. ondergrondse bouw is uitsluitend toegestaan onder de oppervlakte van bovengronds gelegen gebouwen, alsmede ter verbinding van gebouwen, met dien verstande, dat dit niet van toepassing is op situaties als bedoeld in 7.1.1, onder e; b. gebouwd mag worden tussen peil en 3,50 m onder peil.

Gemeente Rijswijk

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=7f8c6baf-6925-4ece-a019-4521571523fd