CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-053 Raadsvoorstel Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Rijswijk 2022.pdf

Raadsvergadering 12 oktober 2021, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Rijswijk 2022 (21 053)17.931 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Raadsvoorstel

Datum besluit B&W Forumverg. d.d. Agendapunt nr. Portefeuillehouder(s)

7 september 2021 28 september 2021 9 L.I. Bentvelzen - Sociaal Domein, Jeugd, Participatie en Dierenwelzijn

Redacteur Doorkiesnummer

B.M. de Zwart - Ebbers (070) 326 13 02

Domein / Team Corsanummer

21.075877

Aan de Raad,

1.

Onderwerp Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Rijswijk 2022

2.

Voorstel 1. Intrekken van de Verordening 2020 Wet maatschappelijke ondersteuning Rijswijk; 2. Vastestellen van de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Rijswijk 2022.

3.

Inleiding Enkele beleidswijzigingen op het gebied van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Rijswijk hebben er toe geleid dat de huidige Wmo-verordening van Rijswijk moet worden aangepast. Het gaat om de volgende zaken: • Uitbreiding van begripsbepalingen • Verduidelijking van het zorgplan en budgetplan • Ondertekening van ondersteuningsplan per email. • Verduidelijking van criteria maatwerkvoorziening in de vorm van een woonvoorziening • Beheer pgb • Wijziging zones naar kilometers Regiotaxi • Toevoeging algemene voorziening was- en strijkservice Toelichting op gewijzigde artikelen Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Rijswijk 2022 Algemeen De Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Rijswijk 2022 is ter advisering voorgelegd aan de Adviesraad Sociaal Domein. De Adviesraad heeft een paar tekstuele aanpassingen geadviseerd en heeft na verwerking van die aanpassingen ingestemd met de Verordening. Artikelsgewijs De belangrijkste wijzigingen in de verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Rijswijk 2022 zijn: Artikel 1: Begripsbepalingen In de Wet maatschappelijk ondersteuning 2015 staan de begripsbepalingen genoemd. De begripsbepalingen die ondersteunend zijn aan het Rijswijkse proces of ter verduidelijking zijn voor de uitvoering van de verordening, zijn opgenomen in artikel 1.

Ter verduidelijking zijn in deze verordening nu ook de begrippen ‘melding’, ‘persoonlijk plan’ en ‘Zorg in Natura’ opgenomen.

Corsanr. 21.075877

Pagina 1 van 37

Raadsvoorstel (vervolg)

Artikel 3: Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren Het opstellen van een zorgplan of budgetplan is essentieel onderdeel van het in beeld brengen van de zorgvraag van de cliënt. Het is daarom belangrijk dat dit bij een aanvraag wordt ingeleverd. Om dit te borgen voor de uitvoering is artikel 3 aangevuld met lid 5 waarin dit expliciet staat genoemd. Artikel 5: Aanvraag In artikel 5 is opgenomen dat de cliënt akkoord kan geven op het ondersteuningsplan via een email. Voorheen kon dit alleen met een fysieke (‘natte’) handtekening. Dit veroorzaakte vaak vertraging in het aanvraagproces en bracht extra administratiedruk mee voor de zorgaanbieders. Om het akkoord per email te borgen, hebben we dit opgenomen in de verordening. Artikel 7: Criteria voor een maatwerkvoorziening In de verordening ontbraken criteria voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een woonvoorziening. Dit gaf in de uitvoering onduidelijkheid bij vergelijkbare situaties. We hebben daarom criteria inzake woonvoorzieningen opgenomen in artikel 7. Artikel 11: Regels voor het persoonsgebonden budget Dit artikel is aangevuld met de bepaling dat bij het verstrekken van een pgb het belangrijk is dat de aangewezen pgb-vertegenwoordiger ook daadwerkelijk in staat is om de pgb te beheren. Is hij/zij hiertoe niet in staat, dan kan alleen een ondersteuning in de vorm van zorg in natura worden toegekend.

Dit om problemen met de pgb te voorkomen en kwaliteit van ondersteuning te waarborgen. Artikel 12: Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen Per 16 mei is het nieuwe contract met de Regiotaxi ingegaan. Daarbij wordt niet meer gerekend in zones, maar in km. Dit is aangepast in de verordening onder artikel 12. De bedragen per km zijn opgenomen in de beleidsregels. Artikel 13: Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen met uitzondering van de bij de verordening aangewezen algemene voorzieningen In dit artikel is de algemene voorziening was- en strijkservice opgenomen. De was- en strijkservice is onderdeel van de dienstverlening Wmo H4 en wordt nu nog alleen in Delft en Midden-Delfland aangeboden. Voor Rijswijk is dit nog in ontwikkeling. Moet de was- en strijkservice ook in Rijswijk gaan draaien, dan is dit geborgd in de verordening. 4.

Kanttekeningen Door de aanpassingen in deze verordening wordt voldaan aan de beleidswijzigingen.

5.

Financiën De aanpassingen hebben geen directe financiële gevolgen.

6.

Vervolg Als gevolg van de wijzigingen van de verordening zullen de beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning aangepast worden en worden voorgelegd aan het College.

7.

Communicatie Bekendmaking in het elektronische gemeenteblad en Groot Rijswijk.

Corsanr. 21.075877

Pagina 2 van 37

Raadsvoorstel (vervolg)

8.

Bijlagen 1. Bekendmaking Raadsbesluiten 2. Metadata Verordening

Burgemeester en wethouders, de secretaris,

de burgemeester (wnd),

P.M. Schuit

mr.drs. G.A.A. Verkerk

Corsanr. 21.075877

Pagina 3 van 37

Raadsbesluit

Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Rijswijk 2022 De gemeenteraad van Rijswijk, Bijeen in openbare vergadering op 12 oktober 2021 Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 september 2021, nr.21 053 BESLUIT: 1. Intrekken van de Verordening 2020 Wet maatschappelijke ondersteuning Rijswijk per 1 januari 2022; 2. Vaststellen van de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Rijswijk 2022 per 1 januari 2022.

HOOFDSTUK 1 BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen 1. Alle begrippen en definities zoals vermeld in artikel 1.1.1. van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 zijn onverkort van toepassing in deze verordening. 2. Aanvullend in deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen b. Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de wet; c. Bijdrage: bijdrage als bedoeld in de artikelen 2.1.4 en 2.1.4a van de wet; d. Budgetplan: in het budgetplan voor het pgb wordt vermeld welke zorg ingekocht gaat worden voor het beschikbare budget en het bedrag dat per zorgverlener besteed gaat worden en welke resultaten er bereikt gaan worden; e. Gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten; f.

Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar een persoon zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en in de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven dan wel zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijk woonadres indien een persoon met een briefadres is ingeschreven. g. Melding: melding van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet. h. Ondersteuningsplan: Schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek. Hierin wordt beschreven welke problemen iemand ondervindt op het gebied van zelfredzaamheid en participatie en op welke manier gekomen kan worden tot verbetering; i. Persoonlijk plan: Plan waarin de cliënt aangeeft wat de zorgvraag is en welke behoeften er zijn. Het persoonlijk plan is uitgangspunt bij het gesprek tussen de cliënt en de gemeente. j. Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1. van de wet; k. Sociaal minimum: inkomen waarop individuen/huishouden minimaal aanspraak kunnen maken ingevolge de Participatiewet. l. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; Corsanr. 21.075877

Pagina 4 van 37

Raadsbesluit (vervolg)

m. Zorg in Natura (ZIN): een maatwerkvoorziening die wordt uitgevoerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder. n. Zorgplan: Naar aanleiding van het ondersteuningsplan stellen de gecontracteerde aanbieders samen met de cliënt het zorgplan op. In het zorgplan beschrijft de aanbieder samen met cliënt hoe de ondersteuning uitgevoerd moet worden om het resultaat te behalen. Dit is alleen van toepassing wanneer de ondersteuningsvraag betrekking heeft op een dienst. HOOFDSTUK 2 ONDERZOEKSPROCEDURE Artikel 2 Melding behoefte aan maatschappelijke ondersteuning 1. Een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning kan door of namens een cliënt bij het college worden gemeld. Als de cliënt daar om verzoekt, zorgt het college voor gratis cliëntondersteuning bij het verhelderen van de ondersteuningsbehoefte. 2. Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk en wijst de cliënt op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning en op de mogelijkheid om gedurende zeven dagen na de melding een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet te overhandigen. Als de cliënt daar om verzoekt, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van een persoonlijk plan. 3.

In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek. Artikel 3 Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren 1. Het college onderzoekt in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel zijn vertegenwoordiger en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de melding: a. Alle gegevens en bescheiden die naar oordeel van het college nodig zijn voor het onderzoek, de cliënt verschaft deze gegevens en bescheiden, inclusief zijn identificatie; b. de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de client; c. het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; d. de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; e. de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; f. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; g.

de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, onderscheidenlijk de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; h. de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de

Corsanr. 21.075877

Pagina 5 van 37

Raadsbesluit (vervolg)

2. 3. 4. 5.

behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang; i. de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; j. welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet verschuldigd zal zijn, en k. de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze. Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2, tweede lid, aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek. Als de hulpvraag in voldoende mate bekend is, kan het college onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt afzien van een gesprek. Het college informeert de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure. Indien de cliënt een maatwerkvoorziening (dienst) wenst, dient hij hiervoor samen met de beoogde zorgaanbieder een zorgplan op te stellen. Indien de cliënt een persoonsgebonden budget wenst, dient hij hiervoor een budgetplan in te leveren. Dit kan na het gesprek, maar uiterlijk bij het indienen van een aanvraag.

Tijdens het gesprek wordt de cliënt hierover geïnformeerd en in het ondersteuningsplan wordt gerapporteerd dat bij een aanvraag een zorg- dan wel budgetplan wordt ingeleverd.

Artikel 4 Ondersteuningsplan Binnen 10 werkdagen na het onderzoek verstrekt het college aan de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek (het ondersteuningsplan). Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt worden aan het ondersteuningsplan toegevoegd. Artikel 5 Aanvraag 1. Het college kan: • ingeval van diensten (resultaatgebieden) het ondertekende ondersteuningsplan plus zorgplan; • ingeval van middelen (zorg in natura en pgb): het ondertekende ondersteuningsplan; • ingeval van een persoonsgebonden budget: het ondertekende ondersteuningsplan en bijbehorend budgetplan; aanmerken als aanvraag, als de cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger dat op zijn ondersteuningsplan heeft aangegeven. De ondertekening van het ondersteuningsplan en zorgplan kan zowel met een fysieke handtekening als met een akkoord per e-mail plaatsvinden. 2.

3.

Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger dient een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk in bij het college. Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier, of door een door de cliënt ondertekend ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 4. Het college geeft de beschikking binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag, tenzij er gegronde redenen zijn om te verdagen op grond van artikel 4:14 Awb.

Artikel 6 Advisering Het college wint een specifiek deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist.

Corsanr. 21.075877

Pagina 6 van 37

Raadsbesluit (vervolg)

HOOFDSTUK 3 DE TE BEREIKEN RESULTATEN Artikel 7 Criteria voor een maatwerkvoorziening 1. De cliënt is ingezetene van de gemeente Rijswijk, dan wel de gemeente is op grond van de artikel 2.3.5. lid 1 van de wet anderszins gehouden een maatwerkvoorziening te verstrekken. 2. Het college neemt het ondersteuningsplan zoals omschreven in artikel 4 als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 3. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van andere voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 3 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. 4.

Een cliënt met psychische of psychosociale problemen en een cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van andere voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 3 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 5.

Een cliënt komt enkel in aanmerking voor een financiële maatwerkvoorziening voor zover hiermee naar oordeel van het college een passende bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven en het een voorziening betreft waarvoor niet tijdig een passende voorziening in natura beschikbaar is. 6. Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie geldt dat een cliënt alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt wanneer: a. de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar en/of voorzienbaar was; b. de voorziening voorzienbaar was, maar van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt; c. de cliënt zijn/haar hoofdverblijf heeft in de gemeente Rijswijk; d. de noodzakelijke voorziening nog niet ingekocht is voor de melding bij het college; e. de noodzakelijke voorziening ingekocht is tussen het moment van melding en het besluit en de noodzaak achteraf nog vast te stellen is. 7. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, Corsanr.

21.075877

Pagina 7 van 37

Raadsbesluit (vervolg)

8. 9.

10.

11.

a. tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b. tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of c. als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening. Een cliënt kan slechts voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een scootmobiel in aanmerking komen indien een adequate stalling beschikbaar is of een stalling in of bij de woning is te realiseren. Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening in de vorm van een woonvoorziening: a. voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; b. ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers; c. voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan voorzieningen ten behoeve van de toegankelijkheid van deze ruimte of ten behoeve van het opladen van een voorziening; d.

indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er ook overigens geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; e. indien de inwoner niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college. Het college kan nadere regels stellen die bepalen wat adequaat inhoudt.

Artikel 8 Resultaatgebieden binnen de maatwerkvoorziening maatschappelijke ondersteuning Naast maatwerkvoorzieningen in middelen zijn er ook diensten. Deze worden in 6 resultaatgebieden benoemd. a. De ondersteuning in de vorm van dienstverlening vindt plaats in de vorm van een arrangement binnen één of meer van de volgende resultaatgebieden: • Resultaatgebied 1: Sociaal en persoonlijk functioneren : draagt ertoe bij dat de cliënt zelfredzaam kan participeren in een sociale leefomgeving. Ondersteuning is gericht op het (re)vitaliseren en onderhouden van een sociaal netwerk en omgeving, dat ondersteunend is bij maatschappelijke participatie (gericht op aspecten die niet in de cliënt gelegen zijn) • Resultaatgebied 2: Financiën: richt zich op het creëren en behouden van overzicht en controle op een gezonde financiële huishouding. • Resultaatgebied 3: Huisvesting: draagt ertoe bij dat cliënten een betaalbare en geschikte huisvesting hebben en kunnen houden. Hulp is onder meer gericht op een veilige, toereikende en (waar mogelijk) autonome huisvesting, die past bij de beperking die iemand mogelijk heeft. • Resultaatgebied 4: Daginvulling: draagt ertoe bij dat cliënt op zinvolle wijze de dagen kan invullen onder toezicht of met ondersteuning. • Resultaatgebied 5: Ondersteuning en regie bij huishouden: draagt ertoe bij dat cliënt verantwoord zelfstandig kan blijven wonen.

• Resultaatgebied 6: Gezondheid: draagt ertoe bij dat de cliënt aandacht heeft voor zijn/haar gezondheid en het onderhouden en/of verbeteren daarvan. b. De resultaatgebieden bestaan uit verschillende intensiteiten (treden) die staan voor de zwaarte van de ondersteuningsvraag. De resultaatgebieden en intensiteiten vormen samen Corsanr. 21.075877

Pagina 8 van 37

Raadsbesluit (vervolg)

een matrix van waaruit arrangementen samengesteld kunnen worden. Het is mogelijk om specifieke maatwerkvoorzieningen te indiceren. Daarnaast kunnen er aanvullende producten voor ondersteuning in de hier genoemde resultaatgebieden en specifieke maatwerkvoorzieningen worden geïndiceerd. c. Het is mogelijk om de volgende specifieke maatwerkvoorzieningen te indiceren: • Specifieke maatwerkvoorziening 1: Kortdurend verblijf: draagt ertoe bij dat de cliënt in een veilige omgeving kan vertoeven zodat de thuissituatie / de mantelzorger tijdelijk wordt ontlast. • Specifieke maatwerkvoorziening 2: Ontmoetingscentra: richten zich op ondersteuning van mantelzorgers en mensen met dementie om overbelasting te voorkomen en mensen langer thuis te laten wonen. d. Het is mogelijk om de volgende aanvullende maatwerkvoorzieningen te indiceren: • Aanvullend product 1: Maaltijdvoorziening: aanvullend op resultaatgebied 1,5 en 6 Het bereiden en klaarzetten van een maaltijd. Toezicht op het gebruik van de maaltijd is ondergebracht binnen de resultaten uit dezelfde resultaatgebieden. • Aanvullend product 2: Vervoer: aanvullend op resultaatgebied 1,2,3,4,6 en specifieke maatwerkvoorzieningen 1 en 2. Het vervoeren van een persoon met of zonder rolstoel, in geval deze regulier gebruik maakt van bovengenoemde voorzieningen.

• Aanvullend product 3: 24 uur bereikbaarheid/onplanbare zorg: aanvullend op resultaatgebieden 1,3,6 en de specifieke maatwerkvoorziening 1. Het bereikbaar zijn voor cliënten 24 uur per dag. Onplanbare zorg is acute zorg die niet vast staat aan kantoortijden. • Aanvullend product 4: Waakvlam: aanvullend op resultaatgebieden 1,2,3,4 en 6 Periodiek contact ten behoeve van nazorg door bekende begeleider ten behoeve van het voorkomen en / of vroeg signaleren van terugval. e. Het college kan nadere regels stellen inzake de aard van de te verstrekken maatwerkvoorziening, het beschrijven van de resultaatgebieden, specifieke maatwerkvoorzieningen en aanvullende producten en de toegang daartoe als bedoeld in dit hoofdstuk. Artikel 9 Beschrijving van de algemene voorziening ‘basisvoorziening hulp bij het huishouden’ 1. Voor de algemene voorziening ’basisvoorziening hulp bij het huishouden’ voldoet de inwoner aan de volgende voorwaarden: a. De inwoner is langdurig mantelzorger (dit houdt in langer dan drie maanden en meer dan 8 uur per week) en de inwoner staat ingeschreven bij het mantelzorgsteunpunt binnen de gemeente Rijswijk; of b. De inwoner heeft tijdelijke problemen met het uitvoeren van huishoudelijke taken wegens een tijdelijke beperking. 2. De zorgaanbieder beoordeelt of een inwoner voldoet aan de genoemde voorwaarden. 3.

De hulp bij het huishouden dient ingekocht te worden bij een hiervoor door de gemeente gecontracteerde partij. 4. Inwoners die aan de voorwaarden voldoen, kunnen per kalenderjaar maximaal 40 uur hulp bij het huishouden inkopen. Deze uren worden voor de duur van maximaal een half jaar geleverd. Als het nodig is om de voorziening tijdelijk te verlengen kan, na overleg met de gecontracteerde partij, eenmalig het aantal uren worden verlengd met maximaal 40 uur. 5. De ‘basisvoorziening hulp bij het huishouden’ kan niet worden ingezet naast de maatwerkvoorziening ‘Ondersteuning en regie bij het huishouden’.

Corsanr. 21.075877

Pagina 9 van 37

Raadsbesluit (vervolg)

HOOFDSTUK 4 BESLUITVORMING Artikel 10 Inhoud beschikking 1. Het ondersteuningsplan, indien van toepassing het zorgplan (natura) of budgetplan (pgb) maakt onderdeel uit van een besluit voor een maatwerkvoorziening. 2. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval gemotiveerd aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan zijn; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; c. hoe de voorziening wordt verstrekt, en d. indien van toepassing welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. 4. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb kan worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn; e. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld en f. de wijze van toezicht en verantwoording van de besteding van het pgb. 5.

Als sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd. Artikel 11 Regels voor het persoonsgebonden budget 1. 2.

3. 4. 5.

Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. Een pgb wordt toegekend onder voorwaarden die genoemd staan in artikel 7 van deze verordening. De cliënt is verplicht om bij zijn aanvraag een ingevuld en ondertekend budgetplan in te dienen indien hij de voorziening in pgb-vorm wenst. De hoogte van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld budgetplan waarin in ieder geval uiteen is gezet: i. welke diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren de cliënt van het budget wil betrekken, en ii. indien van toepassing, welke hiervan de cliënt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk; b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief: i. waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken;

Corsanr. 21.075877

Pagina 10 van 37

Raadsbesluit (vervolg)

6. 7. 8. 9.

10.

11.

ii. waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten van derden van wie de cliënt diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren wil betrekken; iii. waarbij, voor zover van toepassing, rekening is gehouden met de in het derde lid gestelde voorwaarden betreffende het tarief onder welke de cliënt de mogelijkheid heeft om de betreffende diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een informele zorgaanbieder, en iv. welke diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren de cliënt van het budget wil betrekken, en v. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura; c. bedraagt 100% van de door de gemeente geaccepteerde offerte voor materiële voorzieningen en wordt bepaald op basis van het programma van eisen van de goedkoopst adequate voorziening. d. wordt voor beschermd wonen bepaald door de centrumgemeente die deze functie uitvoert. Het college kan nadere regels stellen voor de hoogte van de tarieven van het pgb voor formele zorg voor maatwerkvoorzieningen en materiële voorzieningen. Het is niet toegestaan om bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers uit het pgb te betalen.

Er bestaat geen recht op een pgb voor zover het is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij het college hier vooraf expliciet toestemming voor verleent. De hoogte van het pgb in het buitenland wordt afgestemd op het land waar de cliënt tijdelijk verblijft. De hoogte van het pgb wordt berekend aan de hand van de aanvaardbaarheidspercentages 2017 Wlz. De hoogte van het pgb geldt voor materiële en immateriële voorzieningen. Onder formele zorg wordt verstaan de zorg die geleverd wordt door een niet door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder, maar wel voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen van de gemeente zoals geformuleerd bij gecontracteerde zorg. Een zorgaanbieder die hier niet aan voldoet wordt gezien als informele zorgaanbieder waarbij een informele tarief wordt toegepast. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betrekken van een informele zorgaanbieder: a.

het tarief of de prijs, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b, onder 1 e bedraagt voor maatschappelijke ondersteuning verleend door een derde, op verplichte basis verleende maatschappelijke ondersteuning door een hulp uit het sociale netwerk als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, minimaal 100% van het wettelijke minimumloon of zoveel meer, tot ten hoogste 80 % van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura, als noodzakelijk is om: i. te verzekeren dat het budget de cliënt in staat stelt tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en ii. op gepaste wijze rekenschap te geven van de gezinssituatie en van de relevante werkervaring en kwalificaties van deze persoon;

Corsanr. 21.075877

Pagina 11 van 37

Raadsbesluit (vervolg)

b. een hulp uit het sociale netwerk als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 kan voor op onverplichte basis verleende maatschappelijke ondersteuning een tegemoetkoming van maximaal € 141,- per kalendermaand worden betaald, voor zover van toepassing aangevuld met een tegemoetkoming per kalendermaand voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten ten behoeve van de hulp overeenkomstig de door het college daarvoor vastgestelde bedragen. De hulp wordt gewezen op de verplichting de tegemoetkoming als inkomen te vermelden bij zijn belastingaangifte. 12.

Het college verstrekt een pgb voor formele en/of informele zorg voor maatwerkvoorzieningen mits de cliënt of een door hen aangewezen pgb-vertegenwoordiger in staat geacht wordt om het pgb te beheren. Wanneer cliënt en/of aangewezen pgbvertegenwoordiger hiertoe niet in staat worden geacht, kan de maatwerkvoorziening enkel in de verstrekkingsvorm zorg in natura toegekend worden. Hierover zijn nadere regels opgenomen in hoofdstuk 5 van de beleidsregels Wmo Rijswijk 2022.

Artikel 12 1.

2.

3.

4. 5. 6. 7. 8.

Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor een pgb wordt verstrekt. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb zijn gelijk aan de kostprijs. De eigen bijdrage in de vorm van een abonnementstarief is maandelijks te betalen door de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet, of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. De hoogte van het abonnementstarief kan jaarlijks door indexatie veranderen, de gemeente volgt hierin het CAK. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor: a. De ongehuwde client die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en die een bijgedrageplichtig inkomen heeft dat minder is dan in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is opgenomen; b. de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft dat minder is dan in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is opgenomen; c.

de gehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een gezamenlijk bijdrageplichtig inkomen heeft dat minder is dan in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is opgenomen. De berekende eigen bijdrage zal niet worden geïnd door het CAK indien een cliënt een inkomen heeft dat valt in de categorie tot 130% van het sociaal minimum. Er zijn bij verordening aangewezen algemene voorzieningen. Deze zijn opgenomen in hoofdstuk 6 van de beleidsregels Wmo 2022 Rijswijk. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. De eigen bijdrage mag niet worden betaald uit het pgb. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: a. Een (sport) rolstoel; b. De realisatie van een maatwerkvoorziening in een woongebouw waarvan de woning van een client onderdeel uitmaakt, en voor zover de voorziening betrekking heeft op het toe- en/of doorgankelijk maken van het woongebouw;

Corsanr. 21.075877

Pagina 12 van 37

Raadsbesluit (vervolg)

9.

10.

11.

c. Een tegemoetkoming in de meerkosten (artikel 20); d. Een woningaanpassing bij onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouders samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige client. De kostprijs van een: a. maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; b. maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening (bruikleen of eigendom); c. pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. Bij overname van een voorziening van een andere gemeente is voor het overnamebedrag een eigen bijdrage verschuldigd, voor zover de voorziening nog niet is afgeschreven. De eigen bijdrage wordt berekend over de restwaarde van de voorziening. Indien een Wmo-vervoerspas voor de Regiotaxi wordt toegekend kan de cliënt maximaal 1500 kilometers per jaar reizen tegen een gereduceerd tarief. Indien andere vervoersvoorzieningen zijn toegekend wordt maximaal 750 km toegekend.

Artikel 13 Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen, met uitzondering van de bij verordening aangewezen algemene voorzieningen 1. Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van de basisvoorziening hulp bij het huishouden. De bijdrage is opgenomen in de beleidsregels. 2. Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vervoer in casu de Regiotaxi zonder vervoerspas. De bijdrage is opgenomen in de beleidsregels. 3. Voor een algemene voorziening was- en strijkservice is een eigen bijdrage verschuldigd. 4. De kostprijs van een algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. HOOFDSTUK 5

KWALITEIT ZORGVERLENERS

Artikel 14 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten zijn daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de client b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken. e. de aanwezigheid van een eerstverantwoordelijke ondersteuner als aanspreekpunt voor de cliënt en zijn directe omgeving; f. een integraal zorgplan per cliënt; g. rapportages over resultaten; h. het meten van de ervaring van cliënten als regulier onderdeel van de afgesproken ondersteuning, en Corsanr. 21.075877

Pagina 13 van 37

Raadsbesluit (vervolg)

i. j.

zicht op de prestaties en stimulans tot verbetering van de dienstverlening; voor resultaatgebied 5 ‘Ondersteuning en regie in het huishouden’, te voldoen aan het door het college bij nadere regels vast te stellen normenkader. 2. Het college betrekt en borgt bij het aangaan van het ondersteuningsplan en/of goedkeuren van het pgb-budgetplan de kwaliteitsaspecten zoals genoemd in het eerste lid door dit in afspraken op te nemen in het betreffende zorgplan en ondersteuningsplan en stelt indien nodig nadere voorwaarden. 3. Het college kan nadere eisen stellen aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van aanbieders daaronder begrepen door dit in afspraken op te nemen in de betreffende plannen zoals budgetplan en/of zorgplan en/of ondersteuning met de zorgaanbieder. 4. Het college ziet toe op naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. Artikel 15 Meldingregeling calamiteiten en geweld 1. Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. 2.

Aanbieders melden en rapporteren iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. 3. De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. HOOFDSTUK 6 HERZIENING VAN BESLUITVORMING Artikel 16 Voorkomen en bestrijden ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015 1. Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2. Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. 3. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a.

De cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. De maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; c. De cliënt langer dan 8 weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet; d. De cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden, of e. De cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt. 4. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Corsanr. 21.075877

Pagina 14 van 37

Raadsbesluit (vervolg)

5. Een maatwerkvoorziening kan worden ingetrokken indien de cliënt een half jaar geen gebruik van de maatwerkvoorziening heeft gemaakt. 6. Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken of herzien en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. 7. Als het recht op een in eigendom of in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. Artikel 17 Opschorting betaling uit het pgb 1. Het college beslist gemotiveerd tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste 13 weken als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de wet. 2. Het college kan gemotiveerd beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 16 van deze verordening, derde lid, onder d. 3.

Het college stelt de persoon aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van een beslissing als bedoeld in het eerste of tweede lid. Artikel 18 Onderzoek naar kwaliteit, rechtmatigheid en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb’s Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s om de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan te beoordelen.

HOOFDSTUK 7 OVERIGE BEPALINGEN Artikel 19 Blijk van waardering mantelzorgers 1. Mantelzorgers van cliënten in de gemeente kunnen door middel van een melding voor het ontvangen van een jaarlijkse blijk van waardering in aanmerking worden gebracht. 2. De jaarlijkse blijk van waardering bestaat in ieder geval uit een geldbedrag. 3. Het college stelt nadere regels vast over op welke wijze zorg wordt gedragen voor de jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers van cliënten in de gemeente. Artikel 20 Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen 1. Het college kan in overeenstemming met de Kadernota Sociaal Domein, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, op aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben, een tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie. 2. De tegemoetkoming betreft een forfaitaire bijdrage voor bijvoorbeeld kosten voor het gebruik van een taxi, rolstoeltaxi of auto, en verhuiskosten. De maximale bijdrage is opgenomen in de beleidsregels. 3. Voor de tegemoetkoming in de meerkosten van vervoer, verhuizing en een sportvoorziening gelden eveneens de “criteria voor een maatwerkvoorziening” (artikel 7). 4. Voor de tegemoetkoming in de meerkosten voor de vervoerskosten geldt het volgende.

Indien een cliënt een vervoersvoorziening in bruikleen heeft gekregen en tevens in Corsanr. 21.075877

Pagina 15 van 37

Raadsbesluit (vervolg)

aanmerking komt voor een tegemoetkoming in de meerkosten voor de vervoerskosten, dan wordt maximaal 50% van de tegemoetkoming toegekend. 5. Voor de tegemoetkoming in de meerkosten van zorg gelden de volgende criteria criterium: a. de cliënt heeft een geldige indicatie voor een Wmo-maatwerkvoorziening, waarbij door het CAK een eigen bijdrage is vastgesteld (niet zijnde € 0,00), of; b. de cliënt heeft een geldige indicatie op grond van de Wet langdurige zorg, waarbij door het CAK een eigen bijdrage is vastgesteld (niet zijnde € 0,00), of; c. de cliënt kan aantonen dat het volledige verplichte eigen risico voor de Zorgverzekeringswet is overschreden in de twee voorgaande jaren. De tegemoetkoming in de meerkosten van zorg dient aangevraagd te worden met het daarvoor beschikbaar gestelde aanvraagformulier. Artikel 21 Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden 1. Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: a. Een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan overeenkomst met derde; of b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor: i. een inschrijving en het aangaan overeenkomst met de derde, en ii.

de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. 2. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a. overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c van de wet, en b. rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. 3. Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. de kosten van de beroepskracht; b. redelijke overheadkosten; c. kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d. reis en opleidingskosten; e. indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; f. overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. 4. De coördinerende aanbieder kan ook andere partijen (bv welzijnswerk of andere aanbieders) inzetten om het resultaat te bereiken. De coördinerende aanbieder schrijft een integraal zorgplan per cliënt en beschrijft wat er gedaan wordt om het gevraagde resultaat te behalen. Artikel 22 Klachtregeling 1.

De Interne klachtenregeling gemeente Rijswijk is van toepassing op de afhandeling van klachten van cliënten die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen als bedoeld in deze verordening. 2. Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van de door hen geleverde voorzieningen. Corsanr. 21.075877

Pagina 16 van 37

Raadsbesluit (vervolg)

3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders, en een cliëntervaringsonderzoek. Artikel 23 Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van alle voorzieningen. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. Artikel 24 Betrekken van ingezetenen bij het beleid 1. Het college stelt ingezetenen, in de vorm van de adviesraad Sociaal Domein, in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, vroegtijdig gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 2.

Het college zorgt ervoor dat ingezetenen, in de vorm van de adviesraad Sociaal Domein, kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie. Artikel 25 Tariefswijziging/Indexatie 1. Indien met zorgaanbieders contractueel afspraken zijn gemaakt inzake tariefswijziging en/of indexatie van maatwerkvoorzieningen zorg in natura, wordt dezelfde tariefwijziging en/of indexatie toegepast bij de pgb’s. 2. Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen. Artikel 26 Evaluatie Het college evalueert periodiek het gevoerde beleid. Artikel 27 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen van deze verordening als toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 28 Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. De Verordening 2020 Wet maatschappelijke ondersteuning Rijswijk wordt ingetrokken per 1 januari 2022. 2. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening 2020 Wet maatschappelijke ondersteuning Rijswijk en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens de verordening uit 2020. 3.

4. 5.

Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening 2020 Wet maatschappelijke ondersteuning Rijswijk, wordt beslist met inachtneming van die verordening. Van het in lid 2 en 3 gestelde kan ten gunste van de cliënt worden afgeweken. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van een eerdere verordening Wmo tot dat het college een nieuw besluit heeft genomen op basis van de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Rijswijk 2022

Corsanr. 21.075877

Pagina 17 van 37

Raadsbesluit (vervolg)

Artikel 29 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2022. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Rijswijk 2022. Aldus besloten door de Raad van de gemeente Rijswijk, in zijn openbare vergadering van 12 oktober 2021 de gemeenteraad, de griffier,

de voorzitter,

J.A. Massaar, bpa

mr.drs. G.A.A. Verkerk

Corsanr. 21.075877

Pagina 18 van 37

Raadsbesluit (vervolg)

BIJLAGE 1

TOELICHTING VERORDENING WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING RIJSWIJK 2022

Deze verordening geeft uitvoering aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: wet). De wet maakt onderdeel uit van de in 2015 ingezette bestuurlijke en financiële decentralisatie naar gemeenten van een aantal taken uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Deze taken zijn destijds toegevoegd aan het takenpakket dat al bij gemeenten lag onder de ‘oude’ Wet maatschappelijke ondersteuning. Een van de uitgangspunten hierbij was en is dat er telkens wordt bekeken wat redelijkerwijs verwacht mag worden van de cliënt en zijn sociale netwerk, vervolgens zal waar nodig de gemeente in aanvulling hierop hem in staat stellen gebruik te maken van een algemene voorziening of – als dat niet volstaat – een maatwerkvoorziening waarmee een bijdrage wordt geleverd aan zijn mogelijkheden om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer en zelfstandig te functioneren in de maatschappij.

Er dient telkens een zorgvuldige toegangsprocedure doorlopen te worden om de hulpvraag van de cliënt, zijn behoeften en de gewenste resultaten helder te krijgen, om te achterhalen wat de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, algemeen gebruikelijke voorzieningen, mantelzorg of met hulp van zijn sociale netwerk dan wel door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten kan doen om zijn zelfredzaamheid en participatie te handhaven of verbeteren, om te bepalen of zo nodig met gebruikmaking van een algemene voorziening kan worden volstaan, of dat een maatwerkvoorziening nodig is, en of sprake is van een andere voorziening die niet onder de reikwijdte van de wet valt. De wet en deze verordening leggen deze toegangsprocedure daarom [in hoofdlijnen] vast. Want waar het recht op compensatie dat bestond onder de ‘oude’ Wet maatschappelijke ondersteuning is komen te vervallen, wordt een recht op een zorgvuldige, tweezijdige procedure daartegenover gesteld. Een dergelijke procedure, die bovendien goed wordt uitgevoerd, zal telkens tot een juist eindoordeel moeten leiden; ondersteuning waar ondersteuning nodig is.

Indien de cliënt van mening is dat het college hem ten onrechte geen maatwerkvoorziening verstrekt of dat de maatwerkvoorziening onvoldoende bijdraagt aan de zelfredzaamheid of participatie, of dat hem opvang of beschermd wonen ten onrechte wordt onthouden, kan betrokkene daartegen vanzelfsprekend bezwaar maken en daarna eventueel in beroep gaan tegen de beslissing op zijn bezwaar. De rechter zal toetsen of de gemeente zich heeft gehouden aan de voorgeschreven procedures, het onderzoek naar de omstandigheden van betrokkene op adequate wijze heeft verricht en of de ondersteuning een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. Artikelsgewijs Hier worden enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven nader toegelicht. Artikel1 Begripsbepalingen Een algemeen gebruikelijke voorziening is bijvoorbeeld een elektrische fiets. ‘Gebruikelijke hulp’ is niet in de verordening, maar in de wet gedefinieerd en is bijvoorbeeld de hulp van een partner van de cliënt. Zie ook de wettelijke definitie hieronder. Het aantal definities van artikel 1 is beperkt aangezien de wet (in artikel 1.1.1) al een flink aantal definities kent die ook bindend zijn voor deze verordening.

Voor de duidelijkheid zijn een aantal belangrijke wettelijke definities hieronder weergegeven. Corsanr. 21.075877

Pagina 19 van 37

Raadsbesluit (vervolg)

•

aanbieder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die jegens het college gehouden is een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening te leveren;

•

algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning;

•

begeleiding: activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven;

•

cliënt: persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid;

•

cliёntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen;

•

gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten;

•

Maatschappelijke ondersteuning:

•

1°. bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld, 2°. ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving, 3°. bieden van beschermd wonen en opvang; Maatwerkvoorziening: Op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen:

•

•

•

1°. ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, 2°. ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen, 3°. ten behoeve van beschermd wonen en opvang; mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep;

•

participatie: deelnemen aan het maatschappelijke verkeer;

•

persoonsgebonden budget: bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken;

•

sociale netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliёnt een sociale relatie onderhoudt;

Corsanr. 21.075877

Pagina 20 van 37

Raadsbesluit (vervolg)

•

vertegenwoordiger: persoon of rechtspersoon die een cliënt vertegenwoordigt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake;

•

voorziening: algemene voorziening of maatwerkvoorziening;

•

zelfredzaamheid: in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden.

Ook de Awb kent een aantal (definitie)bepalingen die voor deze verordening van belang zijn, zoals: ‘aanvraag’ (artikel 1:3, derde lid) en ‘beschikking’ (artikel 1:2). Artikel 2 Melding behoefte aan maatschappelijke ondersteuning Deze bepaling is opgenomen om een zorgvuldige procedure te waarborgen en kan worden gezien als uitwerking van de verplichting om te bepalen op welke wijze een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang (artikel 2.1.3, tweede lid, aanhef en onder a, van de wet). In artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet wordt al bepaald dat indien bij het college melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, het college deze melding onderzoekt. Artikel 2 verankert in lijn daarmee in de verordening dat bij het college een melding kan worden gedaan en door wie. In artikel 2.3.2, negende lid, van de wet is bepaald dat een aanvraag niet kan worden gedaan dan nadat (naar aanleiding van de melding) onderzoek is uitgevoerd, tenzij het onderzoek niet is uitgevoerd binnen de termijn van zes weken. Eerste lid De melding is vormvrij en kan schriftelijk, elektronisch, mondeling of telefonisch bij het college worden gedaan. De melding kan bovendien ‘door of namens de cliënt’ worden gedaan. Dit kan ruim worden opgevat.

Naast de cliënt kan bijvoorbeeld diens vertegenwoordiger, mantelzorger, partner, familielid, buurman of andere betrokkene de melding doen. Een persoon met een hulpvraag die op grond van een andere wet kan worden beantwoord, kan direct en gericht worden doorverwezen. Te denken valt hier bijvoorbeeld aan de Zorgverzekeringswet (hierna: Zvw), de Participatiewet en de Leerplichtwet. Als een cliënt, al dan niet in verband daarmee, behoefte heeft aan ondersteuning bij het verhelderen van zijn ondersteuningsbehoefte, dan wordt de cliënt hierbij ondersteund. Tweede lid In het tweede lid is de verplichte ontvangstbevestiging verankerd (artikel 2.3.2, eerste lid, slotzin, van de wet). Aangezien het onderzoek na een melding maximaal zes weken mag beslaan (zie artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet), is registratie en ontvangstbevestiging van de melding ook in het kader van deze termijn van belang. Overeenkomstig artikel 2.2.4, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet, moet het college ervoor zorgen dat er voor alle ingezetenen cliëntondersteuning beschikbaar is. Bovendien moet de cliënt en zijn mantelzorger voor het onderzoek gewezen worden op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning (artikel 2.3.2, derde lid, van de wet). Derde lid In het vierde lid is overeenkomstig artikel 2.3.3 van de wet een uitzondering vervat voor spoedeisende gevallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=030ca56f-bace-46fb-90a0-0ccbff5efd84