CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-037 D Rijswijk 2021 ISL advies.docx

Raadsvergadering 15 juni 2021, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Plan van nieuwe scholen basisonderwijs voor de periode 2022-2025 (21-037)3.816 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies Stichting Islamitische Basisschool Rijswijk 2021

Planning Verband Groningen BV

Planning Verband Groningen BV

2

Voorwoord

Dit advies is opgesteld in opdracht van de gemeente Rijswijk. Contactpersoon namens de gemeente was mevrouw C.J.M. Heijker.

Drs. J.G. Luursema

mei 2021

2

Inhoudsopgave Voorwoord 1. Inleiding

1

2. Formele aspecten

1

2.1. De Wet op het primair Onderwijs 2.2. Regeling Modelprognose 2013

2 4

3. Plaatsruimte binnen redelijke afstand

5

4. Conclusie 5. Tekst raadsvoorstel Tekst collegevoorstel

6 8 9

6 1. Inleiding De Stichting islamitisch basisonderwijs Amsterdam heeft per brief van 26 januari 2021 aan de gemeenteraad van Rijswijk verzocht een nieuwe islamitische basisschool op te nemen op het Plan van scholen 2022-2025. Aanvang bekostiging per 1 augustus 2022. Per 1 februari 2021 is er een wetswijziging geweest waardoor een stelsel van nieuwe rechtsregels van kracht is geworden voor het stichten van een nieuwe basisschool. In artikel 194e van het overgangsrecht is echter geregeld, dat er nog één maal een Plan van scholen kan worden vastgesteld voor 1 augustus 2021, waarvoor de regels van de oude wetgeving van toepassing zijn. Dat heeft tot gevolg dat de nieuwe wet op geen enkel wijze invloed heeft op dit laatste plan van scholen. Op dit verzoek dient de raad van de gemeente Rijswijk dus in ieder geval voor 1 augustus 2021 te beslissen, ofwel tot opneming op het Plan van scholen, ofwel tot het met gegronde redenen mededeling doen aan het schoolbestuur van het niet opnemen op het Plan van scholen. Ter voorbereiding van deze besluitvorming heeft het College van Burgemeester en Wethouders van Rijswijk aan Planning Verband Groningen BV gevraagd een beleidsadvies over het stichtingsverzoek op te stellen.

Dit beleidsadvies vat het juridisch kader samen inzake schoolstichtingen, bespreekt de ingediende prognose, gaat nader in op de wijze waarop artikel 78 van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) is toegepast en mondt op basis van een analyse van de verschillende onderdelen uit in een advies aan het College van burgemeester en wethouders. 2. Formele Aspecten De wet op het Primair Onderwijs, zoals die gold tot 1 februari 2021, regelt in Afdeling 2 in de artikelen 73 t/m 85 de aanvang van de Bekostiging van basisscholen. Tevens zijn er beleidsregels vastgesteld omtrent de wijze waarop prognoses dienen te worden ingediend. In lid 3 van artikel 75 worden die eisen nader omschreven. In het vierde lid van artikel 75 WPO is bepaald dat bij ministeriële regeling modellen worden vastgesteld voor het verstrekken van de prognose. De desbetreffende regeling is vastgelegd in de Staatscourant van 30 november 2013 nr. 34734 en heeft als kenmerk OND/ODS-2013/47687 M. Deze in ieder geval in aantal overzichtelijke rechtsregels zijn aangevuld met jurisprudentie over deze materie. Taak van de gemeenteraad is om het verzoek te toetsen aan de rechtsregels voortvloeiend uit dit juridische kader.

Kern van die toetsing is zoals in artikel 77 lid 1 van de wet op het primair onderwijs staat omschreven, of het aannemelijk is dat de nieuw te stichten school binnen 5 jaar vanaf de datum van bekostiging en voorts gedurende 15 jaar na die periode van 5 jaar zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente Rijswijk geldende stichtingsnorm van 305 leerlingen. 2.1. De Wet op het Primair Onderwijs (tot 1 februari 2021) Artikel 74 omschrijft het instrument Plan van nieuwe scholen en bepaalt dat een Plan van scholen elk jaar voor 1 augustus vastgesteld moet zijn.

Planning Verband Groningen BV

Vervolgens betreft artikel 76 de plaatsing van een bijzondere school op het plan, verwijzend naar artikel 75, dat over de plaatsing van een openbare school gaat, waarin een aantal vormvoorschriften is omschreven. De vraag of het voorliggende verzoek ontvankelijk is, dient eerst te worden gesteld. Het verzoek is ingediend voor 1 februari 2021, de richting van de beoogde school en het adres van het schoolbestuur is vermeld. Door de gemeente Rijswijk is een verzoek aan het schoolbestuur gedaan om aanvullende gegevens te verstrekken. Het schoolbestuur heeft vervolgens tijdig voor 1 april 2021 de aanvraag aangevuld met een stichtingsprognose met daarbij een omschrijving van het voedingsgebied. Het verzoek is daarmee ontvankelijk en de raad van de gemeente Rijswijk is gehouden de aanvraag te beoordelen op basis van de ingediende gegevens, met de gevraagde aanvullingen. In artikel 75, vijfde lid staan een aantal gegevens vermeld die onderdeel dienen uit te maken van de ingediende prognose. Vastgesteld dient te worden dat de ingediende prognoses in afwijking van het gestelde in artikel 75, vijfde lid onder c geen berekeningen vermeldt die tot de uitkomst hebben geleid en niet het aantal te verwachten levendgeborenen bevat.

Artikel 77 lid 1 stelt dat opneming van een bijzondere school in een Plan van scholen volgt, wanneer het op grond van de overgelegde gegevens aannemelijk is dat de school een periode van tenminste 20 jaar door voldoende leerlingen wordt bezocht. De formulering van dit artikel geeft ruimte tot interpretatie van die gegevens door de gemeenteraad. Er is geen sprake van een automatische opname op het Plan van scholen wanneer aan alle vormvereisten is voldaan. Daarenboven dient redelijkerwijs aannemelijk te zijn gemaakt dat het onderhavige verzoek resulteert in een school van voldoende omvang. Bevolkinggegevens worden geregistreerd en geprognosticeerd per 1 januari van elk jaar. De berekeningen in het prognoserapport gelden daarom steeds per 1 januari van de verschillende jaren. Artikel 77 eerste lid en artikel 74 WPO tweede lid regelen dat de leerlingenaantallen van de school berekend dienen te worden per 1 augustus van elk jaar. In de prognose die is aangeleverd door Stichting islamitisch basisonderwijs Amsterdam staan voor geen enkel jaar resultaten per 1 augustus. Artikel 78 geeft als nadere voorwaarde voor opneming op het plan van scholen de afwezigheid van plaatsruimte op een school van dezelfde richting binnen redelijke afstand. Die redelijke afstand kan per situatie verschillen en hoeft niet te worden gelezen als 2 of 3 kilometer.

Artikel 79 heeft betrekking op de goedkeuring van het plan door de minister. Materieel zet de minister dezelfde stappen als eerder de gemeenteraad en beoordeelt de minister eveneens aan de hand van het criterium aannemelijkheid. De artikelen 80 tot en met 85 handelen over beroep, nevenvestigingen en rechtsgevolgen van opeenvolgende Plannen van Scholen. Die bepalingen hebben in dit stadium van de beoordeling van dit verzoek geen relevantie. Van bijzonder belang is artikel 76 WPO, dat gaat over de opneming van een bijzondere school op het plan van scholen, en waarin vermeld wordt dat er een prognose van het te verwachten aantal leerlingen, vergezeld dient te gaan van het stichtingsverzoek. Artikel 76 lid 2 verwijst naar het overzicht van benodigde gegevens uit artikel 75. In artikel 76 lid 2 sub b staat dat de prognoses gegevens bevat omtrent:”indien het betreft een richting waarvoor nog geen basisonderwijs binnen de gemeente wordt gegeven: het belangstellingspercentage voor het basisonderwijs van die richting in een vergelijkbare gemeente”.

Voor de richting islamitisch, die niet in de gemeente Rijswijk aanwezig is, is door de aanvrager de gemeente Gouda gekozen. De wijze waarop de vergelijkbaarheid tussen twee gemeenten gemaakt dient te worden is omschreven in de Regeling modelprognose primair onderwijs 2013. “Volgens de memorie van toelichting bij de Wet op het basisonderwijs (1992/1993) zijn verschillende factoren van belang als het gaat om de bepaling van een vergelijkbare gemeente, zoals de ligging van de gemeente, de bevolkingssamenstelling en als het een groeigemeente betreft, de gemeente waaruit de betreffende bevolking afkomstig is. Andere elementen die bij de vergelijkbaarheid een rol spelen zijn de leerlingdichtheid, het totale aantal inwoners en de plaats waar de gemeente zich bevindt. Uit de wetsgeschiedenis blijkt voorts dat gestreefd wordt naar een zo groot mogelijk vergelijkbaarheid tussen gemeenten waardoor wordt voorkomen dat de ene gemeente wordt opgezadeld met de toevallig denominatieve verdeling in een andere gemeente”.

In latere jurisprudentie (Schiedam, Rijswijk) heeft de Raad van State vervolgens bepaald dat niet kan worden volstaan uitsluitend te bezien of twee gemeenten wat betreft geografische ligging, leerlingdichtheid en inwonertal in redelijkheid als vergelijkbaar kunnen worden aangemerkt, doch alle argumenten die worden aangevoerd mee te wegen (zoals demografische samenstelling van de bevolking)

In de stichtingsprognose van Pronexus worden de drie meest gebruikte criteria eveneens benoemd en vergeleken. Aantal inwoners: Rijswijk

Gouda

Verschil

%

54450

73181

62784

134

Rijswijk

Gouda

Verschil

%

348

387

Leerlingdichtheid:

39

111

De gemeenten Rijswijk en Gouda liggen beiden centraal in de provincie Zuid-Holland. De afstand tussen Rijswijk en Gouda is 33 kilometer. In de regelgeving wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke vergelijkbaarheid, gemeenten zijn nooit identiek. In redelijkheid kan worden gesteld dat beide gemeenten, op deze hoofdcriteria, voldoende vergelijkbaar zijn. Door de aanvrager zijn als aanvullende criteria “mate van stedelijkheid”, “leeftijdsverdeling” en “verdeling naar migratieachtergrond” opgevoerd. Ook op grond van deze criteria zijn beide gemeenten voldoende vergelijkbaar. 2.2. Regeling modelprognose primair onderwijs 2013 In deze regeling wordt een prognose voorgeschreven die voldoet aan het Programma van Eisen waarna wordt verwezen in de VNG-modelverordening Voorzieningen in de huisvesting. Het Programma van Eisen is in 1999 gepubliceerd als bijlage bij VNG-brief OCSR/1999004252 en bevat een uitgebreid stelsel aan formules en rekenregels waaraan een leerlingenprognose dient te voldoen. In de Regeling modelprognoses 2013 staan drie modellen vermeld die in ieder geval voldoen aan dit Programma van eisen. Het gebruikte prognosemodel van Pronexus BV wordt in die regeling genoemd als één van de drie prognosemodellen die in ieder geval voldoen aan het Programma van Eisen. Op 1 oktober 2020 bezochten in totaal 6.387 leerlingen basisscholen in de gemeente Gouda.

De islamitische basisschool Al Qualam telde op die datum 459 leerlingen. Het gemeentelijk belangstellingspercentage voor islamitisch basisonderwijs is daarmee 7,19%. Deze wijze van berekenen van het belangstellingspercentage is voorgeschreven in de regeling modelprognose. De Stichting islamitisch basisonderwijs Amsterdam geeft in de nagezonden brief aan dat het voedingsgebied zal bestaan uit de gemeente Rijswijk. 3. Plaatsruimte binnen redelijke afstand Artikel 78 WPO geeft aan dat bij het berekenen van het aantal leerlingen dat een openbare of een bijzondere school zal bezoeken, niet worden meegeteld leerlingen die wonen binnen redelijke afstand (van een bestaande school) en voor wie op die school plaatsruimte aanwezig is. Er dient hierbij rekening te worden gehouden met de feitelijke plaatsruimte, beschikbaar op het moment van indienen van het verzoek. Blijkens jurisprudentie wordt deze bepaling op twee wijzen geïnterpreteerd.

Enerzijds dienen leerlingen die nu al vanuit het voedingsgebied van de nieuw te stichten school een school van die richting bezoeken in mindering te worden gebracht op de geprognosticeerde aantallen in de stichtingsprognose. Vanuit de gemeente Rijswijk werden de vier islamitische basisscholen gelegen in de gemeente ’sGravenhage bezocht door in totaal 57 leerlingen. Anderzijds dienen de leerlingen die onderdak kunnen vinden in een school van dezelfde richting met fysieke leegstand in mindering worden gebracht op de stichtingsprognose met het aantal leerlingen dat in die leegstand kan worden ondergebracht. In de stichtingsprognose is geen aftrek toegepast vanwege fysieke leegstand binnen redelijke afstand. In de gemeente ’s-Gravenhage is echter binnen redelijke afstand de islamitische basisschool Al Qoeba gelegen (27PC) aan de Terwestenstraat 105 in Den Haag. Het aanvragend schoolbestuur geeft aan dat de gewenste plaats van vestiging de Ministerbuurt is. Vanuit de Ministerbuurt ligt Al Qoeba op een afstand van 4,8 kilometer. Vanaf de gemeentegrens met Den Haag is de afstand 3,8 kilometer. Het voedingsgebied van de nieuw te stichten school zal bestaan uit de gemeente Rijswijk. De afstand van de Ministerbuurt tot de wijk Sion is circa 4 kilometer.

Op 1 oktober 2020 was de gemiddelde afstand tussen woonadres van de leerlingen en de ligging van de schoolgebouwen voor alle 59 islamitische basisscholen in Nederland 3207 meter. Dit zijn DUOgegevens. Op 1 april 2021 heeft de minister een beslissing genomen inzake een beroepzaak in de gemeente Delft waarin de bekostiging van een islamitische basisschool aldaar wordt goedgekeurd (Referentie BB200194/4) In dat besluit stelt de minster dat een voedingsgebied met een doorsnede van 10,4 kilometer niet buitenproportioneel groot is voor een islamitische basisschool. Vastgesteld kan worden dat de afstand van de gewenste plaats van vestiging tot Al Qoeba als redelijk kan worden aangemerkt, gezien de omvang van het voedingsgebied en de gemiddelde reisafstand naar islamitische basisscholen in Nederland. De islamitische basisschool Al Qoeba beschikt over een gebouw met een vloeroppervlakte van 2490 m2. De gemeente ’s-Gravenhage heeft de capaciteit van het gebouw vastgesteld op 21 groepen leerlingen. Op 1 oktober 2020 werd Al Qoeba door 285 leerlingen bezocht, overeenkomend met 13 groepen leerlingen. In het schoolgebouw is daarmee plaatsruimte aanwezig voor 8 groepen leerlingen.

In vierkante meters uitgedrukt hebben 285 leerlingen een ruimtebeslag van 1635 m2 (200 m2 vaste voet en 5,03 m2 per leerling) De genormeerde leegstand in het gebouw bedraagt daarmee 855 m2, waarin 169 leerlingen islamitisch basisonderwijs zouden kunnen ontvangen. Die 169 leerlingen dienen af te worden getrokken van de stichtingsprognose. Daardoor belandt de school in alle prognosejaren ver onder de stichtingsnorm voor Rijswijk van 305 leerlingen. Zoals vermeld is op 1 april 2021 de bekostiging van een nieuwe islamitische basisschool in de gemeente Delft goedgekeurd. Door het schoolbestuur van die school is een voedingsgebied in de stichtingsprognose omschreven, waartoe Rijswijk-Zuid behoort. Die school gaat van start op 1 augustus 2021. Nu Rijswijk-Zuid deel uitmaakt van het voedingsgebied van de nieuwe school in Delft kan Rijswijk Zuid niet tevens voedingsgebied zijn voor een nieuwe islamitische basisschool in Rijswijk. Een leerling kan immers maar naar één school tegelijkertijd gaan.

In de beslissing van de minister Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is uitgerekend dat er in 2026 51 leerlingen vanuit Rijswijk-Zuid de nieuwe islamitische school in Delft zullen bezoeken en dat dit er in 2041 54 zullen zijn. Voor alle prognosejaren geldt dus, dat er tenminste 51 leerlingen vanuit de gemeente Rijswijk naar de nieuwe school in Delft zullen gaan. Nu er voor tenminste 51 leerlingen vanuit Rijswijk plaatsruimte zal zijn op de nieuwe islamitische basisschool, dient er ook aftrek op de stichtingsprognose voor die leerlingen te worden toegepast. Zonder de aftrek voor de fysieke leegstand in Al Qoeba belandt de stichtingsprognose daardoor tot en met 2029 onder de stichtingsnorm voor Rijswijk van 305 leerlingen. 4. Conclusie Gelet op het voorgaande, luidt de belangrijkste conclusie: De aanvrager heeft het onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de school tussen het 5e en 20e jaar na aanvang van de bekostiging tenminste 305 leerlingen zal tellen. Er volgt daarom een beargumenteerde afwijzing. De formulering van die afwijzing richt zich op het onvoldoende aannemelijk zijn van de berekende hoogte van het leerlingenaantal.

Er zijn twee afwijzingsgronden die tot het niet plaatsen op het plan van scholen leidt: De ingediende prognose houdt geen rekening met de aftrek van 169 leerlingen die vanuit het gekozen voedingsgebied islamitisch basisonderwijs kunnen volgen in het schoolgebouw van de islamitische basisschool Al Qoeba in Den Haag. Vermindering van de geprognosticeerde leerlingenaantallen met die 169 leerlingen resulteert in alle prognosejaren in leerlingenaantallen die ver onder de stichtingsnorm van 305 leerlingen liggen. De ingediende prognose houdt geen rekening met de plaatsruimte die vanuit Rijswijk-Zuid beschikbaar komt voor tenminste 51 leerlingen op een nieuwe islamitische basisschool in de gemeente Delft.

5. Tekstvoorstel Raadsbesluit en Collegevoorstel Raadsbesluit Plan van nieuwe scholen basisonderwijs voor de periode 2022 - 2025 Rijswijk, datum 2021 De Gemeenteraad van Rijswijk, Gelet op de Wet op het Primair Onderwijs artikelen 74 e.v.,zoals die gold voor 1 februari 2021 en artikel 194e eerste lid Overgangsrecht WPO: Gezien het verzoek van de Stichting islamitisch basisonderwijs Amsterdam; Mede gezien de voordracht van burgemeester en wethouders van datum 2021, (Gemeenteblad afd, nr, blz); Besluit: I Niet op te nemen een Islamitische basisschool, uitgaande van de Stichting islamitisch basisonderwijs Amsterdam en te situeren in De Ministerbuurt op een Plan van nieuwe scholen basisonderwijs 2022 – 2025 en daarmee conform het gestelde in artikel 83 Wet op het Primair Onderwijs (oud) geen Plan van nieuwe scholen vast te stellen. II Burgemeester en Wethouders uit te nodigen, dit besluit binnen 14 dagen na vaststelling van dit besluit toe te zenden aan de verzoeker Aldus besloten door de Gemeenteraad voornoemd In zijn vergadering op datum De Burgemeester De Secretaris

Collegevoorstel Gemeenteblad

afd,nr

Plan van nieuwe scholen basisonderwijs voor de periode 2022 - 2025 Rijswijk, datum 2021 Aan de Gemeenteraad, Geachte dames en heren, Burgemeester en Wethouders stellen u voor, niet in te stemmen met een verzoek tot plaatsing op een Plan van nieuwe scholen 2022 – 2025 van een islamitische basisschool in de gemeente Rijswijk uitgaande van de Stichting islamitisch basisonderwijs Amsterdam; en gelet op het gestelde in artikel 83 Wet op het primair onderwijs, zoals die luidde tot 1 februari 2021, geen Plan van nieuwe scholen 2022 – 2025 vast te stellen omdat de ingekomen aanvraag niet voor inwilliging in aanmerking komt en er geen andere verzoeken zijn ingediend, alsmede dit besluit binnen 14 dagen na vaststelling toe te zenden aan voornoemd schoolbesturen. Toelichting 1. Inleiding Per brief van 26 januari 2021 is door de Stichting islamitisch basisonderwijs Amsterdam een aan de gemeenteraad van de gemeente Rijswijk gericht verzoek ingediend om een islamitische basisschool op te nemen op het Plan van scholen 2022-2025. Voor Rijswijk geldt een stichtingsnorm van 305 leerlingen, welk aantal binnen vijf jaar na aanvang van de bekostiging van de nieuwe school moet zijn gerealiseerd. De daarop volgende 15 jaar moet de school worden bezocht door tenminste het aantal van de voor Rijswijk geldende stichtingsnorm.

De aanvraag moet door de gemeente worden getoetst om te kunnen bepalen of de school levensvatbaar is. Indien met het verzoek wordt ingestemd betekent dit, dat die school met ingang van het schooljaar 2022-2023 zal starten. 2. Juridisch kader Op grond van het bepaalde in 274e, eerste lid Overgangsrecht, kan uw vergadering nog één maal voor 1 augustus 2021 een Plan van nieuwe basisscholen vaststellen. Bekostiging van een openbare en bijzondere basisschool kan slechts een aanvang nemen, indien zij voorkomt op een door de gemeente van vestiging vastgesteld plan. Het plan bestrijkt drie achtereenvolgende schooljaren, volgende op het jaar van vaststelling en vermeldt in elk geval de scholen die bij de aanvang van het eerste schooljaar van de planperiode voor bekostiging in aanmerking komen alsmede de reden waarom de overige scholen daarvoor niet in aanmerking komen. Een verzoek om opneming in het plan moet conform artikel 76 WPO door het desbetreffende schoolbestuur voor 1 februari zijn ingediend bij en ontvangen door de gemeenteraad. Voorts vermeldt het plan van elke school de plaats van vestiging en de te verwachten omvang. Het plan dient uiteindelijk te worden goedgekeurd door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Uw vergadering dient thans een plan van scholen basisonderwijs voor de periode 2022 – 2025 vast te stellen of te besluiten om geen plan vast te stellen, omdat een verzoek tot plaatsing op het plan van een bijzondere school is ontvangen. Het onderhavige plan heeft derhalve betrekking op de schooljaren 2022/2023 tot en met 2024/2025. De vaststelling van het plan dient gebaseerd te zijn op de volgende gegevens. Voor een bijzondere school wordt de richting vermeld, alsmede de adresgegevens van het bevoegd gezag. De prognose die inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen voor elk jaar van de periode waarop de prognose betrekking heeft wordt onderbouwd met de volgende gegevens: -

statistische gegevens over een tijdvak van 5 jaar de berekeningen die tot de uitkomsten hebben geleid beschrijving van het voedingsgebied; plaats van vestiging; de bevolking in het voedingsgebied van 0 tot en met 14 jaar, verdeeld in leeftijdsgroepen van 1 jaar, alsmede de te verwachten instroom naar en uitstroom uit die bevolking; het te verwachten aantal levend geborenen; het belangstellingspercentage binnen de gemeente

Wat betreft het belangstellingspercentage geldt het volgende. Indien het betreft een nog niet aanwezige richting, het belangstellingspercentage voor de school van die richting in een vergelijkbare gemeente. Met richting wordt bedoeld een godsdienstige of levensbeschouwelijke visie, niet een onderwijskundige richting of een bepaalde pedagogische methode. Door de aanvrager is de gemeente Gouda als vergelijkbare gemeente gekozen. Die gemeente kan in redelijkheid inderdaad als vergelijkbaar worden aangemerkt voor de bepaling van het belangstellingspercentage voor islamitisch basisonderwijs. Bij ministeriële regeling worden modellen vastgesteld voor het verstrekken van de prognose, aldus artikel 75, lid 4 van de Wet op het primair onderwijs. In de regeling “Modelprognose basisonderwijs 2013”, gepubliceerd in de Staatscourant van 12 december 2013 wordt nader ingegaan op de wijze waarop de prognose door de aanvrager dient te worden opgesteld.

Een bijzondere school wordt in elk geval opgenomen, indien aannemelijk is, dat zij binnen vijf jaar vanaf de bekostigingsdatum en vervolgens 15 jaar bezocht zal worden door ten minste het aantal leerlingen volgens de geldende stichtingsnorm (305 leerlingen) Afweging In artikel 78 WPO staat omschreven dat bij de berekening van het aantal leerlingen dat een bijzondere school zal bezoeken, niet worden meegeteld leerlingen die wonen binnen redelijke afstand van een school van de aangevraagde richting en waarvoor op die school plaatsruimte aanwezig is. In het prognoserapport is een aftrek toegepast van 57 leerlingen die in de gemeente Rijwijk wonen en die een islamitische basisschool in Den Haag bezoeken. Ten onrechte is geen aftrek toegepast voor de fysieke leegstand in de islamitische basisschool Al Oeba gelegen aan de Terwestenstraat 105 in Den Haag. Die school is gelegen binnen redelijke afstand van het voedingsgebied van de nieuwe school en van de beoogde plaats van vestiging in de Minsterbuurt en heeft een leegstand waarin 169 leerlingen plaatsruimte kunnen vinden. Die 169 leerlingen dienen eveneens te worden afgetrokken van de geprognosticeerde leerlingenaantallen. Daardoor komen de prognoseresultaten in alle geprognosticeerde jaren ruim uit onder de stichtingsnorm van 305 leerlingen.

Op 1 april 2021 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de bekostiging van een nieuwe islamitische basisschool in de gemeente Delft goedgekeurd. In die beslissing is opgenomen dat Rijswijk-Zuid bij het voedingsgebied van die school behoort en dat er uit dat gemeentedeel tenminste 51 leerlingen naar de nieuwe school in Delft zullen gaan. De aftrek van die 51 leerlingen op de berekende leerlingenaantallen in de stichtingsprognose zorgt ervoor dat de prognose tot en met 2029 onder de 305 leerlingen uit komt. Beide boven genoemde argumenten zijn zelfstandig en in hun onderlinge samenhang naar onze mening reden om niet in te stemmen met het verzoek van het schoolbestuur tot opneming van een islamitische basisschool op het plan van scholen 2022-2025. Uit de toetsing van de overgelegde gegevens blijkt dat het niet aannemelijk is, dat de school binnen 5 jaar vanaf de datum van bekostiging en voorts gedurende 15 jaar na die periode van 5 jaar zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor Rijswijk geldende stichtingsnorm.

De aanvraag voldoet daarom niet aan het gestelde in artikel 77, lid 1 van de Wet op het primair onderwijs en conform artikel 83 van de wet op het primair onderwijs, zoals die luidde tot 1 februari 2021, stellen wij voor geen plan van scholen vast te stellen omdat het ingekomen verzoek niet voor inwilliging in aanmerking komt en er geen andere verzoeken zijn ingekomen. Hoogachtend, , burgemeester , secretaris

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=07a1f24a-5e73-494d-81e5-88ccc94e55bf