CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-029 B Ruimtelijke onderbouwing - Rijswijk versie D 16022021 (3).pdf

Raadsvergadering 15 juni 2021, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwerpverklaring van geen bedenkingen onderstation Wilhelminapark (21-029)24.282 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING onderstation Rijswijk

<luchtfoto met ligging plangebied, mag groter of kleiner - aangeven met rode lijn>

Versie D 16-02-2021

Contactpersonen SIMONE LOOHUIZEN Omgevings- en vergunningenmanager

M +31627062360 E simone.loohuizen@arcadis.com

Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 'sHertogenbosch Nederland

Versiebeheer Versie

Datum

Documentcode

Status

Opmerking

A

17-04-2020

D10006992

Concept

Ter review aan OG

B

03-06-2020

D10006992

Concept

Ter review aan BG

C

12-11-2020

D10006992

Definitief

D

16-2-2021

D10006992

Definitief

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

4

INLEIDING

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Projectlocatie

5

1.3

Huidige situatie

6

1.4

Toekomstige situatie

8

1.5

Benodigde vergunningen

11

1.6

Leeswijzer

11

WETTELIJK KADER

12

2.1

12

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

12

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de bijbehorende Regeling

12

Besluit m.e.r.

12

Europese Kaderrichtlijn Water

12

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

13

2.2

Provinciaal beleid

14

Omgevingsvisie Zuid-Holland

14

Omgevingsverordening Zuid-Holland

14

2.3

14

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Mobiliteit Rijswijk 2020

14

Stadsvisie 2030

15

Nota Parkeernormen 2011

15

Groenbeleidsplan 2010-2020

15

Bestemmingsplan

16

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

19

3.1

Ruimtelijke inpassing

19

3.2

Woon- en leefklimaat

19

3.3

Verkeer

20

MILIEUKUNDIGE ONDERBOUWING

21

Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 februari 2021 3 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

5

4.1

Natuur

21

4.2

Archeologie

22

4.3

Bodem

22

4.4

Water

23

4.5

Geluid

25

4.6

Luchtkwaliteit

25

4.7

Conventionele explosieven

25

4.8

Kabels en leidingen

25

4.9

Externe veiligheid

26

4.10

MER-beoordeling

26

UITVOERBAARHEID

28

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

28

5.2

Financiële uitvoerbaarheid

28

BIJLAGEN

29

Bijlage 1 – Ontwerptekeningen

29

Bijlage 2 – Detaillering toegangsdeur Rijswijk

29

Bijlage 3 – Motivering ventilatie van ruimte

29

Bijlage 4 – Quickscan flora en fauna

29

Bijlage 5 – Aerius-berekening

29

Bijlage 6 – Nader ecologisch onderzoek

29

Bijlage 7 – Verkennend bodemonderzoek

29

Bijlage 8 - Watersleutel

29

Bijlage 9 – K&L inventarisatie

29

COLOFON

30

Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 november 2020

4 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

1

INLEIDING

De voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op het aanleggen van een onderstation langs de spoorwegverbinding tussen Schiphol en Rotterdam. Het onderstation wordt geplaatst om meer tractie energie te kunnen leveren en zal de aanraakspanning op het traject reduceren. Hierdoor is het mogelijk om meer treinen over het spoor te kunnen laten rijden. Het bouwen van het onderstation past niet binnen het vigerende bestemmingsplan, waardoor er sprake is van handelen in strijd met de regels voor ruimtelijke ordening. Het voorliggende document vormt de ruimtelijke onderbouwing, als onderbouwing van de aanvraag omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met regels voor de ruimtelijke ordening

1.1

Aanleiding

Op 4 juni 2010 heeft het kabinet de voorkeursbeslissing Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) genomen. Een van de doelstellingen van PHS is de realisatie van hogere frequenties in het reizigers- en goederenvervoer op 9 corridors. Met corridors worden trajecten tussen verschillende steden bedoeld. Vanuit de landelijke netanalyse door ProRail is gebleken dat de energievoorzieningsinfra onvoldoende is om deze hogere frequentie te kunnen faciliteren. Op diverse plekken voldoet de bovenleidingsspanning niet aan de norm en is de spoorstaaf-aarde spanning te hoog. Aanpassingen aan de Tractie Energievoorziening zijn benodigd om deze zaken op te lossen. Programma Hoogfrequent Spoor vraagt om per 1 december 2021 voldoende tractie energie te leveren op de corridor Schiphol-Utrecht-Nijmegen -Oude Lijn, voor de productstap, de 10 minuten dienstregeling. De Oude Lijn ligt tussen Schiphol en Rotterdam. De intercity’s zullen niet stoppen op station Rijswijk. Wanneer alle randvoorwaardelijke projecten, waaronder de viersporigheid Rijswijk-Delft Campus gereed zijn is het voor NS wel mogelijk om een 5e/6e Sprinter te rijden tussen Den Haag Centraal en Dordrecht. Deze extra Sprinters kunnen dan in Rijswijk stoppen. Hierdoor wordt Rijswijk beter met Rotterdam en Den Haag.

Om de toekomstige lijnvoering vanuit het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) te kunnen faciliteren op de corridor Schiphol-Utrecht-Nijmegen en Schiphol – Rotterdam, is het nodig om een drietal Schakelstations (SS) om te bouwen naar onderstations (OS). Het ombouwen van het schakelstation naar een onderstation vergroot het tractievermogen op de corridor en reduceert de aanraakspanning op het traject. De drie schakelstations bevinden zich in Riekerpolder, Driebergen-Austerlitz en Rijswijk. Het project waar deze ruimtelijke onderbouwing op toeziet betreft het bouwen van het nieuwe onderstation te Rijswijk.

1.2

Projectlocatie

De projectlocatie is gelegen in het Wilhelminapark in de gemeente Rijswijk. De locatie bevindt zich ten zuidoosten van de Rijksweg A4 en ten noordwesten van de nieuw te ontwikkelen woonwijk van Rijswijk Buiten. De geocode van de spoorlijn op deze locatie betreft 112. Het nieuwe onderstation wordt ter hoogte van kilometer 66.860 gerealiseerd, in baanvak Den Haag HS – Schiedam centrum.

Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 februari 2021 5 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Figuur 1 Indicatieve projectlocatie, rode cirkel weergeeft de projectlocatie (Google Maps, 2020)

1.3

Huidige situatie

In onderstaand figuur is op een luchtfoto met rode markering aangegeven waar het huidige combigebouw zich bevindt, met daarin het relaishuis, schakelstation, een omvormerruimte en de inkoopruimte. Dit gebouw wordt verder in deze onderbouwing het combigebouw genoemd. Het huidige combigebouw is bereikbaar via de openbare weg Bosgang in het Wilhelminapark en is weergeven met rode markering. Met blauwe markering is aangegeven wat de locatie voor het nieuwe onderstation is.

Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 november 2020

6 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Figuur 2 Huidige situatie (Google Maps), waarbij rood het huidige combigebouw weergeeft en blauw de nieuwe locatie voor het onderstation

In de huidige situatie bevindt zich in het rode vlak het bestaande combigebouw. De grond waar het nieuwe onderstation is geprojecteerd, is in de huidige situatie in eigendom van de gemeente Rijswijk. Op deze locatie bevinden zich op dit moment bomen die onderdeel zijn van het Wilhelminapark. De nieuwe locatie is geprojecteerd bij een bestaande locatie, zodat uitgegaan kan worden van een goede bereikbaarheid voor de aanleg en onderhoud van het onderstation. De locatie is technisch gezien de meest optimale locatie omdat er gebruik kan worden gemaakt van bestaande infrastructuur om het onderstation aan te kunnen sluiten. In onderstaande figuren is de huidige situatie te zien, met op de eerste foto aan de rechterkant het huidige combigebouw en links daarvan de beoogde locatie voor het nieuwe onderstation.

Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 februari 2021 7 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Figuur 3 Huidige situatie projectgebied

Figuur 4 Huidige situatie projectgebied, het gebouw op de foto betreft het combigebouw

1.4

Toekomstige situatie

In de toekomstige situatie is het voornomen op de projectlocatie een nieuw onderstation te bouwen met een omvang van 22 m x 5 m x 4,25 m (lxbxh) meter waaruit een oppervlakte van 110 m2 volgt. In het gebouw zijn aan de oostkant twee tractietransformatoren aanwezig, aan de westkant van het gebouw bevinden zich de overige toestellen en apparaten. Bij het bestaande combigebouw zijn reeds vier parkeerplaatsen aanwezig, deze blijven behouden in de toekomstige situatie. Er zijn daarmee voldoende parkeerplaatsen. Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 november 2020

8 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Vanuit ProRail wordt gewerkt met een voorschrift (OVS112) waarin wordt geëist dat er vier parkeerplaatsen beschikbaar zijn per onderstation. Deze parkeerplaatsen zijn nodig voor monteurs, die enkele keren per jaar voor onderhoud en beheer langskomen of voor eventueel storingsherstel. Tevens is er voldoende manoeuvreerruimte nodig om (indien nodig) grote componenten te kunnen uitwisselen. De parkeerplaatsen kunnen voor zowel het combigebouw als voor het nieuwe onderstation worden gebruikt. Rondom het gebouw komt een omheining zodat het terrein niet kan worden betreden door onbevoegden. Het combigebouw blijft bestaan en de componenten van het schakelstation worden weggehaald uit het combigebouw vanwege het nieuwe onderstation. Daarnaast dient er een 23kV-kabel richting een verdeelstation gelegd te worden. De functie van het schakelstation wordt vervangen voor een onderstation bestaande uit twee tractiegroepen (4,4 MVA), waarbij de open spaninrichting hergebruikt wordt. Het nieuwe onderstation wordt ter hoogte van km 66.9 aan de westzijde van het baanvak gebouwd. Na de indienststelling van het nieuwe onderstation uiterlijk december 2021 wordt de schakelstationsruimte in het combigebouw elektrotechnisch gesaneerd. Het relaishuis, de omvormerruimte treinbeveiliging en de inkoopruimte van Stedin blijven gehandhaafd.

Het saneren van deze ruimte in het combigebouw maakt geen onderdeel uit van de werkzaamheden waar deze ruimtelijke onderbouwing op toeziet.

Figuur 5 Toekomstige situatie, waarbij het grijze vlak ten oosten (rechts) van het bestaande gebouw het nieuwe onderstation wordt

In bovenstaande figuur is te zien hoe het nieuwe onderstation (weergeven in grijs) zich gaat bevinden ten opzichte van het huidige combigebouw. In onderstaande figuur is een 3D-afbeelding opgenomen. In bijlage 1 zijn alle tekeningen, zoals situatietekening en de tekeningen van de doorsneden van het onderstation, opgenomen met daarin de specificaties. Bijlage 2 en 3 bevatten de detaillering van de toegangsdeur en de motivering van ventilatie van ruimte.

Figuur 6 3D-model onderstation Rijswijk

Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 februari 2021 9 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

In de uitwerking van het uiterlijk van het onderstation zijn landschap en ecologie als uitgangspunten gehanteerd voor de ontwerpkeuzes. Het detailontwerp wordt nog nader uitgewerkt, bijvoorbeeld de exacte vormgeving van deuren en ventilatieroosters, maar de ontwerpkeuzes zijn gemaakt. Zie paragraaf 3.1 voor een verdere toelichting op waarom er is gekozen voor het materiaal- en kleurgebruik en hoe dit bijdraagt aan de ruimtelijke inpassing.

Figuur 7 Vormgeving onderstation

In bovenstaande figuur is zichtbaar dat de buitenkant van het onderstation wordt vormgegeven middels houttinten. Door bewust gebruik te maken van reliëf in de gevels zal een minder aantrekkelijk oppervlak voor graffiti ontstaan en biedt het de mogelijkheid aan insecten het gebouw te beklimmen. Het dak wordt groen ingericht, bij voorkeur met gebiedseigen beplanting. Hieronder is als rechter figuur een houten bekleding te zien. Het voorstel is om gevelbekleding aan te brengen die het natuurlijke karakter van het hout behoudt. Achter deze gevelbekleding ontstaat een spouw. De gevelbekleding zal met de jaren vergrijzen en biedt de mogelijkheid voorzieningen voor vogels en vleermuizen te integreren door de bekleding naar behoeven als lamellen te laten openen en sluiten. De afbeelding aan de linkerkant weergeeft een strak gedetailleerde technische lamellen pui. Het voorstel is deze lamellen ook op de toegangsdeuren te plaatsen om eenheid in het uiterlijk van de entrees en ventilatie voorzieningen te verkrijgen. De voorkeur gaat uit naar een middelgrijs, vergelijkbaar met de foto.

Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 november 2020

10 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Figuur 8 Materiaal- en kleurgebruik

Scope ruimtelijke onderbouwing De voorgenomen activiteiten die horen binnen het project, betreffen de bouw van het onderstation, de bijbehorende parkeerplaats en de eerste 10 meter van de 23 kV-kabel (gemeten vanaf het onderstation). Deze activiteiten worden aan de vigerende wettelijke kaders getoetst, zie hiervoor hoofdstuk 2. De toetsing aan de diverse milieuaspecten ziet alleen toe op de bouw van het onderstation, omdat alleen deze activiteit strijdig is met het vigerende bestemmingsplan, zie paragraaf 2.3.

1.5

Benodigde vergunningen

In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de verwachte benodigde vergunningen voor het realiseren van het nieuwe onderstation, de bijbehorende parkeerplaats en de eerste 10 meter van de 23 kVkabel: Procedure

Omschrijving Strijdig gebruik Onderhavig document dient ter onderbouwing van de aanvraag omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met regels voor de ruimtelijke ordening

Omgevingsvergunning

Bouw Het nieuwe onderstation is bouwvergunningsplichtig. Werk of werkzaamheden uitvoeren Vanwege de mogelijk aanwezige archeologische waarden Kappen Voor het verwijderen van de aanwezige houtopstanden.

Het bevoegde gezag voor de omgevingsvergunning is de gemeente Rijswijk. De onderdelen ‘strijdig gebruik’ en ‘bouw’ van de omgevingsvergunning worden gezamenlijk aangevraagd. De overige onderdelen worden later aangevraagd.

1.6

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader toegelicht op de verschillende van toepassing zijnde niveaus, waarbinnen de activiteit plaatsvindt. In hoofdstuk 3 is de ruimtelijke onderbouwing van het initiatief opgenomen en in hoofdstuk 4 zijn de milieu- en omgevingsaspecten van het initiatief getoetst. Hoofdstuk 5 behandelt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 februari 2021 11 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

2

WETTELIJK KADER

2.1

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 in werking getreden en geeft een totaalbeeld van het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. In de structuurvisie is aangegeven dat het Rijk drie hoofddoelen heeft: 1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; 2. Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Uit deze drie hoofddoelen komen onderwerpen voort die van nationaal belang zijn. Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen, zijn daarom geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze Amvb is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de bijbehorende Regeling Op 30 december 2011 zijn het Barro en Rarro in werking getreden en deze zijn op 1 oktober 2012 aangevuld. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van onderwerpen van nationaal belang, zoals hoofdwegen en -spoorwegen, buisleidingen van nationaal belang, de Ecologische hoofdstructuur (nu NNN), primaire waterkeringen buiten het kustfundament en erfgoederen van uitzonderlijke waarde. De regels uit het Barro zijn voor wat betreft een aantal onderwerpen verder uitgewerkt in het Rarro (bijvoorbeeld de uitbreiding van het hoofdwegennet). Gelet op het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de bijbehorende Regeling van de algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is voor de projectlocatie één onderwerp van toepassing: •

Hoofdwegen en landelijke spoorwegen In het Besluit is opgenomen dat er aanwijzingen van reserveringsgebieden gelden voor de verbreding van bestaande hoofdwegen. Dit geldt eveneens voor de mogelijke aanleg van nieuwe landelijk spoorwegen. Het is o.a. niet toegestaan om omgevingsvergunningsplichtige bouwwerken te plaatsen binnen een reserveringsgebied. Voor zowel de nabijgelegen A4 als een mogelijk nieuwe landelijk spoorweg geldt dat de projectlocatie zich niet in het reserveringsgebied bevindt.

Besluit m.e.r. De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. In de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten) en activiteiten die m.e.r.- beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten). De bouw van het onderstation wordt niet genoemd onder bijlage C of bijlage D-activiteiten in het Besluit m.e.r. waardoor er geen (vormvrije) m.e.r.-beoordeling of MER is opgesteld voor deze ontwikkeling.

Europese Kaderrichtlijn Water Sinds 22 december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht. Het doel van de Kaderrichtlijn is het bereiken van een goede chemische en ecologische toestand van oppervlaktewater en van het grondwater.

Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 november 2020

12 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Een toetsing aan de gewenste watertoestand is noodzakelijk bij ruimtelijke besluiten. Als nieuwe bestemmingen negatieve gevolgen kunnen hebben voor de watertoestand zijn maatregelen nodig. Ruimtelijke besluiten moeten worden voorafgegaan door een watertoets. Doel van deze watertoets is het waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een zo evenwichtig mogelijke wijze in beschouwing worden genomen bij het te nemen ruimtelijk besluit. Voor een nadere uitwerking wordt verwezen naar de waterparagraaf (paragraaf 4.4) van deze ruimtelijke onderbouwing.

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) van destijds het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft tot doel om ruimte op het spoor te creëren voor het groeiende personen- en goederenvervoer. Op 4 juni 2010 heeft het kabinet een voorkeursbeslissing genomen over PHS (Kamerstukken II 2009/10, 32 404, nr. 1). Het PHS heeft vier speerpunten: 1. Hoogfrequent spoorvervoer op de drukste trajecten in de brede Randstad; 2. Samenhangende regionale ov-systemen waarvan het spoorvervoer – met name de Sprinters – de ruggengraat vormt; 3. Kwalitatief goede reistijden naar de landsdelen; 4. Toekomst vaste routestrategie van het spoorgoederenvervoer. Het PHS heeft tot doel op de drukste trajecten in het land te komen tot hoogfrequent spoorvervoer en een toekomst vaste routering van het goederenvervoer met zo intensief mogelijk gebruik van de Betuweroute. Er gaan 6 Intercity’s en 6 Sprinters per uur rijden in de drukste delen van het land en er komt extra ruimte voor goederenvervoer op het spoor naast maatregelen om het gebruik van de Betuweroute blijvend te stimuleren. Sinds begin 2011 loopt de planuitwerking, de realisatiefase loopt tot en met 2028. Tijdens deze doorlooptijd worden de frequenties van de verschillende treindiensten stap voor stap verhoogd. Het treinvervoer wordt zo aantrekkelijker voor zowel reizigers- als goederentreinen.

Eén van de corridors die benoemd zijn in het PHS is Oude Lijn Rotterdam - Amsterdam. Binnen deze corridor zijn onder andere de volgende maatregelen voorzien: • • • • •

Verdubbeling spoor Rijswijk en Delft Campus Nieuwe spooronderdoorgang Rijswijk Vernieuwing station Delft Campus Twee extra sporen station Schiedam Aanpassingen sporen Rotterdam Centraal

Het voorgenomen initiatief maakt onderdeel uit van de corridor Oude Lijn Rotterdam - Amsterdam en pas bij de doelstelling van het programma. Vooruitlopend op het Programma Hoogfrequent Spoor is ProRail voornemens om twee extra intercity’s vanaf de dienstregeling, december 2021, te laten op de corridor Rotterdam-Schiphol-Utrecht-Nijmegen. Het rijden van de extra intercity’s betekent dat sprake is van een hogere frequentie van treinen. Deze intercity’s zullen niet stoppen op Rijswijk. Als alle randvoorwaardelijke projecten, waaronder de viersporigheid Rijswijk-Delft Campus gereed zijn is het voor NS wel mogelijk om een 5e/6e Sprinter te rijden tussen Den Haag Centraal en Dordrecht. Deze extra Sprinters kunnen dan in Rijswijk stoppen. Hierdoor wordt Rijswijk beter met Rotterdam en Den Haag besloten. Om deze dienstregeling te kunnen faciliteren zijn aanpassingen aan de Tractie Energievoorziening benodigd. Eén van deze tractie energievoorziening aanpassingen behelst de bouw van onderstation Rijswijk. Met de bouw van het onderstation Rijswijk komt er voldoende vermogen op de bovenleiding om de treindienst te laten rijden en wordt de aanraakspanning verminderd. Daarnaast wordt de kans op verstoringen in de dienstregeling verkleind, doordat verstoringen in nabij gelegen onderstations door onderstation Rijswijk opgevangen kunnen worden.

De beoogde locatie van het nieuwe onderstation Rijswijk is gekozen om enerzijds te zorgen voor een Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 februari 2021 13 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

gelijkmatige spanningshuishouding en anderzijds om de aanraakspanning op het traject te reduceren, zodat op publiektoegankelijke plekken zoals een overweg, veilig overgestoken kan worden. Wanneer het onderstation niet tussen de bestaande onderstations Laakkwartier en onderstation Delft wordt gebouwd ontstaat er geen optimale verdeling van het vermogen en neemt de aanraakspanning niet af. De extra treinen kunnen daarmee niet rijden. De beoogde locatie betekent daarbij dat de bouw geen hinder voor treinreizigers oplevert. Er zijn geen grootschalige technische aanpassingen nodig, waardoor op meerdere periodes geen trein kan rijden. Consequenties voor dit project De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de bijbehorende Regeling en de Kaderrichtlijn Water hebben geen consequenties voor het project. Het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vormt de basis voor het voorgenomen initiatief.

2.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Zuid-Holland De Provinciale Staten van Zuid-Holland heeft op 20 februari 2019 de Omgevingsvisie Zuid-Holland vastgesteld. Het omgevingsbeleid van de provincie omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving en bestaat uit de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. In de visie streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. De provincie heeft voor haarzelf zes richtinggevende ambities opgesteld in relatie tot de fysieke leefomgeving. Het gaat hierbij om: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar en levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Met name de vijfde genoemde ambitie sluit aan bij het voorgenomen initiatief tot de ontwikkeling van een onderstation. Voor deze ambitie wordt beschreven dat de economische groei zorgt voor drukte op de infrastructuur en dat een goede bereikbaarheid van belang is. Hierbij gaat het niet alleen om bereikbaarheid via (vaar- en spoor)wegen, maar ook de digitale infrastructuur. De provincie wil hier met name inzetten op versterking van openbaar vervoer en gebruik van de fiets in de mobiliteitsketens van reizigers.

Ze geven aan dat innovatie in het openbaar vervoer moet worden gestimuleerd door in de concessieverlening de creativiteit van de aanbieders de ruimte te geven. Verder geeft de provincie in haar visie aan dat bij ontwikkelingen langs het spoor of in stationsgebieden een visuele relatie tussen spoor en omgeving gewenst is; dit betekent dat ontwikkelingen rekening houden met het zicht vanuit de trein op de omgeving.

Omgevingsverordening Zuid-Holland De Provinciale Staten van Zuid-Holland heeft tevens op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening ZuidHolland vastgesteld. De verordening zorgt voor de doorwerking van de Omgevingsvisie. Uit de Omgevingsverordening blijkt dat de projectlocatie niet binnen een aardkundig monument, een stiltegebied of een ander gebied valt waarover in de omgevingsverordening artikelen zijn opgenomen. Consequenties voor dit project Het voorgenomen initiatief past binnen het vigerende beleid van de provincie Zuid-Holland.

2.3

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Mobiliteit Rijswijk 2020 Op 14 juni 2011 is de Structuurvisie Mobiliteit Rijswijk vastgesteld door de gemeenteraad en op 15 juni 2011 is de structuurvisie in werking getreden. De wettelijke grondslag voor deze structuurvisie betreft de Wet ruimtelijke ordening. In de visie worden een aantal trends genoemd op het gebied van verkeer, met name de Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 november 2020

14 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

verwachting dat de wegen drukker worden in de spits en op de invalswegen. De structuurvisie is opgesteld om een antwoord te bieden op de verwachte trends. Binnen de structuurvisie zijn drie thema’s geformuleerd: bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. Voor het thema bereikbaarheid is onder andere de ambitie “optimaliseren openbaar vervoer” gedefinieerd: ‘Onze ambitie is een groei van het aandeel openbaar vervoerreizigers in de regio ten koste van het aandeel reizigers met de auto.’. Door de realisatie van het onderstation wordt de capaciteit op het spoor tussen Schiphol-Utrecht-Nijmegen en de Oude Lijn vergroot. Hierdoor sluit het voorgenomen initiatief goed aan op het beleid van de gemeente Rijswijk.

Stadsvisie 2030 De stadsvisie voor Rijswijk is dateert van 27 september 2016. In dit document is de visie voor Rijswijk in 2030 uiteengezet waarin onder andere aandacht wordt besteed aan de verwachte bevolkingsgroei, de impact van klimaatsverandering en de arbeidsmarkt. In de visie wordt onder andere het thema ‘Groene buitenplaats voor stedelijk wonen’ aangehaald, waarin het belang van ruim wonen in een groene omgeving wordt benadrukt. Concrete zaken die hierin worden benoemd zijn veel natuur, maar ook energie-neutrale wijken en uitstekend openbaar vervoer. Alle wijken dienen goed met elkaar verbonden te zijn middels het openbaar vervoer, maar ook de ontsluiting met de regio Rotterdam en Den Haag wordt hierin genoemd.

Nota Parkeernormen 2011 Op 8 februari 2011 stelde de gemeenteraad de Nota Parkeernormen 2011 vast. In deze nota zijn voor veel voorkomende functies standaard parkeernormen opgenomen, gebaseerd op landelijke kencijfers van de CROW. De functie van een onderstation wordt niet genoemd in de Nota en heeft ook geen vergelijkbare functies. Er zijn echter bij het huidige combigebouw vier parkeerplaatsen aanwezig. De verwachting is dat er circa één keer per maand onderhoud dient te worden gepleegd aan het onderstation door twee monteurs. Dit betekent dat één keer per maand twee van de vier parkeerplaatsen voor het onderstation worden gebruikt, waarmee het aantal beschikbare parkeerplaatsen als voldoende wordt geacht.

Groenbeleidsplan 2010-2020 Het Groenbeleidsplan is vastgesteld door de gemeenteraad op 16 februari 2010. Dit plan betreft een visie die de groene ambities van de gemeente Rijswijk tot uitdrukking brengt en is tevens een toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen binnen de gemeente. De gemeente is in het plan verdeeld in diverse deelgebieden. De locatie van het voorgenomen initiatief tot ontwikkeling van een onderstation bevindt zich in deelgebied B, de Stadsparkzone, zoals in het onderstaande figuur 9 is weergegeven De locatie bevindt zich dan ook in het stadspark Wilhelminapark. Dit park bevat diverse eenheden bos, waterpartijen en heuvels. Het park is bedoeld voor allerlei vormen van recreatie. Het streefbeeld voor dit gebied is het behoud van de oppervlakte en de kwaliteit van het groen, met name ook gezien de ontwikkelingen van Rijswijk Buiten (zie hiervoor ook paragraaf 5.1 van deze onderbouwing).

Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 februari 2021 15 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Figuur 9 Deelgebied B 'Stadsparkzone'

Voor de realisatie van het onderstation moeten 21 bomen worden gekapt. In overleg met de gemeente Rijswijk is besloten dat de bomen door ProRail op een andere locatie worden gecompenseerd middels herplant.

Bestemmingsplan Het projectgebied bevindt zich binnen het vigerende bestemmingsplan “Sion – t Haantje” waarvan de tweede herziening is vastgesteld op 6 maart 2018. Er is een bestemmingsplantoets uitgevoerd om te toetsen of de voorgenomen werkzaamheden strijdig zijn met het bestemmingsplan. In tabel 1 is aangegeven wat de bestemming is en of er sprake is van strijdigheid met de bestemming(en).

Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 november 2020

16 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Figuur 10 Uitsnede bestemmingsplan, gele rechthoek weergeeft de projectlocatie Tabel 1 Beoordeling strijdigheid

Markering

Bestemming

Bestemd voor o.a.

Strijdig?

Enkelbestemming Groen

Groen, bermen, beplanting, oevers, waterberging en natuureducatie

Ja

Enkelbestemming Verkeer - Railverkeer

Spoorwegen, bermen, bruggen en tunnels t.b.v. kruisende infrastructuur, paden, nutsvoorzieningen met de daarbij behorende gebouwen en bouwwerken

Ja

Dubbelbestemming Waarde - Archeologie

Behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden

Nee

Gebiedsaanduiding Wetgevingszone – wijzigingsgebied 1 en 2

Zie hieronder

N.v.t.

De gebiedsaanduidingen “Wetgevingszone – wijzigingsgebied 1 en 2” houden in dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op: Wijzigingsgebied 1 De bestemmingen ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 1' in de bestemming 'Verkeer - Railverkeer' en het verleggen van het figuur 'as van de weg', waarbij het bepaalde in artikel 14 van toepassing is. Wijzigingsgebied 2 Het wijzigen van de bestemming ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 2' in de bestemming 'Wonen - Uit te werken 2' ten behoeve van in totaal niet meer dan 200 gestapelde woningen,

Beide wijzigingsgebieden zijn niet van toepassing op het voorgenomen initiatief. Het onderstation past in principe binnen de bestemming ‘Verkeer-Railverkeer’ qua doelstelling, echter beperken de bouwregels in deze bestemming gebouwen tot een oppervlakte van 20 m2 per object. Het onderstation is groter dan dit en Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 februari 2021 17 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

past dus ook niet in deze bestemming. Wijzigingsgebied 2 geeft als mogelijkheid het realiseren van woningen, wat niet van toepassing is op het voorgenomen initiatief. Voor het bouwen binnen de bestemming Groen geldt dat er uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan o.a. voor overige bouwwerken 3 meter. Het onderstation betreft echter wel een gebouw en is dus strijdig met de enkelbestemming Groen. Daarnaast staat het onderstation ook niet ten dienste aan de enkelbestemming is daarmee dan ook strijdig. Het projectgebied ligt ook voor een klein gedeelte binnen enkelbestemming Verkeer – railverkeer. Het onderstation staat ten dienste aan deze bestemming en is daarmee niet strijdig, echter staat in de bouwregels behorende bij deze bestemming dat: • Gebouwen en overkappingen zijn toegestaan tot een oppervlakte van 20 m2 per object; • De bouwhoogte van gebouwen en overkappingen mag maximaal 3 meter bedragen, gemeten vanaf de bovenkant van de spoorstaaf. De omvang van het onderstation bedraagt circa 99 m2 en is daarmee in strijd met de bouwregels zoals gesteld in de bestemming Verkeer – Railverkeer.

Binnen de dubbelbestemming Archeologie is het in principe niet toegestaan om te bouwen, tenzij de bebouwing ten dienste staat van de andere daar voorkomende bestemmingen en er uit een archeologisch rapport blijkt dat er geen onevenredige gevolgen zijn voor de eventueel aanwezige archeologische waarden. Consequenties voor dit project Het voorgenomen initiatief past binnen de beleidskaders zoals gedefinieerd door de gemeente Rijswijk. In het Groendbeleidsplan is echter wel opgenomen dat het Wilhelminapark bedoeld is voor het behoud van de oppervlakte en de kwaliteit van het groen. In overleg met de gemeente is besloten dat de te kappen bomen op een andere locatie worden gecompenseerd middels herplant. Het voorgenomen initiatief past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. De voorgenomen activiteiten, het bouwen van een onderstation met bijbehorende kabels, kunnen door verlening van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Op deze procedure is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing met een doorlooptijd van 26 + 6 weken. Daarvoor biedt artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3 van de Wabo de grondslag. De vergunning kan worden verleend indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Voor een toestemming op deze grondslag geldt dat getoetst dient te worden aan diverse milieuaspecten.

In de volgende hoofdstukken is deze toetsing uitgevoerd voor het onderstation. De overige activiteiten (toegangsweg, kV-kabel) zijn niet meegenomen omdat deze passen binnen het bestemmingsplan. Voor het aanleggen van deze onderdelen zullen separaat vergunningen worden aangevraagd en indien nodig, onderzoeken voor worden uitgevoerd.

Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 november 2020

18 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

3

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

3.1

Ruimtelijke inpassing

In paragraaf 1.4 is weergeven wat de uitgangspunten zijn van hoe het onderstation in Rijswijk eruit komt te zien. Deze paragraaf beschrijft de gedachtegang voor het komen tot deze ontwerpkeuzes, waarbij afstemming heeft plaatsgevonden tussen architecten, een landschapsarchitect en een ecoloog. De locatie bevindt zich aan de oostrand van het Wilhelminapark in Rijswijk direct naast het spoor. Het Wilheminapark is een stadspark, gelegen aan de zuidkant van de A4 tussen Rijswijk en Delft. Het gebied is veelzijdig ingericht met wandelpaden, waterpartijen, een zwemvijver, evenementenlocaties en speelplaatsen. Het nieuwe onderstation is gesitueerd aan de Bosgang, een van de wandelpaden in het park. In het Wilhelminapark staat reeds een bestaand schakelstation met een kruisvormige plattegrond in de lengte van het spoor. In het verlengde en ten zuiden hiervan wordt het nieuwe onderstation geplaatst. Als basisvorm is gekozen voor een langwerpig volume van 24 meter lang, 5 meter breed en 4,5 meter hoog dat in de lengte richting van het spoor staat. Om het onderstation te kunnen bouwen dienen er een aantal bomen gekapt te worden. Er is voor gekozen het onderstation een ander uiterlijk te geven dan het bestaande gebouw. Dit grijs betegelde gebouw is een magneet voor graffiti en lijkt geen directe relatie met het park aan te gaan.

In de uitwerking van het gebouw worden het landschap en de ecologie als uitgangspunt voor de te nemen ontwerpkeuzes genomen. Door het gebouw met het hout dat vrijkomt bij de kap van de bomen te bekleden gaat het gebouw zoveel mogelijk in de omgeving op. Waar mogelijk wordt deze gevelbekleding gecombineerd met voorzieningen welke gericht zijn op de in de omgeving voorkomende vleermuizen, vogels en insecten. De zuid- en oostgevel lijken zeer geschikt om bijvoorbeeld bijen hotels in aan te brengen. Het dak wordt groen ingericht. Uitgangspunt is dat hier het karakter van de het park wordt doorgezet zodat er alleen gebiedseigen beplanting groeien. Het dak zal in ieder geval bijdragen aan de leefomgeving van insecten en vogels. De stammen kunnen ook gebruikt worden om aan of nabij het gebouw schuilmogelijkheden voor marterachtigen aan te brengen die in het gebied voorkomen. Uiteraard zijn er ook een aantal technische elementen als deuren en ventilatie roosters welke zichtbaar zullen zijn; met name vanaf het spoor. Deze stalen onderdelen zullen een minimalistisch en technisch karakter krijgen. Hier wordt gekozen voor een nader te bepalen licht-tot middel grijze tint. Uitgangpunt bij deze onderdelen is dat het gebouw zo vlak mogelijk gedetailleerd wordt. Het contrast tussen strak technisch en reliëfrijk natuurlijk geeft het gebouw een gebiedseigen maar zeker ook technisch karakter.

Het geheel van de materiaalkeuzes sluit op bovenstaande wijze aan op het materiaalgebruik zoals dat door bureau Spoorbouwmeester in het spoorbeeld wordt voorgeschreven. Waar mogelijk en passend binnen de architectuur zal gebruik gemaakt worden van circulaire materialen. Conclusie Het aspect ruimtelijke inpassing levert geen belemmeringen op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling

3.2

Woon- en leefklimaat

De voorgenomen projectlocatie bevindt zich tussen diverse sporen en het Wilhelminapark. De dichtstbijzijnde woning bevindt zich op een afstand van ten minste 250 meter van de locatie. Daarnaast bevindt zich rondom de projectlocatie een bos (het Wilhelminapark) en ligt de locatie niet naast een drukke, openbare weg. Vanwege de locatie nabij grote infrastructuur en de afstand tot woningen worden er geen effecten verwacht op het woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect woon- en leefklimaat levert geen belemmeringen op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.

Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 februari 2021 19 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

3.3

Verkeer

De ontsluiting van het terrein vindt plaats via de reeds aanwezige weg die nu naar het combigebouw leidt. Tijdens de bouwfase is de verwachting dat de verkeersbewegingen hoger zullen zijn dat in de huidige situatie. Dit betreft echter een tijdelijke situatie. Het aantal verkeersbewegingen na de in gebruik name fase zullen naar verwachting gelijk zijn als bij de huidige schakelstations, circa 1 beweging per maand voor beheer en onderhoud, waarbij twee monteurs aanwezig zijn. Er worden na de aanleg van het onderstation dus geen extra verkeersbewegingen verwacht ten aanzien van de huidige situatie. Conclusie Het aspect verkeer levert geen belemmeringen op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.

Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 november 2020

20 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

4

MILIEUKUNDIGE ONDERBOUWING

4.1

Natuur

Op 19 februari 2020 is door Ekoza een quickscan flora en fauna uitgevoerd t.b.v. de realisatie van het onderstation te Rijswijk. Deze quickscan is toegevoegd als bijlage 4 aan deze ruimtelijke onderbouwing. In het rapport zijn de volgende conclusies getrokken: Gebiedsbescherming • •

Er zijn geen significant negatieve effecten te verwachten van het project op het nabijgelegen Natura 2000-gebied. Het plangebied ligt buiten de grenzen van Natuurnetwerk Nederland, waardoor er geen effecten op de kernkwaliteiten van het gebied zijn. Het afwegingskader EHS hoeft niet te worden doorlopen.

Aanvullend op de quickscan uit februari 2020 is een Aerius-berekening uitgevoerd om te bepalen hoeveel stikstofdepositie plaatsvindt op Natura 2000-gebieden. De berekening en de gebruikte uitgangspunten zijn toegevoegd als bijlage 5 bij deze onderbouwing. Uit de berekening blijkt dat er geen resultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr berekend worden en hierdoor het project dus niet leidt tot een (tijdelijke) toename van stikstofdepositie in omliggende Natura 2000-gebieden. Soortbescherming De Wet natuurbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van soorten in hun natuurlijk leefgebied. Niet alleen de instandhouding van verblijfplaatsen is van belang, maar ook de instandhouding van het leefgebied. Te allen tijde dient men de zorgplicht in acht te nemen. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moet worden voorkomen. De zorgplicht geldt voor alle planten en dieren, beschermd of niet. Naast de zorgplicht blijkt uit de quickscan dat er twee soortgroepen zijn waarop negatieve effecten niet op voorhand uitgesloten zijn. Het betreft de soortgroepen vleermuizen en vogels. Voor overige soortgroepen zijn geen individuen waargenomen of worden deze verwacht. Indien hiervoor mitigerende maatregelen worden genomen, worden geen effecten verwacht. Naar vleermuizen is een vervolgonderzoek uitgevoerd.

Wat betreft vogels gaat het om een mogelijk jaarrond beschermd nest. Een nest 20 meter van het plangebied vandaan is mogelijk een jaarrond beschermd nest, mogelijk van een sperwer of buizerd. Deze zal behouden blijven, maar tijdens het broedseizoen (februari t/m augustus) zullen er in de directe omgeving geen werkzaamheden mogen plaatsvinden, om verstoring te voorkomen. Mocht er niet buiten deze periode gewerkt kunnen worden dan zal eerst de functie van het nest bepaald moeten worden door middel van onderzoek.

Vervolgonderzoek Op 16 april 2020 is een vervolgonderzoek uitgevoerd door Ekoza naar de bomen die gekapt moeten worden voor het project, welke mogelijk geschikt zijn voor vleermuizen. In dit onderzoek is geconcludeerd dat er geen geschikte verblijfplaatsen van vleermuizen zijn vastgesteld in de bomen binnen het projectgebied. Een negatief effect op verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen is uitgesloten bij kap. Een nader onderzoek in de zomer is dan ook niet noodzakelijk. Ook zijn er geen negatieve effecten op essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes van vleermuizen te verwachten door de bomenkap of de nieuwbouw. Daarvoor is de ingreep te kleinschalig. Het volledige vervolgonderzoek is toegevoegd als bijlage 6 bij deze onderbouwing. Consequenties voor het project Er worden geen effecten verwacht op nabijgelegen Natura 2000-gebieden of het NNN. Vanuit het aspect natuur dient er wel rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht vanuit de Wet Natuurbescherming. Indien er niet buiten het broedseizoen (februari t/m augustus) kan worden gewerkt van het jaarrond beschermde nest, wordt er aanvullend onderzoek uitgevoerd. Mochten er bomen worden

Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 februari 2021 21 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

gekapt tijdens het broedseizoen (15 maart t/m 15 juli), wordt een ecoloog ingeschakeld ter controle op overige actieve nesten.

4.2

Archeologie

Met de Erfgoedwet beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland. De archeologische verwachting is vastgelegd in het bestemmingsplan. Voor deze locatie geldt een archeologische verplichting op basis van het onderhavige bestemmingsplan Sion – ’t Haantje tweede herziening. Bij ingrepen dieper dan 30 cm -mv dient archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Aangezien in de directe omgeving van deze locatie meerdere archeologische vindplaatsen zijn aangetroffen is de kans groot dat (delen van) een archeologische vindplaats aanwezig is. Er dient dan ook archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd voorafgaand aan de realisatie van het onderstation en de daarnaartoe aan te leggen kabeltracé. Consequenties voor het project Voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden wordt een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek kan pas plaatsvinden wanneer de aanwezige bomen zijn gekapt. Dit archeologisch onderzoek wordt vervolgens ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeente Rijswijk alvorens met de werkzaamheden wordt gestart.

4.3

Bodem

Op basis van de beschikbare informatie (RailMaps en Bodemloket.nl) blijkt dat er ter plaatse van de Rijswijk: • • •

Onvoldoende bodeminformatie beschikbaar is Geen sprake is van verdachte activiteiten Geen gevallen van ernstige bodemverontreiniging aanwezig zijn.

Op 19 mei is een vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek, inclusief asbest, uitgevoerd (zie bijlage 7). In dit rapport wordt geconcludeerd dat: Vooronderzoek • •

Voor zover bekend is er op de onderzoekslocatie nog geen onderzoek op asbest verricht; Op / nabij de onderzoekslocatie geen activiteiten of historische activiteiten bekend zijn die de bodem verdacht maken voor PFAS verbindingen anders dan atmosferische depositie. Wel is de locatie op basis van bedrijfsactiviteiten in de omgeving mogelijk verdacht van GenX door atmosferische depositie.

Milieuhygiënische kwaliteit bodemonderzoek

• •

In de grond zijn geen verhoogde gehalten (> Achtergrondwaarde) aangetoond. Zowel zintuiglijk als analytisch is geen asbest in de grond vastgesteld. Op basis van de indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit valt de grond onder klasse Altijd Toepasbaar. Uit de indicatieve toetsing van de PFAS en Gen X resultaten blijkt dat de grond op landbodem vrij toepasbaar is met uitzondering van grondwaterbeschermingsgebieden en toepassingen onder de grondwaterstand. Aangezien deze toetsing echter indicatief is, is voor het ontvangen van de vrijkomende grond een erkend bewijsmiddel conform het Besluit bodemkwaliteit noodzakelijk, bijvoorbeeld een partijkeuring conform de BRL1000 protocol 1001.

Activiteiten op locatie Voor, tijdens en na de realisatie van het nieuwe onderstation zullen er geen bodem of grondwater verontreinigende activiteiten plaatsvinden. In het onderstation worden wel een tweetal olie gekoelde tractietransformatoren (TT) geïnstalleerd. Deze TT zullen inpandig en op een fundatie met opvangbak worden geplaatst. De betreffende opvangbak is olie- en waterdicht en dusdanig ontworpen dat, in geval van een defect de gehele inhoud van de olie van de TT opgevangen wordt en daarmee niet in het milieu terecht kan komen. Consequenties voor het project Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 november 2020

22 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Het bodemonderzoek geeft voldoende inzicht in de verkregen bodemkwaliteit. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het aspect bodem vormt hiermee geen belemmering voor het voorgenomen initiatief. Er zijn geen (procedurele) maatregelen in het kader van de Wet bodembescherming noodzakelijk.

4.4

Water

Watertoets In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening is voor dit ruimtelijke plan een watertoetsproces doorlopen. De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de gemeente en waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. De inzet daarbij is om in elk afzonderlijk plan met maatwerk het reeds bestaande waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid goed toe te passen en uit te voeren. De projectlocatie bevindt zich in het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Delfland. Binnen dit beheergebied wordt de watertoets niet uitgevoerd via ‘www.dedigitalewatertoets.nl’, maar via de eigen website van het Hoogheemraadschap. Het Hoogheemraadschap heeft daarnaast een handreiking watertoets opgesteld met handvatten voor de watertoetsprocedure bij ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. In deze handreiking worden zes thema’s benoemd, die hieronder voor het voorgenomen initiatief worden toegelicht: 1. Stevige dijken Conform de legger van het Hoogheemraadschap bevindt de projectlocatie zich niet op of nabij een waterkering. Dit thema is hierdoor niet relevant voor het project. 2.

Voorkomen van wateroverlast De projectlocatie bevindt zich in de Plaspoel- en Schaapweipolder. In de toekomstige situatie neemt het verharde oppervlakte toe. Het gaat hierbij om 110 m2 verhard oppervlakte voor het onderstation zelf, om het station wordt een verhard onderhoudspad aangelegd met in totaal een oppervlakte van 134 m 2. In totaal wordt er dus 244 m2 extra verhard oppervlakte aangelegd ten opzichte van de huidige situatie. Het project heeft verder geen invloed op waterstaatskundige werken. Voor het voorgenomen werk is de Watersleutel ingevuld. Hieruit blijkt dat er in totaal 86 m2 extra te realiseren oppervlaktewater plaats dient te vinden en 24 m3 extra te realiseren waterberging. De watersleutel is toegevoegd als bijlage 8. Het is niet mogelijk om in plaats van verharding rondom het onderstation half-verharding toe te passen. Over dit pad moet namelijk ten behoeve van onderhoud zware apparatuur kunnen worden verplaatst en halfverharding geeft hiervoor niet voldoende stevigheid. Ter compensatie van de toename van de verharde oppervlakte wordt wel een groen dak aangelegd op het onderstation wat een positief effect heeft op het waterbergend vermogen, het opvangen en vasthouden van regenwater. Hierdoor wordt het hemelwater vertraagd afgevoerd. Het hemelwater wordt vervolgens in de bodem geïnfiltreerd en wordt niet oppervlakkig afgevoerd.

Op de projectlocatie zijn er geen andere mogelijkheden tot compensatie van de toename van het verharde oppervlak. Aan de noordzijde bevindt zich een watergang, welke is aangelegd ter compensatie van de verbreding van het spoor (PHS), aan de westzijde bevindt zich het huidige combigebouw en aan de oosten zuidzijde is bos aanwezig. Het groen(blauwe) dak dat wordt aangelegd op het onderstation voldoet aan de waterbuffering zoals hieronder is opgenomen voor dak a:

Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 februari 2021 23 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Figuur 11 Uitgangspunten bufferend vermogen groen dak onderstation

De constructie van het dak is sterk genoeg om dit aanvullende water te dragen. Het Hoogheemraadschap heeft haar voorkeur ook uitgesproken voor dakvariant A. Het oppervlak van het dak van het onderstation is 4,5 x 21,5 meter = 96,75 m2. Bij de keuze voor dak b kan (96,75 m2 x 14,5 L/m2) = 1402,9 liter water worden gebufferd. De buffering van het dak is niet voldoende om de verharding volledig te compenseren. Daarom is in overleg met Hoogheemraadschap Delfland besloten dat op een ander perceel oppervlaktewater wordt gegraven ter compensatie van de verharding. De compensatie vindt plaats nabij de projectlocatie, aan de andere kant van het spoor. 3. Grondwater en voorkomen zoetwatertekort Het project heeft geen raakvlak met het grondwater, op het lokale grondwatersysteem of het voorkomen van zoetwatertekort. 4. Onderhoud en bagger De projectlocatie is niet gelegen nabij primaire watergangen, natuurvriendelijke oevers of waterkeringen. Hierdoor is het thema onderhoud en bagger niet relevant voor het voorgenomen initiatief. 5. Watersysteemkwaliteit en ecologie Voor, tijdens en na de realisatie van het nieuwe onderstation zullen er geen bodem of grondwater verontreinigende activiteiten plaatsvinden. In het onderstation worden wel een tweetal olie gekoelde tractietransformatoren (TT) geïnstalleerd. Deze TT zullen inpandig en op een fundatie met opvangbak worden geplaatst.

De betreffende opvangbak is olie- en waterdicht en dusdanig ontworpen dat, in geval van een defect de gehele inhoud van de olie van de TT opgevangen wordt en daarmee niet in het milieu terecht kan komen. Er worden geen materialen zoals lood, koper of zink gebruikt waardoor het afstromend hemelwater verontreinigd kan raken. Binnen de projectlocatie zijn geen kansen geïdentificeerd voor realisatie van de KRW-opgave. Er worden geen werkzaamheden in oppervlaktewater uitgevoerd. 6. Gezuiverd afvalwater Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 november 2020

24 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Er wordt geen afvalwater geproduceerd binnen het voorgenomen initiatief. Er wordt ook geen riolering aangebracht of water gezuiverd. Het afvloeiend hemelwater wordt direct geïnfiltreerd in de bodem. Consequenties voor het project Met het Hoogheemraadschap is afgesproken dat, naast een groen dak met buffering, er oppervlaktewater wordt aangelegd ter compensatie van de verharding.

4.5

Geluid

Het onderstation is geen geluidgevoelige bestemming conform de Wet geluidhinder. Door het ontbreken van een verkeersaantrekkende werking is geluid van wegverkeer uit te sluiten. Wel moeten de transformatoren beschouwd worden als geluidsbron. Beide transformatoren hebben een vermogen van 4,4 megavolt ampère (MVA). Voor deze transformatoren geldt dat deze inpandig geplaatst worden waarmee het geluid gedempt wordt. Overeenkomstig de VNG-publicatie, bedrijven en milieuzonering, geldt voor de activiteit (transformatoren met een gezamenlijk vermogen van minder dan 10 MVA) een richtafstand tot geluidgevoelige bestemmingen van 30 m. . De dichtstbijzijnde geluidgevoelige bestemming bevindt zich op meer dan 250 afstand. Het aspect geluid vormt daarmee geen belemmering voor het plan. De bouw van het onderstation is benodigd voor de extra treinen die gaan rijden op het traject. Het onderzoek naar de mogelijke geluid consequenties van deze extra treinen is binnen ProRail bij het programma belegd dat voornemens is om deze treinen te laten rijden. Consequenties voor het project Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.

4.6

Luchtkwaliteit

Alleen in tijdens de aanlegfase worden er activiteiten uitgevoerd die mogelijk een invloed kunnen hebben op de luchtkwaliteit. Tijdens de gebruiksfase is hier geen sprake van. Ook is er geen sprake van een toename van verkeer na de realisatie van het onderstation, dit doordat het bestemmingsverkeer zeer beperkt is Consequenties voor het project Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.

4.7

Conventionele explosieven

Uit het uitgevoerde vooronderzoek NGCE (Niet Gesprongen Conventionele Explosieven) is gebleken dat de locatie voor de sloop van het relaishuis en de nieuwbouw van het onderstation onverdacht is op het aantreffen van CE. Dit betekent dat de werkzaamheden regulier, zonder verdere CE-maatregelen, kunnen worden uitgevoerd. Consequenties voor het project Het gebied is onverdacht op het aantreffen van CE en vormt daarmee geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.

4.8

Kabels en leidingen

De risicokaart Nederland laat zien dat de betreffende locatie precies tussen twee Hogedruk Gasunie tracés (rode stippellijnen) loopt (zie uitsnede hieronder). Beide tracés liggen op ruim voldoende afstand van de beoogde locatie van het onderstation en vormen geen risico of beperking voor het voorgenomen initiatief. Ook de Hoogspanningsnetkaart Nederland laat geen raakvlakken zien met de beoogde locatie van het onderstation. Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 februari 2021 25 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Figuur 12 Uitsnede www.risicokaart.nl, rode stippellijn weergeeft gasleidingen, blauwe rechthoek weergeeft de projectlocatie

Verder is er een Klic-melding gedaan tijdens de ontwerpfase om overige kabels en leidingen in kaart te brengen. Deze inventarisatie van kabels en leidingen is opgenomen als bijlage 9 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Uit de melding blijkt dat er een aantal kabels nabij de projectlocatie liggen. Er is echter geen overlap met de projectlocatie zelf. Consequenties voor het project Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor het voorgenomen initiatief. Voorafgaand aan de uitvoering wordt opnieuw een Klic-melding gedaan.

4.9

Externe veiligheid

De voorgenomen ontwikkeling, het onderstation, betreft geen risicovol object. Het is ook geen object van hooginfrastructurele waarde en vormt daarmee geen beperkt kwetsbaar object. Daarnaast ligt het onderstation op grote afstand van woningen en andere kwetsbare bestemmingen, zoals scholen, waardoor elektromagnetische velden geen rol spelen. Consequenties voor het project Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.

4.10

MER-beoordeling

Hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer gaat in op de verplichting van een milieueffect-rapportage (afgekort: MER). Het Besluit milieueffectrapportage beschrijft categorieën van aangewezen activiteiten die MER-plichtig (categorie C) of m.e.r.-beoordelingsplichtig (cate-gorie D) zijn. Het planvoornemen is niet opgenomen in categorie C of categorie D van het Besluit MER. De realisatie van het onderstation is daarom niet MER-plichtig of m.e.r.-beoordelings-plichtig. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor het planvoornemen. Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 november 2020

26 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Overigens blijkt uit de milieuonderzoeken die in het kader van deze ruimtelijke onderbouwing zijn gedaan, dat er geen negatieve effecten voor het milieu te verwachten zijn.

Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 februari 2021 27 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

5

UITVOERBAARHEID

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Zoals aangegeven in hoofdstuk 2 is het bouwen van het onderstation in strijd met het vigerende bestemmingsplan en kan er worden afgeweken middels het verlenen van een omgevingsvergunning volgens de uitgebreide procedure, zoals beschreven in paragraaf 3.3 van de Wabo. De ontwerp omgevingsvergunning wordt gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. De aanvraag en de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing zijn onderdeel van de (ontwerp) omgevingsvergunning. Er is tevens een verklaring van geen bedenkingen nodig van de gemeenteraad, welke samen met de ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage wordt gelegd. Gedurende de termijn van de ter inzagelegging kan eenieder een zienswijze indienen. Op basis van de zienswijzen neemt het college van B&W een definitief besluit over het al dan niet afgeven van de omgevingsvergunning. Na verlening van de omgevingsvergunning wordt deze voor de tweede maal voor een periode van zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden beroep instellen tegen de omgevingsvergunning. Op deze wijze worden eventuele zienswijzen vanuit de omgeving meegenomen in het proces. Ter voorbereiding op het opstellen van de ruimtelijke onderbouwing en het uitwerken van het ontwerp heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de gemeente Rijswijk en ProRail, waarbij ook gesproken is met het programmabureau Rijswijk Buiten.

Het programmabureau Rijswijk Buiten is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk in de gemeente Rijswijk: Rijswijk Buiten. Tussen 2013 en 2023 worden er aan de zuidzijde van de gemeente meer dan 3000 nieuwe, duurzame woningen gebouwd. Voor deze nieuwe bewoners is het Wilhelminapark een belangrijke plek om te recreëren. Om geen afbreuk te doen aan de recreatieve waarde van het park door de ontwikkeling van het onderstation, is er rekening gehouden met de inpassing van het gebouw in de omgeving. Dit is beschreven in paragraaf 3.1. Er is verder geen bebouwing aanwezig nabij de projectlocatie, alleen aan de overkant van het spoor liggen een aantal volkstuinen, waarvan een gedeelte is verwijderd. Aan de voorzitter van de vereniging van de volkstuinen wordt een brief verstuurd met daarin uitgelegd wat ProRail wil gaan realiseren, het nieuwe onderstation. Mocht deze informatie niet voldoende zijn dan kan een gesprek met ProRail plaatsvinden. Daarnaast wordt in het verdere traject voor en tijdens de bouw afstemming gezocht met de gemeente Rijswijk om na te gaan of en zo ja hoe de bezoekers van het park betrokken worden.

Vanwege de geringe impact op zowel landschappelijke als maatschappelijke waarden, de voorbesprekingen met de gemeente en het programmabureau en de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen, wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid als positief beoordeeld.

5.2

Financiële uitvoerbaarheid

Voor de bouw van het onderstation te Rijswijk is een door ProRail een budget gealloceerd om deze te realiseren. Het project wordt gefinancierd vanuit het ministerie van IenW. Er is voldoende budget beschikbaar om de financiële uitvoerbaarheid van het project als positief te beoordelen. Daarnaast wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente en ProRail; er is geen exploitatieplan noodzakelijk omdat het kostenverhaal anderszins verzekerd is door de anterieure overeenkomst.

Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 november 2020

28 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

BIJLAGEN Bijlage 1 – Ontwerptekeningen Bijlage 2 – Detaillering toegangsdeur Rijswijk Bijlage 3 – Motivering ventilatie van ruimte Bijlage 4 – Quickscan flora en fauna Bijlage 5 – Aerius-berekening Bijlage 6 – Nader ecologisch onderzoek Bijlage 7 – Verkennend bodemonderzoek Bijlage 8 - Watersleutel Bijlage 9 – K&L inventarisatie

Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 februari 2021 29 van 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

COLOFON RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ONDERSTATION RIJSWIJK

KLANT ProRail AUTEUR Simone Loohuizen PROJECTNUMMER E07051.000219 ONZE REFERENTIE D10006992:135 DATUM 16 februari 2021 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR

Sietse Stellinga

Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 's-Hertogenbosch Nederland +31 (0)88 4261 261 www.arcadis.com

Onze referentie: D10006992:135 - Datum: 16 november 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=51d60eb2-a8a9-4a79-ae75-d2ee3658f671