CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-021 Raadsvoorstel regionale energiestrategie Rotterdam Den Haag 1.0.docx

Forum Stad 10 juni 2021, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Regionale Energiestrategie Rotterdam-Den Haag2.742 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Datum besluit B&W Forumverg. d.d. Agendapunt nr. Portefeuillehouder(s) Redacteur

(datum) (datum) (nummer) J. Keus - Financiën, Energietransitie en Handhavingsbeleid

M. Beke

Doorkiesnummer Domein / Team Corsanummer

Energietransitie 21.032759

Aan de Raad, 1.

Onderwerp Regionale Energiestrategie Rotterddam Den Haag 1.0

2.

Voorstel De Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag 1.0 vast te stellen.

3.

Inleiding Sinds begin 2018 wordt er in de regio Rotterdam-Den Haag gewerkt aan een gezamenlijke energiestrategie (RES 1.0). Door middel van ambtelijke en bestuurlijke ateliers wordt invulling gegeven aan de nationale opgave om CO2 uitstoot te reduceren en duurzame elektriciteit op te wekken. Dit regionale proces leidde in augustus 2019 tot het Energieperspectief 2050, dat toen door de betrokken regiopartijen en ook door het college is vastgesteld als bouwsteen voor het verdere proces. In oktober 2020 heeft uw gemeenteraad een aantal wensen en bedenkingen ingediend op de concept RES. De raad heeft destijds door middel van moties een reactie gegeven. In de nota van beantwoording van wensen en bedenkingen is per motie een reactie gegeven. De moties hebben geleid veelal geleid tot aanvulling, verduidelijking of aanscherping van de teksten in de aangeboden RES 1.0. Enkele moties hadden betrekking op lokale aangelegenheden. Verwezen wordt dan naar het eigen beleid. De RES 1.0 kent drie inhoudelijke hoofdlijnen: Warmte (infrastructuur, regionale afstemming vraag en aanbod), Elektriciteit (regionale grootschalige opwek middels zon en wind) en Brandstoffen (positiebepaling waterstof en groengas). Langs deze lijnen wordt beschreven hoe we een regionale invulling willen geven aan de gestelde opgaven.

Warmte Het thema warmte in de RES zet als eerste belangrijke maatregel in op besparen, o.a. door isoleren. Dit sluit aan op ons gemeentelijk beleid. De RES streeft regionaal naar een besparing van 20% of meer in de gebouwde omgeving. Vervolgens wil de RES de beschikbare rest- en aardwarmte benutten in een toekomstbestendige energiemix. De potentie van aardwarmte in de regio wordt geschat op 23 tot 33 Peta Joule (PJ). Ook in Rijswijk is er aardwarmtepotentieel. Daarnaast zijn er legio kansen voor lokale warmtebronnen, zoals aquathermie, zonthermie en warmte-koudeopslag. Uitgangsput vanuit de RES is, dat eerst wordt nagegaan hoe de warmtetransitie lokaal wordt vormgegeven. Vervolgens wordt, bij inzet op warmtenetten, bekeken of aan de warmtevraag voldaan kan worden met lokale bronnen. In Rijswijk zal waarschijnlijk bijvoorbeeld pas over vele jaren een

Corsanr. 21.032759

Pagina 1 van 8

Raadsvoorstel (vervolg)

aardwarmtebron betrouwbaar en haalbaar te ontwikkelen zijn. WarmtelinQ kan in de tussentijd een volwaardig duurzaam alternatief vormen. Inzet is om elektrificatie (bijvoorbeeld door warmtepompen) van de verwarmingsvraag waar mogelijk te voorkomen. In de regio wordt alleen ingezet op groengas als andere bronnen veel duurder zijn. De RES is duidelijk over het feit dat passende wet- en regelgeving en financiële instrumenten met randvoorwaarden nog moeten worden geborgd om te komen tot een versnelling van de energietransitie. Het onderdeel warmte van de RES past goed binnen de uitgangspunten, zoals die in het Basisdocument Energietransitie Rijswijk zijn gesteld. Elektriciteit De RES 1.0 beschrijft de kansen om 2,8-3,2 Terrawattuur (TWh) duurzame elektriciteit op te wekken. De RES zet zeer stevig in op zonne-energie op daken en parkeerplaatsen in stedelijk gebied; 40% van het geschikte dakoppervlak benutten we voor zonne-energie. In RES is de vraag geformuleerd naar mogelijkheden om aanvullend circa 27 extra windmolens te realiseren, op basis van de draagkracht van het landschap. Daarbij zoekt de RES bijvoorbeeld langs infrastructurele lijnen.

De regionale inzet is gebaseerd op de draagkracht van het landschap dat is uitgewerkt in 10 verhaallijnen op basis van het volgende afwegingskader: In het nader onderzoeken van zoekgebieden speelt het peilen van draagvlak (en daar waar mogelijk/wenselijk het draagvlak vergroten of versterken) een belangrijke rol. Dit vraagt een inspanning van decentrale overheden. Waar de regionale inzet beslag krijgt, is nog onderwerp van onderzoek. In de zoekgebieden vindt onder regie van gemeenten verder onderzoek plaats om inpassing van duurzame elektriciteitsproductie te concretiseren. In een gebiedsgerichte aanpak, met participatie van de belanghebbenden, gaan we deze grootschalige elektriciteitsopwekking uitwerken. Voor Rijswijk geldt dat er niet direct locaties geschikt zijn voor het opwekken van windenergie. Dit betekent dat we in Rijswijk met name zouden moeten inzetten op “zon op dak” en andere mogelijke locaties om duurzame elektriciteit op te wekken. Op dit moment wordt in Rijswijk circa 2,6% duurzaam opgewekt. Het landelijk gemiddelde ligt op 7,4%. De gemeente heeft geen beleid voor opwek van duurzame elektriciteit. Veel gemeenten binnen de RES hebben dit niet. Vandaar dat een van de afspraken is om voor het eind van dit jaar een uitvoeringsprogramma (acties) per gemeente door het college te laten vaststellen.

Deze acties moeten gericht zijn op het stimuleren van de opwek van duurzame elektriciteit. Het is ook duidelijk dat we in onze dicht bebouwde regio onvoldoende elektriciteit zelf kunnen opwekken. Dit betekent dat wij als regio een beroep doen op de capaciteit voor de opwek van duurzame elektriciteit elders in het land of op zee. Duurzame brandstoffen in de RES Onze regio heeft een goede uitgangssituatie voor het produceren en transporteren van duurzame brandstoffen, zoals groengas en waterstof en een uitgebreide energieinfrastructuur met een relatief grote capaciteit. Duurzame brandstoffen kunnen breed in het energiesysteem worden ingezet, maar zijn nu nog beperkt beschikbaar. De samenwerkende partijen in onze regio hebben de ambitie om het gebruik van groengas en waterstof richting 2030 en 2050 flink te verhogen. Vooral waterstof geproduceerd uit duurzame elektriciteit (groene waterstof) moet een grote rol gaan spelen. De RES kiest ervoor om schaarse duurzame brandstoffen zo hoogwaardig mogelijk in te zetten. Duurzame brandstoffen zet de RES alleen in, in gebouwen die moeilijk en duur te isoleren zijn en waar warmtenetten niet mogelijk zijn. De RES-regio werkt de komende twee jaar aan het in beeld brengen van het programma van vergunningen, procedures, investeringen en (innovatieve) projecten die de transitie naar duurzame brandstoffen mogelijk moeten maken.

Deze richting past binnen het beleid van de gemeente Rijswijk.

Corsanr. 21.032759

Pagina 2 van 8

Raadsvoorstel (vervolg)

De RES 1.0 sluit aan op het Basisdocument Energietransitie Rijswijk. De kansen, bedreigingen en voorwaarden zijn vanuit een regionaal perspectief nader uitgewerkt in de RES 1.0. Op basis van de RES 1.0 is het lokale beleid, onder andere in de Transitievisie Warmte, nader uit te werken. Met de RES 1.0 beogen we uiteindelijk een betaalbare, betrouwbare, veilige en schone energievoorziening voor iedereen in de regio te creëren waarbij een goede inpassing in het landschap als uitgangspunt genomen wordt. De RES 1.0 sluit aan op de uitgangspunten die in het Basisdocument Energietransitie Rijswijk zijn benoemd. Het gaat daarbij om: 1. Inzet op besparing van energie; 2. Borging van het belang van inzetten op duurzame brandstoffen in de toekomstige energiemix (na 2030); 3. WarmtelinQ als kans beschouwen voor de regionale warmtetransitie; 4. Inzetten op randvoorwaarden voor de energietransitie zoals betaalbaarheid. 4.

Beoogd effect Gestreefd wordt naar de verduurzaming van de energievoorziening. Het doel is om in 2030 de helft minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990 en in 2050 met 95%. De regionale ambities staan verwoord in de RES 1.0. Het wordt door alle raden, Provinciale Staten en Algemeen Besturen van de waterschappen eenduidig vastgesteld, met de intentie om de consequenties die voortvloeien uit de RES 1.0 te verankeren in het eigen (omgevings-) beleid. De RES 1.0 vormt het regionale kader voor het lokale beleid en is een stap in een proces tot 2050. Iedere twee jaar wordt de RES geactualiseerd. Het gaat daarbij om de regionale lijn hoe we gezamenlijk in de regio willen omgaan met de warmtetransitie, duurzame opwek van elektriciteit en hoe we omgaan met (bio) brandstoffen. Concreet betekent de RES voor Rijswijk dat: 1. De komst van WarmtelinQ door regionale inbedding is verankerd; 2. Regionale afstemming plaatsvindt over lokale opwek van elektriciteit en in Rijswijk vooralsnog alleen rekening is gehouden met opwek door middel van zon; 3. In de regio rekening wordt gehouden met gedeeltelijke toepassing van duurzame brandstoffen en daarop ook echt wordt ingezet.

5.

Argumenten 1. Gezamenlijk bereiken we meer dan alleen Met het aangaan van de regionale samenwerking en deelname aan de RES in 2017, is er door alle betrokken partijen afgesproken dat zij achter de RES staan en zich inzetten om de regionale doelen te realiseren. Wanneer alle 28 partijen zich eenduidig achter de RES 1.0 scharen is de kans groter dat deze regionale en daarmee ook de landelijke doelstellingen uit het Klimaatakkoord worden behaald. Eensgezindheid over de RES en daarmee realisatie van de doelen versterkt de lobby richting het Rijk bij het stellen van randvoorwaarden over financiële middelen en passende wetgeving. Ook kunnen die processen die evident gemeentegrens-overstijgend zijn vanuit een gedeelde basis worden opgepakt. 2. De RES 1.0 dient als basis voor het richten van de lokale activiteiten In de RES 1.0 is er meer duidelijkheid geboden over de opgave (stip op de horizon) en welke stappen partijen kunnen zetten op de korte, middellange en lange termijn (handelingsperspectief). Daarmee dient het als uitgangspunt voor de lokale activiteiten die hierop kunnen worden ingericht. De lokale acties en beleid kennen elk hun eigen invulling, waarvoor de RES 1.0 een stevige basis geeft om op voort te bouwen en de vertaling naar de eigen context te kunnen maken.

Corsanr. 21.032759

Pagina 3 van 8

Raadsvoorstel (vervolg)

3. Monitoring van de opgave geeft inzicht in de vorderingen en kan worden ingezet om het bestuurlijk gesprek te voeren Voor alle gemeenten in de energieregio Rotterdam Den Haag is een monitoringstool toegankelijk gemaakt. Bij deelname van de gemeenten voorziet de gemeente in informatie als input voor de monitoring. Hiermee wordt de informatie van de gemeente toegevoegd en wordt deze gebundeld tot een regionaal beeld. Daaruit blijkt wat er al is bereikt en wat er nog gedaan moet worden om de doelstelling te bereiken. Het biedt daarmee inzicht in de vorderingen. De ‘foto’ die de monitoring periodiek biedt, kan bovendien worden ingezet om het bestuurlijke gesprek te voeren over aanscherpingen van de aanpak. 4. Vertaling naar eigen (omgevings-) beleid biedt ruimte voor de lokale context In de RES 1.0 worden oplossingsrichtingen gegeven voor de opwek van onze duurzame energie. Deze zijn in samenspraak met alle regiopartijen opgesteld. Echter, elke gemeente kent een eigen lokale context waar maatwerk nodig is om de oplossingsrichtingen op de lokale context te laten aansluiten. Hierom kan het opstellen van een overzicht waarin de acties die de gemeente zal ondernemen ter realisatie van de ambities, inzicht en handvatten bieden zodat het opnemen van de plannen in het eigen (omgevings-)beleid op een zorgvuldige wijze kan plaatsvinden.

Het opnemen van de acties in dit beleid is de uiteindelijke verankering van de doelstellingen, waardoor de RES 1.0 daadwerkelijk een plek krijgt in de uitvoering. 6.

Kanttekeningen 1. De RES is een ‘vrijwillig verplichte’ samenwerking Zowel internationaal als nationaal staan we voor een forse opgave om klimaatdoelstellingen te realiseren. Ook lokale overheden dienen hier, middels betrokkenheid bij de RES, aan bij te dragen. Niet betrokken zijn bij een RES is in politiekbestuurlijk opzicht moeilijk verdedigbaar. Soms betekent dit ook dat het moeilijk is om lokale belangen direct door te laten werken in het proces of in de inhoud van de RES. Afwegingen worden namelijk in regionaal verband gemaakt. Het blijft dan ook van belang om met oog voor de regionale dynamiek lokale belangen naar voren te brengen. Overigens zijn we er als gemeente tot nu toe in geslaagd om onze lokale inzet ook tot regionale inzet te maken. 2. De weg van inspanningsverplichting naar realisatie De RES 1.0 is niet het eindstation in het regionale deel van de energietransitie. Na besluitvorming over de RES 1.0 werken we (via een RES 2.0, 3.0 etc.) toe naar verdere uitwerking en concretisering om uiteindelijk tot concrete projecten op gemeentelijk niveau te kunnen komen. Een eerste stap is het doen van een inventarisatie van gemeentelijke plannen en regels die de uitvoering van de RES in de weg kunnen staan. Dit laat onverlet dat wanneer de realisatie van de opgave op RES totaalniveau achter dreigt te blijven, er in RES verband een oplossing moet worden gevonden. 3.

Zorgen over de haalbaarheid en betaalbaarheid Ook uit onze eigen onderzoeken blijkt dat de zorgen met name zitten bij de betaalbaarheid van de energietransitie. Het gaat er dan met name om de gebouwde omgeving van het aardgas af te halen. Zonder aanvullende financiële middelen is dat op dit moment niet mogelijk. Ook de wet- en regelgeving (Wet Collectieve warmtevoorziening) is nog niet op orde. De energietransitie valt of staat met deze randvoorwaarden. Zonder de beschikking over extra middelen en/of adequate wet- en regelgeving zijn projecten in beginsel niet haalbaar en is het dus lastig om draagvlak te krijgen.

Corsanr. 21.032759

Pagina 4 van 8

Raadsvoorstel (vervolg)

7.

Financiën In het Nationaal Klimaatakkoord is afgesproken dat de gemeenten financiële middelen krijgen om de proceskosten van de energietransitie (deels) te dekken. Dit geldt ook voor de kosten voor het opstellen van de RES. Er ligt nog een toezegging van de vorige kabinet over de financiering van de RES-organisaties na het vaststellen. Deze wordt op dit moment uitgewerkt. Wat dit betekent voor het vervolg van de RES Rotterdam Den Haag is nog onduidelijk.

8.

Vervolg Zodra de RES 1.0 door alle partijen is vastgesteld, wordt deze naar het Nationaal Programma RES gestuurd. Conform Klimaatakkoord is dat op 1 juli 2021. Daarop volgend zal er een beoordeling van de 30 RES’en plaatsvinden door het Nationaal Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Nationaal Programma RES. Daaruit komt ook naar voren of de landelijke doelstellingen binnen bereik zijn met de ingediende RES’en. Indien dat niet het geval is kan dat leiden tot herverdeling van een restopgave. Dat proces zal plaatsvinden onder aansturing van de koepels van decentrale overheden (Vereniging Nederlandse gemeenten, Interprovinciaal Overleg en Unie van Waterschappen). Daarnaast is afgesproken dat de afzonderlijke gemeenten een overzicht opstellen van de acties die ze zal ondernemen ter realisatie van de ambities in de RES 1.0 en waar dat aanpassing van beleid en plannen vraagt. De RES 1.0 is slechts de eerste officiële stap in een lange termijncyclus tot aan 2030. Door te verbinden aan het proces tot het eind van het Klimaatakkoord, nu gepland op 31 december 2030, kan na de RES 1.0 toegewerkt worden naar de RES 2.0, waarin de doelen verder zijn te concretiseren en de benodigde informatie voor het verlenen van vergunningen (uiterlijk 2025 volgens het Klimaatakkoord t.a.v. elektriciteit) regionaal worden opgehaald.

Deze verbinding hangt voor de betrokken gemeenten samen met de voorwaarden die in VNG-verband zijn gesteld aan deelname aan het Klimaatakkoord.

9.

Communicatie Bij het tot stand komen van de RES 1.0 is de participatiecoalitie betrokken geweest. De participatiecoalitie bestaat uit vijf maatschappelijke organisaties van, voor en door bewoners: Hier opgewekt, de Natuur en Milieufederaties, Energie Samen, Buurkracht en Vereniging Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA bewoners). Daarnaast heeft de concept RES 1.0 heeft vorig jaar ter inzage gelegen. In Rijswijk heeft dit vier reacties opgeleverd van bewoners/organisaties. Deze reactie zijn net zoals de reacties van de raad verwerkt in de RES 1.0. Wij als gemeente hebben deze vier bewoners/organisaties op de hoogte gehouden van elke stap die vervolgens is gezet om te komen tot de RES 1.0. Ook bij de verdere stappen in het kader van de uitvoering van de RES zal de participatiecoalitie en zo mogelijke lokale organisaties worden betrokken. Ook zullen wij de Adviesraad (in oprichting) gaan betrekken bij de vervolgstappen.

Corsanr. 21.032759

Pagina 5 van 8

Raadsvoorstel (vervolg)

10.

Bijlagen 1. Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag 1.0 2. Samenvatting Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag 1.0 3. Nota van beantwoording wensen en bedenkingen

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders, de secretaris,

de burgemeester (wnd),

P.M. Schuit

mr.drs. G.A.A. Verkerk

Corsanr. 21.032759

Pagina 6 van 8

Raadsvoorstel (vervolg)

Corsanr. 21.032759

Pagina 7 van 8

Raadsbesluit

De gemeenteraad van Rijswijk, Bijeen in openbare vergadering op 15 juni 2021 Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 20 april 2021 , nr.

BESLUIT: De Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag 1.0 vast te stellen; Aldus besloten door de Raad van de gemeente Rijswijk, in zijn openbare vergadering van 15 juni 2021

Hoogachtend, de gemeenteraad, de griffier,

de voorzitter,

J.A. Massaar, bpa

mr.drs. G.A.A. Verkerk

Corsanr. 21.032759

Pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=b57f7d94-686d-4597-9df1-c9672e559cff