CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-012 A Beleidskader Subsidies V8 (1).docx

Raadsvergadering 30 maart 2021, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidskader subsidies (21-012)7.791 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidskader subsidies gemeente Rijswijk

Subsidieaanvragen voor het jaar 2022 e.v.

Versiebeheer Versie 1 2 3

Status Concept Concept Concept

4

Concept

5

Concept

6

Concept

7

Concept

8

Concept

1.0

Definitief

Status Definitief

Wijziging 1e versie op basis van opdracht Verduidelijken structuur Aanpassen en uitbreiden technisch en inhoudelijk kader Verwerken commentaar diverse deskundigen binnen de gemeente Verwerken commentaar diverse deskundigen binnen de gemeente. Finale versie t.b.v. gemeenteraad Correcties en opmerkingen van deskundigen verwerkt Correcties en opmerkingen van deskundigen verwerkt Correcties en opmerkingen van deskundigen, opdrachtgever en wethouder verwerkt Raadsvoorstel

Vastgesteld 30-03-2021

Datum 29-12-2020 05-01-2021 18-01-2021

Proceseigenaar -

31-01-2021

-

15-02-2021

-

18-02-2021

-

19-02-2021

-

22-02-2021

-

30-03-2021

-

Geldigheid 30-03-2026

1

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

Doelstelling en opzet van het beleidskader subsidies ....................................................................................3 1.1

Inleiding..................................................................................................................................................3

1.2

Scope......................................................................................................................................................3

1.3

Doelstelling.............................................................................................................................................3

1.4

Directe en Indirecte Subsidies................................................................................................................4

1.5

Leeswijzer...............................................................................................................................................4

1.6

Randvoorwaarden..................................................................................................................................4

Technisch beleidskader subsidies ...................................................................................................................6 2.1

Algemene Subsidieverordening Rijswijk ................................................................................................6

2.2

Wat is een subsidie?...............................................................................................................................7

2.3

Subsidie als instrument ..........................................................................................................................7

2.4

Opdracht versus subsidies......................................................................................................................8

2.5

Subsidieplafond......................................................................................................................................9

2.6

Subsidietermijn ....................................................................................................................................10

2.7

Subsidieverdeling .................................................................................................................................10

2.8

Subsidie typen ......................................................................................................................................11

2.9

Structurele subsidies ............................................................................................................................12

2.10

Incidentele subsidies ............................................................................................................................12

2.11

Cofinanciering ......................................................................................................................................13

Inhoudelijk beleidskader subsidies ...............................................................................................................14 3.1

Rol van de gemeente Rijswijk...............................................................................................................14

3.3

Algemene kaders..................................................................................................................................14

3.4

Gesubsidieerde beleidsdomeinen........................................................................................................14

3.5

Beoordelingskader ...............................................................................................................................15

3.6

Specifiek Beoordelingskader ................................................................................................................17

2

1. Doelstelling en opzet van het beleidskader subsidies 1.1

Inleiding

Subsidieverstrekking is één van de instrumenten die een gemeente tot zijn beschikking heeft om haar maatschappelijke en beleidsdoelstellingen te realiseren. De gemeente Rijswijk kent verschillende wetgeving en beleidskaders die door middel van het instrument subsidies worden gefinancierd. De Algemene Subsidieverordening Rijswijk (ASV) beschrijft het proces van subsidie aanvraag en verstrekking. Daarnaast zijn er diverse nadere regelingen en beleidsnota’s van kracht waarin is vastgelegd welke taken en beleidsdoelen de gemeente Rijswijk nastreeft. De manier waarop de gemeente de ASV in relatie tot diverse beleidsdoelstelling toepast, is nog niet vastgelegd. De gemeente Rijswijk kent op dit moment geen beleidskader subsidies dat beschrijft op basis van welke uitgangspunten subsidies worden ingezet en getoetst. Het ontbreken van een beleidskader subsidies wordt door het college van B&W, de gemeenteraad en de ambtelijke organisatie als belemmering ervaren voor het juiste inzicht in en gesprek over de inzet van publieke middelen.

1.2

Scope

In het beleidskader subsidies is vastgelegd welke uitgangspunten de gemeente Rijswijk hanteert bij het toetsen en toekennen van subsidies. Uitgangspunten  Het college van B&W en de gemeenteraad stellen de ASV en het beleidskader subsidies vast;  De uitvoering van de verordening, het toepassen van het beleidskader subsidies en borgen van het proces, is de verantwoordelijkheid van het college;  Het beleidskader subsidies is van toepassing op alle subsidies die de gemeente Rijswijk toekent. 1.2.1 Ingangstermijn Het beleidskader subsidies gaat in voor subsidieaanvragen die betrekking hebben op activiteiten vanaf 2022. Het document dient minimaal eens in de vier jaar te worden geëvalueerd en waar nodig geactualiseerd. Wanneer er beleidswijzigingen plaatsvinden als gevolg van een nieuw collegeakkoord of raadsbesluit en deze aanzienlijke impact hebben op het subsidiebeleid, dan dient het beleidskader subsidies eveneens te worden aangepast. Hiermee wordt bewaakt dat het beleidskader subsidies: 1) Altijd in overeenstemming is met het beleid van de gemeente Rijswijk en de besluitvorming van het college van B&W en de gemeenteraad; 2) In overeenstemming is met de geldende wet- en regelgeving.

1.3

Doelstelling

De ASV biedt onvoldoende handvatten voor het toetsen en beoordelen van subsidieaanvragen in relatie tot de beleidsdoelstellingen van de gemeente Rijswijk. Een beleidskader subsidies waaraan de verschillende subsidieaanvragen gestructureerd en objectief worden getoetst, is hiervoor noodzakelijk. Het beleidskader subsidies wordt ingezet om de subsidieuitgaven te toetsen en te beoordelen. Het is een instrument waarmee subsidieaanvragen onderling kunnen worden vergeleken en toegekend op basis van hun bijdrage aan de maatschappelijke doelen van de gemeente Rijswijk. Doelstelling Het beleidskader subsidies heeft tot doel uitgangspunten te formuleren aan de hand waarvan wordt beoordeeld of subsidies voldoende bijdrage leveren aan het behalen van de maatschappelijke doelstellingen die de gemeente Rijswijk heeft gesteld.

3

Toelichting De ASV alleen voldoet niet om de geformuleerde doelstelling te bereiken. Eén van de belangrijkste voorwaarde van de ASV is artikel 2, lid b: “De mate waarin de activiteiten van een instelling ten goede komen aan de ingezetenen van Rijswijk is mede bepalend voor het verlenen van subsidie en de berekening daarvan.” Deze voorwaarde is zo algemeen geformuleerd dat zonder aanvullende criteria een subsidieactiviteit vrijwel altijd van toepassing is en in bepaalde mate ten goede komt aan de inwoners van Rijswijk. Het biedt onvoldoende houvast bij het kwalitatief toetsen en toekennen van subsidieaanvragen.

1.4

Directe en Indirecte Subsidies

In dit beleidskader subsidies worden alleen uitgangspunten met betrekking tot directe subsidies geformuleerd. De gemeente Rijswijk past naast directe ook indirecte subsidiëring toe. Bij directe subsidies stelt de gemeente financiële middelen beschikbaar. Bij indirecte subsidies worden diensten, goederen of accommodaties tegen een afwijkende financiële vergoeding – vaak lager dan de kostprijs – beschikbaar gesteld. Het kosteloos beschikbaar stellen van diensten, goederen of accommodaties is wettelijk geen ‘subsidie’ en valt buiten de scope van dit beleidskader subsidies. De toekenning van indirecte subsidies worden niet verantwoord in het subsidieregister of jaarrekening. Het is daarmee niet direct inzichtelijk welke organisatie indirecte subsidie ontvangen in de vorm van korting op kosten van accommodatie, diensten of goederen. Deze vorm van subsidie is met de intrede van de Wet Markt en Overheid onder bepaalde voorwaarden nog mogelijk, maar wel ongewenst. Overheden moeten de kosten die zij maken voor een dienst doorberekenen in de prijs1. Dat betekent in de praktijk dat de gemeente de kostprijs voor accommodaties, diensten of goederen volledig moet doorbelasten aan de gebruiker, en hierbij kan besluiten de gebruiker tegemoet te komen in de lasten door middel van het verstrekken van een subsidie. Hiermee wordt tevens de subsidiestroom direct gemaakt.

1.5

Leeswijzer

Het beleidskader subsidies is ingedeeld in twee hoofdstukken. Een hoofdstuk met uitleg over de technische aspecten en een hoofdstuk over het inhoudelijke deel van het beleidskader subsidies. In het hoofdstuk over het technische beleidskader wordt de positionering van het beleidskader subsidies toegelicht. Voor deze indeling is gekozen omdat een bepaalde mate van basiskennis en begrip noodzakelijk is om subsidies op de juiste wijze te beoordelen. Het technische hoofdstuk van het beleidskader subsidies concentreert zich op het begrip ‘subsidie’ en zal daarom eerst worden behandeld. Het inhoudelijke hoofdstuk van het beleidskader subsidies gaat over het ‘beleidsmatige’ kader. In dit hoofdstuk gaat het met name over beleidsinhoudelijke criteria waaraan subsidies moeten worden getoetst en beoordeeld in relatie tot de doelstellingen van de gemeente Rijswijk.

1.6

Randvoorwaarden

Een aantal onderwerpen horen niet thuis in een beleidskader subsidies, maar zijn wel randvoorwaardelijk voor een succesvolle toepassing. Verslaglegging In het beleidskader subsidies zijn toetsingscriteria geformuleerd waaraan aanvragen worden getoetst en beoordeeld. De beoordeling en puntentoekenning van een subsidieaanvraag worden schriftelijk of digitaal vastgelegd. Daarmee wordt het mogelijk om met anderen de beoordeling te bespreken en evalueren. Het toetsings- en beoordelingsproces van de subsidiebehandeling is daarmee controleerbaar. Controleerbaarheid is een belangrijke voorwaarde bij het voorkomen van onrechtmatigheden in de subsidieverstrekking. Daarnaast kan het vastleggen van de resultaten van de toetsing en beoordeling worden gebruikt ter onderbouwing of toelichting in de definitieve subsidiebeschikking.

1

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/mededinging/markt-en-overheid

4

Evaluatie Ieder kader valt of staat met het gebruik er van. Het is van belang dat na vaststelling van het beleidskader subsidies er ook daadwerkelijk mee wordt gewerkt. Het beleidskader subsidies stelt de gemeente Rijswijk in staat om de doeltreffend- en doelmatigheid van subsidies periodiek te evalueren. Dat biedt inzicht om subsidies in te zetten daar waar het meeste effect wordt bereikt. Daarvoor is het noodzakelijk dat de subsidieontvanger periodiek de voortgang van de activiteiten rapporteert. Afhankelijk van het soort, type en subsidiebedrag zijn daar verschillende afspraken voor van toepassing. Algemene Subsidieverordening Rijswijk De Algemene Subsidieverordening is recent gewijzigd en per 1 januari 2020 van kracht geworden. In de ASV wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen de verschillende type subsidies zoals bijvoorbeeld ‘exploitatie’, ‘budget’, ‘project’ of ‘waarderingssubsidie’. De waarderingssubsidie is bijvoorbeeld als subsidie instrument vervallen. Het is aan te bevelen om ook de ASV periodiek te evalueren en daarbij te kijken of de gehanteerde subsidietypen de gemeente Rijswijk voldoende mogelijkheden bieden om de subsidiemiddelen optimaal in te zetten. Proceseigenaar Het periodiek actualiseren van het beleidskader subsidies borgt dat veranderde beleidsambities van het college van B&W en de gemeenteraad worden vertaald naar bruikbare toetsingscriteria.

Het is van belang dat het eigenaarschap voor het actualiseren van het beleidskader subsidies duidelijk wordt belegd binnen de gemeentelijke organisatie. De proceseigenaar kan er voor zorgen dat er een coördinator wordt aangesteld die toeziet op een goed verloop van het gehele subsidieproces binnen de gemeente Rijswijk. Financieel beleidskader In het beleidskader subsidies worden geen financiële beleidskaders vastgelegd. De financiële voorwaarden staan beschreven in de ASV of specifieke subsidieregelingen.

5

2. Technisch beleidskader subsidies In dit hoofdstuk zullen verschillende technische begrippen over het subsidiestelsel worden behandeld. Het is van belang af te bakenen wat een subsidies wel én vooral niet is.

2.1

Algemene Subsidieverordening Rijswijk

Het verstrekken van een subsidie vereist altijd een wettelijk voorschrift. Voor de gemeente is dat een verordening. Per 1 januari 2020 is de Algemene Subsidieverordening Rijswijk 2020 van kracht geworden. De ASV beschrijft onder welke voorwaarden een subsidie bij de gemeente Rijswijk kan worden aangevraagd. De Algemene wet Bestuursrecht (Awb) schrijft in artikel 4:23, lid 1 voor dat: Een bestuursorgaan verstrekt slechts subsidie op grond van een wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt. Een Algemene subsidieverordening beschrijft de algemene voorwaarden waaraan de subsidie aanvraag en toekenning moeten voldoen. Een subsidieverordening alleen is vaak niet voldoende. Voor vrijwel alle verstrekte subsidies gelden aanvullende voorschriften waaraan de activiteiten en/of subsidieontvanger moet voldoen. De voorschriften zijn vastgelegd in wet- en regelgeving of nadere subsidieregeling waarin specifieke subsidievoorwaarden zijn opgenomen. Voor zover van toepassing, wordt in de voorschriften ook bepaald welke doelgroepen voor de subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.

2.1.1 Positionering van het beleidskader subsidies De gemeente Rijswijk subsidieert uiteenlopende activiteiten waarbij beleidsdomeinen en bedragen verschillen van kleine bedragen (paar honderd euro) aan een inwoner van Rijswijk, tot zeer grote bedragen (meer dan een miljoen euro) aan professionele instellingen. Tussen de ASV en de aanvullende subsidievoorwaarden die aan de te subsidiëren activiteit worden gesteld, ontbreekt op dit moment een generiek toetsingskader. In de ASV worden de algemene subsidievoorwaarden wettelijk vastgelegd. In het beleidskader subsidies staan de belangrijkste beleidsdoelstellingen die de gemeente Rijswijk wil bereiken. Het beleidskader subsidies vormt samen met de ASV en de specifieke beleidsregels voor voorzieningen en activiteiten samen het subsidiestelsel van de gemeente Rijswijk (Figuur 1). Het beleidskader subsidies en de ASV behoren daarbij tot de kaderstellende bevoegdheid van de gemeenteraad. De specifieke beleidsregels voor de uitvoeringspraktijk zijn een collegebevoegdheid.

Awb - Subidies Algemene Subsidieverordening Subsidiebeleidskader Extra subsidievoorwaarden (a) Extra subsidievoorwaarden (b) Extra subsidievoorwaarden (c)

Begroting / Beleidskaders en -nota's/ Convenanten / Beleidsvisies Figuur 1 – Subsidiestelstel gemeente Rijswijk 6

2.2

Wat is een subsidie?

De definitie van ‘subsidie’ staat in artikel 4:21 van de Awb. Onder subsidie wordt verstaan: “de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.”2 Hieruit volgt dat:  De financiële middelen worden verstrekt door een bestuursorgaan (gemeente Rijswijk);  De financiële middelen worden verstrekt voor bepaalde activiteiten van de aanvrager. Dat wil zeggen dat de bestedingsrichting van tevoren duidelijk omschreven moet zijn. Een uitkering voor levensonderhoud is geen subsidie;  Het initiatief voor het verkrijgen van de subsidie ligt bij de subsidieaanvrager;  Het mag niet gaan om betaling voor goederen of diensten die aan het bestuursorgaan geleverd worden. Voorbeeld: een betaling aan de aannemer die het gemeentehuis opknapt is geen subsidie.

2.3

Subsidie als instrument

Het beleidskader subsidies beschrijft de kaders en toetsingscriteria waaraan subsidieaanvragen worden getoetst en beoordeeld. Hierbij is subsidieverstrekking één van de instrumenten is die een gemeente tot zijn beschikking heeft om beleidsdoelstellingen te realiseren. 2.3.1 Subsidietoets Het is verstandig om voorafgaand aan de keuze voor het instrument subsidiëring als gemeente Rijswijk de volgende vragen te stellen: 1) Wettelijk kader: Is de subsidiebijdrage noodzakelijk vanuit een wettelijke kader? 2) Doeltreffendheid: Is subsidieverstrekking een effectieve manier om beleidsdoelstellingen te realiseren? 3) Doelmatigheid: Is subsidieverstrekking de meest efficiënte manier om de beleidsdoelstellingen te realiseren? 2.3.2 Aanbestedingsplicht Bij de keuze voor de beste en juiste wijze van financieren spelen – naast doelmatigheid en doeltreffendheid – ook contractuele en juridische afwegingen. De juridische afweging wat de beste manier is om beleidsdoelstellingen te realiseren, vormt geen onderdeel van dit beleidskader subsidies. Het wordt hier benoemd om erop te attenderen dat er ook juridische aspecten een rol spelen bij het bepalen van de beste manier om activiteiten uit te voeren. Transacties die in ons nationale recht onder de subsidietitel van de Awb zijn gebracht, kunnen onder het begrip “overheidsopdracht” vallen.

Er kan daarom niet van worden uitgegaan dat bij subsidieverstrekking geen aanbestedingsplicht bestaat.

Figuur 2 – Overeenkomst met prestatieverplichting

2

Awb, Artikel 4:21, 4 juni 1992.

7

De aanwezigheid van een prestatieverplichting vormt de belangrijkste aanwijzing dat bij het verstrekken van subsidies sprake is van een “overheidsopdracht”. In dat geval dient rekening te worden gehouden met de toepassing van de Europese aanbestedingsrichtlijnen (en de Aanbestedingswet 2012). Daarmee is uiteraard niet gezegd dat bij een prestatieplicht steeds een aanbestedingsplicht bestaat. Dat is afhankelijk van de aard en de omvang van de gesubsidieerde projecten.3 Uitgangspunten  Wanneer de gemeente Rijswijk het bestaande aanbod van subsidieregelingen wil uitbreiden met een nieuwe regeling, heeft er vooraf een subsidietoets plaatsgevonden om te bepalen of subsidiëring het beste instrument is.

2.4

Opdracht versus subsidies

In dit deel wordt beschreven wat het verschil is tussen een opdracht (inkoop) versus een subsidieverstrekking. 2.4.1 Begrippenkader Het is noodzakelijk duidelijke definities te hanteren wanneer er sprake is van een subsidie. Dat is bepalend of de ASV en het beleidskader subsidies wel of niet van toepassing zijn. Geregeld worden begrippen als uitkering, vergoeding en subsidie door elkaar gebruikt. Daarmee kan begripsverwarring ontstaan. In tabel 1 en 2 zijn de verschillende kenmerken en indicatoren tussen een opdrachten subsidie tegen elkaar afgezet. O verheidsopdrac ht (ric htlijn 2 0 1 4 / 2 4 / EU) Schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel (overheidsopdracht) Tussen een of meer ondernemers en een of meer aanbestedende diensten gesloten Die betrekking heeft op de uitvoering van werken, de levering van producten of het verlenen van diensten

Subsidie (Awb) Aanspraak op financiële middelen Door een bestuursorgaan verstrekt Met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager Anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten

Tabel 1 – Onderscheid tussen opdracht versus subsidie Bron: www.pianoo.nl Indic atoren O verheidsopdrac ht De uit te voeren activiteiten zijn nauwkeurig omschreven en de prestaties zijn afdwingbaar Inhoud van de opdracht wordt door de opdrachtgever bepaald Activiteit in het belang van het eigen bestuursorgaan De activiteiten worden uitgevoerd door een onderneming of de instelling verricht ook activiteiten voor anderen

Indic atoren Subsidie De uitwerking van de activiteiten ligt bij de subsidie ontvanger Inhoud van de opdracht wordt door de subsidieontvanger ingevuld Dient het algemeen belang De subsidieontvanger voert activiteiten uit tegen kostprijs of het subsidiebedrag dekt niet de volledige kosten voor de activiteiten

Tabel 2 – Indicatoren onderscheid tussen opdracht versus subsidie Zeggenschap Bij het verlenen van subsidies worden in principe geen wederzijdse verplichtingen in het leven geroepen maar alleen een eenzijdige aanspraak op financiële middelen. De subsidieontvanger is niet verplicht de gesubsidieerde activiteit uit te voeren. Wanneer de te subsidiëren activiteiten niet nauwkeurig zijn omschreven en/of de subsidiegever geen of weinig zeggenschap heeft over de invulling van die activiteiten heeft, is dit een indicatie dat er sprake is van subsidie. Naarmate de subsidieverstrekker meer zeggenschap over de invulling van de prestatie heeft zal er eerder sprake zijn van opdracht. Steeds minder zal dan kunnen worden volgehouden dat er sprake is van een 'eigen activiteit' van de subsidieontvanger. In de basis is bij subsidies van belang dat de opdrachtgever (gemeente Rijswijk) gaat over het ‘wat’ (de prestaties of activiteiten) en de subsidie ontvanger bepaalt ‘hoe’ (de prestaties en activiteiten) het beste worden uitgevoerd.

3

Subsidiëren of inkopen? Handreiking voor ambtelijke professionals

8

Initiatief Bij subsidieverstrekking is degene die de activiteit verricht meestal niet het bestuursorgaan. Bij een opdracht is de opdrachtgever meestal wel het bestuursorgaan. Bij een opdracht wordt de inhoud van de opdracht door de opdrachtgever bepaald. Bij een subsidie wordt de uitwerking en uitvoering van de subsidiedoelstellingen aan de subsidieontvanger overgelaten. De subsidieverstrekker biedt slechts een kader in combinatie met aanvullende voorwaarden waarbinnen de subsidiabele activiteiten dienen te worden uitgevoerd. Belang Bij subsidies verstrekt de gemeente geld aan activiteiten die zijn gericht op het algemeen belang van zijn inwoners. Het algemeen belang is meestal de reden om een activiteit te stimuleren met subsidies. Activiteiten die zijn gericht op de eigen behoeften van het bestuursorgaan zelf, duidt juist vaak op een opdracht. Commerciële activiteiten Wanneer de subsidie aanvrager de te verrichten activiteiten tegen kostprijs zal verrichten, dan zal er vaak sprake zijn van een subsidie. Is er voor de te subsidiëren activiteiten sprake van een volwaardige markt waarop op winst gerichte ondernemingen opereren, dan zal er eerder sprake zijn van een opdracht.

2.5

Subsidieplafond

De Algemene Subsidieverordening Rijswijk geeft aan dat het college binnen de kaders van de door de gemeenteraad vastgestelde begroting subsidieplafonds kan vaststellen. Dit is geen verplichting. Het college van B&W beslist waar en hoe een subsidieplafond wordt toegepast. De gemeente Rijswijk maakt nog beperkt gebruik van subsidieplafonds. Dit brengt het risico met zich mee dat er meer subsidie wordt toegekend, dan beschikbaar in de gemeentebegroting. Wanneer een aanvraag voldoet aan de criteria, zal de subsidie in principe moeten worden toegekend. Het instellen van een subsidieplafond vraagt om een beleidskader subsidies met algemene uitgangspunten die helpen om een beleidsmatige afweging te maken met het hoogste maatschappelijke effect voor de gemeente Rijswijk. In dit beleidskader subsidies zijn de uitgangspunten met betrekking tot subsidieplafonds beschreven. Het stelt de gemeente Rijswijk in staat om subsidies te toetsen aan de voorwaarde dat er voldoende middelen binnen het subsidieplafond, beschikbaar zijn. Het is van belang dat bij de verleningsbeschikking de beschikbaarheid van voldoende middelen op de begroting nadrukkelijk als voorwaarde wordt vermeld.

2.5.1 Definitie Subsidieplafond Een subsidieplafond is het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van een bepaalde subsidie, die op basis van een verordening wordt verstrekt. Het moet onder vermelding van de naam ‘subsidieplafond’ worden vastgesteld. Een subsidieplafond is dus iets anders dan de vermelding op de begroting dat er voor een bepaald beleidsterrein een bepaald bedrag beschikbaar is voor subsidies.4 Uitgangspunten  Per beleidsdomein wordt een subsidieplafond vastgesteld die de uitgaven maximeren;  Het subsidieplafond vermeldt het maximum bedrag dat binnen begrotingsverband per jaar mag worden uitgekeerd;  Periodiek wordt er gerapporteerd op de uitputting en vastgestelde prestatie-indicatoren van het subsidieplafond. Doel van het vaststellen van een subsidieplafond per beleidsdomein is het inzichtelijk maken van de besteding en het effect van de subsidieuitgaven. Het kan het college van B&W en de gemeenteraad helpen om gerichte beleidsafwegingen te maken bij de meest doelmatige inzet van middelen. De gemeenteraad stelt de bedragen bij de programmabegrotingen vast. Het college van B&W kan binnen de programmabegroting subsidieplafonds vaststellen.

4

Handreiking Basisbeginselen Subsidierecht, VNG, pag. 22.

9

Subsidieplafond  Indien het maximumbedrag aan aanvragen is bereikt wordt de subsidie gerangschikt aan de hand van vooraf vastgestelde wegingscriteria;  Sommige subsidies kunnen gedurende het jaar worden ingediend. Indien gedurende het begrotingsjaar het subsidieplafond wordt bereikt, wordt afhankelijk van de subsidiemethode een keuze gemaakt welke aanvragen worden toegekend en voor welk bedrag;  De gemeente Rijswijk zal de subsidie aanvragers voor sluitingstermijn van de subsidieperiode informeren over het subsidieplafond en de wijze waarop subsidies worden verdeeld indien het plafond wordt overschreden;5  Het college van B&W ontvangt na sluiting van de subsidietermijn een overzicht van de subsidieaanvragen, toegekend bedrag in relatie tot de begroting of subsidieplafond.

2.6

Subsidietermijn

De gemeente Rijswijk subsidieert verschillende activiteiten. De subsidieverstrekking loopt uiteen van enkele honderden euro tot meer dan een miljoen euro per jaar. Er geldt een vaste termijn waarop de subsidieaanvraag moet zijn ingediend en afgehandeld. De uitzondering hierop geldt voor incidentele en eenmalige subsidieaanvragen. De ASV vermeldt in artikel 8, lid a dat, “een aanvraag om verlening van subsidie wordt ingediend uiterlijk 6 maanden voor aanvang van het kalenderjaar waarop de activiteiten betrekking hebben”. In lid c van hetzelfde artikel wordt vermeld dat het college van “de genoemde termijnen kan worden afgeweken”.

2.7

Subsidieverdeling

Het toekennen en rangschikken van subsidieaanvragen kan op verschillende manieren. Een Subsidieplafond vereist een vooraf vastgesteld methode waaraan subsidieaanvragen worden gerangschikt. Rangschikken van subsidieaanvragen kan op basis van de volgende drie methoden:  Volgorde van binnenkomst;  Beoordeling van de toetsingscriteria;  Gelijk verdelen van het subsidiebudget. Volgorde van binnenkomst - Wie het eerst komt, het eerst maalt Deze methode is het eenvoudigst en geeft daardoor de minste administratieve lasten. De volledige aanvragen worden gehonoreerd op volgorde van binnenkomst, totdat het subsidieplafond is bereikt. Vanaf dat moment worden de aanvragen afgewezen. Uitgangspunten  Deze methode vraagt om het vaststellen van een subsidieplafond;  Aanvragen zijn gedurende het jaar mogelijk;  De methode is geschikt voor zowel eenmalige aanvragen (b.v. projecten) als vastgestelde bedragen op basis van een specifieke subsidieregeling;  Er is geen mogelijkheid om de activiteiten die het meest bijdragen aan het beleidsdoel met voorrang te honoreren (b.v. de keuze voor toekenning van een subsidie voor een Straatfeest boven een Buurtdag). Volgorde van rangschikking - Tendermethode De tendermethode is een methode die veel wordt toegepast bij inkoopopdrachten, maar ook geschikt is voor de beoordeling van subsidies.

De subsidie aanvraag wordt getoetst aan vooraf vastgestelde wegingscriteria. Daarmee worden ze onderling vergeleken. Er zijn hierbij vele verschillende variaties mogelijk. Per beleidsdomein kunnen specifieke wegingscriteria worden vastgesteld die de gemeente Rijswijk van belang acht.

5 Toelichting Algemene Subsidieverordening Rijswijk 2020, Artikel 4.

10

De aanvragen worden aan de hand van wegingscriteria op een ranglijst met punten gewaardeerd en op volgorde van punten geplaatst, totdat het subsidieplafond is bereikt. De overige aanvragen – die met de minste punten – worden afgewezen. De afwegingscriteria moeten zoveel mogelijk objectief en eenduidig zijn. Hoe ze worden bepaald is sterk afhankelijk van het beleidsdoel dat met de subsidie bereikt moet worden in combinatie met de activiteiten zelf. Het voordeel van het tendersysteem is dat de activiteiten die het meest bijdragen aan het beleidsdoel waarvoor de subsidie dient, voorrang krijgen. Uitgangspunten  Per beleidsdomein zijn er toetsingscriteria waaraan de aanvraag wordt beoordeeld en gewaardeerd;  De toetsingscriteria en beoordeling zijn een afspiegeling van de beleidsdoelstellingen en nota’s die de gemeente Rijswijk heeft vastgesteld;  De toetsingscriteria gelden ook voor subsidieaanvragen met een wettelijke taak; De gemeente Rijswijk rangschikt subsidieaanvragen in beginsel op volgorde van binnenkomst of beoordeling van de toetsingscriteria. De derde methode, het gelijk verdelen van het subsidiebudget, zal alleen worden ingezet als instrument wanneer de andere twee mogelijkheden niet voldoen om tot een goed afgewogen subsidieverdeling te komen. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met de uitgangspunten die zijn opgesteld bij paragraaf 2.5.1.

definitie subsidieplafond.

2.8

Subsidie typen

Er zijn talloze subsidies met eigen kenmerken en voorwaarden die kunnen worden ingezet om beleidsdoelstellingen te financieren. Een aantal voorbeelden zijn:  Exploitatiesubsidie;  Budgetsubsidie;  Projectsubsidie;  Waarderingsubsidie;  Incidentele subsidie. De ASV van Rijswijk maakt geen onderscheid naar type subsidies, behalve dat voor eenmalige en incidentele subsidies andere aanvraagtermijnen gelden (zie 2.6 Subsidietermijn). 2.8.1 Wettelijke taak Bij het subsidiëren van wettelijke taken, gaat het vrijwel altijd om structurele (meerjarige) subsidies. Subsidieaanvragen worden jaarlijks ingediend en toegekend. De subsidieontvangers hebben hun bedrijfsvoering hierop afgestemd. Bij de wettelijke gesubsidieerde taken is er minder beleidsruimte, dan voor de niet-wettelijke taken. Het subsidiebedrag is vaak gebaseerd op wettelijke voorschriften. Het gesprek tussen subsidieverstrekker en ontvanger concentreert zich daarbij vooral op wat er voor dat geld kan worden gerealiseerd. De wettelijke taken dienen tegen minimale vereisten te worden uitgevoerd. Het is aan de gemeente zelf om te bepalen hoeveel er – naast het wettelijk vereiste minimum – voor niet wettelijke taken wordt gesubsidieerd. De financiering geschied op basis van een vast budget of PxQ-financiering zoals bijvoorbeeld bij de subsidiëring van de lokale omroep.

Bij het instellen van een subsidieplafond dient de gemeente Rijswijk rekening te houden dat de subsidieontvanger een redelijke termijn moet hebben om de financiële gevolgen te adopteren. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van meerjarige financiële verplichtingen.

11

Uitgangspunten  Toetsing van subsidies met een wettelijke taak geschied op basis van de tendermethode;  Financiering is op basis van vast budget of PxQ-financiering;  Er wordt rekening gehouden met financiële verplichtingen van de subsidieontvanger;  Er wordt rekening gehouden met (regionale) samenwerkingsovereenkomsten tussen gemeenten en/of andere instellingen;  De maatschappelijk impact van de beleidswijzigingen vraagt adaptie vermogen van de subsidieontvanger waarmee de gemeente rekening dient te houden.

2.9

Structurele subsidies

Binnen de gemeente Rijswijk heeft het overgrote deel van de subsidieverstrekking een structureel karakter. In enkele gevallen ligt daar een convenant met meerjarige afspraken aan ten grondslag. Het overgrote deel van alle subsidieaanvragen worden jaarlijks aangevraagd en toegekend. Dat zijn niet noodzakelijkerwijs structurele subsidies, maar aanvragen die vallen onder de incidentele subsidies. Vanuit het perspectief van het realiseren van beleidsdoelstellingen, kan het doelmatig zijn om subsidies structureel (meerdere jaren) toe te kennen. Voor subsidies met een wettelijke taak en waarbij met samenwerkingsconvenanten wordt gewerkt, is het goed verdedigbaar. Voor subsidies met een incidenteel of projectmatig karakter is het niet vanzelfsprekend dat de organisatie, vereniging of inwoner structureel subsidie ontvangt. Het toekennen van structurele subsidies kan voordelen bieden zoals administratieve lastenverlichting en de zekerheid dat een aantal activiteiten voor langere tijd worden uitgevoerd. Het nadeel van structurele subsidies kan zijn dat er meer wordt toegekend dan dat er nodig is. Het leidt tot aanvullende rapportage afspraken. Uitgangspunten  Aan structurele subsidies liggen schriftelijke afspraken of convenanten ten grondslag;  Indien er geen sprake is van meerjarige afspraken, dient de subsidie aanvrager jaarlijks een aanvraag in te dienen.

2.10

Incidentele subsidies

De gemeente Rijswijk vindt het wenselijk om naast het bestaande aanbod ruimte te laten voor innovatieve initiatieven en eenmalige project activiteiten. Tenzij er meerjarige afspraken zijn gemaakt over de subsidie, dient deze jaarlijks te worden aangevraagd. Daarnaast subsidieert de gemeente Rijswijk een aantal specifieke subsidieregelingen waarbij activiteiten tegen een vaste vergoeding worden verstrekt. Een voorbeeld hiervan is de regeling voor gemeentelijke monumenten of subsidie voor wijkfeesten. Uitgangspunten eenmalig activiteiten of projecten  De activiteit is incidenteel of vernieuwend;  De activiteit heeft een projectmatig karakter;  Subsidieaanvragen zijn gedurende het jaar mogelijk;  De activiteit is aanvullend op het activiteitenaanbod binnen de gemeente;  Toetsing van subsidies met een wettelijke taak geschied op basis van de tendermethode. Uitgangspunten specifieke subsidieregeling  Subsidieaanvragen zijn gedurende het jaar mogelijk;  Per programmabegroting wordt een subsidieplafond vastgesteld om initiatieven en activiteiten te subsidiëren;  Toewijzing van de aanvraag gebeurt op basis van ‘Wie het eerst komt, het eerst maalt’.

12

2.11

Cofinanciering

In de ASV staan geen voorwaarden vermeld waarbij een eigen bijdrage wordt verwacht van de subsidie ontvanger. Artikel 6, lid b, sub 3 stelt als voorwaarden dat een aanvraag voor subsidie onder andere een begroting van de te subsidiëren kosten, en een dekkingsplan met de (te) ontvangen subsidies en bijdragen, bevat. De gemeente Rijswijk vindt het wenselijk dat degene die het meeste profiteert van een subsidie ook in redelijke mate een financiële bijdrage hieraan levert. De gedachte hierachter is dat het een beroep doet op de samenwerking en creativiteit van de subsidieaanvrager. Het organiseren van cofinanciering door de subsidie aanvrager met behulp van deelnemersbijdragen, contributies, fondsen, etc. wordt meegewogen bij de beoordeling. De door de gemeente Rijswijk te verstrekken subsidie is een bijdrage in de door de subsidieaanvrager berekende kosten. Uitgangspunten  Van subsidieaanvragen die niet tot een wettelijke taak behoren kan een eigen bijdrage worden verwacht;  Bij de toetsing en beoordeling van de subsidieaanvraag zal cofinanciering worden meegewogen;  Wanneer de subsidieaanvrager naast de subsidiebijdrage niet zorgt voor aanvullende inkomsten waar dat reëel is, kan een reden zijn de subsidieaanvraag niet toe te kennen.

13

3. Inhoudelijk beleidskader subsidies 3.1

Rol van de gemeente Rijswijk

Subsidiëring is één van de instrumenten die de gemeente Rijswijk tot haar beschikking heeft om maatschappelijke doelstellingen te realiseren. De gemeente kent talloze subsidies op verschillende domeinen. Bij de ene subsidie levert de gemeente alleen een financiële bijdrage. Bij andere subsidies ligt de verantwoordelijkheid en het initiatief voor de uitvoering van wettelijke taken bij de gemeente. Het uitgangspunt is dat de gemeente alleen subsidies verstrekt voor activiteiten die een bijdrage leveren aan de uitvoering van activiteiten die anders niet of beperkt tot stand komen.

3.2

Doelstelling

Naast de technische uitgangspunten die zijn geformuleerd in het beleidskader subsidies, zijn er algemene inhoudelijke uitgangspunten te formuleren waaraan subsidieaanvragen kunnen worden getoetst en beoordeeld. Het inhoudelijke kader is van belang om subsidiëring als instrument op een consequente, objectieve en transparante manier in te zetten. Doel van het inhoudelijk deel van het beleidskader subsidies is om een wegingskader vast te stellen waaraan subsidieaanvragen op basis van criteria worden gerangschikt. Hiermee wordt geborgd dat uiteenlopende subsidieaanvragen consequent aan dezelfde inhoudelijke toetsingscriteria worden getoetst. Wijzigen de beleidsdoelstellingen binnen de gemeente Rijswijk dan dient dat er opnieuw te worden bezien of de toetsingscriteria daarop aansluiten. Uiteraard is hierbij telkens het uitgangspunt dat de inzet van subsidiemiddelen het gewenste maatschappelijke effect heeft die de gemeente Rijswijk beoogt. Binnen de verschillende beleidsdomeinen worden heel verschillende doelstellingen nagestreefd. De wetgeving en beleidsdoelstellingen voor de jeugd zijn bijvoorbeeld anders dan de wetgeving en beleidsdoelstellingen voor cultuur. Het inhoudelijk deel van het beleidskader subsidies is daarom niet bedoeld om een uitputtend overzicht van wetgeving, specifieke verordeningen, beleidsnota’s en visiedocumenten weer te geven.

Het beleidskader subsidies is bedoeld als handleiding. Het biedt een handelingskader om op basis van de door Rijswijk gestelde doelstellingen subsidieaanvragen te toetsen en te beoordelen. Per beleidsdomein worden daarnaast de belangrijkste specifieke beleidsdoelstellingen genoemd die voor Rijswijk van belang zijn bij de toetsing en beoordeling van aanvragen.

3.3

Algemene kaders

3.4

Gesubsidieerde beleidsdomeinen

De toetsingscriteria in het beleidskader subsidies kunnen hun basis vinden in verschillende stukken zoals:  Wetgeving (b.v. Jeugdwet, Participatiewet)  Algemene en nadere subsidieverordeningen  Begroting (door gemeenteraad bekrachtigd)  Beleidskaders en -nota’s (door gemeenteraad bekrachtigd)

Binnen de gemeente Rijswijk is niet binnen iedere programmabegroting sprake van subsidiëring. In Tabel 3 staat vermeld bij welke begrotingshoofdstukken er op dit moment sprake is van subsidiëring. Het is van belang te benadrukken dat subsidies begroot onder een programma niet gelijk zijn aan de subsidiëring per beleidsdomein. Voorbeeld: In de begroting 2021-2024 staan bepaalde activiteiten voor de jeugd (nog) begroot onder begrotingshoofdstuk ‘Onderwijs’, maar vallen inhoudelijk binnen het beleidsdomein ‘Sociaal domein’. Dat er voor sommige programma’s nu geen subsidieregelingen zijn, wil niet zeggen dat die er in de toekomst niet kunnen komen. Het beleidskader subsidies is automatisch van toepassing op nieuwe subsidieregelingen. Indien nodig dient het beleidskader subsidies hiervoor te worden geactualiseerd. 14

#

Programmabegroting

1

Algemeen Bestuur en Organisatie

Subsidie Ja

2

Openbare Orde en Veiligheid

Nee

3 4

Verkeer en Vervoer Economie en Werken

Nee Nee

5

Onderwijs

Ja

6 7

Sport, Cultuur en Recreatie Sociaal Domein

Ja Ja

8 Wonen en Leven Ja Tabel 3 – Subsidieverstrekking gemeente Rijswijk per begrotingshoofdstuk6

3.5

Beoordelingskader

Een aantal toetsingscriteria zijn toepasbaar op alle beleidsdomeinen. Door subsidies te toetsen aan vooraf vastgestelde criteria en daar punten aan toe te kennen, worden subsidies aantoonbaar en op basis van vaste normen beoordeeld. Per beleidsdomein of per subsidieregeling is het mogelijk om aanvullend een specifiek beoordelingskader te hanteren. Een specifiek beoordelingskader maakt het mogelijk om een subsidie aan specifieke criteria te toetsen die voor dat beleidsdomein van belang zijn. Afhankelijk van het beleidsdomein kan het beoordelingskader worden aangepast door bepaalde toetsingscriteria (wel of niet) mee te laten wegen of minder of meer punten toe te kennen. Uitgangspunten  Gelijke subsidieaanvragen worden getoetst aan dezelfde vooraf vastgestelde toetsingscriteria en puntensysteem;  Inhoudelijke toetsingscriteria waaraan subsidieaanvragen worden getoetst dienen voor subsidieaanvragers (instellingen, verenigingen en inwoners) tijdig te zijn gepubliceerd. 3.5.1 Toepassing beoordelingskader Het is van belang te beseffen dat de algemene toetsingscriteria per subsidieregeling een andere toepassing vragen. Per beleidsdomeinen kan een toetsingscriterium een andere uitleg en betekenis hebben. In tabel 4 staan de voor gemeente Rijswijk algemene toetsingscriteria voor de beoordeling van subsidies vermeld.

Per toetsingscriterium is een korte toelichting gegeven hoe deze kan worden toegepast bij de beoordeling. Toetsingscriteria Maatschappelijk effect Vraaggericht werken Social return (participatie) Duurzaamheid Inclusie Cofinanciering Samenwerking Innovatie

Toelichting Leidt de activiteit tot verbetering of verandering voor de inwoners(groepen) van Rijswijk? Sluit de activiteit of aanbod aan op de vraag of wens van de afnemers? Levert de activiteit een bijdrage aan het vergroten van de participatie van inwoners? Levert de activiteit een bijdrage aan het vergroten van duurzaamheid? Zijn de activiteiten voor inwoners van de gemeente toegankelijk? Draagt de aanvrager in redelijke mate zorg voor andere financieringsbronnen? Stimuleert de subsidie samenwerking met andere inwoners of organisaties? Heeft de subsidieaanvraag een vernieuwend of innovatief karakter?

Max. Punten 20

Totaal punten Tabel 4 – Algemene toetsingscriteria ten behoeve van de beoordeling van subsidie 6

20 10 10 10 10 10 10 Max. 100

Dit overzicht is tot stand gekomen op basis van bestudering het Subsidieregisters Rijswijk over de periode 2017 t/m 2019.

15

Toelichting Per toetsingscriterium is hieronder toegelicht hoe je deze zou kunnen inzetten bij de beoordeling van de subsidieaanvraag. De algemene toetsingscriteria worden gebruikt om beoordeling en toekenning van subsidies zoveel mogelijk ten gunste van inwoners(groepen) binnen de gemeente Rijswijk te laten komen. Uitgangspunten  Dezelfde type subsidieaanvragen worden aan dezelfde criteria getoetst;  Toetsingscriteria kunnen op verschillende manieren worden uitgelegd. Hierbij dient de uitleg van toepassing van het toetsingscriteria op hetzelfde type aanvragen consequent te zijn toegepast;  Indien een toetsingscriterium niet van toepassing is op een bepaald type subsidieaanvraag, dan worden er geen punten toegekend aan het betreffende toetsingscriterium;  De beoordeling wordt schriftelijk of digitaal vastgelegd. Maatschappelijk effect Het toetsingscriterium heeft als doel om te toetsen of de activiteiten leiden tot verandering en verbetering voor de inwoners van Rijswijk. Bij dit criterium gaat het meer om het bereiken van de ‘outcome’ (het resultaat en effect van de activiteit), in plaats van de ‘output’ (het aantal activiteiten). Vraaggericht werken Het toetsingscriterium heeft als doel om te toetsen of bij de activiteit de behoefte en wensen van de inwoners of doelgroep is meegewogen.

Het gaat er bij dit criterium om dat de subsidieaanvrager laat zien dat het niet alleen een goede activiteit of aanbod levert, maar dat die ook passend is en zo goed mogelijk aansluit op de behoeften en wensen van (potentiële) afnemers. Social return (participatie) Het toetsingscriterium heeft als doel om te toetsen of de subsidieaanvraag sociale winst oplevert. De sociale winst is breed uitlegbaar, met nadruk op het bevorderen van deelname aan de samenleving. Een voorbeeld hiervan is het creëren van werkgelegenheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Duurzaamheid Het toetsingscriterium heeft als doel om te toetsen of organisaties en/of inwoners met de subsidie een positieve bijdrage leveren aan duurzaamheidsdoelstellingen. Inclusie Het toetsingscriterium inclusie kan op verschillende manieren worden toegepast bij het beoordelen van subsidieaanvragen. Inclusie kan bijvoorbeeld betrekking hebben op:  Fysieke toegankelijkheid: zoals inwoners met een beperking;  Informatie toegankelijkheid: zoals laag geletterd, anderstalig of minder digitaal vaardig;  Sociale toegankelijkheid: zoals LHBTIQ7, opleidingsniveau of culturele achtergrond. Cofinanciering Het toetsingscriterium heeft als doel om te toetsen in welke mate organisaties en inwoners een bijdrage leveren aan de kosten voor de gesubsidieerde activiteiten waarvan ze gebruik maken.

Hierbij is van belang dat wordt gekeken of de subsidieaanvrager binnen zijn vermogen cofinanciering voor de activiteiten weet te realiseren. Samenwerking Het toetsingscriterium heeft al doel om te toetsen op:  De verbinding en samenwerking tussen verschillende subsidiepartners waarmee een versterkte werking en een innovatief aanbod ontstaat;  Het tegengaan van versnippering in aanbod en het voorkomen van overlap in activiteiten. Innovatie Het toetsingscriterium innovatie heeft als doel om te toetsen of op nieuwe of vernieuwende manieren activiteiten worden ontwikkeld. Het kan betrekking hebben op de vernieuwende manier waarop organisaties of inwoners samenwerken, maar ook op vernieuwende producten of diensten.

7 Lesbische, homoseksuele, biseksuele, transgender, intersekse en queer-personen

16

3.6

Specifiek Beoordelingskader

In aanvulling op de algemene toetsingscriteria zijn voor een aantal beleidsdomeinen specifieke toetsingscriteria benoemd. Niet voor alle beleidsdomeinen zijn specifieke toetsingscriteria vastgesteld. Redenen hiervoor zijn dat subsidies (1) zeer klein in omvang zijn, (2) op basis van een nadere verordening of (3) op basis van een wettelijk kader worden toegekend. De specifieke toetsingscriteria zijn niet verplicht bij het toetsen en beoordelen van subsidieaanvragen. Ze zijn bedoeld ter ondersteuning. Wel is het zo dat wanneer een specifiek toetsingscriterium is toegepast bij de beoordeling van een aanvraag die ook voor andere subsidieaanvragen van dezelfde regeling moet worden meegenomen in de beoordeling. Dit is om te waarborgen dat alle subsidieaanvragen aan een gelijk toetsingskader worden beoordeeld. Voor de beleidsdomeinen Onderwijs, Sport en Cultuur, Sociaal domein en Wonen en Leven zijn specifieke toetsingscriteria opgesteld. Deze criteria zijn gebaseerd op door de gemeente Rijswijk vastgestelde beleidsdocumenten (bijvoorbeeld de Cultuurvisie). 3.6.1 Beleidsdomein – Onderwijs Doelstellingen Jeugdigen moeten zich vrij en in veiligheid kunnen ontwikkelen om te kunnen opgroeien tot verantwoordelijke, zelfstandige, zelfredzame en maatschappelijk betrokken volwassenen.

Onderwijs en het beheersen van de Nederlandse taal is essentieel voor jeugdigen om zich te kunnen ontwikkelen en te kunnen bouwen aan een goede toekomst. Iedere in Rijswijk wonende jeugdige heeft recht op onderwijs op een voor hem/haar passende plek. Het optimaal ontwikkelen van het individueel talent is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Omdat het behalen van een diploma meer kansen biedt op een baan wordt ingezet op het voorkomen van schooluitval en voortijdig schoolverlaten. Omdat het belangrijk is dat iedereen mee kan komen in de maatschappij is er een adequaat aanbod aan opleidingen/cursussen Volwasseneneducatie beschikbaar en vindt actieve verwijzing hiernaartoe plaats. Als gemeente hebben we, naast de uitvoering van de wettelijke taken op het gebied van onderwijs, een faciliterende en begeleidende rol in de ondersteuning van het onderwijs bij de diverse maatschappelijke vraagstukken en de samenwerking daarin met partners. Specifieke toetsingscriteria Toetsingscriteria

Toelichting

Talentontwikkeling

Bevordert de aanvraag de ontplooiing en ontwikkeling van de individuele talenten van de jeugdigen Taalbeheersing jeugdigen Draagt de aanvraag bij aan het beheersen van de Nederlandse taal door de jeugdigen Onderwijsplek Bevordert de aanvraag een passende onderwijsplek Preventie Bevordert de aanvraag het voorkomen van schooluitval en/of voortijdig schoolverlaten Laaggeletterdheid Bevordert de aanvraag het verbeteren van de Nederlandse taal, rekenen en/of gebruik alledaagse ICT voor volwassen laaggeletterden Tabel 5 – Specifieke toetsingscriteria ten behoeve van de beoordeling van subsidies

17

3.6.2 Beleidsdomein - Sport Doelstellingen Het stimuleren van deelname van de Rijswijkse bevolking aan sport, door het in standhouden van een breed aanbod. Hierdoor willen we een brede ontwikkeling bevorderen, sociale cohesie versterken, onderling respect vergroten en een gezonde leefstijl stimuleren. Doelstellingen: 1. Iedereen mag meedoen - inclusief sporten en bewegen 2. Bewegen in de buitenruimte 3. Vitale aanbieders - maatschappelijke verenigingen toekomstbestendig 4. Positieve sportcultuur - leuk, veilig, eerlijk en zorgeloos sporten en bewegen 5. Van jongs af aan vaardig in bewegen – jeugd meer laten bewegen en sporten 6. Rookvrije generatie 7. Gezond gedrag Specifieke toetsingscriteria Toetsingscriteria Toegankelijkheid

Toelichting Vergroot de aanvraag de toegankelijkheid op het gebied van sport en bewegen Ambitie Draagt de subsidie bij aan de doelstellingen geformuleerd in de uitvoeringsagenda gezondheid en sport of overige relevante beleidsnota’s en visies? Sportcultuur Draagt de aanvraag bij aan een positieve en veilige sportcultuur Meer beweging Moedigt de aanvraag meer beweging en sport aan bij de inwoners Gezondheid Bevordert de subsidie een gezonde leefstijl van de inwoners? Tabel 6 – Specifiek toetsingscriteria ten behoeve van de beoordeling van subsidies

3.6.3 Beleidsdomein - Cultuur Visie en doelstellingen Cultuur heeft waarde voor Rijswijk en haar inwoners. Het maken of beleven verruimt het gezichtsveld en draagt bij aan ontwikkeling. De gemeente hecht aan een breed cultureel aanbod in Rijswijk, dat laagdrempelig en toegankelijk is. Naast de waarde van cultuur ‘an sich’, gaat het ook om de bijdrage van cultuur aan de samenleving. De ambitie is om kunst en cultuur als een verbindende kracht in te zetten voor de samenleving en economie van Rijswijk. Voor de onderstaande zes thematische pijlers en beleidsdoelstellingen formuleert de Cultuurvisie drie ambities: samenwerken, innovatie(kracht) en vraaggericht werken. 

  

 

Clustering en samenhang: Door het stimuleren van afstemming en samenwerking worden krachten meer gebundeld en samenhang gecreëerd. Ook het clusteren van activiteiten en voorzieningen draagt naast een betere benutting bij aan zichtbaarheid. Creatieve vrijheid in de openbare ruimte en ruimte voor cultuurbeoefening: Het bieden van ruimte aan nieuwe en tijdelijke initiatieven. Aanbod voor jeugd en jongeren: Het aansluiten van het aanbod op de behoeften van jeugd en jongeren. Cultuureducatie: Het stimuleren van kunst- en cultuureducatie, met name voor jeugd en jongeren, om bij te dragen aan hun brede vorming en de creativiteit van de samenleving. Het gaat zowel om binnenschools cultuuronderwijs als een toegankelijk aanbod in de vrije tijd. Ouderen en cultuur: Het benutten van het potentieel van vitale ouderen en het bereiken van kwetsbare ouderen om bij te dragen aan hun betrokkenheid bij en in de samenleving. Cultureel en historisch erfgoed en architectuur: Het bekend en meer zichtbaar maken van het lokale erfgoed bij de inwoners van de gemeente en de regio.

18

Specifieke toetsingscriteria Toetsingscriteria Pijlers Cultuurvisie

Toelichting Draagt de subsidie bij aan één of meerdere beleidspijlers van de Cultuurvisie? Samenwerking Is er sprake van samenwerking met andere lokale culturele of maatschappelijke partners en/of ondernemers? Vraaggericht Sluit het aanbod aan op de vraag van inwoners en komt deze vraaggericht tot stand? Innovatie Is er sprake van vernieuwing van het aanbod en/of wordt ingespeeld op veranderingen in de samenleving? Verbinding Wordt cultuur als een verbindende kracht ingezet bij maatschappelijke vraagstukken en/of de economie? Toegankelijkheid Is het aanbod of activiteit laagdrempelig en toegankelijk? Figuur 7 – Specifiek toetsingscriteria ten behoeve van de beoordeling van subsidies

3.6.4 Beleidsdomein - Sociaal Domein Visie en doelstellingen De gemeente Rijswijk wil een inclusieve samenleving zijn waar plek is voor iedereen en waar iedereen mee kan doen. Waar inwoners een sterk sociaal netwerk hebben waar ze op terug kunnen vallen zodat minder mensen zich eenzaam voelen en er voldoende vrijwilligers en mantelzorgers zijn die een bijdrage leveren aan de samenleving.8 De gemeente Rijswijk werkt aan passende ondersteuning voor de inwoners die dat nodig hebben. De toegang tot deze zorg en informatie moet helder en dichtbij zijn. De voorzieningen zijn gericht op preventie, vroegsignalering, het versterken van de zelfredzaamheid en het verminderen van de behoefte aan zwaardere en duurdere vormen van zorg. Zorg blijft beschikbaar voor inwoners die het echt nodig hebben. We werken aan drie thema’s met bijbehorende ambities: 1.

Het leiden van een zelfstandig leven  Inwoners kunnen langer zelfstandig wonen, voelen zich daar verantwoordelijk voor en organiseren zelf en/of samen met hun eigen netwerk oplossingen voor belemmeringen die zij in hun leven tegenkomen.  Inwoners met een laag inkomen en/of schulden vinden snel hun weg naar hulp, zodat problematische schulden worden voorkomen en zij weer grip krijgen op hun eigen financiën.  Voorzieningen zijn voor iedereen toegankelijk en zelfstandig te gebruiken door inwoners.

2.

Opgroeien / opgroeien in een veilige omgeving - Specifiek voor alle jeugdigen zet de gemeente actief in op het creëren en stimuleren van een zo goed mogelijk opgroei- en ontwikkelklimaat. Onder meer de aanbieders van diverse jeugdactiviteiten op het gebied van sport, spel, kunst, cultuur en vrijetijdsbesteding spelen hierin, naast de ouders, een hoofdrol. Ze zijn essentieel voor de wijze waarop jeugdigen zich kunnen ontwikkelen en ontplooien, zodat zij als jongvolwassenen klaar zijn voor hun zelfstandige deelname aan de maatschappij. Het beleid is erop gericht om alle jeugdigen dezelfde kansen te bieden vanuit een positieve benadering waarbij een preventieve aanpak vooropstaat.   Ouders zijn in de eerste plaats verantwoordelijk voor een veilige en gezonde thuissituatie. Zij kunnen laagdrempelig bij het Centrum voor Jeugd en Gezin terecht voor vragen over opvoeden en opgroeien. Samen zoeken zij hoe ze steun in de eigen omgeving kunnen organiseren.  De geboden ondersteuning of hulp sluit zo goed mogelijk aan bij de normale gezinsstructuur. Daarbij laten en beleggen we primaire verantwoordelijkheden zoveel mogelijk waar ze horen te liggen;  Jeugdhulp vindt zo veel mogelijk in de eigen omgeving plaats, versterkt door inzet uit het eigen sociale netwerk.

8

Brede Welzijnsnota, Sterker door sociale samenhang, 2021.

19

3.

Meedoen in een gezonde samenleving  Een gezonde leefstijl draagt bij aan het langer zelfstandig kunnen wonen. Inwoners weten hoe zij gezond kunnen blijven leven en worden hierin gestimuleerd door de gemeente.  Het aantal mensen dat zich vrijwillig inzet neemt toe en vrijwilligers worden voldoende ondersteund.  Mantelzorgers kunnen hun leven combineren met het bieden van zorg en voelen zich daarvoor gewaardeerd.  Mensen voelen zich minder eenzaam doordat de gemeente alert is op signalen van (dreigende) eenzaamheid en het taboe op eenzaamheid doorbreekt.  Iedereen doet ertoe en doet mee ongeacht achtergrond, inkomen, leeftijd, geslacht, religie, seksuele voorkeur, etniciteit of beperking.

Specifieke toetsingscriteria Toetsingscriteria Ambitie

Toelichting Draagt de subsidie bij aan een van de (of bij voorkeur meerdere) ambities zoals beschreven in dit beleidskader, de kadernota sociaal domein of overige relevante beleidsnota’s en visies? Aanbod Worden de taken nog niet uitgevoerd door onderdelen van de gemeente zelf? Eigen kracht Bevordert de subsidie de eigen kracht van de inwoners(groepen)? Vraag van inwoners Sluit de subsidie aantoonbaar aan bij de vraag van Rijswijkse ouders/ jeugdigen/ inwoners/ professionals? Methodiek Is de methodiek effectief/veelbelovend of sluit deze aan bij richtlijnen? Inclusie Zijn de activiteiten voor inwoners van de gemeente toegankelijk? Participatie Bevordert de subsidie de mogelijkheden voor inwoners om mee te doen in de samenleving in de brede zin (zoals het vergroten van burgerparticipatie van passief naar actief)? Emancipatie Bevordert de subsidie emancipatie van bevolkingsgroepen? Gezondheid Bevordert de subsidie een gezonde leefstijl van de inwoners? Preventie Draagt de subsidie bij aan het voorkomen van (zwaardere) zorg? Ervaringsdeskundigheid Stimuleert de subsidie inbreng van ervaringsdeskundigheid? Ontwikkelklimaat Draagt de subsidie bij aan een positief opvoed- en/of ontwikkelklimaat in Rijswijk? Kansen Draagt de subsidie bij aan het creëren van dezelfde kansen? Zelfontwikkeling Draagt de subsidie bij aan de ontplooiing en ontwikkeling in brede zin van inwoners? Figuur 8

– Specifiek toetsingscriteria ten behoeve van de beoordeling van subsidies

20

3.6.5 Beleidsdomein - Wonen en leven Doelstellingen Het realiseren van een aantrekkelijke, groene, veilige en gezonde woon-, leef- en werkomgeving is een gedeelde verantwoordelijkheid. Specifieke toetsingscriteria Toetsingscriteria Duurzaamheid

Toelichting Draagt de subsidie bij aan duurzame verbetering van woon- en leefomgeving van de inwoners? Schoon Draagt de subsidie bij aan een schonere leefomgeving? Verantwoordelijkheid Kan de subsidie activiteit veilig worden uitgevoerd zonder schade aan de buitenruimte? Figuur 9 – Specifiek toetsingscriteria ten behoeve van de beoordeling van subsidies

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=4f3aaf50-e6aa-42de-ac14-ade3fd63e927