Zienswijzebrief Ontwerp Herziening 2025 Omgevingsbeleid PZH.pdf
Tekst van het document
Provincie Zuid-Holland T.a.v. Team Omgevingsbeleid Postbus 90602 2509 LP Den Haag
Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n):
1
Ons kenmerk: 2025-077031 Contact: P. van Kelle Doorkiesnummer: +31180451329 E-mailadres: p.v.kelle@ridderkerk.nl Datum: 12 december 2025
Betreft: Zienswijze Ontwerp Herziening 2025 Omgevingsbeleid
Geacht college van Gedeputeerde Staten, Wij hebben kennisgenomen van de door u ter inzage gelegde stukken. Het gaat om een partiële wijziging van: • de Omgevingsvisie Zuid-Holland, • de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) en • het Omgevingsprogramma Zuid-Holland. Tot en met 15 december 2025 heeft u ons in de gelegenheid gesteld eventuele zienswijzen in te dienen. Wij maken gebruik van die gelegenheid. In totaal dienen wij 9 zienswijzen in, die wij in deze brief per onderwerp nader toelichten. Thema 1: Ruimte en Landschap (6-2) 1.1 Grote opgaven vragen om flexibiliteit De uitdagingen in Zuid-Holland zijn groot; de ruimte is beperkt en keuzes zijn noodzakelijk. Samen met andere gemeenten in onze regio hebben we behoefte aan provinciaal beleid dat een bijdrage levert aan ontwikkelingen die deze opgaven adresseren. We begrijpen het dilemma waarvoor de provincie staat, omdat het balanceren vraagt tussen beschermen en ontwikkelen. Net als andere gemeenten in de Rotterdamse regio constateren we dat het Ontwerp Omgevingsbeleid, zoals dit nu voorligt beperkende en onduidelijke regels bevat die soms ook tegenstrijdig zijn. Tegelijkertijd begrijpen en delen we veelal de doelstellingen die u nastreeft, maar zien dat onderdelen van dit omgevingsbeleid niet bijdragen aan het behalen van deze doelstellingen.
Koningsplein 1 Postbus 271 2980 AG Ridderkerk
Onze regio staat voor een belangrijke transformatieopgave, zoals ook door het Rijk benoemd in de onlangs gepubliceerde Ontwerp Nota Ruimte. De snelheid waarin de maatschappij verandert, vraagt juist ruimte om snel en flexibel te kunnen reageren. Niet elke regel is overal even belangrijk. We willen hier graag met u over in gesprek. 1.2 Onbebouwde ruimte De provincie streeft ernaar de beperkt beschikbare ruimte beter en efficiënter te benutten, en de juiste functie op de juiste plek te laten belanden. Bestaande steden en dorpen dienen zich zo optimaal mogelijk te ontwikkelen binnen de gereserveerde ruimte. Er wordt ook ruimte geboden aan “straatje erbij en ertussen”. Tegelijkertijd wil de provincie de kwaliteiten van het landschap behouden en versterken. Dit wordt gedaan door de onbebouwde ruimte beter tegen stedelijke ontwikkelingen te beschermen. Dit is het gebied buiten het Bestaand Stads en Dorpsgebied. Hierdoor blijft ruimte beschikbaar voor prioritaire opgaven die voorwaardelijk zijn voor een toekomstbestendige ontwikkeling van Zuid-Holland. De prioritaire opgaven zijn: • Een toekomstbestendige en veerkrachtige landbouwsector; • Een robuust en klimaatadaptief water- en bodemsysteem; • Een duurzaam en toekomstbestendig systeem voor energie- (drink)watervoorziening; • En natuurherstel t.b.v. behoud en verbetering van de biodiversiteit.
Om dit te bereiken past de provincie het provinciale instrumentarium aan. Het kwaliteitsbeleid gaat niet meer uit van “ja, mits”, maar vooral uit van het opleggen van beperkingen (“nee, tenzij”) ten aanzien van de beleidsvrijheid van gemeenten. Daarvoor is een beschermingsgebied onbebouwde ruimte en grote buitenstedelijke bouwlocaties opgenomen. Dit is overigens bovenop de al bestaande beschermingsgebieden, zoals groene bufferzones en recreatiegebieden. 1.3 Aanpassen en transformeren slechts beperkt mogelijk in beschermingsgebied onbebouwde ruimte en grote buitenstedelijke locaties In de nieuw benoemde onbebouwde gebieden (artikel 7.41bb ZHOV) wordt een significante nieuwe ontwikkeling uitsluitend mogelijk indien die ontwikkeling regionaal en gebiedsgericht is afgestemd. Onder significante ontwikkeling wordt volgens de toelichting in ieder geval verstaan “aanpassen” en “transformeren" zoals bedoeld in artikel 7.43. Enkel ontwikkelingen die te karakteriseren zijn als “inpassen” (bijvoorbeeld een enkele woningen in een lint) zijn direct mogelijk. Onduidelijk is wat verstaan wordt onder deze regionale afstemming, aan welke voorwaarden dit moet voldoen en hoe dit geborgd gaat worden in het toekomstige provinciale beleid.
We vinden dit een te grote inperking van de beleidsvrijheid van de gemeente door te eisen dat ontwikkelingen die vallen onder aanpassen enkel mogelijk zijn na regionale en gebiedsgerichte afstemming. Dit heeft als gevolg dat het buitengebied van Ridderkerk op slot gaat. Juist maatregelen als ruimte voor ruimte en de mogelijkheid om agrarische gronden te transformeren (beide meestal te classificeren als “aanpassen”) zijn noodzakelijk om de agrarische sector in stand te houden en om buitengebieden vitaal te houden. Ridderkerk kent namelijk veel kleine agrarische bedrijven, die weinig uitbreidingsmogelijkheden hebben en ook geen opvolgers. Als er geen toekomstperspectief is voor deze bedrijven, dan is de kans op verrommeling of leegstand reëel.
Ons inziens gaat juist door de voorgenomen beleidswijziging de provincie aan deze problematiek bijdragen omdat de mogelijkheden voor een andere invulling bij agrarische bedrijven teveel beperkt worden. Daarnaast worden ontwikkelingen die noodzakelijk zijn om de provinciale prioritaire doelstellingen te behalen onnodig complex gemaakt vanwege de gevraagde regionale afstemming. De gemeente Ridderkerk heeft juist de afgelopen jaren succesvol gewerkt aan ruimtelijke kwaliteitsverbetering in het buitengebied. Denk bijvoorbeeld aan het succesvol saneren van verspreid liggende kassen. Hiervoor is een instrumentarium opgetuigd waardoor we ontwikkelingen in het buitengebied goed kunnen sturen en de ruimtelijke kwaliteit kunnen borgen. Vanuit de provincie is overigens meermaals aangegeven dat Ridderkerk deze instrumenten goed toepast. Het toekomstige provinciale beleid zoals opgenomen in paragraaf 7.3.6a van de Zuid-Hollands ontwerpomgevingsverordening maakt dergelijke ontwikkelingen of onmogelijk, of onnodig complex en afhankelijk van bestuurlijke luimen. Dit terwijl deze ontwikkelingen vaak juist bijdragen aan de provinciale doelen. Dit zorgt voor onvoorspelbare besluitvorming, en leidt tot overheden die tegenover elkaar komen te staan, in plaats van naast elkaar, terwijl ze dezelfde doelen nastreven.
1.4 Straatje erbij niet mogelijk in Ridderkerk Artikel 7.41ee (straatje erbij) (ZHOV) regelt de mogelijkheid voor een straatje erbij. Dit artikel biedt in theorie ruimte voor ontwikkelingen grenzend aan dorpskernen onder bepaalde voorwaarden. Echter, in de verordening onder artikel 7.41bb lid e is opgenomen dat een dergelijk straatje niet mogelijk is in gebieden met beschermingscategorie 1 en beschermingscategorie 2. De facto betekent dit dat een straatje erbij niet mogelijk is in Ridderkerk, aangezien vrijwel het hele buitengebied in Ridderkerk bestaat uit beschermingscategorie 1 en 2. Zie ook de afbeeldingen hieronder. Enkel op of nabij de snelweg zou een “straatje erbij” mogelijk zijn. Deze locaties zijn begrijpelijkerwijs niet geschikt voor dergelijke ontwikkelingen.
Figuur 1- beschermingscategorie 1 (oranje gekleurd)
Koningsplein 1 Postbus 271 2980 AG Ridderkerk
Figuur 2- beschermingscategorie 2 (rode omlijning) Zienswijze 1 Gevraagd wordt om artikel 7.41ee (straatje erbij) zodanig aan te passen dat ook Ridderkerk reële mogelijkheden heeft om gebruik te maken van het principe “straatje erbij”. Dit kan gedaan worden door lid e te schrappen. 1.5 Lokale ontwikkelingen opgenomen in de Omgevingsvisie Ridderkerk die gehinderd worden De gemeenteraad van Ridderkerk heeft op 11 september 2025 de Omgevingsvisie Ridderkerk vastgesteld. Hierin zijn verschillende ontwikkelingen opgenomen die op basis van het voorgestelde provinciale beleid niet (meer) mogelijk worden. Hieronder is kort aangegeven welke ontwikkelingen de gemeente mogelijk wil maken, en waar dit knel loopt vanwege paragraaf 7.3.6a (ZHOV). 1.6 Ontwikkelingen ter versterking van de groen/blauw verbindingen en ter versterking van cultuurhistorie In de recent vastgestelde Omgevingsvisie zijn verschillende ontwikkelingen opgenomen die gericht zijn op het verbeteren van de groen/ blauwe verbindingen in Ridderkerk. 1. Versterking Waalbos Het gaat dan om maximaal tien woningen ten westen van de oksel van de Rijksstraatweg/ Langeweg. Deze ontwikkeling is bedoeld om het recreatiegebied Waalbos te versterken, zodat dit gebied beter ontsloten kan worden vanaf de zuidoostzijde. 2.
Versterking Groen/ blauwe verbinding Crezéepolder Ook willen we door het mogelijk maken van maximaal tien woningen in de polder Oude Molen een ontbrekende schakel in de groen/ blauwe verbinding rond Ridderkerk afmaken. De beoogde woningen functioneren als kostendrager voor deze twee ontwikkelingen en zijn geen doel op zichzelf. Deze kleinschalige woningbouwontwikkelingen sluiten dan ook goed aan bij de (prioritaire) doelen van het omgevingsbeleid van de provincie, maar worden door de rigide invulling onmogelijk. Beide ontwikkelingen vallen namelijk onder “aanpassen”, wat op basis van het nieuwe beleid op onbebouwde
gebieden (artikel 7.41bb ZHOV) onmogelijk wordt. De vrees is dan ook dat noodzakelijke verbeteringen aan de groen/ blauwe structuur niet gedaan kunnen worden vanwege het toekomstige provinciale beleid. Hierdoor worden logische kostendragers uitgesloten, waardoor de ontwikkelingen lastiger of onmogelijk worden. 1.7 Landgoed Huys Ten Donck Voor het landgoed Huys Ten Donck zijn twee woningbouwontwikkelingen gewenst. Hierbij wordt via woningbouw als kostendrager bijgedragen aan het structureel in stand houden van dit waardevolle rijksen gemeentemonument. 1. Woningbouw aan de rivieroever. Deze ontwikkeling is ook opgenomen in de door de gemeenteraad vastgestelde gebiedsvisie Rivieroevers (https://www.ridderkerk.nl/gebiedsvisie-rivieroevers) en opgenomen in de Omgevingsvisie. Deze ontwikkeling sluit aan op de reeds met de provincie afgestemde woningbouwontwikkeling op de Schiepo-locatie. Zienswijze 2 Deze locatie is niet mogelijk omdat deze valt binnen het Natuurnetwerk Nederland. Gevraagd wordt om deze kaart aan te passen om deze ontwikkeling mogelijk te maken, conform paragraaf 5.6 van de gebiedsvisie Rivieroevers, optie B of C. 2. Kleinschalige woningbouw Kievitsweg/ Donckselaan Ook is een kleinschalige woningbouwontwikkeling wenselijk, namelijk maximaal elf woningen ten westen van de oksel Kievitsweg/ Donckselaan.
Doel is om kostendragers te creëren voor het instant houden van het landgoed Huys ten Donck. Deze kleinschalige ontwikkeling is door de aanscherping van het beleid op onbebouwde gebieden (artikel 7.41bb ZHOV) onmogelijk geworden, omdat hier sprake is van een ontwikkeling die valt onder “aanpassen”. Zienswijze 3 We verzoeken om artikel 7.41bb zodanig aan te passen dat ook “aanpassing” mogelijk is om de kleinschalige woningbouwlocaties die hierboven genoemd zijn mogelijk te maken. 1.8 Boomgaard In de visie Buitengebied, die is doorvertaald in de Omgevingsvisie van de gemeente Ridderkerk, is opgenomen dat woningbouw wenselijk is op de locatie van de Boomgaard. Behoud van de locatie als boomgaard in een stedelijk gebied is niet realistisch. De locatie ligt ingeklemd tussen verschillende bedrijventerreinen en een woonlint. De locatie is daarnaast door de provincie ook gedeeltelijk aangemerkt als stationszone. Dit geeft al aan dat de provincie deze gebieden ziet als plekken waar verstedelijking logisch is gelet op de aanwezige OV-infrastructuur.
Koningsplein 1 Postbus 271 2980 AG Ridderkerk
Figuur 3- aanduiding stationsomgeving loopt gedeeltelijk over boomgaard Exploitatie als boomgaard is moeizaam, gelet op recente jurisprudentie ten aanzien van spuitzones. Een ontwikkeling naar woningbouw ligt dan ook meer voor de hand. Dit sluit ook goed aan bij de stationsomgeving waar deze plek gedeeltelijk in ligt. Randvoorwaarde hierbij is dat de ontwikkeling samen moet gaan met het versterken van landschappelijke waarden, met ruimte voor water en het watersysteem, koeltegebieden en biodiversiteit. Het provinciale beleid maakt woningbouw niet mogelijk. De locatie is niet opgenomen op de 3-hectare kaart (grote buitenstedelijke locaties). Door deze locatie op te nemen kan de ontwikkeling gefaciliteerd worden. We verzoeken dan ook de provincie om deze locatie op te nemen, of in ieder geval hierover het gesprek aan te gaan met een positieve grondhouding. Zienswijze 4 We verzoeken de provincie om de locatie Boomgaard mogelijk te maken door deze op te nemen op de 3-ha kaart, of hierover het gesprek aan te gaan met de gemeente met een positieve.grondhouding. 1.9 Bestaand instrumentarium biedt de provincie al voldoende sturingsmogelijkheden Hierboven is uitgebreid aangetoond waarom de aanscherping van het provinciale beleid ten aanzien van onbebouwde gebieden ongewenst is. We verzoeken de provincie dan ook om dit beleid niet over te nemen.
Het bestaande instrumentarium, zoals opgenomen in paragraaf 7.3.7 ruimtelijke kwaliteit, biedt voldoende ruimte voor de provincie om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Zienswijze 5 We vragen om het bestaande instrumentarium in paragraaf 7.3.7 ruimtelijke kwaliteit voor te zetten, en paragraaf 7.3.6a niet over te nemen.
Thema 2 Toekomstbestendig economische vestigingsklimaat (4-1) 2.1 Benutten beschikbare milieuruimte In de omgevingsvisie van de provincie is opgenomen dat de provincie bestaande bedrijventerreinen onder andere beter wil benutten door de beschikbare milieuruimte te benutten. Functiemenging blijft onder voorwaarden mogelijk. De gemeente Ridderkerk is het daar mee eens. Ridderkerk kent verschillende locaties waar dit gewenst is, maar waar dit door de provinciale verordening niet mogelijk is. 2.2 Van der Valk hotel Ridderkerk Het Van der Valk hotel Ridderkerk (en de door hen gewenste uitbreiding op eigen gronden) ligt volgens de ‘Ruimtelijk Economische Visie’ (REV) – vastgesteld op 11-12-2024 - niet op een bedrijventerrein (zie bladzijde 47 van de REV). De gronden zijn aangewezen als woongebied en gemengd woon-/ werkgebied. In geval van het Van der Valk hotel Ridderkerk is een werkgebied van toepassing, niet zijnde een bedrijventerrein. De gemeente is dan ook van mening dat de gronden in de ontwerpverordening niet als “bedrijvengebied” moeten worden aangemerkt. Dit is nu wel het geval. Het huidige Van der Valk hotel is altijd al als horeca bestemd geweest. Dit was in het door de provincie opgestelde Provinciaal Inpassingsplan (PIP) Nieuw Reijerwaard (2014) ook het geval.
Ook is in dat PIP de mogelijkheid opgenomen om de niet bebouwde gronden (bestemd als bedrijventerrein) te wijzigen naar horeca, via een wijzigingsbevoegdheid.
Figuur 4 - uitsnede PIP met daarin horeca en wijzigingsbevoegdheid
Koningsplein 1 Postbus 271 2980 AG Ridderkerk
Functiemening is hier dan ook wenselijk, zoals planologisch ook al is geregeld in het PIP. Het benutten van beschikbare milieuruimte is volgens de gemeente ook niet van toepassing, aangezien de gronden niet als bedrijventerrein zijn opgenomen in de REV. De gronden zijn bovendien ook in bezit van Van der Valk hotel Ridderkerk, horen niet bij bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard en worden daarvoor ook niet uitgegeven. Het transformeren naar horeca is meer voor de hand liggend. Het tegenover gelegen Van Gelder kent op papier categorie 4.1, maar is feitelijk een 3.2 bedrijf (100 meter aan te houden). Voor alle afstanden geldt overigens dat sprake is van een gemengd gebied, waardoor we een stapje terug kunnen doen. Voor Van Gelder geldt in dat geval een aan te houden afstand van 50 meter. Die afstand is realistisch bij de uitbreidingsplannen voor Van der Valk hotel Ridderkerk. Het alsnog realiseren van bedrijven is dat niet, omdat de afstanden in dat geval niet toereikend zijn. De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening is naar mening van de gemeente dan ook niet in lijn met haar eigen economische visie vanwege de aanduiding “bedrijvengebied”. Bovendien is Van der Valk hotel Ridderkerk en haar gronden ook in de ‘Strategie Bedrijventerreinen MRDH 2023-2030’ niet aangewezen als bedrijventerrein (vanaf bladzijde 103 van de strategie).
De provincie heeft de MRDH geraadpleegd en heeft haar economische visie mede vastgesteld op basis van dit regionaal afgestemde beleid. Ook is het milieukundig niet haalbaar, gezien het bestaande PIP en de huidige bestemming van het Van der Valk hotel Ridderkerk (horeca). Aansluitend hierop is in de ontwerpverordening als definitie van bedrijventerrein opgenomen: “Locatie waar in het omgevingsplan bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan of worden toegelaten als: handel, nijverheid, commerciële en niet-commerciële dienstverlening of industrie, met uitzondering van locaties waaraan exclusief de volgende activiteiten mogen worden verricht: kantoren, detailhandel, maatschappelijke activiteiten of jachthavens, horeca, logies en overige leisure, met een bruto omvang van meer dan 1 ha, uitgezonderd solitaire bedrijven, niet zijnde een betoncentrale, asfaltcentrale of puinbreker, buiten bestaand stads- en dorpsgebied”. Conform de eigen definitie van bedrijventerrein in de omgevingsverordening is de locatie met de bestemming horeca uitgesloten als bedrijventerrein. Ook om die reden is aanpassing gewenst. Zienswijze 6 De gronden in eigendom van het Van der Valk Hotel te verwijderen als gebiedsaanwijzing “bedrijvengebied” 2.3 Aanpassing aanduiding bedrijventerrein locaties Rivieroevers, Centrum-Oost en P.C.
Hooftstraat en omgeving Ook op andere bedrijventerreinen worden de mogelijkheden van transformatie onderzocht. Niet elk bedrijventerrein is namelijk toekomstbestendig. Ook is er een woningnood, en is de ruimte schaars in Ridderkerk. Een aantal terreinen is in beeld om te transformeren. Het gaat om een deel van de Rivieroevers, Centrum-Oost (functiemening met bedrijven en wonen) en P.C. Hooftstraat en omgeving in Ridderkerk. Ook deze gebieden zijn aangeduid als bedrijvengebied.
In deze gebieden willen wij onderzoeken of andere functies mogelijk zijn, waaronder wonen, groen en recreatie (met als doel het beleefbaarder maken van de rivier). We verdichten daarmee de al bestaande zones en laten het omliggende landschap van de gemeente Ridderkerk intact. Dit is in 2021 al als zienswijze ingediend op provinciaal beleid (kenmerk 380667) door de gemeente Ridderkerk. Voor Centrum-Oost geldt bovendien dat deze in uw REV is aangewezen als gemengd stedelijk (zie de afbeelding op bladzijde 104 van de REV). Feitelijk is hier alleen woningbouw wenselijk, daar waar we Centrum-Oost juist willen transformeren naar een gemengd stedelijk gebied. Zowel voor Centrum-Oost als voor de Rivieroevers is samen met de MRDH daarom een compensatieplan opgesteld. Wij zien die graag verwerkt in de kaarten. De gemeente wil dan ook dat de provincie in ieder geval bedrijvengebied P.C. Hooftstraat en omgeving schrapt op kaart 19 van de verordening.
Figuur 5 - P.C. Hooftstraat en omgeving Hetzelfde geldt voor Ringdijk 396, waar we kansen zien voor woningbouw, zoals opgenomen in de Visie Rivieroevers. Door zowel de gebiedsaanwijzingen watergebonden bedrijventerrein als bedrijventerrein te schrappen, ontstaan er naast mogelijkheden voor woningbouw, ook mogelijkheden om de rivieroever beleefbaarder te maken. Dat willen we doen door meer groen en recreatie toe te voegen. Zie ook de eerder genoemde Gebiedsvisie Rivieroevers – paragraaf 5.7 Transformatielocatie Schans – optie B.
Koningsplein 1 Postbus 271 2980 AG Ridderkerk
Figuur 6 - uitsnede Gebiedsvisie Rivieroevers Tot slot benoemen we als gemeente nogmaals dat een transformatie van Centrum-Oost naar ook woningbouw momenteel wordt onderzocht. Wij stellen hier momenteel een gebiedsprogramma voor op. Op basis van kaart 19 van uw verordening is woningbouw niet mogelijk. Ook voor dit gebied vragen we om deze aanduiding te schrappen.
Figuur 7 - Centrum Oost 2.4 Transformatielocatie Bolnes In de gebiedsvisie Rivieroevers is dit gebied benoemd als transformatielocatie op de langere termijn. Het bestaat uit een buitendijkse bedrijvenstrook die weliswaar formeel watergebonden is, maar ruimtelijk erg beperkt is en al geruime tijd niet meer als zodanig wordt gebruikt. Daarnaast is binnendijks een geïsoleerde bedrijfslocatie aanwezig. De locatie biedt kansen voor veel meer samenhang in het gebied, groene lopers vanuit de wijk en vanuit de Donckse Velden naar de oevers. Daarom kiezen we op termijn voor een integrale herontwikkeling.
Zienswijze 7 De volgende gebieden verwijderen uit de gebiedsaanwijzing “Bedrijventerreinen” en/of “Watergebonden bedrijventerreinen”: P.C. Hooftstraat en omgeving Ringdijk 396 Centrum-Oost Transformatielocatie Bolnes Thema 3 – Talenthub Dutch Freshport 3.1 Talenthub Dutch Freshport De gemeente wil op bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard meewerken aan de vestiging van een Talenthub. Dit is een co-living ecosysteem dat direct is gekoppeld aan werk, leertrajecten en lokale integratie. De kern van dit concept is: - 500 tijdelijke logiesplekken, juridisch geborgd via een hotelconcept, zonder woonbestemming. - Begeleide doelgroepmix (70/30): arbeidsmigranten, nieuwe Nederlanders gecombineerd met studenten, starters en lokale werknemers. - Volledige lokale verankering via taal, sport, cultuur, werkvloercoaching en buddy-programma’s (elke bewoner krijgt buddy/coach vanuit DFP-bedrijf). - Bedrijven betalen én begeleiden: leerpaden, sportfaciliteiten, community-events, integratie. - Heldere doorstroomgarantie én ≥ 60% van de bewoners komt vanuit Rotterdam en laat daar woonruimte achter → directe verlichting van de woningmarkt. Het is dan ook geen woongebouw, maar een arbeidsgedreven ontwikkel- en integratieomgeving, ontwikkeld samen met DFP-bedrijven, Rabobank, Homeflex, Kobus, LPC, MRDH en gemeenten. Als bijlage bij deze brief is een uitgebreide onderbouwing opgenomen voor dit concept.
Deze ontwikkeling is ons inziens mogelijk op bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard op basis van het toekomstige provinciale beleid door de toevoeging van artikel 7.52b (reserveren van locaties voor zware bedrijven), en dan specifiek lid f die een afwijkingsmogelijkheid biedt: “de aanvraag om de vergunning betrekking heeft op het in beperkte mate realiseren bedrijfswoningen, tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten of andere functies die ondersteunend zijn aan het profiel van het bedrijventerrein, tenzij een aanwezig bedrijf door de aangevraagde activiteit wordt beperkt in de bedrijfsvoering;” Zienswijze 8 Graag gaan wij, mede gelet op het zwaarwegend maatschappelijk belang van deze ontwikkeling, het gesprek aan met de provincie om te onderzoeken hoe deze ontwikkeling vormgegeven kan worden. Uiteraard zal hierbij aandacht zijn voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, waarbij onderzocht zal worden of de aanwezige bedrijven niet gehinderd worden in de bedrijfsvoering en de milieutechnische beperkingen van de locatie.
Koningsplein 1 Postbus 271 2980 AG Ridderkerk
Als de provincie van mening is dat deze ontwikkeling niet mogelijk is op basis van artikel 7.52lidb sub f, dan gaan we graag het gesprek aan met de provincie over de mogelijkheden en randvoorwaarden om de Talenthub alsnog te realiseren. 4.1 Regionale opgave aanjager gebiedsontwikkeling Bolnes-Zuid Stedin en Tennet hebben vanwege de netcongestie problematiek behoefte aan een hoogspanningsstation waarvoor uit onderzoek blijkt dat de polder Bolnes-Zuid op Ridderkerks grondgebied een goede locatie zou zijn. Dit is strijdig met de huidige provinciale verordening. Daarom hebben Stedin en Tennet een verzoek bij de provincie Zuid-Holland gedaan om dit vanwege urgentie wel mogelijk te maken. Ridderkerk heeft oog voor het belang van deze regionale opgave en vanuit onze eigen Omgevingsvisie voor de polders Bolnes-Slikkerveer staan we met een positieve grondhouding tegenover dit verzoek. Daarover zijn we met belanghebbenden, inclusief de provincie Zuid-Holland momenteel in gesprek en hebben in die lijn de concept praatplaat ‘recreatieve bospolder’ vastgesteld. Op voorwaarde dat het hoogspanningsstation goed ingepast wordt en bijdraagt aan de mogelijkheid om het gebied van de Polders Bolnes en Slikkerveer te ontwikkelen tot natuur- en recreatiegebied inclusief droge waterberging, zouden wij dit dus graag gerealiseerd zien.
Zienswijze 9 Wij verzoeken de provincie om de ontwikkeling van het hoogspanningsstation onder de beschreven voorwaarden toe te staan.
Wij vertrouwen erop u voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk, de secretaris de burgemeester,
mevr. M. Kitselar
Bijlage: 1. Onderbouwing TalentHub DFP
dhr. C.A. Oosterwijk