Wijzigingen op hoofdlijnen - Beleidsregels leerlingenvervoer Ridderkerk.pdf
Tekst van het document
Wijzigingen – Beleidsregels leerlingenvervoer Ridderkerk In verband met het aantal wijzigingen en de vernieuwde structuur van de beleidsregels is voor de overzichtelijkheid niet gekozen voor een was-wordt-lijst, maar voor een overzicht met de belangrijkste wijzigingen. Nr.
Wijziging
1 2
De beleidsregels zijn in lijn gebracht met de nieuwe Verordening leerlingenvervoer Ridderkerk 2026. De geactualiseerde beleidsregels hebben een nieuwe opzet en indeling waardoor deze logischer, leesbaarder zijn. De geactualiseerde beleidsregels hebben meer aandacht voor de zelfredzaamheid van ouders en leerlingen (zie bijv. artikel 7).
3
4 5 6 7
8 9
Van een verstandelijke beperking in de zin van de verordening kan pas sprake zijn indien de desbetreffende leerling een IQ van minder dan 70 heeft (Landelijk Kenniscentrum LVB, 2025) (artikel 2 lid 3). Naast een gesprek bij een nieuwe aanmelding volgt ook een gesprek bij aanvang van leerjaar 8, zodat het ontwikkelperspectief besproken kan worden en indien nodig gekoppeld kan worden aan vervoerstraining (artikel 14 lid 2). Aanvragen worden nog steeds verwerkt binnen 8 weken, maar er wordt explicieter een beroep gedaan op de verantwoordelijkheid van ouders tijdens de verwerking en verwerkingstijd bij mutaties (artikel 17). Ouders moeten aantonen dat ze redelijke inspanning hebben geleverd om zelf vervoer te regelen (artikel 7 lid 2).
De matrixen voor afstanden waarvan verwacht werd dat leerlingen deze zelfstandig konden afleggen met fiets of openbaar vervoer zijn weggelaten en impliciet in artikelen verwerkt (artikel 21). Hoogbegaafdheid is nog steeds geen reden voor vervoerstoekenning, maar het toepassen van maatwerk na overleg met het samenwerkingsverband is duidelijker opgenomen in artikel 25.
Toelichting
Hiermee wordt de mogelijkheid van ouders om hun kind zelf of door anderen naar school te brengen benadrukt. Ouders dienen aan te tonen dat het brengen door henzelf of anderen tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden. Dit sluit aan op de wetteksten van de Wet op het primair Onderwijs (artikel 4 lid 4), de Wet op de expertisecentra (artikel 4 lid 4) en de Wet op het voortgezet onderwijs (artikel 4 lid 4) waarin staat dat de ‘redelijkerwijs van ouders te vergen inzet’ moet worden meegewogen. Hiermee kan aangetoond worden dat iemand na een test een verstandelijke beperking heeft. In leerjaar 8 heeft een leerling vaak een leeftijd bereikt waarop (het leren van) zelfstandig reizen beter mogelijk is. In dit gesprek wordt naar de mogelijkheden daarvoor gekeken. Het uitgangspunt is dat ouders zelf o.a. eventuele wijzigingen tijdig moeten doorgeven. De gemeente Ridderkerk hoeft daar niet zelf achteraan. Hiermee wordt de mogelijkheid van ouders om hun kind zelf of door anderen naar school te brengen benadrukt. Ouders dienen aan te tonen dat het brengen door henzelf of anderen tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden.
Dit sluit aan op de wetteksten van de Wet op het primair Onderwijs (artikel 4 lid 4), de Wet op de expertisecentra (artikel 4 lid 4) en de Wet op het voortgezet onderwijs (artikel 4 lid 4) waar in staat dat de ‘redelijkerwijs van ouders te vergen inzet’ moet worden meegewogen. De matrix bleek wat lastig werkbaar en niet heel duidelijk. Hoogbegaafdheid is geen reden om vervoer te verstrekken naar een verder weg gelegen school voor primair onderwijs.
Door de ouders aangeleverde specifieke informatie over de leerling kan echter aanleiding zijn om de hardheidsclausule toe te passen. De ouders moeten aantonen dat hun kind op de dichtstbijzijnde school niet het onderwijs kan krijgen dat hij nodig heeft. Voor informatie wordt contact opgenomen met het betreffende samenwerkingsverband voor Passend Onderwijs. Het samenwerkingsverband weet welke scholen de beschikbare zogenaamde “verrijking, versnelling en verdiepingsmaterialen” in hun leerplan hebben opgenomen.
10
Het vervoer naar internationale schakelklassen is uitgebreid met een verlengingsoptie tot 2 jaar met herbeoordeling per 3 maanden (artikel 26 lid 4).
11
De criteria voor ernstige benadeling bij begeleiding zijn uitgebreid met bepalingen over inburgering en concrete grenzen (bijv. 3 uur) (artikel 27). Wanneer een leerling (vooral uit noodzaak) niet op de dichtstbijzijnde toegankelijke school zat, moest er na twee jaar onderzoek gedaan worden om de leerling alsnog over te plaatsen. Deze regel geldt niet meer (artikel 19).
12
Een versnelling/verrijking van het lesaanbod op de dichtstbijzijnde school die het aanbod nog niet heeft, moet met het samenwerkingsverband worden afgestemd. In praktijk blijkt dat de doelgroep na één jaar vaak nog onvoldoende zelfstandig is om veilig te reizen. Daarom is verlenging mogelijk tot twee jaar. Deze uitbreiding dient ter verduidelijking van wanneer sprake is van ernstige benadeling. Deze wijziging is gedaan in het belang van de leerling, opdat overplaatsen impactvol is.