CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Werkplan DCMR - Ridderkerk 2026.pdf

Commissie Samen wonen RK 12 februari 2026, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 10: Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven19.134 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

51 alinea's met “toezicht”: 26 29 66 75 77 80 87 91 95 96 100 103 104 105 107 108 121 160 172 176 186 197 241 243 304 308 310 359 475 478 497 539 550 556 559 572 573 604 628 637 …

f

Auteurs Afdeling Datum

DCMR Milieudienst Rijnmond Parallelweg 1 Postbus 843 3100 AV Schiedam T

010 - 246 80 00

E

info@dcmr.nl

W www.dcmr.nl

: Wilbert van Duinhoven en Wilco Lindenberg : Reguleren, Advies & Omgeving : 5 december 2025

Inhoud 1.

Inleiding ............................................................................................................................... 4 1.1 Gemeenschappelijke regeling, rollen en bevoegdheden .............................................. 4 1.2 Van beleidsbegroting naar werkplannen ....................................................................... 4 1.3 Milieuaandachtspunten in de gemeente ........................................................................ 5 1.3.1 Milieubelastende activiteiten binnen de gemeente ................................................ 5 1.3.2 Beleid en prioriteiten van de gemeente Ridderkerk ............................................... 5 1.3.3 Milieumeldingen van bewoners .............................................................................. 7 1.4 Wijze van verantwoorden .............................................................................................. 7 1.5 Uitdagingen van de arbeidsmarkt .................................................................................. 8

2.

Financieel kader ................................................................................................................ 10 2.1 2.2 2.3 2.4

3.

Financieel kader 2026 ................................................................................................. 10 De tariefstructuur ......................................................................................................... 10 Budgetteringsmethodiek VTH-basistaken ................................................................... 10 Indeling in producten en clusters ................................................................................. 11

Programma Milieubeheer ................................................................................................. 12 3.1 3.2 3.3

Inleiding ........................................................................................................................ 12 Uitgangspunten en programma VTH ........................................................................... 13 Uitgangspunten voor advisering over beleidsontwikkelingen en ..................................... toetsing en advisering over de fysieke leefomgeving .................................................. 15 3.4 Uitgangspunten voor databeheer, meten en monitoring ............................................. 15 3.5 Toelichting op de clusters ............................................................................................ 16 3.5.1 Cluster Reguleren ................................................................................................. 16 3.5.2 Cluster Milieutoezicht ........................................................................................... 16 3.5.3 Cluster Handhaving .............................................................................................. 19 3.5.4 Cluster Juridische werkzaamheden ..................................................................... 19 3.5.5 Cluster Kwaliteit en ontwikkeling VTH .................................................................. 19 3.5.6 Cluster Overige VTH-taken ..................................................................................

20 3.5.7 Cluster Omgevingsadvies..................................................................................... 20 3.5.8 Cluster Beleidsadvisering ..................................................................................... 21 3.5.9 Cluster Bodem ...................................................................................................... 22 3.5.10 Cluster Lucht ........................................................................................................ 23 3.5.11 Cluster Geluid ....................................................................................................... 24 3.5.12 Cluster Omgevingsveiligheid ................................................................................ 24 3.5.13 Cluster Monitoring en databeheer ........................................................................ 25 3.5.14 Cluster Accountbeheer ......................................................................................... 26 3.5.15 Cluster Projectbijdragen ....................................................................................... 26 3.5.16 Cluster Materiële kosten ....................................................................................... 27 4.

Aanvullende opdrachten .................................................................................................. 28

5.

Bijlagen .............................................................................................................................. 30 Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

Samenvatting werkzaamheden ........................................................................ 30 Overzichtstabel DCMR-werkzaamheden Regiogemeenten ............................. 33 Taken, bevoegdheden en mandaat .................................................................. 42 Dienstbrede Projectbijdragen ........................................................................... 44 Uitvoeringsbeleidsplan MJP 2023-2026 ........................................................... 45 Reguleren en overzicht vergunningplichtige bedrijven ..................................... 52 Afkortingenlijst ................................................................................................... 54

Werkplan 2026 I 3

1.

Inleiding

1.1 Gemeenschappelijke regeling, rollen en bevoegdheden Gemeente Ridderkerk is aangesloten bij de gemeenschappelijke regeling (GR) van DCMR. Naast de gemeente Ridderkerk zijn 12 andere gemeenten en de provincie Zuid-Holland aangesloten bij het samenwerkingsverband. In bijlage 3 staan de taken en bevoegdheden van de GR DCMR beschreven. DCMR is één van de vijf regionale omgevingsdiensten in Zuid-Holland en verricht zijn taken voornamelijk in het Rijnmondgebied. Voor een aantal taken heeft DCMR een groter werkgebied, zoals bij de uitvoering van Seveso-taken voor de provincies Zeeland en ZuidHolland, de meldkamer en bij de landelijke Seveso-coördinatie. In het vervolg van dit werkplan wordt steeds gesproken over het Rijnmondgebied, wanneer het over het werkgebied gaat. De rol en taakuitvoering van DCMR wordt bepaald door de opdrachten die door de gemeenten en provincie Zuid-Holland, de participanten, bij DCMR zijn belegd. Deze opdrachten hebben betrekking op uitvoering van het door hen vastgestelde milieubeleid, binnen de daartoe beschikbaar gestelde middelen. Veel taken moeten door de omgevingsdiensten worden uitgevoerd. Dit is vastgelegd in het basistakenpakket1. Het werkplan 2026 is een uitwerking van de afspraken voor 2026 die met uw gemeente als opdrachtgever zijn gemaakt. Voor de uitvoering van de taken zijn bevoegdheden door uw gemeente aan DCMR gemandateerd.

In 2025 is het mandaatbesluit aangepast aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Zie hiervoor bijlage 3. 1.2 Van beleidsbegroting naar werkplannen Het Rijnmondgebied kenmerkt zich door een grote bevolkingsdichtheid en een sterke concentratie van bedrijven en grote industrie. De bestuurlijke ambitie van de regio is erop gericht dat de ontwikkeling als economische topregio hand in hand gaat met behoud en verbetering van de leefkwaliteit en veiligheid. De regio verwacht een consequente en continue aandacht voor een gezond leefklimaat en veilige woon- en werkomgeving. Dat vergt professioneel toezicht op en regulering van bedrijvigheid in de regio. Om de ambities te verwezenlijken en alle functies in dit drukke gebied te combineren, is een adequate ruimtelijke planvorming cruciaal. De beleidsbegroting van DCMR heeft ten aanzien van de uit te voeren werkzaamheden een kaderstellend en richtinggevend karakter. Een belangrijk onderdeel van het beleidskader is het Meerjarenprogramma 2023-2026. Op basis van de vijf beleidsopgaven (veiligheid, tegengaan ondermijning, gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid), zijn 12 focuspunten voor de uitvoering vastgelegd. Zie verder bijlage 5. Landelijk is afgesproken dat omgevingsdiensten vanaf 2026 over een innovatieagenda en een innovatiebudget beschikken.

Hiermee is ook DCMR in staat om nieuwe ontwikkelingen en opgaven beter op te pakken, zoals een versterking in de aanpak van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS), het beschermen van de gezondheid van bewoners en het verder ontwikkelen van DCMR als datagedreven organisatie via het programma Werken met data. De beleidsbegroting 2026 van DCMR is op 3 juli 2025 door het Algemeen Bestuur van DCMR vastgesteld. Daarmee is het financiële kader voor de werkplannen voor de door DCMR uit te voeren taken in 2026 voor Ridderkerk vastgelegd. Voor het werkplan van Ridderkerk is hiervoor € 1.286.415 opgenomen. In hoofdstuk 2 staat dit verder uitgewerkt.

1

Sinds 2015 zijn gemeenten en provincies op grond van de wet VTH verplicht de uitvoering van bepaalde taken, het basistakenpakket, door de omgevingsdiensten uit te laten voeren. Wet VTH: Wet van 9 december 2015 tot wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving). Het basistakenpakket is zoveel mogelijk beleidsneutraal omgezet van de Wabo naar de Omgevingswet (bijlage VI Omgevingsbesluit).

Werkplan 2026 I 4

De concrete invulling van de uit te voeren werkzaamheden wordt per participant in de werkplannen vastgelegd. De werkzaamheden die DCMR uitvoert voor Ridderkerk zijn in hoofdstuk 3, het programma Milieubeheer, beschreven. Dit programma bevat alle bedrijfsgerichte activiteiten, zoals reguleren, inspecteren en handhaven, en ook de advisering over de fysieke leefomgeving, de ondersteuning bij beleidsontwikkeling en databeheer en monitoring. De in dit werkplan genoemde producten en diensten zijn gebaseerd op de Zuid-Hollandse PDC (Producten en Diensten Catalogus). 1.3 Milieuaandachtspunten in de gemeente 1.3.1 Milieubelastende activiteiten binnen de gemeente De bedrijvigheid in Ridderkerk kenmerkt zich door grootschalige bedrijventerreinen aan de rand van de gemeente en door historisch gegroeide bedrijfsactiviteiten langs de grote rivieren. In Ridderkerk zijn 1.236 milieu relevante bedrijven en 20 met vergunningplicht. 1.3.2

Beleid en prioriteiten van de gemeente Ridderkerk

A. Beleid en prioriteiten van de gemeente Ridderkerk Coalitieakkoord Ridderkerk 2022-2026 “Hart voor een toekomstbestendig Ridderkerk” In het Coalitieakkoord Ridderkerk 2022-2026 “Hart voor een toekomstbestendig Ridderkerk” zijn de hoofdlijnen uitgezet voor een toekomstbestendig Ridderkerk. Er liggen grote opgaven in Ridderkerk om opgepakt en uitgevoerd te worden, zoals bouwen van betaalbare woningen, aanpak van de klimaatverandering en behoud van een goed vestigingsklimaat. Het college wil daarbij samenwerken met verschillende stakeholders. Het coalitieakkoord benoemt daarnaast onderstaande prioriteiten voor de komende jaren, waarbij de inzet van DCMR benodigd kan zijn. Deze zijn geconcretiseerd in het collegeprogramma: • We vinden het belangrijk dat Ridderkerk een aantrekkelijk vestigingsklimaat heeft voor ondernemers. Daarnaast spannen we ons in om innovatieve bedrijven zich in Ridderkerk te laten vestigen en – eenmaal gevestigd – voor Ridderkerk te behouden. We stimuleren dat startende ondernemers gebruik kunnen maken van leegstaande (bedrijfs)gebouwen; • Leuke en gevarieerde evenementen dragen bij aan een prettig woon- en leefklimaat. Een evenement brengt mensen samen om met elkaar te genieten van optredens of andere activiteiten.

Er wordt een Nota Evenementen opgesteld; • Werken aan een duurzame gemeente en een flinke inzet voor de energietransitie zijn belangrijk voor huidige en toekomstige generaties. We zetten in op verduurzaming op allerlei gebieden. Op bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard zijn drie hoge windmolens gepland. Indien het project financieel niet haalbaar is zullen we de provincie ZuidHolland verzoeken om de claim te schrappen. Als alternatief voor de invulling van de provinciale opgave en mits ruimtelijke inpasbaar staan we open voor kleinere windmolens bij bedrijven indien deze geen overlast voor de omgeving veroorzaken; • De duurzame producten van nu kunnen het afval van de toekomst worden. Waar mogelijk willen we circulair werken met een gesloten en duurzame keten; • We reduceren geluidsoverlast door verkeer. We stellen een nieuw Actieplan Geluid 2024 en verder op; • We zetten waar mogelijk in op verbetering van de luchtkwaliteit en het terugdringen van fijnstof. We stellen een nieuw Actieplan Lucht 2023 en verder op; • We stellen een plan van aanpak verminderen geluidsoverlast Rotterdamseweg op; • Ridderkerk wordt doorkruist door de snelwegen A15, A16, A38 en de Rotterdamseweg. Om de continue fijnstofuitstoot op te vangen, zorgen we voor vegetatie rondom de snelwegen. Ook planten we extra bomen om geluidsoverlast te reduceren.

Waar mogelijk nemen we maatregelen om geluidsoverlast van verkeer te verminderen; • Samen met het Waterschap Hollandse Delta, Oasen en omliggende gemeenten vragen we aandacht voor de kwaliteit van het drink- en oppervlaktewater; • Het voorkomen en verwijderen van vervuiling in en op onze bodem verdient de komende jaren nadrukkelijk de aandacht. De samenwerking tussen gemeenten binnen het DCMRwerkgebied is hierbij van belang.

Werkplan 2026 I 5

Verder heeft de gemeente Ridderkerk de volgende prioriteiten gesteld: Geluid • Blijvende aandacht bij bedrijventerreinen Nieuw Reijerwaard en Verenambacht in verband met de klachten in de afgelopen jaren; • Blijvende aandacht bij controles in het kader van de Omgevingswet bij de bedrijventerreinen die direct grenzen aan woongebieden (met name Donkersloot en Maasoevers); • Blijvende aandacht voor geluidsaspecten bij controle van horeca-inrichtingen in het kader van de Omgevingswet, met name bij bedrijven, waarover veel klachten zijn ontvangen. Externe Veiligheid Blijvende aandacht voor externe veiligheidsaspecten bij vergunningverlening en controles in het kader van de Omgevingswet, met name bij Ridderhaven. Bodem Frequente controle in het kader van de handhavingstaken uit de Omgevingswet. Drinkwaterwingebied Aandacht voor bedrijven in het drinkwaterwingebied van Oasen die een potentieel gevaar vormen voor de winning en de kwaliteit van het drinkwater. B. Nieuwe wet- en regelgeving Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn de gemeenten primair verantwoordelijk voor de leefomgeving inclusief de bodemkwaliteit en het bodemdatabeheer. Vraagstukken en beleidsvorming rondom onderwerpen als PFAS, ZZS en opkomende stoffen worden hiermee onderdeel van de werkzaamheden van de gemeenten.

Tot nu toe zijn deze bodemtaken bij de provincie belegd geweest, waarbij DCMR deze taken uitvoert. Op basis van het Basistakenpakket belegt gemeente Ridderkerk deze taken ook in 2026 weer bij DCMR. Op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt het sinds 1998 geldende verbod om leges te heffen voor milieuvergunningen. Met ingang van de Omgevingswet is de mogelijkheid om leges te heffen voor milieubelastende activiteiten. Gemeente Ridderkerk (en andere regiogemeenten) hebben als uitgangspunt het zogenaamde profijtbeginsel, de aanvrager betaalt de kosten. De nieuwe wet- en regelgeving raakt de werkwijzen van DCMR en de Omgevingswettaken die binnen de gemeente Ridderkerk worden uitgevoerd. Met betrekking tot dit onderwerp zal ook in 2026 afstemming plaats blijven vinden tussen DCMR en de gemeente. Het jaar 2026 wordt gebruikt voor de verdere implementatie van de Omgevingswet, zowel bij de gemeente als bij DCMR. Ook wordt dit jaar gebruikt om de werkafspraken tegen het licht te houden en af te stemmen op de nieuwe wet- en regelgeving (zowel inhoudelijk, procesmatig als financieel). De uitkomsten van deze afstemming hebben geen directe invloed op het voorliggend werkplan, maar zijn mogelijk van invloed op het opstellen van het werkplan voor 2027. C.

Gemeente Ridderkerk zelfstandig verder De gemeente Ridderkerk heeft per 1 januari 2024 weer een eigen ambtelijke organisatie waarin beleids- en uitvoeringstaken specifiek in Ridderkerk zijn georganiseerd. Ridderkerk behoudt (net als in de jaren daarvoor) haar eigen werkplan. Op ambtelijk niveau wordt waar mogelijk gezocht naar efficiencymogelijkheden. Er wordt blijvend gewerkt aan de verdere verbetering van de aansturing van alle Verbonden Partijen, waaronder DCMR. Voor 2026 is bepaald welke aansturingsvariant voor DCMR passend is: varianten Chauffeur, Bijrijder of Achterbankzitter (zie figuur 1). Elke aansturingsvariant kent eigen acties en instrumenten, die aansluiten bij de zwaarte van de variant.

Werkplan 2026 I 6

Voor de GR DCMR is gekozen voor de variant Bijrijder. De sturingsvariant Chauffeur is gezien de huidige situatie en de werkrelatie met DCMR beoordeeld als te intensief en niet passend. Naar verhouding kost deze aansturingsvariant te veel capaciteit. Dat ook niet gekozen is voor de positie Achterbank komt door de ontwikkelingen rond met name de Omgevingswet en de grote maatschappelijke opgaven als waterkwaliteit, gezondheid, ZZS, energietransitie en circulariteit. Dit maakt dat enige sturing wel noodzakelijk is, passend bij de variant Bijrijder. Figuur 1: Aansturingsvarianten

1.3.3 Milieumeldingen van bewoners De meldkamer van DCMR registreert meldingen van bewoners van de gemeente over overlast uit hun omgeving. Het betreft de meldingen waar DCMR voor aan de lat staat, over overlast van de bewoners van Ridderkerk van bedrijven binnen en buiten de gemeente. Informatie over de verdere behandeling van de meldingen staat in paragraaf 3.5.2. Voor de behandeling van andere meldingen werkt DCMR samen met andere partijen, zoals de provincie, buurgemeenten, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en (bij vliegtuiglawaai) de Commissie Regionaal Overleg Rotterdam-The Hague Airport (RTHA). Een jaaroverzicht van de meldingen wordt opgenomen in het jaarverslag en in de eindrapportage. Een actueel overzicht van meldingen staat opgenomen op het participantendashboard op de Staat van Rijnmond. Selecteer hiervoor ‘meldingen’ en voer de gemeentenaam in. Dit platform bundelt, bewerkt en presenteert data van en over Rijnmondgemeenten op het gebied van het milieu en de leefomgeving. 1.4 Wijze van verantwoorden Opdrachtgever en opdrachtnemer In het werkplan zijn de taken opgenomen die DCMR in het kader van de Gemeenschappelijke Regeling uitvoert voor de gemeente. DCMR heeft bij de uitvoering van deze taken de rol van opdrachtnemer. In deze rol ondersteunt en adviseert DCMR de gemeente ten aanzien van de zorg voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving.

Hierbij bepaalt de opdrachtgever welke producten en adviezen door DCMR worden geleverd. Periodiek bespreekt DCMR de voortgang op het werkplan met de opdrachtgever.

Werkplan 2026 I 7

Terugkoppeling over de voortgang en uitvoering Over de voortgang en uitvoering van de werkplannen zijn de volgende afspraken gemaakt: Maandrapportage Maandelijks genereert DCMR een cijfermatige rapportage. Het laat de uitputting van het werkplan in uren en euro’s op niveau van productgroepen zien. Deze maandrapportage wordt binnen drie weken na afloop van een maand per mail verzonden naar de gemeente. De rapportage sluit aan bij het (cluster)niveau van de overzichtstabel (bijlage 1). Eindrapportage Over het gehele kalenderjaar stelt DCMR een eindrapportage op, die na afloop van het jaar in april naar de gemeente gemaild wordt. De eindrapportage bevat eindconclusies op financieel en inhoudelijk gebied, in de vorm van infographics met kernachtige teksten. Participantenoverleg Vijf keer per jaar vindt een participantenoverleg plaats tussen de milieucontactambtenaren van de participanten en DCMR over relevante ontwikkelingen van de werkzaamheden en de organisatie. Over de voortgang en uitvoering van de werkplannen zijn de volgende afspraken gemaakt: Voortgangsoverleg Twee keer per jaar vinden de voortgangsoverleggen plaats. In de overleggen bespreken de accountregisseur, de relatiebeheerder en de gebiedscoördinator de voortgang van het werkplan en relevante inhoudelijke dossiers met de milieucontactpersoon van de gemeente.

In het overleg van augustus/september worden ook afspraken gemaakt over het werkplan voor het volgende jaar. Bestuurlijk overleg Tweemaal per jaar hebben een directielid, de accountverantwoordelijke unitmanager en de accountregisseur overleg met de verantwoordelijke wethouder. In deze overleggen bespreken zij onder andere de bestuurlijke thema’s, de voortgang van het werkplan en de milieumeldingen. Integraal Handhavingsoverleg Om de 6 weken is met de gemeente en VRR een integraal handhavingsoverleg. Hierbij worden de handhavingscasussen met de handhavingspartners gedeeld en zo nodig met elkaar afgestemd. DCMR verzorgt het secretariaat van dit overleg. Stationering Wekelijks is een medewerker van de DCMR bij de gemeente gestationeerd. Er vindt dan met de medewerkers van de Afdeling Vergunningen en Milieu afstemming plaats over lopende zaken. 1.5 Uitdagingen van de arbeidsmarkt DCMR heeft net als voorgaande jaren te maken met de uitdagingen die de huidige arbeidsmarkt biedt: er is krapte aan ervaren vakmedewerkers. Demografisch gezien is er sprake van vergrijzing en loopt het aantal jongeren terug, waardoor de krapte wordt versterkt. Deze krapte is sinds 2025 extra uitdagend door de handhaving van de belastingdienst op de Wet DBA. Hierdoor moest de samenwerking met enkele ervaren ZZP professionals worden beëindigd.

Tot nu toe lukt het in het algemeen goed om vacatures in te vullen. Zeker de instroom van jong talent is goed op orde. Het is vooral lastig om ervaren professionals te vinden. Het vakgebied waar dit zich voordoet is door de fluctuaties in de arbeidsmarkt variabel.

Werkplan 2026 I 8

Vanuit dit oogpunt kiest DCMR voor een gecombineerde aanpak. 1. De formatie van de recruitment afdeling is in 2024 uitgebreid. Ook heeft DCMR een nieuwe branding campagne; 2. Met behulp van strategische personeelsplanning wordt verder vooruitgekeken en kan beter ingespeeld worden op de toekomstige personele behoefte vanuit de organisatie. Zo wordt bij pensionering van ervaren professionals veel eerder begonnen met het overdragen van kennis en ervaring; 3. Er wordt meer tijd en geld geïnvesteerd in de opleidingen en ontwikkeling van jonge professionals. Ook kunnen jonge collega’s die het goed doen sneller doorstromen naar vak volwassen posities; 4. De omgevingsdiensten (OD.NL) werken samen om het lerend vermogen van de organisaties te vergroten. Door o.a. het benoemen van kennisregisseurs wordt gericht ingezet op het verbinden, faciliteren en verrijken van kennis. Binnen DCMR maar ook daarbuiten. De afdeling werving en selectie besteedt ruim aandacht aan netwerkbijeenkomsten en bedrijvendagen op (hoge)scholen, aanname van stagiaires en traineeships voor jong afgestudeerden. Dit laatste gebeurt onder de vlag van De Betere Wereldbaan, in samenwerking met de overige vier Zuid-Hollandse omgevingsdiensten. De verwachting is dat het risico van capaciteitsgebrek in 2026 ook nog aanwezig zal zijn. Dit kan van invloed zijn op (het tempo van) de realisatie van het werkplan.

Ook kan het gebeuren dat DCMR minder snel kan groeien in FTE bij een stijgende vraag.

Werkplan 2026 I 9

2.

Financieel kader

2.1 Financieel kader 2026 Het budget voor het werkplan Ridderkerk 2026 is € 1.286.415 . Dit bedrag is als volgt opgebouwd: Het werkplanbudget voor 2026 is ten opzichte van 2025 met 5,2% verhoogd conform de indexeringsbrief van 14 januari 2025 (met kenmerk: zaaknummer 1675007) voor gemeenschappelijke regelingen. Deze indexering is door de deelnemende gemeenten vastgesteld op basis van de voorstellen van de Financiële Werkgroep Sturing Gemeenschappelijke Regelingen. Door een lagere tariefstijging bij DCMR dan de gemeentelijk budgetindexering is 3,4% financiële ruimte voor 2026 beschikbaar. Gemeente Ridderkerk besloot het bedrag van € 42.965 af te lagen op het werkplan. Dit betekent dat er een bedrag van € 1.286.415 kan worden ingezet voor de uitvoering van de werkzaamheden van het programma Milieubeheer, zoals samengevat in onderstaande tabel. Tabel 1: Financieel kader werkplan 2026 Financieel kader 2026 Begroting Overige correcties Bezuiniging

Budget € 1.329.380 - € 42.965

Totaal

€ 1.286.415

Financiering Factuurbedrag Voorschot

Budget € 1.286.415 -

Totaal

€ 1.286.415

2.2 De tariefstructuur Voor de uitvoering van de in dit werkplan opgenomen activiteiten worden de tarieven 2026 gehanteerd, die door het Algemeen Bestuur van DCMR op 3 juli 2025 zijn goedgekeurd. Voor 2026 gaat het om een gemiddelde tariefsverhoging van 1,8 % ten opzichte van 2025. Tabel 2: Tarieven 2026 Tariefgroep 1 2 3 4 5 6 7

Salarisschaal 5 t/m 8 9 10 11 12 13 14 t/m 18

Tarief 2025 € 105 € 117 € 128 € 139 € 147 € 151 € 159

Tarief 2026 € 107 € 119 € 130 € 141 € 150 € 154 € 162

2.3 Budgetteringsmethodiek VTH-basistaken Voor uitvoering van de bedrijfsgebonden taken met een wettelijke basis (vergunningverlening, toezicht en handhaving) vormt het beschikbare budget een belangrijk kader. In het Uitvoeringsbeleidsplan MJP 2023-2026 (vastgesteld in het AB van 8 december 2022) is de berekeningsmethodiek van het basisbudget voor de gemeentelijke bedrijven vastgesteld. Deze berekening gecombineerd met de ervaring van de laatste jaren met de hoogte van het basisbudget, hebben geen aanleiding gegeven om het basisbudget voor het werkplan 2026 te wijzigen ten opzichte van 2025.

Werkplan 2026 I 10

Samengevat hanteert DCMR voor de budgetsystematiek de volgende uitgangspunten: • Er wordt gewerkt met bedrijfskentallen. Het bedrijfskental staat voor de bewerkelijkheid van een bedrijf, uitgedrukt in een gemiddeld aantal uren per jaar. Impliciet zijn daarmee in het bedrijfskental de structurele factoren milieurelevantie, grootte en juridische status verdisconteerd; • Een vast deel van het budget wordt gereserveerd voor de zogenoemde borgingstaken; • De omvang en aard van het bedrijvenbestand van een participant is bepalend voor de hoogte van het budget; • Voor milieutoezicht geldt dat het intrinsiek risico (themascores per branche voor gemeenten en per installatie voor PZH) medebepalend is voor de hoogte van het deelbudget voor milieutoezicht; • De uitvoering van het MJP 2023-2026 past binnen de basis. In 2024 is in het kader van het Interbestuurlijk programma landelijk een budgetberekeningsmethodiek opgesteld, die in grote lijnen overeenkomt met de hierboven beschreven methodiek. De methodiek van DCMR is (nu nog) geënt op de standaardbedrijfsindeling (sbi code), terwijl de Omgevingswet uitgaat van milieubelastende activiteiten (mba’s). 2.4 Indeling in producten en clusters Voor de werkplannen van DCMR is een verdeling gemaakt in clusters. De eerste vijf clusters betreffen de VTH-basisbudgettaken.

In de overzichtstabel van bijlage 2, is per cluster aangegeven welke producten eronder vallen. Deze producten sluiten aan bij de Producten- en Dienstencatalogus Zuid-Holland (PDC). In de volgende tabel zijn de voor de gemeente Ridderkerk relevante clusters opgenomen en is de begrote inzet in uren en budget voor 2026 per cluster aangegeven. Tabel 3: De clusters van het programma Milieubeheer Clusters Reguleren Milieutoezicht Handhaving Juridische werkzaamheden Kwaliteit en ontwikkeling VTH Overige VTH-taken Omgevingsadvies Beleidsadvisering Bodem Lucht Geluid Omgevingsveiligheid Monitoring en databeheer Accountbeheer Projectbijdragen Materiële kosten Totaal

Begroting Uren 839 4.557 314 44 291 903 483 532 848 98 80 85 150 404 9.628

Budget € 109.968 € 579.880 € 43.524 € 6.210 € 41.334 € 104.920 € 64.408 € 72.442 € 105.559 € 13.525 € 10.581 € 11.615 € 19.454 € 52.803 € 20.052 € 30.142 € 1.286.415

Werkplan 2026 I 11

3.

Programma Milieubeheer

3.1 Inleiding DCMR geeft uitvoering aan zijn werkzaamheden in een samenhangend programma Milieubeheer, waarin alle primaire VTH- en advieswerkzaamheden zijn ondergebracht. Het werk van DCMR is in te delen in de volgende drie kerntaken. Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) Dit betreft reguleren, inspecteren en handhaven op basis van wetgeving. Dit gebeurt onder meer op basis van de Omgevingswet, de invoeringswetten, de uitvoeringsbesluiten Besluit kwaliteit leefomgeving, Omgevingsbesluit, Besluit activiteiten leefomgeving en Besluit bouwwerken leefomgeving en de Omgevingsregeling. Voorschriften voor milieubelastende activiteiten zijn te vinden in het Bal, het Bbl en in het Omgevingsplan. Een milieubelastende activiteit is een breed begrip. Volgens de definitie is elke activiteit die een nadelige invloed kan hebben op het milieu, een milieubelastende activiteit. Daarom is het nodig om iets duidelijker te specificeren waarvoor DCMR aan de lat staat. In het participantenoverleg is de volgende specificering afgesproken: DCMR is standaard verantwoordelijk voor milieubelastende activiteiten behalve als ze plaatsvinden bij een woonbestemming, in de openbare buitenruimte, bij het bouwen/slopen of bij evenementen.

In een aantal gevallen is DCMR wel verantwoordelijk als het om een woonbestemming gaat: • Sloopwerkzaamheden waarbij asbest betrokken is; • Opslag van propaan/propeen (of andere brandbare stoffen) in tanks; • Bedrijf of beroep aan huis behalve als het uitsluitend administratief is; • Bodemenergiesystemen; • Hobby's of werkzaamheden die een bedrijfsmatige omvang hebben. Let wel: het gaat om de standaardtaken. Als een gemeente extra taken wil laten uitvoeren door DCMR, kan daarover afstemming plaatsvinden. Afhankelijk van capaciteit en middelen kan DCMR deze taken op zich nemen. In de praktijk worden bijvoorbeeld werkzaamheden uitgevoerd bij evenementen; dit zijn (plus)taken waarvoor DCMR wordt gevraagd vanwege haar expertise.

Advisering over beleidsontwikkeling en toetsing van en/of advisering voor de fysieke leefomgeving Dit betreft de bevoegd gezag taken voor de milieueffectrapportage, de advisering op de milieueffectrapportage en de (milieu)advisering op en toetsing van omgevingsplannen. Verder ondersteunt DCMR op verzoek bij het ontwikkelen van leefomgevingsbeleid van participanten. Databeheer en monitoring Door het verzamelen, bewerken, analyseren en presenteren van data, het monitoren van trends en het ontwikkelen van een transparante informatievoorziening, wordt de kwaliteit van de leefomgeving in kaart gebracht en de uitvoering van DCMR-werkzaamheden verbeterd en geoptimaliseerd. Informatie die op deze wijze wordt verzameld en beheerd, vormt de basis voor de VTH-taken van DCMR, voor de advisering bij planontwikkeling bij gemeenten, voor het ontwikkelen van toezichtinterventies en het onderbouwen van (nieuw) beleid van participanten. Daarnaast geeft de informatie inzicht in de staat van de fysieke leefomgeving en de ontwikkelingen daarin. Programma milieubeheer en programmamanagement Voor een groot deel van het reguliere werk is DCMR georganiseerd in vaste teams en units, waarin vaak projectmatig wordt samengewerkt aan de te bereiken resultaten. Sommige van de opgaven waaraan DCMR werkt zijn te complex of bestuurlijk gevoelig om aan te pakken vanuit de taakgerichte lijnorganisatie.

Daarom is het programmamanagement ingevoerd. Een programma in deze context is vaak tijdelijk, flexibel, multidisciplinair en gericht op vernieuwing. Er is dan sprake van intensieve samenwerking dwars door de organisatie heen.

Werkplan 2026 I 12

Lopende dienst brede programma’s: • Programma Energie- en grondstoffentransitie in beweging; • Programma Haven, Wonen en Geluid (HWG); • Toezichtprogrammering; • Werken met data; • Gezondheid; • ZZS; • Artificial intelligence. 3.2 Uitgangspunten en programma VTH Doelgericht innoveren, doortastend met focus op effect DCMR wil vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken) verder ontwikkelen. Daarbij ligt het accent op innovatie en meer aandacht voor het effect van ons werk. Het doel van de inzet van het instrumentarium is het voorkomen en oplossen van milieuschade en het beschermen van de kwaliteit van de leefomgeving. Beleidsuitgangspunten Bij de uitvoering van taken hanteert DCMR de volgende beleidsuitgangspunten: •

•

•

•

•

•

•

Verantwoordelijkheid en vertrouwen Veiligheid en milieu zijn primair de verantwoordelijkheid van bedrijven. Vertrouwen is niet vanzelfsprekend, maar moet worden verdiend en blijkt uit adequate naleving van de regels en een proactieve houding van de bedrijven. Sturen op effect DCMR zet zijn instrumenten gericht en effectief in waar de risico’s het grootst zijn. In het toezicht wordt gebruik gemaakt van een doordachte mix aan instrumenten, en worden daarbij onze ketenpartners betrokken. Bij het verlenen van vergunningen vindt risicobepaling en prioriteitenstelling plaats aan de hand van het beleid van de participant en het DCMR Meerjarenbeleidsplan. DCMR zet in op de bijdrage aan een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie, onder meer door circulaire economie en energietransitie. Consequente en voortvarende handhaving Handhaving vindt plaats op strikte en consequente wijze, volgens de vastgestelde sanctiestrategie. De inzet van handhavingsinstrumenten wordt, waar nodig, afgestemd met andere inspectiediensten. Actuele vergunningen Vergunningen van bedrijven moeten actueel en handhaafbaar zijn. Nieuwe wetgeving en richtlijnen worden uiterlijk binnen 4 jaar na van kracht worden verankerd in de vergunning. Incidenten kunnen aanleiding zijn om een vergunning versneld te actualiseren.

Professioneel DCMR voldoet aan de op basis van de Omgevingswet vastgestelde kwaliteitscriteria 3.0, baseert zich bij de uitvoering van taken op “state-of-the-art” kennis, en voldoet aan de verordeningen die door participanten zijn vastgesteld aan kwaliteit. Transparantie DCMR communiceert met alle belanghebbenden op een toegankelijke manier over de uitvoering van onze taken en over initiatieven en ontwikkelingen die mogelijk effect hebben op de woon- en werkomgeving van mensen. De organisatie kent een sluitende beleids- en uitvoeringscyclus, die de resultaten van onze werkzaamheden inzichtelijk maakt. Samenwerken Het samenwerkingsverband SEVESO+ voert regie op de uitvoering van VTH-taken bij Seveso-bedrijven en initieert ontwikkeltrajecten om de kwaliteit van de uitvoering en het level playing field voor bedrijven te verbeteren. De inspectiepartners acteren daarbij als één overheid richting bedrijfsleven. De inzichten en richtlijnen die hieruit voortkomen zijn medebepalend voor het inrichten van Uitvoeringsbeleidsplan MJP en de uitvoering van taken in het algemeen.

Werkplan 2026 I 13

Beleidscyclus Participanten hebben beleidsplannen opgesteld die richtinggevend zijn voor de uitvoering van VTH-taken door DCMR. De beleidskaders van de participanten en de taakuitvoering door DCMR zijn volgens het principe van de Big-8 met elkaar verbonden (zie figuur 1). De Big-8 kent een strategisch/beleidsmatige plan-do-check-act-cyclus en een meer operationele uitvoeringscyclus. Figuur 1: de Big-8 cyclus

De bovenste cyclus die een periode van meer (doorgaans vier) jaren omvat, begint bij de beleidsprioriteiten van de participanten. Op strategisch niveau worden die vertaald in het Uitvoeringsbeleidsplan MJP 2023-2026 en daarin opgenomen een bijgesteld Meerjarenprogramma met inhoudelijke doelen en prioriteiten. Het Uitvoeringsbeleidsplan MJP omschrijft wat de uitgangspunten, hoofdlijnen en prioriteiten zijn voor vergunningverlening, toezicht en handhaving en adviestaken. De Omgevingswet vormt hiervoor de wettelijke basis. In de evaluatiefase doet DCMR aan de hand van uitvoeringsresultaten aanbevelingen voor eventuele bijstelling van het beleid en de strategische uitgangspunten voor de uitvoering. In 2024 is de handreiking regionale beleidscyclus vastgesteld in het kader van het Interbestuurlijk programma VTH (IBP). Aan de hand van de handreiking zal worden beoordeeld of de werkwijze onder de borgingstaken wijziging behoeft. Belangrijk onderdeel van de handreiking is bijvoorbeeld de strategische samenwerking met partners om tot gezamenlijke focus en aanpak en inzet te komen. In 2025 is gestart met de implementatie van de handreiking regionale beleidscyclus en worden daarvoor strategische afspraken gemaakt met externe partners en andere OD's in Zuid-Holland voor het volgende MJP. Dit loopt door in 2026.

Het IBP heeft daarnaast een kennisinfrastructuur VTH (KIS) opgeleverd om goede informatieuitwisseling en kennisdeling tussen de OD’s te versterken.

Werkplan 2026 I 14

De 28 OD’s hebben ieder een kennismakelaar aangesteld. Daarnaast zijn er per (6) Sevesoregio 6 kennisvertegenwoordigers aangesteld en landelijk per thema een kennisregisseur. De thema’s zijn ZZS, energietransitie, waterkwaliteit, bodem/ondergrond, circulaire economie en data/informatievoorziening. In de robuustheidscriteria van het IBP is bepaald dat OD’s minimaal 1% van de VTH-begroting reserveren voor een innovatiebudget. De innovatie-agenda 2026 is gericht op de programma’s ZZS, gezondheid, werken met data, artificial intelligence en energietransitie en circulaire economie. Met de 5 Zuid-Hollandse OD’s wordt voor de periode daarna gewerkt aan een gezamenlijke innovatie-agenda. Een sluitende beleids- en uitvoeringscyclus en professionele medewerkers met adequate kennis zijn van belang om de kwaliteit en continuïteit van de werkzaamheden te kunnen waarborgen. Dit betekent ook dat DCMR tijdig wordt betrokken bij het evalueren, actualiseren en opstellen van provinciale en gemeentelijke (thematische) beleidsstukken die voor de uitvoeringspraktijk van belang zijn. Op basis van het MJP 2023- 2026 en een inhoudelijke probleemanalyse, stelt DCMR een risico gestuurd en effectgericht programma op voor de uitvoering, het startpunt voor de onderste cyclus van de Big-8.

Het actualisatieprogramma voor de vergunningverlening en de toezicht programmering zijn belangrijke onderdelen in de onderste cyclus van de Big-8. Het programma wordt jaarlijks op uitvoeringsniveau bijgesteld op basis van ervaringen en resultaten uit het voorgaande jaar. De uitvoering wordt per participant vastgelegd in een jaarlijks werkplan, dat de basis vormt voor de financiering. Naast de plannen per proces heeft DCMR op bepaalde focuspunten uit het MJP een programma opgesteld, waarbij zowel intern als extern interdisciplinair wordt gewerkt, waarmee ook ruimtelijke- en beleidsadvisering een plek hebben in de aanpak. Zo zijn er programma´s voor energietransitie en circulaire economie en ZZS. Tevens vinden er verkenningen plaats naar nieuwe focuspunten voor het MJP in een programma in oprichting voor waterkwaliteit en gezondheid. De onderdelen risicosturing, de thema’s met risicoscores per branche, de sanctiestrategie, borgingstaken en het meerjarenprogramma worden in bijlage 5 nader toegelicht. 3.3

Uitgangspunten voor advisering over beleidsontwikkelingen en toetsing en advisering over de fysieke leefomgeving De uitdaging voor Ridderkerk is om duurzame ontwikkeling te realiseren en de leefkwaliteit te verbeteren in een gezonde balans tussen milieu, economie en ruimte. Dat vergt een aanpak waarin niet alleen gekeken wordt naar de afzonderlijke thema’s van milieu en duurzaamheid (geluid, lucht, licht, veiligheid, bodem, energie, klimaat), maar ook naar de verbanden tussen deze thema’s en naar de relaties tot andere beleidsterreinen, zoals gezondheid, verkeer, economie en ruimtelijke ordening. De Omgevingswet biedt hiervoor goede mogelijkheden. Op verzoek van de gemeente kan DCMR hierover adviseren in alle fasen van de besluitvorming binnen het omgevingsrecht en omgevingsbeleid. Dit gebeurt op basis van betrouwbare en actuele (milieu)gegevens en de meest actuele kennis van beschikbaar instrumentarium. De werkzaamheden die DCMR hiertoe uitvoert, zijn opgenomen in de paragrafen 3.5.7 tot en met 3.5.12. 3.4 Uitgangspunten voor databeheer, meten en monitoring DCMR werkt aan data die beschikbaar, bruikbaar en betaalbaar zijn voor alle processen en producten (vergunningverlening, toezicht, handhaving, advies en monitoring) die de dienst levert. DCMR heeft de ambitie uitgesproken om een datagedreven organisatie te worden.

Deze ambitie is in 2020 onderschreven door het Algemeen Bestuur.

Werkplan 2026 I 15

‘Datagedreven’ impliceert: • Een professionalisering van het databeheer van DCMR; • Een verbeterslag op datakwaliteit; • De inzet van data om de (VTHA-)producten slimmer en beter te maken, onder andere door toepassing van de (kwalitatief goede en professioneel beheerde) data in informatieproducten (viewers, dashboards etc.); • Een versterking van planning, sturing en verantwoording op basis van data. Het gegevensmanagement (‘databeheer’ in de strikte zin van het woord) is ondergebracht in de afdeling Bedrijfsvoering. Onder de noemer ‘databeheer, meten en monitoring’ in het werkplan zet DCMR in op het toepassen van (geografische) data en informatie in informatieproducten (zie ook paragraaf 3.5.13). 3.5 Toelichting op de clusters In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de werkzaamheden binnen de clusters van het programma Milieubeheer. 3.5.1 Cluster Reguleren Onder het cluster reguleren vallen de volgende taken: • Vooroverleg en advies aan de omgevingstafel of intaketafel; • Vergunningaanvragen beoordelen, vergunning opstellen en verlenen; • Uitvoeren van een actualisatietoets bij oudere vergunningen (conform actualisatieprogramma); • Meldingen en informatieverstrekking accepteren, registreren, beoordelen en bevestigen; DCMR toetst de aanvraag of melding/informatie ook ruimtelijk aan het omgevingsplan.

Bij twijfelgevallen en onduidelijkheden vraagt DCMR na bij de gemeente. • Maatwerkvoorschriften opstellen. Vraaggestuurd en risicogericht Reguleren vindt veelal vraaggestuurd plaats. Een aanvraag voor een vergunning van een milieubelastende activiteit (mba), een maatwerkvoorschrift, een melding of een informatieverstrekking komt op initiatief van een bedrijf. Daarnaast is het van belang om verouderde vergunningen te actualiseren en zo nieuwe wetgeving en richtlijnen te implementeren. Dit gebeurt risicogericht en door middel van een jaarlijks op te stellen actualiseringsprogramma. Bij het opstellen wordt rekening gehouden met de focuspunten uit het MJP en de (wettelijke) termijnen voor implementatie. 3.5.2 Cluster Milieutoezicht In het cluster Milieutoezicht zijn de volgende taken ondergebracht: • Preventief toezicht (conform brancheplannen), inclusief het toezicht op de informatieplicht energiebesparing; • Afhandeling overlastmeldingen/voorvallen, incidenten en bedrijfsmeldingen; • Repressief toezicht naar aanleiding van eerder geconstateerde overtredingen tijdens preventief toezicht en voorvalonderzoek; • Gebiedstoezicht; • Werkzaamheden van de meldkamer. Programmatische aanpak DCMR pakt preventief toezicht risicogericht en programmatisch op. Enerzijds vinden preventieve inspecties plaats op basis van het prioriteringsmodel (RIAN 2.0).

Anderzijds worden enkele prioritaire branches programmatisch aangepakt. Dit betreffen branches die prioriteit krijgen op basis van de focuspunten uit het MJP en waar DCMR een mix aan instrumenten inzet om zo effectief mogelijk naleving te bereiken. Voor het thema energiebesparing is een apart team ingericht. Bij asbest wordt de programmatische aanpak ook landelijk afgestemd vanuit de Asbestkamer van ODNL.

Werkplan 2026 I 16

Risicoanalyse Toezicht houden, betekent keuzes maken. Dat gebeurt op verschillende momenten en niveaus. Ten eerste in het MJP en andere kader stellende stukken zoals het IHP. Deze worden door vertaald naar afdelingsbrede prioriteiten voor Toezicht & handhaving. Tot slot vindt de uitwerking plaats in een toezichtsaanpak/brancheplan en/of het prioriteringsmodel. Het prioriteringsmodel (RIAN 2.0) Er wordt gewerkt met een prioriteitenalgoritme. In dit algoritme wordt op basis van de eigen data en een groot aantal externe databronnen per bedrijfslocatie een milieurisico berekend. Zo wordt er o.a. gekeken welke mba’s er aanwezig zijn, hoeveel energie er wordt verbruikt, hoeveel afval er wordt afgegeven, wat het naleefgedrag is op basis van eerdere controles en hoe lang geleden DCMR een controle heeft uitgevoerd. Op basis van al deze informatie worden controles voorgesteld en geprioriteerd. Ook branchespecifieke inzichten worden meegenomen in de totale afweging. Toezichtsaanpak/ brancheplan Afdelingsbrede prioriteiten zijn bijvoorbeeld milieu gerelateerde gezondheid, ZZS en water. Daarnaast krijgen sommige branches prioriteit op basis van de focuspunten uit het MJP. Bovendien zet DCMR bij deze branches een mix aan instrumenten in, om zo effectief mogelijk naleving te bereiken.

Branchetrekkers onderzoeken systematisch de motivatie bij onder toezicht gestelden (OTG) en mogelijk ander gedrag van de OTG-beïnvloedende partijen. Al deze inzichten helpen een effectieve toezichtstrategie te formuleren die bij elke (sub)branche er anders uit kan zien. DCMR zet tevens gericht gebiedscontroles in, om ontwikkelingen en veranderingen bij bedrijven in beeld te hebben en daarmee het bedrijvenbestand actueel te houden. Ook kunnen signalen van klokkenluiders aanleiding zijn voor de inzet van (extra) toezicht.

OT01 Toezicht Milieubelastende activiteiten (preventief): Toezichtslab Het Toezichtslab draagt bij aan doelgericht en effectief toezicht, door inzichten uit de gedrags-, data- en communicatiewetenschappen te vertalen naar praktische tools en interventies. Deze kennis wordt ingezet bij belangrijke toezichtuitdagingen en het ontwikkelen van een effectieve aanpak daarop.

Werkplan 2026 I 17

Dit kan gaan om incidentele uitdagingen (bijvoorbeeld een bedrijf dat regels blijft overtreden) of structurele en duurzame gedragsveranderingen (bijvoorbeeld het tegengaan van morsen van plastic korrels naar het milieu en de beïnvloeding van de veiligheidscultuur bij bedrijven). Er wordt ingezet op datagedreven werken om het toezicht gerichter te maken, onder andere door de ontwikkeling van risicomodellen op basis waarvan het preventieve toezicht gepland wordt. Daarnaast richt de inzet zich op instrumenten om de toezichthouder altijd van de juiste informatie te voorzien, ongeacht het moment van de dag of de plaats waar hij/zij zich op dat moment bevindt. De processen die DCMR gebruikt om deze modellen en instrumenten te maken zijn gebaseerd op de best-practices, zowel binnen als buiten de wereld van het milieutoezicht. De opgedane kennis wordt daarnaast steeds meer gebruikt bij andere taken van DCMR (reguleren en advisering). OT02 Toezicht (repressief): Milieupiket Het milieupiket is een belangrijke schakel in het operationele toezicht. Het is ongepland en direct inzetbaar op basis van signalen van acute overlast of andere milieuproblematiek. Binnen het operationele toezicht wordt het milieupiket onder regie van de meldkamer ingezet om de bron van overlast te achterhalen.

Voor zover mogelijk zet het milieupiket ook de eerste interventie in of wordt de problematiek in kaart gebracht zodat anderen dat kunnen doen. OD10 Meldkamer De meldkamer van DCMR vormt gedurende 24 uur per dag en 7 dagen per week, een schakel tussen de dienst, bewoners en bedrijven in het Rijnmondgebied en voor de Seveso- en RIE4bedrijven in heel Zuid-Holland en Zeeland. Binnen de meldkamer van DCMR wordt operationeel toezicht uitgevoerd. Operationeel toezicht is gericht op het stoppen of (als dit niet mogelijk is) het in kaart brengen van de acute milieuoverlast, door het vinden van de bron en het (laten) uitvoeren van de eerste noodzakelijke interventie. De ambitie is om het operationeel toezicht in de toekomst zo goed te kunnen uitvoeren dat milieuoverlast voorkomen wordt. Ter uitvoering van het operationele toezicht ontvangen meldkamer-inspecteurs, via onder meer telefoon en sensoren, signalen van milieuhinder vanuit de omgeving. Bewoners kunnen bij de meldkamer overlast in hun leefomgeving melden en de bedrijven melden verstoringen van hun processen. Deze signalen worden vervolgens door de meldkamer-inspecteurs geïnterpreteerd, gecombineerd en gekoppeld aan o.a. meteo- en sensorgegevens om de bron van overlast te achterhalen. Daarna beoordelen de meldkamer-inspecteurs of er direct acties ingezet moeten worden om de overlast te stoppen.

Wanneer het stoppen van de overlast niet van afstand mogelijk is of er meer onderzoek nodig is, dan wordt het binnen de afdeling Inspectie en Handhaving georganiseerde milieupiket ingeschakeld om het voorval te onderzoeken. De meldkamer DCMR monitort het e-nose netwerk, niet alleen voor afwijkende patronen vanuit de industrie, maar ook op het verbod op varend ontgassen. Hiervoor is een tool op de e-noses geïnstalleerd en de meldkamer voert deze werkzaamheden uit voor de gehele provincie Zuid – Holland en Zeeland en de provincies Gelderland en Utrecht. Ook vervult de meldkamer de rol van backoffice tijdens de crisisbeheersing. De meldkamer houdt tijdens een incident het overzicht van een crisissituatie en informeert zowel de piketmedewerkers in het veld als de directiewacht in het Regionaal Operationeel Team ROT, waar de incidentbestrijding gecoördineerd wordt. Verder wordt de directie, het bestuur en (indirect) de omgeving per mail door of op aangeven van de meldkamer, via het 24/7-communicatiepiket, geïnformeerd. Bij vijftien of meer overlastmeldingen per voorval, bij incidenten of bijzondere voorvallen bij Seveso- en RIE4bedrijven, of bij een groot incident, informeert de meldkamer het communicatiepiket, betrokkenen binnen DCMR en de andere operationele diensten zoals politie, brandweer en het Havenbedrijf Rotterdam.

Het communicatiepiket informeert vervolgens de bestuurders van de betrokken gemeenten en de provincie. Ook informeert het communicatiepiket de bewoners via website en het X-account van DCMR.

Werkplan 2026 I 18

3.5.3 Cluster Handhaving Bij constatering van milieuovertredingen treedt DCMR repressief op conform de ‘Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)’. De LHSO geeft, in de vorm van een matrix, een richtinggevend kader voor het opleggen van een passende sanctie op basis van de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder. Zie ook bijlage 5. Bestuursrechtelijke maatregelen zijn een last onder dwangsom, een last onder bestuursdwang en de intrekking van de omgevingsvergunning. Daarnaast is het met de inwerkingtreding van de Omgevingswet mogelijk geworden om voor Seveso-overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. Alle bestuursrechtelijke handhavingsbeschikkingen die door het college aan bedrijven worden opgelegd, worden gepubliceerd op de website van DCMR. Strafrechtelijke maatregelen zijn een proces-verbaal, een voorlopige maatregel en een bestuurlijke strafbeschikking fysieke leefomgeving (bsb-fl). 3.5.4 Cluster Juridische werkzaamheden Onder dit cluster vallen diverse juridische werkzaamheden, zoals werkzaamheden voor de verdediging van besluiten voor een bezwarencommissie, de rechtbank of de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 3.5.5 Cluster Kwaliteit en ontwikkeling VTH In het cluster Kwaliteit en ontwikkeling VTH zijn de borgingstaken en de inhoudelijke uitwerking van het MJP en themabeheer opgenomen.

De benodigde uren worden over alle participanten verdeeld. OD24: Borgingstaken Op basis van de wet gelden eisen die erop neerkomen dat in de uitvoering van VTH-taken een complete plan-do-check-act cyclus (inclusief kwaliteitsborging) moet zijn opgenomen. Activiteiten die daarop betrekking hebben zijn: meerjarenprogrammering, uitvoeringsprogramma’s, monitoring, omgevings- en risicoanalyse, planning en control, werkinstructies en protocollen, plannen van aanpak (onder meer voor sancties, gedoogbeleid, en vergunningen), volgen van ontwikkelingen in beleid en regelgeving voor VTH-taken en het voeren van overleg met externe partners. Dergelijke taken worden in dit werkplan samengevat onder de term ‘borgingstaken’. Voor deze ‘borgingstaken’ wordt in totaal maximum 6.500 uur uit het gezamenlijke budget van de participanten ingezet. Elke participant draagt bij aan deze borgingstaken, naar rato van de zwaarte van het bedrijvenbestand waarvoor de participant bevoegd gezag is. Het budget voor de borgingstaken is onderdeel van het budget dat op basis van de bedrijfskentallen wordt bepaald. Ook regie, verantwoording naar de participanten en monitoring (totaal 900 uur) betreffen de aansturing van de uitvoering en het verwerken van resultaten. Daarom zijn deze taken toegevoegd aan de borgingstaken. In bijlage 5 is een beschrijving van de werkzaamheden binnen borgingstaken opgenomen.

A01 Advies milieuaspecten: Themabeheer en MJP Themabeheer en MJP gaan over de inhoudelijke ontwikkeling en sturing van de VTH-taken.

Werkplan 2026 I 19

3.5.6 Cluster Overige VTH-taken In dit cluster zijn VTH-taken opgenomen die niet meegenomen worden in de budgetteringsmethodiek VTH-taken voor bedrijven. Tabel 4: Overige VTH-taken Wel, Niet, Op verzoek

PDC

A01 OR01 OR09 OR12 OR26 R28 OR41 OT01

OT05

OT09 OT12 T13

Advies milieuaspecten - Overleg met betrekking tot handhaving - Toets mba aan het Omgevingsplan Omgevingsvergunning milieu/ Bibob Behandeling melding Bal voor het aanleggen en gebruiken van een gesloten bodemenergiesysteem /melding GBES Ontheffing vervoer gevaarlijke stoffen Ontheffing geluidsbelasting - Advisering bij evenementen (Sloop)melding asbest Beschikking Woo-verzoek Toezicht milieubelastende activiteit - Toezicht EPBDIII - Toezicht Label C Beoordeling verplichte rapportage - Toezicht registratieverplichting werkgebonden personen mobiliteit - E-PRTR Toezicht bodembescherming - Controle GBES Toezicht geluidnormen - Toezicht bij evenementen Controle BRIKS - Toezicht op asbestverwijdering Totaal

Wel Wel Wel Wel Op verzoek Op verzoek Wel Wel Niet Niet Wel

Niet Wel Op verzoek Wel 903 Uren

3.5.7 Cluster Omgevingsadvies Op verzoek van de gemeente adviseert DCMR in omgevingsplanproces en vergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dit vindt plaats door vooraf voor een planvorming relevante kaders aan te geven, tussentijds bij planvorming te adviseren en de uitgewerkte plannen voorafgaand aan de besluitvorming te toetsen op basis van die kaders. Als uitgangspunt hanteert DCMR de eisen die voortvloeien uit wet- en regelgeving, het beleid en de ambities van het Rijk, de provincie en de gemeente op het gebied van veiligheid, duurzaamheid en een gezonde leefomgeving. In de volgende tabel is een overzicht opgenomen van mogelijke werkzaamheden. De werkzaamheden worden op verzoek en in nauw overleg met de gemeente uitgevoerd. Tabel 5: Omgevingsadvies PDC Producten Omgevingsadvies A01 Advies milieuaspecten: - Omgevingsscan - Inhoudelijke adviezen over één of meer thema’s - Inventarisatie milieucategorieën - Toetsen GO-FLO (Goede Onderbouwing voor de Fysieke Leefomgeving) omgevingsplan of -vergunning:

Uren 2026

Werkplan 2026 I 20

PDC OA06 OA04 OA07

OA08

OR25 R60 R61

Producten Omgevingsadvies - Opstellen GO-FLO (deeltekst) Advies omgevingstafel Beoordeling MER-plicht/ 0-stap advies

Uren 2026

Mer-beoordelingsprocedure voor omgevingsplannen, omgevingsplanactiviteiten (OPA) en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA) Mer-procedure voor omgevingsplannen, besluiten omgevingsplanactiviteiten (OPA) en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA) Beschikking hogere waarde voor gevallen waar geen GPP’s (Geluidproductieplafond) zijn vastgesteld Mer-beoordelingsprocedure voor omgevingsvergunning milieubelastende activiteit Mer-procedure voor omgevingsvergunning milieubelastende activiteit

Totaal

483 Uren

3.5.8 Cluster Beleidsadvisering Onder dit cluster vallen diverse milieuadviezen en overleggen. Een milieuadvies kan gaan over concrete milieuvraagstukken, (landelijke en Europese) wetgeving, beleidsvelden, bedrijfstakken en branches. Ook werkzaamheden die voortvloeien als gevolg van de implementatie van de Omgevingswet zijn in dit cluster gepland. De volgende tabel geeft de werkzaamheden van DCMR voor de gemeente Ridderkerk in schema weer. Tabel 6: Werkzaamheden/producten ten behoeve van beleidsadvisering PDC DCMR-product typering Beleidsadvisering A01

OR26 Totaal

Uren 2026

Advies milieuaspecten - Verstrekken van algemene adviezen op verzoek van de gemeente. - Voorbereiden en deelnemen aan bestuurlijke overleggen, beantwoorden van raadsvragen en vragen vanuit het bestuur. - Regiegroep Adviezen Omgevingsplannen - Stationering van een DCMR-adviseur bij de gemeente voor een dag per week Advies bouwlawaai: (Advies) maatwerkbesluit bouwlawaai 532 Uren

Toelichting Regiegroep Adviezen Omgevingsplannen De gemeenten vragen adviezen over de inrichting van hun omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat veel regels en informatie die belangrijk zijn voor de uitvoering van het werk van DCMR. Zo zullen de door het rijk overgedragen milieuregels omgezet moeten worden naar het definitieve omgevingsplan. Het is belangrijk dat de adviezen onderling afgestemd worden en dat DCMR op een eenduidige wijze adviseert in het werkgebied om het dagelijks werk goed te kunnen uitvoeren. Daarom is een regiegroep in het leven geroepen die als doel heeft om alle omgevingsplan-adviezen integraal vorm te geven. De regiegroep bestaat uit vertegenwoordigers van diverse thema’s en specialismen. Een eerste doelstelling is om een integraal basisadvies te ontwikkelen voor alle gemeenten. De regiegroep overlegt regelmatig om kennis te ontwikkelen en tot een basisadvies te komen. De kosten voor deze werkzaamheden worden verhoudingsgewijs verdeeld over gemeente Rotterdam (70%) en de regiogemeenten (30%). Bij het berekenen van de percentages is gekeken naar de geplande uren omgevingsadvies voor gemeente Rotterdam en de regiogemeenten.

Werkplan 2026 I 21

3.5.9 Cluster Bodem Onder de Omgevingswet is de gemeente bevoegd gezag voor de bodem. DCMR voert diverse bodemwerkzaamheden uit voor de gemeente, waarvan een groot deel in het basistakenpakket van de omgevingsdiensten is ondergebracht. Ook in 2026 kan een gemeente SPUK-middelen aanvragen bij het ministerie van I&W voor projecten over diffuus lood. DCMR zal, net als in 2024, voor deze aanvraag een kant-en-klare aanvraag aanreiken. Zodra de middelen zijn toegekend, kan DCMR projecten voor de gemeente in uitvoering nemen. In onderstaande tabel is aangegeven welke taken DCMR voor de gemeente kan uitvoeren. Tabel 7: Bodemwerkzaamheden PDC

A01

OA03 OD03

D11

OR14

OR15

OR55

OT08

Bodemwerkzaamheden

Uren 2026

Advies milieuaspecten - Advies over aanpassing van beleid, bijvoorbeeld BBK (gemeentelijke nota’s bodembeheer en opstellen bodemkwaliteitskaarten/gebiedsspecifiek beleid), PFAS, ZZS en bodembeleid t.b.v. invulling Omgevingswet en Eenheid in Beleid. - Adviseren bij omgevings-procedures (bouw) en grondtransacties en procedures in het kader van de ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld een MER of omgevingsplan. - Meedenken bij integrale benadering ruimtelijke ontwikkeling: verbreding en ondergrondkwaliteiten (zie figuur onder.) Vooroverleg: - Advisering van de initiatiefnemer van een activiteit voorafgaand aan de indiening van de formele aanvraag voor een vergunning/ontheffing of mba bodem/ontheffing. Coördinatie bodemsanering - in uitvoering nemen SPUK-projecten met diffuus lood, mits de gemeente deze heeft aangevraagd Informatie-ontsluiting - Databeheer: Invoeren van rapporten in het bodeminformatiesysteem en onderhouden van het systeem. - Beantwoorden van Ad hoc vragen van gemeenten, bedrijven en burgers via de bodemtelefoon en bodem-mailadres. Behandeling melding sanering van de bodem - Beoordeling van de melding van de uitvoering van een eenvoudige bodemsanering. Mba graven boven en beneden interventiewaarden.

Mba toepassen grond en bagger en tijdelijk opslaan - Coördinatie en advisering grondstromen - Beoordelen van meldingen in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving, adviseren over grondstromen, eventueel op basis van de bodemkwaliteitskaart. - Beoordelen van vergunningen en meldingen in het kader van het omgevingsplan. Maatwerkvoorschrift bodem - Nadere voorschriften betreffende het uitvoeren van bodemactiviteiten. Indien activiteiten niet passen in de mba saneren of bij mba toepassen grond en bagger. -Beoordelen van vergunningen en meldingen bouwstoffen in het kader van het omgevingsplan (bv slakken en immobilisaat) Beoordeling rapportage bodemonderzoek Betreft: Onderzoek rapportage bodemonderzoek, beoordeling

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1239/documents/42798