CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt lijst.pdf

Gemeenteraad RK 21 maart 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 6: Vierde wijziging Algemene plaatselijke verordening Ridderkerk 20203.356 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WAS-WORDT-LIJST VIERDE WIJZIGING APV RIDDERKERK 2020 In onderstaand overzicht zijn enkel de te wijzigen artikelen opgenomen

OVERZICHT VERGELIJKING ARTIKELEN Artikel

Huidig APV 2020 Voorgestelde wijziging (bestaande tekst) (nieuwe tekst) Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden Artikel 2.1 Artikel 2:1 Samenscholing en Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden, tweede lid ongeregeldheden, tweede lid 2. Degene die op een openbare plaats:

2. Degene die op een openbare plaats

a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;

a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;

b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of

b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of

c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;

c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;

is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

is verplicht op bevel van een opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

Korte toelichting

Het begrip ‘opsporingsambtenaar’ is breder dan ‘ambtenaar van politie’. Door de wijziging kunnen onder andere ook de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) handhaven op het samenscholingsverbod.

1

Afdeling 3. Evenementen Artikel 2:25 Artikel 2:25 Evenementenvergunning, tweede lid, aanhef en onder e

Artikel 2:25

Artikel 2:25 Evenementenvergunning, tweede lid, aanhef en onder e

2. De burgemeester kan de evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen indien naar zijn oordeel:

2. De burgemeester kan de evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen indien naar zijn oordeel:

(…) e. de vooraankondiging van een B- of een Cevenement niet voor 15 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de regionale evenementenkalender wordt vastgesteld, is ingediend; Artikel 2:25 Evenementenvergunning, derde lid, aanhef en onder e

(…) e. de vooraankondiging van een B- of een C- evenement niet voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de regionale evenementenkalender wordt vastgesteld, is ingediend; Artikel 2:25 Evenementenvergunning, derde lid, aanhef en onder e

3. Van een 0- evenement is sprake, indien is voldaan aan alle onderstaande criteria:

3. Van een 0- evenement is sprake, indien is voldaan aan alle onderstaande criteria:

(…) e. het equivalente geluidsniveau gedurende 1 minuut ((LAeq, 1 min) veroorzaakt door muziek- of stemgeluid afkomstig van het niet bebouwde deel, tussen 10:00 en 22:00 uur op een afstand van 10 meter van de geluidsbron niet meer bedraagt dan 95 dB(A) en er geen verhoging plaatsvindt van 10 dB vanwege muziekgeluid;

(…) e. het equivalente geluidsniveau gedurende 1 minuut ((LAeq, 1 min) veroorzaakt door muziek- of stemgeluid afkomstig van het niet bebouwde deel, tussen 10:00 en 22:00 uur op een afstand van 10 meter van de geluidsbron niet meer bedraagt dan 80 dB(A) en 86 dB(C), hierbij hoeft geen rekening gehouden te worden met de toeslag van 10 dB muziekgeluid.

Deze wijziging geeft de organisatoren van evenementen iets meer tijd voor het doen van een vooraankondiging van het evenement.

Het gaat hier om de criteria voor een meldingsplichtig (vergunningsvrij) evenement. Voldoet een evenement hier niet aan, dan moet vergunning worden aangevraagd. Deze gewijzigde aantallen zijn afgestemd met de DCMR. De ervaring is dat 80 dB(A) voldoende is om een vergunningsvrij evenement te organiseren. De dB(C) tonen hebben betrekking op de bastonen.

2

Artikel 2:25

Artikel 2:25 Evenementenvergunning, lid 3a

Vervalt

3a. De burgemeester is bevoegd tot het vaststellen van nadere regels ten aanzien van 0-evenementen.

We zijn tot het inzicht gekomen dat delegatie van nadere regels aan burgemeester in strijd is met Gemeentewet. Van deze delegatie is in het verleden ook geen gebruik van gemaakt. Burgemeester kan wel beleidsregels vaststellen over 0-evenementen, maar geen nadere regels. Daarom wordt artikel 2.25 lid 3a geschrapt. Bevoegdheid om beleidsregels vast te stellen vloeit al rechtstreeks voort uit Awb, dus vermelding hiervan in APV is niet nodig.

Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade Artikel 2:48a Artikel 2:48a Verboden lachgasgebruik Vervalt 1. Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken.

Sinds 1 januari 2023 is lachgas opgenomen in de Opiumwet. Gebruik van lachgas valt dan ook voortaan onder artikel 2:74a (Openlijk drugsgebruik). Hiermee is de juridische noodzaak van het specifieke lachgasartikel komen te vervallen.

2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te

3

verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.

Artikel 2:50a

Artikel 2:58

3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als wapen, eerste lid

Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als wapen, eerste lid

1. Het is verboden op een openbare plaats, met inbegrip van daarin gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en de daarbij behorende erven, messen of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben.

1. Het is verboden op een openbare plaats of in voor het publiek toegankelijke gebouwen messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon-of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken.

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden en paarden, eerste en tweede lid

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden en paarden, eerste en tweede lid

1. De eigenaar of houder van een hond of een paard of degene aan wiens zorg een hond of een paard kennelijk is toevertrouwd, is verplicht ervoor te zorgen dat die hond of dat paard zich niet van uitwerpselen ontdoet op de weg.

1. De eigenaar of houder van een hond of een paard of degene aan wiens zorg een hond of een paard kennelijk is toevertrouwd, is verplicht ervoor te zorgen dat die hond of dat paard zich niet van uitwerpselen ontdoet op een openbare plaats.

De rechtbank Rotterdam heeft begin 2023 een soortgelijk artikel in de APV van Rotterdam onverbindend verklaard. De rechtbank was namelijk van mening dat dit onderwerp al voldoende was geregeld in de Wet Wapen en munitie. De VNG is het hier niet mee eens en heeft in de ledenbrief van 7 november jl. een tekstvoorstel voor een messenverbod opgenomen. In een eerder stadium was al in de regio een voorstel gedaan voor een aangepast artikel. In dat regionale artikel wordt het messenverbod gekoppeld aan overlast en hinder. Voorgesteld wordt het regionale artikel te volgen, aangezien dat artikel (net als het huidige artikel) geldt in de gehele gemeente. Het begrip “openbare plaats” is breder dan het begrip “weg”: ook speelweiden, plantsoenen, enz. vallen eronder.

4

2. De eigenaar of houder van een hond of een paard of degene aan wiens zorg een hond of een paard kennelijk is toevertrouwd, is verplicht, indien hij zich met een hond of dat paard op de weg bevindt, een doeltreffend hulpmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor het verwijderen van de uitwerpselen. Afdeling 10. Consumentenvuurwerk en carbidschieten Artikel 2:71 Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit. Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester Artikel 2:78 Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester

2. De eigenaar of houder van een hond of een paard of degene aan wiens zorg een hond of een paard kennelijk is toevertrouwd, is verplicht, indien hij zich met een hond of dat paard op een openbare plaats bevindt, een doeltreffend hulpmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor het verwijderen van de uitwerpselen. Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

Bij ministeriële regeling op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit wordt bepaald welk vuurwerk aan particulieren beschikbaar mag worden gesteld.

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 72 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

Het betreft juridisch-technische en redactionele wijzigingen. Het advies van de VNG in deze wordt gevolgd. Voorbeeld het begrip ‘bevel’ wordt vervangen voor het begrip ‘tijdelijk verbod’. Daarnaast wordt voorgesteld de termijn van 24 uur te verruimen naar 72 uur. De bedoeling is deze bevoegdheid te mandateren aan de politie.

5

aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 4 weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3. Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen 6 maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.

Artikel 2:78b Nieuw

2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 30 dagen in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 3. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 4. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid. Artikel 2:78b Groepsverbod Dit artikel is opgenomen n.a.v. de Motie 202237 (Voorkomen en bestrijden van wanordelijkheden). Voor verder toelichting 6

Artikel 2:79a Nieuw lid

Het is verboden zich op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door de burgemeester voor een bepaalde duur aangewezen gebied, zonder redelijk doel met drie of meer andere personen in groepsverband op te houden. Artikel 2:79a Sluiting voor het publiek openstaande gebouwen Toevoegen als nieuw lid 2: Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid of artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

wordt verwezen naar de Raadsinformatiebrief van 14 juli 2023 met kenmerk 2023-004381.

In de ledenbrief van de VNG van 7 november jl. wordt voorgesteld 2 artikelen tegen ondermijning op te nemen. Het gaat hier om een artikel over het sluiten van panden en een artikel op grond waarvan de burgemeester branches/activiteiten/gebieden kan aanwijzen die vergunningplichtig worden. Beide artikelen staan echter al in de APV van Ridderkerk. Wel wordt voorgesteld aan het huidige artikel 2:79a de afbakening ten opzichte van andere sluitingsbevoegdheden toe te voegen.

Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden Artikel 4:11 Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor Het huidige lid 3 biedt het bevoegde gezag vellen van houtopstanden, derde lid het vellen van houtopstanden, derde lid een mogelijkheid om nadere regels vast te stellen. Met het nieuwe lid is het bevoegde 3. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht 3. Het bevoegd gezag stelt nadere regels gezag (college) verplicht om nadere regels opleggen onder nader te stellen vast voor de compensatie van de te vast te stellen. Het is de bedoeling deze voorschriften. vellen houtopstand. Dit is onder andere nadere regels vast te stellen in de eerste helft afhankelijk van de locatie van het gebied van 2024. (woonwijk, bedrijventerrein, park) en de waarde van de houtopstand. Daarnaast is compensatie van de te vellen houtopstand breder dan enkel een herplantplicht. 7

Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod Artikel 5:6 Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen voertuigen Tweede, derde en vierde lid Tweede, derde en vierde lid 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a.

2. vervalt

3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingsverordening Zuid-Holland of de Provinciale landschapsverordening.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingsverordening Zuid-Holland of de Provinciale landschapsverordening.

4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Afdeling 2. Collecteren Artikel 5:13 Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- en donateur werving Derde lid 3. Het verbod geldt niet voor verenigingen en kerken. Afdeling 3. Venten Artikel 5:14 Artikel 5:14 Definitie Tweede lid 2. Onder venten wordt niet verstaan:

Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- en donateur werving Derde lid

Caravans, aanhangwagens en dergelijke leggen (te) veel beslag op de schaarse parkeerruimte. Op basis van het eerste lid van dit artikel is het verboden caravans langer dan 3 dagen op de weg te parkeren. Hiervan kan men op basis van het tweede lid ontheffing krijgen. Er zijn amper weigeringsgronden voor de ontheffing. Om die reden wordt voorgesteld de ontheffingsmogelijkheid te schrappen.

Het gaat hier om een redactionele aanpassing.

3. Het verbod geldt niet voor verenigingen en kerkgenootschappen. Artikel 5:14 Definitie Tweede lid 2. Onder venten wordt niet verstaan:

De definitie is aangepast vanwege de ingediende motie 2023-51. De voorgestelde aanpassing van sub b van het tweede lid is niet doorgevoerd, omdat artikel 5:22 reeds vervallen is. 8

a. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of artikel 5:22; c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.

Artikel 5:15

Artikel 5:15 Ventverbod 1. Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 2. Het is verboden te venten op zondagen en maandag tot en met zaterdag tussen 20.00 uur en 09.00 uur.

a. het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;

De verwijzing naar artikel 160, eerste lid, onder h Gemeentewet is gewijzigd in een verwijzing naar artikel 160, eerste lid, onder g Gemeentewet. Het betreft een correctie.

b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten als bedoeld in het eerste lid op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid onder g, van de Gemeentewet. c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten als bedoeld in het eerste lid op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17 van deze verordening. Artikel 5:15 Ventverbod 1. Het is verboden zonder vergunning van het college te venten. 2. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Dit artikel is opgenomen n.a.v. de Motie 202351 (Voorkomen ondermijning). Op basis van de huidige APV is geen ventvergunning nodig. Wel gelden er nu algemene beperkingen (bijv. ventverbod op zondag). Op basis van het nieuwe artikel is weer een ventvergunning nodig van het college. Het college kan beleidsregels vaststellen hierover.

9

3. Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid genoemde verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te venten op nader door het college aan te wijzen wegen, dagen of uren. Het college kan in dat besluit bepalen dat het verbod niet geldt voor het venten van producten of diensten die vallen in door hem aangewezen productcategorieën of categorieën van diensten.

Artikel 5:16

5. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet. Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting Het verbod, bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, geldt niet voor: a. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet; b. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;

Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting 1. Het verbod van artikel 5:15 geldt niet voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

Inhoudelijk verandert het artikel niet. Met de aanpassing van het artikel wordt voldaan aan de Motie 2023-51.

2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het venten van gedrukte en geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet verboden: a. op door het college aangewezen openbare plaatsen; of

10

c. het te koop aanbieden, afleveren of verkopen van goederen op een door het college ingestelde markt, op een evenement waarvoor een vergunning geldt krachtens artikel 2:25, of op een standplaats waarvoor een vergunning geldt krachtens artikel 5:18.

b. op door het college aangewezen dagen en uren. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van het tweede lid.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1066/documents/37116