CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt-lijst.pdf

Gemeenteraad RK 23 mei 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 13: Toestemming wijziging gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie (De BedrijfsvoeringsPartner)9.249 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Was-wordt-lijst Wijziging gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie Algemeen:

 

Een bedrijfsvoeringsorganisatie is een collegeregeling. De burgemeesters treden dan ook als bestuursorgaan uit de gemeenschappelijke regeling. Waar als rechtspersoon van de gemeenschappelijke regeling het openbaar lichaam in de oude regeling stond genoemd, is dat vervangen door de rechtspersoon bedrijfsvoeringsorganisatie;

Waar in de oude regeling werd gesproken over de deelnemende bestuursorganen is dat vervangen door ‘deelnemer’, ‘deelnemers’, ‘college’ of ‘colleges’ als deelnemende bestuursorganen;

 

In de onderstaande Was-wordt-lijst wordt enkel een korte aanvullende toelichting gegeven op bepalingen die gewijzigd worden; Wijzigingen (met uitzondering van geschrapte bepalingen) zijn zo zoveel als mogelijk in de kolom ‘Wordt’ vetgedrukt aangegeven. Bepalingen / woorden die gewijzigd of geschrapt worden zijn cursief aangegeven.

Was

Wordt

Artikel 1: Begripsbepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

In deze regeling wordt verstaan onder:

(…)

(…)

c. Deelnemende gemeente:

b. deelnemende gemeente: de gemeente wiens

De gemeente wiens bestuursorganen

college deelneemt aan deze regeling;

deelnemen aan deze regeling.

(…)

(…)

g. begroting:

Toelichting

De omschrijving van ‘burgemeester’ is verwijderd, omdat deze niet meer voorkomt in de regeling. ‘Bestuursorganen’ vervangen door ‘college’

1

h. GR-Begroting:

de begroting welke door het bestuur van de

De begroting welke door het Algemeen

bedrijfsvoeringsorganisatie wordt vastgesteld met

In de gemeenschappelijke regeling gaat het enkel

Bestuur van de BAR-organisatie wordt

alle inkomsten en uitgaven (personele kosten,

om één begroting. De toevoeging ‘GR’ is

vastgesteld met alle inkomsten en

bedrijfsvoeringskosten en materialen) van de

overbodig.

uitgaven (personele kosten,

bedrijfsvoeringsorganisatie voor het komende jaar

Een bedrijfsvoeringsorganisatie kent een

bedrijfsvoeringkosten en materialen) van

gekoppeld aan de voor de deelnemers uit te voeren

enkelvoudig bestuur, geen algemeen en dagelijks

de BAR-organisatie voor het komende

taken de te bereiden doelstellingen en de condities

bestuur.

jaar gekoppeld aan de voor de

waaronder dat zal gebeuren;

deelnemers uit te voeren taken en de te

h. bedrijfsvoeringsorganisatie de

bereiken doelstellingen en de condities

rechtspersoonlijkheid bezittende

waaronder dat zal gebeuren.

bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 2

i. Het openbaar lichaam:

van deze regeling;

Het rechtspersoonlijkheid bezittende openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling. j. Het samenwerkingsgebied: Het gezamenlijke grondgebied van de aan deze regeling deelnemende gemeenten. k. Opdrachtgever: Een deelnemende gemeente,

De omschrijvingen van ‘het samenwerkingsgebied’, ‘opdrachtgever’, ‘opdrachtnemer’, ‘programma’ en ‘programmabegroting’ is geschrapt, omdat deze niet voorkomt in de regeling.

vertegenwoordigd door het College. l. Opdrachtnemer: Het openbaar lichaam, vertegenwoordigd door de voorzitter. m. Personeel:

De begripsomschrijving van personeel is

2

Alle medewerkers in dienst van de

geschrapt omdat deze ten opzichte van het

deelnemende gemeenten met

nieuwe artikel 14 geen toegevoegde waarde

uitzondering van de

heeft.

gemeentesecretarissen (artikel 102 Gemeentewet), de griffiers (artikel 107 Gemeentewet) en op de griffies werkzame ambtenaren (artikel 107 Gemeentewet). n. Programmabegroting: De begroting zoals de gemeenten die opstellen op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en de artikel 212Gemeentewet-verordeningen van die gemeenten. o. Programma: Het geheel van samenhangende producten en diensten op een beleidsterrein als benoemd in de programmabegroting van de deelnemende gemeenten met de bijbehorende programmabudgetten voor de uitvoering van de gemeentelijke taken.

3

Artikel 2: Openbaar lichaam en bestuurssamenstelling

Artikel 2 Bedrijfsvoeringsorganisatie 1. Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in

1. Er is een openbaar lichaam als bedoeld

artikel 8, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke

in artikel 8, eerste lid, van de Wet

regelingen genaamd de Bedrijfsvoeringspartner.

gemeenschappelijke regelingen, genaamd “BAR-organisatie”.

2. De bedrijfsvoeringsorganisatie is gevestigd in

2. Het openbaar lichaam is gevestigd in

deelnemende gemeenten.

Ridderkerk met dependances in de overige

Ridderkerk met dependances in de overige deelnemende gemeenten. Artikel 3: Belang

Artikel 3 Belang

Doel van de regeling is het

Doel van de regeling is het bewerkstelligen van een

bewerkstelligen van een kwalitatief

kwalitatief hoofwaardige en doelmatige uitvoering

hoogwaardige en een doelmatige

door de bedrijfsvoeringsorganisatie van de door de

uitvoering door het openbaar lichaam

deelnemende gemeenten opgedragen taken.

van de door de deelnemende gemeenten opgedragen taken. Artikel 4: Taken organisatie

Artikel 4 Taken organisatie

1. De deelnemers laten overeenkomstig

1. De bedrijfsvoeringsorganisatie voert taken uit voor

het bepaalde in artikel 3 van deze

de deelnemers op de volgende taakvelden:

regeling door het openbaar lichaam een

a. Human Resource Management (HRM);

basistakenpakket uitvoeren.

b. Informatie en Communicatie Technologie (ICT);

Nu de taken van de organisatie veranderen, is dit artikel geheel vernieuwd, waarbij wel zoveel als mogelijk aansluiting is gezocht bij de oude bepaling. De taakvelden die bij de organisatie blijven, zijn

4

2. De omvang en inhoud van het

c. Financiën, met uitzondering van planning en

basistakenpakket wordt in

control taken;

gezamenlijkheid door de colleges

d. Control;

vastgesteld. Het basispakket kan zowel

e. Juridische Zaken en Inkoop;

producten als diensten bevatten.

f. Facilitaire zaken;

3. Dit basistakenpakket strekt zich in ieder geval uit tot de volgende

expliciet benoemd.

g. Administratie zorg; h. Uitkeringsadministratie.

adviserende, ondersteunende en

2. De taken behorende bij de in lid 1 genoemde

uitvoerende werkzaamheden:

taakvelden omvatten in ieder geval de volgende

a. Beleidsontwikkeling en

soorten werkzaamheden:

beleidsvoorbereiding;

a. Beleidsontwikkeling en beleidsvoorbereiding op

b. Uitvoering van het (door bevoegd

bedrijfsvoeringstaken;

gemeentelijke bestuursorganen

b. Uitvoering van vastgesteld beleid en wettelijke

vastgestelde) beleid en de wettelijke

regelingen;

taken;

c. Toezicht op aan derden uitbesteed werk;

c. Toezicht op en handhaving van de

d. Handhaving van de hiervoor genoemde uitvoering;

hiervoor genoemde uitvoering.

e. Het verrichten van privaatrechtelijke

Een nadere duiding van de taakvelden geeft meer helderheid over de belangrijkste taken binnen de taakvelden, zonder dat deze opsomming uitputtend is.

rechtshandelingen voorzover de bedrijfsvoeringsorganisatie hiertoe is gevolmachtigd. 3. De bedrijfsvoeringsorganisatie legt met de deelnemer de leveren en af te nemen producten en 4. De deelnemende gemeenten zijn gehouden in alle gevallen de diensten en producten, die behoren bij de

diensten vast. 4. De deelnemende gemeenten zijn gehouden in alle gevallen de overeengekomen diensten en producten,

Om nog meer helderheid te krijgen over welke taken bij de organisatie liggen – en dus ook welke niet – worden afspraken gemaakt over de af te nemen producten en diensten. Het vierde lid komt overeen met het oude vierde

5

overeengekomen taken, af te nemen. Een

die behoren de in het eerste lid genoemde taken af te

lid en bevat een afspraak over de zogenaamde

deelnemer mag bepaalde taken of

nemen. Een deelnemer mag bepaalde taken of

‘verplichte winkelnering’.

aspecten daarvan pas zelf uitvoeren dan

aspecten daarvan pas zelf uitvoeren dan wel aan een

wel aan een andere uitvoerder

andere uitvoerder uitbesteden na bestuurlijke

uitbesteden na bestuurlijke

besluitvorming van het bestuur. Aan dit besluit

besluitvorming van het algemeen

kunnen voorwaarden betreffende onder andere de

bestuur. Aan dit besluit kunnen

vergoeding van frictiekosten worden gesteld. In

voorwaarden betreffende onder andere

artikel 23 van deze Regeling en de

de vergoeding van frictiekosten worden

dienstverleningsovereenkomst wordt hier nadere

gesteld.

uitwerking aan gegeven.

In een dienstverleningsovereenkomst en producten-en-diensten-catalogus worden verdere afspraken gemaakt de taken, omvang en wijze van uitvoering.

5. In aanvulling op de taken uit het basistakenpakket kan het openbaar lichaam op verzoek van een deelnemer op basis van een pluspakket ook andere adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden verrichten. 6. Het openbaar lichaam voert alleen pluspakketten uit voor een deelnemer voor zover dit geen verstoring veroorzaakt in de uitvoering van het basispakket. 7. De taken en producten uit het pluspakket en de condities waaronder het openbaar lichaam deze uitvoert, worden

6

afzonderlijk in de GR-begroting opgenomen en komen voor rekening van het opdrachtgevende bestuursorgaan. 8. Met betrekking tot de uitvoering en nadere invulling van de taken in het basispakket en het pluspakket worden door of namens het dagelijks bestuur en elk van de deelnemers de prestatieafspraken vastgelegd in de (meerjaren)begroting van het openbaar lichaam (GR-Begroting), waarin in ieder geval is vastgelegd welke producten en diensten van het openbaar lichaam aan de deelnemers zullen worden geleverd en wat de kosten daarvan zullen zijn. 9. Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit het basis- en pluspakket bedoelde taken, kan het openbaar lichaam op verzoek van derden adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden op het gebied van de basis- en pluspakketten verrichten. Onder derden wordt verstaan: niet-deelnemers aan de

7

gemeenschappelijke regeling. Artikel 5: Algemene bevoegdheidstoedeling

Artikel 5: Algemene bevoegdheidstoedeling De colleges bepalen middels algemene dan wel

Hier en daar zijn summiere tekstaanpassingen gedaan, zonder dat dit een inhoudelijke wijziging tot gevolg heeft.

De daartoe bevoegde bestuursorganen

afzonderlijke delegatie- en/of mandaatbesluiten

van de deelnemers c.q. participanten

welke bevoegdheden die samenhangen met de

Om flexibiliteit te behouden is delegatie /

zullen middels algemene dan wel

taakvelden zoals vermeld in artikel 4 van de regeling,

mandaat mogelijk aan organen van de

afzonderlijke delegatie- en/of

moeten worden verleend aan organen van de

bedrijfsvoeringsorganisatie. De organen zijn

mandaatbesluiten bepalen welke

bedrijfsvoeringsorganisatie.

benoemd in deze regeling (bestuur, voorzitter,

bevoegdheden die samenhangen met de

directeur)

taakgebieden zoals vermeld in artikel 4 van de regeling, dienen te worden verleend aan de bestuursorganen of aan de directieraad van het openbaar lichaam. Artikel 6: Kwaliteitsborging

Artikel 6: Kwaliteitsborging

1.Het openbaar lichaam draagt zorg voor

1.De bedrijfsvoeringsorganisatie draagt zorg voor

uitvoering van de taken zoals vermeld in

uitvoering van de taken zoals vermeld in artikel 4 van

artikel 4 van deze regeling en zoals

deze regeling en zoals vastgelegd in de begroting.

vastgelegd in de GR-begroting.

2.Indien desondanks sprake is van onvoldoende

2.Indien desondanks sprake is van

kwalitatief of onzorgvuldig c.q. onrechtmatig

onvoldoende kwalitatief of onzorgvuldig

handelen van de bedrijfsvoeringsorganisatie ten

c.q. onrechtmatig handelen van het

aanzien van één of meer deelnemende gemeenten als

openbaar lichaam ten aanzien van één of

gevolg waarvan schade is ontstaan of dreigt te

Inhoudelijk nagenoeg gelijk met een tekstuele verbetering.

8

meer deelnemende gemeenten als

ontstaan, melden de betreffende colleges dit zo snel

gevolg waarvan schade is ontstaan of

mogelijk, maar uiterlijk binnen drie maanden na het

dreigt te ontstaan, melden de

constateren van de geleden of dreigende schade, bij

betreffende colleges dit zo snel mogelijk,

het bestuur. Het bestuur draagt zorg voor beperking

maar uiterlijk binnen drie maanden na

en zo nodig tot herstel van geleden schade.

het constateren van de geleden of dreigende schade, bij het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor beperking en zo nodig tot herstel van geleden schade. De artikelen 7 tot en met 11 in de gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie (oud) zijn geschrapt, omdat de bedrijfsvoeringsorganisatie geen algemeen bestuur kent, maar een enkelvoudig bestuur. De nieuwe artikelen gaan over het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie en komen deels overeen met de oude bepalingen over het dagelijks bestuur Artikel 12: Samenstelling

Artikel 7: Samenstelling

Het bestuur van de BVO wordt gevormd door een

1.Met in achtneming van het tweede lid

1. Iedere deelnemer wijst één collegelid aan voor het

wijst het algemeen bestuur in de eerste

bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie.

vergadering van elke zittingsperiode,

2. Voor elk lid van het bestuur wijst iedere

gelijk aan de periodieke verkiezing van de

deelnemer een plaatsvervangend collegelid aan.

gemeenteraad, uit zijn midden een

3. Een lid van het bestuur kan te allen tijde ontslag

dagelijks bestuur.

nemen. Het college dat een lid heeft aangewezen kan

2.Het dagelijks bestuur wordt

dit lid ontslaan wanneer deze niet meer het

aangewezen uit het algemeen bestuur

vertrouwen van het college heeft.

Art. 16, vierde lid, juncto art. 18 Wgr bepaalt nog

zoals aangegeven in het eerste lid,

4. Indien tussentijds een vacature ontstaat in het

dat de regeling bepalingen inhoud over de

waarbij elke deelnemende gemeente één

bestuur, wijst de betreffende deelnemer zo spoedig

bevoegdheid van het college een door hem

door de deelnemer aangewezen collegelid per gemeente. Zo is iedere deelnemer gelijkelijk vertegenwoordigd. De burgemeesters maken qualitate qua geen deel meer uit van het bestuur. De colleges van de deelnemende gemeenten wijzen naast een lid ook een plaatsvervangend lid van het bestuur aan.

9

lid, zijnde een wethouder, en de

mogelijk een nieuw lid aan.

aangewezen lid van het bestuur ontslag te

burgemeester afvaardigt, de voorzitter

verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het

meegerekend.

college niet meer heeft.

3.Voor elk lid van het dagelijks bestuur wijst ieder college een plaatsvervangend collegelid uit de afzonderlijke gemeenten aan. 4.Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. 5.Degene die tussentijds ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn. 6.Indien tussentijds een vacature ontstaat in het dagelijks bestuur, benoemt het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid. Artikel 13: Bevoegdheden dagelijks bestuur

Artikel 8: Bevoegdheden bestuur 1. Alle bevoegdheden die bij of krachtens enige wet

1.Naast de uitoefening van taken en

van toepassing zijn op de bedrijfsvoeringsorganisatie

bevoegdheden op grond van het elders in

komen toe aan het bestuur.

deze regeling bepaalde is het dagelijks

2. Naast de uitoefening van de taken en

bestuur belast met en bevoegd tot:

bevoegdheden op grond van het elders in deze

a. het dagelijks bestuur van het openbaar

regeling bepaalde, is het bestuur in elk geval belast

De Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt niet veel over de inhoud van de bevoegdheden van het bestuur van de BVO. Duidelijk is in ieder geval dat er – evenals bij de oude regeling – geen bevoegdheden door de deelnemende gemeenten worden overgedragen (gedelegeerd) aan de BVO. Om helderheid te verschaffen over wat er in ieder

10

lichaam, voor zover niet bij of krachtens

met en bevoegd tot:

de wet of deze regeling het algemeen

a. Het vaststellen wijzigen van de begroting;

bestuur hiermee is belast;

b. Het vaststellen van de jaarrekening;

b. beslissingen van het algemeen bestuur

c. Het vaststellen van de jaarlijkse kadernota;

voor te bereiden en uit te voeren;

d. Het vaststellen van de benodigde regelgeving ten

c. het toezicht op en het beheren van de

behoeve van de bedrijfsvoeringsorganisatie;

financiën van het openbaar lichaam;

e. De aanwijzing van een of meer accountants,

d. het toezicht op en beheren van de

bedoeld in artikel 35, zevende lid, van de Wet juncto

eigendommen van het openbaar lichaam;

artikel 213 Gemeentewet;

e. te besluiten tot privaatrechtelijke

f. Het beheer van de inkomsten en uitgaven van de

rechtshandelingen van het openbaar

bedrijfsvoeringsorganisatie;

lichaam ten behoeve van de

g. Het vaststellen van rechtspositionele regelingen;

bedrijfsvoering van de organisatie, met

h. Benoeming, schorsing en ontslag van het

uitzondering van het aankopen,

personeel van de bedrijfsvoeringsorganisatie;

vervreemden of bezwaren van

i. Het doen van voorstellen tot toetreding alsmede

registergoederen;

het regelen van de gevolgen van uittreding;

f. te besluiten namens het openbaar

j. Het opleggen van voorwaarden voor uittreding;

lichaam, het dagelijks bestuur of het

k. Het voeren van of handelingen verrichten ter

algemeen bestuur rechtsgedingen,

voorbereiding op rechtsgedingen, bezwaar- en

bezwaarprocedures of administratief

(administratief) beroepsprocedures, het instellen van

beroepsprocedures te voeren of

bezwaar en beroep alsmede het vragen om een

handelingen ter voorbereiding daarop te

voorlopige voorziening;

verrichten, tenzij het algemeen bestuur –

l. Het besluiten tot privaatrechtelijke

voor zover het het algemeen bestuur

rechtshandelingen ten behoeve van de

aangaat – in voorkomende gevallen

bedrijfsvoering van de bedrijfsvoeringsorganisatie;

anders beslist;

m. Het behartigen van de belangen van de

geval onder de bevoegdheden van het bestuur valt, is in het tweede lid benoemd welke bevoegdheden in ieder geval bij het bestuur liggen. Het staat het bestuur natuurlijk vrij deze bevoegdheden binnen wettelijke grenzen te mandateren. De wettelijke grenzen zijn in ieder geval gelegen in de aard van de bevoegdheid (artikel 10:3 Algemene wet bestuursrecht).

11

g. het aangaan van

bedrijfsvoeringsorganisatie bij andere overheden,

arbeidsovereenkomsten met en het

instellingen of personen.

schorsen en ontslaan van ambtenaren en

3. Het bestuur kan voor de organisatie een

om arbeidsvoorwaardenregels vast te

organisatieregeling vaststellen.

In het derde lid wordt de grondslag gegeven voor het opstellen van een organisatieregeling.

stellen omtrent (ambtelijk) personeel van de organisatie van het openbaar lichaam. 2.Het dagelijks bestuur oefent, indien en voor zover het algemeen bestuur daartoe besluit en naar de door deze te stellen regels, de aan het algemeen bestuur toekomende bevoegdheden uit, met uitzondering van: a. Het vaststellen dan wel wijzigen van de GR-begroting. b. Het vaststellen van de jaarrekening. c. Het vaststellen van de financiële beheers- en de controleverordening zoals omschreven in de artikelen 212 en 213 Gemeentewet. Artikel 8: Werkwijze Algemeen Bestuur

Artikel 9: Werkwijze bestuur

1.Het algemeen bestuur vergadert zo

1. Het bestuur vergadert zo vaak als het daartoe

Het eerste lid van dit artikel komt voort uit de

vaak als het daartoe heeft besloten, maar

heeft besloten, maar tenminste vier maal per jaar en

werkwijze van het algemeen bestuur zoals in de

tenminste tweemaal per jaar en verder

verder als de voorzitter of minimaal twee leden

oude regeling (artikel 8) is opgenomen. Nu er

als de voorzitter of minimaal vier leden

onder schriftelijke opgave van de te behandelen

slechts sprake is van een enkelvoudig bestuur is

12

onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen dit verzoeken. 2. Voor de oproeping van de vergaderingen is artikel 19 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 3. Bij de stemming van het algemeen bestuur heeft ieder college één stem. 4. Besluiten van het algemeen bestuur

onderwerpen dit verzoeken. 2. De gemeentesecretarissen van de deelnemende gemeenten nemen als adviseur van hun gemeentelijk vertegenwoordiger deel aan de vergaderingen van het bestuur. 3. Het bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen werkzaamheden vast.

worden genomen bij

4. Artikel 22, eerste lid, van de Wet is van

unanimiteit/consensus. Wordt geen

overeenkomstige toepassing.

unanimiteit/consensus bereikt dan wordt in de eerstvolgende vergadering waarop het onderwerp opnieuw wordt geagendeerd vergadert overeenkomstig artikel 22 Wgr. 5. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over: • de organisatie-inrichting; • de begroting dan wel wijzigingen

5. Het bestuur kan geheimhouding opleggen als bedoeld in artikel 23 van de Wet.

de frequentie van vergaderen verhoogd ten opzichte van die van het oude algemeen bestuur. Daarnaast is gekozen voor de mogelijkheid dat de voorzitter of minimaal twee leden (schriftelijk) om een vergadering kan verzoeken. De rol van de gemeentesecretarissen wordt geborgd in het tweede lid. In het derde lid wordt een nadere grondslag gegeven voor het uitwerken van de werkwijze van het bestuur. Hierin worden bepalingen over de vergaderingen, stemming en ondertekening van besluiten opgenomen. In het vierde lid is artikel 22, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen van toepassing verklaard. Dat bepaalt dat de artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 26 en 28 tot en met 33 van de Gemeentewet van toepassing zijn op de orde van de vergaderingen.

daarvan; • het vaststellen van de jaarrekening van het openbaar lichaam; • het wijzigen dan wel opheffen van de regeling. 6. De leden van het algemeen bestuur

13

ontvangen voor hun werkzaamheden geen vergoeding in welke vorm dan ook. 7. De besluiten van het algemeen bestuur worden ondertekend door de voorzitter en de secretaris. Artikel 14: Informatie en verantwoordingsplicht

Artikel 10: Inlichtingenplicht 1. 1. De leden van het bestuur geven, samen en

Het eerste en tweede lid van deze bepaling

1. De leden van het dagelijks bestuur zijn,

afzonderlijk aan de colleges van de

komen overeen met de leden 2 en 3 van het oude

samen en afzonderlijk, aan het algemeen

deelnemende gemeenten ongevraagd alle

artikel 14 van de gemeenschappelijke regeling.

bestuur verantwoording verschuldigd

informatie die voor een juiste beoordeling van

voor het door het dagelijks bestuur

het gevoerde en te voeren beleid noodzakelijk

gevoerde bestuur.

is.

2. De leden van het dagelijks bestuur

2. De leden van het bestuur geven samen dan

geven, samen en afzonderlijk, aan het

wel afzonderlijk aan de colleges van de

algemeen bestuur ongevraagd alle

deelnemende gemeenten, indien de colleges

informatie die voor een juiste

dan wel een of meer leden daarom verzoeken,

beoordeling van het gevoerde en te

binnen dertig dagen schriftelijk alle gevraagde

voeren beleid noodzakelijk is.

inlichtingen, een en ander voorzover dit niet

3. De leden van het dagelijks bestuur

in strijd is met het openbaar belang.

geven samen dan wel afzonderlijk aan

3. Indien het college dat een lid heeft

het algemeen bestuur, indien dit bestuur

aangewezen deze om inlichtingen over het

dan wel een of meer leden daarom

door dit lid in het bestuur gevoerde beleid

verzoeken, binnen dertig dagen alle

verzoekt, verstrekt deze de gevraagde

gevraagde inlichtingen, een en ander

inlichtingen in een collegevergadering binnen

Het derde en vierde lid geven invulling aan een nieuwe verplichting uit de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Artikel 16, tweede lid, Wgr juncto artikel 18 Wgr bepaalt dat de leden van het bestuur alle inlichtingen verschaft aan het college dat hen heeft aangewezen wanneer een of meer leden van het college daarom vragen. Het derde lid bepaalt dat

14

voor zover dit niet in strijd is met het

dertig dagen.

de gemeenschappelijke regeling regels bevat over

openbaar belang.

4. Het bestuur geeft binnen dertig dagen aan

de wijze waarop inlichtingen worden verstrekt.

de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk alle door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen, een en ander voorzover dit niet in strijd is met het openbaar belang. 5. Het bestuur verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten de vastgestelde begroting, de vastgestelde jaarrekening en

Het vijfde lid is ingevoegd na verkregen zienswijzen uit de raden.

het daarbij behorende controlerapport en de accountantsverklaring. Artikel 11: verantwoordingsplicht 1. De leden van het bestuur zijn, samen en afzonderlijk, aan de colleges van de deelnemende gemeenten verantwoording verschuldigd voor het door het bestuur gevoerde beleid. 2. Aan het college dat een lid heeft

Het eerste lid van deze bepaling komt overeen met het eerste lid van het oude artikel 14 van de gemeenschappelijke regeling.

aangewezen, legt dit lid op verzoek van dit

Art. 16, eerste lid, Wgr juncto artikel 18 Wgr

college binnen dertig dagen in een

bepaalt dat de leden van het bestuur

collegevergadering verantwoording af over

verantwoording schuldig zijn aan het college dat

het door dit lid in het bestuur gevoerde

hen heeft aangewezen. Het lid is uitsluitend

beleid.

verantwoording schuldig over hetgeen het lid zelf

3. Aan de raad van de deelnemende

15

gemeente legt het lid dat door het college

heeft gedaan binnen het bestuur, dus niet voor

van die deelnemende gemeente is

dat wat het bestuur besloten heeft. De wijze

aangewezen, op verzoek van de raad binnen

waarop de leden verantwoording af moeten

dertig dagen schriftelijk verantwoording af

leggen, moet in de gemeenschappelijke regeling

over het door dit lid in het bestuur gevoerde

geregeld worden.

beleid. Artikel 15: De voorzitter

Artikel 12: De voorzitter

1.Het algemeen bestuur benoemt uit zijn

1. Het bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter

midden een voorzitter en een

en een plaatsvervangend voorzitter.

plaatsvervangend voorzitter. De

De bepalingen over de voorzitter wijzigen nauwelijks. De wijzigingen hangen samen met het feit dat de bedrijfsvoering een enkelvoudig bestuur kent.

voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter zijn beiden burgemeester. 2. De voorzitter vervult zijn functie voor

2. De voorzitter vervult zijn functie voor één jaar. Het

één jaar. Het voorzitterschap rouleert

voorzitterschap rouleert jaarlijks op 1 januari tussen

jaarlijks op 1 januari tussen de

de deelnemende gemeenten, tenzij het bestuur

deelnemende gemeenten, tenzij het

anders besluit.

algemeen bestuur anders besluit. 3. De voorzitter is tevens voorzitter van

3. De voorzitter vertegenwoordigt de

het dagelijks bestuur.

bedrijfsvoeringsorganisatie in en buiten rechte. Hij

4. De voorzitter vertegenwoordigt het

kan deze bevoegdheid aan een ander overdragen.

openbaar lichaam in en buiten rechte. Hij kan deze bevoegdheid aan een ander overdragen.

16

Artikel 16: De secretaris en de directieraad

Artikel 13: De directeur 1. De bedrijfsvoeringsorganisatie heeft een directeur.

1.De directieraad is belast met de

2. De directeur wordt benoemd en ontslagen door

dagelijkse leiding van het openbaar

het bestuur en is niet verbonden aan één van de

lichaam.

deelnemende gemeenten.

2. Het dagelijks bestuur stelt een statuut

3. De directeur is belast met de dagelijkse leiding en

voor de directieraad vast.

is eindverantwoordelijk voor de uitvoering van de

3. De directieraad bestaat uit de

taken en de ontwikkeling van de

gemeentesecretarissen van de

bedrijfsvoeringsorganisatie.

deelnemende gemeenten.

4. De directeur is adviseur en secretaris van het

4. Een lid van de directieraad fungeert als

bestuur.

secretaris van het openbaar lichaam.

5. De directeur is bestuurder in de zin van de Wet op

5. Jaarlijks rouleert de functie van

de ondernemingsraden.

secretaris onder de directieraadleden.

6. In een organisatieregeling worden bepalingen

De rol van directeur is enigszins vergelijkbaar met die van de directieraad uit de oude regeling. Het belangrijkste onderscheid is gelegen in het feit dat de directeur niet verbonden is aan een van de deelnemende gemeenten. Sterker nog, dat is onverenigbaar met elkaar.

opgenomen over de vervanging van de directeur. Artikel 17: Personeel

Artikel 14: Personeel

1.Het personeel van de deelnemende

1. Het personeel van de BAR-organisatie is het

gemeenten treedt in dienst van het

personeel van de bedrijfsvoeringsorganisatie de

openbaar lichaam met uitzondering van

Bedrijfsvoeringspartner. Door overgang van

de griffiemedewerkers.

onderneming is dit personeel van rechtswege in dienst bij de bedrijfsvoeringsorganisatie. 2. De bedrijfsvoeringsorganisatie sluit zich ten behoeve van het personeel aan bij de cao SGO

Door het wijzigen van de rechtsvorm en het daarmee omzetten van een openbaar lichaam in een bedrijfsvoeringsorganisatie is sprake van overgang van onderneming (art. 7:662 e.v. Burgerlijk Wetboek). Dat betekent dat rechten en verplichtingen die op dat tijdstip voor de werkgever in die onderneming voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst tussen hem en een daar werkzame werknemer van rechtswege

17

2.Het openbaar lichaam sluit zich ten

(Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties) en

behoeve van het personeel aan bij de cao

neemt daartoe deel in de werkgeversvereniging voor

SGO (Samenwerkende Gemeentelijke

aangesloten organisaties.

Om hierover aan alle partijen duidelijkheid te

3. Bij de overgang van personeel van de BAR-

opgenomen in de gemeenschappelijke regeling.

Organisaties) en neemt daartoe deel in de werkgeversvereniging voor aangesloten organisaties.

overgaan op de verkrijger.

geven is een en ander nog wel expliciet

organisatie naar de bedrijfsvoeringsorganisatie de Bedrijfsvoeringspartner zal het bestuur zorg dragen voor de verdere toepassing en uitvoering van het

3. Bij de overgang van personeel van de

Sociaal Statuut van de BAR-organisatie.

deelnemende gemeenten naar het openbaar lichaam zullen het algemeenen dagelijks bestuur, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft, zorg dragen voor de verdere toepassing en uitvoering van het Sociaal Statuut van die gemeenten. Artikel 18: Financiële administratie en

Artikel 15: Financiële administratie en controle

controle

Dit artikel komt grotendeels overeen met artikel 18 van de oude gemeenschappelijke regeling.

1. Op het financieel beleid, het financieel

1. Op het financieel beleid, het financieel beheer, de

In verband met de gewijzigde Wet

beheer, de inrichting van de financiële

inrichting van de financiële organisatie en de controle

gemeenschappelijke regelingen is dit artikel

organisatie en de controle daarop zijn de

daarop zijn de artikelen 212 en 213 Gemeentewet van

aangevuld met de bevoegdheid van de raden om

artikelen 212 en 213 Gemeentewet van

overeenkomstige toepassing.

een zienswijze te geven op het besluit tot het

overeenkomstige toepassing. 2. Het algemeen bestuur stelt in dat

vaststellen van financiële regelingen en nadere regels. 2. Het bestuur stelt in dat kader de vereiste financiële

Zie artikel 10, vijfde lid, Wet gemeenschappelijke

18

kader de vereiste financiële regelingen en

regelingen en nadere regels vast, waarbij rekening

regelingen.

nadere regels vast, waarbij rekening

wordt gehouden met de taakstelling en taakgebieden

De afzonderlijke colleges sturen hun zienswijze

gehouden wordt met de taakstelling en

en de wijze van uitvoering daarvan zoals bepaald in de

en die van hun raad gezamenlijk aan het bestuur.

taakgebieden en de wijze van uitvoering

artikelen 4 tot en met 6 van deze regeling.

Dus het college van Barendrecht stuurt de eigen

daarvan zoals bepaald in de artikelen 4

zienswijze en die van zijn raad gezamenlijk toe

tot en met 6 van deze regeling.

aan het bestuur, en gelijk zo voor Albrandswaard en Ridderkerk. 3. Het bestuur zendt de concept financiële regelingen

3. Het dagelijks bestuur zendt de concept

en nadere regels van de bedrijfsvoeringsorganisatie

financiële regelingen en nadere regels

toe aan de colleges en raden van de deelnemende

van het openbaar lichaam acht weken

gemeenten.

voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de colleges. 4. De colleges en raden van de deelnemende 4. De colleges kunnen bij het dagelijks

gemeenten kunnen binnen tienacht weken bij het

bestuur van het openbaar lichaam hun

bestuur van de bedrijfsorganisatie hun zienswijze over

zienswijze over de concept financiële

de financiële regelingen en nadere regels naar voren

regelingen en nadere regels naar voren

brengen. De zienswijzen van de raden en colleges

brengen. 5. Het dagelijks bestuur voegt de

worden gezamenlijk door de afzonderlijke colleges aan het bestuur gezonden.

commentaren waarin de zienswijzen zijn vervat bij deze concept financiële regelingen en concept-nadere regels, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden

19

6. De colleges stellen het dagelijks bestuur tijdig in kennis van de zienswijzen van de rade. 7. Het algemeen bestuur zendt de vastgestelde financiële regelingen en

5. Het bestuur zendt de vastgestelde financiële

nadere regels aan de raden van de

regelingen en nadere regels aan de colleges en raden

deelnemende gemeenten.

van de deelnemende gemeenten. Daarbij wordt een reactie op de zienswijzen gevoegd.

Artikel 19: Dienstjaar

Artikel 16: Begroting

Het dienstjaar loopt van 1 januari tot en

1. Het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31

met 31 december.

december.

Dit artikel komt nagenoeg geheel overeen met artikel 19 en 20 van de oude gemeenschappelijke regeling. Aanpassing heeft plaatsgevonden in verband met het feit dat een bedrijfsvoeringsorganisatie een enkelvoudig

Artikel 20: GR-Begroting

bestuur kent.

1. Het dagelijks bestuur stelt elk jaar, met

2. Het bestuur stelt elk jaar, met inachtneming van de

in achtneming van de voorschriften

voorschriften genoemd in de financiële regelingen van

genoemd in de financiële regelingen van

de bedrijfsvoeringsorganisatie, een ontwerpbegroting

het openbaar lichaam, een

van inkomsten en uitgaven op voor komend dienstjaar

ontwerpbegroting van inkomsten en

van de bedrijfsvoeringsorganisatie, voorzien van de

uitgaven op voor komend dienstjaar van

nodige toelichting en specificaties, rekening houdende

het openbaar lichaam, voorzien van de

met de bepalingen van artikel 4, derde lid, aan de

nodige toelichting en specificaties

deelnemende gemeenten. Tevens stelt hij elk jaar een

rekening houdende met de bepalingen

meerjarenbegroting op.

Zie verder voor de procedure rond de begroting van de bedrijfsvoeringsorganisatie de artikelen 35 en 34, eerste en tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

van artikel 4, zesde lid, aan de

20

deelnemende gemeenten. Tevens stelt zij elk jaar een meerjarenbegroting op. 2. Wijzigingen op de begroting vanaf

3. Wijzigingen op de begroting vanaf €100.000,= van

€100.000,- van de jaarlijkse

de jaarlijkse exploitatielasten, worden vooraf voor een

exploitatielasten, worden vooraf ter

zienswijze voorgelegd aan de raden van de

vaststelling voorgelegd aan het algemeen

deelnemende gemeenten.

bestuur. 3. Voor een zienswijze behoeft aan de raden van de deelnemende gemeenten niet te worden voorgelegd:

4. Voor een zienswijze behoeft aan de raden van de

a. een begrotingswijziging van

deelnemende gemeenten niet te worden voorgelegd:

administratieve aard, waarbij het niveau

a. Een begrotingswijziging van administratieve aard,

van de dienstverlening voor

waarbij het niveau van de dienstverlening voor

deelnemende gemeenten gelijk blijft en

deelnemende gemeenten gelijk blijft en die tevens

die tevens geen financiële gevolgen heeft

geen financiële gevolgen heeft voor de afzonderlijke

voor de afzonderlijke

gemeentebegrotingen of de deelnemersbijdrage;

gemeentebegrotingen of de

b. Een begrotingswijziging die het gevolg is van de

deelnemersbijdrage;

besluitvorming door één of meer van de deelnemende

b. een begrotingswijziging die het gevolg

gemeenten, om de dienstverlening aan haar c.q. hen

is van de besluitvorming door één of

te vergroten en de daarmee gemoeide financiële

meer van de deelnemende gemeenten,

middelen door die gemeente(n) aan de

om de dienstverlening aan haar c.q. hen

bedrijfsvoeringsorganisatie ter beschikking zijn

te vergroten en de daarmee gemoeide

gesteld.

financiële middelen door die gemeente(-

21

n) aan de BAR-organisatie ter beschikking zijn gesteld.

Artikel 21: Jaarrekening

Artikel 17: Jaarrekening

1. Het dagelijks bestuur stelt elk jaar de

1. Het bestuur stelt elk jaar de rekening van baten en

rekening van baten en lasten van het

lasten van het voorgaande jaar op met in achtneming

voorgaande jaar op met in achtneming

van de voorschriften genoemd in de financiële

van de voorschriften genoemd in de

regeling van de bedrijfsvoeringsorganisatie. Het

Financiële Verordening van het openbaar

bestuur zendt de jaarrekening ter controle naar de

lichaam. Het dagelijks bestuur zendt de

accountant met het verzoek zo spoedig mogelijk het

rekening ter controle naar de accountant,

controlerapport uit te brengen.

met het verzoek zo spoedig mogelijk het

Dit artikel komt grotendeels overeen met artikel 21 van de oude gemeenschappelijke regeling. Aanpassing heeft plaatsgevonden in verband met het feit dat een bedrijfsvoeringsorganisatie een enkelvoudig bestuur kent. Het oude vijfde lid (décharge voor het dagelijks bestuur na besluitvorming van het algemeen bestuur) is in verband daarmee geschrapt. Via artikel 35, zesde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn de artikelen

controlerapport uit te brengen.

186 t/m 213 van de Gemeentewet van kracht. In samenhang met de Wgr bepaalt artikel 199 Gemeentewet zo dat de vaststelling van de

2. Het dagelijks bestuur zendt de

2. Het bestuur zendt de jaarrekening met het

jaarrekening met het controlerapport en

controlerapport en accountantsverklaring van de

accountantsverklaring van het openbaar

bedrijfsvoeringsorganisatie, toe aan de raden van de

lichaam, toe aan de raden van de

Zie verder voor de procedure rond de

deelnemende gemeenten.

jaarrekening van de bedrijfsvoeringsorganisatie

deelnemende gemeenten.

jaarrekening décharge voor het bestuur inhoudt.

artikel 34, derde en vierde lid, en artikel 34b van

3. De raden van de deelnemende

3. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen

gemeente kunnen bij het dagelijks

bij het bestuur hun zienswijze over de jaarrekening

bestuur hun zienswijze over de

van de bedrijfsvoeringsorganisatie naar voren

de Wet gemeenschappelijke regelingen.

22

jaarrekening van het openbaar lichaam

brengen.

naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijzen vervat bij deze jaarrekening, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening van het openbaar lichaam vast conform de procedure en termijnen genoemd in de financiële regelingen van het openbaar lichaam. 5. Het besluit van het algemeen bestuur, houdende vaststelling van de rekening, strekt voor zover het daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in recht gebleken onregelmatigheden.

4. Het bestuur stelt de jaarrekening van de bedrijfsvoeringsorganisatie en een reactie op de zienswijzen vast conform de procedure en de termijnen genoemd in de financiële regelingen van de bedrijfsvoeringsorganisatie. 5. De bedrijfsvoeringsorganisatie mag een algemene

Het vormen van een reserve is nieuw.

reserve vormen van maximaal 2% van de omvang van de begroting van het jaar waarin afgerekend wordt. De bedrijfsvoeringsorganisatie is verplicht om het meerdere van het positieve saldo op de jaarrekening naar rato terug te storten aan de deelnemende gemeenten.

6. De BAR-organisatie is verplicht om het positief saldo op de jaarrekening naar rato terug te storten aan de deelnemende gemeenten.

23

Artikel 23: Financiële verplichtingen

Artikel 18: Financiële verplichtingen

1. De deelnemende gemeenten zullen er

1. De deelnemende gemeenten zullen er steeds zorg

steeds zorg voor dragen dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 2. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan

voor dragen dat de bedrijfsvoeringsorganisatie te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

Dit artikel komt nagenoeg geheel overeen met artikel 23 van de oude gemeenschappelijke regeling. Aanpassing heeft plaatsgevonden in verband met het feit dat een bedrijfsvoeringsorganisatie een enkelvoudig bestuur kent.

2. Indien het bestuur blijkt dat een deelnemende gemeente weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet.

Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet. Artikel 24: Archief openbaar lichaam

Artikel 19: Archief bedrijfsvoeringsorganisatie 1. Het bestuur is belast met de zorg voor de

1. Het dagelijks bestuur is belast met de

archiefbescheiden van de bedrijfsvoeringsorganisatie

zorg voor de archiefbescheiden van de

en haar bestuursorganen overeenkomstig een door

BAR-organisatie en haar bestuursorganen

het bestuur vast te stellen archiefregeling.

Dit artikel komt nagenoeg geheel overeen met artikel 24 van de oude gemeenschappelijke regeling. Aanpassing heeft plaatsgevonden in verband met het feit dat een bedrijfsvoeringsorganisatie een enkelvoudig bestuur kent.

overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen archiefregeling.

24

2. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden als bedoeld in het vorige lid overeenkomstig de door

2. De secretaris is belast met het beheer van de

het dagelijks bestuur vast te stellen

archiefbescheiden als bedoeld in het vorige lid

nadere regels.

overeenkomstig de door het bestuur vast te stellen nadere regels.

3. Bij opheffing van de regeling wordt het archief afgesloten en worden de

3. Bij opheffing van de regeling wordt het archief

archiefbescheiden geplaatst in een door

afgesloten en worden de archiefbescheiden geplaatst

het dagelijks bestuur aan te wijzen

in een door het bestuur aan te wijzen

archiefbewaarplaats.

archiefbewaarplaats.

Artikel 25: Geschillen

Artikel 20: Geschillen

1. Indien er tussen het openbaar lichaam

1. Indien er tussen de bedrijfsvoeringsorganisatie en

en een der deelnemende gemeenten een geschil ontstaat over genomen besluiten en/of de uitvoering van de taken zoals opgenomen in de artikelen 4 tot en met 6 van deze regeling, treden het dagelijks bestuur en het betreffende college terstond in overleg met elkaar teneinde het geschil verder te verkennen en zo mogelijk op te lossen.

Dit artikel komt nagenoeg overeen met artikel 25 uit de oude gemeenschappelijke regeling.

een der deelnemende gemeenten een geschil ontstaat

Toegevoegd is in het tweede lid de mogelijkheid

over genomen besluiten en/of de uitvoering van de

om het geschil eerst op te lossen middels

taken zoals opgenomen in de artikel 4 tot en met 6

mediation.

van deze regeling, treden het bestuur en het betreffende college terstond in overleg met elkaar teneinde het geschil verder te verkennen en zo mogelijk op te lossen. 2. Wanneer het overleg bedoeld in het eerste lid niet tot een oplossing van het geschil leidt, trachten partijen met behulp van een externe mediator het geschil op te lossen. De kosten van mediation

25

worden gedeeld. 2. Met betrekking tot geschillen tussen de deelnemers onderling dan wel tussen de deelnemers en openbaar lichaam omtrent de toepassing in de ruimste zin van de regeling is artikel 28 van de Wet

3. Met betrekking tot geschillen tussen de deelnemers onderling dan wel tussen de deelnemers en de bedrijfsvoeringsorganisatie omtrent de toepassing in de ruimste zin van de regeling is artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen van toepassing.

gemeenschappelijke regelingen van toepassing. Artikel 26: Toetreding

Artikel 21: Toetreding

1. Het college en de burgemeester van

1. Het college van een gemeente dat wenst toe te

Dit artikel is enigszins gewijzigd ten opzichte van

een gemeente die wensen toe te treden,

treden, richt het verzoek terzake aan de deelnemers

het vergelijkbare artikel 26 uit de oude regeling.

richten het verzoek ter zake aan de

en aan het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie.

De bedrijfsvoeringsorganisatie is een

overeenkomstige bestuursorganen van

collegeregeling, zodat de burgemeester als

de deelnemende gemeenten en aan het

bestuursorgaan uit de bepaling is geschrapt.

algemeen bestuur van het openbaar

Toetreding van een gemeente leidt bovendien tot

lichaam.

wijziging van de gemeenschappelijke regeling.

2. Toetreding vindt plaats indien de raden

2. Toetreding vindt plaats indien de colleges met

Daarvoor dient met de gewijzigde Wet

van de deelnemende gemeenten daartoe

toestemming van de raden van de deelnemende

gemeenschappelijke regelingen niet alleen

besluiten en het algemeen bestuur van

gemeenten daartoe besluiten en het bestuur van de

toestemming van de colleges maar ook van de

het openbaar lichaam daarmee instemt.

bedrijfsvoeringsorganisatie daarmee instemt.

raden te zijn.

3. Aan de toetreding kan het algemeen

3. Aan de toetreding kan het bestuur voorwaarden

bestuur, na toestemming door de raden,

26

voorwaarden verbinden.

verbinden.

4. Het besluit van de deelnemende

4. Het besluit van de deelnemende gemeenten als

gemeenten als bedoeld in het tweede lid

bedoeld in het tweede lid geeft de datum van

geeft de datum van toetreding aan.

toetreding aan.

5. Van elk bericht van toetreding van een

5. Van elk bericht van toetreding van een gemeente

gemeente wordt kennis gegeven aan

wordt kennis gegeven aan Gedeputeerde staten.

Gedeputeerde Staten. Artikel 27: Uittreding

Artikel 22: Uittreding

Dit artikel is nagenoeg geheel vernieuwd.

1. Een college en een burgemeester

1. Alvorens een deelnemer besluit tot uittreding uit

Belangrijkste wijzigingen:

gezamenlijk kunnen , na vooraf verkregen

deze Regeling, wordt over het voornemen daartoe

toestemming van de raad van die

gezamenlijk overleg gevoerd met de andere

gemeente, besluiten dat de deelneming

deelnemers.

aan deze regeling wordt opgezegd. De raden van de overige gemeenten worden over de besluiten geïnformeerd. Een dergelijk besluit kan voor de eerste keer worden genomen zes jaar na inwerkingtreding van deze regeling behoudens in geval van een verplichting daartoe die voortvloeit uit de wet. 2. Een uittredingsbesluit gaat twee kalenderjaren na het verstrijken van het

inwerkingtreding van deze Regeling; 

2. Een deelnemer maakt een besluit tot uittreding met de toestemming daarvoor van de raad,

Uittreding kan voor het eerst vijf jaar na De gevolgen van uittreding worden door het bestuur vastgesteld;

Een Commissie van deskundigen

onverwijld schriftelijk bekend bij de overige

adviseert over de gevolgen van

deelnemers en het bestuur van de

uittreding;

bedrijfsvoeringsorganisatie. 3. Een deelnemer kan eerst vijf jaar na inwerkingtreding van deze Regeling uittreden. 4. De uittreding geldt met ingang van 1 januari van

Uitgangspunten bij het vaststellen van de schade en de gevolgen zijn beschreven.

De wijzigingen per 1 juli 2022 van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn verwerkt.

het tweede jaar na de bekendmaking van het besluit

27

jaar, waarin het besluit tot opzegging is

tot uittreding. De uittredende deelnemer blijft tot de

genomen, in, tenzij partijen anders

datum van uittreding volwaardig deelnemer en

overeenkomen.

verplicht zich jegens de bedrijfsvoeringsorganisatie

3. Alvorens de deelnemende gemeente tot besluitvorming komt, als bedoeld in

en overige deelnemers al zijn verplichtingen na te komen die uit de Regeling voortvloeien.

het eerste lid, wordt eerst over het

5. Het bestuur stelt bij meerderheid van stemmen de

voornemen overleg met de andere

gevolgen van de uittreding vast. Dit zijn de financiële,

deelnemende gemeenten gevoerd.

juridische, personele en organisatorische

4. In het voornemen als bedoeld in het derde lid worden de motieven gegeven en op grond waarvan de deelnemende gemeente wenst uit te treden. 5. Het besluit als bedoeld in het eerste lid wordt terstond ter kennis gebracht van het algemeen bestuur. 6. De financiële schade die door de uittreding aan het openbaar lichaam is toegebracht wordt, inclusief de hierdoor ontstane wachtgeldverplichtingen, aan de uittredende gemeente in rekening gebracht. In het kader van de afwikkeling van de financiële gevolgen van de uittreding zal een toewijzing van

consequenties die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding. Tot de gevolgen van de uittreding behoort ook de vaststelling van een eventuele uittreedsom, te betalen door de uittredende deelnemer. Het bestuur maakt zijn besluit bekend binnen zes maanden nadat het uittredingsbesluit door de uittredende deelnemer bekend is gemaakt. Deze beslistermijn kan eenmaal worden verdaagd met drie maanden. 6. Bij het bepalen van de omvang van de uittreedsom geldt de financiële positie van de bedrijfsvoeringsorganisatie op het moment van het uittreden van de deelnemer als vertrekpunt. Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Alleen de schade die het direct, onvermijdelijke, en niet te mitigeren gevolg is van de uittreding

28

personeel aan de uittredende deelnemer

komen voor vergoeding in aanmerking. Het gaat

plaatsvinden en er zal een compensatie

hierbij om:

verschuldigd zijn voor de overige rechten,

1o frictiekosten, waaronder wordt verstaan de kosten

verplichtingen en vermogen, tenzij

die de bedrijfsvoeringsorganisatie maakt als gevolg

partijen anders overeenkomen.

van de uittreding; en

7. De hoeveelheid toe te wijzen personeel wordt bepaald op basis van de GRbegroting over het jaar voorafgaand aan het jaar van uittreding en betreft zowel het directe als het indirecte personeel. 8. De hoeveelheid toe te wijzen indirect personeel en de overige rechten, verplichtingen en vermogen worden bepaald op basis van de kostenverdelingen, welke zijn opgenomen in de begroting over het jaar voorafgaand aan het jaar van uittreding.

2o desintegratiekosten, waaronder wordt verstaan de kosten die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen; 3o kosten die de overige deelnemers moeten maken als direct, onvermijdelijk en niet te mitigeren gevolg van de uittreding; b. Voor schadeposten die niet uitsluitend aan de uittredende deelnemer kunnen worden toegerekend, wordt de omvang van de schade berekend door de totalen per post naar rato te berekenen op basis van de procentuele bijdrage van de uittredende deelnemer aan de bedrijfsvoeringsorganisatie; c. Toekomstige schade wordt tot vijf jaar na

9. Compensatie voor de overige rechten

uittreding mede toegerekend aan de uittredende

en verplichtingen, als bedoeld in het

deelnemer;

tweede lid, zal in een bijdrage ineens

d. Het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie

voldaan worden. Deze bijdrage is gelijk

spant zich in om al zoveel als mogelijk te anticiperen

aan driemaal de bepaalde hoeveelheid

op de nieuwe situatie, teneinde de schade zo veel als

overige rechten en verplichtingen zoals

mogelijk te beperken.

bedoelt in het zesde lid.

29

10. De verrekening van het vermogen

7. Bij het bepalen van de personele consequenties

wordt verrekend met de bijdrage als

geldt het uitgangspunt van ‘mens-volgt-werk’.

bedoeld in het negende lid.

8. Indien een uittreedsom moet worden betaald door

11. Voor de vaststelling van de financiële

de uittredende deelnemer, maakt een

schade als bedoeld in het zesde lid wordt

betalingsregeling, met een maximum van vier

door algemeen bestuur en de uittredende

jaarlijkse termijnen, onderdeel uit van de vaststelling

gemeente, gezamenlijk, advies gevraagd

van de gevolgen van de uittreding.

aan een onafhankelijke externe deskundige. Het advies van de deskundige in de vorige zin genoemd is

9. Voorafgaand aan de vaststelling van de gevolgen van de uittreding door het bestuur, brengt een

voor partijen bindend.

Commissie van deskundigen hierover advies uit, met

12. Van elk besluit tot uittreding van een

bestuur en de uittredende deelnemer – elk voor

gemeente wordt terstond kennis gegeven

eigen rekening – ieder een deskundige aan. Deze

aan de overige deelnemende gemeenten

twee deskundigen wijzen gezamenlijk een derde

en Gedeputeerde Staten.

deskundige aan als voorzitter. De Commissie van

inachtneming van deze Regeling. Daartoe wijzen het

deskundigen regelt haar eigen procedure. De kosten van de werkzaamheden van de voorzitter en de overige kosten worden door het bestuur en de uittredende deelnemer gedeeld. 10. Een deelnemer heeft de bevoegdheid om een keer in vijf jaar het bestuur te vragen een anterieure vaststelling van de gevolgen van uittreding over twee jaar vast te stellen. Het bestuur komt hier binnen zes maanden aan tegemoet. Deze termijn kan eenmaal

30

worden verdaagd met drie maanden. De leden vijf tot en met acht zijn van overeenkomstige toepassing, zij het dat het advies van de Commissie van deskundigen bindend is voor het bestuur. 11. Een deelnemer heeft de bevoegdheid om met toestemming van de raad binnen drie maanden nadat het bestuur een anterieure vaststelling van de gevolgen van een uittreding heeft vastgesteld, een besluit tot uittreding met toestemming van de raad bij de overige deelnemers en het bestuur bekend te maken, voor welke uittreding die reeds vastgestelde gevolgen dan gelden. Artikel 28: Wijziging en opheffing

Artikel 23: Wijziging

1. De regeling wordt aangegaan voor

1. De Regeling kan op voorstel van het bestuur dan

onbepaalde tijd.

wel een van de deelnemers worden gewijzigd bij

2. Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het daartoe strekkend voorstel aan de betrokken

van de regeling en de opheffing zijn in afzonderlijke bepalingen opgenomen.

gelijkluidend besluit van de deelnemers, na

Bij de bepaling over wijziging van de

toestemming van de raden. Een wijziging in de taken

gemeenschappelijke regeling is aansluiting

van de bedrijfsvoeringsorganisatie leidt altijd tot een

gezocht bij de bepaling over uittreding.

wijziging van deze Regeling.

bestuursorganen van de deelnemende

2. Alvorens een voorstel tot wijziging van de Regeling

gemeenten.

wordt gedaan, wordt daarover gezamenlijk overleg

3. In geval van opheffing van de regeling

Dit artikel is ook geheel vernieuwd. De wijziging

gevoerd door de deelnemers.

31

stelt het algemeen bestuur een

3. Een wijziging in het takenpakket kan eerst vijf jaar

liquiditeitsplan op dat voorziet in de

na inwerkingtreding van deze Regeling plaatsvinden.

verplichting van de deelnemende gemeenten alle rechten, verplichtingen en vermogen van het openbaar lichaam over de deelnemende gemeenten te verdelen op een in dit plan te bepalen wijze. Dit plan wordt vastgesteld door de betreffende bestuursorganen van de

4. Voordat een besluit wordt genomen over de wijziging van het takenpakket, stelt het bestuur bij meerderheid van stemmen de gevolgen van deze wijziging vast. Dit zijn de financiële, juridische, personele en organisatorische gevolgen. Tot de gevolgen van wijziging behoort ook de vaststelling

deelnemende gemeenten.

van een wijzigingssom, te betalen door de deelnemer

4. Het dagelijks bestuur is belast met de

deelt de uitkomsten met de deelnemers binnen zes

uitvoering van de liquidatie.

maanden nadat het wijzigingsverzoek is ontvangen.

5. Zo nodig blijft het algemeen bestuur functioneren tot de liquidatie voltooid is. 6. Van elk besluit tot wijziging dan wel opheffing van deze regeling wordt terstond bericht gezonden aan de betrokken gemeenten en Gedeputeerde Staten.

of deelnemers die wijziging wensen. Het bestuur

Deze termijn kan eenmaal worden verdaagd met drie maanden. 5. Bij het bepalen van de wijzigingssom is het bepaalde in de leden vijf tot en met zeven van artikel 22 van deze Regeling van overeenkomstige toepassing. 6. Het bestuur kan voor het in kaart brengen van de gevolgen van de voorgestelde wijziging in het takenpakket van de bedrijfsvoeringsorganisatie advies inwinnen bij een Commissie van deskundigen. Daartoe wijzen het bestuur en de, één of meer, deelnemers die de wijziging van de Regeling hebben

32

voorgesteld – elk voor eigen rekening – ieder een deskundige aan. Indien het bestuur de wijziging heeft voorgesteld, wijst het bestuur een deskundige aan en wijzen de deelnemers gezamenlijk een deskundige aan. De twee deskundigen wijzen gezamenlijk een derde deskundige aan als voorzitter. De Commissie van deskundigen regelt haar eigen procedure. De kosten van de werkzaamheden van de voorzitter en de overige kosten worden door het bestuur vergoed. 7. De deelnemers betrekken de uitkomst van het onderzoek als bedoeld in het derde lid en het eventuele advies van de commissie bij hun besluit. Artikel 24: Opheffing 1. De Regeling kan op verzoek van het bestuur dan wel een of meer van de deelnemers worden opgeheven. 2. Nadat alle deelnemers tot opheffing hebben besloten en de raden daarvoor toestemming hebben gegeven, stelt het bestuur een routekaart voor de opheffing vast. In de routekaart worden in ieder geval de volgende onderwerpen geregeld: a. Een plan van aanpak voor het ontvlechtingsproces; b. De voorgenomen duur van de liquidatie;

33

c. De wijze en frequentie waarop overleg plaatsvindt; d. De bestuurlijk-juridische, personele en financieeloperationele uitgangspunten van de liquidatie; e. De verdeelsleutel die bij de liquidatie wordt gehanteerd. Uitgangspunt daarbij is verdeling naar rato van de bijdrage van de deelnemers; f. De keuze van de onderzoeksbureaus die gezamenlijk worden ingeschakeld; g. de kostenverdeling van het liquidatietraject; h. De afspraken over (de wijze van) continuering van de Regeling gedurende de liquidatie. 3. Het bestuur stelt een liquiditeitsplan vast, waarin de financiële, juridisch, personele en organisatorische consequenties van de opheffing worden vastgelegd. Het bestuur kan voorafgaand aan de vaststelling van het liquiditeitsplan een commissie van deskundigen om advies vragen. 4. Het bestuur kan voorzien in een College van vereffenaars met onder meer als taken het nakomen van bestaande verplichtingen, het te gelde maken van overblijvende activa, het overdragen van rechten en verplichtingen aan deelnemers, toezicht en handhaving ten aanzien van al dan niet financiële rechten en verplichtingen van deelnemers en het

34

opstellen van een liquidatieverslag. 5. Het bestuur waakt ertegen dat zijn werkzaamheden die betrekking hebben op de opheffing van de Regeling, zijn taken ter behartiging van de belangen waarvoor de bedrijfsvoeringsorganisatie is ingesteld, negatief beïnvloeden. Artikel 29: Ondersteuning

Artikel 25: Ondersteuning gemeenteraden

gemeenteraden

Deze bepaling is ongewijzigd ten opzichte van het oude artikel 29.

1. Op de gemeenteraden en elk van zijn

1. Op de gemeenteraden en elk van zijn leden van de

leden van de deelnemende gemeenten is

deelnemende gemeenten is artikel 33 van de

artikel 33 van de Gemeentewet van

Gemeentewet van toepassing.

toepassing. 2. De gemeentelijke verordening ex

2. De gemeentelijke verordening ex artikel 33

artikel 33 Gemeentewet van elke

Gemeentewet van elke deelnemer is van

deelnemer is van overeenkomstige

overeenkomstige toepassing op de uitvoering van het

toepassing op de uitvoering van het

eerste lid.

eerste lid. Artikel 30: Bestaande samenwerkingen

Deze bepaling is vervallen want overbodig.

en deelnemingen 1.De op het moment van

35

inwerkingtreding van deze regeling bestaande privaatrechtelijke dan wel publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden van de deelnemende gemeenten afzonderlijk of gezamenlijk met derden blijven bestaan. Dit tot het moment, waarop ieder van de colleges van de deelnemende gemeenten, na een gezamenlijke inventarisatie daarvan met het Dagelijks Bestuur, besloten heeft welke van de per gemeente geïnventariseerde samenwerkingsverbanden door de betreffende gemeente gehandhaafd dan wel opgezegd dienen te worden. In geval van opzegging kan een college besluiten de betreffende taken te laten uitoefenen door het openbaar lichaam. 2.De in het vorige lid vermelde inventarisatie zal uiterlijk binnen 1 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze regeling voltooid te zijn. Artikel 26: Evaluatie 1. De regeling, waaronder de hoogte van de maximale

De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat de

36

reserve, wordt voor het eerst vier jaar na

gemeenschappelijke regeling een bepaling over

inwerkingtreding geëvalueerd. Het bestuur stelt

evaluatie van de Regeling bevat.

daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de

De leden twee en drie zijn ingevoegd naar

evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren.

aanleiding van zienswijzen van een raad van een

Daarbij worden de deelnemers gehoord.

deelnemende gemeente.

2. Vervolgens wordt de regeling telkens na vier jaar geëvalueerd op de wijze als bedoeld in lid 1. 3. De raden van de deelnemers worden op de hoogte gesteld van de resultaten van de evaluatie, de conclusies en de wijzigingen naar aanleiding van de evaluatie.Het bestuur kan besluiten het functioneren van de Regeling te evalueren. Het bestuur stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren. Daarbij worden de deelnemers gehoord. Artikel 31: Slotbepaling

Artikel 27: Slotbepaling

1.Het personeel van de deelnemende

1. Het personeel van het openbaar lichaam BAR-

In het eerste lid geeft duidelijkheid over het

gemeenten wordt op 1 januari 2014

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1064/documents/37756