VRR Jaarverslag 2025
Tekst van het document
22 Economische risico’s Met de huidige economische ontwikkelingen omtrent prijsstijgingen ontstaat een risico dat het budget niet toereikend is. Als de realisatie hoger is dan het budget kan dit alleen nog via de nacalculatie rechtgetrokken worden indien er sprake is van bijzondere omstandigheden (bijv. pandemie). Leveranciers risico’s Wij vinden het belangrijk dat de middelen die wij gebruiken van kwalitatieve waarde zijn. In de beschikbaarheid en kwaliteit van onze middelen zijn wij echter afhankelijk van verschillende leveranciers, wat resulteert in een extern risico. Zo zijn er in Nederland beperkt aanbieders voor ambulancevoertuigen. Samenwerking met buitenlandse aanbieders brengt ook uitdagingen met zich mee zoals logistiek en regelgeving. Schaarste aan medische artikelen vormt een operationeel risico doordat onverwachte tekorten de continuïteit van ambulancezorg kunnen beïnvloeden. Reputatieschade Reputatieschade kan ontstaan door incidenten, negatieve media-aandacht of juridische procedures. De informatievoorziening is breed toegankelijk, waardoor er een risico ontstaat op de verspreiding van nepnieuws, wat de betrouwbaarheid van informatie onder druk zet. Dit kan de positie van de ARR in de regio onder druk zetten en financiële gevolgen hebben zoals schadevergoedingen of juridische kosten . Overige risico’s m.b.t.
de bedrijfsvoering Wendbaarheid is een belangrijk onderdeel om te voldoen aan de wensen van zowel de nieuwe generatie medewerkers als patiënten, die een 24/7 cultuur verwachten. De meldkamer is hierin een cruciale schakel: uitval van ICT, bijvoorbeeld door cyberaanvallen of storingen, kan direct de acute zorgverlening belemmeren. Ook maatschappelijke ontwrichting, zoals langdurige stroomuitval of een pandemie, vormt een bedreiging voor de continuïteit. Daarnaast is duurzame productie door digitalisering en efficiëntie noodzakelijk. Het inspelen op veranderende wet- en regelgeving vereist aanpassingsvermogen van medewerkers, wat daarnaast de innovatie kan belemmeren. Ook de afhankelijkheid van en samenwerking met ketenpartners, inclusief de externe financiering is een factor. Ontwikkeling vermogenspositie en weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de financiële robuustheid aan van de begroting, de jaarrekening en de financiële positie weer. De ratio weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (gekwantificeerde risico’s). beschikbare weerstandscapaciteit Ratio = --------------------------------------------------- benodigde weerstandscapaciteit Door het positieve resultaat over 2025 is de beschikbare weerstandscapaciteit toegenomen tot € 8.792k.
Deze bestaat uit 5.212k voor de gemeenten en 3.580k voor de zorgverzekeraars. Bij de vaststelling van de begrotingswijzing 2025 en begroting 2026 is afgesproken dat een gedeelte van het positieve resultaat ter dekking zal worden ingezet van het begrotingstekort 2026. Omdat het nog niet zeker is hoe de gemeenten het nog te bestemmen resultaat wil bestemmen, is voor 2026 uitgegaan van de totale reserve exclusief het nog te bestemmen resultaat vanuit de bijdrage gemeente. Onderstaande tabel geeft de weerstandscapaciteit eind 2025 weer.
23 De VRR hanteert voor een gezond weerstandsvermogen een ratio met een bandbreedte van 0,5 – 0,8. Voor de benodigde weerstandscapaciteit wordt hierbij uitgegaan van de netto-risico’s Als dit besluit wordt genomen, verandert de omvang van de beschikbare reserve per stakeholder. In de volgende tabellen is per stakeholder inzichtelijk gemaakt wat de weerstandsratio bedraagt op basis van: • de beschikbare reserves zonder het te bestemmen resultaat van 2025. • de benodigde weerstandscapaciteit voor de risico’s in de begroting 2026. Hiermee wordt duidelijk hoe de financiële positie zich verhoudt tot de risico-inschatting voor het komende begrotingsjaar. De weerstandsratio van de gemeente ligt iets hoger dan de afgesproken bandbreedte van 0,5 – 0,8. In 2027 zal de ratio dalen naar 0,5 als het risico van de bouwsteen verplichtend karakter wordt meegenomen.
Beschikbare weerstandscapaciteit Realisatie ultimo 2023 Realisatie ultimo 2024 Realisatie ultimo 2025 Algemene reserve deel vanuit bijdrage gemeenten 691 1.182 1.543 Nog te bestemmen resultaat vanuit bijdrage gemeenten / Resultaat 2025 ter dekking van begrotingstekort 2026 491 361 1.346 Totaal reserve deel bijdrage gemeenten 1.182 1.543 2.889 Algemene reserve deel zorgverzekeraars 473 1.768 2.754 Nog te bestemmen resultaat deel zorgverzekeraars 1.295 986 826 Totaal reserve deel zorgverzekeraars 1.768 2.754 3.580 Totaal beschikbare weerstandscapaciteit 2.950 4.297 6.469 Weerstandsratio stakeholder gemeenten Begroting 2026 Beschikbaar (x € 1.000) 2.889 Benodigd, netto-risico's (x € 1.000) 3.000 Weerstandsratio netto-risico's 1,0 Weerstandsratio zorgverzekeraar Begroting 2026 Beschikbaar (x € 1.000) 3.580 Benodigd, netto-risico's (x € 1.000) 2.575 Weerstandsratio netto-risico's 1,4 Weerstandsratio Rijk Begroting 2026 Beschikbaar (x € 1.000) - Benodigd, netto-risico's (x € 1.000) 200 Weerstandsratio netto-risico's - 24 Kengetallen en beleidsindicatoren Financiële kengetallen Er zijn in 2025 geen nieuwe leningen aangetrokken. De netto schuldquote daalde hierdoor van 18,6% in 2024 naar 11,2% eind 2025. Door het positieve resultaat van 2025 en de verhoging van de bestemmingsreserves steeg het eigen vermogen in 2025 resulterend in een hogere solvabiliteitsratio.
Beleidsindicatoren De apparaatskosten zijn ongeveer gelijk gebleven in 2025. De inhuur van derden voor de opvang van ontheemden Oekraïne daalde in 2025, mede omdat een aantal taken nu bij gemeenten zijn ondergebracht. De overhead steeg mede door de dotatie aan het verlofsparen en indexatie van prijzen. Jaarverslag jaar 2025 Kengetallen Jaarverslag 2024 Begroting 2025 Jaarverslag 2025 Netto schuldquote 18,6% 16,7% 11,2% Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 18,6% 16,7% 11,2% Solvabiliteitsratio 11,7% 19,1% 18,3% Structurele exploitatieruimte 2,8% -1,4% 3,3% Verloop van de kengetallen Totaal per inwoner % van Totaal Totaal per inwoner % van Totaal Apparaatkosten 2.414.547,47 1,77 2.365.313,35 1,72 Externe Inhuur 12.412.350,92 - 9% 10.392.868,56 7% Overhead 31.276.033,00 - 15% 34.818.000,00 16% Beleidsindicatoren taakveld Bestuur & Ondersteuning 2024 2025
25 2.2 Financiering Algemeen De centrale doelstelling van het treasurybeleid is het beheren van de financiële geldstromen en het beperken van de financiële risico’s voor de organisatie. Dit beleid is vastgelegd in het treasurystatuut van de veiligheidsregio. De uitvoering van treasury wordt wettelijk geregeld in de Wet Financiering Decentrale Overheden. Deze wet regelt dat de uitvoering van de treasuryfunctie uitsluitend de publieke taak dient en geschiedt binnen de financiële kaders van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Risicobeheersing Risicobeheersing op het gebied van financiering vormt één van de pijlers van de Wet Financiering Decentrale Overheden. Renterisico’s kunnen vanuit Wet Financiering Decentrale overheden- optiek worden bezien op de korte en op de langere termijn. De veiligheidsregio heeft in het treasurystatuut bepaald dat de normen vanuit de wet Fido zullen worden gehanteerd bij het beheersen van de renterisico’s. Renterisico op korte schuld: de kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de Wet Financiering Decentrale Overheden een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de VRR haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren.
De kasgeldlimiet stelt derhalve dat de gemiddelde netto -vlottende schuld van een decentrale overheid (ofwel openbaar lichaam) niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is dus een voorgeschreven sturing- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld. Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt de omvang van de jaarbegroting voor het hele verslagjaar aangehouden. Voor de gemeenschappelijke regelingen bedraagt het percentage voor de berekening van de kasgeldlimiet voor het jaar 202 5 8,2% van de begroting. Kasgeldlimiet 2025 (bedragen x € 1.000) 1e kw 2e kw 3e kw 4e kw 2025 Grondslag: Lasten Begroting 214.028 214.028 214.028 214.028 214.028 in procenten van de grondslag 8,2% 8,2% 8,2% 8,2% 8,2% Toegestane netto vlottende schuld : -17.550 -17.550 -17.550 -17.550 -17.550 Toetsing : Omvang vlottende schuld (a.) - - - - - Af: Vlottende vorderingen (b.) 27.227 39.400 53.055 32.064 32.064 Saldo netto vlottende middelen (a+b) 27.227 39.400 53.055 32.064 32.064 Ruimte 44.777 56.950 70.605 49.614 49.614
26 Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm De VRR loopt renterisico op het moment dat nieuwe leningen moeten worden aangetrokken (herfinanciering) of als een renteherziening van toepassing is. Om het renterisico te beheersen is in de Wet Financiering decentrale overheden de renterisiconorm geformuleerd. De renterisiconorm bepaalt dat het bedrag van de langlopende schuld dat binnen een gegeven jaar verplicht moet worden afgelost, of waarvan de rente moet worden herzien, maximaal 20% van begrotingstotaal mag bedragen. Het doel van deze norm is dat de lange leningenportefeuille zodanig over de jaren verdeeld is dat het renterisico dat voortkomt bij herfinanciering en renteherzieningen gelijkmatig over de jaren wordt gespreid. Ontwikkelingen Schatkistbankieren Vanaf 2013 houden alle provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen hun tegoeden aan bij de Nederlandse schatkist. Het doel van schatkistbankieren is de risico’s van beleggen door decentrale overheden tot nul te reduceren en het begrotingstekort van de overheid terug te dringen. De wettelijke term voor schatkistbankieren is “geïntegreerd middelenbeheer”. Ultimo 202 4 was een bedrag van € 25.929k gedeponeerd bij de schatkist. Dit was eind 2025 gestegen naar € 31.775k het bedrag is zichtbaar in de tabel Uitzettingen in ‘s- Rijks schatkist.
Langlopende Leningen Om de geplande investeringen te financieren was er in de begroting vanuit gegaan dat er € 5 miljoen aan nieuwe leningen nodig waren om de geplande uitgaven en investeringen te kunnen uitvoeren. Door het doorschuiven van een aantal investeringen naar latere jaren zijn er in 202 5 geen nieuwe leningen aangetrokken. In deel 4 is bij de toelichting op de balans een overzicht opgenomen van de langlopende leningen. Rente Enerzijds ontvangt de veiligheidsregio rente op de uitstaande tegoeden in het kader van schatkistbankieren. Totaal is in dat kader in 2025 € 959k rente ontvangen. In de begroting was met € 600k rekening gehouden. Op de langlopende leningen wordt rente betaald in overeenstemming met de afspraken die zijn gemaakt bij het aangaan van de lening. De veiligheidsregio heeft op alle leningen een vaste rente afgesproken voor een langere looptijd. In 2025 zijn er geen renteherzieningen geweest. De rentelast op deze leningen in 2025 bedraagt € 536k. Kredietfaciliteiten Naast de langlopende doorlopende leningen zijn er geen kredietfaciliteiten afgesloten. Renterisiconorm (bedragen x € 1.000) 2025 Netto renteherziening op vaste schuld (o/g./.u/g) Aflossingen 7.460 Renterisico 7.460 Lasten begroting 214.028 Percentage cf.
regeling 20% Renterisiconorm -42.806 Renterisiconorm 42.806 Renterisico 7.460 Ruimte onder renterisiconorm: 35.346 27 2.3 Onderhoud kapitaalgoederen Panden Van de vijf in het Besluit Begroting en Verantwoording genoemde categorieën kapitaalgoederen (Wegen, Riolering, Water, Groen en Gebouwen) is de post Gebouwen van toepassing op de VRR. De VRR heeft 67 panden in gebruik. Hiervan zijn er 19 in eigendom en 48 worden er gehuurd van derden (w.o. gemeenten). De conditiemeting van de panden is verwerkt in een meerjarenonderhoudsplan dat voorziet in een overzicht van de benodigde onderhoudsactiviteiten voor de periode 2022-2030. Het uitvoeren van de activiteiten in dit plan zullen er voor zorgen dat de panden op het vereiste onderhoudsniveau blijven. Het meerjarenonderhoudsplan is in 2025 herijkt worden. Installaties Ook het onderhoud aan installaties is onderdeel van dit meerjarenonderhoudsplan. Uitgangspunten hierbij zijn o.a. duurzaamheid en energiebesparing. De fluctuatie in de uitgaven voor dit onderhoud aan eigen panden wordt opgevangen door een bestemmingsreserve. Overige kapitaalgoederen De VRR heeft ook een voertuigenbestand bestaande uit o.a. 162 voertuigen die brandweer gerelateerd zijn (incl. strandvoertuigen, scooters etc.), 99 ambulance gerelateerde voertuigen en 194 piket- en dienstvoertuigen. (deze laatste worden geleased).
Het onderhoud hiervan is merendeels uitbesteed aan derden via onderhoudscontracten
28 2.4 Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering In 2025 heeft de VRR verder gewerkt aan het versterken van de bedrijfsvoering, zodat de organisatie beter is toegerust op de steeds complexere maatschappelijke opgaven. Veranderingen in de samenleving — zoals schaarste op de arbeidsmarkt, digitalisering, klimaatverandering, toenemende zorgdruk en geopolitieke ontwikkelingen — vragen om een organisatie die flexibel kan schakelen en die beschikt over moderne, betrouwbare en veilige ondersteunende processen. Bedrijfsvoering vervult daarin een cruciale rol: het biedt het fundament waarop de hulpdiensten en crisispartners kunnen bouwen. Investeren in mensen en een aantrekkelijk werkgeverschap De VRR wil een wendbare en inclusieve organisatie zijn, waarin medewerkers zich blijvend kunnen ontwikkelen en waarin ruimte is voor talent en groei. Daarom is geïnvesteerd in strategische personeelsplanning, duurzame inzetbaarheid en leiderschap. Het leiderschapsprogramma en de Mental Check-ups droegen bij aan ontwikkeling én gezondheid van medewerkers, terwijl onderzoeken naar diversiteit en inclusie leidden tot verbeteringen in het wervings- en selectieproces. De krapte op de arbeidsmarkt blijft voelbaar, maar door meer inzicht in doelgroepen en gerichte arbeidsmarktcommunicatie heeft de VRR haar zichtbaarheid als werkgever versterkt.
Leren & ontwikkelen als structurele bouwsteen Om wendbaarheid te realiseren, is continue ontwikkeling noodzakelijk. Daarom is verder gewerkt aan het structureel versterken van opleidingen, werkplekleren en vitale inzetbaarheid. Ook beleid als Door010, het leiderschapsprogramma en de nieuwe arbodienstverlening dragen bij aan een organisatie die medewerkers beter ondersteunt in elke loopbaanfase. Hierdoor ontstaat ruimte om mee te bewegen met nieuwe taken, veranderende risico’s en verdere professionalisering van de veiligheidsketen. Veilige en betrouwbare informatievoorziening De VRR bereidt zich actief voor op de digitale uitdagingen van de toekomst. Er is verdere vooruitgang geboekt in het versterken van informatiebeveiliging, onder andere door het operationeel maken van het CERT(een crisisteam in geval van een cybercrisis). Daarnaast heeft de VRR een SOC (alarmering op mogelijke dreigingen, zodat je je beveiliging kan verhogen) gedurende kantoortijden operationeel. Voor een 24/7 SOC is gewacht op het landelijke initiatief. Landelijk is echter een andere keus gemaakt, waardoor wij in 2026 verder kijken wat er nog nodig is om onze beveiliging zo optimaal mogelijk te hebben. Vooruitgang in duurzaamheid Duurzaamheid werd in 2025 verder verankerd binnen de organisatie.
De plaatsing van laadpalen en de vervanging van dienst- en piketvoertuigen door elektrische varianten vormen tastbare stappen richting een klimaat neutrale organisatie. Ook werden verschillende duurzaamheidsinterventies opgepakt, waarmee medewerkers beter inzicht kregen in hoe zij vanuit hun eigen functie kunnen bijdragen aan een duurzamer VRR.
Kengetallen Bedrijfsvoering. Vitaliteit: Er is een proces ingericht waardoor een betere analyse en versnelde begeleiding van dreigend langdurig ziekteverzuim mogelijk wordt, zowel reactief als preventief. Komend jaar kan gerapporteerd worden op de voortgang en effecten. Dit zorgt voor een verbeterde mogelijkheid om te kunnen sturen ten aanzien van het ziekteverzuim. Agressiemeldingen Aantal ontvangen agressie meldingen | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 Totaal aantal meldingen | 66 | 82 | 83 | 82 | 100 Waarvan bij de ambulancedienst | 54 | 78 | 82 | 77 | 75 Waarvan bij de brandweer | 11 | 4 | 1 | 5 | 9 Overig | 1 | 16 De aantallen hierboven zijn het aantal ontvangen meldingen in het kader van Agressie en Geweld. Het daadwerkelijke aantal incidenten ligt hoger, omdat niet alle incidenten gemeld worden. De meldingsbereidheid bij de medewerkers is niet optimaal. | Daarnaast is niet iedere medewerker zich bewust van het feit dat er melding gedaan kan worden. Momenteel loopt een onderzoek of medewerkers bekend zijn met de mogelijkheid om incidenten te melden en wat hen eventueel weerhoudt van het doen van meldingen. Zodra het onderzoek is afgerond, kunnen gerichte acties worden uitgezet, zoals het geven van voorlichting aan medewerkers over de mogelijkheid tot het doen van melding en het doel daarvan.
Hoewel het aantal meldingen stabiel is, is er wel een intensivering zichtbaar in het soort meldingen. Waar het eerst om fysieke of verbale agressie ging, is het steeds vaker een combinatie van deze twee. Hierdoor wordt het incident als ernstiger ervaren. Wat opvalt in het afgelopen jaar is dat er meermaals bijtincidenten zijn gemeld. Onder invloed van psychische aandoeningen of alcohol en drugs bijten patiënten ambulancemedewerkers. Gelet op gezondheidsrisico’s (bijv. besmettingen met hepatitis, HIV etc.) zorgt dit voor een grote impact op de medewerkers. Verder is er in zes gevallen sprake van het gebruik van een voorwerp door de dader. Dat betroffen onder meer auto’s, bloempotten en in twee gevallen is vuurwerk gericht afgeschoten op medewerkers. 29 30 Opvang Ontheemden Oekraïners Sinds maart 2022 coördineerde de Veiligheidsregio de opvang van Oekraïense ontheemden in de regio. Taken hierbij waren: het in stand houden van een aankomstlocatie (HUB-locatie, uitvoering door gemeente Rotterdam) en een Regionaal Centrum Vluchtelingenspreiding (uitvoering door gemeente Rotterdam), zorgcoördinatie (uitvoering door de GHOR), informatiemanagement (uitvoering door VIK), kassiersfunctie en communicatiefunctie (beiden uitgevoerd door de Veiligheidsregio).
Vanuit de VRR is het programmamanagement opgepakt zowel qua capaciteit als ook het platform waarop de verschillende partners, zoals gemeenten en COA, samenwerkten op dit dossier. In 2025 zijn veel taken overgedragen aan de Provincie, het COA en de 13 gemeenten in onze regio. Met de transitie is een verschuiving ontstaan in de bestuurlijke verantwoordelijkheid, strategie en sturing en de operationele taken zoals Hub, Regionaal Centrum Vluchtelingenspreiding, zorgcoördinatie en informatiemanagement. De mijlpalen in 2025 waren: • Per 1 januari is de bestuurlijke verantwoordelijkheid overgedragen aan de Regionale Regietafel Rotterdam-Rijnmond onder de Provinciale Regietafel Zuid Holland. • De strategie en sturing is van programma Opvang VRR overgedragen aan de Taskforce Opvang, waarin de 13 gemeenten zijn vertegenwoordigd, onder regie van de Regionale Regietafel. • Het in stand houden van de HUB-locatie, het Regionaal Centrum Vluchtelingenspreiding en de juridische adviesfunctie zijn overgedragen aan gemeente Rotterdam per 9 februari 2025. • Informatiemanagement ( het Vluchtelingen Volgsysteem) is aan een derde partij (JamIT) overgedragen per 28 oktober 2025. De gemeenten kunnen nu de betreffende dienst van JamIT afnemen.
• De kassiersfunctie is overgedragen aan Gemeente Vlaardingen per 1 januari 2025 • De communicatiefunctie is overgedragen aan Gemeente Maassluis per 9 februari 2025 • Begin 2025 is door het Algemeen Bestuur besloten dat de zorgcoördinatie door de GHOR wordt gecontinueerd tot 4 maart 2025 gelijk aan de looptijd van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming , en in november is deze termijn nog een keer verlengd tot 4 maart 2027. Alle taken zijn in 2025 overgedragen. Alleen de zorgtaken worden door de GHOR uitgevoerd. Dit is verlengd van eind november 2025 tot 4 maart 2027. Kostensoort Opgave kosten (veiligheidsregio) Meerkosten coördinerende gemeente - Hotels/centra - Overige specifieke meerkosten - Overige Meerkosten - Meerkosten coördinatie van de spreiding van ontheemden 864.942 Meerkosten zorgkosten 1.135.618 Meerkosten materiele uitgaven 89.123 Meerkosten communicatie 28.290 Totale kosten 2025 2.117.973 31 Uit de ondernemingsraad De ondernemingsraad heeft zich het afgelopen jaar bezig gehouden met d iverse onderwerpen, waarvan een aantal hieronder worden toegelicht. Financieel beleid en bezuinigingen: Voor 2026 is de VRR gevraagd om bezuinigingsscenario’s voor te bereiden. Begin 2025 heeft een delegatie van de verschillende ondernemingsraden een bezoek gebracht aan de nieuwe voorzitter van het Algemeen Bestuur, mevrouw Schouten.
Tijdens dit bezoek hebben zij hun zorgen geuit over de voorgenomen bezuinigingen en zijn hierin bijgestaan door de directie. De bezuinigingen zijn uiteindelijk beperkt tot 4%. Duurzame inzetbaarheid/PTSS en Veiligheid Ook in 2025 stond duurzame inzetbaarheid / PTSS en Veiligheid hoog op de agenda. Incidenten van agressie en geweld tegen hulpverleners nemen nog steeds toe, vooral bij de ambulancedienst. In het jaarlijkse gesprek met de voorzitter van het Algemene Bestuur is hier ook over gesproken. Commissie Veiligheid, Gezondheid, Welzijn en Milieu (VGWM) Vanwege een tekort aan COR-leden is de commissie VGWM momenteel een onderdeel van de COR. In 2026 zijn er nieuwe verkiezingen. Als er voldoende kandidaten zijn, kan de VGWM weer zelfstandig verder als commissie. Retraite met de directie Jaarlijks gaat de directie van de VRR op retraite met de ondernemingsraad. Diverse thema’s zijn aan bod gekomen, waaronder de bedrijfsvoering, interne weerbaarheid en integriteit. Daarnaast is de samenwerking aan de orde geweest die door alle partijen als prettig wordt ervaren. Verkiezingen In 2026 eindigt de huidige zittingstermijn van de (C)OR leden. Bij voldoende kandidaten zullen er verkiezingen plaats gaan vinden in maart 2026. In 2025 zijn hiervoor de voorbereidingen gestart.
Er komen signalen binnen, dat medewerkers zich niet aanmelden, omdat ze al een hoge werkdruk ervaren in hun functie en daar geen extra werklast bij willen. Zowel vanuit de Directie als de ©OR wordt het werk van de ondernemingsraden op een positieve wijze belicht, waardoor medewerkers zien welke waardevolle bijdrage zij kunnen leveren binnen de medezeggenschap. Andere voorbeelden van onderwerpen die aan bot zijn gekomen zijn de bezuinigingen, het eigenaarschapsprogramma, het integriteitsbeleid en het onderzoeksprotocol. Ondanks de uitdagingen door bezuinigingen en personele kwesties heeft de COR zich ingezet voor een sterke en toekomstbestendige organisatie. Met de focus op integriteit, veiligheid en personeelsbeleid blijven we een solide basis leggen voor de komende jaren.
2.4.1 Openbaarheidsparagraaf De VRR werkt toe naar volledige naleving van de Wet open overheid. De nadruk lag dit jaar op het op orde brengen van de informatiehuishouding, onder meer door het invoeren van dataclassificatie en informatiebeheer. Passieve Woo-verzoeken worden inmiddels structureel afgehandeld. Voor de actieve openbaarmaking zijn wij afhankelijk van de richtlijnen van de rijksoverheid. Deze worden zo snel mogelijk geïmplementeerd en gevolgd. Woo-verzoeken | 2024 | 2025 Aantal ontvangen woo-verzoeken | 6 | 8 Aantal openbaar gemaakte documenten | 119 | 68 Aantal ontvangen zienswijze verzoeken | 12 | 22 Toelichting Van de 8 ontvangen Woo-verzoeken hadden we voor een Woo-verzoek geen documenten in ons archief. Er is ook een verzoek afgehandeld als informatieverzoek volgens artikel 5.5 van de Woo. Bij de zienswijze verzoeken is bezwaar gemaakt als er persoonsgegevens te zien waren. Na het weglakken van de gegevens zijn de bezwaren ingetrokken. 32 33 2.4.2 Toelichting Rechtmatigheid Het is voor decentrale overheden verplicht om een rechtmatigheidsverantwoording op te nemen in de jaarrekening. Deze rechtmatigheidsverantwoording ondersteunt het gesprek tussen het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur op het gebied van (financiële) rechtmatigheid, en versterkt daarmee de kaderstellende- en controlerende rol van het Algemeen Bestuur op dit vlak.
In de jaarrekening legt het Dagelijks Bestuur verantwoording af over alle negen criteria van rechtmatigheid. De eerste zes criteria, die betrekking hebben op getrouwheid en óók onderdeel zijn van rechtmatigheid, komen tot uitdrukking in de balans en het overzicht van baten en lasten. De drie specifieke rechtmatigheidscriteria komen tot uitdrukking in de rechtmatigheidsverantwoording. 1. De financiële handelingen passen binnen het kader van de geautoriseerde begroting (begrotingscriterium). 2. Voorwaarden in wet- en regelgeving worden nageleefd, zoals subsidievoorwaarden (voorwaardencriterium). 3. Toetsing op juistheid en volledigheid van gegevens die door derden zijn verstrekt plaats vindt met het oog op het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen (M&O criterium). De VRR verstrekt geen subsidies of uitkeringen aan belanghebbenden anders dan aan gemeenten en daarom bestaan er geen materiele risico’s op misbruik of oneigenlijk gebruik. Daarom heeft de VRR geen M&O-beleid opgesteld in het kader van rechtmatigheid. De verantwoording hanteert een grensbedrag, omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door de Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 2% (maximaal 3%) van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 4.421.160.
Conclusie rechtmatigheid Het Dagelijks Bestuur heeft geconstateerd dat de VRR een begrotingsonrechtmatigheid heeft van € 1.8 26k Van dit bedrag past € 1.306k. binnen het vooraf vastgestelde beleid, er staan namelijk te relateren baten tegenover de hogere lasten. Er zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd op het voorwaardencriterium en op het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik. Het totaal onrechtmatigheid van € 1.826k, ligt onder de verantwoordingsgrens. Begrotingscriterium Bedragen (Euro *1.000) 1A. Overschrijding lasten programma’s (of indien van toepassing een ander door de gemeenteraad vastgesteld autorisatieniveau) € 1.826 1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten) € - 2. Ongeautoriseerde reservemutaties € - p.s. veelal zijn dit ook getrouwe beeld fouten, die in de jaarstukken aangepast kunnen worden. Ze paragraaf 4.2.3. 3. Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten, investeringen en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan het bestuur zijn gemeld (hangt af van de intern vastgelegde spelregels in bijvoorbeeld de financiële verordening art. 212 Gemeentewet over de planning & controlcyclus, budgetafwijkingen, budgetoverheveling et cetera).
€ - Totaal begrotingsonrechtmatigheden 1.826€ 4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid. In de rechtmatigheidsverantwoording wordt verwezen naar dit vooraf vastgestelde beleid. € 1.306 De niet -acceptabele begrotingsonrechtmatigheden worden inhoudelijk in de rechtmatigheidsverantwoording en in de paragraaf bedrijfsvoering toegelicht. € 520 Voorwaardencriterium -€ 5. Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed (inhoudelijk hier toelichten en in de paragraaf bedrijfsvoering). € - M&O criterium -€ 6. Geen bevindingen. € - Totaal onrechtmatigheden 1.826€ Waarvan acceptabel € 1.306 Waarvan niet-acceptabel € 520
34 Toelichting rechtmatigheid De totale onrechtmatigheid is € 1.826k Dit is onder te verdelen in twee categorieën, acceptabel en niet- acceptabel en zijn voorzien van een toelichting. Acceptabel (€ 1.306k) • Overige begrotingsonderdelen: De overschrijdingen binnen de overige begrotingsonderdelen hangen samen met hogere personeelslasten en kosten voor inhuur van derden, waar hogere baten tegenover staan (€ 899k). Daarnaast is er een afwijking binnen de personele voorzieningen (€ 407k): Er is meer gedoteerd aan de voorziening verlofsparen (€ 253k) dan begroot. Ook is er gedoteerd aan de voorziening boven wettelijk verlof (€ 154k). Deze voorziening valt onder een open-einde regeling. Op grond van artikel 9, lid 4a van de Financiële verordening zijn deze afwijkingen als acceptabel aangemerkt. Niet-acceptabel (€ 520k) • Overige begrotingsonderdelen: Dit zijn overschrijdingen op de programmabegroting waar geen hogere baten tegenover staan. Deze overschrijding heeft betrekking op: • Personeel lasten en derden (€ 125k): Bij het opstellen van de begroting werd uitgegaan van een lagere personele inzet vanwege moeilijk vervulbare vacatures. In de loop van het jaar is de bezetting hoger uitgevallen dan verwacht en is daarnaast meer externe inhuur ingezet dan begroot. • Overige lasten (€ 108k): De kosten voor de ongevallenverzekering zijn meer toegenomen dan het acres.
• Afschrijvingen (€ 287k): De lasten zijn op het verkeerde programma begroot. Bij de begroting zijn de afschrijvingen ten onrechte te laag begroot bij overhead en de brandweer en te hoog bij de risico en crisisbeheersing. Hier is er sprake van een verschuiving in de begroting m.b.t. de afschrijvingslasten. Hierdoor ontstaat er een overschrijding op de overhead. Acties om afwijkingen in de toekomst te voorkomen Gezien de beperkte omvang van de afwijkingen achten wij aanvullende maatregelen op dit moment niet noodzakelijk. Voor het komende jaar zijn reeds procescontroles opgenomen, waaronder het tijdig controleren van de verdeling van afschrijvingskosten op programmaniveau. Voor de voorziening kan nog niet volledig op basis van historische gegevens worden begroot, omdat het een relatief nieuwe regeling betreft. Naar verwachting kan dit in de komende jaren nauwkeuriger worden opgenomen in de begroting.
35 2.5 Verbonden partijen Inleiding Het begrip verbonden partij is vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en is in artikel 1 lid b BBV als volgt gedefinieerd: “Een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft .” In artikel 1 lid c BBV wordt financieel belang gedefinieerd als: “Een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt ”. In artikel 1 lid d BBV tenslotte wordt bestuurlijk belang gedefinieerd als: “Zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht”. Lijst met verbonden partijen In onderstaande tabel worden de verbonden partijen genoemd waarin de VRR een financieel en bestuurlijk belang heeft. De jaarcijfers 2025 van Stichting FERM betreffen conceptcijfers. Ten tijde van de afronding van de jaarrekening 2025 van de VRR waren de definitieve cijfers van de Stichting nog niet beschikbaar. Omdat Stichting FERM eind 2025 is opgeheven, verwachten wij geen materiële wijzigingen meer in de cijfers. Mocht zich onverhoopt toch een aanpassing voordoen, dan zal deze worden verwerkt in de eerstvolgende begrotingswijziging.
Doelstelling verbonden partij De stichting FERM is een in 2021 opgerichte stichting gevestigd in Rotterdam met de volgende ambitie: “Rotterdam bevindt zich in 2023 in de top van de wereld ten aanzien van het weerbaar zijn tegen digitale verstoringen.” Dat wil zeggen dat het Haven Industrieel Complex in Rotterdam digitale dreigingen - zoveel als mogelijk is - ziet aankomen en zo georganiseerd is dat het de impact van digitale verstoringen weet te beheersen. Hierdoor wordt de bedrijfscontinuïteit ondersteund, het veiligheidsrisico voor omwonenden verkleind en wordt eventuele economische schade beperkt gehouden. De implementatie van de Europese NIS-2 richtlijn in de Nederlandse wetgeving is vertraagd naar het derde kwartaal van 2025. Hierdoor blijft er nog veel onduidelijk over de invulling van de nieuwe rol van de Inspectie Leefomgeving en Transport als landelijke toezichthouder op de voorbereiding van Cybercrisis door bedrijven. De gevolgen voor de industriële bedrijven en de VRR zullen daarom pas later duidelijk worden. Eind 2025 is bekend geworden dat in 2025 het Havenbedrijf Rotterdam een prominentere rol gaat innemen in de Stichting FERM en de financiering hiervan. Gezien de huidige geopolitieke dreiging zal het concept van FERM worden uitgebreid naar alle Nederlandse zeehavens en zal er nadrukkelijker worden gekeken om cruciale bedrijven lid te laten zijn van FERM.
Dit past in de inspanningen van de VRR voor het verhogen van de maatschappelijke weerbaarheid. De stichting FERM zal opgeheven worden en de activiteiten zullen voortgezet worden door de stichting FERM Zeehavens. De VRR zal vooralsnog geen participant hierin zijn. Aansprakelijkheid Onder voorbehoud van eventuele bestuursaansprakelijkheid die verzekerd is, is er geen sprake van financiële aansprakelijkheid. Naam Vestigingsplaats Openbaar belang Resultaat (€) 1-1-2025 31-12-2025 2025 Stichting FERM Rotterdam Beheersing digitale verstoringen 66 - -66 Bedragen (€ 1.000) Overzicht van verbonden partijen 2025 Eigen vermogen (€) 36 3. / Jaarrekening 3.1 Rechtmatigheidsverantwoording De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het college van burgemeester en wethouders toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd.
Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door de raad vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door de raad op 25 augustus 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 4.421.160. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van oktober 2025. Bevinding Het Dagelijks Bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 1.826.000 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 4.421.160. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het Dagelijks Bestuur overigens een bedrag van € 1.306.000 acceptabel op basis van door het Algemeen Bestuur vastgestelde afspraken.
In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het Algemeen Bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het Dagelijks Bestuur ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen. 37 3.2 Overzicht van de baten en lasten 3.3 Toelichting op de begrotingsafwijkingen Ambulancezorg Afwijkingen op de lasten • Personele lasten: In 2025 zijn minder diensten geleverd dan vooraf contractueel overeengekomen met de zorgverzekeraars. Dit is het gevolg van het niet volledig kunnen invullen van openstaande vacatures. Aangezien de afrekening plaatsvindt op basis van het daadwerkelijk aantal geleverde diensten, wordt het hiermee samenhangende bedrag terugbetaald aan de zorgverzekeraars. • De salarislasten zijn gestegen doordat we de PLB uren meenemen in de voorziening spaarverlof. • Afschrijvingslasten: Door latere oplevering van de geplande investeringen zijn de afschrijvingslasten lager dan verwacht. Afwijkingen op de baten • Budget zorgverzekeraar: De lagere baten zijn het directe gevolg van de lagere personele lasten door het niet volledig invullen van de diensten.
Programmarekening Primaire Begroting 2025 3e BW 2025 Realisatie 2025 Begrotingsafwijking (bedragen x € 1.000) Ambulancezorg 63.556 71.924 69.675 -2.249 Brandweerzorg 103.579 101.267 100.887 -380 Risico- en crisisbeheersing 14.092 15.656 15.067 -590 Weerbaarheid 120 75 -45 Overhead 32.012 32.992 34.818 1.826 Financieringsfunctie 789 534 536 2 Totaal lasten 214.028 222.494 221.058 -1.436 Ambulancezorg 68.422 78.560 74.161 -4.399 Brandweerzorg 130.540 132.206 133.455 1.249 Risico- en crisisbeheersing 15.275 18.665 18.866 201 Weerbaarheid 120 120 - Overhead 91 990 899 Financieringsfunctie 419 600 959 359 Totaal baten 214.656 230.242 228.550 -1.692 Resultaat voor bestemming 628 7.748 7.493 -256 Ambulancezorg - Brandweerzorg 596 2.868 3.156 288 Risico- en crisisbeheersing 575 288 -288 Toevoeging bestemmingsreserves 596 3.443 3.443 0 Ambulancezorg 199 33 - -33 Brandweerzorg 1.426 559 445 -114 Risico- en crisisbeheersing - - - - Onttrekking bestemmingsreserves 1.624 592 445 -147 Gerealiseerd resultaat verslagjaar 1.656 4.897 4.495 -402 Ambulancezorg (x € 1.000) Begroting 2025 (3e BW) Realisatie 2025 Begrotingsafwijking Totaal lasten 71.924 69.675 -2.249 Totaal baten 78.560 74.161 -4.399 Saldo van de baten en lasten 6.636 4.486 -2.150 Ambulancezorg (x € 1.000) Begrotingsafwijking Personele lasten 3.912 Voorziening PLB uren -2.130 Afschrijvingslasten 467 Totaal afwijkingen op de lasten
2.249 Budget zorgverzekeraar 3.486 Overige opbrengsten 913 Totaal afwijkingen op de baten 4.399 Saldo verschillen -2.150 38 • Overige opbrengsten: het gaat hier om de bijdrage van het Rijk voor de FLO regeling. Brandweer Afwijkingen op de lasten • Personele lasten: Is lager doordat extra uren vaker wordt ingezet in het verlofsparen. • Overige lasten: De lasten vallen voornamelijk lager uit doordat de training rijvaardigheid vertraging heeft opgelopen • Afschrijvingen: Bij de begroting zijn de afschrijvingen ten onrechte te laag begroot op het programma Brandweer en te hoog bij het programma Risico en Crisisbeheersing. Daardoor is er een overschrijding op het programma Brandweer. Afwijkingen op de baten • Inkomsten overheid en overige: de hogere baten komen door extra opbrengsten uit detachering, ontvangen UWV- gelden en declarabele kosten rondom de NAVO-top. Risico & Crisisbeheersing Afwijking op de lasten • Personele lasten: Deze gerealiseerde lasten zijn toegenomen door meer inhuur op specifieke kennis welke mogen worden doorbelast. • Overige lasten: Voor software waren er lagere lasten dan begroot. • Afschrijvingen: Bij de begroting zijn de afschrijvingen ten onrechte te hoog begroot op het programma Risico- & Crisisbeheersing en te laag bij de andere programma’s. Hierdoor ontstaat een onderuitnutting op het programma Risico- & Crisisbeheersing.
Brandweerzorg (x € 1.000) Begroting 2025 (3e BW) Realisatie 2025 Begrotingsafwijking Totaal lasten 101.267 100.887 -380 Totaal baten 132.206 133.455 1.249 Saldo van de baten en lasten 30.939 32.568 1.629 Brandweerzorg (x € 1.000) Begrotings afwijking Personele lasten 361 Overige lasten 402 Afschrijvingen -383 Totaal afwijkingen op de lasten 380 Inkomsten overheid en overige 1.249 Totaal afwijkingen op de baten 1.249 Saldo verschillen 1.629 Risico & Crisisbeheeersing (x € 1.000) Begroting 2025 (3e BW) Realisatie 2025 Begrotingsafwijking Totaal lasten 15.656 15.067 -590 Totaal baten 18.665 18.866 201 Saldo van de baten en lasten 3.009 3.799 791 Risico & Crisisbeheeersing ( x € 1.000) Begrotings afwijking Personele lasten -147 Overige lasten 224 Afschrijvingen 513 Totaal afwijkingen op de lasten 590 Inkomsten overheid en overige 201 Totaal afwijkingen op de baten 201 Saldo verschillen 791 39 Afwijkingen op de baten • Inkomsten overheid en overige: Hogere baten door hogere personele lasten die doorbelast mogen worden. Weerbaarheid Afwijking op lasten • Personele lasten: De programmamanager is later gestart dan we hadden geprognotiseerd in de begroting.
Weerbaarheid (x € 1.000) Begroting 2025 (3e BW) Realisatie 2025 Begrotingsafwijking Totaal lasten 120 75 -45 Totaal baten 120 120 - Saldo van de baten en lasten - 45 45 Weerbaarheid (x € 1.000) Begrotings afwijking Personele lasten 45 Totaal afwijkingen op de lasten 45 Totaal afwijkingen op de baten - Saldo verschillen -45 40 Overhead Afwijking op de lasten • Personele lasten: De personele lasten zijn hoger uitgevallen door meerdere factoren. Zo is er een hogere dotatie aan verlofsparen (€ 253k) en aan bovenmatig verlof (€ 154k). Door ziekte binnen het team was extra inhuur nodig. Daarnaast zijn diverse functies sneller vervuld, wat heeft geleid tot (€ 272k) aan extra kosten. Ook waren de kosten voor uitkeringen aan personeel hoger (€ 132k). Tot slot zijn er voor (€ 158k) aan werving- en selectiekosten gemaakt om de vacatures sneller in te vullen. • Overige lasten: De kosten voor de ongevallenverzekering zijn meer toegenomen dan het accres • Afschrijvingen: Bij de begroting zijn de afschrijvingen ten onrechte te hoog ingeschat op het programma Risico- & Crisisbeheersing. Daardoor ontstond een overschrijding op de afschrijving bij overhead. Afwijkingen op de baten • Personele opbrengsten: UVW gelden en verzekeringsgelden.
Overhead (x € 1.000) Begroting 2025 (3e BW) Realisatie 2025 Begrotingsafwijking Totaal lasten 32.992 34.818 1.826 Totaal baten 91 990 899 Saldo van de baten en lasten -32.901 -33.828 -927 Overhead (x € 1.000) Begrotings afwijking Personele lasten 1.431 Overige lasten 108 Afschrijvingen 287 Totaal afwijkingen op de lasten 1.826 Personele opbrengsten 899 Totaal afwijkingen op de baten 899 Saldo verschillen -927 41 3.4 Toelichting op de programmarekening 2025 3.4.1 Overzicht van de incidentele baten en lasten 2025 Er is sprake van een structureel begrotingsoverschot in het jaar 2025 Het project ‘opvang ontheemden Oekraïne’ is een tijdelijk project dat als incidenteel wordt beschouwd. In 2026 zal de veiligheidsregio de zorgtaken van de regeling blijven uitvoeren. De Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) eindigt op 5 maart 2027. Het Rijk hoopt dan een regeling voor het verblijfsrecht van ontheemden uit Oekraïne te hebben geregeld. De zogenoemde ‘doelgroep flexibele regeling’ is samen met de VNG afgestemd. Door de tijdelijke aard en de afloop van de regeling ‘opvang ontheemden Oekraïne’ blijven we hierdoor als incidentele last beschouwen. Het structureel begrotingsoverschot wordt met name veroorzaakt door een minder sterke stijging van de lasten in vergelijking met de toename van de opbrengsten bij het programma ‘ambulance’.
Bij de andere programma’s zijn vooral de personele lasten lager, doordat vacatures niet altijd direct konden worden vervuld. Daarnaast zijn door uitstel van investeringen de afschrijvingen lager en zijn er meer rentebaten geweest op de beschikbare liquide middelen. In 2025 hebben we de bestemmingreserve PTSS en de bestemmingsreserve BDuR Weerbaarheid nieuw gevormd. Toelichting op algemene dekkingsmiddelen Overzicht van de Incidentele baten en lasten (*1.000,-) Programma Realisatie 2025 Totaal lasten 221.058 Totaal baten 228.550 Resultaat ( x € 1.000) 7.493 Toevoeging aan reserve 3.443 Onttrekking aan reserve 445 Saldo na bestemming 4.495 Opvang ontheemden Oekraïners R&C 2.118 Totaal incidentele lasten 2.118 Totaal structurele lasten 218.940 Opvang ontheemden Oekraïners R&C 2.118 Totaal incidentele baten 2.118 Totaal structurele baten 226.432 Structureel saldo (* € 1000) 7.493 Financieringsfunctie 2025 x € 1.000 LASTEN Betaalde rente op langlopende leningen 536 Belastingrente Totaal rentelasten 536 BATEN Rente op schatkistbankieren 957 Belastingrente 2 Totaal rentebaten 959 Saldo -423 42 Mutaties op de voorzieningen Hieronder volgt de tabel waarop de afwijkingen met de begroting zichtbaar is: • Verlofsparen Medewerkers van de VRR kunnen hun verlofuren omzetten in spaarverlof. Binnen de Ambulancezorg zijn er PLB-uren wat bovenwettelijk verlof is.
In 2025 zijn de PLB-uren voor het eerst opgenomen in de voorziening verlofsparen. Het opgespaarde verlof kan door medewerkers worden ingezet voor een sabbatical of voor (gedeeltelijk) vervroegd pensioen. Op basis van de BBV-regelgeving dient voor spaarverlof een voorziening te worden gevormd. De omzetting van regulier verlof naar spaarverlof leidt daardoor tot een financieel effect op de balans. In 2025 is zichtbaar dat medewerkers vooral in het laatste kwartaal besluiten hun verlof om te zetten naar spaarverlof. De rege ling verlofuren bestaat in 2027 vijf jaar. Op dat moment wordt beoordeeld of er sprake is van een structurele trend, zodat de financiële effecten betrouwbaarder kunnen worden geraamd in de begroting en meerjarenraming. • Ziektewet: Het gaat hier om verzuimgelden wegens ziekte die wij als werkgever moeten doorbetalen aan voormalig medewerkers. De begeleiding van deze medewerkers is uitbesteed aan een externe organisatie. Omdat het hier gaat om kosten voor voormalig werknemers is er een voorziening gevormd. • DOOR010: In de CAO is vastgelegd dat operationeel personeel maximaal 20 jaar in een bezwarende functie (zoals repressieve brandweerfunctie/24 uursdienst) mag werken. In de praktijk zien we echter dat medewerkers langer door willen blijven werken in hun repressieve functie.
Om deze reden is voor deze groep door de VRR met de vakbonden een nieuwe regeling (DOOR010) afgesproken. In het kader van DOOR010 heeft de medewerker in repressieve functie (brandweerman) de mogelijkheid gekregen om bij te tekenen en kan zo langer blijven werken in deze functie. Onderdeel van deze regeling is het sparen van verlof tot 2.400 uur zodat de medewerker kan stoppen vóór de RVU-datum (Regeling vervroegde uittreding). Voor het verlofsparen bij DOOR010 is een separate voorziening gevormd. • RVU: Voor mensen die van de RVU-regeling gebruik maken en niet onder de FLO vallen dient een verplichting opgenomen te worden. • Personeel uit dienst: Met een aantal personen is een vaststellingsovereenkomst gemaakt waarbij het nog te betalen bedrag als voorziening is gevormd. Onvoorzien Er is in 2025 geen bedrag opgenomen voor onvoorzien.
Verloop voorzieningen Stand per 31-12-2024 Dotatie Vrijval Aanwending Stand per 31-12-2025 Verlofsparen 4.943 6.132 - - 11.075 Ziektewet 44 102 - -30 116 Verlofsparen DOOR010 2.295 81 - - 2.376 RVU 167 23 - - 190 Personeel uit dienst - 238 - - 238 Totaal verloop voorzieningen (x € 1.000) 7.450 6.576 - -30 13.996 Voorziening Begroting 2025 Realisatie 2025 Verschil 2025 Verlofsparen 1.200 6.132 -4.932 Ziektewet -44 72 -116 Verlofsparen DOOR010 - 81 -81 RVU -88 23 -111 Personeel uit dienst - 238 -238 Totaal voorzieningen (x € 1.000) 1.068 6.546 -5.478 43 3.4.2 Informatie Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector kortweg Wet Normering Topinkomens, legt sinds 1 januari 2013 beperkingen op aan de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke sector en de semipublieke sector. Het bezoldigingsmaximum voor 2025 bedraagt € 246.000. 1a. Leidinggevende topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen met dienstbetrekking. Ook leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling. Toelichting overschrijding: Niet van toepassing 1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking Niet van toepassing 1c. Toezichthoudende Topfunctionarissen Niet van toepassing Mr. Drs. A. Littooij Mr. Drs. A.
Littooij Functiegegevens Algemeen directeur Functiegegevens Algemeen directeur Aanvang en einde functievervulling 1-1-2025 - 31-12-2025 Aanvang en einde functievervulling 1-1-2024 - 31-12-2024 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte 1 fte Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte 1 fte Dienstbetrekking Ja Dienstbetrekking Ja Bezoldiging Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 213.293 Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 208.360 Beloningen betaalbaar op termijn 23.494 Beloningen betaalbaar op termijn 23.504 subtotaal 236.786 subtotaal 231.864 Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 246.000 Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 233.000 -/- onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. -/- onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. Bezoldiging 236.786 Bezoldiging 231.864 Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschijding al dan niet is toegestaan n.v.t. Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschijding al dan niet is toegestaan n.v.t. Toelichting op de invordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. Toelichting op de invordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) 2025 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) 2024 44 1d.
Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 2.100 in 2025 of minder 2025 Bestuur Functie(s) Burgemeester C.J. Schouten Voorzitter DB / AB Burgemeester F. van Oosten Plv. voorzitter DB / Lid AB Burgemeester A. Grootenboer - Dubbelman 2e Plv. voorzitter DB / AB Burgemeester P.H. van de Stadt Lid DB / AB Voorzitter Auditcommissie Burgmeester C.A. Oosterwijk Lid AB / Lid DB / Voorzitter Auditcommissie Burgemeester J.G. Bijl, wnd. Lid AB Burgemeester R. van der Linden Lid AB Burgemeester B. Wijbenga Lid DB / AB Burgemeester J.G.H. de Witte Lid AB Burgemeester C. Pille Lid AB Burgemeester R.E. Schneider Lid AB Burgemeester J.J. Manusama Lid AB Burgemeester C.H.J. Lamers, wnd. Lid AB Loco Burgemeester M. Hamerslag waarnemend lid AB Burgemeester J.J. Luteijn Lid AB Burgemeester H.D. Westerdijk Lid AB Burgemeester J.G. de Vries Lid AB Burgemeester H.M. Bergmann Lid AB Burgemeester A.R.C. Scheepers Lid AB 1e De totale bezoldiging van ene topfunctionaris voor al zijn/haar functies bij één WNT-instelling en eventuele aan deze WNT-instelling gelieerde rechtspersonen. Niet van toepassing. 1f. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 2.100 waarop de anticumulatie bepaling van toepassing is. Niet van toepassing. 1g. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder, waar de anticumulatiebepaling van toepassing is. Niet van toepassing. 2.
Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking Niet van toepassing. 3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Niet van toepassing 45 3.4.3 Balans ACTIVA Vaste Activa Materiële Vaste Activa Investeringen met economisch nut Gronden en gebouwen 23.787 23.965 Overige materiele vaste activa 34.365 34.888 58.152 58.853 Financiële Vaste Activa Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Waarborgsommen 110 110 110 110 Vlottende Activa Voorraden Grond en hulpstoffen 619 882 619 882 Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen 2.240 3.528 Uitzettingen in 's-Rijks schatkist met een 31.775 25.929 rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Overige vorderingen 5.041 4.582 39.055 34.038 Overlopende activa De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel - Het Rijk 0 - Overige Nederlandse overheidslichamen 915 2.152 Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen 6.107 4.413 7.022 6.565 Liquide middelen Kasgeld 0 Banksaldi 348 396 348 396 105.306 100.844 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond 2025 31-12-2025 31-12-2024 (Bedragen in € 1.000) 46 PASSIVA Vaste Passiva Eigen
vermogen Algemene Reserve 4.297 2.950 Overige bestemmingsreserves 10.446 7.448 Resultaat verslagjaar 4.495 1.347 19.238 11.745 Voorzieningen Overige voorzieningen 13.996 7.450 13.996 7.450 Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van: Binnenlandse banken en 41.021 48.479 en overige financiële instellingen Overige binnenlandse sectoren 0 0 41.021 48.479 Vlottende Passiva Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar Banksaldi Overige schulden 4.426 5.303 4.426 5.303 Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume 25.440 24.175 De van de Europese en Nederlandse overheids- lichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren 150 775 Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen 1.036 2.918 26.625 27.867 105.306 100.844 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond 2025 (Bedragen in € 1.000) 31-12-2025 31-12-2024 47 3.4.4 Grondslagen Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De jaarrekening 2025 is opgemaakt in overeenstemming met het wijzigingsbesluit Besluit begroting en
verantwoording (van 17 maart 2016, geplaatst in het Staatsblad, nr. 2016,101) dat voor de VRR van toepassing is vanaf het verslagjaar 2018. Grondslagen voor waardering Algemeen Voor zover niet anders vermeld zijn de activa en passiva verantwoord tegen nominale waarde of verkrijgingsprijs/aanschafwaarde. Materiële vaste activa In overeenstemming met artikel 59 van het Besluit Begroting en Verantwoording worden alle materiële vaste activa met een economisch nut geactiveerd. Met ingang van 2018 worden ook materiële vaste activa met een maatschappelijk geactiveerd. In 2025 was er geen sprake van Materiële vaste activa met een maatschappelijk nut. Nieuwe investeringen worden opgenomen tegen historische kostprijs of lagere marktwaarde en lineair afgeschreven op basis van de geschatte economische levensduur. Onder de post ‘Activa in ontwikkeling’ is materiële vaste activa opgenomen die nog niet in gebruik zijn genomen. Gemeenschappelijke regelingen zijn op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording vrij in het kiezen van hun afschrijvingsbeleid. Het afschrijvingsbeleid inclusief de te hanteren lineaire afschrijvingstermijnen per soort investering (categorie) van de VRR zijn vastgelegd in de Financiële Verordening van de VRR 2018 en nader uitgewerkt in de geactualiseerde Beleidsnota Investeringen, Waarderingen en Afschrijvingen.
Waarborgsommen Onder deze post zijn borgstellingen ter zekerheid van een aantal huurcontracten opgenomen. Voorraden De aanwezige voorraden zijn gewaardeerd tegen verkrijgingprijs, onder aftrek van een bedrag voor incourant voor zover daartoe aanleiding bestaat. Vorderingen De vorderingen worden opgenomen tegen nominale waarde, voor zover van toepassing onder aftrek van de noodzakelijke geachte voorziening voor het risico van oninbaarheid. De voorziening is vastgesteld op basis van een statische beoordeling van de openstaande facturen. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De omvang van de voorzieningen is bepaald op basis van schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen bepaald. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. 48 Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten.
Baten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Lasten en risico's die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Personeelslasten Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Vennootschapsbelasting Op basis van de aangiftes 2016, 2017 en de behaalde commerciële resultaten op de ondernemingsactiviteiten in 2018 heeft de belastinginspecteur geconcludeerd dat de VRR niet vennootschapsbelastingplichtig is. Wel zal de VRR jaarlijks moeten toetsen of er sprake is van een commercieel resultaat per ondernemingsactiviteit waaraan een bescheiden bestaan kan worden ontleend. Grondslag rechtmatigheidsverantwoording Voor de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening 2025 wordt het normenkader 2025 gehanteerd, dat is vastgesteld door de Auditcommissie op 11 november 2025 in overeenstemming met het instellingsbesluit van de Auditcommissie van 6 juni 2016 waarmee het Algemeen Bestuur deze bevoegdheid heeft belegd bij de Auditcommissie. Het Normenkader is ter kennisname geagendeerd voor de vergadering van het Algemeen Bestuur van 10 december 2025. 49 3.5 Toelichting op balans, activa 3.5.1 Materiële vaste activa In 2025 zijn o.a.
de volgende investeringen in gebruik genomen: • Aankoop van grond: € 1.044k • Zeven nieuwe ambulances (waarvan 1 elektrisch): € 1.461k • Hardware: € 944k • Meetapparatuur: € 627k • Persoonlijke bescherming: € 517k Bij activa in ontwikkeling gaat het onder andere om: • Hoogwerkers € 938k • Waterwagens € 59k • Tankautospuit € 163k In de volgende tabel zijn de gerealiseerde investeringen afgezet tegen het investeringsbudget 2025 : Hieronder volgt een verklaring van de verschillen tussen de derde begrotingswijziging en de over- of onderschrijding van het jaar 2025: Gronden en terreinen In overleg met de gemeente Goeree is er in 2023 een optie genomen op een stuk grond in Middelharnis voor de ontwikkeling van een gezamenlijke huisvesting voor politie, brandweer en ambulance. Eind 2025 werd duidelijk dat de we gezamenlijk moesten besluiten of we door wilden gaan met de ontwikkeling. In overleg met de politie en de gemeente is besloten tot aankoop van de grond. Bedrijfsgebouwen Het gaat hier om een klimaatinstallatie waarvan de afronding in 2026 plaats gaat vinden Overige materiële vaste activa Er is minder hardware (computers) aangeschaft.
Omschrijving 31-12-2024 Investeringen Des- investeringen Afschrijvingen 31-12-2025 Gronden en terreinen 3.752 1.044 - - 4.796 Bedrijfsgebouwen 20.212 201 - 1.423 18.991 Vervoersmiddelen 19.213 1.698 20 3.667 17.224 Machines, apparaten en installaties 1.586 681 -1 375 1.893 Overige materiële vaste activa 12.870 2.713 - 2.642 12.941 Activa in gebruik 57.634 6.337 19 8.107 55.844 Activa in ontwikkeling 1.219 1.089 2.308 Totaal materiele vaste activa 58.853 7.426 19 8.107 58.152 Materiele vaste activa en afschrijvingen Omschrijving 3e BW 2025 Investering geactiveerd 2025 activa in ontwikkeling Verschil investeringen 3e BW en realisatie Verschuiving investeringen naar vlg jaren Overschrijding/ onderschrijding Gronden en terreinen - 1.044 - -1.044 - -1.044 Bedrijfsgebouwen 45 201 163 -319 73 -392 Vervoersmiddelen 4.389 1.698 1.267 1.425 1.338 87 Machines, apparatuur en installaties 800 681 93 26 24 2 Overige materiële vaste activa 8.632 2.713 785 5.134 4.804 330 Activa in ontwikkeling - - - - - - Investeringen 13.867 6.337 2.308 5.222 6.239 -1.017 50 3.5.2 Financiële vaste activa Waarborgsommen De post waarborgsommen bestaat uit 4 borgstellingen voor: • Huur ambulancepost Brugwachter Rotterdam • Huur ambulancepost Dirksland • Huur ambulancepost Spijkenisse • Huur bedrijfspand Rotterdam 3.5.3 Vlottende Activa Voorraden Het saldo voorraden heeft betrekking op een vaste voorraad