CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

VRR 2024 Kadernota 2024.pdf

Commissie Samen leven RK 10 mei 2023, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 7: Mededelingen Gemeenschappelijke Regelingen6.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota 2024

VRR Kadernota 2024

1

Voorwoord Voor u ligt de kadernota 2024. Hierin zijn de financiële en beleidsmatige kaders voor de programmabegroting van 2024 opgenomen. De kadernota vormt het startpunt van het proces van begroting en verantwoording.

Kadernota

Programmabegroting

Begrotingswijzigingen

Jaarrekening

De kaders uit de kadernota zijn het uitgangspunt bij het opstellen van de programmabegroting 2024. Voordat het bestuur de programmabegroting 2024 definitief vaststelt, wordt deze aan de gemeenten aangeboden, zodat zij hun zienswijze kenbaar kunnen maken.

VRR Kadernota 2024

2

Inleiding Op 1 januari 2023 is het nieuwe meerjarenbeleidsplan 2023 van start gegaan. Dit beleidsplan staat grotendeels in het teken van de uitkomsten van de VRR Ontwikkelagenda. De aanleiding voor de VRR Ontwikkelagenda ligt in het feit dat het takenpakket van de VRR in het afgelopen decennium aanzienlijk is verbreed. De uitbreiding van taken is o.a. het gevolg van diverse nieuwe ontwikkelingen die gevolgen hebben voor de dienstverlening van de VRR. Denk hierbij aan verstedelijking (inclusief hoogbouw), de klimaat- en energietransitie, de komst van de omgevingswet, digitalisering, informatisering en robotisering, extreem weer, etc. De uitkomsten van de ontwikkelagenda zijn voor een zienswijze voorgelegd aan de gemeente en op basis van een positieve zienswijze op 8 december 2021 door het Algemeen Bestuur geaccordeerd. De consequenties zullen in de begroting worden verwerkt. Algemeen De VRR-begroting 2023 is eind 2021 gemaakt toen er nog geen bijzonderheden aan de orde waren. Als gevolg van de mondiale politieke spanningen zoals de oorlog in Oekraïne en verstoring van logistieke ketens naar aanleiding van de Covid-19 maatregelen is krapte ontstaan in de energie- en grondstoffenmarkt leidend tot forse prijsstijgingen. Inkoop wordt duurder, aanbestedingstrajecten komen ver boven de beschikbare budgetten uit en de indexering op contracten ligt ver boven de aanname in 2021.

De inflatie werkt niet alleen door op ons inkoopvolume maar naar verwachting ook de loonkosten. De cao-onderhandelingen lopen op dit moment nog. Op basis van de inzet van de werkgeversverenigingen en vakbonden is ook hier een substantiële verhoging te verwachten. In de VRR-begroting 2023 is rekening gehouden met een loonstijging van 1,9% en een inflatiecorrectie van 1,9%. Hierbij is uitgegaan van het voorgestelde accres door gemeenten. De uitzonderlijke situatie van dit moment maakt dat naar de financiële situatie van de VRR moest worden gekeken nog voor het begrotingsjaar begint. Als gevolg van de fors hogere prijsontwikkelingen en de verwachte cao-stijging ten opzichte van de indexatie van de gemeentelijke bijdrage resteert er een tekort. Omdat het gecorrigeerde percentage vanaf 2024 nog steeds onder de daadwerkelijke stijging zit, wordt er ook voor het jaar 2024 een tekort verwacht. De begroting 2024 zal daarmee sluiten met een tekort. Het verloop van 2023 en de definitieve afspraken met betrekking tot de CAO zal bepalend zijn voor de maatregelen die nog nodig zijn voor 2024. In de meerjarenraming zal een stelpost worden opgenomen voor de correcties op de indexatie over de jaren 2022 tot en met 2024. Daarmee zal de begroting meerjarig positief sluiten.

VRR Kadernota 2024

3

2. Opzet van de programmabegroting De opzet van de begroting 2024 voldoet aan het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en, voor zover van toepassing, de Wet- en regelgeving Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) met de verbijzonderingen daarop zoals neergelegd in de Financiële Verordening van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Autorisatie van de begroting vindt volgens het BBV formeel plaats op programmaniveau. Wijzigingen als gevolg van het jaarverslag (en de jaarrekening) 2022 en wijzigingen in de begroting voor het jaar 2023 worden in de begroting 2024 verwerkt, waarbij tevens de uitkomsten van de toetsing van de omvang en noodzaak van de reserves en voorzieningen zijn verwerkt. De begroting 2024 bestaat uit vier programma’s: • programma Ambulancezorg; • programma Brandweerzorg; • programma Risico & Crisisbeheersing (R&C). In dit programma is ook de GHOR opgenomen; • programma Overhead.

VRR Kadernota 2024

4

3. Baten 3.1 Gemeentelijke bijdragen Indexering gemeentelijke bijdragen Voor de indexering van de gemeentelijke bijdragen is gerekend met het indexeringspercentage dat jaarlijks wordt bepaald door de Werkgroep verbetering financiële sturing gemeenschappelijke regelingen en wordt vastgesteld door de colleges van B&W van alle deelnemende gemeenten. De werkgroep gaat bij de bepaling van het indexeringspercentage sinds 2022 uit van een gewogen indexpercentage. De looncomponent maakt daar 80% van uit op basis van het indexcijfer ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’. De overige 20% wordt bepaald door de ‘nationale consumentenprijsindex’. Daarnaast wordt over de percentages die in voorgaande jaren zijn afgegeven een nacalculatie toegepast om de verschillen die vanaf de afgifte van de index optreden te compenseren. Deze correctie gaat drie jaar terug, omdat voor het jaar t-3 het definitieve percentage beschikbaar is. Op deze wijze werken de verschillen niet door op lange termijn. De hierboven beschreven werkwijze leidt voor 2024 tot een totale index van 8,40%.

Omschrijving Prijsindex CPB Voorgaande jaren Verrekening

2021 2,50 2,30 0,20

2022 6,60 2,90 3,70

Correctie 2023 Correctie 2022 Correctie 2021 Accres 2024 Getoonde cijfers in bovenstaande tabel zijn percentages.

2023 2,80 1,90 0,90

2024 3,60 3,60 0,90 3,70 0,20 8,40

Gemeentelijke bijdragen 2024 Actualisering kostenverdeelsystematiek Op 8 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de nieuwe kostenverdeelsystematiek voor de deelnemende gemeenten. Het aantal inwoners per gemeente is niet langer de basis voor het bepalen van de primaire bijdrage. Vanaf 2023 is dat het evenredig aandeel van de gemeente in het Gemeentefonds voor het subcluster Crisisbeheersing en Brandweer. In aanvulling op dit besluit zijn recentelijk enkele uitwerkingsvoorstellen gemaakt: - De uitkering in het subcluster Crisisbeheersing en Brandweer vanuit het Gemeentefonds wordt jaarlijks geactualiseerd en daarmee ook de verdeelsleutel per gemeente. Het voorstel is om toekomstige wijzigingen die effect hebben op de verhoudingen in het gemeentefonds zonder ingroeiperiode te verwerken in de verdeling van de gemeentelijke bijdrage, omdat tegenover een gewijzigde gemeentelijke bijdrage ook een gewijzigde verhouding in het gemeentefonds staat.

VRR Kadernota 2024

5

-

-

Uitzondering hierop zijn herijkingen van het gemeentefonds. Hierbij wordt wel een ingroeiperiode gehanteerd. De bijdrage die Rotterdam aan de Gezamenlijke Brandweer betaalt voor de reguliere brandweerzorg in het Europoort gebied wordt jaarlijks aangepast aan de bijdrage zoals opgenomen in de begroting van de Gezamenlijke Brandweer. De berekening van de verhouding voor de kostenverdeelsleutel wordt gebaseerd op de meicirculaire van twee jaar eerder. Ter voorbeeld: de meicirculaire 2022 vormt daarmee de basis voor de kostenverdeelsleutel opgenomen in de kadernota 2024 en primaire begroting 2024.

Herijking gemeentefonds 2023 In de afgelopen jaren is er een nieuwe verdeling van de gelden in het gemeentefonds ontwikkeld die op 1 januari 2023 van kracht wordt. Conform bovenstaand voorstel wordt voor deze herijking een ingroeiperiode gehanteerd. Er wordt een ingroei gehanteerd die start in 2024 en loopt tot en met 2026. Er zullen dus geen wijzigingen meer plaats vinden in de verdeling van de bijdragen in 2023. Bovendien sluit dit qua eindjaar aan met de eerdere ingroeiperiode op de kostenverdeelsystematiek. Goeree-Overflakkee zou voorafgaand aan de herijking als gevolg van de twee jaar langere looptijd van de ingroei na 2026 nog in totaal € 423k (conform begroting 2023 en kostenverdeelsystematiek) extra moeten bijdragen. Voor Goeree-Overflakkee geldt dat met de herijking een ingroei van vier jaar nog steeds boven de gemaximaliseerde ingroei van € 4,25 per inwoner zou komen. Daarom wordt voorgesteld dat de verlengde ingroeiperiode voor de gemeente Goeree-Overflakkee wordt gehandhaafd en dat deze gemeente in totaal nog € 423k zal ingroeien in 2027 en 2028. Kijken we naar de nieuwe verhouding per 1 januari 2023 in het gemeentefonds dan ziet deze er als volgt uit en zou de verdeelsleutel na herijking per 2026 volledig van toepassing zijn:

Gemeente

Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam* Schiedam Vlaardingen Voorne aan zee Totaal

VRR Kadernota 2024

Verdeelsleutel Verdeelsleutel VRR VRR kostenverdeelna herijking (%) systematiek (%) 1,36% 2,67% 4,27% 4,29% 1,68% 3,36% 1,97% 5,47% 2,85% 56,26% 5,99% 5,29% 4,53% 100,00%

1,51% 2,94% 4,89% 4,14% 1,87% 3,67% 2,27% 5,89% 3,12% 52,52% 6,61% 5,68% 4,88% 100,00%

6

In de volgende tabel is de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdragen 2023-2027 neergezet op basis van de geactualiseerde kostenverdeelsleutel (excl. de DVO’s).

Gemeente

Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam (excl. GB) Schiedam Vlaardingen Voorne aan Zee Totaal

Totale bijdrage 2023 excl DVO

Huidige verdeling bijdrage 2023

1.361.514 2.669.741 4.500.069 3.322.616 1.614.698 3.951.291 1.913.699 5.723.373 2.639.277 57.456.168 6.378.025 5.902.968 4.617.072 102.050.510

1,33% 2,61% 4,41% 3,25% 1,58% 3,87% 1,87% 5,60% 2,58% 56,24% 6,24% 5,78% 4,52% 99,90%

Beoogde verdeelsleutel conform herijking 1,51% 2,94% 4,89% 4,14% 1,87% 3,67% 2,27% 5,89% 3,12% 52,52% 6,61% 5,68% 4,88% 100,00%

Bijdrage 2027 Bijdrage 2024 Bijdrage 2025 Bijdrage 2026 excl DVO na herijking na herijking na herijking (geen excl DVO excl DVO excl DVO herijking meer) 1.583.614 3.092.470 5.191.374 3.899.425 1.907.912 4.322.747 2.279.983 6.475.256 3.138.692 62.512.269 7.235.576 6.531.734 5.272.130 113.443.183

1.738.953 3.382.953 5.657.542 4.321.031 2.125.072 4.471.865 2.558.094 6.927.470 3.515.901 64.299.198 7.761.242 6.836.072 5.690.523 119.285.916

1.830.775 3.549.124 5.914.568 4.580.407 2.266.349 4.441.724 2.745.922 7.116.057 3.768.702 63.485.911 7.992.759 6.871.236 5.895.343 120.458.877

1.830.775 3.549.124 5.914.568 5.003.303 2.266.349 4.441.724 2.745.922 7.116.057 3.768.702 63.485.911 7.992.759 6.871.236 5.895.343 120.881.773

In de berekening voor de gemeentelijke bijdrage 2024 is rekening gehouden met een indexering van totaal 8,4%. Dit percentage bestaat uit de indexering van 3,6% voor het begrotingsjaar 2024 en het correctieaccres van 4,8% voor de jaren 2021-2023. De percentages zijn toegekend door de Werkgroep verbetering financiële sturing gemeenschappelijke regelingen, in opdracht van de Kring van Gemeentesecretarissen Rotterdam-Rijnmond.

VRR Kadernota 2024 7

Meerjarenraming Dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) Naast de bijdrage voor de basiszorg zijn met enkele gemeenten separate afspraken gemaakt over een bijzondere dienstverlening. De specificatie van de diensten en de daaraan verbonden bijdragen is als volgt:

Gemeente Taak Kadernota 2024 Barendrecht Wijkbrandweerman 80.850 Capelle aan den IJssel Wijkbrandweerman 80.850 Ridderkerk Wijkbrandweerman* 80.850 Rotterdam Strandwachten 578.267 WABO/TCH 695.253 Wijkbrandweerman 80.850 Schiedam Wijkbrandweerman 80.850 Vlaardingen Wijkbrandweerman* 80.850 Voorne aan Zee Cultureel erfgoed 25.348 Kazerne Oudenhoorn 733 Totaal 1.784.702 *Onder voorbehoud van verlenging.

Onderstaande tabel geeft de verwachte ontwikkeling van deze taken aan over de jaren 2024 2027. De bijdragen voor 2023 en 2024 zijn geïndexeerd conform de verwachte loon- en prijsstijgingenpercentages.

Gemeente Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam (excl. GB) Schiedam Vlaardingen Voorne aan Zee Totaal

DVO's 2023

DVO's 2024

DVO's 2025

DVO's 2026

DVO's 2027

78.495 78.495

80.850 80.850

80.850 80.850

80.850 80.850

80.850 80.850

78.495 1.307.762 78.495 78.495 25.174 1.725.413

80.850 1.354.371 80.850 80.850 26.081 1.784.702

80.850 1.354.371 80.850 80.850 26.081 1.784.702

80.850 1.354.371 80.850 80.850 26.081 1.784.702

80.850 1.354.371 80.850 80.850 26.081 1.784.702

Bluswater De VRR ontvangt vanuit het Waterbedrijf facturen voor het onderhoud aan Bluswatervoorzieningen voor een aantal gemeenten. Deze doorbelasting stond als plustaak in de primaire begroting. Met deze gemeenten heeft ambtelijke afstemming plaatsgevonden. Hierbij is voorgesteld de facturatie vanuit het Waterbedrijf direct via de Gemeenten te laten verlopen. De motivatie hiervoor is tweeledig: enerzijds leidt deze toepassingswijze tot een onnodige dubbele administratie, want de VRR belast één op één door; anderzijds is deze taak wettelijk een directe gemeentelijke verantwoordelijkheid. Alle gemeenten zijn ambtelijk akkoord gegaan. De aanpassing wordt verwerkt vanaf de 1e begrotingswijziging 2023. VRR Kadernota 2024 8

Ontwikkelagenda Conform het AB-besluit zal de totale bijdrage in het kader van de ontwikkelagenda tot en met 2026 stapsgewijs toenemen. In 2024 wordt de 2e tranche van € 2.917k (incl. indexering) toegevoegd. Deze is onderdeel van de gemeentelijke bijdrage. De toename van de bijdrage voor de ontwikkelagenda gaat er als volgt uit zien:

Omschrijving Oorspronkelijk bedrag Indexatie Totaal (x € 1.000,-)

Ontwikkelagenda - Toename per jaar 2023 2024 2025 3.858 2.576 1.887 131 341 250 3.989 2.917 2.137

2026 1.129 150 1.279

Totaal 9.450 872 10.322

De bedragen zijn geïndexeerd met de indexatiepercentages zoals opgenomen in de brief indexering voor 2024.

3.2 Bijzondere Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) De BDuR is een lumpsumbijdrage die wordt verstrekt door het Rijk aan de veiligheidsregio’s voor de uitvoering van wettelijke taken. De bijdragen worden ieder jaar bekend gemaakt in een brief die wordt verstuurd door het ministerie van Justitie en Veiligheid. In 2022 is aangekondigd dat er extra middelen beschikbaar gesteld worden ten behoeve van het borgen en professionaliseren van crisisbeheersing en informatievoorziening. Het betreft een geleidelijk opbouwende structurele toevoeging van € 83 miljoen in de BDuR tussen 2023-2026 voor alle veiligheidsregio’s. De extra middelen zijn beschikbaar gesteld naar aanleiding van de recente ontwikkelingen rondom de migratiedoorstroom. De BDuR waarmee gerekend wordt voor de begroting 2024 en de meerjarenraming, is overgenomen uit de brief van het ministerie van 1 december 2022. Voor 2023 zijn er gegarandeerde afspraken gemaakt over de verdeling van de eerste tranche extra middelen. De exacte verdeling van de middelen vanaf 2024 staat nog niet vast in verband met de benodigde flexibiliteit. In de begroting 2024 en de meerjarenraming wordt daarom geen rekening gehouden met de extra bijdrage bovenop de bijdrage die al in 2023 is toegekend.

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR) Omschrijving 2022 2023 2024 2025 2026 BDUR regulier* 12.973 12.977 12.977 12.977 12.977 Extra middelen Crisisbeheersing 1.694 1.694 1.694 1.694 Extra middelen Informatievoorziening 515 515 515 515 Totaal (x € 1.000,-) 12.973 15.186 15.186 15.186 15.186

2027 12.977 1.694 515 15.186

*Incl. bijzondere bijdrage CBRN-risico’s

3.3 Overige opbrengsten Zorgverzekeraars De VRR maakt jaarlijks afspraken met de zorgverzekeraars over het aantal te leveren diensten en het daarbij behorende budget. De onderhandelingen over het budget 2024 zullen naar verwachting in het tweede kwartaal 2023 plaatsvinden. Bij het opstellen van de begroting 2024 zijn de financiële uitgangspunten 2023 genomen. Na het vaststellen van het wettelijk budget met de zorgverzekeraars zal het definitieve budget via de begroting(swijziging) worden aangepast. VRR Kadernota 2024 9

4. Lasten 4.1 Personeel CAO Bij het schrijven van deze kadernota zijn de cao-onderhandelingen voor de cao Veiligheidsregio’s nog aan de gang. Op basis van de inzet van de VNG en vakbonden wordt er rekening gehouden met een stijging van 3% in 2024. Deze 3% is gebaseerd op het bod van de werkgevers, dat ten tijde van het opstellen van de kadernota op tafel lag. Indien de cao voor het maken van de begroting tot stand komt, zullen wij de daarin afgesproken percentages hanteren. Het gaat hierbij om de cao-veiligheidsregio’s. Deze geldt niet voor het personeel in de ambulancesector. Zij hebben een eigen cao ambulancezorg. Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (Wnra) Met de komst van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren op 1 januari 2020 is het arbeidsvoorwaardenregime van de gemeentelijke sector geregeld in de cao Gemeenten/cao Samenwerkende gemeentelijke organisaties. Voor de veiligheidsregio’s is met ingang van 1 januari 2022 de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s ingesteld die namens de besturen van de veiligheidsregio’s onderhandelt met de werknemersorganisaties en bindende afspraken maakt over arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. Het onderwerp Wet normalisering rechtspositie ambtenaren is een bespreekpunt op het onderhandelingsoverleg met de vakbonden.

Op grond van artikel 11.2 Aanpassingswet Wnra is de Wnra niet op het personeel van Veiligheidsregio’s van toepassing, maar uitgesteld tot een nader bij koninklijk besluit te noemen tijdstip. De verwachting is dat tot 1 januari 2025 er nog geen wijziging op dit punt zal plaatsvinden. Werkgevers en vakbonden hebben een verschillend standpunt over de overgang naar de Wnra. Daarnaast heeft dit onderwerp bij het Ministerie ook geen prioriteit op dit moment. Deze ligt eerder op de “Bouwsteen verplichtend karakter”. Bouwsteen verplichtend karakter De positie van de brandweervrijwilligers is op grond van Europese regelgeving juridisch niet meer houdbaar. Het onderscheid tussen vrijwilligers en beroeps moet aangescherpt worden. Landelijk is gekomen tot een denkrichting die bestaat uit 4 met elkaar samenhangende bouwstenen, waarvan de eerste “Verplichtend karakter” is. Dit betekent o.a. dat een vrijwilliger te allen tijde werkt op basis van vrijwilligheid en niet kan worden verplicht om taken uit te voeren of aanwezig te zijn op een bepaald moment. Verder zijn vormen van kazernering en consignatie van vrijwilligers niet meer aan de orde. Het Veiligheidsberaad heeft voor deze eerste bouwsteen een implementatieplan opgesteld.

Landelijk is in kaart gebracht wat de consequenties hiervan zijn waarbij het uitgangspunt is om vanuit een landelijke aanpak te komen tot een vergoeding vanuit het Rijk voor deze consequenties. De meerkosten worden op landelijk niveau ingeschat op € 31 miljoen per jaar. Voor de VRR komt het uit op een bedrag van € 3 miljoen. 2e loopbaanbeleid veiligheidsregio’s Operationeel brandweerpersoneel dat na 1 januari 2006 in dienst is gekomen, kan dit beroep 20 jaar uitoefenen. In die 20 jaar worden de brandweerlieden voorbereid op een tweede loopbaan (2e loopbaanbeleid). Veel brandweermensen willen en kunnen echter langer doorwerken dan 20 jaar. Daarom wordt er landelijk gewerkt aan een herijking van het 2e loopbaanbeleid en worden er in dit kader diverse onderzoeken uitgevoerd. Een oplossing op korte termijn is niet in zicht. VRR Kadernota 2024 10

Dit is de reden dat er is onderzocht wat de ruimte is voor de VRR om af te wijken van het landelijke beleid, zodat medewerkers langer kunnen doorwerken in de bezwarende functie. Verder is gekeken naar duurzame inzetbaarheid en de bijbehorende noodzakelijke voorwaarden die het mogelijk kunnen maken om langer dan 20 jaar in de bezwarende functie werkzaam te blijven. De vakbonden in het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV) hebben (per 10 oktober) een akkoord bereikt om de uitvoering van het 2e loopbaanplan voor operationeel brandweerpersoneel te kunnen uitstellen. In tegenstelling tot wat in de begroting 2022 was opgenomen is de bestemmingsreserve 2e loopbaanbeleid niet omgezet in een voorziening. Omdat de regeling voor 2e loopbaanbeleid in verband met de lopende ontwikkelingen on-hold is gezet, is er geen feitelijke verplichting en derhalve geen basis voor een voorziening. Het on-hold zetten betekent niet dat de reserve niet meer nodig is. Er zal naar verwachting een vertraging zitten in de onttrekking. Op dit moment wordt er gewerkt aan een nieuw plan (“DOOR010”) in het kader van de 2e loopbaan. De doorrekening van het plan “DOOR010” wordt de aankomende maanden uitgevoerd. Het plan “DOOR010” wordt voor 1 juli 2023 aangeboden ter besluitvorming. De dotaties en onttrekkingen zijn daarom nog aangehouden volgens de oude planning.

2e loopbaanbeleid (2e LBB) Omschrijving 2023 2024 Opleidingen en begeleiding 79 121 Verleturen personeel in opleiding 296 453 Garantietoelage Totale lasten 375 574 Dotatie aan de reserve 369 376 Toevoeging / Onttrekking aan de reserve -6 -198 Beginstand reserve 2.663 2.658 Eindstand reserve (x € 1.000,-) 2.658 2.460

2025 157 679 836 376 -460 2.460 2.000

2026 163 689 78 930 376 -554 2.000 1.446

2027 149 640 328 1.117 376 -741 1.446 705

Verlofsparen Begin 2022 is een CAO in werking getreden, waarin de mogelijkheid van verlofsparen is opgenomen. Verlofsparen houdt in dat medewerkers bovenwettelijke vakantie-uren kunnen sparen en vervolgens inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning. Op grond van de financiële regelgeving is hiervoor met de 2e begrotingswijziging 2022 een voorziening gevormd en wordt rekening gehouden met een jaarlijkse structurele dotatie aan deze voorziening van 0,3 mio euro. Deze dotatie wordt ook in 2023 en verder toegepast. Omdat er nog geen ervaringscijfers aanwezig zijn, wordt 2023 bepalend hoeveel er jaarlijks gemiddeld moet worden gedoteerd in het kader van de voorziening. FLO-kosten Voor de FLO zijn er veranderingen op komst op het gebied van de pensioenbijdrage die de werkgever betaalt. De pensioenbijdrage zal naar verwachting omhooggaan per 1 januari 2023. De precieze regelgeving hieromtrent is nog niet duidelijk en het totale effect is dan ook nog niet berekend. Op dit moment betaalt de VRR hier jaarlijks een bedrag voor van € 900k.

VRR Kadernota 2024 11

4.2. Ontwikkelagenda Zoals al aangegeven wordt er voor 2023 een tekort op de begroting verwacht. Het Algemeen Bestuur heeft daarom besloten tot temporisering op scenario 2 van de ontwikkelagenda in 2023. Dit betekent dat voor een aantal onderdelen de ontwikkelagenda niet in 2023, maar in 2024 wordt gestart.

4.3 Indexering van de lasten Aan de lastenkant wordt voor 2024 rekening gehouden met een stijging van de loonkosten van 3%. Deze 3% is gebaseerd op het bod van de werkgevers, dat ten tijde van het opstellen van de kadernota op tafel lag. Indien de cao voor het maken van de begroting tot stand komt, zullen wij de daarin afgesproken percentages hanteren. Voor de overige kosten wordt rekening gehouden met een stijging van 2,4%. Met een indexering van de lasten voor 2025 en verder is nog geen rekening gehouden.

4.4 Investeringen en kapitaallasten De kapitaallasten worden in de begroting en meerjarenraming verwerkt op basis van de laatst bekende informatie. Voor de berekening van de rente op kapitaallasten is gerekend met de te verwachte reële rente op de leningen. Bij het opstellen van de begroting 2024 en de meerjarenraming wordt uitgegaan van de investeringsplanning 2024-2027, die ook verwerkt wordt in de 1e BW 2023. De 1e BW 2023 wordt nog aan de gemeenten aangeboden voor de zienswijze. De afschrijvingen stijgen vanaf 2024 als gevolg van de investeringen die in 2023 geactiveerd zullen worden. De rentekosten stijgen doordat er extra financiering nodig is vanwege de tekorten die ontstaan in 2023 en 2024 en door de gestegen rente. Voor de nieuwe langlopende leningen is voor 2023 gerekend met 3% rente. Voor de lening van 2024 is gerekend met 3,5% en voor de lening van 2025 en 2026 is gerekend met een rente van 4%.

Omschrijving Investeringen Kapitaallasten

Investeringen & Kapitaallasten (x € 1.000) 2023 1e BW 2023 2024 2025 19.250 23.225 3.719 11.817 11.282 10.332 11.607 11.765

2026 11.287 12.209

2027 7.572 12.251

VRR Kadernota 2024 12

4.5 Ontwikkeling Begroting In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de raming op hoofdlijnen 2024-2027 ten opzichte van de ontwikkelingen uit deze kadernota.

Ontwikkeling Begroting 2024 en raming 2025-2027 (x € 1.000) B2024 obv Mutaties B2024 B2025 Programma's meerjaren 2e BW 2022 Ambulancezorg 56.147 3.255 59.402 59.402 Brandweerzorg 93.767 -3.760 90.007 91.072 Risico- en Crisisbeheersing 9.982 13.032 23.014 23.658 Overhead 26.128 2.125 28.253 28.261 Totaal lasten 186.025 14.652 200.676 202.392 Totaal baten 185.874 12.447 198.321 200.352 Saldo (vóór bestemming) -149 -2.206 -2.355 -2.040 Toevoeging bestemmingsreserves 658 658 658 Onttrekking bestemmingsreserves 152 1.311 1.463 974 Resultaat (ná bestemming) 3 -1.553 -1.550 -1.725 Verwachte correctie accres gemeentelijke bijdrage 3.811 Resultaat na correctie verwacht accres 2.086

B2026

B2027

59.402 91.667 24.020 28.277 203.366 205.336 1.969 658 1.104 2.415

59.402 91.688 24.020 28.277 203.387 205.759 2.371 658 1.488 3.201

Aan de kostenkant is voor 2024 rekening gehouden met een stijging van de loonkosten van 3%. Deze 3% is gebaseerd op het bod van de werkgevers, dat ten tijde van het opstellen van de kadernota op tafel lag. Indien de cao voor het maken van de begroting tot stand komt, zullen wij de daarin afgesproken percentages hanteren. Voor de overige kosten is rekening gehouden met een stijging van 2,4%. In de berekening voor de gemeentelijke bijdrage 2024 is rekening gehouden met een indexering van totaal 8,4% conform de toekenning van de Werkgroep verbetering financiële sturing gemeenschappelijke regelingen. Voor 2025 is een verwacht correctie-accres over voorgaande jaren op de gemeentelijke bijdrage berekend. Dit accres is gebaseerd op de verwachte inhaalindexering voor 2023 die in de gemeentelijke bijdrage van 2025 wordt verwerkt. Totaal komt deze inhaalindexering uit op 3,36%. Dit is gebaseerd op het verschil tussen de indexering die reeds is ontvangen in 2023 en 2024 van 2,76% en de verwachte werkelijke stijging voor 2023 die is berekend op 6,12%. Deze laatste is op basis van een loonstijging zoals deze nu is meegenomen in begroting 2023 van 7% en de CPI op de overige kosten van 2,6%. VRR Kadernota 2024 13

Voor 2025 is nog geen rekening gehouden met een eventuele cao-stijging en een aanpassing op de prijsindex. Aan zowel de kostenkant als de batenkant (bij de gemeentelijke bijdrage) is rekening gehouden met de gelden in het kader van de ontwikkelagenda. In 2024 is nog sprake van een begroot incidenteel tekort. Er zijn nog een aantal onzekere factoren die bepalend gaan worden of er inderdaad sprake zal zijn van een tekort en hoe hoog dit tekort dan daadwerkelijk zal zijn. Na het tot stand komen van de nieuwe CAO en het verloop van de 1e helft 2023 ten aanzien van de contracten wordt er meer duidelijkheid verwacht en kunnen we kijken of nadere afspraken/maatregelen noodzakelijk zijn om het incidentele tekort op te vangen. Voor het programma Ambulancezorg is uitgegaan van het meeste actuele begrotingsvoorstel aan de zorgverzekeraars.

VRR Kadernota 2024 14

5. Eigen vermogen 5.1 Weerstandsvermogen Jaarlijks worden de geraamde risico’s (met een financiële consequentie) geactualiseerd. Voor de begroting 2024 worden deze risico’s wederom herijkt. Dit betekent dat, bij de berekening van het weerstandsvermogen, ook in de begroting 2024 met een zo actueel mogelijke raming van de financiële implicatie kan worden gewerkt. Bij het opstellen van de Begroting 2024 zal goed gekeken worden welke risico’s opgenomen worden in de risicoparagraaf en wat de mogelijke beheersmaatregelen voor deze risico’s zijn. Voor het vaststellen van de weerstandscapaciteit is met het bestuur de norm voor de weerstandsratio vastgesteld op minimaal 1 (voldoende). Dat betekent dat de VRR in staat is om tenminste de geraamde risico’s op te vangen. Door de hoge inflatie en verwachte stijging in de loonkosten verwachten wij uit te komen op een incidenteel tekort voor 2023. Met het Algemeen Bestuur is een inspanningsverplichting afgesproken om het tekort zo klein mogelijk te houden door een aantal ontwikkelingen te temporiseren en naar het investeringsbeleid en het personeelsverloop te kijken. Over het resterende tekort 2023 zal een nacalculatie plaatsvinden op de gemeentelijke bijdrage.

Met uitzondering van de afspraak die met het bestuur is gemaakt over de opbouw van de weerstandscapaciteit naar aanleiding van de uitputting van de weerstandscapaciteit door de overname van de ambulancedienst zal er geen opbouw plaats vinden van het weerstandsvermogen.

5.2 Liquiditeitspositie Met de liquiditeitsplanning is de organisatie in staat om voor de komende jaren de vermogensbehoefte op de kapitaalmarkt in te schatten. De investeringen hebben daarbij een grote impact. Op basis van de actuele investeringsprognose zal worden bekeken in hoeverre voor het jaar 2024 extra vreemd vermogen nodig is. Op basis van de huidige verwachtingen wordt rekening gehouden met een aan te trekken langlopende lening van €5 mln.

5.3 Reserves en voorzieningen Evenals bij de begroting 2023 vormt de ‘Nota reserves en voorzieningen’ de leidraad bij de waardering van de voorzieningen en (bestemmings-)reserves voor de begroting 2024. In de geactualiseerde nota reserves en voorzieningen is een minimale weerstandscapaciteit opgenomen1.

1 Artikel 3.2.2 lid 3 van de nota luidt : De algemene reserve zal op het niveau worden gehouden waardoor een minimale weerstands- capaciteitswaardering wordt bereikt tussen de 1,0-1,4 (=voldoende).

VRR Kadernota 2024 15

6. Beleidsontwikkelingen 6.1 Algemeen In 2023 is het VRR-meerjarenbeleidsplan 2023 – 2027 van start gegaan. Echter als gevolg van mondiale spanningen zoals de oorlog in Oekraïne en de gevolgen van de Covid-19 maatregelen is de inflatie enorm en verwachten wij ook een substantiële verhoging in de loonkosten. Hoe hoog deze stijging is, is nog even afwachten, omdat de cao-onderhandelingen nog lopen. Door deze ontwikkelingen verwachten wij een tekort over 2023. Dit is met het Algemeen Bestuur besproken en er zijn afspraken gemaakt om dit tekort zo klein mogelijk te houden. Eén van de maatregelen hiervoor is, dat de uitvoering van een aantal ontwikkelingen in het meerjarenbeleidsplan getemporiseerd worden in 2023. Deze vertraging werkt op deze ontwikkelingen door in 2024. Professionalisering bevolkingszorg Bevolkingszorg is volop in ontwikkeling. De taken van bevolkingszorg bij crisisbeheersing zoals ze nu zijn gedefinieerd zijn: het verzorgen van crisiscommunicatie, opvang en verzorging van de bevolking, voorbereiden van de nafase ten behoeve van de getroffen gemeente(n), het coördineren van het informeren van verwanten van slachtoffers, het adviseren van het Regionaal Operationeel Team en het coördineren van de registratie van slachtoffers en schade(gevallen).

Er zijn al diverse stappen gezet naar het verder professionaliseren van Bevolkingszorg in een samenleving die sterk in verandering is en waarbij risico’s veranderen. Zowel op landelijk als regionaal niveau bestaat de wens Bevolkingszorg verder te versterken en te werken aan een toekomstbestendige Bevolkingszorg waarbij ook ingespeeld kan worden op nieuwe soorten crises. Bevolkingszorg heeft als missie: Het realiseren van een hoogwaardige gemeentelijke crisisorganisatie in onze regio, om zo een betere zorg aan en met de inwoners van onze regio te kunnen leveren. Hierbij werken we op regionaal niveau samen waar het kan, en versterken we lokaal waar het moet. Bevolkingszorg is daarbij een volwaardige partner van de andere hulpdiensten. Bevolkingszorg stelt in 2023 een eigen meerjarenbeleidsplan 2023-2027 op, waarin wordt beschreven hoe deze missie wordt omgezet in een visie op de ontwikkelrichting van Bevolkingszorg en de strategische doelstellingen voor de komende jaren. Hierin worden ook de adviezen meegenomen uit het Programma Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg van het Veiligheidsberaad en het Programma Doorontwikkeling Bevolkingszorg van het Landelijk Netwerk Bevolkingszorg.

Alarmering bevolking Het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) in Nederland is een netwerk van ongeveer 3.800 sirenes die draadloos en onafhankelijk van elkaar aangezet kunnen worden vanuit de meldkamer en worden gebruikt om te waarschuwen voor (dreigend) gevaar, met name als er gevaarlijke stoffen in de lucht aanwezig (kunnen) zijn. Het waarschuwingsstelsel is eigendom van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Het ministerie was oorspronkelijk van plan het WAS per 1 januari 2020 op te heffen en te laten vervangen door NL-Alert, calamiteitenzenders en sociale media. Het definitieve besluit hierover is meermaals uitgesteld en in oktober 2021 heeft de minister aangegeven dat een besluit door het nieuwe kabinet zal worden genomen. Een aantal veiligheidsregio’s, waaronder de VRR, hebben er bij de minister op aangedrongen het WAS in stand te houden op risicolocaties. Het gaat dan om risicolocaties waar sprake is van grote industriële complexen en/of het vervoer van gevaarlijke stoffen. Uit een onderzoek in opdracht van Justitie en Veiligheid is nu aangegeven, dat het eerst en vooral een verantwoordelijkheid van deze veiligheidsregio’s zelf is als ze ervoor kiezen het systeem nog in de lucht te willen houden. VRR Kadernota 2024 16

De lijn die hiermee landelijk lijkt te worden bekrachtigd wijkt af van de lijn die in onze regio tot op heden is aangehouden. Voor de regio Rotterdam-Rijnmond en met name het effectgebied van het havenindustrieel complex, heeft het systeem tot heden een duidelijke toegevoegde waarde gehad als het gaat om bijvoorbeeld het waarschuwen bij het vrijkomen van gevaarlijke stoffen. Het Dagelijks Bestuur houdt dan ook vast aan het aanhouden van het WAS-systeem. Wie de kosten betaalt voor het in de lucht houden van het WAS-systeem is nog onderwerp van gesprek. Crisisgelden Op 26 augustus 2022 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Veiligheidsberaad, het Interprovinciaal overleg en het Rijk voor de uitvoering van de versterking Crisisbeheering. Het rijk zal hiervoor ook de BDuR ophogen. De ophoging van de BDuR is bedoeld voor de versterking van de crisisbeheersing, ook op grond van de contourennota, het versterken van de informatiepositie en het inrichten van een Knooppunt Coördinatie Regio’s – Rijk (KCR2). Het is niet de bedoeling dat gemeentelijke bijdragen aan de veiligheidsregio’s – als effect van de ophoging van de BDuR – worden verlaagd. Ook is het niet de bedoeling met de extra financiële middelen gaten te vullen op het gebied van andere taakgebieden van de veiligheidsregio’s.

De Minister van Justitie en Veiligheid zal in nauw overleg met onder andere het Veiligheidsberaad op grond van artikel 37 Wet veiligheidsregio’s (Wvr) gezamenlijke landelijke doelstellingen op het gebied van de crisisbeheersing afkondigen. Deze hangen mede samen met de contourennota. De veiligheidsregio’s kunnen de extra financiële middelen onder andere aanwenden voor de uitvoering van deze gezamenlijke landelijke doelstellingen binnen hun regio’s. Bij gezamenlijke landelijke doelstellingen valt bijvoorbeeld te denken aan de inrichting van regionale Veiligheids Informatie Knooppunten, de koppeling tussen Rijk en regio’s en de nadere implementatie door veiligheidsregio’s van taken volgend uit landelijke planvorming rond bovenregionale en landelijke crises. De VRR ontvangt hiervoor circa 2,2 mio euro extra in 2023 oplopend tot circa 4 mio euro in 2026. Deze taak is toegevoegd aan de begroting. Voor 2023 zijn de bedragen inmiddels gegarandeerd. Voor de jaren 2024-2026 is dit nog niet het geval en hierover wil het ministerie van Justitie en Veiligheid nadere afspraken maken met de veiligheidsregio’s waarbij rekening wordt gehouden met de lopende ontwikkelingen. Ontwikkeling GHOR Op basis van onderzoek is vastgesteld, dat de GHOR voor uitdagingen staat die niet binnen de huidige formatie kunnen worden opgevangen.

Uitdagingen die van belang zijn om het openbaar bestuur goed in positie te kunnen brengen en houden in geval van een crisis. Deze uitdagingen zijn ontstaan door een veranderend landschap van wet- en regelgeving en verantwoordelijkheden binnen het veiligheidsdomein en binnen het gezondheidszorgdomein. Er zal versterkt ingezet worden op het thema zorgcontinuïteit en op het ontwikkelen van zorgrisicoprofielen. Daarnaast heeft de Covid-crisis aangetoond, dat het in het belang is van het openbaar bestuur om goed zicht te hebben op de effecten van ernstige verstoringen in de continuïteit van de zorgketen. Dit moet bestendigd worden in de reguliere organisatie van de GHOR. Op dit moment vindt een nadere uitwerking hiervoor plaats. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat extra financiële lasten die hiermee gepaard gaan, gedekt zullen worden door het Rijk.

VRR Kadernota 2024 17

Landelijke Samenwerkingen Op landelijk niveau zal in de komende jaren samengewerkt gaan worden aan een drietal vraagstukken. 1. Versterken van (boven)regionale crisisbeheersing en daaraan gerelateerde informatievoorziening. (Financiering via de BDuR). 2. Verbeteren en vereenvoudigen van het brandweeronderwijsstelsel / inrichten van een daarop geïnspireerd stelsel voor crisisonderwijs. 3. Organiseren van een toekomstvaste brandweerzorg. Deze vraagstukken raken aan veel al lopende programma’s en projecten. Landelijk wordt een verkenner aangesteld, die een plan van aanpak voor deze programma’s gaat opstellen.

VRR Kadernota 2024 18

7. Procedure De kadernota is de eerste stap bij het opstellen van de begroting 2024. Hierin worden de financiële en beleidsmatige kaders vastgelegd voor de begroting 2024. Na de behandeling van de kadernota in het dagelijks bestuur wordt deze ter informatie aan de gemeenten gezonden. Op basis van de kadernota wordt de programmabegroting 2024 opgesteld. De programmabegroting zal op 19 april 2023 in het Dagelijks Bestuur behandeld worden en daarna aan de gemeenten gezonden worden voor de zienswijzeprocedure. De Zienswijzeprocedure loopt van 21 april 2023 tot en met 14 juli 2023. Na de zomer zal op 13 september 2023 de begroting in het Algemeen Bestuur ter vaststelling worden voorgelegd.

VRR Kadernota 2024 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1014/documents/34630