Voorstel RK Vaststellen wijziging omgevingsplan voor bodemactiviteiten.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp: Vaststellen wijziging omgevingsplan voor bodemactiviteiten
College van burgemeester en wethouders 16 december 2025
Zaaknummer 2025-075230
Portefeuillehouder Ton Overheid
Commissie samen wonen 8 januari 2026
Openbaar
Opsteller: Ann van Kruijssen
Gemeenteraad 22 januari 2026
Geadviseerd besluit 1. Het Omgevingsplan gemeente Ridderkerk te wijzigen conform de wijzigingen zoals opgenomen in Bijlage A. 2. Dit besluit aan te halen als 'Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Ridderkerk: Bodemactiviteiten'. 3. Voor de wijziging van het omgevingsplan voor bodemactiviteiten geen milieueffectrapportage (planmer) of plan-mer-beoordeling op te stellen. 4. De Regionale Nota Bodembeheer van 7 juni 2021 in te trekken. 5. De raadstoezegging met ID 3850 is afgedaan.
Raadsvoorstel Inleiding De Omgevingswet vereist dat wij op 1 januari 2032 beschikken over één permanent omgevingsplan voor ons hele grondgebied. Op 1 januari 2032 vervalt namelijk het tijdelijke deel van het omgevingsplan en alle regels die daarin zijn opgenomen. In het tijdelijk deel zitten alle ruimtelijke regels uit bestemmingsplannen en beheersverordeningen en regels die eerder van het Rijk naar gemeenten zijn overgegaan via de zogenaamde bruidsschat. De voorliggende wijziging is een thematische wijziging van het omgevingsplan, waarbij er regels voor diverse bodemactiviteiten worden opgenomen in het permanente deel van het omgevingsplan. Zoals afgesproken in het transitieplan Ridderkerk 2024 is het merendeel van de regels beleidsarm omgezet. De wijziging bevat een set aan regels die voortkomt uit: • bruidsschatregels voor milieu in het tijdelijk deel omgevingsplan; • het lokale beleid zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Ridderkerk (september 2025) en de nota Bodembeheer Ridderkerk (7 juni 2021); • de instructieregels van het Rijk en de provincie Zuid-Holland. Op 18 september 2025 is de formele voorbereidingsprocedure conform Afdeling 3:4 Algemene wet bestuursrecht gestart met een bekendmaking in het Gemeenteblad. Vanaf 22 september 2025 tot en met 3 november 2025 heeft het ontwerpwijzigingsbesluit zes weken ter inzage gelegen.
Iedereen kon gedurende de inzagetermijn reageren op het ontwerpwijzigingsbesluit door een zienswijze in te dienen. Er is één reactie ontvangen. (zie kanttekening 1.1). Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) De wijziging wordt ontsloten en voor iedereen beschikbaar gemaakt via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het wijzigingsbesluit, inclusief de vast te stellen geo-informatie objecten, zoals deze wordt aangeboden aan het DSO kunt u raadplegen via deze tijdelijke link: https://rxbase.nl/viewer/52d646ec-6837-45fc-98f6-a27a22f00b06/decision. De tijdelijke link is raadpleegbaar tot 9 maart 2026. Na besluitvorming is het wijzigingsbesluit digitaal raadpleegbaar via https://www.officielebekendmakingen.nl/ In de beknopte handleiding (bijlage) is uitgelegd hoe u deze raadpleegomgeving kunt gebruiken. Verwijderde regels zijn doorgehaald en rood gearceerd, nieuwe regels zijn groen gearceerd. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt de uitvoering van de Omgevingswet. Hierdoor wordt het wijzigingsbesluit via de viewer optimaal weergeven (leesbaarheid en kaarten). De inhoud op het DSO is ook juridisch bindend. Toch is ter ondersteuning van de raadsbehandeling een pdf bijgevoegd (Bijlage A). In deze pdf mist de koppeling met het kaartmateriaal en vanwege de omvang is deze minder goed leesbaar.
Beoogd effect De regels voor bodemactiviteiten dragen bij aan een gezonde en veilige leefomgeving. Er is een balans tussen enerzijds het benutten (gebruik) van de bodem en anderzijds de bescherming daarvan. Relatie met beleidskaders Deze wijziging met regels voor bodemactiviteiten draagt bij aan het behalen van ambities en doelen voor het aspect bodem uit de Omgevingsvisie Ridderkerk. Deze ambities en doelen zijn vertaald naar concretere regels die via het omgevingsplan juridisch geborgd zijn en voor iedereen gelden. Bij het voorbereiden van het wijzigingsbesluit is rekening gehouden met de gemeentelijke nota Betrokken Samenleving van 23 mei 2024. Argumenten 1.1 De regels dragen bij aan een gezonde en veilige bodem. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de Wet bodembescherming vervallen. Hierdoor hebben gemeenten meer ruimte gekregen om een eigen invulling te geven aan de regelgeving rond bodemkwaliteit en bodembescherming. Zoals afgesproken in het transitieplan Ridderkerk 2024 is het merendeel van de regels beleidsarm omgezet. Toch bevat de wijziging voor bodemactiviteiten ook een aantal regels voor nieuw beleid, bijvoorbeeld regels met waarden voor de toelaatbare bodemkwaliteit voor de stoffen lood, PFOS, 2/6
PFOA en overige PFAS. Dit ter bescherming van de gezondheid en de veiligheid van onze inwoners, en dan met name van kinderen. Een uitgebreide toelichting op deze wijziging is te vinden in de bij het wijzigingsbesluit behorende motivering. Deze motivering is toegevoegd als bijlage. 1.2 De regels dragen bij aan regionale eenheid in bodembeleid. In het kader van de Omgevingswet hebben de deelnemende gemeenten binnen de DCMR-regio, de DCMR en de GGD Rotterdam-Rijnmond in coproductie hun bodembeleid afgestemd en hier een zekere mate van uniformiteit in aangebracht. Het daaruit ontstane Basisdocument Bodem in de Omgevingswet (opgesteld door RHDHV, d.d. 10 januari 2024) is gebruikt bij de voorliggende wijziging van het omgevingsplan. De gemeente Ridderkerk is van de DCMR-gemeenten een voorloper bij het daadwerkelijk verwerken van de in dit basisdocument beschreven voorstellen. De gemeente Ridderkerk is de eerste van de DCMR-gemeenten die een wijziging van het omgevingsplan voor bodemactiviteiten in procedure brengt. Alhoewel het basisdocument een goede handleiding vormde, gaf het toch niet op alle vragen antwoord. In die gevallen is de DCMR om nader advies gevraagd en zijn in overleg keuzes gemaakt over de specifieke invulling. 1.3 De regels voldoen aan de instructieregels van het Rijk en de provincie Zuid-Holland.
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) staan diverse instructieregels, onder andere over regels voor bodemactiviteiten. Een instructieregel is een bindende regel voor bestuursorganen over: • de uitvoering van bepaalde taken, of; • de inhoud of motivering van bepaalde besluiten, zoals een wijziging van het omgevingsplan. In de artikelsgewijze toelichting van het omgevingsplan is beschreven of een regel invulling geeft aan zo'n instructieregel. 2.1 Voor de vindbaarheid is het prettig als ieder wijzigingsbesluit van het omgevingsplan een citeertitel heeft. 3.1 Deze wijziging van het omgevingsplan heeft geen nadelige gevolgen voor het milieu. De Omgevingswet verplicht de gemeente om na te gaan of de regels van een wijziging van het omgevingsplan tot nadelige milieueffecten kunnen leiden. Is dat het geval? Dan is een milieueffectrapportage (plan-mer) verplicht. Artikel 16.36 van de Omgevingswet wijst gevallen aan waarin het bevoegd gezag bij de voorbereiding van de wijziging van het omgevingsplan verplicht is een plan-mer te doorlopen. Het artikel geeft ook aan in welke gevallen het bevoegd gezag kan volstaan met een plan-mer-beoordeling. Deze wijziging voorziet niet in een geval zoals opgenomen in artikel 16.36 van de Omgevingswet.
De regels in deze wijziging hebben ook geen nadelige, maar juist gunstige gevolgen voor het milieu. Het opstellen van een plan-mer of een plan-mer-beoordeling is daarom niet nodig. 4.1 Deze is volledig vervangen door enerzijds de Omgevingsvisie en anderzijds het Omgevingsplan. 5.1 Er is uitvoering gegeven aan de raadstoezegging. De raadstoezegging betrof: "De portefeuillehouder zegt toe bij de eerste wijziging van het Omgevingsplan met het onderwerp bodem, ter vaststelling in het eerste kwartaal van 2026, terug te komen op het toekomstig gebruik van staalslakken of het voorkomen daarvan. Het college is voornemens om een vergunningsplicht op te nemen voor onder andere de toepassing van staalslakken." Deze vergunning is opgenomen in paragraaf 7.3.8 'Bouwstoffen toepassen'. In kanttekening 1.1 is toegelicht waarom voor het toepassen van staalslakken op dit moment toch nog geen regels ter besluitvorming aan de gemeenteraad kunnen worden voorgelegd. Dit als gevolg van de inwerkingtreding van het Circulair Materialenplan (CMP) per 30 december 2025. We zullen de door het Rijk voorgeschreven procedure volgen om na te gaan of de door de gemeente gewenste regels voor onder andere staalslakken mogelijk zijn gelet op het CMP.
3/6
Overleg gevoerd met De regels zijn voorbereid in samenwerking met de DCMR Milieudienst Rijnmond, GGD RotterdamRijnmond en diverse andere gemeenten binnen de DCMR-regio. Verder is de VNG geconsulteerd over het concept-ontwerpwijzigingsbesluit. Alle ambtshalve wijzigingen ten opzichte van het ontwerpwijzigingsbesluit zijn opgenomen in een overzicht dat als bijlage is bijgevoegd. Kanttekeningen 1.1 Gezien de actuele, landelijke ontwikkelingen ten aanzien van het toepassen van bouwstoffen en thermisch gereinigde grond, zijn voor deze activiteiten geen regels opgenomen in de voorliggende wijziging van het omgevingsplan. In het ontwerpwijzigingsbesluit van het omgevingsplan voor bodemactiviteiten dat ter inzage heeft gelegen was een generieke vergunningplicht opgenomen voor het toepassen van diverse bouwstoffen (zoals slakken, AVI-bodemassen en immobilisaten) en het toepassen van thermisch gereinigde grond (paragrafen 7.3.8 en 7.3.10). Gedurende de termijn van terinzagelegging ontvingen we één zienswijze, die specifiek gericht is tegen de in paragraaf 7.3.8 opgenomen vergunningplicht. Deze zienswijze is ingediend door AKD Advocaten, namens Heros Sluiskil B.V. (zie bijlage). Heros is een verwerker van AVI-bodemassen afkomstig van afvalverbrandingsinstallaties en verwerkt deze tot circulaire bouwstoffen.
AKD Advocaten is van mening dat de opgenomen vergunningplicht strijdig is met landelijk beleid. Vooral omdat een vergunningplicht de vrije toepassing van circulaire bouwstoffen bemoeilijkt. Vervolgens werd heel recent, op 1 december 2025, bekend gemaakt dat de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het Circulair Materialenplan (CMP) heeft vastgesteld. Hierover ontvingen wij op 2 december een brief van het ministerie (zie bijlage). Het CMP is een instrument in het nationale beleid ter stimulering van de circulaire economie. Het CMP treedt in werking op 30 december 2025 en vanaf die datum moeten overheden bij het nemen van besluiten rekening houden met het CMP. Bijvoorbeeld bij het vaststellen van nieuwe regels in het omgevingsplan. In de bekendmaking staat expliciet dat het opnemen van een generiek verbod of een generieke vergunningplicht voor toepassing van de genoemde bouwstoffen wordt beschouwd als een afwijking van het CMP. De gemeente is in zo'n geval verplicht de minister van Infrastructuur en Waterstaat hierover vooraf te informeren en advies te vragen. De minister kan naar aanleiding daarvan besluiten om beroep in te stellen tegen het besluit van de gemeente. Omdat besluitvorming over deze eerste wijziging is gepland voor januari 2026 zijn we genoodzaakt om de gevolgen van het CMP te onderzoeken. Dit kost tijd.
Daarom is ervoor gekozen om de in het ontwerpwijzigingsbesluit opgenomen regels die een relatie hebben met het CMP (paragrafen 7.3.8 en 7.3.10) op dit moment nog niet ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor te leggen. Met deze keuze komen we (voor nu) ook tegemoet aan de zienswijze van AKD Advocaten. Dit is verwerkt in de Nota zienswijzen (zie bijlage). Voor het toepassen van AVI-bodemassen en immobilisaten geldt vanuit het Besluit activiteiten leefomgeving een informatieplicht en algemene zorgplicht. Dit betekent dat de gemeente voorafgaand aan het toepassen van deze bouwstoffen hierover moet worden geïnformeerd. De gemeente kan er dan voor kiezen toezicht te houden op de uitvoering of een maatwerkvoorschrift op te leggen. Op het toepassen van twee soorten staalslakken geldt tot en met 22 juli 2026 een landelijke regeling. Het Rijk heeft de mogelijkheid om deze regeling zes maanden te verlengen. De regeling is tijdelijk en in afwachting van aanpassing van de huidige landelijke regelgeving. 1.2 Bodemactiviteiten die niet gaan over de chemische of fysische kwaliteit van grond, bagger en grondwater, maken geen onderdeel uit van deze wijziging. Voorbeelden van deze onderwerpen zijn Water en Bodem Sturend, bodemdaling of maatregelen in de ondergrond voor klimaatadaptatie.
Deze onderwerpen zijn wel beschouwd in de Omgevingsvisie, maar vragen in veel gevallen nog om verdere uitwerking voordat nagedacht kan worden over regels in het omgevingsplan.
4/6
Uitvoering/vervolgstappen Wanneer uw gemeenteraad besluit het wijzigingsbesluit vast te stellen, wordt het besluit gepubliceerd en start de beroepstermijn van zes weken. Binnen de beroepstermijn hebben belanghebbenden de mogelijkheid een beroepschrift in te dienen bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het wijzigingsbesluit treedt vier weken nadat het bekend is gemaakt in werking. Evaluatie/monitoring Niet van toepassing. Financiën Dit wijzigingsbesluit heeft geen financiële gevolgen voor de gemeente. Juridische zaken De regels bieden een juridisch kader voor meerdere bodemactiviteiten, samengebracht in één document en geactualiseerd naar de laatste inzichten. Duurzaamheid en Ecologie Deze wijziging van het omgevingsplan voor bodemactiviteiten draagt duurzaam bij aan een gezonde en veilige leefomgeving, de bescherming van de bodemkwaliteit en een duurzaam gebruik van de bodem. Zowel voor de huidige als voor toekomstige generaties. Inclusiviteitstoets Niet van toepassing. Communicatie/participatie na besluitvorming Bij besluitvorming over de vaststelling van deze wijziging moet uw gemeenteraad laten weten hoe inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken. Ook moet vermeld worden wat we met de resultaten van participatie hebben gedaan.
Dit staat in artikel 10.2, lid 2 van het Omgevingsbesluit en wordt de motiveringsplicht genoemd. Bij dit raadsvoorstel is een uitgebreid participatieverslag gevoegd dat daar invulling aan geeft.
Burgemeester en wethouders van Ridderkerk, de secretaris,
de burgemeester,
mw. M. Kitselar
dhr. C.A. Oosterwijk
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Handleiding viewer Bijlage A - BesluitPreview vaststelling - versie 9-12-2025.pdf Motivering themawijziging Bodem - versie 09-12-2025 Ambtshalve wijzigingen - versie 09-12-2025.pdf 2025-10 Zienswijze AKD 2025-12-02 Brief Rijk over vaststelling Circulair Materialenplan Nota Zienswijzen - versie 09-12-2025 Participatieverslag - versie 09-12-2025
5/6
CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Vaststellen wijziging omgevingsplan voor bodemactiviteiten
Gemeenteraad: 22 januari 2026
Zaaknummer:
Commissie samen wonen 8 januari 2026
De raad van de gemeente Ridderkerk, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 2 december 2025, gezien het advies van Commissie Samen wonen op 8 januari 2026 gelet op Artikel 4.1 van de Omgevingswet overwegende, dat •
de wijziging van het omgevingsplan inhoudelijk is toegelicht in de bij dit raadsbesluit behorende Motivering;
BESLUIT: 1. Het Omgevingsplan gemeente Ridderkerk te wijzigen conform de wijzigingen zoals opgenomen in Bijlage A.
2. Dit besluit aan te halen als 'Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Ridderkerk: Bodemactiviteiten'.
3. Voor de wijziging van het omgevingsplan voor bodemactiviteiten geen milieueffectrapportage (planmer) of plan-mer-beoordeling op te stellen.
4. De Regionale Nota Bodembeheer van 7 juni 2021 in te trekken.
5. De raadstoezegging met ID 3850 is afgedaan.
6/6