Voorstel Omgevingswet: delegatiebesluit en adviesrecht.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp: Omgevingswet: delegatiebesluit en adviesrecht
College van burgemeester en wethouders 11 oktober 2022
Zaaknummer 436111
Portefeuillehouder C.A. van der Duijn Schouten
Commissie Samen wonen 10 november 2022
Openbaar
E-mailadres opsteller: b.d.vries@bar-organisatie.nl
Gemeenteraad 24 november 2022
Geadviseerd besluit 1. Het delegatiebesluit Omgevingswet (bijlage 2) met bijbehorende toelichting (bijlage 1) bij dit voorstel vast te stellen, waarbij het college in de volgende gevallen bevoegd is het omgevingsplan aan te passen: 1. het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een verleende omgevingsvergunning; 2. het repareren van klaarblijkelijke omissies of verschrijvingen in het omgevingsplan; 3. het in overeenstemming brengen of conserveren van de regels in het omgevingsplan op basis van de bestaande feitelijke situatie nadat een sloop-, bouw-, of herontwikkelingsproject is afgerond; 4. het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan naar aanleiding van een aanwijzing van de raad of ander bevoegd gezag, of op basis van gewijzigde wetgeving; 5. het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met door de raad vastgesteld beleid, visie of ontwikkelkader, indien in het desbetreffende document (of bijbehorend besluit) is aangegeven dat het college het omgevingsplan mag aanpassen; 6. het wijzigen van de gebruiksmogelijkheden op basis van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsverplichting uit een tot inwerkingtreding van de Omgevingswet vigerend bestemmingsplan; 7. het nemen van een voorbereidingsbesluit (artikel 4.14 Omgevingswet). 2.
Het adviesrecht van de gemeenteraad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten van toepassing te verklaren op basis van de 'lijst van aangewezen gevallen' (bijlage 3) en de bijbehorende toelichting (bijlage 1) bij dit voorstel, te weten in geval van: 1. Het bouwen van meer dan 11 nieuwe woningen; 2. Bouwprojecten, niet zijnde woningbouwprojecten, die groter zijn dan 2.000 m2 bruto vloeroppervlak; 3. Het oprichten of aanpassen van een antenne-installatie hoger dan 40 m; 4. Voorzieningen voor het opwekken van (duurzame) energie, zoals windturbines met een ashoogte hoger dan 40 meter, zonnevelden (groter dan 1 ha) en biomassacentrales; 5. Het toestaan van permanente bewoning van recreatiewoningen; 6. Nieuwe en overige functies die strijdig zijn met een vastgestelde omgevingsvisie. 3. Participatie verplicht te stellen bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten op basis van de 'lijst van
1/8
aangewezen gevallen' (bijlage 3) en de bijbehorende toelichting (bijlage 1) bij dit voorstel, te weten in geval van: 1. Het bouwen van 1 of meer nieuwe woningen; 2. Bouwprojecten, niet zijnde woningbouwprojecten, die groter zijn dan 2.000 m2 bruto vloeroppervlak; 3. Het oprichten of aanpassen van een antenne-installatie hoger dan 40 m; 4. Voorzieningen voor het opwekken van (duurzame) energie, zoals windturbines met een ashoogte hoger dan 40 meter, zonnevelden (groter dan 1 ha) en biomassacentrales; 5. Het toestaan van permanente bewoning van recreatiewoningen; 6. Nieuwe en overige functies die strijdig zijn met een vastgestelde omgevingsvisie.
2/8
Raadsvoorstel Inleiding Via dit voorstel neemt uw gemeenteraad een aantal besluiten die noodzakelijk zijn ter voorbereiding op de Omgevingswet. Deze wet treedt 1 januari 2023 in werking. Het voorstel heeft betrekking op 2 nieuwe instrumenten uit deze wet, namelijk het delegatiebesluit en het adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Bij dit voorstel is een aparte toelichting geschreven (bijlage 1). In dat document is tevens toegelicht hoe de inbreng tijdens de commissiebijeenkomst van 9 maart 2021 over dit onderwerp is verwerkt in het voorstel. Uw raad wordt geadviseerd eerst kennis te nemen van het toelichtingsdocument, voordat het voorstel wordt doorgenomen. Onder de Omgevingswet worden regels over de fysieke leefomgeving vastgelegd in het omgevingsplan. Hiermee regelt de gemeente voor het gehele grondgebied welke functies en activiteiten per locatie worden toegestaan. Anders dan het bestemmingsplan, is het omgevingsplan voortdurend aan verandering onderhevig. Deze wijzigingen variëren van het toestaan van nieuwe ontwikkelingen, tot hele praktische zaken zoals het verwerken van verleende omgevingsvergunningen en beleidswijzigingen. De regels in het omgevingsplan zullen niet altijd overeenkomen met nieuwe wensen uit de samenleving.
Wenselijke ontwikkelingen die niet passen binnen de (afwijkings)regels van het omgevingsplan kunnen via 2 routes alsnog toegestaan worden. Route 1: Wijzigen van het omgevingsplan. Uw raad stelt nieuwe regels vast, waarmee een ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt. De benodigde proceduretijd is ongeveer een jaar, vergelijkbaar met de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan onder de Wet ruimtelijke ordening. Route 2: Het vergunnen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Het college kan een vergunning afgeven voor een zogenoemde “buitenplanse omgevingsplanactiviteit” of afgekort: “BOPA”. Dit is een activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Deze route vervangt de omgevingsvergunning voor buitenplans afwijken op basis van de Wabo artikel 2.12, lid 1, sub a onder 2 (kruimelregeling) en onder 3 (uitgebreide procedure). Het grote verschil is dat de beslistermijn op een BOPA standaard korter is, namelijk 8 weken in plaats van 26 weken. Naar verwachting zullen de meeste initiatieven onder de Omgevingswet via route 2 mogelijk gemaakt gaan worden. Deze route is qua proceduretijd namelijk het kortst. Grotere, meer complexe plannen zullen route 1 doorlopen. In dat kader is het belangrijk op te merken dat voorafgaande aan deze formele procedure nog een informele procedure van vooroverleg voorafgaat.
Dit voorstel heeft uitsluitend betrekking op de besluitvorming aan het einde van de formele procedure. Via de instrumenten “delegatiebesluit” en “adviesrecht” krijgt de gemeente de mogelijkheid om de besluitvorming over ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving meer naar eigen wensen in te richten. Concreet betekent dit een verdeling van beslissingsbevoegdheden tussen het college en uw raad. In het geval van een wijziging van het omgevingsplan kan de bevoegdheid overgedragen worden van uw raad naar het college. In het geval van een omgevingsvergunning met BOPA kan uw raad gevallen aanwijzen waarbij uw raad eerst een (bindend) advies moet uitbrengen voor het college de activiteit kan vergunnen. Daarnaast biedt de Omgevingswet de mogelijkheid aan gemeenten om voor route 2 gevallen van BOPA's aan te wijzen waarvoor participatie verplicht wordt gesteld. Voor deze aangewezen gevallen moet een initiatiefnemer verplicht een participatietraject vormgeven voor een vergunning kan worden aangevraagd. De Omgevingswet gaat ervan uit dat besluitvorming over de fysieke leefomgeving sneller plaatsvindt. Uit de commissiebijeenkomst Samen wonen van 9 maart 2021 bleek dat een aantal commissieleden nauw betrokken wenst te blijven bij besluitvorming over de fysieke leefomgeving.
In dit voorstel is daarom gezocht naar een goede balans tussen deze wens om nauw betrokken te blijven enerzijds en de noodzaak om snel op initiatieven te kunnen beslissen anderzijds. Dit voorstel
3/8
moet zorgen voor een goede rol- en werkverdeling tussen het college en uw gemeenteraad zodra de Omgevingswet in werking treedt. Beoogd effect De gemeente goed voor te bereiden op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Te zorgen voor een goede rol- en werkverdeling tussen uw raad en het college als het gaat om besluitvorming over de fysieke leefomgeving, zodat de gemeente adequaat kan reageren op maatschappelijke vraagstukken. Relatie met beleidskaders N.v.t. Argumenten 1.1 Het delegatiebesluit (bijlage 2) is vooral gericht op de uitvoering van eerder genomen raadsbesluiten, administratieve handelingen en andere zaken die nodig zijn voor een goede bedrijfsvoering In het delegatiebesluit zijn vooral praktische zaken opgenomen die betrekking hebben op de uitvoering van het beleid of op het verwerken van eerdere besluiten in het omgevingsplan. Uw raad (of ander bevoegd gezag) heeft dan al eerder een besluit over de kwestie genomen. In deze gevallen is een delegatie van bevoegdheden aan het college gerechtvaardigd in het belang van snelle besluitvorming. Bijlage 1 bij dit voorstel bevat een nadere uitleg bij het delegatiebesluit. 2.1 Het aantal gevallen waarvoor het adviesrecht wordt toegepast is beperkt gehouden De Omgevingswet gaat uit van snellere besluitvorming. De beslistermijn op een omgevingsvergunning voor een BOPA (route 2) is standaard 8 weken.
Voor gevallen waarop adviesrecht van toepassing is, wordt deze termijn niet gehaald. Dit rechtvaardigt terughoudend gebruik van het adviesrecht. Bijlage 1 bij dit voorstel bevat een nadere uitleg over de toepassing van het adviesrecht. 2.2 Via de voorgestelde lijst van gevallen geeft de raad aan voor welke vergunningen een bindend advies noodzakelijk is In de huidige situatie kon het college via de landelijke kruimelregeling (bijlage II, artikel 4, Bor) in bepaalde gevallen al zelfstandig besluiten om, in afwijking van het bestemmingsplan, een omgevingsvergunning te verlenen. In die gevallen werd ook geen traject marktinitiatief doorlopen. Hoewel de naam anders doet vermoeden, konden via de kruimelregeling ook grote projecten vergund worden. De kruimelregeling komt onder de Omgevingswet te vervallen. De kruimelregeling is deels vertaald naar de voorgestelde lijst van gevallen waarop adviesrecht van toepassing is. Voor woningbouwprojecten en overige bouwprojecten is echter voor een eenvoudigere en duidelijkere regeling gekozen. 2.3 Voor de gevallen die niet onder het adviesrecht vallen kan uw raad op andere manieren sturen Dit kan door het opstellen van beleid waaraan het college een omgevingsvergunning dient te toetsen, zoals een gebiedsvisie of ontwikkelkader en de omgevingsvisie.
Daarnaast kan uw raad nog gebruik maken van de bestaande instrumenten, zoals het indienen van moties, schriftelijke/mondelinge vragen, interpellatie, recht van onderzoek en initiatief en geldt de actieve informatieplicht van het college. Ook kan het college eventueel op eigen initiatief tijdens de informele fase van vooroverleg in overleg treden met uw raadscommissie. In dat geval kan via uw raadscommissie aan de voorkant gestuurd worden in plaats van achteraf via het adviesrecht. 3.1 Participatieplicht geldt als stok achter de deur bij grotere ontwikkelingen Met de participatieplicht wordt voorkomen dat een initiatiefnemer in de ‘aangewezen gevallen’ een vergunningaanvraag doet zonder enige vorm van participatie te organiseren. Participatie is maatwerk en hangt grotendeels af van de omvang en impact van de het initiatief. De participatieplicht kan echter niet garanderen dat daadwerkelijk een goed participatieproces wordt doorlopen. De gemeente mag namelijk geen eisen opleggen aan de (verplichte) participatie, zie kanttekening 3.1. Participatie verplicht stellen is in de meeste gevallen niet nodig. Belanghebbenden kunnen tegen een verleende omgevingsvergunning bezwaar en beroep aantekenen. De potentiële vertraging die dit tot
4/8
gevolg heeft, is voor de meeste initiatiefnemers/aanvragers al voldoende reden om belanghebbenden goed te betrekken bij hun plan. Bijlage 1 bij dit voorstel bevat een nadere uitleg over de toepassing van verplichte participatie bij aangewezen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. 3.2 Participatie verplicht stellen voor alle BOPA’s mag niet De wet biedt alleen de mogelijkheid om voor ‘aangewezen gevallen’ participatie verplicht te stellen. Alle BOPA’s aanwijzen mag dus niet. 3.3 De gemeente werkt aan een handreiking voor participatie bij initiatieven De gemeente wil initiatiefnemers die geen ervaring hebben met het inrichten van een participatieproces op weg helpen door middel van een handreiking. De handreiking is bedoeld als hulpmiddel en zou bij elk initiatief gebruikt kunnen worden. Ook voor de gevallen waarvoor geen participatieplicht geldt. Overleg gevoerd met N.v.t. Kanttekeningen 2.1 Bij toepassing van adviesrecht bij BOPA’s wordt de beslistermijn van 8 weken niet gehaald De beslistermijn mag weliswaar eenmalig 6 weken opschuiven. Het is echter sterk de vraag of deze verlenging toereikend is. Voor alleen al het agenderen van een raadsvoorstel zijn in het meest gunstige geval al minimaal 8 weken nodig. Het niet halen van de beslistermijn op een omgevingsvergunning heeft consequenties. Van een vergunning van rechtswege is geen sprake.
Wel kan de gemeente een last onder dwangsom opgelegd krijgen. Ook kan een aanvrager beroep instellen bij niet tijdig besluiten. Een bestuursrechter kan bij gegrondverklaring van het beroep in zijn uitspraak de hoogte van de verbeurde dwangsom vaststellen. 2.2 Hoe vaker adviesrecht wordt toegepast, hoe minder aantrekkelijk de gemeente is voor initiatiefnemers Indien adviesrecht van toepassing is, moet er een extra raadsvoorstel voorbereid worden. Voor die gevallen duurt besluitvorming langer. Ook worden er extra ambtelijke kosten gemaakt die nodig zijn voor de voorbereiding en afhandeling van het extra raadsvoorstel. Vooral bij kleinere initiatieven heeft dit een bijzonder nadelig effect omdat deze extra kosten naar verhouding zwaarder wegen dan bij grootschalige projecten. Gelet op de kanttekening bij 2.1 ontstaat tevens het risico dat uw raad vaker bijeen moet komen om vergunningaanvragen tijdig van advies te voorzien. 3.1 Participatieplicht is geen garantie voor een goed participatieproces Een initiatiefnemer mag ook bij verplichte participatie zelf bepalen hoe de participatie wordt vormgegeven. De participatieplicht kan niet voorkomen dat een initiatiefnemer participatie onvoldoende vormgeeft, of zelfs informatie over het participatieresultaat weglaat. Het blijft namelijk een verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag om een zorgvuldig besluit te nemen.
Bij de toetsing mag het bevoegd gezag alleen constateren dat uit de participatie onvoldoende informatie is voortgekomen om een besluit te nemen. De vergunning mag op basis hiervan echter niet geweigerd worden. De gemeente zal in dat geval, binnen de beslistermijn, zelf informatie moeten inwinnen. De beslistermijn mag eenmalig 6 weken worden opgeschoven. Uitvoering/vervolgstappen Het raadsbesluit wordt via een publicatie in het elektronisch gemeenteblad bekendgemaakt. Evaluatie/monitoring Er volgt binnen 1,5 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet een evaluatie van de instrumenten delegatiebesluit en adviesrecht. Deze tijd is nodig om voldoende informatie op te doen over de werking van de instrumenten in de praktijk. Het college bereidt de evaluatie voor, eventueel aangevuld met een voorstel voor aanpassing.
5/8
Financiën Het besluit heeft op zichzelf geen directe financiële consequenties. Indirect heeft het besluit wel invloed op de doorlooptijden en noodzakelijke ambtelijke plankosten die nodig zijn voor besluitvorming over de fysieke leefomgeving. Juridische zaken De instrumenten ‘delegatiebesluit’ en 'adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten' zijn publiekrechtelijk verankerd in de Omgevingswet (respectievelijk art 2.8 Omgevingswet en 4.22 Omgevingsbesluit). Uw gemeenteraad kan gevallen van activiteiten aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is, kan worden ingediend (art 16.55 lid 7 Omgevingswet). Duurzaamheid Voorzieningen voor het opwekken van (duurzame) energie vallen volgens dit voorstel onder het adviesrecht van uw raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Verder heeft dit voorstel geen directe gevolgen voor het aspect duurzaamheid. Inclusiviteitstoets Via publicatie in het elektronisch gemeenteblad is dit besluit voor iedereen openbaar toegankelijk. Communicatie/participatie na besluitvorming Het raadsbesluit wordt via een publicatie in het elektronisch gemeenteblad bekendgemaakt.
Burgemeester en wethouders van Ridderkerk, de secretaris,
de burgemeester,
dhr. H.W.J. Klaucke
mw. A. Attema
Bijlagen 1. Bijlage 1 Toelichting bij instrumenten delegatiebesluit en adviesrecht Ridderkerk.pdf 2. Bijlage 2 Delegatiebesluit Ridderkerk.pdf 3. Bijlage 3 Lijst van gevallen waarop adviesrecht van toepassing is Ridderkerk.pdf
6/8
CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Omgevingswet: delegatiebesluit en adviesrecht
Gemeenteraad: 24 november 2022
Zaaknummer: 436111
Commissie samen wonen 10 november 2022
De raad van de gemeente Ridderkerk, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 11 oktober 2022, gelet op Omgevingswet (specifiek artikelen 2.8, 16.15 en 16.55) Algemene wet bestuursrecht (specifiek afdeling 10.1.2) Gemeentewet (specifiek artikel 156); overwegende, dat De Omgevingswet uitgaat van snellere besluitvorming over de fysieke leefomgeving; De raad de mogelijkheid heeft de verdeling van beslissingsbevoegdheden over de fysieke leefomgeving naar eigen inzicht in te richten; De raad de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan kan delegeren aan het college van burgemeester en wethouders; Het raadzaam is een lijst van gevallen aan te wijzen waarbij het adviesrecht van de gemeenteraad bij omgevingsvergunningen met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten wordt toegepast; Door toepassing van het adviesrecht de standaardbeslistermijn van 8 weken niet wordt gehaald; De Omgevingswet de mogelijkheid biedt om participatie verplicht te stellen bij aangewezen gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.
BESLUIT: 1. Het delegatiebesluit Omgevingswet (bijlage 2) met bijbehorende toelichting (bijlage 1) bij dit voorstel vast te stellen, waarbij het college in de volgende gevallen bevoegd is het omgevingsplan aan te passen: 1. het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een verleende omgevingsvergunning; 2. het repareren van klaarblijkelijke omissies of verschrijvingen in het omgevingsplan; 3. het in overeenstemming brengen of conserveren van de regels in het omgevingsplan op basis van de bestaande feitelijke situatie nadat een sloop-, bouw-, of herontwikkelingsproject is afgerond; 4. het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan naar aanleiding van een aanwijzing van de raad of ander bevoegd gezag, of op basis van gewijzigde wetgeving; 5. het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met door de raad vastgesteld beleid, visie of ontwikkelkader, indien in het desbetreffende document (of bijbehorend besluit) is aangegeven dat het college het omgevingsplan mag aanpassen; 6. het wijzigen van de gebruiksmogelijkheden op basis van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsverplichting uit een tot inwerkingtreding van de Omgevingswet vigerend bestemmingsplan; 7. het nemen van een voorbereidingsbesluit (artikel 4.14 Omgevingswet).
2. Het adviesrecht van de gemeenteraad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten van toepassing te
7/8
verklaren op basis van de 'lijst van aangewezen gevallen' (bijlage 3) en de bijbehorende toelichting (bijlage 1) bij dit voorstel, te weten in geval van: 1. Het bouwen van meer dan 11 nieuwe woningen; 2. Bouwprojecten, niet zijnde woningbouwprojecten, die groter zijn dan 2.000 m2 bruto vloeroppervlak; 3. Het oprichten of aanpassen van een antenne-installatie hoger dan 40 m; 4. Voorzieningen voor het opwekken van (duurzame) energie, zoals windturbines met een ashoogte hoger dan 40 meter, zonnevelden (groter dan 1 ha) en biomassacentrales; 5. Het toestaan van permanente bewoning van recreatiewoningen; 6. Nieuwe en overige functies die strijdig zijn met een vastgestelde omgevingsvisie.
3. Participatie verplicht te stellen bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten op basis van de 'lijst van aangewezen gevallen' (bijlage 3) en de bijbehorende toelichting (bijlage 1) bij dit voorstel, te weten in geval van: 1. Het bouwen van 1 of meer nieuwe woningen; 2. Bouwprojecten, niet zijnde woningbouwprojecten, die groter zijn dan 2.000 m2 bruto vloeroppervlak; 3. Het oprichten of aanpassen van een antenne-installatie hoger dan 40 m; 4. Voorzieningen voor het opwekken van (duurzame) energie, zoals windturbines met een ashoogte hoger dan 40 meter, zonnevelden (groter dan 1 ha) en biomassacentrales; 5. Het toestaan van permanente bewoning van recreatiewoningen; 6. Nieuwe en overige functies die strijdig zijn met een vastgestelde omgevingsvisie.
8/8