Voorstel Mandaatbesluit mer-beoordeling Omgevingswet
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp: | College van burgemeester | Zaaknummer Mandaatbesluit mer-beoordeling Omgevingswet | en wethouders | 2026-039928 30 juni 2026 Portefeuillehouder | Commissie Samen wonen | Openbaar C.A. van der Duijn Schouten | 10 september 2026 Opsteller: | Gemeenteraad Ann van Kruijssen | 24 september 2026 Geadviseerd besluit 1. Het 'Mandaatbesluit mer-beoordeling Omgevingswet' vast te stellen. 2/4 Raadsvoorstel Inleiding Onder de Omgevingswet zijn de bevoegdheden om besluiten te nemen in het kader van een milieueffectrapportage (hierna: mer) gewijzigd ten opzichte van daarvoor geldende Wet milieubeheer. De wijziging heeft tot gevolg dat alleen het bevoegd gezag dat gaat over de vaststelling van het ruimtelijke besluit, een besluit mag nemen over de mer-beoordeling. In een mer-beoordeling beoordeelt het bevoegd gezag of de milieugevolgen van een ruimtelijk besluit zo groot zijn, dat een mer noodzakelijk is en een milieueffectrapport (hierna: MER) moet worden opgesteld. Als gevolg van deze wijziging is alleen de gemeenteraad bevoegd om een besluit te nemen over de mer-beoordeling bij een wijziging van het omgevingsplan of de omgevingsvisie. De gemeenteraad mag deze bevoegdheid mandateren aan het college van burgemeester en wethouders (hierna: college). Daarop ziet dit voorstel.
Beoogd effect Het beoogde effect van de mandatering aan het college van burgemeester en wethouders is het eenvoudiger, sneller en efficiënter laten verlopen van het planproces. Relatie met beleidskaders Niet van toepassing. Argumenten 1.1 Het nemen van een besluit over de mer-beoordeling hoort bij de voorbereiding van het ruimtelijke besluit. Het resultaat van de mer-beoordeling moet op grond van het Omgevingsbesluit worden opgenomen in het ontwerp van het ruimtelijke besluit. Het college is bevoegd om beslissingen van de gemeenteraad voor te bereiden op grond van artikel 160 van de Gemeentewet. Het college bereidt dus ook besluitvorming voor over een wijziging van het omgevingsplan of de omgevingsvisie. De beoordeling of een ruimtelijk besluit aanzienlijke milieueffecten zal hebben en er een mer moet worden doorlopen, hoort bij dat proces. Gelet daarop is het gewenst dat het college ook bevoegd een besluit te nemen over deze mer-beoordeling. 1.2 Dit is een voortzetting van de werkwijze voorafgaand aan inwerkingtreding van de Omgevingswet. Onder de oude Wet milieubeheer was zowel de gemeenteraad als het college bevoegd om voor bijvoorbeeld een bestemmingsplan, een besluit te nemen over de mer-beoordeling. In de Wet milieubeheer was het “bevoegd gezag” namelijk omschreven als het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het voorbereiden dan wel vaststellen van een plan of besluit.
In de praktijk betekende dit dat het college meestal een besluit nam over de mer-beoordeling als onderdeel van de bevoegdheid om besluiten van de gemeenteraad voor te bereiden. Onder de Omgevingswet is echter niet langer opgenomen dat ook het voorbereidende bestuursorgaan bevoegd is om een mer-beoordelingsbesluit te nemen. Dat moet worden geregeld via mandaat. Afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht geeft hiertoe de mogelijkheid. 1.3 Het mandaat levert tijdswinst op in het proces tot vaststelling van het ruimtelijke besluit. Het voorkomt namelijk dat de gemeenteraad, behalve over de vaststelling, ook in de voorbereiding van een wijziging van het omgevingsplan of de omgevingsvisie een besluit moet nemen over de mer- beoordeling. In de praktijk betekent een extra besluit van de gemeenteraad een langere procedure en dus ook onnodige vertraging in het proces. 1.4 Het college stemt in met het mandaat. Artikel 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat de gemandateerde, in dit geval het college, moet instemmen met het mandaat als deze niet onder verantwoordelijkheid van de mandaatgever, in dit geval de gemeenteraad, werkt. Het college heeft ingestemd met het mandaat. Overleg gevoerd met Niet van toepassing. Kanttekeningen 1.1 De gemeenteraad behoudt zelf ook zijn bevoegdheid.
3/4 Het verlenen van mandaat betekent dat het college in naam van de raad een besluit neemt. De gemeenteraad blijft zelf ook bevoegd om de gemandateerde bevoegdheid uit te voeren. De bevoegdheid wordt, anders dan bij delegatie, niet overgedragen aan het college. Verder beperkt het mandaat zich tot het nemen van een besluit over de mer-beoordeling. Het mandaat omvat dus niet de uiteindelijke vaststelling van een wijziging van het omgevingsplan of de omgevingsvisie. Uitvoering/vervolgstappen Bij de voorbereiding van de wijziging van het omgevingsplan voor geur en trillingen heeft het college ook beslist over de mer-beoordeling (14 april 2026). Omdat het college op dat moment geen mandaat had, zal de gemeenteraad hier (nogmaals) over besluiten wanneer de wijziging van het omgevingsplan ter vaststelling wordt aangeboden. Naar verwachting worden beide raadsvoorstellen in dezelfde raadsvergadering behandeld. Evaluatie/monitoring Niet van toepassing. Financiën Niet van toepassing. Juridische zaken De aard van de bevoegdheid mag zich niet tegen de mandaatverlening verzetten (artikel 10:3, lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht). In dit geval verzet de aard van de bevoegdheid zich niet tegen de mandaatverlening. Het is een bevoegdheid die, zoals ook voor 1 januari 2024 gebruikelijk was, door het college kan worden uitgeoefend. Duurzaamheid en Ecologie Niet van toepassing.
Inclusiviteitstoets Niet van toepassing. Communicatie/participatie na besluitvorming Het raadsbesluit wordt op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt in het gemeenteblad. Het mandaatbesluit treedt de dag na bekendmaking in werking. Burgemeester en wethouders van Ridderkerk, de secretaris, de burgemeester, mw. M. Kitselar dhr. C.A. Oosterwijk Bijlagen 1. Mandaatbesluit mer-beoordeling.pdf 4/4 CONCEPT RAADSBESLUIT Gemeenteraad: 24 september 2026 Zaaknummer:Onderwerp: Mandaatbesluit mer-beoordeling Omgevingswet Commissie samen wonen 10 september 2026 De raad van de gemeente Ridderkerk, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 30 juni 2026, BESLUIT: 1. Het 'Mandaatbesluit mer-beoordeling Omgevingswet' vast te stellen.