CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel Gebiedsvisie en planMER Rivieroevers .pdf

Commissie Samen wonen RK 2 december 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 4: Gebiedsvisie en planMER Rivieroevers4.040 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp: Gebiedsvisie en planMER Rivieroevers

College van burgemeester en wethouders 2 november 2021

Zaaknummer 413710

Portefeuillehouder C.A. Oosterwijk

Commissie Samen wonen 2 december 2021

Openbaar

E-mailadres opsteller: a.v.mill@bar-organisatie.nl

Gemeenteraad 16 december 2021

Geadviseerd besluit 1. De nota van antwoord zienswijzen gebiedsvisie en planMER vast te stellen. 2. De gebiedsvisie Rivieroevers en bijbehorende planMER gewijzigd vast te stellen overeenkomstig de bij dit besluit behorende documenten. 3. Het college de opdracht te geven met betrokken stakeholders een mobiliteitsstrategie op te stellen voorafgaand aan de eventuele realisatie van de drie aandachtsgebieden. 4. Het college de opdracht te geven de instelling van een gebiedsfonds voor te bereiden. 5. Het college de opdracht te geven een programmatische aanpak voor de uitvoering te onderzoeken.

1/10

Raadsvoorstel Inleiding Op 17 juni 2021 is de concept-ontwerpgebiedsvisie besproken in uw commissie Samen wonen. De uitkomsten daarvan zijn verwerkt in de ontwerpgebiedsvisie. We hebben uw raad daarover per brief d.d. 9 juli 2021 geïnformeerd. De ontwerp gebiedsvisie Rivieroevers en bijbehorende planMER lagen ter inzage in de periode van 9 augustus tot en met 19 september 2021. Er zijn 13 zienswijzen ingediend, waarvan 1 brief namens 28 bewoners en 1 brief namens 33 bewoners. Eén zienswijze is ruim een week na de termijn ingediend, maar is uit coulance wel in de nota van antwoord opgenomen. In totaal hebben 72 (bewoners)adressen gereageerd. Tijdens een openbare digitale sessie op 4 oktober jl. met de indieners van de zienswijzen zijn alle zienswijzen anoniem en in zijn algemeenheid besproken. Op 7 oktober is een fysieke sessie gehouden voor indieners die geen digitale mogelijkheden hadden. Daarnaast heeft de onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (mer) (hierna de Commissie mer) de stukken beoordeeld en haar advies uitgebracht. Door middel van dit voorstel leggen we de gebiedsvisie en de bijbehorende planMER ter besluitvorming aan uw raad voor. Beoogd effect Met een startnotitie gaf uw raad op 21 november 2019 de opdracht om een gebiedsvisie voor de Rivieroevers op te stellen. Het beoogde effect is de ruimtelijke kwaliteit in dit gebied te verbeteren.

Via de gebiedsvisie kunnen we ontwikkelingen in de toekomst beter beoordelen en hier sturing aan geven. Meer ruimtelijke kwaliteit betekent onder andere: - een betere balans tussen groen, wonen en (watergebonden) bedrijvigheid; - oevers die voor recreatieve fietsers en wandelaars toegankelijk zijn; - een gezonde omgeving om te wonen, werken en verblijven. Relatie met beleidskaders  Omgevingsvisie Ridderkerk 2035.  Collegeprogramma 2018-2022.  Groenvisie – Groen is onze toekomst.  Mobiliteitsplan Ridderkerk.  Cultuurhistorische Waardenkaart Woongebied 2017.  Woonvisie Ridderkerk.  Startnotitie visie op water.  Startnotitie visie op ecologie.  Notitie Economisch Beleid 2013.  Toekomstvisie Detailhandel Ridderkerk.  Klimaatvisie Ridderkerk, de route naar 2050. Argumenten 1.1. De nota van antwoord verwoordt de zienswijzen en de gemeentelijke reactie. Bij verschillende zienswijzen viel de onduidelijkheid op over het detailniveau. In het begintraject is veel concrete informatie opgehaald die input heeft gegeven voor de hoofdlijnen van de visie. De visie is een verbeelding van mogelijkheden voor toekomstige ontwikkeling en is daarmee richtinggevend en sturend. Het is echter geen "blauwdruk". De vlakken en lijnen zijn indicatief en duiden de richting van de ontwikkelingen.

Daarmee is de verdere uitwerking van de visie flexibel en geeft de visie ruimte voor een meer concrete invulling en maatwerk. Zienswijzen betroffen ook de manier van digitale participatie; bewoners hadden een schriftelijke brief verwacht. Vanwege de omvang van het gebied is daar niet voor gekozen. Wel is naar aanleiding van deze zienswijze een fysieke sessie georganiseerd op 7 oktober jl. om de visie toe te lichten en vragen

2/10

te bespreken. De indieners van de zienswijzen ontvangen schriftelijk bericht van de nota van beantwoording en de behandeling in uw commissie Samen wonen en uw gemeenteraad. Andere thema's binnen de zienswijzen zijn luchtkwaliteit en verkeer, overlast (geluid, parkeren, afval, drukte), belangen bedrijventerreinen en bouwen cq hoogbouw. U wordt verwezen naar het bijgevoegde document. 1.2 De ingediende zienswijzen leiden tot aanpassing van de gebiedsvisie en de planMER. Daarom worden de stukken gewijzigd vastgesteld. In de nota van antwoord is als bijlage een overzicht opgenomen van de aanpassingen in de gebiedsvisie. Aanpassingen in de gebiedsvisie betreffen onder andere:  Bij het ontwikkelgebied Bolnes is duidelijker vermeld dat wonen in combinatie met groen gerealiseerd moet worden.  Bij ontwikkellocatie Huys ten Donck is de randvoorwaarde opgenomen dat consequenties voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) nader moeten worden onderzocht.  Een fietspad over de kruin van de dijk zou een negatieve invloed kunnen hebben op het naast de grienden gelegen Gorzenmeertje, “het Meer der stilte”. Daarom is deze verbinding verplaatst naar de locatie naast de rioolwaterzuivering, waar de hoogspanningsleiding verwijderd wordt. Dat biedt een kans voor een wandel-/fietsroute naar de Gorzen en verder. Dit is met pijlen aangeduid op de kaart.

Los van de visie wordt al de ligging van een regionale fietsroute vanaf de Oostmolendijk onderzocht en willen we de fietsroute via het Havenkanaal aantrekkelijker maken.  Aan de integrale herontwikkeling van locatie Bolnes is een voorwaarde toegevoegd dat de ruimte voor P&R plekken bij de OV-hub goed moeten worden georganiseerd. Dat is ook onderdeel van de op te stellen mobiliteitsstrategie.  De ontwikkelmogelijkheden van de historische Boelewerf (Ringdijk 454-460) zijn aan de visie toegevoegd in tekst en uitgelicht kaartbeeld. In de planMER was daar al wel rekening mee gehouden.  In de gebiedsvisie en planMER wordt beter benadrukt dat de woningaantallen uit de planMER geen rechten geven voor de gebiedsvisie. De gebiedsvisie gaat uit van kwalitatieve randvoorwaarden voor de ontwikkelingen. De aantallen in de planMER zijn gebruikt om beoordelingsredenen en om te komen tot een voorkeursalternatief. In de gewijzigde gebiedsvisie en planMER benadrukken we dit extra. 2.1. De gebiedsvisie gaat uit van het raamwerk “Oeverpark Rivieroevers” die zorgt voor een heldere basisstructuur voor de ruimtelijke kwaliteit. Het ‘Raamwerk Oeverpark Rivieroevers’ is een aanpak waarmee we de rivieroevers verder kunnen ontwikkelen tot één landschapspark aan de rivier. Het raamwerk verbindt en versterkt de kwaliteiten in het gebied en daarbuiten.

Dit zorgt voor een goede basis waarin wonen, werken, recreatie en ecologie in evenwicht zijn en zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen. Het raamwerk is opgebouwd uit zes centrale pijlers: 1. Cultuurhistorie als schatkaart. 2. Ontbrekende schakels verbinden. 3. Parels & knooppunten aan het water. 4. Recreatieve ruggengraat langs de dijk. 5. Kansen voor groen en klimaatadaptatie. 6. Een impuls geven aan duurzame mobiliteit. 2.2. Cultuurhistorie is een pijler voor de gebiedsvisie. Deze pijler lichten we toe omdat het een rode draad vormt door de hele gebiedsvisie. Voor de gebiedsvisie wordt de rijke geschiedenis van het hele gebied als “schatkaart” en leeswijzer voor het gebied gebruikt. We gaan uit van formele cultuurhistorische waarden die opgenomen zijn in de cultuurhistorische waardenkaarten, zoals gemeentelijke en Rijksmonumenten en Unesco

3/10

Werelderfgoed Kinderdijk. De zichtlijnen vanuit Kinderdijk hebben namelijk invloed op de bouwmogelijkheden van locatie de Schans. Daarnaast is ook de monumentale scheepsbouwindustrie in het gebied van belang met bijvoorbeeld hun beeldbepalende kranen. De landschappelijke waarde van de weidse groene omgeving weegt ook mee. Deze waarden vormen een rode draad en een prominente verhaallijn van het Oeverpark Rivieroevers. 2.3. De gebiedsvisie is via een participatietraject met diverse stakeholders tot stand gekomen. Om zoveel mogelijk input op te halen voor het goede inzicht om de juiste belangenafweging te maken, zijn stakeholders binnen en buiten Ridderkerk geraadpleegd en hebben hun input geleverd. Deze input is op hoofdlijnen in de gebiedsvisie verwerkt. Belangrijke punten uit de participatie zijn:  Bewoners ervaren het gebied als rommelig. De wens voor betere toegang tot groen voor recreatie en ontspanning is verwerkt in het leggen van ontbrekende verbindingen tussen gebieden.  De wens van ontwikkelaars en woningzoekenden voor wonen aan de rivier komt terug op de verschillende herontwikkellocaties. Verkeersveiligheid en bereikbaarheid is voor bewoners een belangrijke randvoorwaarde. In vervolg op deze gebiedsvisie zal voorafgaand aan ontwikkelingen daarom een mobilieitstrategie moeten worden opgesteld.

 Watergebonden (bedrijfs)activiteiten, kansen voor recreatieve functies en uitzicht op de rivier vanaf de kade komen ook terug in de gebiedsvisie. Evenals het belang van de cultuurhistorie in het gebied. Uitgangspunt voor omliggende bedrijven is dat hun huidige vergunde milieuruimte niet beperkt wordt. Dat is een randvoorwaarde voor de ontwikkelingen. 2.4. Het planMER vormt de onderbouwing voor de gebiedsvisie. In het planMER zijn vier alternatieven voor invulling van de gebiedsvisie onderzocht, gevolgd door een voorkeursalternatief. Deze vier alternatieven gaan uit van extreme situaties om zo de gevolgen van keuzes in beeld te krijgen: 1) werkfunctie maximaal versterken. 2) woonfunctie maximaal versterkten. 3) woon- en werkfunctie combineren: verspreid. 4) woon- en werkfunctie combineren: geclusterd. Daarvoor is de bandbreedte onderzocht. Deze vier alternatieven zijn dus geen realistisch eindpunt. Ze geven ons inzicht om tot een voorkeursalternatief te komen. Basis voor het voorkeursalternatief is alternatief 4: ‘geclusterd’. Dit alternatief geeft in verhouding de meeste kansen op positieve ontwikkelingen t.a.v. bedrijvigheid en ruimte en behoud van landschappelijke kwaliteit. Daarnaast heeft het de minste risico’s. Ook scoort dit alternatief het beste op het bereiken van de doelen voor de visie. De doelen zijn: - meer ruimtelijke kwaliteit.

- een betere balans tussen, groen, wonen en (watergebonden) bedrijvigheid. - oevers die voor recreatieve fietsers en wandelaars toegankelijk zijn. - een gezonde omgeving om te wonen, werken en verblijven. Alternatief 4 is verder uitgewerkt tot een voorkeursalternatief. Hiervoor zijn ook ideeën uit eerdere fasen van het traject van de gebiedsvisie gebruikt. Voor negatieve effecten uit de alternatievenbeoordeling zijn waar mogelijk oplossingen of maatregelen genoemd. De kansen op positieve effecten zijn zoveel mogelijk groter gemaakt. Dit voorkeursalternatief is daarna geoptimaliseerd, getoetst bij belanghebbenden, uitgewerkt en uiteindelijk opgenomen in de ontwerpgebiedsvisie. 2.5. De gebiedsvisie biedt op 3 locaties herontwikkelmogelijkheden, gebaseerd op de uitkomsten van de planMER.

4/10

A) voor Bolnes een integrale herontwikkeling van binnen- en buitendijks gebied; al dan niet gefaseerd uitgevoerd. (5.5. gebiedsvisie) Daardoor is er meer kans op samenhang in het gebied, groene verbindingen vanuit Bolnes en de Donckse velden naar de oevers. Dit kan onafhankelijk van elkaar in de tijd (gefaseerd) gerealiseerd worden, maar wel vanuit een samenhangend stedenbouwkundig kader. Bij de binnendijkse ontwikkeling zijn nieuwe vormen van mobiliteit en OV bereikbaarheid een belangrijke randvoorwaarde vanwege de verkeersintensiteiten op de Rijnsingel. B) Huys ten Donck en Schiepolocatie: een integrale ontwikkeling in 4 zones. (5.6 gebiedsvisie) Ontwikkeling van woningbouw op het buitendijks voorterrein van Huys ten Donck is alleen mogelijk wanneer de planvorming integraal met de Schiepo-locatie oploopt. De uitvoering kan gefaseerd plaatsvinden. In juni 2019 is door de Stichting Huys ten Donck aan raadsleden de “vier gebiedenontwikkeling” gepresenteerd voor het buitendijks voorterrein van Huys ten Donck. Een integrale ontwikkeling met Schiepo die gebaseerd is op deze “vier gebiedenontwikkeling” biedt de grootste kans om de openheid van het buitendijks voorterrein te behouden voor natuur en recreatie. Daarbij houden we rekening met de wens en noodzaak deze buitenplaats voor de lange termijn te behouden.

Een integrale ontwikkeling naar wonen of een integrale ontwikkeling met behoud van een gemoderniseerde werkfunctie zijn beide mogelijk. Bij de laatste variant is het wel noodzakelijk de milieucontouren van deze werklocatie te verkleinen of anders in te passen, waardoor woningbouw op het buitendijks voorterrein van Huys ten Donck mogelijk wordt gemaakt. De watergebonden bedrijvigheid blijf daarmee voorlopig behouden. Plaatselijk kunnen dan ook langs de Ringdijk nieuwe woningen worden toegevoegd binnen de bestaande karakteristieke setting van een groen lint langs de dijk. C) De Schans, herontwikkeling rondom de haven met behoud van bedrijven in het binnen gebied van de Schans, tussen Ringdijk en Drierivierenlaan. In de omgeving van haven De Schans is sprake van een mogelijke herontwikkeling van de locatie “Bogenda”, Ringdijk 396. Herontwikkeling van deze locatie tot woningbouw leidt tot een beter bereikbare en beleefbare rivier en kansen voor woningbouw die het gebied met het binnendijks gelegen Slikkerveer verbinden. Er is aandacht voor de bedrijfscategorieën en bijbehorende milieucontouren van omliggende bedrijfsfuncties. Daarnaast willen we een openbare kade laten realiseren voor incidenteel onderhoud door watergebonden bedrijven aan schepen (bv elektricien). Een belangrijke randvoorwaarde voor de ontwikkeling zijn de zichtlijnen vanaf Unesco Werelderfgoed Kinderdijk.

Op basis van het mobiliteitsplan (vastgesteld op 2 juli 2020) zoeken we naar kansen om de versteende openbare ruimte van de Schans te vergroenen en de bestaande parkeerplaatsen te verminderen. Tevens onderzoeken we de ontwikkeling van een mobiliteitshub. Dit onderzoek moet met stakeholders en voorafgaand aan een herontwikkeling binnen een mobiliteitsstrategie worden uitgevoerd. Vanwege de vrij recente bebouwing (niet ouder dan 15 jaar) zien we geen kansen voor een grootschalige herontwikkeling van het middenterrein. Een gedeeltelijke herontwikkeling is wel denkbaar. Op deze wijze blijft het werkgebied behouden en worden toekomstige kansen voor mengen van functies wel benut 2.6. Het advies van de onafhankelijke Commissie mer leidt tot aanpassing van de gebiedsvisie en planMER. De Commissie heeft drie punten benoemd met het advies deze aan te passen voordat een besluit wordt genomen over de gebiedsvisie. De gebiedsvisie en planMER zijn hierop aangepast. Een overzicht van de aanpassingen is bijgevoegd als bijlage 8. Het advies van de Commissie (bijlage 4) betreft de volgende punten, voorzien van een korte reactie.  De effectbeoordeling van (met name) het voorkeursalternatief (VKA) is soms onnauwkeurig en onvoldoende gebiedsspecifiek.

5/10

==> In de planMER is de beoordeling nu verder uitgewerkt en voorzien van kaartmateriaal en op verschillende onderdelen genuanceerd.  Onderzoek naar de effecten van het bouwen van woningen in het populieren-/essenbos in het deelgebied Huys ten Donck en mogelijkheden (varianten) om effecten te voorkomen, zijn onvoldoende in beeld. ==> In de planMER is het ontwerpend onderzoek van de Huys ten Donck benoemd en de randvoorwaarde opgenomen dat de bij herontwikkeling nader onderzoek nodig is, vanwege het feit dat het gebied onderdeel is van het natuurnetwerk Nederland.  Inzicht in de effecten op de waterveiligheid van het buitendijks bouwen van woningen en in de toekomst beschikbare ruimte voor eventuele dijkversterking ontbreekt. ==> In de planMER is hierover een toelichting opgenomen. Verder doet de Commissie een aantal aanbevelingen voor het vervolg. De Commissie hoopt daarmee een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van de verdere besluitvorming. Deze aanbevelingen nemen we mee bij de uitwerking en in opvolgende omgevingsplannen. Genoemd worden:  Werk het Raamwerk Oeverpark uit voor wat betreft de kwaliteit van de openbare ruimte, groen en natuur en maak dat leidend in het proces. Dat kan door een programmatische aanpak.  Stikstofdepositie blijft een aandachtspunt. De beperking van de uitstoot moet een integraal onderdeel zijn van de uitwerking.

Bijvoorbeeld door plannen autoluw in te vullen. Aandacht voor mobiliteit; OV, fietsgebruik en het bevorderen daarvan door comfort, veiligheid en snelheid van fietspaden.  Besteed in een omgevingsplan aandacht aan duurzame energie en circulariteit.  Besteed in een omgevingsplan aandacht aan het thema gezondheidsbescherming. In bijlage 5 staat weergegeven hoe de adviezen en aanbevelingen van de commissie zijn verwerkt in de Gebiedsvisie en planMER. 2.7. De ingediende reacties op de digitale kaart zijn in hoofdlijnen in de gebiedsvisie meegenomen. Veel betrokkenen hebben concrete suggesties gegeven op deze digitale kaart. Het zijn punten die van belang kunnen zijn voor een verdere uitwerking of nu al tot acties kunnen leiden. Het overzicht is ter informatie in bijlage 5 opgenomen. 3.1. Een mobiliteitsstrategie is belangrijk om verkeersproblemen als gevolg van extra mobiliteit te voorkomen. In de huidige verkeerssituatie heeft de Rijnsingel al een hoge verkeersbelasting. We gaan daarom uit van een integrale ontwikkeling die voorzien wordt van een mobiliteitsstrategie. Op basis van het door uw raad op 2 juli 2020 vastgestelde mobiliteitsplan moeten strategieën worden toegepast die het autogebruik verminderen. Daarvoor is een mobiliteitsstrategie nodig die gezamenlijk met stakeholders wordt opgesteld.

Denk daarbij aan herontwikkellocaties waar we inzetten op het gebruik van deelauto’s en betere ov- verbindingen. Dit beslispunt komt ook tegemoet aan de wens van de commissie Samen wonen die op 17 juni 2021 aandacht heeft gevraagd voor de extra verkeersdruk in de wijken als gevolg van ontwikkelingen aan de Rivieroevers. 4.1. Een gebiedsfonds is nodig om publieke investeringen de bekostigen. Een deel van de ontwikkeling betreft publieke functies. Het gaat dan met name om activiteiten gericht op de ontwikkeling van het Raamwerk Oeverpark en duurzame mobiliteit. Deze komen ook ten goede van de bewoners van de ontwikkellocaties. Het kan ook gaan om bovenwijkse zaken die buiten het plangebied liggen. Voor de bekostiging daarvan zal een voorstel voor de instelling van een gebiedsfonds worden voorbereid. Ontwikkelende partijen dienen op basis van een gebiedsfonds een bijdrage te betalen waarmee de genoemde activiteiten gerealiseerd kunnen worden. De kans bestaat dat dit fonds niet toereikend is voor alle investeringen in het oeverpark. We komen daar in een later stadium op terug.

6/10

5.1. Een programmatische aanpak voor de uitwerking van de gebiedsvisie borgt de integraliteit en de kwaliteit. De Commissie mer adviseert een programmatisch aanpak toe te passen bij de uitwerking van het Raamwerk Oeverpark voor de kwaliteit van de openbare ruimte, groen en natuur en dat leidend te maken in het verdere proces. In zo’n aanpak worden de maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van het Raamwerk Oeverpark opgenomen. Ook concrete plannen en investeringen kunnen daaraan gekoppeld worden. Onder de nieuwe Omgevingswet kan de gemeente met een programmatische aanpak actief sturen en ook toetsen op welke activiteiten toegestaan kunnen worden. Overleg gevoerd met DCMR, Provincie, MRDH, VRR, GGD, WSHD, Commissie mer, omliggende gemeenten, wijkoverleggen, ondernemersplatform, indieners van zienswijzen en diverse stakeholders in het gebied zoals eigenaren van vastgoed, ondernemers en jachthavenvereniging. Kanttekeningen 2.1. Provincie Zuid-Holland heeft nog geen toestemming gegeven voor herontwikkeling van bedrijventerreinen. De nieuwe 'provinciale strategie werklocaties' is nog niet vastgesteld. Besluitvorming wordt verwacht in de vergadering van Provinciale Staten van 15 december 2021. In het voortraject is in samenwerking met de MRDH een compensatieplan opgesteld en vastgesteld.

Dit is ingebracht in de nieuwe regionale visie bedrijventerreinen van de MRDH waarbij rekening is gehouden met het nieuwe beleid van de provincie. We zijn ons bewust van het risico dat deze nieuwe provinciale strategie mogelijk nog niet is vastgesteld op 15 december 2021. Voor de uitwerking van de transformatielocaties is dit een risico in het vervolgtraject. 2.2. De compensatieruimte op Nieuw Reijerwaard stemmen we af met het dagelijks bestuur van GRNR. Voor de compensatie van 9,6 ha voor bedrijven met hogere milieu categorieën kunnen we de ruimte op bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard benutten die ontstaat door de beperkte herprofilering van het bedrijventerrein. De bestuurlijke afstemming daarover vindt plaats op 24 november 2021 in de vergadering van het dagelijks bestuur gemeenschappelijke regeling Nieuw Reijerwaard. 2.3. Bij de ontwikkeling van woningbouw is mogelijk een nadere bestuurlijke afweging en keuze nodig vanwege de vastgestelde plandrempels in het Actieplan Geluid. In het actieplan geluid zijn gecumuleerde plandrempels vastgelegd. Boven die plandrempels vindt ons college de geluidsbelasting onaanvaardbaar en kan geen besluit hogere grenswaarde worden vastgesteld. Dat betekent dat woningbouw op zo’n plek niet mogelijk is of alleen met strenge maatregelen. Een nadere bestuurlijke keuze tussen woningbouw en woon- en leefklimaat is dan nodig.

Deze situatie is bezien voor de locatie De Schans. De meeste geluidsbelasting werd daar echter veroorzaakt door scheepswerf Bogenda, die juist onderdeel is van een mogelijke herontwikkeling naar woningbouw. Daardoor vermindert de geluidsbelasting. Bij de uitwerking van de locatie moet de ontwikkelaar dit in beeld brengen voor nadere toetsing. 2.4. Bij de ontwikkeling van woningbouw is mogelijk een nadere bestuurlijke afweging en keuze nodig vanwege het Actieplan Luchtkwaliteit. In het Actieplan Luchtkwaliteit streven we naar de WHO richtwaarden 2015. Dit zijn geen eisen of normen. Leidend zijn nog altijd de normen vanuit Europa. De WHO heeft recent de richtwaarden aangescherpt. Naar aanleiding van deze aanscherping willen we in het college nog aan de orde stellen hoe we met deze nieuwe richtwaarden 2021 willen omgaan en wat de effecten zijn op de ontwikkelingen in Ridderkerk en op de gezondheid van onze inwoners. 3.1 Het opstellen van een mobiliteitsstrategie valt buiten het budget voor de gebiedsvisie en planMER. Wanneer hiertoe besloten wordt, is dat een aparte vervolgopdracht die het college zal starten en indien noodzakelijk leggen we daarvoor een aparte budgetaanvraag aan uw raad voor.

7/10

4.1 Het gebiedsfonds zal mogelijk niet kostendekkend kunnen zijn voor alle kosten voor het realiseren van het raamwerk Oeverpark. Dat betekent dat bij concrete inrichtingsvoorstellen in de buitenruimte daarvoor een nader dekkingsvoorstel aan uw raad zal worden voorgelegd. Uiteraard zoeken we ook naar subsidiemogelijkheden en het benutten van meekoppelkansen. Uitvoering/vervolgstappen De gebiedsvisie is het kader voor de uitwerking van de deelgebieden in stedenbouwkundige plannen door diverse initiatiefnemers. Een mobiliteitsstrategie is daar onderdeel van. Een voorstel voor de instelling van een gebiedsfonds is één van de vervolgstappen. Onderzocht wordt of de opgaven die er liggen door een programmatische aanpak in gang kunnen worden gezet. Concrete initiatieven van eigenaren worden beoordeeld aan de hand van de gebiedsvisie. Als deze initiatieven passen binnen kaders van de gebiedsvisie heeft de gemeente een inspanningsverplichting om op basis van deze visie het plan of project mede mogelijk te maken. Dan zullen eventueel benodigde bestemmingsplan procedures cq omgevingsplanprocedure worden doorlopen om deze ontwikkelingen mogelijk te maken. Allerhande factoren, zoals omgeving, milieu en businesscase kunnen alsnog leiden tot een onhaalbaar project. Evaluatie/monitoring Het proces van het opstellen van de gebiedsvisie wordt intern geëvalueerd.

Voor wat betreft de participatie hebben we in ieder geval gemerkt dat deelname aan digitale gespreksessies tijdens de coronaperiode niet voor iedereen mogelijk was. Het biedt wel veel kansen om flexibel veel mensen te spreken. Voor degenen die daar behoefte aan hadden, is daarom op 7 oktober 2021 een fysieke bijeenkomst georganiseerd. Daarnaast bleek dat schriftelijke informatie per brief nog steeds gewenst is. Tegelijkertijd geldt ook dat de innovatieve digitale consultatie middels het Ireport en de vele gespreksronden (de zogenaamde binnenlabs, buitenlabs en openlabs) in een behoefte hebben voorzien en veel waardevolle informatie hebben opgeleverd. Financiën Het huidige voorstel heeft geen financiële consequenties. Voor de mogelijke budgettaire gevolgen voor de mobilieitstrategie zal zonodig een apart voorstel aan u worden voorgelegd. Juridische zaken De gebiedsvisie vormt het kader om ontwikkelingen in het gebied te sturen. De gebiedsvisie is een nadere uitwerking van de Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 en houdt rekening met de eisen uit de Omgevingswet. De planMER valt onder het juridische kader van de Wet Milieubeheer en is aan wettelijke vereisten gebonden. Duurzaamheid Voor de keuze van de alternatieven is het beoordelingskader van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau toegepast. Dat beoordelingskader is opgebouwd uit de lagen People, Planet, Profit.

Daarin worden thema’s en aspecten beoordeeld die betrekking hebben op:  Bewoners (people); zoals gezondheid en veiligheid.  Natuur, grondstoffen en klimaat (planet).  Economie, wonen en mobiliteit (profit). De klimaatvisie en het convenant natuur inclusief bouwen zijn meegenomen in de planMER en de gebiedsvisie. Er wordt bijvoorbeeld uitgegaan van vergroening van daken in combinatie met zonnepanelen. De Commissie mer adviseert hierover in een volgend omgevingsplan aandacht te besteden aan randvoorwaarden en stimuleringsmogelijkheden om dit te realiseren.

8/10

Communicatie/participatie na besluitvorming Publiciteit over de vaststelling verloopt via de elektronische bekendmaking, de Blauwkai, social media en het I-report Participatieplatform Rivieroevers Ridderkerk (ireporting.nl) De indieners van de zienswijzen ontvingen schriftelijk bericht over het college besluit op de nota van beantwoording en zullen schriftelijk worden geïnformeerd over uw raadsbesluit.

Burgemeester en wethouders van Ridderkerk, de secretaris,

de burgemeester,

dhr. H.W.J. Klaucke

mw. A. Attema

Bijlagen 1. Gebiedsvisie 2. PlanMER Gebiedsvisie Rivieroevers-concept definitief met bijlagen 3. Nota van antwoord zienswijzen met overzicht aanpassingen gebiedsvisie en planMER.pdf 4. Advies Commisse mer nr a3560ts.pdf 5. Overzicht aanpassingen planMER nav advies Commissie mer.pdf 6. Doorlopen participatietraject.pdf 7. Overzicht reacties interactieve kaart febr-mrt 2021.pdf 8. Zienswijzen 1 - 5.pdf 9. Zienswijze 6.pdf 10. Zienswijzen 7-9.pdf 11. Zienswijze 10.pdf 12. Zienswijze 12 -13 13. Zienswijze 11.pdf

9/10

CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Gebiedsvisie en planMER Rivieroevers

Gemeenteraad: 16 december 2021

Zaaknummer: 413710

Commissie samen wonen 2 december 2021

De raad van de gemeente Ridderkerk, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 2 november 2021, gelet op WRO, wet Milieubeheer, Algemene wet bestuursrecht.

BESLUIT: 1. De nota van antwoord zienswijzen gebiedsvisie en planMER vast te stellen.

2. De gebiedsvisie Rivieroevers en bijbehorende planMER gewijzigd vast te stellen overeenkomstig de bij dit besluit behorende documenten.

3. Het college de opdracht te geven met betrokken stakeholders een mobiliteitsstrategie op te stellen voorafgaand aan de eventuele realisatie van de drie aandachtsgebieden.

4. Het college de opdracht te geven de instelling van een gebiedsfonds voor te bereiden.

5. Het college de opdracht te geven een programmatische aanpak voor de uitvoering te onderzoeken.

10/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/782/documents/30535