Verzoek voorlopige voorziening 22-01-2026 - aanwijzing pZH woonruimtebemiddeling.pdf
Tekst van het document
Aangetekend en per Zivver: bestuursrechtspraak.veiligmailen@raadvanstate.nl Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Postbus 20019 2500 EA DEN HAAG
Remco Bäcker Advocaat | Partner backer@vandoorne.com 06 5342 6307
Datum 22 januari 2026
Hoogedelgestrenge Heer/Vrouwe,
Uw ref. 250919101
Namens cliënte het college van burgemeester en wethouders (het College) van de
Inzake Verzoek tot voorziening
gemeente Ridderkerk (de Gemeente), die in deze kwestie woonplaats kiest aan de een
voorlopige
Amstelveenseweg 683 te (Postbus 75625, 1070 AG) Amsterdam, ten kantore van Van Doorne N.V., van welk kantoor mr. R.J.G. Bäcker als advocaat-gemachtigde zal optreden en als zodanig dit verzoekschrift zal ondertekenen, bericht ik u als volgt. Het College heeft op 15 januari 2026 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 9 december 2025 met kenmerk PZH-2025-882624960 en DOS-2013-0009992 (het Bestreden Besluit) van het college van gedeputeerde staten van de provincie ZuidHolland (Gedeputeerde Staten). Een afschrift van het bezwaarschrift met de daaraan gehechte bijlagen (het Bezwaarschrift) gaat hierbij als Bijlage I. De inhoud van het Bezwaarschrift dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd als grondslag van dit verzoek. Achtergrond Bestreden Besluit en bezwaarschrift College Het Bestreden Besluit is door Gedeputeerde Staten genomen naar aanleiding van een verzoek daartoe van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Schiedam, Rotterdam, Vlaardingen en Voorne aan Zee (samen de Verzoekende Gemeenten en individueel ieder de Verzoekende Gemeente) bij brief van 7 oktober 2025.
De Gemeente en de Verzoekende Gemeenten werkten tot voor kort samen in het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (het Samenwerkingsverband) in het kader van woonruimtebemiddeling in de zin van de Huisvestingswet. Kenmerkend voor deze samenwerking was onder meer de keuze om in de Gemeente en in iedere Verzoekende Gemeente een wat betreft de woonruimteverdelingsregels uniforme c.q. gelijkluidende huisvestingsverordening vast te stellen.
Van Doorne N.V. Amstelveenseweg 638-710 1081 JJ Amsterdam Postbus 75265 1070 AG Amsterdam KvK Amsterdam 34199342
Van Doorne N.V. is de enige opdrachtnemer van alle werkzaamheden. Op deze werkzaamheden en alle rechtsverhoudingen met derden zijn van toepassing de Algemene Voorwaarden van Van Doorne N.V. en haar dochtermaatschappijen, waarin een beperking van aansprakelijkheid is opgenomen. Deze Voorwaarden die zijn gedeponeerd ter griffie van de rechtbank te Amsterdam, kunnen worden geraadpleegd op www.vandoorne.com en worden op verzoek toegezonden.
pagina 2 van 3
Gedurende de looptijd van de meest recente overeenkomst (de zogeheten Bestuursovereenkomst 2020) tussen de Gemeente en de Verzoekende Gemeenten is binnen de Gemeente geconstateerd dat de samenwerking met de Verzoekende Gemeenten in het Samenwerkingsverband leidde tot een disproportionele druk op de (sociale) woningmarkt van de Gemeente, zoals nader toegelicht in het Bezwaarschrift. De gemeenteraad van de Gemeente (de Raad) heeft mede hierom besloten dit samenwerkingsverband te verlaten, een lokale huisvestingsverordening op te stellen en een bijbehorend eigen woonruimtebemiddelingssysteem in te voeren. De Raad heeft het College als zodanig geïnstrueerd. Spoedeisend belang Het Bestreden Besluit bevat primair een aanwijzing gericht aan (het College van) de Gemeente om zich (weer) aan te sluiten bij de vermeende bestaande gemeenschappelijke regeling tussen de Gemeente en de Verzoekende Gemeenten en als zodanig tot die gemeenschappelijke regeling opnieuw toe te treden, althans daar weer deel van uit te gaan maken, dit met het doel een evenwichtige regionale verdeling van woonruimte (weer) mogelijk te maken.
Het Bestreden Besluit bevat tevens een secundaire aanwijzing, inhoudende dat voor zover de Gemeente of een Verzoekende Gemeente meent dat geen sprake is van een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wgr, het Bestreden Besluit een aanwijzing inhoudt voor de (colleges van burgemeester en wethouders van de) Gemeente en de Verzoekende Gemeenten om een gemeenschappelijke regeling in de zin van de Wgr tot stand te doen komen, wederom met het doel een evenwichtige regionale verdeling van woonruimte mogelijk te maken. In het Bestreden Besluit geven Gedeputeerde Staten een termijn van twee maanden, binnen welke termijn de gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de (primaire dan wel secundaire) aanwijzing aan Gedeputeerde Staten toegezonden moet worden. Deze termijn verloopt derhalve op 9 februari 2026. Het College kan zich niet verenigen met het Bestreden Besluit en heeft om die reden tijdig bezwaar hiertegen ingesteld door middel van het als bijlage 1 aan dit verzoekschrift gehechte bezwaarschrift. In dat kader heeft het College er belang bij dat de tenuitvoerlegging van het Bestreden Besluit wordt geschorst doordat een voorlopige voorziening wordt ingesteld. Dit licht het College in het hiernavolgende toe.
Allereerst volgt uit artikel 100 lid 1 van de Wgr dat, indien niet binnen de door Gedeputeerde Staten gestelde termijn aan de aanwijzing gevolg wordt gegeven, Gedeputeerde Staten verplicht zijn uiterlijk binnen zes maanden na het verstrijken van de termijn een regeling op te leggen overeenkomstig de aanwijzing. Artikel 100 Wgr is imperatief geformuleerd. Dit betekent dat indien niet uiterlijk 9 februari 2026 aan de primaire of secundaire aanwijzing uit het Bestreden Besluit gevolg wordt gegeven, de Gemeente vanaf 10 februari 2026 geconfronteerd kan worden met een door Gedeputeerde Staten opgelegde gemeenschappelijke regeling waaraan zij geenszins deel wenst te nemen. Een dergelijke oplegging zou een verregaande inbreuk maken op de bestuurlijke autonomie van de Gemeente en het democratisch gelegitimeerde besluitvormingsproces binnen de Gemeente.
pagina 3 van 3
Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten een onrealistische en onevenredige termijn gesteld om aan de aanwijzingen in het Bestreden Besluit te voldoen. Een termijn van slechts twee maanden is volstrekt onrealistisch om aan het Bestreden Besluit te voldoen. Dit geldt temeer nu een deel van deze termijn valt in de periode van het winterreces van alle betrokken gemeenten. Gedeputeerde Staten hebben deze omstandigheid in het geheel niet (kenbaar) meegewogen bij de vaststelling van de termijn. Bovendien hebben Gedeputeerde Staten in het geheel niet gemotiveerd waarom een dermate korte termijn noodzakelijk zou zijn, terwijl de wet voorziet in een (maximale) periode van zes maanden. Daarbij komt dat in de Gemeente momenteel het lokale woonruimtebemiddelingssysteem nog helemaal niet van kracht is, zodat geen sprake is van enige urgentie die een dermate korte termijn zou rechtvaardigen c.q. vereisen. Het College heeft (dus) een spoedeisend belang bij schorsing van het Bestreden Besluit. Zonder schorsing dreigt de Gemeente op zeer korte termijn (namelijk mogelijk vanaf 10 februari 2026) verplicht te worden tot het aangaan van een gemeenschappelijke regeling die haaks staat op de democratisch gelegitimeerde beslissing van de Raad om een lokale huisvestingsverordening op te stellen en om een bijbehorend eigen woonruimtebemiddelingssysteem in te voeren.
Deze beslissing is genomen na zorgvuldige afweging van de belangen van de inwoners van de Gemeente, die te kampen hebben met een disproportionele druk op de woningmarkt als gevolg van het huidige regionale systeem en (daardoor) zeer lange wachttijden. Verzoek om voorlopige voorziening Het College is van oordeel dat het bezwaarschrift en de gronden van dit verzoek reeds voldoende aanleiding bieden om de gevraagde voorlopige voorziening toe te wijzen. Gelet op het voorgaande verzoekt het College u bij wijze van voorlopige voorziening de werking van het Bestreden Besluit te schorsen tot zes weken na de te nemen beslissing op bezwaar, althans een zodanige voorziening te treffen als u in dit geval geraden acht, alsmede Gedeputeerde Staten te veroordelen tot vergoeding van de kosten die het College redelijkerwijs in verband met de behandeling van dit verzoek heeft moeten maken. Het voor de behandeling van dit verzoek verschuldigde griffierecht kunt u in rekening-courant met mijn kantoor verrekenen. Hoogachtend,
Van Doorne N.V. Remco Bäcker