CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening woonruimtebemiddeling Ridderkerk 2026.pdf

Commissie Samen wonen RK 27 november 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 5: Verordeningen Woonruimtebemiddeling9.726 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

e. de wijze en punten waarop het experiment geëvalueerd wordt. 2. Bij zijn besluit inzake het aangaan van de experimentenovereenkomst neemt het college van burgemeester en wethouders de belangen van een evenwichtige, rechtvaardige, doelmatige en transparante verdeling van woonruimte in acht. Paragraaf 5.2. Registratie, monitoring en afstemming Artikel 5.2.1. Registratie en monitoring van vraag, aanbod en verhuringen van woonruimten van corporaties 1. Corporaties en het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk dragen gezamenlijk zorg voor de registratie van vraag, aanbod en verhuringen van de onder de werking van hoofdstuk 2 van deze verordening vallende woonruimten van corporaties. 2. Het in artikel 5.2.2 bedoelde overleg bepaalt in welke gegevens en ontwikkelingen, te herleiden uit de in het eerste lid bedoelde registratie, per kalenderjaar door middel van de "Monitor woonruimtebemiddeling gemeente Ridderkerk" inzicht wordt geboden. 3. Het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk draagt zorg voor de samenstelling van de in lid 2 bedoelde "Monitor woonruimtebemiddeling gemeente Ridderkerk". De monitor van een kalenderjaar wordt uiterlijk op: a. 1 juni van het daaropvolgende jaar toegezonden aan de corporaties en het college van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland; en b.

1 juni van het daaropvolgende jaar gepubliceerd op de website van de gemeente. 4. Het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk draagt zorgt voor een instrument dat voorziet in alle voor corporaties relevante informatie uit het aanbodinstrument. In het in artikel 5.2.2 genoemde overleg wordt nader bepaald welke informatie relevant wordt geacht. Artikel 5.2.2. Overleg naar aanleiding van monitoring 1. Corporaties gezamenlijk en het college van burgemeester en wethouders voeren ten minste éénmaal per kalenderjaar overleg over de in artikel 5.2.1, tweede lid, bedoelde monitor. Het college van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland wordt uitgenodigd zich daarbij te laten vertegenwoordigen. 2. Tenminste éénmaal per kalenderjaar wordt tussen college van burgemeester en wethouders en de in de gemeente actieve woningcorporaties overleg gevoerd over de woonruimtebemiddeling in het lopende kalenderjaar, over actuele thema’s in het kader van de woonruimteverdeling en over eventuele benodigde bijsturing. Paragraaf 5.3. Handhaving Artikel 5.3.1. Bestuurlijke boete 1. Overtreding van de verboden bedoeld in artikel 8 van de wet kan worden beboet met een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 35 van de wet. 2. De in het vorige lid bedoelde bestuurlijke boete bedraagt: a.

voor overtredingen van het verbod bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet € [eerste categorie, per 1 januari 2024 is dat € 515]; b. voor overtredingen van het verbod bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet € [vierde categorie, per 1 januari 2024 is dat € 25.750]. 3. In afwijking van het vorige lid, onder b, bedraagt de bestuurlijke boete voor een overtreding van het verbod bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet € [vijfde categorie, per 1 januari 2024 is dat € 103.000] indien binnen een tijdvak van vier jaar 23

voorafgaand aan een constatering door een toezichthouder van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod.

Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen Paragraaf 6.1. Overgangsbepalingen Artikel 6.1.1. Overgangsbepaling voor aanvragen Indien op het moment waarop deze verordening in werking treedt nog niet besloten is op een aanvraag om een huisvestingsvergunning of een aanvraag om een urgentieverklaring, die is ingediend terwijl de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 nog van kracht was, wordt op die aanvraag beslist overeenkomstig het bepaalde in de Verordening woonruimtebemiddeling Ridderkerk 2026. Artikel 6.1.2 Overgangsbepalingen voor inschrijfduur 1. De woningzoekende behoudt de inschrijfduur die is opgebouwd bij Woonnet Rijnmond, wanneer de woningzoekende zich binnen een jaar nadat deze verordening van kracht wordt, heeft ingeschreven in het aanbodinstrument zoals bedoeld in artikel 2.2.3. van Ridderkerk. Bij inschrijving in het aanbodinstrument zoals bedoeld in 2.2.3. op een latere datum het jaar voornoemd, vervalt de inschrijfduur opgebouwd bij Woonnet Rijnmond, bij de berekening van de inschrijfduur in Ridderkerk. Artikel 6.1.3. Overgangsbepalingen voor urgentieverklaringen 1.

Indien de aanvraag tot een urgentieverklaring wel is ontvangen voordat deze verordening in werking trad, maar hierop nog niet is besloten door het college van burgemeester en wethouders, op het moment van inwerkingtreding van deze verordening, wordt de aanvraag overeenkomstig het bepaalde in deze verordening behandeld. 2. Op de urgentieverklaring die is verleend voorafgaand aan het moment van inwerkingtreding van deze verordening, blijft de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025, zoals vastgesteld door de gemeenteraden van Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee van toepassing voor de duur waarop de urgentie is verleend. 3.

Een woningzoekende woonachtig buiten Ridderkerk met een urgentieverklaring verleend op grond van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025, zoals vastgesteld door de gemeenteraden van Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee, waarin Ridderkerk tot het zoekgebied behoort, behoudt Ridderkerk als zoekgebied, voor de duur waarop de urgentieverklaring geldig is indien deze urgentieverklaring is afgeven voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Verordening Woonruimtebemiddeling Ridderkerk 2026. 4. Een urgentieverklaring waarmee een woningzoekende is ingedeeld in een kolom bedoeld in artikel 2.2.6 van de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025, zoals vastgesteld door de gemeenteraden van Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Rotterdam, is 24

gelijkgesteld aan de in paragraaf 3.4 van deze verordening opgenomen urgentiecategorieën en de daarbij genoemde categorie woningzoekenden.

Artikel 6.1.4. Overgangsbepaling voor huisvestingsvergunningen Na inwerkingtreding van deze verordening blijven de onder de eerder geldende regels verstrekte huisvestingsvergunningen van kracht tot het moment waarop die huisvestingsvergunningen eindigen. Paragraaf 6.2. Slotbepalingen Artikel 6.2.1. Intrekking van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 De Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 wordt ingetrokken. Artikel 6.2.2. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening wordt aangehaald als Verordening woonruimtebemiddeling gemeente Ridderkerk 2026. 2. Deze verordening treedt in werking op de dag nadat hij is bekend gemaakt. 3. Deze verordening vervalt vier jaar na het tijdstip van haar inwerkingtreding 4. Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 per gelijke datum ingetrokken. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 december 2025. De griffier,

De voorzitter

mr. O. Vliegenthart

dhr. C.A. Oosterwijk

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1193/documents/42084