CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening markt- en standplaatsgelden 2026.pdf

Commissie Samen wonen RK 27 november 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 6: Vaststelling belastingverordeningen en -tarieven 20261.108 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening Onderwerp: Verordening heffing en invordering van markt- en standplaatsgelden 2026

Gemeenteraad: 11 december 2025

Zaaknummer: 2025-062524

Commissie: Samen wonen 27 november 2025

De raad van de gemeente Ridderkerk; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2025; gelet op het advies van de commissie Samen wonen van 27 november 2025; Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; BESLUIT: Vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van markt- en standplaatsgelden 2026 (Verordening markt- en standplaatsgelden 2026) Hoofdstuk 1: Marktgelden Artikel 1 Belastbaar feit Voor het gebruik of genot van een standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen of voorwerpen, op het krachtens de “Marktverordening 2012” aangewezen marktterrein, wordt onder de naam van “marktgeld” een recht geheven, overeenkomstig de navolgende bepalingen. Artikel 2 Belastingplicht Het marktgeld wordt geheven aan degene, die het in artikel 1 omschreven gebruik of genot heeft. Artikel 3 Maatstaf van heffing 1. Maatstaf van heffing voor de berekening van het marktgeld is het aantal ingenomen m2 oppervlakte van de standplaats met een tent, kraam, verkoopwagen of ander soortgelijke inrichting. 2. Gedeelten van een m2 worden voor de toepassing van het tarief niet berekend. 3. Indien naast het innemen van een standplaats ook gebruik wordt gemaakt van een energieaansluiting worden de tarieven, genoemd in artikel 4, in rekening gebracht. . Artikel 4 Tarieven marktgelden 1.

Voor het innemen van een standplaats met een tent, kraam, verkoopwagen of andere soortgelijke inrichting per vierkante meter (m2): Per marktdag of gedeelte daarvan Per kalenderkwartaal Per kalenderhalfjaar Per kalenderjaar

€ 2,29 € 15,08 € 27,34 € 52,13

Pagina 1 van 4

2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid bedraagt het tarief voor het gebruik van energie: 16 ampère per marktdag of een gedeelte daarvan per kalenderkwartaal per kalenderhalfjaar per kalenderjaar

Bedrag in €: 3,90 47,36 94,30 188,19

32 ampère per marktdag of een gedeelte daarvan per kalenderkwartaal per kalenderhalfjaar per kalenderjaar

7,48 94,30 188,19 376,69

Artikel 5 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Wijze van heffing Het marktgeld wordt geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Hoofdstuk 2 Standplaatsgelden Artikel 7 Belastbaar feit Voor het hebben of innemen van een standplaats als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening wordt onder de naam van “standplaatsgeld” een recht geheven, overeenkomstig de navolgende bepalingen. Artikel 8 Belastingplicht Het standplaatsgeld wordt geheven aan degene, die het in artikel 7 omschreven gebruik of genot heeft. Artikel 9 Maatstaf van heffing 1. Maatstaf van heffing voor de berekening van het standplaatsgeld is het aantal ingenomen m2 oppervlakte van de standplaats met een tent, kraam, verkoopwagen of ander soortgelijke inrichting. 2. Gedeelten van een m2 worden voor de toepassing van het tarief niet berekend. 3. Indien naast het innemen van een standplaats ook gebruik wordt gemaakt van een energieaansluiting worden de tarieven, genoemd in artikel 10, in rekening gebracht Artikel 10 Tarieven standplaatsgelden 1.

Het tarief voor het innemen van een standplaats bedraagt: Bedrag in €: per dag voor de eerste 5 m2 7,77 plus voor elke m2 meer 2,00 per week voor de eerste 5 m2 29,60 plus voor elke m2 meer 7,24 per maand voor de eerste 5 m2 73,69 plus voor elke m2 meer 14,91 per half jaar voor de eerste 5 m2 176,75 plus voor elke m2 meer 35,06 per jaar voor de eerste 5 m2 291,41

Pagina 2 van 4

plus voor elke m2 meer

58,36

2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid bedraagt het tarief voor het gebruik van energie: 16 ampère Bedrag in €: per dag of een gedeelte daarvan 3,99 per kalenderkwartaal 48,50 per kalenderhalfjaar 96,56 per kalenderjaar 192,71 32 ampère per dag of een gedeelte daarvan per kalenderkwartaal per kalenderhalfjaar per kalenderjaar

7,66 96,56 192,71 385,73

Hoofdstuk 3 Voorwerpen op of aan de weg Artikel 11 Belastbaar feit Voor voorwerpen op of aan de weg als bedoeld in artikel 2:10 van de Algemene Plaatselijke Verordening wordt onder de naam van “voorwerp op of aan de weg” een recht geheven, overeenkomstig de navolgende bepalingen. Artikel 12 Belastingplicht Het recht wordt geheven aan degene, die het in artikel 11 omschreven gebruik of genot heeft. Artikel 13 Maatstaf van heffing 1. Maatstaf van heffing is van toepassing, per object, op voorwerpen die op of aan de weg geplaatst kunnen worden. Voorbeelden hiervan zijn: containers, (bouw)kranen, bouwketen, portacabins, hijskranen en hoogwerkers. 2. Uitgezonderd van maatstaf van heffing zijn containers en big bags die korter dan 30 dagen op of aan de weg staan. Dit zoals vastgesteld in het ‘aanwijzingsbesluit artikel 2:10 Algemene Plaatselijke Verordening Ridderkerk 2020’.

Artikel 14 Tarieven heffing De volgende tarieven worden gehanteerd voor een ‘’voorwerp op of aan de weg’’: Het tarief voor het gebruik van de openbare weg Bedrag in €: voor het plaatsen van een object, per object: Per dag 30,41 Per week 46,49 Hoofdstuk 4 Aanvullende bepalingen Artikel 15 Teruggaaf Indien de belastingplichtige door omstandigheden onafhankelijk van zijn wil, geen gebruik meer kan maken van een standplaats waarvoor het standplaats- of marktgeld voor ten minste een kalenderhalfjaar is voldaan, wordt de aanslag naar tijdsduur verminderd indien binnen twee maanden na afloop van het gebruik daarom schriftelijk een aanvraag wordt ingediend, met dien verstande dat bij het bepalen van het tijdvak uitsluitend volle kalendermaanden in aanmerking worden genomen. Artikel 16 Kwijtschelding Bij de invordering van de hierboven genoemde tarieven wordt geen kwijtschelding verleend.

Pagina 3 van 4

Artikel 17 Bevoegdheid college van burgemeester en wethouders 1. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de hierboven genoemde tarieven. 2. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van de tarieven die zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 18 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening markt- en standplaatsgelden 2025” wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid van dit artikel genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 3. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening markt- en standplaatsgelden 2026”. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Ridderkerk van 11 december 2025. de griffier,

de voorzitter,

mr. O. Vliegenthart

dhr. C.A. Oosterwijk

Pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1193/documents/42096