CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Vastgestelde Nota reserves en voorzieningen 2021-2024.pdf

Gemeenteraad RK 11 februari 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 6: Nota reserves en voorzieningen 2021-2024 Ridderkerk9.961 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota reserves en voorzieningen Ridderkerk 2021 – 2024 11 februari 2021

1

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 3

2.

Samenvatting kaders, voorstellen en financiële gevolgen .............................................................. 3 Samenvatting kaders ........................................................................................................................... 3 Samenvatting voorstellen .................................................................................................................... 4

3.

Wettelijk kader vorming reserves .................................................................................................... 5 Functie reserves .................................................................................................................................. 5 Wettelijk kader ..................................................................................................................................... 5 Inzet reserves ...................................................................................................................................... 5

4.

Wettelijk kader vorming voorzieningen ............................................................................................ 6

5.

Indeling reserves binnen Ridderkerk ............................................................................................... 7

6.

Specifieke kaders reserves binnen Ridderkerk ............................................................................... 8

7.

Indeling voorzieningen binnen Ridderkerk ...................................................................................... 8

8.

Nut en noodzaak reserves en voorzieningen ................................................................................ 10 Algemene reserve ............................................................................................................................. 10 Dekkingsreserves (geen) ................................................................................................................... 10 Onderhoudsreserves ......................................................................................................................... 11 (Overige) bestemmingsreserves ....................................................................................................... 12 Afschrijvingslastenreserves (naamswijziging – voorheen Kapitaallastenreserves ........................... 14 Voorzieningen .................................................................................................................................... 16

9.

Cijfermatig beeld Reserves ........................................................................................................... 17

10.

Cijfermatig beeld Voorzieningen ................................................................................................ 19

11.

Toerekening rente (bespaarde rente) ........................................................................................ 20

Rente t.a.v. reserves ......................................................................................................................... 20 Rente t.a.v. voorzieningen ................................................................................................................. 20

2

1. Inleiding Het doel van deze nota is dat de gemeenteraad kaders voor de vorming van een verantwoorde reserve- en voorzieningenpositie vaststelt. Het voorkomen dat er overal potjes voor worden gevormd die niet echt nodig zijn, is daarbij een belangrijk uitgangspunt. Er wordt ingegaan op de begrenzing van de gemeentelijke reservepositie waaronder de Algemene reserve. Ook geeft de nota zicht op nut en noodzaak (concrete bestedingsdoelen) en (totale) omvang van de reserves en voorzieningen. Het belangrijkste verschil tussen reserves en voorzieningen is dat reserves tot het eigen vermogen van de gemeente behoren en voorzieningen tot het vreemd vermogen. De beleidsvrijheid/ invloed van de gemeenteraad is bij reserves dan ook groter dan bij voorzieningen. Dit vindt zijn oorsprong in de dwingende wettelijke regelgeving voor voorzieningen. Hieruit blijkt dat in specifieke situaties het verplicht is voorzieningen te treffen. Het instellen van reserves om beleid te realiseren behoort tot de keuzevrijheid van de gemeenteraad. Het beleid ten aanzien van reserves en voorzieningen is een verantwoordelijkheid van de gemeenteraad. Daarbij moet voldaan worden aan datgene wat hierover is vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten inclusief actuele berichtgeving vanuit de commissie BBV.

In de Financiële verordening Ridderkerk 2017 is aangegeven dat het college de nota opstelt en dat de gemeenteraad deze vaststelt. Deze nieuwe nota strekt zich uit over de periode 2021 t/m 2024 en vervangt de ‘Nota reserves en voorzieningen 2016-2019’ (raadsbesluit 1085767 van 26 mei 2016).

2. Samenvatting kaders, voorstellen en financiële gevolgen Samenvatting kaders In deze samenvatting zijn de kaders opgenomen die expliciet voor Ridderkerk gelden. De wettelijke verplichtingen vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn voor reserves in hoofdstuk 3 en voor voorzieningen in hoofdstuk 4 opgenomen. Kader 1: Onder- en bovengrens Algemene reserve  een (harde) ondergrens vast te stellen van € 20.000.000.  een (harde) bovengrens vast te stellen gebaseerd op 2x de ondergrens zijnde € 40.000.000, dit als signaalfunctie en dit gedurende twee jaar te volgen. Kader 2: Incidentele lasten t.l.v. reserves Naast het wettelijk verplicht verrekenen van het jaarresultaat met de Algemene reserve is de insteek om alleen incidentele lasten te dekken uit reserves. Hiermee wordt voorkomen dat het saldo van de begroting te veel wordt beïnvloed door eenmalige lasten. Het doet ook recht aan het algemene dekkingsprincipe om structurele lasten met structurele baten af te dekken. Kader 3 Onderbouwing met bestedingsplan Het (bestedings)doel van de bestemmingsreserve wordt vastgelegd bij de vorming van de reserve en onderbouwd met een bestedingsplan dat naar zijn aard een incidenteel karakter heeft. Bij de vorming van de bestemmingsreserve wordt zo goed als mogelijk de looptijd bepaald.

Kader 4: Prudent maar wel flexibel omgaan met vorming afschrijvingslastenreserve en de reserve ‘Overrente’ Vanwege het terugkerende karakter van vervangingsinvesteringen moet met het instellen van afschrijvingslastenreserves en de reserve ‘Overrente’ prudent worden omgegaan. De begroting moet niet gewend raken aan structurele bijdragen uit reserves voor toekomstige en (steeds) terugkerende vervangingen. Daarnaast kan het echter van belang zijn om flexibiliteit in de begroting te houden en in sommige gevallen toch wel deze reserves te vormen. Dit geldt dan vooral voor nieuwe investeringen, niet zijnde vervangingsinvesteringen, die specifiek een verandering zijn en over het algemeen een éénmalig karakter vertonen. Hiermee kunnen incidentele middelen (zoals bijvoorbeeld de ontvangen Enecogelden) voor structurele dekking in de begroting zorgen.

3

Kader 5: Besluiten tot vrijvallen van restant (bestemmings)reserves Na verstrijken van de afgesproken looptijd of vervallen van het concrete bestedingsdoel valt een (restant)saldo in de reserve (automatisch) vrij ten gunste van de Algemene reserve. Indien bij het verstrijken van de looptijd of het vervallen van het huidige bestedingsdoel geconstateerd wordt dat eventuele restantmiddelen langer of voor een ander bestedingsdoel nodig zijn, dan is hiervoor een nieuw raadsbesluit nodig waarbij het (nieuwe) doel, de omvang en de looptijd opnieuw worden afgewogen. Kader 6: Geen rente toerekenen aan reserves Binnen Ridderkerk wordt geen rente toegerekend aan reserves op aangeven van de commissie BBV. Kader 7: Geen rente toerekenen aan voorzieningen m.u.v. voorziening onderhoud graven Binnen Ridderkerk wordt geen rente toegerekend aan voorzieningen omdat dit volgens de BBV niet is toegestaan. Enige uitzondering is als de waardering is gebaseerd op contante waarde zoals dit bij de voorziening onderhoud graven 10/20 jaar het geval is.

Samenvatting voorstellen Voorstel 1: Vastellen van deze nota reserves en voorzieningen 2021-2024 Ridderkerk met de daarin opgenomen kaders Vastellen onder- en bovengrens Algemene reserve Bij de vorige nota uit 2016 is het plafond (als ondergrens) van de Algemene reserve bepaald op € 20 miljoen. Van een bovengrens was nog geen sprake. In deze nota wordt voorgesteld om: Voorstel 2: een (harde) ondergrens vast te stellen van € 20.000.000. Voorstel 3: een (harde) bovengrens vast te stellen gebaseerd op 2x de ondergrens zijnde € 40.000.000, dit als signaalfunctie en dit gedurende twee jaar te volgen. Voor een verdere toelichting op deze grenzen en hoe hier praktisch mee om te gaan wordt verwezen naar hoofdstuk 8 bij het onderdeel Algemene reserve. Voorstel 4: Opheffen reserves bij de Jaarrekening 2020 In deze nota wordt voorgesteld om de volgende (onnodige) reserves op te heffen voor een totaalbedrag van € 2.492.200 ten gunste van de Algemene reserve en dit (voor de definitieve bedragen) te effectueren bij de Jaarrekening 2020: 1. Reserve Openbare Verlichting – begroot restant van € 755.700. 2. Reserve Speelterreinen – begroot restant van € 192.600. 3. Reserve (toeristische) Overstapplaats Deltapoort – begroot restant van € 1.270.000. 4. Reserve Omgevingslawaai – begroot restant van € 7.900. 5. Reserve Welzijns- en sportbeleid Facet – begroot restant van € 266.000.

Voor een nadere toelichting zie hoofdstuk 8 bij de betreffende reserve. Voorstel 5: Benaming Afschrijvingslastenreserves Omdat we geen rente toevoegen aan reserves en we alleen afschrijvingen van aangewezen investeringen afdekken met zgn. Kapitaallastenreserves noemen we deze voortaan Afschrijvingsreserves. Dit om verwarring te voorkomen. Voor een nadere toelichting zie hoofdstuk 3 bij het onderdeel Inzet reserves.

Samenvatting financiële gevolgen 1. Het totaal (begrote) restantbedrag van de op te heffen reserves bedraagt per 31-12-2020 € 2.492.200 en zal bij de Jaarrekening 2020 met de definitieve restantbedragen per reserve naar de Algemene reserve worden overgebracht. 2. Om het vervallen van de reserves voor onderhoud Openbare verlichting (€ 755.700 naar Algemene reserve) en Speelterreinen (€ 192.600 naar Algemene reserve) op te kunnen vangen is structureel een bedrag in de begroting nodig van in totaal € 29.900 (€ 74.900 meer voor Openbare verlichting en € 45.000 minder voor Speelterreinen). Dit zal in de 1e Tussenrapportage 2021 worden verwerkt.

4

3. Wettelijk kader vorming reserves Functie reserves In het algemeen kunnen reserves de volgens functies vervullen: 1. Bufferfunctie. Van deze functie is sprake wanneer een reserve is gevormd voor het opvangen van onvoorziene zaken. Als de onvoorziene zaak zich voordoet hoeft voor het bedrag dat wordt onttrokken aan de reserve geen beslag gelegd te worden op de exploitatie. 2. Inkomensfunctie. Over het Eigen vermogen mag (bespaarde)rente worden berekend. Deze kan als resultaatbestemming aan het vermogen worden toegevoegd of (deels) als structureel dekkingsmiddel worden ingezet. Deze systematiek creëert een fictieve rentelast en leidt tot (onnodig) opblazen van de lasten. Mede op advies van de commissie BBV rekenen wij daarom al jaren geen rente toe aan onze reserves. 3. Bestedingsfunctie. Bestemmingsreserves worden gevormd voor bepaalde specifieke bestemmingen en door de gemeenteraad vastgesteld. Ze worden gevoed vanuit de exploitatie of vanuit de Algemene reserve. 4. Egalisatiefunctie. Reserves kunnen worden gevormd om tarieven of baten en lasten over de jaren heen gelijkmatig te verdelen. Pieken en dalen in de exploitatie kunnen zodoende worden vermeden. 5. Spaarfunctie. Reserves kunnen in het leven worden geroepen om te ‘sparen’ voor dekking van toekomstige lasten van beleidsdoelen.

Wettelijk kader Wanneer de gemeente hoge kosten voor een bepaald beleidsveld verwacht, kan zij er voor kiezen om hierop te anticiperen door het instellen van een reserve. Reserves vormen het eigen vermogen van de gemeente. De algemene reserve vormt samen met de post voor onvoorziene uitgaven het weerstandsvermogen. Hierop liggen geen concrete claims. Ze worden uitsluitend aangesproken in het geval dat de begroting en eventuele bestemmingsreserves geen oplossing bieden voor een financiële tegenvaller. De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om reserves in te stellen en op te heffen binnen de grenzen van de wettelijke regelgeving, zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Op grond hiervan besluit de gemeenteraad ook over de stortingen en/of onttrekkingen aan de reserves. De geraamde onttrekkingen en stortingen worden opgenomen in de jaarlijkse begroting van enig jaar en worden met het vaststellen van de begroting door de gemeenteraad bekrachtigd. In de reguliere P&C-instrumenten (begrotingswijzigingen) wordt gerapporteerd over afwijkingen rond deze onttrekkingen en toevoegingen. In het BBV worden twee typen reserves voorgeschreven: 1. Algemene reserves. 2. Bestemmingsreserves. In hoeverre binnen deze twee categorieën een nadere onderverdeling wordt gemaakt, is de vrijheid van de desbetreffende gemeente (zie hoofdstuk 5).

Ook is wettelijk vastgelegd dat het jaarlijkse jaarrekeningresultaat wordt verrekend met de Algemene reserve. De gemeenteraad kan bij het vaststellen van de jaarrekening besluiten om het jaarresultaat (deels) ook op een andere manier te bestemmen.

Inzet reserves De volgende voorschriften zijn wettelijk bepaald als het om de inzet van reserves gaat: o.a. in BBV-notitie Materiële vaste activa van januari 2020: Materiële Vaste Activa · Commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) en Incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018: Incidentele baten en lasten · Commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording)

5

 

Onttrekking van de rente uit de bestemmingsreserve kapitaallasten is alleen mogelijk indien er bespaarde rente over het saldo van deze reserve wordt toegevoegd. Wanneer er geen bespaarde rente wordt toegevoegd, dan kan alleen de jaarlijkse afschrijving onttrokken worden aan deze reserve. Omdat wij sinds de vorige nota geen bespaarde rente meer toevoegen aan reserves geldt voor Ridderkerk alleen de dekking van de afschrijvingslasten. Daarom noemen wij deze voortaan Afschrijvingslastenreserves. Deze benaming zal vanaf de Jaarrekening 2020 in de P&C-documenten worden aangepast. Onttrekking aan een bestemmingsreserve mag niet rechtstreeks plaatsvinden ten gunste van een investering. Dekking dient plaats te vinden via de exploitatie als dekking van de jaarlijkse (totale) afschrijvingslasten van die investering (bestemmingsreserve afschrijvingslasten). Een bestemmingsreserve afschrijvingslasten moet van voldoende omvang zijn om de afschrijvingslasten gedurende de gehele vastgestelde afschrijvingsperiode aan de reserve te kunnen onttrekken. Wanneer het saldo van de afschrijvingen minder is dan de afschrijvingslasten van de desbetreffende activa, dan kunnen de lasten slechts naar rato aan de bestemmingsreserve worden onttrokken. Wanneer de investering vertraging oploopt zal de onttrekking evenredig lager zal zijn en vice versa.

In principe zijn alle toevoegingen en onttrekkingen aan reserves incidenteel van aard. De afschrijvingslastenreserves en de reserve ‘Overrente’ vormen hierop de enige uitzonderingen. Door deze apart te benoemen is het duidelijk dat de dekking een structureel karakter heeft. De looptijd van de ingestelde reserve is gelijk aan de afschrijvingstermijn van de geactiveerde investering of resterende gemiddelde looptijd van de leningenportefeuille waarover de boeterente van toepassing zou zijn. Op die manier heeft een en ander geen invloed op het structurele begrotingssaldo.

4. Wettelijk kader vorming voorzieningen Ook de vorming van een voorziening kan plaatsvinden op basis van de verwachting dat er grote uitgaven opkomst zijn. Echter, de vorming van voorzieningen is wettelijk veel dwingender voorgeschreven dan bij reserves. Deze uitgaven worden gezien als onvermijdelijke verplichtingen. Vandaar dat voorzieningen tot het vreemd vermogen behoren. Het BBV schrijft het volgende voor: 1. Voorzieningen worden gevormd wegens: a) verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; b) op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; c) kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren; d) de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven (b.v. voor investeringen in rioleringen). 2. Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden (zoals rioolrecht en afvalstoffenheffing). Het is de gemeenteraad die de voorzieningen instelt of opheft.

Vanwege het dwingende wettelijke karakter van de voorzieningen, is hier in de regel geen ruimte om af te wijken van hetgeen wordt voorgesteld. Het vormen van een voorziening wordt daarom vanuit praktisch oogpunt bij de verschillende planning- en control-instrumenten aan de gemeenteraad voorgelegd. De vorming van een nieuwe voorziening waaraan een beleidswijziging ten grondslag ligt (bijvoorbeeld het vormen van een nieuwe meerjarenonderhoudsvoorziening) vergt een expliciet raadsbesluit. In de begroting wordt jaarlijks een overzicht opgenomen van de beoogde dotaties en inzet van de voorzieningen.

6

5. Indeling reserves binnen Ridderkerk Om het inzicht in de reserves te vergroten en omdat de bestemmingsreserves uiteenlopende bestedingsdoelen hebben, is er binnen Ridderkerk een nadere indeling aangebracht: A. Algemene reserve De Algemene reserve vormt een belangrijk onderdeel van het weerstandsvermogen van de gemeente. Deze dient om middelen zonder bestemming achter de hand te hebben die als dekkingsmiddel kunnen worden ingezet. Dit kan gaan om onverwachte tekorten, ruimte voor nieuw beleid en het opvangen van risico’s die zijn beschreven in de paragraaf Weerstandsvermogen. B. Bestemmingsreserves De bestemmingsreserves worden binnen Ridderkerk in een viertal groepen onderverdeeld: B1. Dekkingsreserves B2. Afschrijvingslastenreserve (gekoppeld aan de afschrijvingslasten van investeringen) B3. Onderhoudsreserves B4. Overige bestemmingsreserves B1. Dekkingsreserves Het gaat hier om reserves die mogelijk kunnen worden gevormd om de exploitatie (structureel) sluitend te maken. In 2014 is besloten om hier niet langer gebruik van te maken. De Dekkingsreserve 2004 is daarom versneld afgebouwd. Bij de jaarrekening 2019 is dit inmiddels geformaliseerd en heeft de gemeenteraad besloten deze dekkingsreserve op te heffen. B2.

Afschrijvingslastenreserve (gekoppeld aan investeringen) Indien er inzet van eigen middelen gewenst is bij bepaalde investeringen dan is wettelijk voorgeschreven dit via zogenaamde kapitaallastenreserves te doen (zie hoofdstuk 3b). Binnen Ridderkerk dekken wij uitsluitend de afschrijvingslasten af (dus geen rentelasten). Vanwege het terugkerende karakter van vervangingsinvesteringen moet met het instellen van afschrijvingslastenreserves prudent worden omgegaan. De begroting moet niet in te sterke mate afhankelijk worden aan bijdragen uit reserves voor toekomstige en (steeds) terugkerende vervangingen. Daarnaast kan het van belang zijn om flexibiliteit in de begroting te houden en in sommige gevallen toch wel afschrijvingslastenreserves te vormen. Dit geldt dan vooral voor nieuwe investeringen, niet zijnde vervangingsinvesteringen, die specifiek een verandering zijn en over het algemeen een éénmalig karakter vertonen. Binnen Ridderkerk zijn diverse afschrijvingslastenreserves gevormd. Zo worden bijvoorbeeld investeringen in nieuwbouw van gebouwen met een eenmalige inzet van de reserve meerjarig (grotendeels) gedekt tot het einde van de afschrijvingstermijn. B3. Onderhoudsreserves Voor enkele beleidsterreinen op het gebied van groot onderhoud zijn binnen Ridderkerk reserves gevormd.

De verplichtingen voor groot onderhoud worden gebaseerd op een MeerjarenOnderhoudsPlanning (MJOP). Ieder jaar wordt bekeken of deze reserves voldoende van omvang zijn. Het gaat met name om onderhoud in de openbare ruimte en (sport)gebouwen. Gezien het grillige verloop van de kosten kunnen de fluctuaties van jaar op jaar groot zijn. De lasten voor de begroting worden met de werking van de reserve dan geëgaliseerd. De laatste jaren zijn enkele onderhoudsreserves opgeheven (zoals voor onderhoud Watergangen in de Jaarrekening 2019) omdat de lasten een vrij constant beeld vormden. Ook werden niet alle lasten met de reserve verrekend wat de transparantie niet ten goede komt. Om die reden wordt in deze nota voorgesteld om de reserve Openbare verlichting en de reserve Speelterreinen eveneens op te heffen. B4. Overige bestemmingsreserves Overige bestemmingsreserves zijn reserves die met een specifiek doel zijn gevormd. Deze bestemmingen kunnen betrekking hebben op specifieke tijdelijke projecten of eenmalige beleidsintensiveringen. Voor een specificatie van de reserves zie hoofdstuk 9.

7

6. Specifieke kaders reserves binnen Ridderkerk Het uitgangspunt in de gemeentelijke begroting is dat structurele zaken/budgetten ook structureel zijn gedekt. Incidentele zaken/budgetten kunnen daarbij incidenteel worden gedekt. Conform de BBV kunnen hierbij reserves in de basis als incidentele dekkingsmiddelen worden ingezet (met uitzondering van de afschrijvingslastenreserve die afschrijvingslasten structureel gedekt). De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om voor specifieke projecten, intensiveringen of andere zaken met een tijdelijk karakter een specifieke bestemmingsreserve te vormen. Om een doelmatige inzet van middelen mogelijk te maken en te voorkomen dat middelen ‘geparkeerd’ worden zonder concreet bestedingsdoel, worden voor de vorming van reserves onderstaande kaders specifiek binnen Ridderkerk gehanteerd. Kader 1: Onder- en bovengrens Algemene reserve  een (harde) ondergrens vast te stellen van € 20.000.000.  een (harde) bovengrens vast te stellen gebaseerd op 2x de ondergrens zijnde € 40.000.000, dit als signaalfunctie en dit gedurende twee jaar te volgen. Voor een verdere toelichting op deze grenzen en hoe hier praktisch mee om te gaan wordt verwezen naar hoofdstuk 8 bij het onderdeel Algemene reserve. Kader 2: Incidentele lasten t.l.v.

reserves Naast het wettelijk verplicht verrekenen van het jaarresultaat met de Algemene reserve is de insteek om alleen incidentele lasten te dekken uit reserves. Hiermee wordt voorkomen dat het saldo van de begroting teveel wordt beïnvloed door eenmalige lasten. Het doet ook recht aan het algemene dekkingsprincipe om structurele lasten met structurele baten af te dekken. Kader 3 Onderbouwing met bestedingsplan Het (bestedings)doel van de bestemmingsreserve wordt vastgelegd bij de vorming van de reserve en onderbouwd met een bestedingsplan dat naar zijn aard een incidenteel karakter heeft. Bij de vorming van de bestemmingsreserve wordt zo goed als mogelijk de looptijd bepaald. Kader 4: Prudent maar wel flexibel omgaan met vorming afschrijvingslastenreserve en de reserve ‘Overrente’ Vanwege het terugkerende karakter van vervangingsinvesteringen moet met het instellen van afschrijvingslastenreserves en de reserve ‘Overrente’ prudent worden omgegaan. De begroting moet niet gewend raken aan structurele bijdragen uit reserves voor toekomstige en (steeds) terugkerende vervangingen. Daarnaast kan het echter van belang zijn om flexibiliteit in de begroting te houden en in sommige gevallen toch wel deze reserves te vormen.

Dit geldt dan vooral voor nieuwe investeringen, niet zijnde vervangingsinvesteringen, die specifiek een verandering zijn en over het algemeen een éénmalig karakter vertonen. Hiermee kunnen incidentele middelen (zoals bijvoorbeeld de ontvangen Enecogelden) voor structurele dekking in de begroting zorgen. Kader 5: Besluiten tot vrijvallen van restant (bestemmings)reserves Na verstrijken van de afgesproken looptijd of vervallen van het concrete bestedingsdoel valt een (restant)saldo in de reserve (automatisch) vrij ten gunste van de Algemene reserve. Indien bij het verstrijken van de looptijd of het vervallen van het huidige bestedingsdoel geconstateerd wordt dat eventuele restantmiddelen langer of voor een ander bestedingsdoel nodig zijn, dan is hiervoor een nieuw raadsbesluit nodig waarbij het (nieuwe) doel, de omvang en de looptijd opnieuw worden afgewogen.

7. Indeling voorzieningen binnen Ridderkerk Voor Ridderkerk geldt de volgende onderverdeling van voorzieningen: A. Voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico’s. Het gaat hier met name om de vorming van wethouderspensioenen en wachtgelden voor wethouders. B. Voorziening voor middelen derden met bestedingsverplichtingen Het gaat hier om inkomsten (zogenaamde beklemde middelen) die moeten worden ingezet om bijhorende dienstverlening (met een bestedingsverplichting) te realiseren. Binnen Ridderkerk gaat het om heffingen voor onderhoud graven, lijkbezorging, riolering en afvalstoffen. 8

C. Voorziening verwachte verliezen grondexploitatie Vanuit het voorzichtigheidsbeginsel dient volgens de BBV bij de waardering van de voorraad gronden rekening gehouden te worden met verliesgevende grondbedrijfcomplexen. Als dit zich voordoet dan wordt dit risico rechtstreeks in mindering gebracht op de post voorraad gronden van de balans (activakant). Op dit moment is hier geen noodzaak toe. Toelichting: 1. Wethouderspensioenen Deze voorziening dient om toekomstige pensioenuitkeringen (concrete verplichtingen) aan (voormalige) wethouders te verstrekken c.q. om opgebouwde rechten te kunnen betalen wanneer deze worden opgevraagd voordat de pensioengerechtigde leeftijd wordt bereikt. 2. Wachtgelden voormalig wethouders Voor het wachtgeld van voormalig wethouders is op basis van het wettelijk kader, zoals opgenomen in het BBV, de gemeente verplicht om een voorziening te vormen voor verplichtingen waarvan de omvang jaarlijks per 31 december redelijk in te schatten is. De gerelateerde kosten die in de volgende begrotingsjaren worden gemaakt komen ten laste van deze voorziening. 3. Afwikkelkosten Centrumplan Er zijn afrondende werkzaamheden in de grondexploitatie van het Centrumplan waarvoor budgetten via deze voorziening beschikbaar zijn. 4.

Onderhoud graven 10/20 jaar derden De storting in deze voorziening bestaat uit ontvangen afkoopsommen voor onderhoud graven en de bespaarde rente over het saldo van de voorziening per 1 januari (contante waarde). De onttrekking aan de voorziening betreft de onderhoudslasten van de begraafplaatsen. Zie in dit verband ook de toelichting van toerekening rente in hoofdstuk 11 bij onderdeel Rente t.a.v. voorzieningen. 5. Vervanging riolering De voorziening is ingesteld bij het GRP-2018-2022 en dient ter dekking van de vervangingskosten van rioleringen. De dotatie aan de voorziening is afhankelijk van de werkelijke uitgaven. Bij de vaststelling van het nieuwe GRP in 2023 zal de omvang van deze voorziening opnieuw worden berekend. 6. Beklemde middelen lijkbezorging Deze voorziening is ingesteld bij raadsbesluit van december 2012 en heeft tot doel overschotten of tekorten op het product lijkbezorging bij de jaarrekening over meerdere jaren in de tarieven te verrekenen. 7. Beklemde middelen riolering Doel van deze voorziening is dat door de inzet ervan de tarieven zo laag mogelijk kunnen blijven. In 2018 is het GRP opnieuw vastgesteld. Daarbij is over een periode van 40 jaar een doorrekening gemaakt van de noodzakelijke onttrekkingen en toevoegingen aan deze voorziening. 8.

Beklemde middelen afvalstoffenheffing De voorziening dient om voor- en nadelen op de inzameling van huishoudelijk afval (uitsluitend verkregen via middelen van derden en geen eigen middelen), via de afvalstoffenheffing te egaliseren, zodat volledige kostendekking wordt bereikt. De extra benodigde storting in 2021 van € 2,7 miljoen uit eigen middelen/ de Algemene reserve dient volgens het BBV niet via deze voorziening maar via een aparte reserve te verlopen. Zie voor een nadere toelichting bij de nieuwe bestemmingsreserve Afvalstoffenheffing (nr. 42) in hoofdstuk 8. Bodem Wooncompas In de 2e tussenrapportage 2020 is een reserve gevormd voor bodemverontreiniging ten laste van de Algemene reserve en is de (eerdere) voorziening vervallen. Voor een specificatie van de voorzieningen zie hoofdstuk 10.

9

8. Nut en noodzaak reserves en voorzieningen Reserves en voorzieningen zijn belangrijke instrumenten om de financiële huishouding van de gemeente gezond te houden. Echter, bij een te ruimhartig beleid, kan het gevaar bestaan dat er te veel geld in “potjes” wordt gereserveerd, die beter ingezet kunnen worden voor andere op dat moment urgentere doelen. Vandaar dat hieronder voor iedere reserve en voorziening kritisch is gekeken naar nut en noodzaak.

Algemene reserve 1. Algemene reserve De Algemene reserve is met een saldo van bijna € 30 miljoen robuust te noemen. De verkoop van de aandelen van Eneco zorgt voor extra incidentele inkomsten. De reserve is daarmee in eerste instantie gegroeid naar afgerond € 72 miljoen, maar door de begrote onttrekking in 2021 van afgerond € 41 miljoen voor diverse projecten schommelt deze reserve naar verwachting (structureel) weer rond de € 30 miljoen. In vergelijk met veel andere gemeenten een goede uitgangspositie. Uit de risicoanalyse die twee keer paar jaar wordt uitgevoerd in de paragraaf Weerstandsvermogen, komt naar voren dat er een risicoprofiel is van afgerond € 14 miljoen (totaal risicobedrag). De ondergrens van de Algemene reserve is door de gemeenteraad op 20 april 2011 bepaald en later in 2016 bevestigd op € 20 miljoen. Deze is bedoeld als buffer voor de te lopen risico’s en onverwachte m.n. incidentele tegenvallers. Gezien het bedrag van het risicoprofiel kan de conclusie worden getrokken dat het huidige niveau van € 20 miljoen als ondergrens aan de hoge kant is. Omdat wij geen (bespaarde) rente meer toevoegen aan de Algemene reserve is deze dus volledig vrij beschikbaar, in casu geheel beschikbaar voor afdekken van incidentele risico’s, onverwachte tegenvallers of incidentele inzet van nieuw beleid.

Het weerstandsvermogen wordt jaarlijks in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarrekening inzichtelijk gemaakt. Op basis van deze informatie kan de gemeenteraad bijstellingen in de hoogte van de Algemene reserve overwegen. In deze nota doen wij de volgende voorstellen met betrekking tot het vast stellen van een harde onder- en bovengrens. Voorstel (harde) ondergrens Algemene reserve Indien de Algemene reserve in de begroting onder de (afgerond) € 20 miljoen dreigt te komen, of wel als de weerstandsratio1 in de begroting onder de 2 dreigt te komen op basis van het actuele risicoprofiel, dan is de ondergrens bereikt en komt het college na overleg met de gemeenteraad met herstelvoorstellen. Het is belangrijk dat we in staat blijven om risico's nog in voldoende mate te kunnen blijven opvangen zonder drastische financiële ingrepen. Voorstel (harde) bovengrens Algemene reserve De bovengrens wordt bepaald aan de hand van 2x de ondergrens zijnde € 40 miljoen, dit als signaalfunctie en dit gedurende twee jaar te volgen. Wanneer twee jaar achtereen geconstateerd wordt dat de Algemene reserve deze bovengrens overschrijdt, dan zal het college hierover een voorstel aan de gemeenteraad voorleggen en aangeven hoe deze te verlagen. Uiteraard wordt daarbij rekening gehouden met bijzondere situaties zoals de impact van grote incidentele baten.

Dalen is op zich geen doel maar het gaat dan over het doelmatig inzetten van publieke middelen voor onze samenleving binnen Ridderkerk. Gemeenten zijn bestedingshuishoudens dat wil zeggen dat het primaire doel is het besteden van middelen ten behoeve van collectieve voorzieningen. Voor de gemeente is het van belang dat ontvangen geld effectief en efficiënt wordt besteed. Dit jaar (2020) is overigens een bijzondere situatie met de ontvangst van de Enecogelden waardoor de reservepositie nu goed is. De bovengrens wordt bereikt wanneer gemeenschapsgeld niet meer wordt besteed aan collectieve voorzieningen. De vraag rijst dan hoe met het “surplus” aan vermogen omgegaan kan worden. Mogelijkheden zijn dan het intensiveren van beleid, het naar voren halen van investeringen of teruggeven aan de inwoners/ belastingbetaler(s).

Dekkingsreserves (geen)

1 De weerstandsratio is een verhoudingsgetal tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en het op basis van

de risicoanalyse bepaalde weerstandsvermogen. De ratio geeft inzicht in de verhouding tussen de mate waarin we naast de geblokkeerde middelen, nog extra vrije middelen in kunnen zetten bij tegenvallers.

10

Onderhoudsreserves 2. Reserve Baggeren haven De reserve is ingesteld in 2008 en dient voor het dekken van de (grillige) kosten voor het periodiek baggeren van de haven. Het nieuwe uitgangspunt is om dit eens in de 5 jaar te doen (was eens in de 8 jaar). Als gevolg van toenemende verplaatsing van de bodem is er ook behoefte aan incidenteel lokaal baggeren. Bulten en kuilen in de bodem, o.a. veroorzaakt door grote schepen, moeten dan geëgaliseerd worden. Uit een uitgevoerd extern onderzoek komt naar voren dat er een jaarlijkse baggeraanwas is van ca 2000 m3. Dit betekent minimaal eens in de 5 jaar baggeren. In 2021 wordt de reserve aangevuld met € 950.000 zoals in de vastgestelde begroting 2021 is verwerkt. Dit betreft de kosten voor 2x baggeren (in 2022 en 2027) inclusief extra kosten rondom PFAS, stikstof en slibafzet in de waterbodemdepots. In de tweede helft van 2021 zal, in het kader van de opgestelde Routekaart Haven, het planmatig beheer nader geanalyseerd worden. De haven van Ridderkerk wordt gebruikt voor zowel bedrijfsmatige als recreatieve activiteiten. Deze twee totaal van elkaar verschillende activiteiten bepalen mede de toekomst van onze haven. Daarom is er een start gemaakt met het opstellen van de Gebiedsvisie Rivieroevers als uitwerking van de Omgevingsvisie 2035. Hierin wordt de toekomstige onderhoudssituatie van de haven van Ridderkerk meegenomen. 3.

Reserve verhardingen De reserve dient ter egalisatie van de grilligheid van de (exploitatie)uitgaven op het gebied van onderhoud van wegen, straten en pleinen inclusief geluidsreducerend asfalt. De omvang wordt berekend in een MeerjarenOnderhoudsPlanning (MJOP). Investeringsuitgaven, zoals rehabilitatie waarbij alle lagen van het wegdek moeten worden vervangen, worden niet met deze reserve verrekend. 4. Reserve Groot onderhoud sportaccommodaties Doel van deze reserve is de egalisering van de grote fluctuaties in het groot onderhoud aan de constructieve delen van de sportaccommodaties en het zwembad. De omvang wordt berekend in een MeerjarenOnderhoudsPlanning (MJOP). Komend jaar (2021) zal weer een volledige nulmeting plaatsvinden van het noodzakelijke groot onderhoud. 5. Reserve Groot onderhoud gebouwen De reserve dient om grote verschillen in jaarlijkse uitgaven op te vangen. De stand van de reserve wordt bepaald aan de hand van een MeerjarenOnderhoudsPlanning (MJOP) dat in 2018 is vastgesteld. De gemeente heeft 79 accommodaties in eigendom. Komend jaar (2021) zal een actualisatie plaatsvinden van de onderhoudssituaties. 6. Reserve Openbare verlichting (voorstel opheffen bij Jaarrekening 2020) De reserve is ingesteld in 2008 en dient ter egalisatie van de grilligheid van de onderhoudsuitgaven op het gebied lampen inclusief energiekosten van de openbare verlichting.

De omvang wordt berekend in een MeerjarenOnderhoudsPlanning (MJOP). Sinds 2018 heeft een herrekening plaatsgevonden en worden verplicht te activeren investeringen volgens de boekhoudregels (BBV) al niet meer met deze reserve verrekend. Wat overblijft zijn voorspelbare onderhoudslasten. Het grillige verloop van de kosten is verdwenen zodat de noodzaak van deze reserve vervalt. Om die reden wordt voorgesteld deze reserve op te heffen bij de Jaarrekening 2020. Het (begrote) restantbedrag uit deze reserve van € 755.700 vloeit éénmalig naar de Algemene reserve toe. Per saldo dient de begroting vanaf 2021 met een structureel budget van € 74.900 verhoogd te worden voor het wegvallen van de geplande (lage) toevoegingen en (hogere) onttrekkingen aan deze reserve. Dit zal in de 1e tussenrapportage 2021 worden verwerkt. 7. Reserve Watergangen (opgeheven in de Jaarrekening 2019) Bij de Jaarrekening 2019 is besloten om deze onderhoudsreserve Watergangen op te heffen en het saldo van € 167 .000 te storten in de Algemene reserve. Formeel wordt dit met de bestemming van het resultaat in 2020 afgedaan. Het doel was egalisatie van de grilligheid van de uitgaven op het gebied van onderhoud aan watergangen zoals het uitbaggeren, schoonmaken en herstel van beschoeiingen van sloten en singels.

Vanaf 2021 zullen de baggerwerkzaamheden worden uitgevoerd op basis van klachten, meldingen en eigen waarnemingen (peilingen). Met het waterschap zijn afspraken gemaakt dat we niet meer strikt aan de schouwvakken zijn gebonden. Hierdoor is het eenvoudiger om jaarlijks een meer gelijkmatige hoeveelheid baggerwerk uit te voeren en ontstaan er geen grote fluctuaties meer in 11

de kosten. De noodzaak van deze reserve is daarmee vervallen. Vanaf 2020 is er een jaarlijks vast budget voor baggeronderhoud beschikbaar. Incidenteel worden beschoeiingen vervangen met apart beschikbaar gestelde investeringen. 8. Reserve Speelterreinen (voorstel opheffen bij Jaarrekening 2020) De reserve dient om grote verschillen in jaarlijkse uitgaven aan het groot onderhoud van de speelterreinen op te vangen. De omvang wordt berekend in een MeerjarenOnderhoudsPlanning (MJOP). Op basis van het verplicht activeren van investeringen volgens de boekhoudregels (BBV) worden deze niet met de reserve verrekend. Het gaat hierbij dus om voorspelbare onderhoudslasten zodat de noodzaak van deze reserve niet aanwezig is. Om die reden wordt voorgesteld deze reserve op te heffen bij de Jaarrekening 2020. Het (begrote) restantbedrag uit deze reserve van € 192.600 vloeit éénmalig naar de Algemene reserve toe. Per saldo betekent dit voor de begroting 2021 een voordeel op het budget van € 42.500 oplopend naar structureel € 45.000 vanaf 2022 door het wegvallen van de (hoge) geplande toevoegingen en (lagere) onttrekkingen aan deze reserve. Dit structurele voordeel zal in de 1e tussenrapportage 2021 worden verwerkt.

(Overige) bestemmingsreserves 9. Reserve (toeristische) Overstapplaats Deltapoort (voorstel opheffen bij Jaarrekening 2020) Doel was het realiseren van een toeristische overstapplaats in de Deltapoort. De hoogte van de reserve was gebaseerd op een raming van de realisatiekosten bij de Jaarrekening 2011. In juni 2012 heeft de gemeenteraad besloten de gebiedsvisie Deltapoort te gebruiken als richtinggevend kader voor de afwegingen die het gemeentebestuur op lokaal niveau moet maken. In die gebiedsvisie is vastgelegd hoe stad en land in Deltapoort (onder andere bevattende de buitengebieden van de gemeenten Ridderkerk, Zwijndrecht, Hendrik-Ido-Ambacht en Barendrecht) fysiek, economisch en sociaal beter met elkaar te verbinden zijn. Een belangrijk kader voor de gewenste ontwikkelingen in ons buitengebied. Dit project is echter vanwege andere gebiedsontwikkelingen stilgevallen. In de periode t/m 2023 zijn geen uitgaven gepland. Na een beleidsmatige beoordeling is het voorstel om deze reserve met een saldo van € 1.270.000 terug te laten vloeien naar de Algemene reserve. De reserve kan dan worden opgeheven bij de Jaarrekening 2020. 10. Reserve Omgevingslawaai (voorstel opheffen bij Jaarrekening 2020) De reserve heeft als doel de kosten te dekken van het opstellen van gemeentelijke geluidskaarten en geluidactieplannen.

Dit zijn instrumenten om de geluidbelasting door wegverkeer, industrielawaai en spoorlawaai te beheersen en waar mogelijk terug te dringen. In 2019 zijn geen middelen onttrokken of toegevoegd aan deze reserve zodat nog een restant van € 7.900 aanwezig is. Voor de komende jaren is geen zicht op concrete uitgaven en is het bedrag in de reserve minimaal. Het voorstel is om deze reserve vrij te laten vallen ten gunste van de Algemene reserve. De reserve kan dan worden opgeheven bij de Jaarrekening 2020. Als blijkt dat voor het eerder getroffen doel toch nog kosten zouden moeten worden gemaakt, dan zal dit voortaan via de reguliere begroting en tussenrapportages verlopen. 11. Reserve Beeldende kunst De reserve dient voor dekking van toekomstige kosten van kunstopdrachten c.q. kunstaankopen. In 2019 is deze aangewend voor de aankoop van een kunstwerk op het Koningsplein na de oplevering van de laatste woningen in het Centrumplan. 12. Reserve Innovatiefonds Sociaal Domein Deze reserve is oorspronkelijk ingesteld bij de jaarrekening 2013 wegens de open-eind-regelingen binnen het Sociaal domein. Na de decentralisatie van rijkstaken in 2015 is het aantal taken en het bijbehorende gemeentelijke budget enorm toegenomen. Tegelijk is er bij die decentralisatie sprake van een korting ten opzichte van het budget dat bij het Rijk beschikbaar was.

De openeinderegelingen zijn kenmerkend voor het sociaal domein. De uitvoering van wettelijke taken met weinig beleidsvrijheid en sturingsmogelijkheden maken het moeilijk de kosten te beheersen. Daarnaast zijn er door aanbestedingen verplichte kostenstijgingen als gevolg van cao-ontwikkelingen en indexeringen bij externe partners te betalen. Doel innovatiefonds

12

Om de leer- en experimenteerruimte te faciliteren is deze reserve bij de begroting 2020 omgezet in een Innovatiefonds Sociaal Domein. Doordat de samenleving complex is geworden en ook steeds complexer wordt, vraagt ‘mee kunnen doen’ meer van eigen vaardigheden, zelfredzaamheid en regie van de mensen. Binnen het sociaal domein hebben we te maken met de uitdaging om met schaarse financiële middelen en meer burgerkracht sociale vraagstukken adequaat op te lossen. Dit lukt alleen als we een transformatie van het zorg-, ondersteunings- en welzijnssysteem weten te realiseren. In het ‘Integraal Beleid Sociaal Domein’ concretiseren we de landelijke transformatiedoelstellingen, waaronder ‘Ruimte geven aan innovatie: Op zoek naar nieuwe vormen van hulp en activiteiten’. 13. Reserve Ondergronds brengen hoogspanningsleiding Doel is de dekking van het aandeel van de gemeente in het ondergronds brengen van een hoogspanningsleiding bij Oostendam. De reserve is ingesteld op basis van een afzonderlijk raadsbesluit van 10 september 2015. Over de wijk Oostendam loopt een hoogspanningsleiding waarover we al een aantal jaren in gesprek zijn met de bewoners. De leiding loopt direct over de huizen waardoor er bij de inwoners zorg bestaat over mogelijke effecten van deze leiding.

Door diverse oorzaken heeft de rijksoverheid pas op 1 januari 2019 de AMvB ondergrond brengen hoogspanningsleidingen vastgesteld. Op basis hiervan is Stedin (als netbeheerder) verplicht de aangewezen tracés op verzoek van de gemeente ondergronds te brengen. De uitvoering van het project ligt inmiddels bij Stedin. Zij bepalen de verdere planning en de precieze bijdrage die onze gemeente zal moeten gaan betalen. Daarbij worden de kosten gebaseerd op een wettelijk vastgestelde bijdrage die afhankelijk is van de lengte van het nieuwe ondergrondse tracé. Zodra de financiële consequenties duidelijk zijn zal hiervoor een afzonderlijk raadsvoorstel volgen inclusief de inzet van deze reserve. 14. Reserve Waalvisie (naamswijziging – voorheen Landschapstafel in oprichting) Deze reserve is ingesteld bij raadbesluit van 5 november 2015. Het Natuur en Recreatieschap IJsselmonde (NRIJ) heeft toen een overschot in de Algemene reserve uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten. Op 23 februari 2017 is besloten het overschot NRIJ en het restant weestaken Stadsregio Rotterdam toe te voegen aan deze reserve ten behoeve van de voorbereiding en uitvoering van de Waalvisie voor zover gelegen op Ridderkerks grondgebied. Gelet op deze verschuiving wordt voorgesteld de naam van deze reserve te wijzigen in Reserve Waalvisie. 15.

Reserve Actualisatie Integraal Accommodatieplan Doel van deze reserve is het dekken van eenmalige kosten zoals sloopkosten en afboeken van restant boekwaarden. In het voorjaar van 2019 is het Actualisatie Integraal Accommodatieplan (AIAP) door de gemeenteraad vastgesteld. In dit plan wordt richting gegeven aan de toekomst van verschillende gemeentelijke gebouwen. Voor een groot aantal gebouwen, waarvoor geen ingrijpende wijzigingen worden voorgesteld, is een MeerjarenOnderhoudsPlanning (MJOP) opgesteld. Hierin worden kwaliteitscriteria vastgesteld die van strategisch belang zijn. In het AIAP zijn verschillende projecten doorgerekend om inzicht te krijgen op de financiële impact van het totale plan. Ook nieuwe regelgeving omtrent duurzaamheid van overheidsgebouwen wordt hierin meegenomen. Dit heeft invloed op de hoogte van de verwachte investeringen. 16. Reserve Welzijns- en sportbeleid Facet (voorstel tot opheffen bij Jaarrekening 2020) Deze reserve is ingesteld in verband met het ontvlechten en het inregelen van de nieuwe situatie bij Stichting Facet. Op 12 december 2019 heeft de gemeenteraad ingestemd met het voorstel “Sociaal beheer Ridderkerk, heroriëntatie producten en reservevorming Stichting Facet Ridderkerk”. De ontvlechting heeft in 2019 plaatsgevonden en is financieel afgewikkeld bij de Jaarrekening 2019.

Om die reden kan nu worden voorgesteld het restant van € 266.000 vrij te laten vallen ten gunste van de Algemene reserve. De reserve kan worden opgeheven via de Jaarrekening 2020. 17. Reserve Nieuw Reijerwaard De reserve dient ter dekking van komende investeringen die de ontwikkeling van het gebied ten goede komen, zodat in alle opzichten een goed functionerend bedrijventerrein wordt gerealiseerd. De reserve wordt vanaf 2022 gevuld uit de netto-opbrengst OZB niet-woningen in Nieuw Reijerwaard minus de OZB-vergoeding aan de gemeenschappelijke regeling Nieuw Reijerwaard (GRNR), de beheerkosten van de openbare ruimte, de korting op de algemene uitkering en de verwachte OZBopbrengsten in de “oude” situatie van Nieuw Reijerwaard.

13

18. Reserve Warmtevisie In 2020 heeft de gemeenteraad de Warmtevisie vastgesteld. Uit het klimaatakkoord volgt dat circa 20 procent van de bestaande bebouwde omgeving in 2030 aardgasvrij moet zijn. Voor ons betekent dit een opgave van circa 4.200 woningen in 2030. Om deze opgave te kunnen realiseren moet er in de periode 2021 tot 2024 voor deze woningen een wijkplan worden opgesteld. In het klimaatakkoord is opgenomen dat bewoners 8 jaar van tevoren geïnformeerd moeten worden over het verwijderen van het gasnet. Om hieraan te voldoen moeten we 4 wijkplannen maken. Het benodigde budget is mede afhankelijk van eventuele bijdragen van externe partijen en mogelijke cofinanciering vanuit het rijk. Vanuit het positieve jaarrekeningresultaat 2019 is € 240.000 gestort in deze reserve. In 2021 wordt conform de vastgestelde begroting 2021 aanvullend € 4 miljoen in deze reserve gestort. Vanaf 2021 wordt elk jaar € 1 miljoen onttrokken voor het maken van de wijkplannen. 19. Reserve Groenvisie Deze reserve Groenvisie is ingesteld bij raadsbesluit van 7 juli 2020. Doel is om het uitvoeringsprogramma Groenvisie uit te voeren dat leidend is in alle projecten en bij het dagelijks beheer en onderhoud van het groen. Jaarlijks worden de resultaten gemonitord door een ecoloog.

Voor 2020 is via de tussenrapportage een budget van € 150.000 beschikbaar gesteld voor de uitvoering in 2020 ten laste van de Algemene reserve. De uitvoering van de visie vraagt in de periode 2021 tot en met 2024 een incidentele investering in het groenareaal van € 1.200.000. Initiatieven van bewoners, bedrijven en scholen worden gestimuleerd. Op voorhand verwachten we gemiddeld € 300.000 per jaar nodig te hebben. Deze reserve zal in ieder geval in stand blijven tot en met 2025 om de werkzaamheden volledig te kunnen afronden. 20. Reserve Vpb grondexploitaties De reserve is op 18 oktober 2018 ingesteld om de vennootschapslasten (vpb) van winstgevende grondexploitaties te dekken. Op basis van het BBV zijn winstnemingen uit de grondexploitaties verplicht. Het is logisch de vpb als gevolg van deze winstnemingen ten laste te brengen van het resultaat van deze grondexploitaties. Jaarlijks wordt bij de Jaarrekening op basis van de Meerjarenprognose Grondexploitaties (MPG) de vpb-druk voor de komende jaren bepaald. Door de vpb uit deze reserve te dekken worden grote schommelingen in de begroting en meerjarenraming voorkomen.

Afschrijvingslastenreserves (naamswijziging – voorheen Kapitaallastenreserves) Afschrijvingslastenreserves dienen om de afschrijving (geen rente) van bepaalde investeringen te dekken. De reserve volgt het verloop van de afschrijving van de desbetreffende activa, inclusief eventuele extra aanwending voor extra afschrijvingen. De volgende reserves zijn hiervoor binnen Ridderkerk gevormd: 21. Afschrijvingslasten (herwaardering diverse activa-investeringen) 22. Uitbreiding Vredehof 23. Bouw Voorn 10 –WAC Drievliet 24. Begraafplaats Vredehof 25. Rouwcentrum 26. Herbouw de Piramide 27. Ds. Kerstenschool gebouw 28. Kunstgrasveld Rijsoord 29. Parkeergarage gemeentehuis 30. Jongerencentrum PC Hooftstraat 31. Fietsroute Molensteeg, Benedenrijweg, St. Jorisstraat 32. Blok- en buurtspeelterreinen 2010, 2011 33. Uitbreiding Farelcollege 34. Fietsverharding Rijksstraatweg 35. Perm. Lucht-/geluidmeetpunt Nieuw Reijerwaard 36. Geluidsreductie Rotterdamseweg Drievliet 37. Geluidsscherm West A15/A16 38. Bereikbaarheid sportpark Reijerpark 14

39. Diverse investeringen (bestaande en/of toekomstige) Door deze reserve te vormen en in te zetten voor dekking van afschrijvingslasten op bestaande en/of toekomstige investeringen kan incidenteel geld structureel verlichting geven in onze begroting. In de vastgestelde begroting 2021 is een structurele dekking van afschrijvingslasten opgenomen van € 1 miljoen per jaar (over afschrijvingslasten vanaf 2022). Hiervoor wordt in 2021 een bedrag van € 22,5 miljoen in deze reserve gestort vanuit de Algemene reserve. In de staat van reserves van de begroting 2021 en in hoofdstuk 9 van deze nota is dit verwerkt. 40. Reserve ‘Overrente’ In plaats van de rente van leningen te herzien en hiervoor een boeterente te betalen is vanuit onze Algemene reserve deze reserve ‘Overrente’ gevormd. Reservemutaties zijn in beginsel incidenteel maar voor gemeenten die hun Eneco-aandelen hebben verkocht heeft de commissie BBV een uitzondering gemaakt (publicatie BBV 22 oktober 2020). Het is toegestaan om in dit specifieke geval een bestemmingsreserve te vormen die structureel mag worden ingezet voor het dekken van rentelasten (analoog aan de wettelijke mogelijkheid dit te doen via Afschrijvings/kapitaallastenreserves). Ook onze toezichthouder ‘Provincie Zuid-Holland’ is inmiddels akkoord met deze (structurele) werkwijze. Jaarlijks wordt een fors bedrag aan rente over het geleende geld betaald.

De gemiddelde rente bedraagt momenteel ongeveer 3%. De toch al sterke reservepositie, en daar bovenop verkoop van de aandelen Eneco, biedt de gemeente de kans de langlopende geldleningen om te zetten in een lening tegen een lagere rente. In juni 2020 heeft de BNG hiervoor het aanbod gedaan om deze lening te verstrekken tegen 0,29% met een looptijd van 15 jaar. Er zou echter wel een boeterente van € 7.100.000 betaald moeten worden. Deze is € 160.000 hoger dan het totale rentevoordeel van € 6.940.100 over 15 jaar. Vanwege deze extra kosten is in de vastgestelde begroting 2021 deze reserve gevormd ter hoogte van de boeterente die anders betaald zou moeten worden. De leningenportefeuille is niet daadwerkelijk geherstructureerd. Dit resulteert in een meer flexibele begroting omdat we geen onomkeerbaar besluit nemen. In financieel betere tijden kan worden besloten deze reserve weer terug te draaien. Jaarlijks komt nu, op een transparante manier, een deel uit deze reserve ten gunste van (bestaande) rentelasten uit onze (meerjaren)begroting. De jaarlijkse onttrekking ten gunste van de exploitatie wordt gelijkmatig verdeeld over de resterende gemiddelde looptijd van de leningenportefeuille waarover de boeterente van toepassing zou zijn. 41.

Bestemmingsreserve Bodem Wooncompas (nieuwe reserve gevormd via 2e TR 2020 - voorziening vervallen) Bij akte van 31 oktober 1994 hebben wij een groot aantal woningen overgedragen aan Wooncompas. In de akte vrijwaart de gemeente Wooncompas tegen alle gevolgen voortvloeiende uit de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Van de complete lijst met overgedragen woningen is een selectie gemaakt met woningen/wijken waar Wooncompas de komende tien jaar (tot 2025) een herstructurering gepland heeft. Dit betreft de locaties Centrum, Rembrandtweg en Blaak. Rembrandtweg fase 1 is gesaneerd en de kosten zijn vergoed. Het Centrum is gesaneerd en de kosten daarvan bedragen maximaal € 111.000. Deze vergoeding wordt binnenkort uitbetaald. Voor het afdekken van de saneringsvergoedingen is in de 2e tussenrapportage 2020 deze reserve voor € 450.000 gevormd. Voor de locaties Rembrandtweg Fase 2 en Blaak zijn de kosten nog niet definitief bekend. Op een later moment volgt mogelijk een voorstel tot bijraming en inzet van deze reserve via de reguliere planning & control-cyclus. 42. Bestemmingsreserve Afvalstoffenheffing (aparte reserve te vormen via 1e TR 2021 correctie wegens een verplichte verschuiving vanuit de voorziening Beklemde middelen afvalstoffenheffing) Het doel van deze reserve is het gefaseerd invoeren van tariefstijgingen tot 2025 als gevolg van sterke kostenstijgingen.

Op 21 maart 2019 heeft de gemeenteraad ingestemd met het Beleidsplan afval en grondstoffen 20192023 en gekozen voor de invoering van een gedifferentieerde afvalstoffenheffing. Over de verdere uitvoering wordt verwezen naar de raadsinformatiebrief van 11 september 2020. Door hogere lasten voor afval vanaf 2021 neemt de afvalstoffenheffing toe vanwege het uitgangspunt van kostendekkende tarieven. Om de tariefstijging te faseren is in de begroting 2021 eerder besloten hiervoor een bedrag van € 2,7 miljoen (vanuit de Algemene reserve) in de voorziening Beklemde middelen afvalstoffenheffing te storten. Door een wettelijke verplichting zijn we echter genoodzaakt om

15

dit via een aparte reserve te laten verlopen. Deze correctie zal in de 1e tussenrapportage 2021 worden meegenomen. Naast de reeds bestaande voorziening wordt dan een aparte bestemmingsreserve Afvalstoffenheffing gevormd. Het betreft hier dus slechts een verschuiving van middelen en geen nieuwe/extra middelen. De wettelijke verplichting dit via een reserve te doen is gebaseerd op het feit dat het gaat om een onttrekking van eigen middelen (Algemene reserve) en niet om een resultaat/ opbrengst uit de afvalheffing zelf (beklemde middelen van derden). Dit is vastgelegd in het BBV. Ook heeft afstemming met onze accountant plaatsgevonden. De reden is dat de gemeenteraad geen invloed heeft op de voorziening omdat die middelen van derden verkregen zijn (beklemd). Met een reserve heeft de gemeenteraad wel invloed en de keuzevrijheid om met deze eigen middelen beleid te realiseren.

Voorzieningen De voorzieningen zoals in hoofdstuk 7 beschreven hebben alle een wettelijk dwingend karakter. Omdat ze gevormd zijn voor concrete verplichtingen is de hoogte altijd actueel en is er geen sprake van plafonds en/of ondergrenzen. In hoofdstuk 10 is het totale cijfermatige beeld gepresenteerd.

16

9. Cijfermatig beeld Reserves Cijfermatig zijn de reserves als volgt meerjarig weer te geven volgens vastgestelde Begroting 2021 en zoals in deze nota opgenomen. Omschrijving

bkw 1-1-2020

storting 2020

onttrekking 2020

resultaat 2019

bkw 1-1-2021

storting 2021

onttrekking 2021

bkw 1-1-2022

storting 2022

1. Algemene reserve

29.781.700

46.053.700

4.738.100

1.112.000 72.209.300

40.633.900 31.575.400

Totaal algemene reserve

29.781.700

46.053.700

4.738.100

1.112.000 72.209.300

0 40.633.900 31.575.400

onttrekking 2022

bkw 1-1-2023

storting 2023

onttrekking 2023

bkw 1-1-2024

storting 2024

onttrekking 2024

bkw 31-122024

Algemene reserves 1.425.200 30.150.200 0

1.425.200 30.150.200

437.500 29.712.700 0

437.500 29.712.700

350.000 29.362.700 0

350.000 29.362.700

Onderhoudsreserves 2. Baggeren haven

82.800

32.700

115.500

982.700

1.098.200

32.700

1.130.900

32.700

1.163.600

32.700

3. Verhardingen

5.903.500

1.007.400

1.622.100

5.288.800

1.073.600

1.672.400

4.690.000

985.900

1.583.000

4.092.900

1.098.900

1.630.800

3.561.000

1.071.800

1.233.000

4. Groot onderhoud sportaccommodaties 5. Groot onderhoud gebouwen

1.511.700

250.000

534.000

1.227.700

250.000

220.500

1.257.200

250.000

359.600

1.147.600

250.000

359.600

1.038.000

250.000

359.600

928.400

3.030.300

479.700

1.224.300

2.285.700

492.100

214.200

2.563.600

492.100

815.600

2.240.100

512.100

359.500

2.392.700

512.100

1.059.400

1.845.400

6. Openbare verlichting (opheffen)

830.600

178.700

253.600

755.700

178.700

253.600

680.800

178.700

253.600

605.900

178.700

253.600

531.000

178.700

253.600

456.100

7. Watergangen (opgeheven)

167.100

8. Speelterreinen (opheffen)

166.700

73.800

47.900

Totaal onderhoudsreserves

11.692.700

2.022.300

3.681.900

-167.100 -167.100

0

0

192.600

73.800

9.866.000

3.050.900

31.300

0

1.196.300

0

3.399.800

0

235.100

73.800

28.800

280.100

73.800

28.800

325.100

73.800

28.800

370.100

2.392.000 10.524.900

2.013.200

3.040.600

9.497.500

2.146.200

2.632.300

9.011.400

2.119.100

2.934.400

8.196.100

Overige bestemmingsreserves 9. Overstapplaats Deltapoort (opheffen)

1.270.000

10. Omgevingslawaai (opheffen)

7.900

11. Beeldende kunst

68.000

67.900

12. Innovatiefonds sociaal domein

920.500

100.000

13. Ondergronds brengen hoogspanningsleiding 14. Waalvisie

880.000

15. Actualisatie Integraal Accommodatie Plan 16. Welzijns- en sportbeleid Facet (opheffen) 17. Nieuw Reijerwaard

330.000

12.000 426.200

0

Totaal bestemmingsreserves

60.000

1.270.000

7.900

7.900

7.900

7.900

7.900

4.700

4.700

4.700

4.700

4.700

720.500

720.500

720.500

720.500

880.000

880.000

880.000

880.000

100.000

378.000

13.900

364.100

13.900

350.200

1.503.100

10.000

1.493.100

175.000

1.318.100

1.318.100

1.318.100

266.000

266.000

266.000

266.000

0 240.000

305.200 5.976.900

1.270.000

266.000

0

19. Groenvisie

1.270.000

820.500

266.000

0

1.270.000

880.000

1.929.300

18. Warmtevisie 20. Vpb lasten uit grondexploitaties

4.600

1.270.000

0

75.800

75.800

478.800

336.300

554.600

13.900

478.800

4.000.000

1.000.000

3.240.000

1.000.000

2.240.000

1.000.000

1.240.000

1.000.000

0

1.200.000

300.000

900.000

300.000

600.000

300.000

300.000

300.000

216.000

200

1.639.900

9.146.500

199.000

216.200

894.100

503.600

5.586.400

5.200.000

200 75.800

1.488.900

7.733.400

200 478.800

1.313.900

6.898.300

322.400

1.033.400

240.000

288.000

17

0

13.900

240.000 0 200

478.800

1.313.900

6.063.200

Omschrijving

bkw 1-1-2020

storting 2020

onttrekking 2020

resultaat 2019

bkw 1-1-2021

storting 2021

onttrekking 2021

bkw 1-1-2022

storting 2022

onttrekking 2022

bkw 1-1-2023

storting 2023

onttrekking 2023

bkw 1-1-2024

storting 2024

onttrekking 2024

bkw 31-122024

330.700

37.200

293.500

Afschrijvingslastenreserves 21. Afschrijvingslasten (herwaardering)

483.000

40.700

442.300

37.200

405.100

37.200

367.900

37.200

22. Uitbreiding Vredehof

199.900

33.300

166.600

33.300

133.300

33.300

100.000

33.300

66.700

33.300

33.400

23. Bouw Voorn 10 - WAC Drievliet

146.200

11.300

134.900

11.200

123.700

11.200

112.500

11.200

101.300

11.200

90.100

24. Begraafplaats Vredehof

127.000

7.100

119.900

7.000

112.900

7.000

105.900

7.000

98.900

7.000

91.900

25. Rouwcentrum

107.300

15.300

92.000

15.400

76.600

15.300

61.300

15.300

46.000

15.300

30.700

26. Herbouw de Piramide

324.800

12.000

312.800

12.000

300.800

12.100

288.700

12.100

276.600

12.100

264.500

27. Ds. Kerstenschool gebouw

454.200

14.200

440.000

14.700

425.300

14.700

410.600

14.700

395.900

14.700

381.200

28. Kunstgrasveld Rijsoord

34.700

6.800

27.900

5.800

22.100

5.800

16.300

5.800

10.500

5.800

4.700

29. Parkeergarage gemeentehuis

2.394.200

53.500

2.340.700

55.200

2.285.500

55.900

2.229.600

56.600

2.173.000

57.300

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/747/documents/28086