CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Vastgestelde Nota Integraal Beleid Sociaal Domein Ridderkerk versie 23-3-2021.pdf

Gemeenteraad RK 18 maart 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 5: Nota Integraal Beleid Sociaal Domein29.644 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Eerder signaleren van risico's in de ontwikkeling van het kind

% verhoogd risico op psychosociale problematiek jeugd Bron: GGD gezondheidsmonitor kinderen

Vroeggeboorte en/of te laag geboorte gewicht / zwangerschapsbegeleiding Bron: WSGJ

Meer mogelijkheden voor talentontwikkeling

Deelname aan brede school activiteiten Bron: rapportage Brede School

c. Meer kinderen groeien gezond en veilig op

Meer aandacht voor opvoedvraagstukken

Steun bij opvoeding/ behoefte hulp en advies Bron: gezondheidsmonitor kinderen

Verhogen van de weerbaarheid onder jeugdigen

% jongeren 1318 jr dat zich voldoende weerbaar voelt Bron: gezondheidsmonitor jeugd

Jeugdigen worden niet bedreigd in hun ontwikkeling

Jongeren met jeugdbeschermings maatregel (IVH) Bron: rapportage GI

48

2. Iedereen heeft gelijke kansen om mee te doen

a. Minder inwoners ervaren (financiële) belemmeringen om mee te doen

Afname van schulden problematiek

Meer inwoners beheersen basisvaardigheden

Het aantal aanmeldingen bij SHV

Deelname trajecten bij de bibliotheek

aantal actieve dossiers bij SHV Bron: SSD/Partner

Geschat % risico op laaggeletterdheid Bron: waarstaatje gemeente.nl

b. Meer inwoners kunnen (naar vermogen) meedoen

Meer mogelijkheden voor inwoners met een beperking om mee te kunnen doen

Bekendheid en gebruik gemeentelijke voorzieningen PW/Wmo Bron: SSD

Minder ongelijkheid tussen inwoners als gevolg van inkomensverschillen

Bekendheid met en gebruik minima regelingen Bron: SSD en n.t.b.

% van inwoners boven de 110% van het sociaal minimum bron: WSGJ

Daling van werkloosheid door duurzame uitstroom of duurzame participatie

Uitstroom naar werk afzetten tegen herhaalde aanvragen aantal personen dat vrijwilligerswerk verricht als tegenprestatie

c. Hulp en ondersteuning hebben een duurzamer resultaat

Inwoners weten hun weg naar hulp beter te vinden

% inwoners (met ondersteuningsbehoefte) dat bekend is met gemeentelijke voorzieningen Bron: n.t.b.

Effectiever herstel of stabilisatie van problematiek

% herhaald beroep op hulp of uitval? Bron: SSD

Mate van tevredenheid over resultaat verkregen ondersteuning Bron: CEO

Fraude en misbruik van voorzieningen wordt tegengegaan

Er worden voldoende handhavings /controle onderzoeken PW/Wmo/Jeugd uitgevoerd bron:SSD

Bron:SSD

49

3. Inwoners kunnen voor zichzelf en elkaar zorgen

a. Meer inwoners zijn zelf redzaam

Het vergroten van de zelfredzaamheid onder inwoners met een hulpvraag

% van inwoners dat zich door de onvangen ondersteuning beter kan redden Bron: CEO / methodiek vraagverheldering

b. Meer inwoners voelen zich verbonden met en zetten zich in voor hun wijk of buurt

Het aanbod in de wijkcentra sluit aan op de behoefte van de wijk

De sociale samenhang stijgt

% inwoners dat burenhulp verleent

Bekendheid met het aanbod in de wijkcentra en de programmering

Sociale samenhang t.o.v. landelijk gemiddelde

% inwoners dat burenhulp verricht

Bron: n.t.b.

Bron: WSJG

Bron: BP

c. Meer inwoners zijn bereid om mantelzorg te verlenen

Mantelzorgers voelen zich (op maat) ondersteund en gewaardeerd

% inwoners naar leeftijdscategorie dat mantelzorg verleent Bron: GGD Gezondheids monitor

% mantelzorgers dat zich goed ondersteund en gewaardeerd voelen Bron: jaarverslag Facet / n.t.b.

Bekendheid met mantelzorg ondersteuning Bron: n.t.b.

d. Meer inwoners leveren vrijwillige inzet

De verbinding tussen formele en informele zorg is versterkt

Toename trajecten waarbij informele zorg wordt ondersteund door formele zorg Bron: ntb

De verbinding tussen vraag en aanbod vrijwilligers werk versterkt

% inwoners dat vrijwilligerswerk verricht of wil verrichten Bron: BP Jaarverslag Facet

Vrijwilligers voelen zich beter ondersteund

Mate waarin vrijwilligers zich ondersteund voelen Bron: n.t.b.

50

4. Ridderkerkers zijn (langer) vitaal en gezond

a. Meer inwoners zijn mentaal gezond

Minder inwoners ervaren eenzaamheid

% emotionele en sociale eenzaamheid naar leeftijdscategorie Bron: GGD Gezondheidsmonitor, Benchmark Eén tegen eenzaamheid, Burgerpeiling, onderzoek CJG

Minder inwoners kampen met mentale klachten zoals angst en depressie

b. Meer inwoners zijn fysiek gezond

c. Gemeente en partners verbeteren hun vroegsignalering

Meer inwoners met een gezonde leefstijl

Vroegtijdiger en relatief meer inzet van welzijns- en gezondheidsvoorzieningen

% inwoners met depressieve of angst klachten

% inwoners naar leeftijdscategorie met overgewicht

% inwoners dat voldoende beweegt/voldoet aan de beweegnorm

Bron: WSJG / Vektis(?)

Bron: WSJG

Bron: WSJG

Aantal inwoners naar leeftijdscategorie dat gebruik maakt van welzijn op recept Bron: rapportage welzijn/ zorgdomein

Aantal inwoners dat gebruik maakt van poh jggz Bron: rapportage welzijn/ zorgdomein

Bekendheid met welzijns- en gezondheidsvoorzieningen Bron: n.t.b.

51

5. Inwoners kunnen zo lang mogelijk (veilig) thuis wonen

a. Meer inwoners met een ondersteuningsbehoefte kunnen thuis blijven wonen

Meer mogelijkheden om thuis te kunnen blijven wonen

Meer passende voorzieningen voor inwoners met een ondersteuningsbehoefte die (langer) thuis (blijven) wonen

% van inwoners met passende woning bij leefsituatie

Aantal woningen voor beschermd- en begeleid- wonen

Bron: n.t.b.

Mate van bewustzijn over toekomstige woonbehoeften Bron: n.t.b.

Bron: data centrumgemeente

Aantal (nieuw) uitgevoerde Wmo (woon)voorzieningen Bron: SSD

b. Meer inwoners hebben een veilige thuissituatie

Goede signalering en aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling

Aantal meldingen

huiselijk geweld/ zorgwerkkende thuissituatie

Bron: Rapportage Veilig Thuis

Aantal meldingen kindermishandeling Bron: Rapportage Veilig Thuis

Een samenleving die mensen met dementie én hun mantelzorgers ondersteunt en kansen biedt om te kunnen blijven meedoen

% inwoners dat dementie kan herkennen Bron: n.t.b.

% mantelzorgers dat bekend is met het aanbod op het gebied van dementie Bron: n.t.b.

52

Bijlage 1 Tabellen met inspanningen per maatschappelijk effect Inspanningen maatschappelijk effecten In onderstaande vijf tabellen zijn ten aanzien van de beoogde maatschappelijk effecten van voorliggende beleid de inspanningen opgenomen die reeds door de gemeente en/of onze maatschappelijke partners worden verricht of welke we voornemens zijn te gaan verrichten. Bij de huidige of toekomstige inspanningen is en zal nadrukkelijk aandacht zijn voor de mate waarin iedere inspanning bijdraagt aan het maatschappelijke effect en/of de effectiviteit en integraliteit van het beleid bevordert. Maatschappelijk effect 1: Ridderkerkers ontwikkelen zich optimaal Maatschappelijke baten:

Maatschappelijke partners

1.1 Inzet jeugdgezondheidszorg

      

Vermindering van achterstanden Minder thuiszitters Daling beroep op hulp en ondersteuning Daling kosten sociaal domein per hoofd van de bevolking Inwoners hebben meer grip op hun leven Het welbevinden van inwoners groeit Niet limitatief en ten tijde van opstelling van deze nota onder meer: Scholen, schoolbesturen, samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs, wijkteam, kinderopvangorganisaties, kraamzorg, verloskundigen, Stichting CJG Rijnmond, Bibliotheek aan Zet, Facet, Regionaal Meld- en Coördinatiecentrum, culturele instellingen, SOC, sportverenigingen, vrijwilligersorganisaties, zoals Schuldhulpmaatje, Stichting Beter voor Elkaar, Stichting Integratie Ridderkerk, Kledingbank. Inspanningen Zorg voor de publieke gezondheid is vastgelegd in de Wet Publieke Gezondheid (WPG). Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van deze wet met als doel de gezondheid van burgers te bevorderen en te beschermen. Stichting Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) Rijnmond is verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg tot 18 jaar in de regio Rijnmond. De jeugdgezondheidszorg volgt de ontwikkeling van kinderen, onderzoekt hoe het gaat met de gezondheid en voert het Rijksvaccinatieprogramma uit. Bij het CJG kunnen ouders, verzorgers, kinderen en jongeren terecht met vragen over gezondheid, opvoeden, opgroeien en verzorging. Preventie is de basis van de dienstverlening.

Bevorderd wordt dat kinderen gezond en veilig kunnen opgroeien.

1.2 Kansrijke Start

Vroegsignalering is daarbij een van de belangrijkste taken, welke een belangrijke bijdrage levert aan de beweging van ‘zware naar lichte zorg’. Ook wordt preventieve opvoedondersteuning geboden door de pedagoog. De eerste 1000 dagen van een kind zijn cruciaal voor een goede 53

start. De gezondheid van een kind voor, tijdens en na de geboorte blijkt een belangrijke voorspeller te zijn van problemen -zowel fysiek als mentaal- op latere leeftijd.

1.3 Home Start

1.4 Families First

1.5 Onderwijs Achterstanden Beleid en Voorschoolse Educatie

1.6 Passend Onderwijs

De gemeente Ridderkerk sluit voor de aanpak van de eerste 1000 dagen aan bij het landelijke Actieprogramma Kansrijke Start en werkt hierin onder andere nauw samen met verloskundigen & de kraamzorg, het wijkteam en de jeugdgezondheidszorg (CJG). Waar nodig kunnen op termijn ook andere relevante partners aansluiten, zoals kinderopvang, huisartsen etc. Mogelijke activiteiten zijn: een structurele samenwerking tussen jeugdgezondheidszorg , wijkteam en verloskundigen, een warme overdracht tussen jeugdgezondheidszorg en kraamzorg en meer voorlichting. Elke ouder heeft wel eens vragen over opvoeden. Over heel gewone dagelijkse dingen waar je zelf even niet meer uitkomt. Wanneer dit het geval is dan bieden ervaren en getrainde vrijwilligers, gedurende ongeveer een jaar, ouders vriendschappelijke en praktische ondersteuning bij het opvoeden van hun kinderen. Hierdoor kunnen kleine vragen klein gehouden worden, zodat ze en niet uitgroeien tot grote problemen. HomeStart is beschikbaar voor gezinnen met kinderen in de leeftijd van 0 t/m 6 jaar. Families First richt zich op het herstel van relaties binnen het gezin en de directe omgeving en draagt bij aan het verbeteren van het gedrag van het kind.

Wanneer de situatie thuis uit de hand is gelopen krijgen gezinnen intensieve ondersteuning thuis, zodat in gezamenlijkheid de dreigende crisis (bijvoorbeeld uithuisplaatsing van een jongere) opgepakt kan worden. Het gezin leert o.a. om met lastige situaties, zoals ruzies, om te gaan en deze op te lossen en met elkaar in contact te blijven. Wij willen dat kinderen bij de start van het basisonderwijs zo min mogelijk achterstand hebben. We investeren in Voorschoolse Educatie. Dit houdt in dat wij inzetten op de toeleiding en het bereik. We maken afspraken met de VVE-partners over de resultaten, de doorgaande leerlijn en de kwaliteitsborging. Ook partners zonder VVE betrekken wij bij ontwikkelingen op het gebied van de doorgaande leerlijn en kwaliteitsborging. Daarnaast investeren we in vroegschoolse educatie en ondersteunen wij het basisonderwijs zodat wij gezamenlijk met de scholen onderwijsachterstanden in het onderwijs kunnen bestrijden. We trekken gezamenlijk op met de partners zoals kinderopvang, onderwijs en de jeugdgezondheidszorg (CJG) en zorgen voor duidelijke afspraken. Het recht op passend onderwijs is vastgelegd in de Wet op Passend Onderwijs (augustus 2014). Hieraan wordt uitvoering gegeven door scholen en samenwerkingsverbanden.

Vanuit de principes van inclusieve samenleving vinden we het wenselijk dat onze kinderen en jeugdigen zoveel als mogelijk thuis nabij onderwijs kunnen volgen. Hierdoor zijn ze beter in staat lokaal een sociaal netwerk op te bouwen en gebruik te maken van andere 54

1.7 Ontwikkeling Integrale Kind Centra (IKC)

1.8 Inzet wijkteamprofessionals op school (schoolcontactpersonen)

1.9 Huiswerkbegeleiding

1.9 Voorlichting aan ouders

1.11 BAR Trainingsbureau voor preventieve trainingen voor jeugdigen en ouders

lokale voorzieningen. We zetten in op het intensiveren van de samenwerking met de scholen, schoolbesturen, samenwerkingsverbanden en de jeugdgezondheidszorg (CJG). Dit doen we door ambities op elkaar af te stemmen, afspraken te maken over ieders taken, rollen en verantwoordelijkheden en gezamenlijk op te trekken t.a.v. innovatie. Vanuit de Lokale Educatieve Agenda en de Regionaal Educatieve Agenda worden jaarlijks thema’s vastgesteld die bijdragen aan het versterken van de basis(zorg)infrastructuur. Een sterke basis(zorg)infrastructuur maakt het mogelijk om meer lokaal passend onderwijs te bieden en het aantal thuiszitters terug te dringen. Een IKC is een vergaande samenwerking tussen kinderopvang en een basisschool. Het versterkt de doorgaande (ontwikkelings-)lijn voor kinderen van 0-13 jaar. De gemeente gaat in gesprek met kinderopvang en onderwijs samen, over hoe de kinderopvang een plek kan krijgen in het gebouw, maar denkt, indien nodig, ook mee over de mogelijkheden van de financiering van de ruimte voor de kinderopvang (in de vorm van borg, garantstelling, lening en dergelijke). Dit doet de gemeente op basis van de met de partners vastgestelde visie.

Het is belangrijk dat vragen van leerkrachten, kinderen en hun ouders vroegtijdig gesignaleerd worden en dat op basis van de vragen kortdurende psychosociale en pedagogische hulp en ondersteuning aan kinderen, ouders en leerkrachten gegeven wordt. Dit doen we door de inzet van wijkteamprofessionals op de scholen. Daarbij vindt een nauwe samenwerking met de jeugdgezondheidszorg (CJG) plaats. Aan elke school is een jeugdverpleegkundige gekoppeld voor preventieve vragen op het gebied van gezond en veilig opvoeden en opgroeien. Het wijkteam kan doorverwijzen naar huiswerkbegeleiding aan jeugdigen die door hun eigen problematiek of dat van hun ouders vastlopen. Doel is de schoolresultaten te verbeteren en daarmee de toekomstkansen te vergroten. We geven voorlichting aan ouders/opvoeders over de zaken die rond jongeren spelen. Te denken valt aan gebruik van alcohol en drugs, sociale media en sexting. Hierdoor krijgen ouders/opvoeders kennis en inzicht over de (be)leefwereld van de jongeren. Het BAR-trainingsbureau voor preventieve trainingen wordt gecoördineerd door Stichting CJG Rijnmond en heeft als doel trainingen op het gebied van ontwikkeling en opvoeding te coördineren en te organiseren, zowel voor ouders als voor jeugdigen. Denk aan trainingen op het gebied van sociale vaardigheden, faalangst en kind in echtscheidingssituaties (KIES).

Vanuit het trainingsbureau wordt gescreend of het aanbod aansluit bij de vraag of dat andere voorliggende voorzieningen meer passend zijn. Het trainingsbureau brengt in kaart welk lokaal aanbod beschikbaar is of gemist wordt, op het terrein van 55

1.12 Halt-straf en Pak je Kans

1.13 Doorontwikkeling Brede School Ridderkerk

1.14 Cultuureducatie met kwaliteit

gezondheid en veilig opvoeden en opgroeien. Tevens wordt de samenwerking gezocht met het samenwerkingsverband van het primair onderwijs (RiBA) en met scholen zodat (school-gerelateerde) problematiek op de juiste plek aangepakt kan worden. Jongeren zoeken soms de grens op. Experimenteren hoort bij hun leeftijd, maar soms gaan zij te ver en plegen ze een overtreding of een misdrijf. Door direct in te grijpen wordt voorkomen dat de situatie verergert. Dit kan door middel van het opleggen van de Halt-straf voor jongeren van 12 tot 18 jaar. De Halt-straf heeft tot doel grensoverschrijdend gedrag zo vroeg mogelijk te stoppen en het goed te maken met de slachtoffers en de maatschappij. Halt wil jongeren dus helpen fouten te voorkomen, hen laten leren van fouten en jongeren de kans geven hun gemaakte fouten te herstellen. Dit gebeurt onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Jongeren komen bij Halt terecht via de politie en een buitengewoon opsporingsambtenaar, bijvoorbeeld een leerplichtambtenaar. Soms is er sprake van achterliggende problematiek. Halt onderzoekt dit en als er extra hulp of ondersteuning nodig is kan worden doorverwezen naar Pak Je Kans. Tevens kan Pak je Kans ingeschakeld worden door de politie of een leerplichtambtenaar.

Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van zorgwekkend gedrag thuis, op straat of wanneer jongeren spijbelen van school. Maar ook bij daders of slachtoffers van bijvoorbeeld pesten of sexting. Pak Je Kans gaat verder waar Halt stopt en is daarom in een aantal situaties een gewenste aanvulling. Vanuit Pak je Kans worden (achterliggende) problemen opgelost door het bieden van laagdrempelige, kortdurende hulp en richt zicht op gedragsverandering van de kinderen / jongeren en het hele gezin. De Brede School is in 2007 aangevangen en is een netwerk in de wijk, waarbij verschillende partners met elkaar samenwerken. Het laat kinderen van 4 tot 13 jaar kennis maken met sport, bewegen, kunst, taal, cultuur en andere activiteiten. Tevens wordt ingezet op talentontwikkeling en op het bieden van een zinvolle en leuke vrijetijdsbesteding. Hierbij wordt tevens ingezet op het bevorderen van de samenwerking in de wijk en op het vergroten van participatie. Ook wordt de betrokkenheid van ouders gestimuleerd. De Brede Schoolaanpak Ridderkerk is geëvalueerd. Naar aanleiding daarvan wordt een nieuwe structuur opgezet. Vervolgens zal een inhoudelijk kader voor de toekomst van de Brede School opgesteld worden, waarbij aandacht is voor de verbinding tussen de Brede School en het IKC op wijkniveau.

Ieder kind moet de kans krijgen zijn of haar creativiteit optimaal te ontwikkelen en het onderwijs is de plek bij uitstek om kinderen kennis te laten maken met cultuur. De gemeente neemt deel aan de ‘Rijksregeling Cultuureducatie met Kwaliteit’ die gericht is op de ontwikkeling van de verbeeldingskracht, het waarnemingsvermogen en communicatieve vaardigheden. 56

1.15 Bibliotheekwerk

Zodoende wordt cultuureducatie geborgd in het curriculum en is aandacht voor het thema ‘Wetenschap & technologie’. Dit gebeurt met lokale culturele partners. De bibliotheek is de plaatselijke toegangspoort tot kennis, levenslang leren, culturele ontwikkeling en onafhankelijke besluitvorming en pakt steeds meer een maatschappelijke rol op. Op de nieuwe locatie in het gemeentehuis kan de bibliotheek de functies en rol nog beter oppakken in samenwerking met de maatschappelijke en culturele partners in en om het Koningsplein.

Maatschappelijk effect 2: Iedereen heeft gelijke kansen om mee te doen Maatschappelijke baten:

Maatschappelijke partners

2.1 Voorkomen, opsporen en omgaan met schulden

     

Afname (schulden) problematiek/ belemmeringen Beperking van het aantal uitkeringen De onderlinge solidariteit in wijken neemt toe Inwoners hebben grip op hun leven Daling beroep op hulp en ondersteuning Daling kosten sociaal domein per hoofd van de bevolking  Het welbevinden van inwoners groeit  Verkleinen gezondheidsachterstanden  Afname gevoel van eenzaamheid  Effectiever herstel of stabilisatie van problematiek  Inwoners voelen zich beter gehoord  Niet limitatief en ten tijde van opstelling van deze nota onder meer: Sportverenigingen, Vluchtelingenwerk, Facet, Voedselbank, Kledingbank, werkgeversvereniging, werkgevers, werkgeversservicepunt (lokaal en Rijnmond, arbeidsmarktregio), wijkteams, zorgaanbieders, vrijwilligersorganisaties zoals Food Company, Fietsenbank, Schuldhulpmaatje, Stichting Integratie Ridderkerk. Inspanningen De gemeente zet in op voorlichting, bijvoorbeeld op scholen en het verspreiden van de NIBUD-geldkrant onder inwoners. Als inwoners een uitkering aanvragen wordt tijdens een budgetteringsgesprek bekeken of alle voorliggende voorzieningen goed worden benut. Door samenwerking met woningbouwverenigingen, nutsbedrijven en zorgverzekeraars moeten financiële problemen vroegtijdig gesignaleerd worden.

Ingeval van problematische schulden kunnen inwoners advies krijgen, ondersteuning van een schuldhulpmaatje en/of kan een minnelijk of wettelijk schuldhulpverleningstraject worden ingezet. Doel is dat de schulden participatie zo min mogelijk in de weg staan. 57

2.2 Aanpak financiële belemmeringen

2.3 Aanpak ‘Werken en participeren naar vermogen’1

De gemeente onderzoekt of een pilot ‘opkopen schulden van jongeren’ gestart kan worden. Deze pilot richt zich naast het aanpakken van schulden en het bieden van financiële begeleiding op begeleiding door een jongerenwerker om problemen op andere leefgebieden aan te pakken. Tegenover het volledig of gedeeltelijk saneren van de schuld, staat een tegenprestatie, zoals een maatschappelijke stage. Inwoners die (tijdelijk) niet in de kosten voor levensonderhoud kunnen voorzien, kunnen een beroep doen bijstand voor levensonderhoud. Andere wettelijke inkomensregelingen zijn bijzondere bijstand, de individuele studietoeslag, de inkomenstoeslag en de Zorgpolis voor minima. Ook kent Ridderkerk enkele Meedoen-regelingen, zoals de Ridderkerkpas en de zwemdiplomaregeling met als doel financiële problemen zo min mogelijk een belemmering te laten vormen om mee te doen met sport-, school- en andere activiteiten. Vanuit het minimabeleid zet de gemeente de komende jaren in op vroegsignalering en preventie. Speciale aandacht is er voor laaggeletterden en verstandelijk beperkten. Andere doelgroepen zijn werkende armen en kleine zelfstandigen. Om inwoners naar de arbeidsmarkt te begeleiden is een goed netwerk met ondernemers nodig. Om dit te bereiken:  versterken we de samenwerking met de werkgeversdienstverlening van het lokale en regionale Werkgeversservicepunt.

 betrekken we plaatselijke werkgevers bij de ontwikkeling van leerlijnen met plaatselijke werkgevers die daardoor afgestemd zijn op de arbeidsmarkt en de mogelijkheden van de klant. Inwoners onderscheiden we naar de afstand tot de arbeidsmarkt, de mate van jobreadiness en de te verwachte duur om een inwoner naar de arbeidsmarkt te leiden. Iemand die op korte termijn kan uitstromen naar werk bieden we kortdurende trajecten aan die daarop zijn gericht, zoals HalloWerk, sollicitatietrainingen, korte beroepsgerichte trainingen (bijv. VCA) en dergelijke. Daar waar uitstroom langer dan een jaar duurt zetten we in op trajecten met het doel om de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen, waaronder werkervaringstrajecten, langdurigere trainingen en cursussen. Als iemand geen startkwalificatie heeft is een traject dat leidt tot een Praktijkverklaring belangrijk voor duurzame uitstroom. Als iemand niet jobready is en geen perspectief heeft op uitstroom naar de arbeidsmarkt zetten we in op onbetaalde nuttige activiteiten. Vaak is er dan verbinding nodig met andere dienstverlening binnen het sociale domein.

1

In 2021 worden enkele wijzigingen in de Participatiewet van kracht die duurzame uitstroom moeten bevorderen.

58

We hebben specifieke aandacht voor statushouders; we zetten in op het verbeteren van taalbeheersing en participatie in de samenleving. Voor het perspectief naar werk sluiten we aan bij verworven competenties in het land van herkomst.

2.4 Aanpak vergunninghouders 2020-2023 (en implementatie nieuwe wet Inburgering)

2.5 Implementatie VN verdrag voor rechten personen met handicap

2.6 Inclusief Sporten en Bewegen

Ook is het belangrijk om de dienstverlening af te stemmen op inwoners met een licht verstandelijke beperking die nog niet als zodanig bekend zijn. Herkenning en het bieden van specifiek benadering moet voor meer uitstroom zorgen. Voor inwoners die door een beperking niet het minimumloon kunnen verdienen kan een garantiebaan, een beschutte werkplek of participatie via dagbesteding passend zijn. Deze doelgroep valt onder de wet banenafspraak en de doelgroep met een indicatie beschut werk. Per jaar geeft het ministerie aan hoeveel inwoners de gemeente op de beschutte werkplek moet plaatsen. Om dit te realiseren wordt ingezet op:  een beter bereik van de doelgroep en het uitbreiden van plaatsen voor hen bij werkgevers.  Doorstroming van dagbesteding naar beschut werk of een garantiebaan. Meedoen staat centraal in de Aanpak Vergunninghouders 2020-2023. Meedoen op het gebied van wonen, leven en werken. Onze aanpak richt zich zowel op de vergunninghouder als op zijn directe leefomgeving en de samenwerking tussen ondersteunende organisaties Taal en kennis van de Nederlandse samenleving is een voorwaarde om mee te kunnen doen. Per 1 juli 2021 wordt de gemeente, in het kader van de nieuwe Wet inburgering, daarvoor verantwoordelijk.

De drie hoofddoelen van onze aanpak zijn: -Onderwijs: we begeleiden jongeren tot 27 jaar naar een kwalificerende opleiding; -Werk: we begeleiden volwassenen naar een reguliere baan; -Participatie: als werk en opleiding niet mogelijk zijn, verleggen we de focus naar vrijwilligerswerk en/of deelname aan het verenigingsleven. Ingezet wordt op verbetering van de integratie in de wijk, straat en gemeente door samenwerking met maatschappelijke partners zoals Vluchtelingenwerk en de woningbouwvereniging. Tevens is er aandacht voor financiële zelfredzaamheid. Het VN-verdrag inzake rechten van personen met een handicap verplicht iedere gemeente een Lokale Inclusie Agenda op te stellen, zodat mensen met een beperking volledig kunnen deelnemen aan de samenleving. De toegankelijkheid van het openbaar vervoer, openbare gebouwen en sportmogelijkheden moet voor mensen met een beperking verbeteren. Daartoe wordt een inventarisatie gemaakt. Sommige groepen hebben wat extra hulp nodig om tot sporten en bewegen te komen. Hierbij richten we ons in ieder 59

2.7 Verkleinen gezondheidsachterstanden

2.8 Onafhankelijke cliëntondersteuning

2.9 Wijkteams & Maatwerkvoorzieningen

geval op (eenzame) senioren, kinderen en volwassenen met een beperking en op statushouders. We willen deze groepen beter bereiken en de deelname aan sport bevorderen. Wie een hogere opleiding en/of inkomen heeft leeft gemiddeld langer en in betere gezondheid. Gezondheidsproblemen hangen vaak samen met andere problematiek zoals schulden, armoede, laaggeletterdheid en werkloosheid. Ook omgevingsfactoren hebben invloed op de gezondheid, zoals de fysieke en sociale leefomgeving, de kwaliteit van huisvesting en de (fysieke) toegankelijkheid en kwaliteit van voorzieningen. Het meeste effect is te verwachten van interventies tijdens de eerste levensfasen (kansrijke start) en preventieve interventies op het gebied van roken, alcohol en overgewicht. De uitwerking van de “aanpak verkleinen gezondheidsachterstanden” wordt meegenomen in het op te stellen meerjarenbeleidsplan gezondheidsbeleid 2021-2024. Inwoners die zaken moeten regelen op het gebied van zorg, wonen, werk, inkomen en/of onderwijs, zien vaak door de bomen het bos niet meer. Daarom kunnen zij gebruikmaken van onafhankelijke cliëntondersteuning om hen te helpen antwoord te vinden op hun vragen. De cliëntondersteuner verstrekt informatie en advies en kan, indien nodig, met de inwoner naar het gesprek bij het wijkteam of een zorgaanbieder gaan.

Omdat de bekendheid van de onafhankelijke cliëntondersteuning gering is, zetten we in op het vergroten van de bekendheid rondom het recht op onafhankelijke cliëntondersteuning. De meeste inwoners van Ridderkerk kunnen, wanneer ze een probleem hebben, bouwen op hun eigen netwerk. Tevens kunnen ze gebruik maken van algemeen toegankelijke basisvoorzieningen, zoals de vervoersservice, het consultatiebureau, ouderenadviseurs en wijkvoorzieningencentra. Wanneer dit niet volstaat en professionele ondersteuning nodig is dan kunnen inwoners terecht bij het wijkteam. Vanuit het principe één gezin, één plan, één regisseur onderzoeken we samen met de inwoner wat de best passende ondersteuning is. Waar dat aanvullend nodig is wordt gespecialiseerde hulp in de vorm van een maatwerkvoorziening ingezet.

60

Maatschappelijk effect 3: Inwoners kunnen voor zichzelf en elkaar zorgen Doelen:

Maatschappelijke baten:

Maatschappelijke partners

3.1 Samenwerking formele en informele zorg

3.2 Wijkgericht aanbod in wijkvoorzieningencentra en De Loods

 

Meer inwoners zijn in staat voor zichzelf te zorgen Meer inwoners voelen zich verbonden met en zetten zich in voor hun wijk of buurt  Meer inwoners helpen elkaar  Vrijwilligers en mantelzorgers voelen zich voldoende ondersteund en gewaardeerd  Deskundige vrijwilligers  De onderlinge solidariteit in wijken neemt toe  Inwoners hebben grip op hun leven  Daling beroep op hulp en ondersteuning  Daling kosten sociaal domein per hoofd van de bevolking  Het welbevinden van inwoners groeit  Afname gevoel van eenzaamheid  Niet limitatief en ten tijde van opstelling van deze nota onder meer: onderwijs, maatschappelijke instellingen, verenigingen, ondernemers, inwoners, gemeente, Facet, verpleeg- en verzorgingstehuizen, wijkbewoners en -verenigingen/-overleggen, ouderenbonden, kerken, St. Open Limonade, Stichting Present, Stichting Beter voor Elkaar. Inspanningen Formele en informele zorg zijn nauw met elkaar verbonden. Vanuit de gemeente zorgen we samen met onze partners, zoals zorgaanbieders en vrijwilligers(organisaties) voor een samenhangend aanbod. Mantelzorgers leveren daarbij een onmisbare bijdrage aan de informele zorg en ondersteuning. De komende jaren willen we de samenwerking tussen de formele en de informele zorg versterken. Wijkvoorzieningencentra hebben grote betekenis voor de sociale infrastructuur.

Bij het beheer van de centra gaan we uit van de kracht van de wijk (sociaal beheer). Wijkverenigingen zetten zich samen met de leefbaarheidsteams in op de opgave en de vraag van de wijk. Inwoners kunnen daardoor in de centra laagdrempelig deelnemen aan verschillende activiteiten, die aansluiten op de behoefte van de wijk, zoals koken, inloopochtenden, workshops, danslessen en biljartavonden. Wanneer inwoners zelf een activiteit voor de buurt willen organiseren kunnen de sociaal makelaars hen daarbij ondersteunen. Voor jongeren organiseren we in de verschillende wijken vaste ontmoetingsplekken door middel van de jongerensozen. In De Loods wordt o.a. dansles gegeven, zijn er bandjes die er kunnen oefenen, worden er weerbaarheidstrainingen gegeven en vindt er huiswerkbegeleiding 61

3.3 Vrijwilligerswerk

3.4 Ondersteuning en waardering mantelzorgers

3.5 Respijtzorg

3.6 Vrijwilligersacademie

3.7 Service- en gemaksdiensten

plaats. Tijdens de schoolvakanties worden diverse vakantieactiviteiten georganiseerd. Hiermee zetten we in op talentontwikkeling, stimuleren we meedoen en kunnen inwoners elkaar ontmoeten. Vrijwilligerswerk maakt laagdrempelige voorzieningen nabij mensen in wijk en buurt mogelijk. Anderzijds kan vrijwilligerswerk voor de vrijwilligers zelf bijdragen aan participatie (ervaringen opdoen en vaardigheden uitbouwen en het hebben van een netwerk). Vrijwilligerswerk kan ook een waardevolle eerste opstap zijn naar een betaalde baan. Daarom brengen we het mooie werk van vrijwilligers onder de aandacht en stimuleren we inwoners voor elkaar klaar te staan en elkaar een handje te helpen indien dat nodig is. Om dit te kunnen doen vragen we inwoners wat hen stimuleert of belemmert om actief te zijn in de eigen buurt en zich in te zetten voor anderen. Tevens zetten we in op deskundigheidsbevordering en het begeleiden van vrijwilligers. We bieden o.a. in samenwerking met Karaat Mantelzorg en het Vrijwilligerssteunpunt van Stichting Facet Ridderkerk informatie en advies aan mantelzorgers, vrijwilligers, (wijkteam)professionals of werkgevers. We onderzoeken de behoefte van mantelzorgers (tevens i.r.t. respijtzorg) en passen daar de ondersteuning op aan. We bevorderen dat mantelzorgers niet te zwaar belast worden. Er is specifieke aandacht voor de minderjarige mantelzorgers.

Voor deze doelgroep worden specifieke activiteiten georganiseerd. Tevens streven we naar meer bewustwording. Dit doen we d.m.v. PR en voorlichting. Mantelzorgers leveren een belangrijke bijdrage aan de zorg voor naasten. Middels het mantelzorgcompliment waardeert de gemeente deze inzet. Onze inwoners kunnen alleen goed voor een ander zorgen wanneer ze ook goed voor zichzelf zorgen. Delen van de zorg is daarom belangrijk. Dat kan echter alleen als de zorg op een verantwoorde manier overgedragen kan worden. Daarom bieden we onze inwoners respijtzorg in de vorm van dagbesteding, dagverzorging voor ouderen en logeeropvang. Ook worden respijtzorgdagen voor mantelzorgers georganiseerd en zetten we vrijwilligers in de thuissituatie in ter ontlasting van mantelzorgers. Samen met partners zet de gemeente een vrijwilligersacademie op: een platform waar Ridderkerkse organisaties cursussen, workshops en lezingen kunnen plaatsen die interessant zijn voor vrijwilligers en die de deskundigheid bevorderen. Door een gezamenlijk aanbod worden krachten gebundeld en een groter potentieel bereikt. Het vrijwilligersservicepunt heeft daarbij een coördinerende en een aanjagende functie. Senioren moeten zo lang en zo comfortabel mogelijk zelfstandig thuis kunnen (blijven) wonen. Daarom bieden we diensten aan, waaronder de boodschappenservice, 62

3.8 WieWatWaar Ridderkerk

3.9 Jeugdparticipatie, jongerenraad, kinderburgemeester en jeugdlintje

klussendienst (klusjes in huis en tuinklussen), vervoer en begeleiding naar het ziekenhuis, de maaltijdenservice Tafeltje Dekje en scootmobiellessen. De diensten worden uitgevoerd door vrijwilligers onder coördinatie van beroepskrachten. WieWatWaar Ridderkerk is een digitale sociale kaart. Deze kaart biedt een compleet overzicht van alle maatschappelijke organisaties binnen de gemeente op het gebied van welzijn, wonen, sport, zorg en andere maatschappelijke dienstverlening. Er wordt toegewerkt naar een platform waar iedereen elkaar kan vinden; een platform waar vraag en aanbod bij elkaar komen. De jeugd heeft de toekomst. Kinderen en jongeren al jong leren participeren in hun leefomgeving, activiteiten leren opzetten, suggesties leren doen en de weg naar het bestuurlijk orgaan kennen, zullen een betere gesprekspartner zijn, nu en in de toekomst. Stichting Open Limonade ondersteunt de gemeente Ridderkerk bij de vormgeving en uitvoering van jeugdparticipatie. Ridderkerk heeft een jongerenraad (jongeren tussen de 15 en 23 jaar) die het gemeentebestuur adviseert over onderwerpen die gaan over jeugd. Het doel is de stem van jongeren te versterken. Een kinderburgemeester geeft de gemeente Ridderkerk kinderen tot en met 12 jaar een duidelijker stem en overbrugt de kloof tussen de jeugd en de politiek op een leuke manier.

De kinderburgemeester kan daarbij bij uitstek opkomen voor de rechten van kinderen en optreden als ambassadeur voor kinderzaken (bijvoorbeeld over spelen, school, sport). Een jeugdlintje is een mooie manier om de jeugd te waarderen voor hun maatschappelijke inzet. Deze gemeentelijke onderscheiding toont dat de gemeente veel waarde hecht aan de vrijwillige inzet of bijzondere prestaties van de Ridderkerkse jeugd.

Maatschappelijk effect 4: Ridderkerkers zijn langer vitaal en gezond Maatschappelijke baten:

      

De onderlinge solidariteit in wijken neemt toe Inwoners hebben grip op hun leven Daling beroep op hulp en ondersteuning Daling kosten sociaal domein per hoofd van de bevolking Het welbevinden van inwoners groeit Verkleinen gezondheidsachterstanden Afname gevoel van eenzaamheid 63

Maatschappelijke partners

4.1 Sporten en bewegen in de buitenruimte

4.2 Sport- en beweegaanbod

4.3 Vet Gezond

4.4 Gevarieerd aanbod kunst en cultuur 4.5 Cultuur voor Ouderen

4.6 Inzet op alcohol & drugspreventie

4.7 Plan van aanpak

 

Voorkomen en tegengaan van verslaving Niet limitatief en ten tijde van opstelling van deze nota onder meer: Facet, kerken, wijkverenigingen, sportverenigingen, culturele instellingen, scholen, Stichting Chris en Voorkom, Youz, Stichting CJG Rijnmond, zorgverzekeraars, Stichting KOEL, huisartsen, jeugdartsen Inspanningen Steeds meer mensen sporten (ook) graag in de buitenruimte. Deze manier van bewegen stimuleren en faciliteren we; bijvoorbeeld door middel van hardlooproutes, mountainbikeroutes, hindernissen en dergelijke. We onderzoeken de mogelijkheden van sporten/bewegen in de buitenruimte met partners uit het veld. Bewegen bevordert de fysieke en mentale gezondheid. We willen zoveel mogelijk mensen aan het bewegen krijgen. In de wijken waar verenigingsdeelname relatief laag is zetten we in op structureel sport- en beweegaanbod door middel van buurtsportlocaties waar verschillende sport- en beweegactiviteiten aangeboden worden. Daarnaast zorgen de sportpleinbeheerders ervoor dat kinderen altijd met diverse materialen op de pleinen kunnen bewegen, organiseren we buurtsport in de gymzaal en bieden we pleintjessport aan op sportveldjes en schoolpleinen. Een gezonde jeugd begint bij een gezonde omgeving. Daarom willen we, via het Programma Vet Gezond, de plekken waar kinderen veel komen gezonder maken.

Zodat ze thuis, op school of op hun sportvereniging meer bewegen en gezonder eten. Zo maken we gezond opgroeien de normaalste zaak van de wereld. Samen met Stichting Facet Ridderkerk rollen we het programma ‘verder uit en hebben daarbij ook aandacht voor de volwassen doelgroep. We informeren ouders over gezond leven om zo binnen gezinnen een gedragsverandering mogelijk te maken. Er is een ruim en gevarieerd aanbod van kunst en culturele activiteiten. Met dit aanbod zetten we in op talentontwikkeling, ontplooiing, ontmoeting, een zinvolle tijdsbesteding en het bevorderen van de sociale cohesie. Bewegen en kunstbeoefening zijn belangrijke middelen om de zelfredzaamheid van de ouder wordende mens te stimuleren en te vergroten. In samenwerking met Servicebureau Onderwijs en Cultuur, Ridderkerkse verzorgingstehuizen en het lokaal fonds Fonobori is het project Cultuur Dichtbij opgezet. Verkend wordt hoe deze samenwerking gecontinueerd kan worden. Alcohol- en drugsgebruik is en blijft een belangrijk aandachtspunt. Met het `Actieplan voorkomen en bestrijden alcohol-/drugsgebruik 2016-2020` is ingezet op de pijlers:  Preventie, bewustwording en signalering  Regelgeving en handhaving De vervolgaanpak wordt meegenomen in het op te stellen meerjarenbeleidsplan gezondheidsbeleid 2021-2024. We streven ernaar dat inwoners zich niet eenzaam hoeven te 64

‘eenzaamheid’

voelen of zijn en zetten daarom in op het signaleren, voorkomen en tegengaan van eenzaamheid. Dit doen we samen met partners zoals Facet, de kerken, onze wijkvoorzieningencentra en vele verenigingen. In 2019 hebben diverse organisaties in de gemeente Ridderkerk hun krachten gebundeld en de ‘werkgroep aanpak eenzaamheid Ridderkerk’ gevormd. Deze werkgroep is aangesloten bij het landelijk actieprogramma ‘Een tegen eenzaamheid’. Tevens is het Plan van Aanpak eenzaamheid Ridderkerk vastgesteld. Dit Plan wordt uitgevoerd door de werkgroep ‘aanpak eenzaamheid Ridderkerk’. De gemeente is regievoerder en deelnemer. 4.8 Rookvrije Generatie Ieder kind moet op kunnen groeien in een rookvrije omgeving. Een paar jaar geleden is gestart met het rookvrij maken van speelplekken. De komende jaren zetten we in op het realiseren van nog meer rookvrije speelplekken en kijken we welke partners zich willen aansluiten bij de ‘Rookvrije Generatie’ campagne. Tevens wordt ingezet op regionale samenwerking om met rookvrije sportterreinen aan de slag te gaan en om m.n. de lage SES2 doelgroep te bereiken met de ‘stoptober-campagne’.

4.9 Preventief Ridderkerk biedt een preventief gezondheids- en gezondheids- en leefstijlleefstijlprogramma aan met als doel dat senioren zo lang programma specifiek mogelijk sociaal, fysiek en mentaal actief blijven, ze in hun kracht gericht op senioren worden gezet en zich zinvol voelen. De thema’s waar we op inzetten zijn gezonde voeding en bewegen, slaap, veiligheid in huis en op straat, stress en piekeren en financiële regelingen. 4.10 Ondersteuning weduwen Het verlies van een dierbare is een ingrijpende gebeurtenissen en weduwnaars als het overlijden van een partner. Daarom bezoeken vrijwilligers van Stichting Facet Ridderkerk inwoners waarvan hun partner onlangs is overleden. Tevens bieden we hen hulp en ondersteuning op het gebied van het voeren van een huishouden, zingeving en relaties en kunnen zij deelnemen aan de cursus rouwverwerking. 4.11 Samenwerking Omdat de ondersteuning en zorg voor een aantal doelgroepen zorgverzekeraars (zoals ggz-cliënten, ouderen en jongeren) zowel door de gemeente als door de zorgverzekeraars gefinancierd wordt, is samenwerking tussen beide partijen van cruciaal belang. We willen onze inwoners een op elkaar afgestemd zorg- en productenaanbod. Daarom optimaliseren we de samenwerking en bundelen we onze kennis en krachten.

4.12 Samenwerking wijkteams, Jongerenwerkers, ouderenadviseurs en een welzijn en jeugdverpleegkundige nemen deel aan het voorbereidingsteam jeugdgezondheidszorg van het wijkteam. Dit team fungeert als een triageteam voor vragen die bij de wijkteams binnenkomen. Op basis van de vraag wordt bekeken of deze kan worden afgeschaald en door welzijn of vanuit de jeugdgezondheidszorg kan worden opgepakt, of dat informatie vanuit welzijn of de jeugdgezondheidszorg kan worden verstrekt om de vraag te verduidelijken. Tevens bestaat de mogelijkheid om in gezamenlijkheid de vraag op te pakken. 4.13 Ontwikkelagenda Bij de regiefunctie van de gemeente in het sociaal domein ligt het 2

Sociaal Economische Score

65

huisartsen en jeugdartsen

accent op integraal werken in de wijken, dichtbij de inwoner zorg en ondersteuning op maat leveren met aandacht voor preventie. Dit vraagt om verbindingen tussen het zorgdomein, waaronder huisartsen en jeugdartsen, en het sociale domein. Goede samenwerking aan de hand van een gezamenlijke ontwikkelagenda is belangrijk om de vaak complexe vraagstukken in het zorg- en sociale domein aan te kunnen pakken. Denk bijvoorbeeld aan het meer grip krijgen op doorverwijzingen naar specialistische jeugdhulp. Een eerste aanzet voor een ontwikkelagenda is gereed en wordt nog verder uitgewerkt. Inspanningen 4.12 en 4.13 zijn onderdelen van de ontwikkelagenda. Een goede samenwerking tussen jeugdgezondheidszorg (JGZ), huisartsen en het wijkteam is nodig om de volgende effecten te bereiken:  Het bieden van lichtere, snelle en gerichte jeugdhulp dichtbij.  Verbeteren van de samenwerking tussen huisarts, wijkteam en JGZ.  Gerichter doorverwijzen naar de specialistische jeugdhulp. Er zijn verschillende werkwijzen om deze samenwerking in te richten. Bijvoorbeeld via de inzet van een POH GGZ-Jeugd of via een samenwerking waarbij de huisartspraktijk een jeugdarts (of jeugdverpleegkundige) en een wijkteammedewerker als contactpersoon krijgt toegewezen.

De huisarts kan deze medewerkers consulteren bij vragen rondom toeleiding naar het wijkteam en/of de mogelijkheden van inzet vanuit de JGZ of het wijknetwerk. Op basis van ervaringen van de pilots die in 2020 zijn opgestart worden vervolgkeuzes gemaakt. Een groot deel van de mensen die regelmatig de huisarts bezoekt heeft psychosociale problemen. Deze problemen uiten zich vaak in lichamelijke klachten, somberheid, stress en angstklachten. Een groot deel van deze groep hoeft hiervoor geen medicijnen of een verwijzing naar psychologische zorg. Via ‘Welzijn op recept’ kunnen we mensen die klachten hebben en hier geen medische of psychologische behandeling voor nodig hebben, ondersteunen in het behouden en verbeteren van gezondheid en welzijn.

4.13 Samenwerking JGZ, huisarts en wijkteam

4.14 Welzijn op recept

Maatschappelijk effect 5: Inwoners kunnen zo lang mogelijk veilig thuis wonen Maatschappelijke baten:

Maatschappelijke partners

      

Inwoners hebben grip op hun leven Daling beroep op hulp en ondersteuning Daling kosten sociaal domein per hoofd van de bevolking Het welbevinden van inwoners groeit Afname gevoel van eenzaamheid Effectiever herstel of stabilisatie van problematiek Niet limitatief en ten tijde van opstelling van deze nota onder meer: Veilig Thuis, Zorgkantoren, CIZ, Woningbouw, omliggende gemeenten (BG), zorgaanbieders, zorgverleners, 66

5.1 Thuis Wonen Wonen-Welzijn-Zorg

5.2 Begeleid Wonen

5.3 Beschermd Wonen & Maatschappelijke Opvang (BW-MO)

wijkteam, vrijwilligers, mantelzorgers, zorg- en welzijnsorganisaties, Centrum voor dienstverlening, jeugdgezondheidszorg (CJG) Inspanningen Samen met onze partners willen we in de komende periode een toekomstbestendig, wijkgericht hulp- en welzijnsaanbod realiseren. We richten ons daarbij op de meest kwetsbaren. Het gaat om inwoners met psychiatrische – en psychosociale problematiek, inwoners met een verstandelijke beperking, inwoners met een lichamelijke beperking, zowel jeugd (jong)volwassenen als ouderen. De samenwerking is gericht op actief meedoen en zo lang mogelijk thuis wonen. Partners op het gebied van wonen, welzijn en zorg leveren een afgestemd aanbod waarbij de focus ligt op preventie, vroegsignalering, het versterken van de wijkvoorzieningen en het realiseren van passend woonaanbod. We willen investeren in verbeterde ketenzorg en we verkennen de mogelijkheden tot meer synergie op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Dit geldt ook voor de wijze van financieren door bijvoorbeeld integrale ketencontracten. We betrekken hierbij de wensen, behoeften en ideeën van inwoners. Voor inwoners die vanwege psychosociale, psychiatrische problemen en/of door een lichamelijke en/of verstandelijke beperking niet zelfstandig kunnen blijven wonen zijn er verschillende vormen van ondersteuning mogelijk, waaronder begeleid wonen en intensieve ambulante ondersteuning thuis.

Door wetgeving, transitie en extramuralisering van de zorg zal er meer nadruk komen te liggen op begeleid wonen in combinatie met ambulante zorg thuis. In de komende periode ontwikkelt de gemeente met aanbieders een vernieuwd aanbod voor deze kwetsbare groepen. De gemeente start met een inventarisatie van het bestaande ondersteuningsaanbod. Door verbetering van de samenwerking tussen de deelnemende partijen rondom bestaande ondersteuningsvormen en het leren van ‘nieuwe’ en/of experimentele particuliere en andere initiatieven kunnen in de praktijk innovatieve woonvormen en begeleidings-arrangementen worden ontwikkeld. Vanaf 2021 start de verdere doordecentralisatie BW-MO. De gemeente wil in dit traject inhoudelijke verbeteringen bereiken en wil een beweging van beschermd wonen naar een beschermd thuis in de wijk realiseren. De gemeente wil een daling realiseren op het gebruik van Beschermd Wonen. Door de ontwikkeling van nieuwe huisvestings- en bijpassende ondersteuningsvormen kan een inwoner met psychiatrische problematiek langer thuis en in de wijk wonen. In het kader van de doordecentralisatie bereidt de gemeente zich voor op wijzigingen in beleid en financiering. Daarnaast heeft de verbinding tussen Wmo, GGZ zorg, welzijn en wonen de aandacht. Op langere termijn moet er een besluit komen over de inrichting 67

5.4 Verplichte Zorg Thuis

5.5 Ambulante Hulp Thuis

5.6 Dagbesteding ter ondersteuning van Thuis Wonen

en/of bekostiging van de maatschappelijke opvang. Vanaf 1 januari 2020 biedt de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg zorgverleners meer instrumenten voor zorg op maat. De wet is er op gericht om verplichte zorg voor mensen met psychische problemen zo veel mogelijk te voorkomen. Als verplichte zorg echt noodzakelijk is, moeten de minst ingrijpende vorm worden ingezet en de dwang zo snel mogelijk worden afgebouwd. Verplichte zorg in de thuissituatie is één van de mogelijkheden. Voorbeelden zijn: medicatie toedienen, medische controles doen of het bieden van begeleiding. Doordat deze zorg nu vaker thuis wordt geboden vraagt dit meer aandacht voor de leefbaarheid en de veiligheid. Ook is er met de nieuwe wet meer mogelijk op het gebied van signalering. Inwoners kunnen 24/7 een melding doen als zij zich als directe naaste zorgen maken om een persoon met verward gedrag. We blijven de komende jaren inzetten op de samenwerking met onze ketenpartners op zorg voor kwetsbare inwoners. Ambulante hulp in de thuissituatie wordt geboden in de vorm van Wmo begeleiding en Hulp bij het huishouden, bijvoorbeeld het schoonmaken van de woning. Bij de inzet van deze ondersteuning sluiten we aan op wat de inwoner en het netwerk zelf kunnen en zetten we in op het benutten van het ontwikkelperspectief3.

Onder andere door vergrijzing, ambulantisering en het complexer worden van de samenleving doen steeds meer inwoners een beroep op ambulante hulp in de thuissituatie. Dit vraagt om een nieuwe werkwijze zodat duurzame inzet en kwaliteit binnen de financiële kaders kan worden gerealiseerd. Door schaalvoordelen te benutten kan inzet efficiënter en doelmatiger. De nieuwe werkwijze wordt ontwikkeld binnen het project inkoop Hulp bij het Huishouden en Begeleiding en moet in het vierde kwartaal van 2021 gereed zijn. Vanaf 2022 zetten we in op monitoring en optimalisatie van de nieuwe werkwijze. Intensieve en/of gedwongen zorg wordt steeds vaker thuis geboden en valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Medische zorg valt onder de zorgverzekeringswet. Voor de meest kwetsbare mensen, die 24 uur per dag intensieve zorg nodig hebben, is opname in een instelling geregeld binnen de Wet langdurige zorg. Doordat verantwoordelijkheden zijn gefragmenteerd en de nadruk ligt op de kanteling van zorg naar preventie is een nieuwe focus op de keten nodig. Door ketenzorg te organiseren ontvangen inwoners thuis passende gecontinueerde zorg en ondersteuning afgestemd op de verschillende levensfasen. Hierbij ligt ook de nadruk op het integraal bekijken van aanbod op het gebied van Wonen, Welzijn en Zorg.

We zetten in op het ondersteunen van mantelzorgers door inwoners met een beperking actief te begeleiden naar

3

Het ontwikkelperspectief is de inschatting van de ontwikkelingsmogelijkheden van een cliënt voor een bepaalde, langere periode. Tot welk niveau van zelfstandigheid kan de cliënt door middel van de interventie(s) uiteindelijk vooruitgaan?

68

5.7 Hulpmiddelen en Voorzieningen Thuis

5.8 Aanpak Kindermishandeling & Huiselijk geweld

5.9 Huisbezoeken 75+

5.10 Bewustwording Dementie en deskundigheidsbevordering

4

dagbesteding of vrijwilligerswerk. Naast participatie door de inwoner met een beperking, ontlasten we ook structureel de thuissituatie en kan een gezinssysteem duurzamer ondersteuning bieden. Ook gaan we het gesprek aan over- en treffen we in gezamenlijkheid voorbereidingen op het moment dat thuis verzorgen van gezinsleden niet meer gaat. Hiermee creëren we rust en voorkomen we dure crisiszorg. Wmo Hulpmiddelen en Voorzieningen worden geboden in drie categorieën: rolstoelen, vervoershulpmiddelen en woonvoorzieningen. Doordat inwoners steeds langer thuis blijven wonen neemt de vraag naar hulpmiddelen en voorzieningen thuis verder toe. Dit vraagt om de huidige inspanning van het stimuleren van bewustwording en tijdig anticiperen op veranderende woonwensen te intensiveren. Het creëren van levensloopbestendige woningen geeft inwoners een alternatief. Daar waar nodig ondersteunen we de inwoner zodat deze ondanks de ervaren beperking(en) zo lang mogelijk thuis kan blijven wonen. Sinds 2019 hebben professionals een wettelijke plicht om signalen van kindermishandeling en huiselijk geweld te melden bij Veilig Thuis. Als gevolg van deze meldcode en de maatschappelijke aandacht is dit een onderwerp waar steeds meer de focus op ligt. De uitgangspunten zijn vastgelegd in de regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling 2020-2023. Deze uitgangspunten werken we lokaal verder uit.

Hierbij nemen we onderwerpen als het voorkomen van geweld tegen kinderen en ouderen, babbeltrucs en digitale oplichting mee. Ook wordt de link gelegd met jeugdbescherming en –reclassering en de positie van het Zorg- en Veiligheidshuis. De gemeente vindt het belangrijk dat het goed gaat met onze ouderen. Daarom legt Facet eens in de 5 jaar in opdracht van de gemeente huisbezoeken af bij alle 75+’ers. Een ouderenadviseur gaat met ouderen in gesprek om te horen hoe het gaat. Vragen en signalen worden opgepakt. Dit kan middels collectieve voorlichtingsbijeenkomsten of via individuele ondersteuning. In het meerjarenplan Dementie BAR 2018-2021 zijn vijf thema’s op hoofdlijnen beschreven. Een van de thema’s is het dementievriendelijker maken van de samenleving. Gedurende de looptijd van het meerjarenplan concretiseren we de thema’s in samenwerking met onze ketenpartners en leggen dit vast in een plan van aanpak. Een voorbeeld hiervan is het Alzheimercafé. Hierbij sluiten we aan bij de projectdoelen uit de Focusbrief dementie 2019 voor gemeenten (Alzheimer Nederland). We richten we ons op de verdere ontwikkeling van onze professionals die direct contact hebben met dementerende inwoners en hun naasten. Hiervoor maken we gebruik van de trainingen die worden aangeboden vanuit het initiatief Samen dementievriendelijk4.

Een samenwerking van Alzheimer Nederland, PGGM en het ministerie van VWS

69

Bijlage 2 Kwantitatieve gegevens Ridderkerk Demografische ontwikkelingen In 2019 is een regionale bevolkings- en huishoudensprognose opgeleverd door het Planbureau voor Leefomgeving en het Centraal Bureau voor de Statistiek. Hieruit blijkt dat de bevolking van Nederland in de toekomst blijft groeien, vooral door de internationale migratie. In 2050 telt Nederland naar verwachting 18,5 miljoen mensen, tegen 17,3 in 2019. De bevolkingsgroei concentreert zich in de Randstad, Noord-Brabant en delen van Gelderland en Overijssel. Regionaal zijn de verschillen groot. In Ridderkerk is de verwachting dat de bevolkingsgroei tussen 2018 en 2035 4% zal zijn, waar bijvoorbeeld in buurgemeente Albrandswaard een krimp van 3% wordt verwacht. Het inwonertal van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht neemt tot 2035 sterk toe. De verwachting in Rotterdam is dat dit met 15% zal stijgen. Dit komt vooral door natuurlijke aanwas en buitenlandse migratie. Voor buitenlandse migranten is de grote stad aantrekkelijk vanwege goede baankansen en omdat hier al vaak migranten met dezelfde achtergrond wonen. Het gaat hierbij vooral om expats, arbeidsmigranten uit de EU en internationale studenten. Ook hebben de steden op jongeren een grote aantrekkingskracht vanwege de opleidingsmogelijkheden en goede baankansen en het rijke aanbod van culturele voorzieningen.

(Dubbele) vergrijzing zet door De komende decennia vergrijst de bevolking van Nederland verder. De meeste mensen in de AOWgerechtigde leeftijd wonen in de steden. In de toekomst neemt het aantal nog toe, omdat veel van de huidige volwassenen in de stad blijven wonen. Naast de stad zijn woonplaatsen aan de kust en andere landschappelijk aantrekkelijke gebieden populair onder ouderen. De vergrijzing doet zich in de toekomst het sterkst voor aan de randen van Nederland: Oost-Groningen, Delfzijl en omgeving, Zuidoost-Drenthe, de Achterhoek, Zeeuws-Vlaanderen en de provincie Limburg. Deze regio’s kenmerken zich ook door een aanhoudende bevolkingskrimp. Het vertrek van jongeren, weinig immigratie en een laag aantal geboorten ligt hieraan ten grondslag; de ‘honkvaste’ ouderen blijven dan achter. Daarnaast neemt landelijk de categorie 80-plussers sterk in omvang toe in de toekomst en zal in 2050 rond 2,5 keer zo groot zijn als nu. Het verschijnsel dat niet alleen de groep ouderen een relatief groter aandeel vormt, maar de gemiddelde leeftijd ook steeds hoger komt te liggen, noemen we ‘dubbele’ vergrijzing. Deze ontwikkeling kan leiden tot een extra behoefte aan zorg, mede doordat ouderen steeds langer zelfstandig blijven wonen. In Ridderkerk wordt een toename van 66% verwacht van het aantal 80-plussers tot 2050. Tot 2035 bedraagt die verwachte toename zo’n 33%.

Landelijk neemt de demografische druk toe; in Ridderkerk vooralsnog niet Sinds de eeuwwisseling daalt het aandeel mensen op de werkzame leeftijden gestaag. In de nabije toekomst gaat het aandeel even stijgen, als gevolg van het oprekken van de AOW-leeftijd. Maar later, rond 2025, gaat de daling weer verder. Dit kan gepaard gaan met een grotere (demografische) druk op de werkenden die jongeren en AOW-ers moeten onderhouden, in praktisch opzicht door het geven van zorg en in financieel opzicht door bekostiging van voorzieningen zoals scholen en verpleeginstellingen. In de toekomst blijft het aandeel mensen op de werkzame leeftijden in de grote steden hoger dan in de plattelandsgemeenten. In regio’s met bevolkingskrimp ontstaat hierdoor een extra druk op de potentiële beroepsbevolking. In Ridderkerk ziet dit er echter anders uit. Tussen 2018 en 2035 wordt een stijging verwacht van bijna 4% van de potentiële beroepsbevolking. Tot 2050 bedraagt deze verwachting bijna 8%. Dit komt overeen met de verwachting dat in de grote steden en hun randgemeenten in de toekomst nog een groei van de bevolking in de werkzame leeftijden wordt verwacht. De grote steden zijn vanwege opleidingsinstituten en werk in trek bij jongeren. Ook ontvangen de grote steden veel immigranten vanwege goede baankansen en familienetwerken.

Buiten de Randstad en vooral aan de randen van Nederland zal het aantal mensen op de werkzame leeftijden afnemen. De immigratie is hier lager en jongeren trekken vaak naar de 70

grote steden. Uiteindelijk zal echter het aandeel mensen in de werkzame leeftijden overal dalen. 2Waar moeten we op letten (trends)? Afgezet tegen deze demografische ontwikkelingen zijn er vervolgens een aantal trends die onze aandacht vragen:  Toenemende zorgvraag; investeren in preventie en gezondheid De vraag naar (ambulante) Wmo-voorzieningen zal naar verwachting blijven stijgen in lijn met de trend dat ouderen langer thuis (willen/moeten) blijven wonen en het aantal 80-plussers zal stijgen. We zien eveneens dat de vraag naar jeugdhulp onverminderd groot is. Om de hulp en ondersteuning in Ridderkerk betaalbaar te houden zal het nodig zijn om op de korte termijn waar mogelijk beheersmaatregelen te nemen en voor de lange termijn te (blijven) investeren in preventie en gezondheid. Voor de groep ouderen, zo blijkt uit zeven grote bevolkingsonderzoeken in Europa en de Verenigde Staten die door het Erasmus MC in Rotterdam zijn geanalyseerd, loont investeren in vitaliteit. Na de verbeteringen in de behandeling van risicofactoren voor hart- en vaatziekten blijkt dat leefstijl er ook aan bijdraagt dat ouderen verminderd risico lopen op het ontwikkelen van dementie. Stoppen met roken, het vergroten van het bewustzijn over alcoholgebruik en het belang van bewegen zijn belangrijke factoren.

De conclusie is dat een 70-jarige nu 13 procent minder kans heeft om binnen vijf jaar dementie te ontwikkelen dan iemand die in 2010 de 70-jarige leeftijd bereikte.  Ruimte voor innovatie voor ontwikkelen effectieve preventie De toename van de zorgvraag en daarmee gepaard gaande kosten maakt de vraag naar effectieve aanpakken op het gebied van preventie en gezondheid tot grote noodzaak. Er valt op dit vlak nog ontzettend veel te leren, te experimenteren en uit te wisselen. Om die reden is het aan te bevelen om ruimte te creëren voor het ontwikkelen van innovatieve pilots en aanpakken.  Toename van druk op mantelzorg Het aantal inwoners met de AOW-gerechtigde leeftijd neemt toe. Met name is er een stijging te verwachten van het aandeel 80-plussers. Daarmee zal ook de druk op mantelzorgers toenemen. De groep mantelzorgers heeft onze ondersteuning de komende jaren hard nodig.  Aandacht voor combineren van werk met informele zorg of vrijwilligerswerk Hoewel in Ridderkerk de verwachting is dat de potentiële beroepsbevolking tot 2050 zal stijgen, wil dit niet automatisch zeggen dat de effecten van de landelijke toename van demografische druk in Ridderkerk niet merkbaar zal zijn. Een kleiner wordende (potentiële) beroepsbevolking vormt de draagkracht voor de zorg aan jongeren en ouderen en in het voorzien van onder andere (de bekostiging) van onderwijs en hulpverlening.

Voor het combineren van werk en informele zorg of vrijwilligerswerk zal aandacht nodig zijn.  Iedereen moet mee kunnen blijven doen We zien dat de druk op inwoners om goed te presteren groot is. Of dit nou volwassenen op de arbeidsmarkt aangaat of jongeren in het onderwijs. Met een landelijk verwachte toename van demografische druk kan niet worden verwacht dat de prestatiedruk zal dalen. Dit heeft ook effecten op de stijging van het gebruik van de geestelijke gezondheidszorg. Iedereen moet mee kunnen blijven doen. Maar kan dat ook echt? Ook als er sprake is van een beperking? Ook bij het ouder worden? Investeren in het welzijn, het welbevinden en de vitaliteit van onze inwoners is in dat perspectief van groot belang.

71

 (talent)ontwikkeling en goede match tussen onderwijs en arbeidsmarkt Met een kleiner wordende beroepsbevolking wordt (ook mede met het oog op vorengaande) de noodzaak voor een optimale (talent)ontwikkeling van inwoners alleen maar groter. Daarbij is het bovendien van groot belang dat er een goede match is tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. Zo is het bijvoorbeeld van belang dat genoeg inwoners voor een opleiding kiezen in het kader van de (ouderen)zorg. Hiermee kan worden voorkomen dat de (kwaliteit van) hulpverlening aan met name ouderen in Ridderkerk niet verschraald. Daarnaast is inmiddels bekend dat wie in zijn jeugdjaren een goede opleiding krijgt, een reservecapaciteit opbouwt in het brein. Als er dan later hersenschade optreedt onder invloed van bijv. alzheimer, leidt dat minder snel tot cognitieve achteruitgang en andere symptomen van dementie. Onderwijs en ontwikkeling hebben dus ook een positieve invloed op de fysieke gezondheid van inwoners op de langere termijn.  Duurzaam en legitiem maatwerk Met de stijging van het aantal 80-plussers, een onverminderd groot beroep op jeugdhulp en een toename van de zorgvraag en zorgkosten is het van belang dat de hulp en ondersteuning die we bieden duurzaam effectief is. Daarnaast geldt dat er een goede match moet zijn tussen de hulpvraag en de oplossing die geboden wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/746/documents/31247