CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Vastgestelde Jaarstukken 2023 GR BAR-organisatie.pdf

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 12 september 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 9: Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven26.394 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

€

80.424 8,20% € 6.595 bedragen x € 1.000 1e kw. 2e kw. 3e kw. 3.000 3.000 0 2.805 2.029 5.113

4e kw. 0 7.004

195

971

-5.113

-7.004

Kasgeldlimiet

6.595

6.595

6.595

6.595

Ruimte onder kasgeldlimiet

6.400

5.623

11.708

13.599

Renterisiconorm De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking komt voor herfinanciering en/of renteherziening. Deze norm heeft als doel de risico’s te beperken van een toekomstige stijging van de kapitaalmarktrente bij herfinanciering (van aflossingen op bestaande leningen) en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Door het toepassen van deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningen, waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld.

26

Uit onderstaand overzicht blijkt dat onze GR BAR in 2023 onder de renterisiconorm gebleven is. RENTERISICONORM EN RENTERISICO'S VAN DE VASTE SCHULD bedragen x € 1.000 Renterisico op vaste schuld 2023 1a. Renteherziening op vaste schuld o/g 0 1b. Renteherziening op vaste schuld u/g 0 1. Netto renteherziening op vaste schuld (1a - 1b) 0 2. Betaalde aflossingen 2023 (leningen aan BAR) 41 3. Renterisico op vaste schuld (1+ 2) 41 Renterisiconorm 4a. Begrotingstotaal 2023 4b. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 4. Renterisiconorm

80.424 20,0% 16.085

Toets Renterisiconorm 5a Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3) 5b Overschrijding renterisiconorm (4 - 3)

16.044 n.v.t.

Financiering In het Treasurystatuut is bepaald dat onze GR BAR financiering met externe middelen zoveel mogelijk beperkt door gebruik te maken van de beschikbare interne financieringsmiddelen. Hiermee worden de renterisico’s beperkt en wordt het renteresultaat geoptimaliseerd. Bij de oprichting van onze GR BAR in 2014 zijn de materiële vaste activa van de bedrijfsvoering door de gemeenten overgedragen aan de GR BAR. Per gemeente is destijds een lening verstrekt ter financiering van deze overdracht. De leningen van Barendrecht en Albrandswaard zijn in 2023 in zijn geheel afgelost. De lening van Ridderkerk was al eerder, in 2022 afgelost. In 2023 zijn er geen nieuwe langlopende leningen aangetrokken. Langlopende leningen Leningen 2023

bedragen x € 1000 hoofdsom 1-1-2023

Barendrecht Albrandswaard Totaal

aflossing

19 22 41

19 22 41

rentelasten

restant hoofdsom 31-12-2023

1 1 2

0 0 0

Renteschema Om inzicht te geven in de rentelasten uit de externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening is onderstaand (verplicht voorgeschreven) schema opgenomen: Externe rentelasten over de lange financiering Externe rentelasten over de korte financiering Externe rentebaten (schatkistbankieren)

1.500 43.800 -193.100 27

Totaal aan de begroting toe te rekenen externe rente Werkelijk aan de begroting toegerekende rente (rente-omslag) Renteresultaat (positief)

-147.800 0 -147.800

2.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Huisvesting Onze GR BAR maakt gebruik van gemeentelijke huisvesting (gemeentehuizen en -werven). Ten aanzien van de huisvesting is een aantal jaren geleden besloten de eigendomsverhouding van de gebouwen ongemoeid te laten. De GR BAR heeft de gebouwen om niet in gebruik van de gemeenten. Het gemeentehuis van Barendrecht en de gemeentewerf Londen zijn eigendom van de gemeente Barendrecht. Het (gemeente-)Huis van Albrandswaard is eigendom van de gemeente Albrandswaard. De gemeente Albrandswaard heeft de gemeentewerf Nijverheidsweg in eigendom en verhuurt die aan de NV BAR-Afvalbeheer. De gemeente Ridderkerk heeft het gemeentehuis van Ridderkerk in eigendom. Voertuigen Na een langdurige aanbestedingsprocedure in 2018 werd in februari 2019 een raamovereenkomst getekend door onze GR BAR en Volkswagen Pon Financial Services. Met dit contract kon de GR BAR efficiënt en effectief inspelen op de vervanging en verduurzaming van het wagenpark. De transitie van eigen beheer naar lease zou in 5 jaar plaatsvinden. In 2023 zijn er in de lease 10 voertuigen en 11 stuks ondersteunend materieel geleverd. Inmiddels zijn er in totaal 109 stuks voertuigen en ondersteunend materieel vervangen waarvan 64 voertuigen, 19 strooimachines, 3 schuiven/ploegen en 23 landbouwwerktuigen. Eind 2023 staan nog 3 stuks voertuigen en 3 strooiers in bestelling.

Alles wordt in het 1e en 2e kwartaal van 2024 geleverd. De eerder ontstane vertraging in de overgang naar lease is daarmee nagenoeg ingelopen. I&A-investeringen (Informatie en Automatisering) Over software investeringen 2023 kan het volgende worden vermeld:  Algemeen Als gevolg van de ontvlechting van de BAR-Organisatie is in 2023 relatief weinig ruimte geweest voor vernieuwing. Dit ten gevolge van de (menselijke) capaciteit en aandacht die noodzakelijkerwijs gericht is geweest op de ontvlechting.  Wet & Regelgeving Op het gebied van Wet & Regelgeving is uitsluitend opgepakt wat wettelijk noodzakelijk was.  Digitalisering in brede zin Vanuit het I&A software investeringsbudget worden software-investeringen voor projecten uit ‘de lijn’ betaald. In 2023 is hier afgerond 30% van de investeringsuitgaven aan besteed waaronder software ten behoeve van de begeleiding van werkzoekenden, software voor energiebeheer en -verplichtingen en software voor de nieuwe gemeentelijke websites.  Centric Per 1 januari 2022 is het contract met Centric aangepast met als doel lagere structurele jaarlijkse kosten. Dit heeft wel tot gevolg dat nieuwe versies van Centric-producten vanuit het investeringsbudget betaald moeten worden. Zoals verwacht heeft dit in 2023 geleid tot investeringsuitgaven voor vernieuwing van software in met name het sociaal domein, afgerond 15% 28

van de investeringsuitgaven.  Zaaksysteem In 2023 is hard gewerkt aan de verdere vervanging van het GreenValley zaaksysteem door haar opvolger, RX.Enterprise. Vertraging door technische issues heeft hier tot hogere uitgaven geleid dan verwacht.  Wet Open Overheid (Woo) In 2023 zijn volgens plan meerdere informatiecategorieën actief gepubliceerd. We hebben dit vrijwel volledig binnen de bestaande middelen kunnen uitvoeren zodat van extra investeringen voor de Woo vrijwel geen sprake is geweest in 2023.  Common Ground Common Ground is de belangrijkste ICT-gerelateerde ontwikkeling vanuit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het doel is een open, transparante en digitaal veilige overheid die haar dienstverlening flexibeler kan inrichten en verbeteren. Vanwege het belang van deze ontwikkeling hebben wij hier ook in 2023 op ingezet. Door samen (te) organiseren met collegagemeenten en met subsidie van de VNG. De activiteiten gericht op Common Ground zijn slechts zeer beperkt ten laste gekomen van het eigen investeringsbudget.  Informatiegedreven werken De vraag naar ‘informatie’ neemt toe. Van rapport tot dashboard tot datagedreven beleid en monitoring. Hierop is ingezet door uitbreiding van het team ‘data gedreven werken’ en is een begin gemaakt met de noodzakelijke investeringen in een zogenaamd “data platform”.

 Ontvlechting inclusief Cloud & SaaS In toenemende mate kopen we geen software meer die we zelf installeren op onze systemen, maar nemen we softwarediensten uit de cloud af als SaaS (Software as a Service) af. Door de ontvlechting van de BAR-organisatie is het proactief “verSaaSen” van ons softwarelandschap on hold gezet. De ontvlechting zelf zorgt voor noodzakelijke aanpassing van veel applicaties als gevolg van onder meer privacy- en informatieveiligheidseisen. Daarbij is, waar van toepassing en waar mogelijk, tegelijk de stap van ‘in-huis software’ naar ‘SaaS-oplossing’ gemaakt. In 2023 is afgerond 30% van het investeringsbudget gespendeerd aan ontvlechting en, waar van toepassing, tegelijk verSaaSing.  Uitbreiding datacenter als gevolg van ontvlechting Het datacenter van de GR BAR is in 2023 uitgebreid met vier zogeheten Hyper Visors. Hiermee is de capaciteit van het datacenter uitgebreid met ongeveer 30 procent. Deze uitbreiding is gebaseerd op een inschatting van de toename van software en noodzakelijke servers als gevolg van de ontvlechting van de BAR-organisatie.  Nieuwe interne firewall (Beveiliging) Om de externe en interne dreigingen van Cybercrime tegen te gaan is in 2023 geïnvesteerd in een extra firewall. Dit apparaat zorgt voor een gescheiden en gecontroleerde infrastructuur.

Bij eventuele cybercrime-aanvallen van binnen en buiten zorgt deze firewall ervoor dat onze organisatie beperkt zal worden geraakt door die aanvallen. Een dergelijke oplossing staat niet op zichzelf. Er zijn ook andere maatregelen getroffen om in de volle breedte beveiligd te zijn. (waarover in deze jaarstukken om veiligheidsredenen geen verdere mededelingen worden gedaan)  Uitbreiding en vervanging werkplek hardware Binnen het reguliere vervangingsbeleid is in 2023 een grote hoeveelheid laptops en telefoons aangeschaft die in de loop van het jaar worden ingezet bij medewerkers waarvan de laptop of 29

telefoon aan vervanging toe is.

2.4 Paragraaf Bedrijfsvoering Dit is een verplicht voorgeschreven paragraaf (in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)). In de paragraaf in de begroting moet ten minste inzicht worden gegeven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. En in het jaarverslag moet hierover verantwoording worden afgelegd. Maar omdat onze GR BAR alleen bedrijfsvoering betreft is dit al opgenomen in de programmaverantwoording van deze jaarstukken en is een paragraaf Bedrijfsvoering niet nodig. Hieronder volgt nog wel een toelichtende tekst in het kader van de nieuwe opzet van de rechtmatigheidsverantwoording door het dagelijks bestuur. Toelichting bij de Rechtmatigheidsverantwoording door het dagelijks bestuur Met ingang van het boekjaar 2023 legt het dagelijks bestuur verantwoording af over de rechtmatigheid in de jaarrekening. Zie pagina 57. Tot en met 2022 gaf de accountant een verklaring over de rechtmatigheid af in zijn controleverklaring bij de jaarrekening. Om goed voorbereid te zijn en om ervaring op te doen was deze nieuwe opzet van de rechtmatigheidsverantwoording als proef al opgenomen in de jaarrekeningen 2021 en 2022. Rechtmatigheid is een juridische term en houdt in dat overeenkomstig de geldende regels en besluiten is gehandeld.

Voor deze rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur geldt echter een minder omvattend begrip. Het blijft beperkt tot de financiële rechtmatigheid. De financiële rechtmatigheid betreft de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties. Het gaat om het financiële beheer en de financiële beheershandelingen. Hierbij zijn de volgende drie specifieke rechtmatigheidscriteria van belang: 1. Begrotingscriterium. De financiële handelingen passen binnen het kader van de laatste geautoriseerde begroting (inclusief goedgekeurde begrotingswijzigingen). 2. Voorwaardencriterium. De voorwaarden in wet- en regelgeving worden nageleefd, zoals landelijke wetten of door het algemeen bestuur vastgesteld beleid. 3. Misbruik & Oneigenlijk gebruik (M&O) - criterium. Er vindt een toetsing plaats op de juistheid en volledigheid van de gegevens die door derden zijn verstrekt met het oog op het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen door klanten of ambtenaren. Conclusie rechtmatigheid in rekening 2023 In de rechtmatigheidsverantwoording op bladzijde 57 komt het dagelijks bestuur tot de conclusie dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde verantwoordingsgrens van 1% van de totale lasten = € 992.900.

Er waren wel enkele afwijkingen maar die zijn in de rechtmatigheidsverantwoording niet verder benoemd omdat ze onder de verantwoordingsgrens voor de rechtmatigheid bleven: 1. Begrotingscriterium. Zie hiervoor de uiteenzetting bij het onderdeel Begrotingsrechtmatigheid op pagina 55. 2. Bij het voorwaardencriterium zijn twee fouten geconstateerd van respectievelijk € 292.400 en € 54.800 zijnde Europese aanbestedingsfouten. 3. Bij het Misbruik & Oneigenlijk gebruik (M&O) - criterium zijn geen afwijkingen geconstateerd. 30

2.5 Openbaarheidsparagraaf De Wet Open Overheid (Woo), ingangsdatum 1 mei 2022, legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid door in het verantwoordingsverslag in de jaarstukken aan te geven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. Deze paragraaf is de invulling van deze verplichting in de jaarrekening 2023. De Woo kent, samengevat, een viertal belangrijke aspecten: 1. de verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen, 2. verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking, 3. verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking en 4. het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Woo contactfunctionaris In mei 2023 is de wettelijk verplichte functie ‘Woo contactfunctionaris’ ingevuld met een interne medewerker ter vervanging van de extern ingehuurde medewerker die deze rol vervulde. Vanuit het oogpunt van laagdrempelige toegang voor de inwoner, wordt zowel extern als intern de titel ‘informatiecontactpersoon’ gehanteerd in plaats van het zwaarder klinkende Woocontactfunctionaris. De ervaring leert dat deze rol bij het publiek nog scherper onder de aandacht moet komen.

Passieve openbaarmaking (Woo-verzoeken) De werkwijze en doorlooptijd van verzoeken tot (passieve) openbaarmaking van informatie onder de Wet open overheid zijn in 2023 deels gewijzigd. Mede naar aanleiding van een aanbeveling van de Commissie bezwaarschriften is ingezet op de verbetering van de kwaliteit van besluitvorming, onder meer door het verbeteren van sjablonen en een intensievere juridische beoordeling. Vanwege de druk op de ambtelijke organisatie in 2023 wordt de inzet op verkorting van de doorlooptijden in 2024 opgepakt. Actieve openbaarmaking Nadat wij in 2022 via de gemeentelijke website raadsstukken en organisatiegegevens zijn gaan publiceren, hebben we conform planning, in februari 2023 daaraan toegevoegd de informatie categorieën convenanten en Woo-verzoeken. In de openbaarheidsparagraaf van de begroting 2023 was sprake van ‘aansluiten op het landelijke PLOOI platform (PLatform Open OverheidsInformatie) voor publicatie. Op advies van het Adviescollege ICT-toetsing heeft minister Bruins Slot van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties eind 2022 gekozen voor een eenvoudiger en sneller te realiseren oplossing: een verwijsindex (de ‘Woo-index’) met zoekfunctie. Deze index is vanaf 19 juni 2023 beschikbaar gekomen via het ROO (Register van OverheidsOrganisaties).

De GR BAR is hier direct bij aangesloten en publiceert via dit mechanisme (Woo-index BAR-organisatie) de voor een Gemeenschappelijke Regeling mogelijke informatie categorieën. Daarnaast wordt intern bij onze medewerkers regelmatig aandacht gevraagd voor het belang van openheid en transparantie. Dit is in 2023 onder meer gedaan door middel van een themasessie over “de kracht van openheid” met als gastspreker de Ombudsvrouw van de gemeente Rotterdam en een dialoog met onze bestuurders. Ook landelijk zijn we actief, onder meer door samenwerking met andere gemeenten met als doelstelling met elkaar te zorgen voor kosteneffectieve publicatiemethoden. Dit heeft onder meer geleid tot een artikel op de VNG-website (Actief openbaar maken met Openpub | VNG) en een 31

filmpje met achtergrondinformatie over deze technologie. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen acht jaar volledig op orde wordt gebracht. In 2022 is hiervoor een eerste meerjarenplan opgesteld, daaruit volgde een jaarplan mei 2023 - april 2024. In 2023 is begonnen met het uitvoeren van een deel van de maatregelen uit dit plan. Ten gevolge van de ontvlechting van de BAR-organisatie hebben niet alle voor 2023 geplande activiteiten plaatsgevonden. In 2023 is onder meer gewerkt aan:  opstellen van archief- of vernietigingsprotocollen voor applicaties,  vooronderzoek aansluiten eDepot,  begeleiden van ontvlechtingsprojecten en migratietrajecten,  inrichten kwaliteitssysteem en Informatiebeheerplan,  eerste conceptbeleid met betrekking tot archiveren social media.

32

B.

Jaarrekening 2023 gemeenschappelijke regeling BAR

33

3.1 Balans ACTIVA Nr.

Omschrijving

31-12-2023

1.

Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met economisch nut - Investeringen in openbare ruimte met maatschappelijk nut

5.396.500

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist met rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige vorderingen Liquide middelen - Bank- en girosaldi

5.791.200 5.791.200

5.396.500 -

Totaal vaste activa 2.

31-12-2022

0 5.396.500

5.791.200

8.286.700

4.374.900

682.900 7.535.300

1.465.000 2.825.400

68.500

84.500 244.400

244.400

Overlopende activa - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel uitgesplitst naar de nog te onvangen bedragen van: Europese overheidslichamen - overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

254.500 254.500

2.371.700

3.656.100

289.900

1.173.500

2.081.800

2.482.600

Totaal vlottende activa

10.902.800

8.285.500

Totaal-generaal

16.299.300

14.076.700

34

PASSIVA Nr.

Omschrijving

31-12-2023

3.

Vaste passiva Voorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Vaste schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - Onderhandse leningen van: Openbare lichamen Totaal vaste passiva

4.

Vlottende passiva Netto vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige schulden Overlopende passiva - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichten van vergelijkbaar volume - Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

31-12-2022

1.939.700 1.939.700

1.337.400 1.337.400

0 0

40.800 40.800

1.939.700

1.378.200

11.259.500

11.104.800

11.259.500

11.104.800 3.100.100

1.593.700

2.992.000

1.593.700

108.100

0

Totaal vlottende passiva

14.359.600

12.698.500

Totaal-generaal

16.299.300

14.076.700

35

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgesteld conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (het BBV, de gemeentelijke boekhoudvoorschriften) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin de uitgangspunten en regels voor het financiële beleid, het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie staan. Algemene grondslagen  De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.  De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.  Gunstige en ongunstige gebeurtenissen, die bekend worden na het opmaken van de jaarrekening en die nadere, voor het inzicht van het algemeen bestuur onontbeerlijke, informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum, worden in de jaarrekening verwerkt tot aan het moment van vaststelling van de jaarrekening. Het gaat dan om gebeurtenissen waarmee materiële bedragen gemoeid zijn ten opzichte van het totaal van baten en/of lasten.  Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.

Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan de ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken.  Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten, bijvoorbeeld door reorganisaties, dient wel een verplichting opgenomen te worden. Balans  Investeringen (activa) worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht en in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven gedurende de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven.

 Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is.  (Met ingang van het boekjaar 2017 worden investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut - net als investeringen met een economisch nut - geactiveerd en over de verwachte toekomstige gebruiksduur wordt afgeschreven.)  De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.  Liquide middelen en overlopende posten worden tegen nominale waarde opgenomen.  Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting, c.q. het voorzienbare verlies.  Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente-typische looptijd van één jaar of langer.  De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. 36

Onze GR BAR heeft een Nota activabeleid 2021 die op 12 oktober 2021 is vastgesteld. Er wordt gestart met afschrijven in het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt, verworven wordt, of in gebruik wordt genomen. In de Nota zijn de volgende afschrijvingstermijnen opgenomen: Omschrijving activa

IMMATARIËLE VASTE ACTIVA Onderzoek en ontwikkeling

Afschrijvingstermijn

5

MATERIËLE VASTE ACTIVA Vervoermiddelen Bedrijfswagens, vrachtwagens, et cetera Onderhoudsmaterieel Machines, apparaten en installaties Automatisering, apparatuur en programmatuur Audiovisuele middelen Communicatiemiddelen, telefooncentrale (exclusief mobiele telefoons) Borstelmachines, sneeuwschuivers, sneeuwblazers en overige machines Vuilniswagen, veegwagen Opzetstrooiers Trekker, heftruck Overige materiële vaste activa Gereedschappen, instrumenten, materialen en dergelijke

8 5

4-5 4 5 10 8 10 15

5 - 10

Afrekening balans per 1 januari 2024 als gevolg van ontvlechting BAR-organisatie In oktober 2022 is het besluit genomen om de beleids- en uitvoerende taken van de GR BAR met ingang van 1 januari 2024 terug te brengen naar de gemeenten. De GR BAR gaat onder de nieuwe naam De BedrijfsvoeringsPartner verder in een nieuwe, afgeslankte vorm waarin de bedrijfsvoeringstaken, met uitzondering van gemeentelijke communicatie, zijn opgenomen. Als gevolg van deze ontvlechting van de BAR-organisatie zal er per 1 januari 2024 een afrekening van de verschillende balansonderdelen plaats gaan vinden tussen de GR BAR en de drie gemeenten. De afrekening van de balans per 1 januari 2024 is niet verwerkt in deze jaarstukken 2023. Die gaan immers over het boekjaar 2023 tot en met balansdatum 31 december 2023.

37

3.2 Toelichting op de balans ACTIVA 1. Vaste activa Materiële vaste activa Omschrijving

Boekwaarde 31-12-2022

Investeringen

Desinvesteringen

651.300

-

-

2.204.400

1.014.900

-

187.100

-

-

Afschrijvingen

Bijdragen van derden

Afwaardering

Boekwaarde 31-12-2023

75.700

-

526.600

49.000

894.700

-

55.500

Materiële vaste activa met economisch nut Gebouwen Machines, apparaten, installaties Vervoermiddelen

48.200

Overige materiële activa

2.748.400

783.600

-

592.600

TOTAAL

5.791.200

1.798.500

-

1.611.200

-

-

2.269.200 138.900

-

2.939.400

582.100

5.396.500

Afwaardering € 582.100 In 2023 heeft een duurzame waardevermindering plaatsgevonden ten aanzien van de gemeentewerf de Londen. Als gevolg van de ontvlechting van de BAR-organisatie per 1 januari 2024 zullen deze investeringen worden overgedragen aan de gemeente Barendrecht. Hierdoor is geen sprake meer van de bestuurlijke intentie om het actief duurzaam te exploiteren. Op basis van gemaakte afspraken tussen de deelnemers en conceptbesluitvorming, is de directe opbrengstwaarde ingeschat op nihil. Conform de Notitie Materiële vaste activa van de Commissie BBV heeft daarom een duurzame waardevermindering van de boekwaarde naar nihil plaatsgevonden. Wel dient hierbij vermeld te worden dat de definitieve besluitvorming over de overdracht van de activa tegen nihil, geagendeerd staat voor de AB-vergadering van 24 juni 2024. Op het moment van opstellen en publiceren van de jaarrekening 2023 is het daarom onzeker of dit besluit ook daadwerkelijk zal worden genomen. Op basis van het reeds doorlopen (bestuurlijke) proces en het voorzichtigheidsprincipe, is de duurzame waardevermindering wel al verwerkt in de balans per 31 december 2023.

2. Vlottende activa Uitzettingen met rente-typische looptijd korter dan één jaar Deze uitzettingen zijn onderverdeeld in drie categorieën, namelijk vorderingen op openbare lichamen, uitzettingen in ’s Rijks schatkist en overige vorderingen. In onderstaande tabel is een specificatie gegeven met daaronder een toelichting. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

saldo 31-12-2022

mutaties

saldo 31-12-2023

1.443.400

-928.700

514.700

21.600

146.600

168.200

1.465.000

-782.100

682.900

2.825.400

4.709.900

7.535.300

84.500

-16.000

68.500

4.374.900

3.911.800

8.286.700

Vorderingen op openbare lichamen: -

Verrekening met gemeenten

-

Overige semi overheid Vorderingen op openbare lichamen

Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Totaal

38

Vorderingen op openbare lichamen Deze vorderingen hebben betrekking op vorderingen op openbare lichamen. Eind 2023 bedraagt deze post € 682.900. Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Op 31 december 2023 is een bedrag van € 7.535.300 gestald in ’s Rijks schatkist. Overige vorderingen De overige vorderingen betreffen privaatrechtelijke debiteuren. Eind 2023 is het saldo € 68.500. Schatkistbankieren Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Gerekend over een heel kwartaal mag het op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden bedrag gemiddeld niet hoger zijn dan het drempelbedrag. Hieronder volgt een overzicht waaruit het totaal aan middelen is opgenomen dat per kwartaal buiten de schatkist is aangehouden. In geen van de kwartalen is het drempelbedrag overschreden. Drempelbedrag schatkistbankieren Begrotingstotaal 2023 Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage Drempelbedrag

80.423.500 2,00% 1.608.500

Afwijking t.o.v. drempelbedrag *) 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal

-1.352.000 -1.356.900 -1.364.800 -1.285.900

*) Een positief bedrag betekent dat het gemiddelde saldo op de rekeningcourant hoger was dan het drempelbedrag. Bij een negatief bedrag was het saldo lager dan het drempelbedrag. Dat laatste is voor alle kwartalen het geval geweest.

Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de banksaldi die als volgt zijn opgebouwd: Liquide middelen Rabobank BAR-Organisatie Rabobank BAR-Organisatie Ideal Totaal

saldo 31-12-2022 250.000

saldo 31-12-2023 236.900

mutatie -13.100

4.500

3.000

7.500

254.500

-10.100

244.400

Overlopende activa Overlopende activa A. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotsbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkering met een specifiek doel. B. overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen - Nog te ontvangen bedragen - Vooruitbetaalde bedragen - VPB betaalrekening Totaal

saldo 31-12-2022

mutatie

saldo 31-12-2023

1.173.500

-883.600

289.900

1.756.900

-397.100

1.359.800

-400

715.600

716.000 9.700

-3.300

6.400

3.656.100

-1.284.400

2.371.700

39

ad. A.

saldo 31-122022

toevoegingen

ontvangen bedragen

saldo 31-12-2023

1.173.500

156.600

1.040.200

289.900

1.173.500

156.600

1.040.200

289.900

aanwending

saldo 31-12-2023

EU: Europees Sociaal fonds met betrekking op re-integratie Totaal

PASSIVA 3. Vaste passiva Eigen vermogen Onze GR BAR heeft per 31 december 2023 geen reserves. Voorzieningen saldo 31-12-2022

toevoegingen

Voorzieningen voor afvloeiing personeelsbestand

328.300

149.100

-83.000

-118.700

275.700

Voorziening voor de regeling vervroegd uittreden

476.600

374.000

-2.500

-232.600

615.500

532.500

542.300

-26.300

1.048.500

1.337.400

1.065.400

-377.600

1.939.700

Voorzieningen

Voorziening voor verlofsparen Totaal

vrijval t.g.v. rekening

-85.500

Er zijn drie voorzieningen: 1. Voorziening afvloeiing personeelsbestand Deze voorziening is gevormd voor de verwerking van de financiële gevolgen van gemaakte afspraken met medewerkers over begeleide uitdiensttreding. 2. Voorziening Regeling Vervroegd Uittreden Deze voorziening is gevormd voor de per 1 januari 2021 in werking getreden wet “Bedrag ineens, RVU en verlofsparen”. Gedurende de jaren 2021 tot en met 2025 kan de werkgever aan werknemers, die zich onvoldoende hebben kunnen voorbereiden op de verhoging van de AOW-leeftijd en die niet in staat zijn gezond werkend de AOW-leeftijd te bereiken, de mogelijkheid bieden eerder te stoppen met werken. 3. Voorziening Verlofsparen Deze voorziening is gevormd voor de in de cao gemeenten 2021-2022 geboden mogelijkheid aan de medewerkers om vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke vakantie-uren te sparen. Met dit “verlofsparen” kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke vakantie-uren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning en het gemeentelijke vitaliteitsbeeld. Een medewerker mag maximaal 3.600 uren verlof hebben staan bij een voltijdsdienstverband. Deze vakantie-uren verjaren niet.

Werkwijze: - de financiële gevolgen van nieuwe, toekomstige verplichtingen in het kader van deze drie voorzieningen worden in één keer ten laste van de exploitatie aan de voorziening toegevoegd. - als de werkelijke realisatie van de kosten en uitstroom van middelen plaatsvindt, wordt de voorziening aangewend. 40

-

als uit nieuwe informatie blijkt dat de verplichtingen te hoog zijn ingeschat of komen te vervallen wordt de voorziening verlaagd en vindt vrijval ten gunste van de exploitatie plaats.

Vaste schulden met een rente-typische looptijd van één jaar of langer Bij de oprichting van onze GR BAR in 2014 zijn voor de overdacht van de vaste activa van de gemeenten naar de GR BAR geldleningen afgesloten met de deelnemende gemeenten. De leningen van Barendrecht en Albrandswaard zijn in 2023 in zijn geheel afgelost. De lening van Ridderkerk was al eerder, in 2022 afgelost. Zie hiervoor de toelichting in de paragraaf Financiering. Vaste schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van: Openbare lichamen - Gemeente Barendrecht - Gemeente Albrandswaard - Gemeente Ridderkerk

saldo 31-12-2022

Totaal

4.

saldo 31-12-2023

mutatie

Rente

19.400 21.400 -

-19.400 -21.400 -

-

600 1.000 -

40.800

-40.800

-

1.600

Vlottende passiva

Netto vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Netto vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

saldo 31-12-2022

Verrekening met gemeenten Overige schulden Totaal

mutatie

saldo 31-12-2023

348.900

-280.700

74.600

10.755.900

435.400

11.184.900

11.104.800

154.700

11.259.500

Overlopende passiva saldo 31-122022

mutatie

saldo 31-12-2023

Nog te betalen bedragen

699.200

1.434.000

2.133.200

Af te dragen premies

894.500

-35.700

858.800

-

108.100

108.100

1.593.700

1.506.400

3.100.100

Overlopende passiva

Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal

De nog te betalen bedragen bestaan hoofdzakelijk uit de afrekening van het (positieve) rekeningresultaat met de deelnemende gemeenten.

41

Niet uit de balans blijkende verplichtingen Contracten * Multifunctionals Voor de multifunctionals - inclusief repromachine - is na een Europese aanbesteding een contract met OSN Nederland afgesloten. Het contract is gestart op 1 februari 2019 en de einddatum is 31 januari 2025, met een optie tot verlenging van twaalf maanden. De in de begroting opgenomen kosten voor dit contract bedragen € 100.000 en omvatten afdrukkosten, huur inclusief onderhoud en het oplossen van storingen, losse bestellingen en eventuele kosten van reparatiewerkzaamheden die buiten het contract vallen. Onder het totale budget voor kantoormachines, dat hoger is dan dit contract, vallen ook de contracten voor de frankeermachine, couverteermachines en plotters. * Drankenautomaten Voor de drankenautomaten heeft in 2022 een Europese aanbesteding plaatsgevonden en is een contract met Van Duijnen afgesloten. Het contract is gestart op 1 oktober 2022 en eindigt van rechtswege op 30 september 2027, met een optie tot verlenging van twee maal twaalf maanden. Het gaat om een full service contract waarbij een vaste prijs voor de huur van de automaten is afgesproken en een integrale consumptieprijs per tik voor de operating en consumpties. Het totaalbudget voor dit account is € 150.000 per jaar.

* Operationele lease voertuigen en materieel buitendienst Na een Europese aanbestedingsprocedure is in februari 2019 een raamovereenkomst getekend door onze GR BAR en Volkswagen Pon Financial Services. De overeenkomst betreft “Operationele lease voertuigen en Operationele lease voertuigen en materieel”. Met dit contract kon de GR BAR efficiënt en effectief inspelen op de vervanging en verduurzaming van het wagenpark. Het contract is gestart op 1 februari 2019 en heeft als einddatum 31 januari 2023, met een optie tot verlenging van tweemaal één jaar. Met het oog op de opzegdatum van 30 november 2023 heeft de tweede en laatste verlenging inmiddels plaatsgevonden. De transitie van eigen beheer naar lease vindt in vijf jaren plaats. De in de begroting opgenomen contractwaarde gedurende de duur van het contract, inclusief verlengingen, loopt per jaar gefaseerd op van € 598.300 naar € 1.168.500. Door de ontvlechting van de huidige GR BAR per 1 januari 2024 zal een verdeling gaan plaatsvinden naar de vier nieuwe organisaties: de drie gemeenten en de nieuwe afgeslankte BAR-organisatie: De BedrijfsvoeringsPartner. * Onderhoudscontract software Centric De applicaties van Centric worden ingezet bij tal van processen om een goede dienstverlening aan de burgers te ondersteunen.

Voorbeelden zijn de diverse applicaties op het gebied van het Sociaal Domein, de financiële administratie, Burgerzaken en Informatiebeheer. Hiervoor is een vijfjarige onderhoudsovereenkomst afgesloten voor de periode 2022 - 2026 via de softwarebroker SoftwareOne. Net als bij het vorige contract blijft het mogelijk modules af te stoten en nieuwe op te nemen, want deze modules ondersteunen de uitvoering van wettelijke taken en die wijzigen steeds. De onderhoudskosten gedurende het eerste contractjaar 2022 waren € 626.000. De hoogte van de lasten in de komende jaren is afhankelijk van de te kiezen modules / dienstverlening van Centric. Dit zal mede samenhangen met de nieuwe BAR-organisatie. De bandbreedte van de lasten zal uitkomen op € 550.000 - € 750.000. * Delta Fiber Nederland - glasvezelverbindingen In december 2021 hebben de colleges van de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk besloten de glasvezelverbindingen in eigendom over te dragen aan Delta Fiber Nederland. En tegelijkertijd voor 15 jaar een overeenkomst te sluiten voor het gebruik van glasvezelverbindingen ten behoeve van het glasvezelnetwerk van de GR BAR, waarbij de totale jaarlijkse exploitatielasten 42

van de gehele glasvezelring voor de GR BAR gelijk blijven. Op 13 november 2023 is de akte van overdracht bij de notaris gepasseerd. De jaarlijkse kosten voor het gebruik van de glasvezelverbindingen bedragen € 61.000. De glasvezelverbindingen maken deel uit van de ICT-systemen van onze GR BAR ten behoeve van de bedrijfsvoering van de BAR-organisatie en de drie gemeenten. * Onrechtmatige Europese aanbesteding In 2023 is er sprake geweest van een aanbestedingsfout bij een Europese aanbesteding. Dit loopt tot een bedrag van maximaal € 32.300 door in 2024. Het contract is inmiddels beëindigd. Vennootschapsbelasting Onze GR BAR betaalt vennootschapsbelasting (Vpb) over de winst die met ondernemingsactiviteiten wordt behaald. Tot en met 2022 zijn definitieve aangiften vennootschapsbelasting ingediend. Van de Belastingdienst zijn definitieve aanslagen tot en met 2021 ontvangen. Deze zijn conform de ingediende aangiften vastgesteld en zijn daarmee ook gelijk aan de daarbij gehanteerde standpunten. Voor het jaar 2022 is nog geen definitieve aanslag ontvangen. Voor het belastingjaar 2023 wordt medio 2024 weer de definitieve aangifte opgesteld en ingestuurd. Hier liggen immers de werkelijke cijfers over het jaar 2023 aan ten grondslag. De Vpb-last 2023 wordt ingeschat op € 1.100 en dit is verwerkt in deze jaarrekening.

43

3.3 Overzicht van baten en lasten Raming begrotingsjaar voor wijziging Baten Lasten Saldo

Omschrijving programma

Raming begrotingsjaar na wijziging Baten Lasten Saldo

Realisatie begrotingsjaar Baten Lasten Saldo

Programma Bedrijfsvoering Gerealiseerde kosten Overhead Vennootschapsbelasting

619.600

-40.018.600

-39.399.000

401.300

-48.947.100

-48.545.800

1.866.400

-47.853.200

-45.986.800

2.747.800

-40.376.400

-37.628.600

407.700

-49.740.200

-49.332.500

1.385.100

-51.433.600

-50.048.500

-28.500

-28.500

-3.500

-3.500

800

800

Bijdrage deelnemende gemeenten

77.056.100

Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten

80.423.500

-

-

77.056.100

-80.423.500

97.881.800

-

-

97.881.800

98.690.800

-98.690.800

96.034.500

-

96.034.500

99.286.000

-99.286.000

-

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Gerealiseerd resultaat

-

-

-

-

-

-

-

-

-

44

3.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten In het vorige onderdeel 3.3 is het Overzicht van baten en lasten opgenomen zoals voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. Hieronder volgt het overzicht zoals dat altijd was opgenomen in de jaarstukken waarbij de baten en lasten zijn gerubriceerd naar kostencategorieën en een kolom verschil is opgenomen.

Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering

-78.597.200 -745.800 -1.785.800 -15.700 -3.658.100 -1.261.800 -900 -7.655.600

-67.958.000 -933.200 -1.389.500 -20.600 -3.266.000 -383.500 -6.500 -6.466.200

-16.902.700 -175.200 -24.800 600 -370.600 20.000 3.000 -817.600

begroting na wijziging -84.860.700 -1.108.400 -1.414.300 -20.000 -3.636.600 -363.500 -3.500 -7.283.800

TOTAAL LASTEN

-93.720.900

-80.423.500

-18.267.300

Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering Bijdrage deelnemende gemeenten

1.450.300 108.000 2.436.100 89.726.500

2.942.700 73.500 351.200 77.056.100

TOTAAL BATEN

93.720.900

80.423.500

Lasten

Rekening 2022

Begroting 2023

wijziging

werkelijk

verschil

-84.078.100 -754.300 -1.933.400 -601.400 -3.700.400 -499.900 800 -7.719.300

782.600 354.100 -519.100 -581.400 -63.800 -136.400 4.300 -435.500

-98.690.800

-99.286.000

-595.200

-2.558.400 20.825.700

384.300 73.500 351.200 97.881.800

2.013.400 108.000 1.130.100 96.034.500

1.629.100 34.500 778.900 -1.847.300

18.267.300

98.690.800

99.286.000

595.200

Baten

Totaal saldo van baten en lasten Saldo

-

-

Rekening 2022

Begroting 2023

Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering Bijdragen gemeenten: coronakosten Gesaldeerde bedragen (excl. bijdragen gemeenten) Bijdrage deelnemende gemeenten Totaal saldo van baten en lasten Reserve mutaties Gerealiseerd resultaat

-

-

-77.146.900 -745.800 -1.785.800 -15.700 -3.550.100 -1.261.800 -900 -5.219.500 844.100

-65.015.300 -933.200 -1.389.500 -20.600 -3.192.500 -383.500 -6.500 -6.115.000

-19.461.100 -175.200 -24.800 600 -370.600 20.000 3.000 -817.600

begroting na wijziging -84.476.400 -1.108.400 -1.414.300 -20.000 -3.563.100 -363.500 -3.500 -6.932.600

-88.882.400

-77.056.100

-20.825.700

88.882.400

77.056.100 -

20.825.700 -

-

wijziging

werkelijk

verschil

-82.064.700 -754.300 -1.933.400 -601.400 -3.592.400 -499.900 800 -6.589.200

2.411.700 354.100 -519.100 -581.400 -29.300 -136.400 4.300 343.400

-97.881.800

-96.034.500

1.847.300

97.881.800 -

96.034.500 -

-1.847.300 -

Rekeningsaldo 2023 Het resultaat van de GR BAR over 2023 is € 1.847.300 positief. De totale begrote bijdrage van de deelnemende gemeenten bedraagt € 97.881.800. De werkelijke lasten 2023 voor de GR BAR zijn per saldo € 96.034.500. Het rekeningsoverschot 2023 ad € 1.847.300 is vervolgens via de bijdragen verrekend met de gemeenten, c.q. de gemeenten hebben geld terugontvangen. Deze verrekening gebeurt in het 45

dienstjaar 2023. Dit is verwerkt in het Overzicht van baten en lasten waardoor het overzicht in 2023 sluit op € 0. Jaaroverschrijdende projecten Jaaroverschrijdende projecten zijn incidentele budgetten die op het eind van het jaar tegen de verwachting in niet of nog niet geheel zijn afgerond waardoor het budget doorschuift naar het volgende begrotingsjaar. De gemeenteraden hebben voor deze incidentele projecten middelen beschikbaar gesteld. Werkwijze ten aanzien van jaaroverschrijdende projecten De afspraak is dat onze GR BAR geen budget mag doorschuiven naar volgende jaren. Het rekeningsaldo wordt ieder jaar verrekend met de gemeenten / de gemeentelijke bijdragen. Met de verrekening van het rekeningsaldo gaan ook de naar het jaar 2024 overlopende bedragen bij de jaaroverschrijdende projecten naar de gemeenten. Om het mogelijk te maken de al eerder beschikbaar gestelde budgetten ook in 2024 te kunnen gebruiken verzoekt de GR BAR de drie gemeenten om bij hun jaarrekeningen via de resultaatbestemming die overlopende bedragen door te schuiven naar 2024 en het in 2024 opnieuw ter beschikking te stellen aan de DBP. Dat gebeurt dan in de 1e tussenrapportages 2024 van de gemeenten en DBP. In vorige jaren vroeg de GR BAR de gemeenten alle overlopende bedragen in het nieuwe jaar weer ter beschikking te stellen aan de GR BAR. Dit jaar is dat anders.

Jaaroverschrijdende projecten in rekening 2023 Dit jaar is er één jaaroverschrijdend project waarvoor de GR BAR de gemeenten vraagt het restantbudget in 2024 opnieuw ter beschikking te stellen aan DBP. En daarnaast zijn er zijn twee jaaroverschrijdende projecten waarvan de overschotten naar de gemeenten gaan omdat door de ontvlechting die budgetten in 2024 bij de gemeenten zitten. 

Eén jaaroverschrijdend project waarvoor de GR BAR de gemeenten vraagt het restantbudget in 2024 opnieuw ter beschikking te stellen aan DBP: 1. Ontvlechtingsbudget BAR-organisatie: overloop naar het jaar 2024 € 1.086.100 In de 1e Tussenrapportage 2023 is voor de ontvlechting van de BAR-organisatie een budget beschikbaar gesteld van € 3.100.000 voor het jaar 2023. In 2023 is € 2.013.900 uitgegeven, waardoor € 1.086.100 doorschuift naar 2024. Dit geld blijft nodig in 2024 voor de afronding van het project omdat de werkzaamheden doorlopen in 2024. Primair betreft dat in 2024 de volgende ontvlechtingswerkzaamheden: - Ontvlechting ICT - Transitiebureau De ICT kosten zijn moeilijk te begroten omdat ze mede afhankelijk zijn van leveringstermijnen en aanbesteding. De hoogte van de kosten van het Transitiebureau is afhankelijk van de geplaatste medewerkers. De gemeenten Barendrecht en Ridderkerk hebben respectievelijk € 2.100.000 en € 1.000.000 bijgedragen aan dit budget. Op basis van deze verhouding zal het overschot aan deze gemeenten worden teruggegeven.  Twee jaaroverschrijdende projecten waarvan de overschotten naar de gemeenten gaan: 2. Implementatie Omgevingswet: overschot 2023 € 268.400 (dit bedrag bestaat uit € 141.400 voor de algemene implementatie van de Omgevingswet en € 127.000 voor

46

Milieutaken in het kader van de Omgevingswet)

In 2023 was er een budget beschikbaar van € 696.000. Aanvankelijk was het de verwachting dat dit budget volledig besteed zou worden. Maar door de ontvlechting moesten keuzes worden gemaakt wat erin heeft geresulteerd dat enkele acties per 1 januari 2024 aan de gemeenten zijn overgedragen. Dit heeft geleid tot minder uitvoeringskosten in 2023. Het budget is destijds door alle drie de gemeenten beschikbaar gesteld en het overschot zal bij de afrekening van het rekeningsaldo op basis van de procentuele verdeelsleutel voor het standaardwerk aan de gemeenten worden teruggegeven. Met deze middelen kunnen de gemeenten de overgedragen acties voor de Omgevingswet die inmiddels per 1 januari 2024 in werking is getreden - verder oppakken en uitrollen per gemeente. 3. Vervanging medewerker die is ingezet als projectleider voor het project DFP Werkt! (Dutch Fresh Port): overschot 2023 € 64.900 De Dutch Fresh Port (DFP) is een samenwerking tussen Rotterdam, de Provincie Zuid-Holland, Barendrecht en Ridderkerk.

In de 1e Tussenrapportage 2023 is hiervoor een budget van € 111.600 beschikbaar gesteld waarin Barendrecht en Ridderkerk beide voor 50% hebben bijgedragen. De bedoeling was dat per 1 januari 2023 een vaste medewerker volledig ingezet zou worden als projectleider voor het project "DFP Werkt!". Voor de wegvallende capaciteit bij het vaste team werd bestuurlijk akkoord gegeven voor tijdelijke vervanging. In werkelijkheid echter is de projectleider van het project “DFP Werkt!” pas vanaf augustus 2023 - in plaats van januari - gestart met zijn werkzaamheden ten behoeve van uitstroomverbetering BAR-Breed. Door deze opgelopen vertraging loopt dit project in 2024 nog verder door en is het restbudget van € 64.900 in 2024 nodig om de ureninzet te kunnen bekostigen. Het restantbudget wordt bij de afrekening van het rekeningsaldo teruggegeven aan de gemeenten Barendrecht en Ridderkerk, beide 50%. Zij kunnen afspraken maken over de uitvoering in 2024. Resumé jaaroverschrijdende projecten 2023 - de GR BAR vraagt de gemeenten Barendrecht en Ridderkerk het overlopende bedrag bij het Ontvlechtingsbudget in 2024 opnieuw ter beschikking te stellen aan DBP, - de overschotten bij de Omgevingswet en DFP worden teruggegeven aan de gemeenten. Rekeningsaldo exclusief jaaroverschrijdende projecten De overschotten bij de hierboven genoemde jaaroverschrijdende projecten tellen op tot € 1.419.400.

en hebben het rekeningsaldo positief beïnvloed. Daarom is het goed om te vermelden dat zonder de jaaroverschrijdende projecten het rekeningsaldo (€ 1.847.300 - € 1.419.400 =) € 427.900 positief is. Toelichting per kostensoort V = voordeel / N = nadeel

Bedrag

V/N

Salariskosten (inclusief inhuur) € 2.411.700 V De salariskosten betreffen de loonkosten, vacatureruimte, beloningsdifferentiatie, ambtsjubilea, kosten woon-werkverkeer / dienstreizen en inhuur derden. Het betreft het saldo van flink wat begrotingsposten, namelijk die van alle clusters en teams. De Salariskosten vormen de grootste kostenpost van de GR BAR. Dit jaar is hier per saldo een voordeel van € 2.411.700. 47

Aan de lastenkant is er een voordeel te zien van € 782.600. De volgende posten vallen hierbij op: - In de 1e Tussenrapportage 2023 is een budget van € 3.100.000 beschikbaar gesteld voor de ontvlechting van de BAR-organisatie. Hiervan blijft eind 2023 € 1.086.100 over wat een voordeel geeft voor jaarrekening. Dit is de belangrijkste oorzaak van het overschot aan de lastenkant. Dit restantbudget schuift door naar 2024. (zie hiervoor ook de Jaaroverschrijdende projecten, bladzijde 46) Hier wordt nog bij vermeld dat dit ontvlechtingsbudget hier bij de Salarissen wordt verantwoord omdat het primair bedoeld was voor personele en inhuurlasten. Maar de werkelijke uitgaven zijn in sommige gevallen ook opgenomen bij de andere onderdelen (kostensoorten) van deze analyse. - Daarnaast zijn er 2 in het oog springende nadelen: 1. De toevoeging aan de voorziening Regeling Vervroegd Uittreden is € 203.400 hoger uitgekomen dan begroot. De toevoeging is afhankelijk van het aantal medewerkers dat zich voor de regeling aanmeldt. 2. De toevoeging aan de voorziening Verlofsparen is € 251.300 hoger uitgekomen dan begroot. Ook dit is afhankelijk is van het aantal medewerkers dat zich voor de regeling aanmeldt. - Voor het overige wordt het overschot verklaard door het totaal van de vele plussen en minnen bij de salaris- en inhuurbudgetten van alle clusters en teams.

Aan de batenkant is een voordeel van € 1.629.100. De belangrijkste oorzaken zijn: - De gemeenten en daarmee indirect ook de GR BAR komen in aanmerking voor een Rijkssubsidie op grond van de zogeheten CDOKE-regeling (Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid). Deze meerjarige uitkering is bedoeld om de interne organisatie van gemeenten te versterken voor het uitvoeren van klimaat- en energietaken. De subsidie voor 2023 ad € 863.500 is ontvangen door de gemeenten. Daarom zijn vanuit de GR BAR voor eenzelfde bedrag de loonkosten van de medewerkers die zich bezighouden met de energietransitie doorbelast aan de gemeenten op basis van de procentuele verdeelsleutel voor het standaardwerk. -

Er is € 810.800 ontvangen aan niet begrote vergoedingen van derden voor uitgeleend en gedetacheerd personeel. Nog nakijken of is gewijzigd

Opleidingen € 354.100 V Bij het opleidingsbudget is in 2023 sprake van een overschot. Dit betreft zowel het Centraal Opleidingsbudget als de opleidingsbudgetten op cluster- en teamniveau. Dit overschot wordt met name veroorzaakt doordat in 2023 de focus van de organisatie heeft gelegen op de ontvlechting van de BAR-organisatie. Dat maakte dat er minder ruimte en ambitie was om te investeren in de ontwikkeling van de teams en de organisatie. Alleen de hoogst noodzakelijke ontwikkel- en opleidingsactiviteiten zijn dit jaar uitgevoerd.

48

Overige personeelslasten € -519.100 N De overige personeelslasten bestaan onder meer uit de budgetten voor werving en selectie, personeels- en salarisadministratie (PSA) en HRM-systemen, jubilea en recepties, introductiedagen, dienstkleding en de zogeheten Werkkostenregeling. Onder de Werkkostenregeling vallen kosten zoals arbo- en verzuimbegeleiding, dienstkleding, representatie en geschenken, bindingsdagen, werklunches, bedrijfskantine, contributie vakvereniging, bijdrage personeelsvereniging, personeelsbijeenkomsten, personeelsfeesten, maaltijdvergoedingen, bloemen en fruit zieke collega’s. De belangrijkste oorzaken van het nadeel bij dit onderdeel zijn: - Een overschrijding van € 211.200 bij het budget voor Werving en Selectie. Net als in 2022 zijn er dit jaar in vergelijking met eerdere jaren relatief veel kosten gemaakt voor werving en selectie. - Een overschrijding van € 201.600 bij het budget Directie - overige personeelskosten. In 2023 is met goedkeuring van het bestuur het initiatief genomen speciale zorg te besteden aan de medewerkers. Dit met als doel de organisatie te stabiliseren vanwege de druk van de ontvlechting en de medewerkers aandacht te geven. De bijbehorende kosten zijn hier verantwoord. De belangrijkste betreffen stoelmassages, een zomergeschenk, een groot personeelsfeest en een eindejaarsattentie.

- Een overschrijding van € 79.300 bij het budget voor Arbo en Verzuim. Enkele jaren geleden is het contract met Zakenwijzer (Arbodienst) uitgebreid ten behoeve van de ondersteuning en de ontwikkeling van de teamleiders met als doel een impuls te geven aan het terugdringen van het verzuim. Deze kosten konden destijds gedekt worden uit het totaal van de hulpkosten. Aanvankelijk leek deze uitbreiding tijdelijk te zijn echter gezien de ontwikkelingen van de organisatie bleef de noodzaak om deze contractuitbreiding te continueren dan wel structureel te maken. Dit leidt in 2023 tot een overschrijding op het budget. Voor 2024 en volgende jaren is hiermee rekening gehouden in de begroting. Huisvestingskosten € -581.400 N Onze GR BAR maakt om niet gebruik van gemeentelijke huisvesting (gemeentehuizen en -werven). De huisvestingskosten in de BAR-begroting betreffen de kapitaallasten voor een verbouwing van gemeentewerf de Londen (die ten behoeve van alle drie de gemeenten is gedaan) en budget voor klein onderhoud. In 2023 heeft een duurzame waardevermindering plaatsgevonden ten aanzien van de gemeentewerf de Londen. Als gevolg van de ontvlechting van de BAR-organisatie per 1 januari 2024 zullen deze investeringen worden overgedragen aan de gemeente Barendrecht. Hierdoor is geen sprake meer van de bestuurlijke intentie om het actief duurzaam te exploiteren.

Op basis van gemaakte afspraken tussen de deelnemers en conceptbesluitvorming is de directe opbrengstwaarde ingeschat op nihil. Conform de Notitie Materiële vaste activa van de Commissie BBV heeft daarom een duurzame waardevermindering van de boekwaarde naar nihil plaatsgevonden. Wel dient hierbij vermeld te worden dat de definitieve besluitvorming over de overdracht van de activa tegen nihil, geagendeerd staat voor de AB-vergadering van 24 juni 2024. Op het moment van opstellen en publiceren van de jaarrekening 2023 is het daarom onzeker of dit besluit ook daadwerkelijk zal worden genomen. Op basis van het reeds doorlopen (bestuurlijke) proces en het voorzichtigheidsprincipe, is de duurzame waardevermindering wel al verwerkt in de balans per 31 december 2023.

49

ICT Er zijn geen bijzondere afwijkingen te melden.

€ -29.300

N

Wagenpark incl. gereedschap/machines € -136.400 N De belangrijkste oorzaak is een nadeel bij de begrotingspost Brandstof. De brandstofprijzen zijn de afgelopen jaren flink gestegen en daarbij is er in 2022 een bezuiniging doorgevoerd van € 50.000. Vennootschapsbelasting € 4.300 V Hier is een voordeel van € 4.300. Voor een toelichting wordt verwezen naar onderdeel 3.7 Heffing vennootschapsbelasting (bladzijde 53). Overige bedrijfsvoering € 343.400 De overige kosten voor bedrijfsvoering hebben betrekking op abonnementen, contributies, vakliteratuur, accountantskosten, advieskosten, algemene kosten, algemene opbrengsten, onderhoud, bedrijfshulpverlening, ondernemingsraad, portokosten, verzekeringskosten, kantoorbenodigdheden, schoonmaak en sommige kapitaallasten.

V

Onder dit onderdeel valt een groot aantal posten en er zijn dus vele (kleine) plussen en minnen. De volgende posten vallen op:  Bij het budget voor de Implementatie van de Omgevingswet blijft € 268.400 over. Zie de toelichting bij het overzicht van de jaaroverschrijdende projecten op bladzijde 46.  In 2023 is - via het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de arbeidsmarktregio Rijnmond - € 156.600 ontvangen in het kader van een subsidie van het Europees Sociaal fonds voor het project “Re-integratie en arbeidsinpassing Rijnmond”.  Bij het onderdeel Financiering is per saldo sprake van een voordeel van € 136.900 bij de rente. Dat komt omdat vanaf het derde kwartaal 2022 rente wordt ontvangen over het zogeheten Schatkistbankieren waarbij decentrale overheden verplicht zijn dagelijks het positieve saldo van de liquide middelen te stallen bij de het Rijk.  Er is een voorziening afvloeiing personeelsbestand voor de verwerking van de financiële gevolgen van gemaakte afspraken met medewerkers over begeleide uitdiensttreding. Aan deze voorziening is in 2023 € 149.100 toegevoegd om aan toekomstige nieuwe verplichtingen te kunnen voldoen. Er is voor € 118.700 over de voorziening beschikt voor de uitgaven die ten laste van 2023 zijn gekomen.

En er is € 83.000 vrijgevallen na het vinden van een nieuwe betrekking door de medewerkers en omdat op basis van nieuwe informatie sommige verplichtingen te hoog waren ingeschat en konden worden verlaagd. Bijdragen deelnemende gemeenten €0 Gedurende het jaar wordt naar de gemeenten toe gefactureerd wat hier in de BAR-begroting voor begroot is. Na afloop van het boekjaar wordt het rekeningsaldo met de gemeenten afgerekend in het betreffende dienstjaar. Bijdragen deelnemende gemeenten / verdeelsleutel De percentages van de gemeentelijke bijdragen aan de GR BAR voor het standaardwerk waren in eerste instantie gebaseerd op de bij de oprichting van onze GR BAR door de gemeenten ingebrachte budgetten per 1 januari 2014. Deze percentages worden jaarlijks per 1 januari geactualiseerd op basis van de stand van de begroting op dat moment. De percentages voor 2023 staan in onderstaande tabel.

50

Barendrecht Bijdrage per gemeente

39,01%

Albrandswaard

Ridderkerk

Totaal

20,29%

40,70%

100,00%

Gewijzigde bijdragen op basis van de tussenrapportages In 2023 zijn twee tussentijdse rapportages opgesteld. In deze rapportages zijn voorstellen gedaan voor het ophogen en verlagen van enkele organisatiebudgetten. De begroting na wijziging bedraagt € 97.881.800. Ontwikkeling van gemeentelijke bijdrage

Barendrecht

Albrandswaard

Ridderkerk

Totaal

Oorspronkelijke begroting 2023

30.029.500

15.704.400

31.322.200

77.056.100

Mutaties op basis van 2 tussenrapportages

9.297.500

3.294.500

8.233.700

20.825.700

Begroting na wijziging

39.327.000

18.998.900

39.555.900

97.881.800

Als bijlage is een uitgebreidere versie van dit overzicht opgenomen waarin de mutaties van de tussenrapportages zijn uitgeschreven. Zie bladzijde 74.

3.5 Staat van incidentele baten en lasten Structurele lasten dienen gedekt te zijn door structurele baten. Om vast te kunnen stellen dat er sprake is van een structureel evenwicht is inzicht nodig in welke baten en lasten incidenteel zijn en welke structureel. Daarom is voorgeschreven dat in de begroting en de rekening een overzicht van de incidentele baten en lasten wordt opgenomen. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) geeft geen scherpe definitie van wat incidenteel en structureel is. In de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van de commissie BBV staat dat bij het beoordelen of baten en lasten incidenteel of structureel zijn, gekeken moet worden naar de aard van de begrotingspost, ofwel naar de soort of de eigenschap van de post.  in de Notitie staat dat structurele baten en lasten periodiek zijn opgenomen in de jaarlijkse begroting, voor onbepaalde tijd en dat er (nog) geen einddatum bekend is.  bij incidentele baten en lasten gaat het om eenmalige zaken, (meerjarige) projecten en subsidies die een tijdelijk karakter, c.q. een eindig doel hebben. In de Toelichting op het BBV wordt incidenteel omschreven als: baten en lasten die zich gedurende maximaal drie jaar of minder voordoen. Dit kan als hulpmiddel worden gebruikt.

Maar het hierboven geschetste criterium van soort of eigenschap van een begrotingspost gaat boven dit hulpmiddel. In het onderstaande overzicht zijn de incidentele baten en lasten 2023 groter dan € 50.000 opgenomen.

51

1. Dienstverlening - Uitvoering Programma Dienstverlening 2. Ontvlechting BAR-organisatie 3. Bureau Bestuursondersteuning Barendrecht - communicatieadviseur 4. Team Omgevingsvergunningen - inhuur voor vergunningsaanvragen 5. Team WABO-toezicht en Juridische handhaving - inhuur vergunningverlening, toezicht en handhaving 6. Cluster Maatschappij 1 - vervanging medewerker werkzaam als projectleider voor het project DPF Werkt! (Dutch Fresh Port) 7. Bureau Bestuursondersteuning Ridderkerk - langdurig zieke medewerker 8. Middelen Doeluitkering Vrouwenopvang

Werkelijke lasten 2023 161.400 2.013.900 57.000 265.000

Werkelijke baten 2023

135.000 46.700 81.300 168.500

9. Vervroegde Tweede Kamerverkiezingen 10. Ureninzet Oekraïne a. Urenbesteding ten behoeve van Oekraïne b. Rijksvergoeding voor urenbesteding Oekraïne 11. Rijkssubsidie CDOKE-regeling (Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid) 12. Subsidie Europees Sociaal fonds project “Re-integratie en arbeidsinpassing Rijnmond”

127.700

Totaal incidentele baten en lasten jaarrekening 2023 GR BAR

3.194.900

138.400 138.400 863.500 156.600 1.158.500

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1155/documents/38762