Vast te stellen bestemmingsplan J.S. Bachstraat 4.pdf
Tekst van het document
Afbeelding 1.1 Locatie plangebied in omgeving
4
BD22104 • BEA J.S. Bachstraat Ridderkerk
Projectfase Het project bevindt zich in de ontwerpfase. Er is inzicht in de te verwachten ingrepen en de ontgravingslijnen. In afbeelding 1.2 is het beoogde ontwerp voor het gebouw te zien. Aan de hand van deze BEA is beoordeeld wat de invloed van de werkzaamheden op de bomen zal zijn en welke maatregelen (indien nodig) getroffen moeten worden om de bomen duurzaam te kunnen behouden.
Afbeelding 1.2 huidige ontwerptekening begane grond
5
BD22104 • BEA J.S. Bachstraat Ridderkerk
Beschikbare informatie Voor deze BEA zijn de volgende bronnen en uitgangspunten gebruikt: Boomgegevens uit beheersysteem gemeente Ridderkerk; https://www.ridderkerk.nl/boom-kappen Door de opdrachtgever beschikbaar gestelde tekeningen; 211206_VO-pg.pdf Functie of waarde van bomen Er zijn in dit plangebied geen bomen aangetroffen die zijn opgenomen als monumentale boom. Wel zijn er monumentale bomen van derden in de omgeving. afbeelding 1.4 is te zien voor welke bomen een kapvergunningplicht geldt. Deze vergunningplicht geldt voor bomen groter dan een diameter van 20 centimeter.
Afbeelding 1.3 Uitsnede groene kaart Ridderkerk
1.2 Voorgenomen werkzaamheden
In het plangebied gaan bovengrondse en ondergrondse herinrichtingen plaatsvinden. Op basis van het ontwerp zijn de gevolgen voor de boom in beeld gebracht. Het bovengrondse en ondergrondse onderzoek is erop gericht om deze knelpunten te onderzoeken. Op basis van de resultaten wordt een analyse gemaakt om de effecten van de voorgenomen werkzaamheden te bepalen. De impact van de voorgenomen werkzaamheden op de bovengrondse en ondergrondse situatie van de bomen wordt toegelicht aan de hand van de knelpunten, daarnaast worden waar mogelijk kansen benoemd om de situatie en kwaliteit van de bomen te verbeteren. Slopen huidige bebouwing Het huidige gebouw gaat gesloopt worden om het nieuwe gebouw te realiseren. Tijdens de sloop zal rekening gehouden moeten worden met tijdelijk depots van puin of materialen. Ook bestaat de kans dat machines tijdens de werkzaamheden binnen het bereik van de boomkroon of boomwortels komen. Nieuwbouw en parkeerplaatsen Volgens het ontwerp bestaat het nieuwe gebouw uit 3 verdiepingen. Ter plaatse van de 3 bomen binnen de scope zijn parkeerplaatsen beoogd. Tijdens het onderzoek is gekeken of dit een conflict met duurzaam behoud van de bomen veroorzaakt.
6
BD22104 • BEA J.S. Bachstraat Ridderkerk
2. Werkwijze 2.1 Werkwijze bovengrondse beoordeling
Alle bomen in het gebied worden uitgebreid visueel beoordeeld op veiligheid, conditie, mechanische kwaliteit en toekomstverwachting bij ongewijzigde omstandigheden. Hierbij is gebruik gemaakt van de VTA-methode. Met de VTA-methode (Mattheck & Breloer, The Body Language Of Trees, 1995) worden de visueel zichtbare gebreken van de boom beoordeeld. Er wordt gekeken naar afwijkingen aan stam, kroon en wortelaanlopen. Sommige van deze afwijkingen geven een indicatie van verminderde stabiliteit (gevaar voor windworp of stambreuk). Andere afwijkingen, bijvoorbeeld zwaar dood hout in de kroon, hebben een verhoogd risico op takbreuk tot gevolg. Tevens wordt aandacht besteed aan de conditie van de bomen. Bepalend voor de conditie is scheutlengte in de winter en knopzetting en in de zomer bladzetting. Conditiebepaling De conditiebepaling geeft een oordeel over de gezondheidstoestand van een boom op een bepaald moment. Bij de conditie worden, afhankelijk van het seizoen, de volgende conditiekenmerken beoordeeld: Blad/ knopbezetting Bladgrootte Transparantie van de kroon Kroonstructuur Takscheutlengte Hoeveelheid dode takken/ twijgen Aanwezigheid van groeistrepen op de bast Afhankelijk van de boomsoort, de leeftijd en de beschikbare hoeveelheid licht rond de boomkroon kan de aanwezigheid van enig dood hout als normaal worden beoordeeld.
De conditiebepaling is conform Stadsbomen Vademecum deel 3A opgesteld, hierbij is de volgende indeling gehanteerd: goed, redelijk, matig, slecht & zeer slecht/dood. Deze classificatie kan worden gerelateerd aan de visuele beoordeling van Andreas Roloff. (Baumkronen, 2001) Op basis van de conditiebepaling en aanwezigheid van eventuele gebreken wordt bepaald wat de toekomstverwachting van de boom is. Voor toekomstverwachting wordt de volgende indeling gehanteerd; meer dan 15 jaar, 10 tot 15 jaar, 5 tot 10 jaar, 1 tot 5 jaar en < 1 jaar. Onderstaand worden de toekomstverwachting op basis van de conditie weergegeven. Op basis van aangetroffen gebreken kan deze toekomstverwachting negatief worden bijgesteld. Met toekomstverwachting wordt niet de levensverwachting bedoeld, dit is de theoretische eindleeftijd op basis van boomsoort en standplaats. De levensverwachting wordt voor een BEA niet bepaald. Bomen met een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar kunnen in de praktijk vaak zonder belemmeringen hun theoretische eindleeftijd bereiken. Conditiebepaling Goed
Redelijk
Matig
Slecht
Zeer slecht/dood
Omschrijving De boom vertoont het beeld dat van de soort verwacht mag worden onder goede groeiomstandigheden en op een goede groeiplaats Niet-optimale groei, maar de minder optimale omstandigheden hebben nog geen duidelijk negatieve gevolgen voor de verdere ontwikkeling van de boom Er is duidelijk sprake van negatieve gevolgen voor de verdere ontwikkeling van de boom, zoals beginnende scheutsterfte in de buitenkroon. Het proces is echter nog omkeerbaar Duidelijk aftakelende boom, waarbij veelal sprake is van een ijle kroon met zware scheutsterfte resulterend in veel en soms zwaar dood hout de boom is op sterven na dood, danwel de boom is reeds afgestorven
Klasse Roloff
Klasse Roloff
Toekomstverwachting
0
gezond
> 15 jaar
1
verzwakt
> 15 jaar 10 tot 15 jaar
2
sterk verminderd
10 tot 15 jaar 5 tot 10 jaar
3
afstervend
< 5 jaar
-
-
< 1 jaar
Tabel 2.1. Classificatie conditie in relatie tot toekomstverwachting
7
BD22104 • BEA J.S. Bachstraat Ridderkerk
De conditiebeoordeling doet geen uitspraak over de vitaliteit van de boom. De vitaliteit is de gezondheidstoestand van de boom over langere termijn en bepaalt het vermogen van een boom om stresssituaties te overleven. Dit kunnen bijvoorbeeld perioden van droogte of ernstige wortelbeschadiging zijn. Om de vitaliteit van een boom te kunnen bepalen dienen in de loop der jaren meerdere conditiebepalingen te worden gedaan. Wanneer een boom een toekomstverwachting heeft van minder dan 10 jaar dan wordt geadviseerd de boom niet in te passen op basis van de kwaliteit. Gebreken bomen Naast de conditiebepaling zijn tevens de gebreken van de bomen beoordeeld. In de meeste gevallen is er geen relatie tussen gebreken en conditie. Gebreken kunnen wel invloed hebben op de toekomstverwachting van bomen met een goede conditie. Gebreken kunnen bijvoorbeeld zijn: Slechte takaanhechtingen (plakoksels) Parasitaire schimmelaantastingen Scheuren in stam en/ of takken Holtes Dode takken Mechanische gebreken kunnen van invloed zijn op de stabiliteit van de gehele boom of breukvastheid van de kroon, stam en/ of takken. Zo kan een boom die is aangetast door een parasitaire schimmel omvallen of afbreken. Wanneer gebreken invloed hebben op de stabiliteit en/ of breukvastheid dan worden beheermaatregelen geadviseerd.
Wanneer visueel de veiligheidstoestand niet goed is vast te stellen dan wordt nader stabiliteitsonderzoek geadviseerd.
2.2 Werkwijze ondergronds onderzoek
Naast de visuele boomcontrole zijn de bodemopbouw en het bewortelingspatroon van de relevante bomen onderzocht. Dit is gebeurd door het maken van proefsleuven en profielboringen ter plaatse van de knelpunten. Op basis van deze resultaten wordt de BEA Analyse uitgevoerd, waarmee de effecten van de voorgenomen werkzaamheden bepaald. Groeiplaatsonderzoek Op basis van grondboringen of profielsleuven wordt het bodemprofiel beschreven. Aspecten die per bodemlaag worden beschreven zijn de mate van beworteling, het vochtgehalte, eventuele roestverschijnselen, het organisch stofgehalte, de textuur, leemgehalte en de verdichting. De waardes zijn bepaald op basis van visuele waarnemingen. De locatie van de profielsleuven is gekozen aan de hand van mogelijke knelpunten bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden. Bij de bodembeschrijving wordt gebruik gemaakt een visuele classificatie van het organische stofgehalte en de zandmediaan conform de indeling van de Stiboka en een vaste classificatie van het vochtpercentage. Organische stof
Naam
M50 tussen
Naam
0 - 1,5 %
Humusarm
50 en 105 µm
Uiterst fijn zand
1,5 - 2,5 %
Licht humeus
105 en 150 µm
Zeer fijn zand
2,5 - 5 %
Matig humeus
150 en 210 µm
Matig fijn zand
5-8%
Zeer humeus
210 en 420 µm
Matig grof zand
8 - 15 %
Humusrijk
420 en 2000 µm
Zeer grof zand
Tabel 2.2.Classificatie organische stof Bodemvocht
Beschrijving
Droog
Geen vocht waarneembaar
Licht vochtig
Weinig vocht, grond valt nog uiteen (veldcapaciteit)
Vochtig
Vocht blijft in grond bij knijpen
Nat
Vocht komt uit de grond bij knijpen (grondwater)
Tabel 2.3. Classificatie vochtgehalte
8
Tabel 2.2. Classificatie zandmediaan (Stiboka indeling)
BD22104 • BEA J.S. Bachstraat Ridderkerk
3. Resultaten Dit hoofdstuk bestaat uit de bovengrondse beoordeling en het ondergronds onderzoek. Daarnaast worden de knelpunten benoemd die invloed hebben op het duurzaam behoud van de bomen.
3.1 Bovengrondse Beoordeling
In de hiernavolgende sub-paragrafen worden de resultaten van de bovengrondse beoordeling weergegeven. De resultaten geven inzicht in de huidige situatie. In bijlage 1 is de uitgebreide inventarisatietabel met een overzicht weergegeven van de conditie, gebreken en toekomstverwachting per boom. Conditie en toekomstverwachting Alle drie de bomen zijn visueel beoordeeld als gezond, met een daarbij horende toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. In tabel 3.1 is een overzicht weergegeven van de conditie van alle bomen, met de daarbij behorende toekomstverwachting. Op afbeelding 3.1 is een overzicht weergegeven van de locatie en conditie van de bomen. Conditie
Toekomstverwachting
Aantal bomen
Goed
> 15 jaar
1
Redelijk Totaal beoordeelde bomen
> 15 jaar
2
Tabel 3.1. Resultaten conditie en toekomstverwachting
Afbeelding 3.1 Conditie bomen in projectgebied
Mechanische gebreken Er zijn bij geen bomen invloedrijke mechanische gebreken geconstateerd.
9
BD22104 • BEA J.S. Bachstraat Ridderkerk
3
Afbeelding 3.2 Boom 1
Afbeelding 3.3 Boom 2
10
BD22104 • BEA J.S. Bachstraat Ridderkerk
Afbeelding 3.4 Boom 3
3.2 Resultaten ondergronds onderzoek
Bij deze BEA is ondergronds onderzoek verricht naar de bodemopbouw en de beworteling. De uitgewerkte profielen zijn opgenomen in bijlage 2. Hieronder is in afbeelding 3.2 een overzicht opgenomen van de locaties van de boringen en profielsleuven.
Afbeelding 3.3 Locatie profielsleuven In profielsleuf 1 is te zien dat de boom in verharding vooral wortels maakt tussen het zand en de voedzame grond. Boom 2 en 3 vertonen op een diepte van ongeveer 10 centimeter beworteling van minimaal 5 centimeter Ø. Er is geen grondwater aangetroffen in de profielsleuven. Volgens de gegevens is het grondwater op een diepte van 120 centimeter aanwezig. Vanwege de voedzame grond en toegang tot grondwater in het gebied hebben de bomen goede toegang tot de belangrijkste voedingsbronnen.
11
BD22104 • BEA J.S. Bachstraat Ridderkerk
4. Conclusie en Advies In het projectgebied gaan diverse werkzaamheden plaatsvinden die (mogelijk) invloed hebben op de bomen. Per onderdeel geven wij randvoorwaarden voor ontwerp en boombescherming. Er worden indien mogelijk alternatieven geboden voor het behoud van de bomen en een verbetering van de conditie en toekomstverwachting.
4.1 Eindoordeel effecten
Op basis van de voorgenomen werkzaamheden en de veranderende toekomstverwachting zijn de effecten op de bomen inzichtelijk gemaakt en wordt een conclusie gegeven of de bomen in de nieuwe situatie ingepast kunnen worden en onder welke randvoorwaarden.
Afbeelding 4.1 Eindoordeel effecten Inpasbaarheid
Boomnummers
Ja, met aanpassing ontwerp
1 t/m 3
Tabel 4.1 Eindoordeel effecten Duurzaam te behouden bomen, met aanpassing van het ontwerp Op basis van het huidige ontwerp kunnen 3 bomen niet worden ingepast omdat er onomkeerbare schade optreedt door de uit te voeren werkzaamheden rond deze bomen, bijvoorbeeld door beschadiging van stabiliteitswortels of het verlies van wortelvolume. Deze bomen zijn van voldoende kwaliteit om te worden ingepast in het nieuwe ontwerp.
12
BD22104 • BEA J.S. Bachstraat Ridderkerk
4.2 Impact uitvoering
Op basis van de voorgenomen werkzaamheden wordt er tijdens de uitvoering gewerkt binnen de kwetsbare boomzone, dit betreft de kroonprojectie plus 1,5 meter. Bij het werken binnen de kroonprojectie zijn de volgende risico’s aanwezig. In paragraaf 4.4 worden de randvoorwaarden voor boombescherming opgenomen om deze risico’s te beperken. Aanleg nieuwe verharding Voor het aanleggen van bestrating zullen graafwerkzaamheden moeten plaatsvinden. Daarnaast zullen de werkzaamheden dicht bij de bomen plaatsvinden. Daarom is er een verhoogd risico op (wortel)schade tijdens de werkzaamheden. Uit het ondergronds onderzoek is gebleken dat alle bomen vooral oppervlakkige beworteling vertonen. Deze beworteling dient in stand gehouden te worden om de bomen duurzaam te kunnen behouden. De graafwerkzaamheden dienen niet dieper dan 10 centimeter ten opzichte van het huidige maaiveld plaats te vinden. Transportbewegingen materieel en opslag materiaal onder de kroon Bij de uitvoering van de werkzaamheden wordt er mogelijk met materieel onder de boomkronen gereden en kan er materiaal onder de kroon worden opgeslagen. Dit heeft impact op de groeiplaats van de boom door druk op de ondergrond, dit kan ertoe leiden dat de ondergrond wordt verdicht. Door de verdichting is wortelgroei niet meer mogelijk en sterven haarwortels af.
Deze processen zijn niet altijd direct zichtbaar en kunnen tot wel 5 jaar later leiden tot het afsterven van de boom. Draaibereik van materieel Wanneer onder de boomkroon gewerkt wordt vanaf een wegcunet of op rijplaten kan de boom beschadigd raken door het draaien van de machine of bewegingen met de arm van een kraan. Door bast- en kroonschade kunnen invalspoorten ontstaan voor parasitaire houtaantasters en kan de sapstroom onderbroken worden, dit kan de dood van de boomt tot gevolg hebben of het langzaam afsterven van de boom inleiden.
4.3 Advies uitvoering en ontwerp
Om de bomen tijdens de ontwikkeling van de nieuwbouw en in de nieuwe situatie duurzaam te kunnen handhaven wordt hieronder een advies voor het ontwerp van de buitenruimte en de groeiplaatsen en de uitvoering ervan gegeven. Grond verwijderen rondom bomen t.b.v. aanleggen parkeerplaatsen Om het beoogde ontwerp de parkeerplaatsen te maken dient zorgvuldig de grond rondom de bomen verwijderd te worden. Dit kan gedaan worden door de grond machinaal weg te zuigen in plaats van gebruik van een graafmachine. Daardoor blijven de boomwortels onbeschadigd. Wanneer de grond zorgvuldig verwijderd is kan een groeiplaatsmedium aangebracht worden. In open grond situaties (plantvakken) is het advies om bomengrond toe te passen. Onder trottoir is het toepassen van bomenzand een meerwaarde. Onder parkeervakken is het substraat afhankelijk van de beoogde belasting. Bij matige belasting zoals het parkeren van lichte voertuigen kan gekozen worden voor een toepassing van Urban Sand 60-40. Bij zwaardere belasting is bomengranulaat geadviseerd. Bovenop dit substraat kan gewerkt worden met straatzand of split en een waterdoorlatende verharding, voor een verbeterde water en zuurstof huishouding in de bodem. Ruimte rondom de bomen Om ook in de toekomst zorgvuldig met de bomen om te gaan is het waardevol om de bomen meer ruimte te geven.
Dit voorkomt toekomstige schade door aanrijding of andere onoverkomelijke gebeurtenissen aan de boom. Het advies is om zoveel mogelijk oppervlakte open grond (beplanting) rond bomen te ontwerpen. Gebruik kleine element verharding Voor bomen is het belangrijk om toegang tot lucht en water te hebben. De bomen hebben er baat bij dat zo veel mogelijk open verharding gebruikt wordt. Denk daarbij aan grastegels of ook kleine betonklinkers in plaats van grote tegelverharding. Tegelverharding heeft minder voegen en daardoor minder toegang tot hemelwater of lucht voor boomwortels.
Afbeelding 4.2 voorbeeld waterdoorlatende verharding
13
BD22104 • BEA J.S. Bachstraat Ridderkerk
4.4 Randvoorwaarden boombescherming
Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de volgende randvoorwaarden. Ter voorkoming van schade aan de boom of het wortelgestel.
14
Aanstellen onafhankelijk boomtoezichthouder die ETW (European Tree Worker) is gecertificeerd, met de volmacht tot nader order van de directie om de werkzaamheden stil te leggen. Wortels dikker dan 5 cm alleen haaks op de groeirichting afzagen, waarbij rafelige wonden dienen te worden voorkomen en onder toezicht van een door OG aangewezen ETW (European Tree Worker) gecertificeerde boomtoezichthouder. Aan de uitvoerende partijen wordt de poster “Werken rond Bomen” van Stadswerk (zie Bijlage 3) verstrekt en van toepassing verklaard in het bestek. De kwetsbare boomzone mag niet gebruikt worden voor opslag van materialen (ook geen depositie van vrijkomend grond). Binnen de kwetsbare boomzone mag niet gereden worden met zwaar materieel zoals rupskranen en minigravers. Is betreding van de kwetsbare boomzone met zwaar materiaal onvermijdelijk, dan alleen met gebruik van druk verdelende platen voor de duur van max. 2 weken. De bomen staan binnen het draaibereik van graafmachines, hiervoor adviseren wij ter voorkoming van schade om de stam te ommantelen met planken met daartussen een drainbuis. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient een toolbox te worden georganiseerd voor alle leidinggevende en operationele medewerkers inclusief inhuur op het project, waarbij het werken binnen de kroonprojectie wordt behandeld door een ETT-er.
Snoeien aan bomen mag alleen na goedkeuring van de boomeigenaar/-beheerder worden uitgevoerd door een gecertificeerd ETW (European Tree Worker) boomverzorger. Dit geldt ook wanneer er sprake is van een minimale snoeiingreep zoals een gebroken of beschadigde tak. Bodembewerkingen binnen de kwetsbare zone mogen niet onder (te) natte (verzadigde) of bevroren bodemomstandigheden worden uitgevoerd.
BD22104 • BEA J.S. Bachstraat Ridderkerk
Bijlagen
1 Robinia pseudoacacia Verharding 3 Acer pseudoplatanus Gazon 2 Acer campestre 'Elsrijk' Gazon
Verplantbaar
Behoud mogelijk
Toekomstverwachting vóór uitvoering werkzaamheden
Conditie
Stamdiameterklasse
Stamdiameter (cm)
Kroondiameterklasse
Kroondiameter (m)
Boomhoogteklasse
Boomhoogte (m)
Boomgegevens
Standplaats
Boomsoort
Boomnummer
Bijlage 1
9 9 - 12 meter 10 8 tot 12 meter 42 30 - 50 cm 1 Iets verminderd (redelijk/voldoende) > 15 jaar Beperkt Nee 7 6 - 9 meter 11 8 tot 12 meter 44 30 - 50 cm 1 Iets verminderd (redelijk/voldoende) > 15 jaar Beperkt Ja 9 9 - 12 meter 11 8 tot 12 meter 57 50 - 80 cm 0 Goed (goed/goed) > 15 jaar Beperkt Beperkt
Bijlage 2
Bodemprofielen
Bodemprofiel 1
Locatie profiel Opbouw bodemprofiel
Opmerkingen Beworteling
Grondwater
In tegelverharding – 1,3 meter vanuit de stamvoet van boom 1 0 - 5 centimeter tegelverharding 5 - 25 centimeter humusarm, matig fijn zand, licht grijs,straatzand, droog. 25 - 55 centimeter Matig humeus, kleiig zand, donker bruin, licht vochtig. 55 - 90 centimeter Zeer humeus, lichte klei, donker bruin, licht vochtig. Tot 1,5m uit stam handmatig verwijderen, zand zuigen, bomengrond aanbrengen. buiten 1,5m 20cm zuigen en bomenzand met open verharding. In de bovenlaag van 10 centimeter zijn meerdere opname- en haarwortels aangetroffen van maximaal 0,5 centimeter Ø. Tussen 10 en 50 centimeter is een intensieve beworteling aangetroffen van opnamewortels van maximaal 10 centimeter Ø. Op een diepte van 50 en meer is nauwelijks beworteling aangetroffen. In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen. Op basis van beschikbare gegevens bevindt het grondwater zich op circa 1,2 meter diepte.
Bodemprofiel 1
Afbeelding 5.1 Locatie proefsleuf 1
Afbeelding 5.2 Detail proefsleuf 1
Bodemprofiel 2
Locatie profiel Opbouw bodemprofiel Opmerkingen Beworteling Grondwater
In open grond – 1,3 meter vanuit de stamvoet van boom 2 0 - 25 centimeter Matig humeus, kleiig zand, grijs, droog. Dieper dan 25cm niet mogelijk met spade. behoud mogelijk, vanaf 1m uit hart stam 5 cm grondzuigen. bomenzand aanbrengen, ophogen en open verharding. In de bovenlaag van 25 centimeter is een intensieve beworteling aangetroffen van opname- en haarwortels aangetroffen van maximaal 5 centimeter Ø. In deze profielsleuf is grondwater aangetroffen op een diepte van circa 1,2 meter diepte.
Bodemprofiel 2
Afbeelding 5.3 locatie proefsleuf 2
17
BD22104 • BEA J.S. Bachstraat Ridderkerk
Afbeelding 5.4. detail proefsleuf 2
Bodemprofiel 3
Locatie profiel Opbouw bodemprofiel
Opmerkingen Beworteling
Grondwater
In gazon – 1 meter vanuit de stamvoet van boom 3 0 - 25 centimeter Matig humeus, kleiig zand, grijs, droog. 25 - 40 centimeter Matig humeus, kleiig zand, grijs, droog. 80 - 120 centimeter Matig humeus, zware klei, licht grijs, vochtig. Dieper dan 40cm niet mogelijk met spade of grondboor. behoud mogelijk, vanaf 1m uit hart stam 20cm grondzuigen. bomenzand aanbrengen en open verharding. Tussen 0 en 25 centimeter zijn meerdere opname- en haarwortels aangetroffen van maximaal 1 centimeter Ø. Tussen 25 en 40 centimeter is een intensieve beworteling aangetroffen van opnamewortels van maximaal 5 centimeter Ø. In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen. Op basis van beschikbare gegevens bevindt het grondwater zich op circa 1,2 meter diepte.
Bodemprofiel 3
Afbeelding 5.5 locatie proefsleuf 3
18
BD22104 • BEA J.S. Bachstraat Ridderkerk
Afbeelding 5.6 detail proefsleuf 3
Bijlage 3
19
Bomenposter werken rond bomen
BD22104 • BEA J.S. Bachstraat Ridderkerk
20
BD22104 • BEA J.S. Bachstraat Ridderkerk
Bijlage 2 Stikstofmemo
- MEMO Memo
DATUM VAN
22 januari 2024 M. Tajqurishi S. Lie
PROJECT OPDRACHTGEVER AANWEZIG AFWEZIG BIJLAGE(N)
J.S. Bachstraat 4 Wooncompas
CC
STIKSTOFBEREKENINGEN J.S. BACHSTRAAT 4
1. INLEIDING Ter plaatse van de Johann Sebastian Bachstraat 4 te Ridderkerk is het voornemen om woonruimte voor begeleid wonen te realiseren. Hiervoor wordt de huidige bebouwing gesloopt. De beoogde herontwikkeling betreft de realisatie van 42 woningen waarvan 26 zorgwoningen en 16 sociale huurwoningen. De beoogde ontwikkeling dient getoetst te worden aan de eisen uit de Wet natuurbescherming, waarbij de mogelijk gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 een rol spelen. Figuur 1 laat de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-netwerk zien. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn Boezems Kinderdijk (1,8 kilometer), Oude Maas (7,2 kilometer) en de Biesbosch (12,5 kilometer). De Natura 2000-gebieden Boezems Kinderdijk en Oude Maas zijn niet stikstofgevoelig. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is de Biesbosch. De andere Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats liggen op (nog) grotere afstand.
Figuur 1 Locatie beoogde ontwikkeling (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (AERIUS calculator)
Met het rekenmodel AERIUS (versie 2023.1) zijn berekeningen uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen, daarbij zijn de realisatiefase en gebruiksfase (na oplevering van de beoogde ontwikkeling) beschouwd. Het programma neemt alle Natura 2000-gebieden mee in de berekening binnen
een straal van 25 kilometer. In deze memo wordt achtereenvolgens ingegaan op de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De invoer- en uitvoergegevens vanuit AERIUS zijn opgenomen in een aparte bijlage.
2. TOETSINGSKADER Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming: ● verankert de Europese gebiedsbescherming van Natura 2000, bestaande uit Speciale Beschermingszones (SBZ's) op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, in de Nederlandse wetgeving; ● vormt de wettelijke basis voor de aanwijzingsbesluiten met instandhoudingsdoelstellingen; ● legt de rol van bevoegd gezag voor verlening van vergunningen meestal bij de provincies. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: ● De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. ● Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast.
● Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een passende beoordeling noodzakelijk.
3. BEREKENINGSUITGANGSPUNTEN Realisatiefase Tijdens de realisatiefase worden verschillende machines ingezet. Op basis van vergelijkbare projecten wordt uitgegaan van de inzet van machines en verkeersbewegingen zoals weergegeven in tabel 1 en tabel 2. Er is van stage klasse IV (75-560 kW, bouwjaar 2014-2018) uitgegaan, naar verwachting zullen deels ook elektrische machines ingezet worden. Ook voor het vermogen zijn vergelijkbare projecten gebruikt. Het literverbruik is gebaseerd op de gegevens van TNO1 waarnaar verwezen wordt in de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2022’ door BIJ12. De uitkomsten op jaarbasis zijn ingevoerd in AERIUS Calculator. Daarnaast is de verwachting dat de bouwwerkzaamheden plaatsvinden in twee jaar. De inzet van het materieel is ingevoerd als vlakbron aangezien dit materieel op het hele terrein werkzaam zal zijn. 1 Nobert E. Ligterink (2021) ‘tabellen bij rapport TNO 2021 R12305 AUB’ TNO
2/8
Daarnaast zullen ook verkeersbewegingen leiden tot uitstoot van stikstofdepositie. Hiervoor zijn ook soortgelijke projecten gebruikt. De verkeersbewegingen zijn ook weergegeven in tabel 1 en tabel 2. Deze zijn ingevoerd als lijnbron. Er is een extra lijnbron opgenomen in de berekening voor het stationair draaien/manoeuvreren van vrachtwagens binnen het plangebied. Er is immers niet alleen transport, het materieel wordt ook ontladen. Tabel 1 Materieel inzet en verkeersbewegingen eerste jaar
Type werktuig
Mobiele 102 kW
Stage klasse
graafmachine IV, 75-560 kW, bouwjaar 2014-2018
Totaal aantal draaiuren Verbruik tijdens bouwfase uur) (uur/jaar)
(liter
per Totaal liter verbruik
360
11
3.960
Heistelling 280 kW
IV, 75-560 kW, bouwjaar 2014-2018
60
27,5
1.650
Sloopkraan 120 kW
IV, 75-560 kW, bouwjaar 2014-2018
20
12
240
Betonpomp 240 kW
IV, 75-560 kW, bouwjaar 2014-2018
20
22,5
450
Totaal
460
Aanvoer materialen Zwaar verkeer
264 bewegingen per jaar
Middelzwaar verkeer
330 bewegingen per jaar
Licht verkeer
6.600 bewegingen per jaar
3/8
6.300
Tabel 2 Materieel inzet en verkeersbewegingen tweede jaar
Totaal draaiuren bouwfase
aantal Verbruik tijdens per uur)
(liter Totaal liter verbruik
Type werktuig
Stage klasse
Rupskraan 250 kW
IV, 75-560 kW, bouwjaar 2014-2018
250
24
6.000
Mobiele kraan 200 kW
IV, 75-560 kW, bouwjaar 2014-2018
250
20
5.000
Asfaltfreesmachine 100 IV, 75-560 kW, bouwjaar kW 2014-2018
447
10
4.470
Totaal
947
15.470
Aanvoer materialen Zwaar verkeer
132 bewegingen per jaar
Middelzwaar verkeer
165 bewegingen per jaar
Licht verkeer
3.300 bewegingen per jaar
Verkeersafwikkeling Het verkeer wikkelt zich van het plangebied af naar de Johann Sebastian Bachstraat. Een indicatie van de verkeersintensiteiten voor deze weg is te vinden op Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit 2022 (Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (cimlk.nl). Volgens de tool bedroegen de dagelijkse verkeersintensiteiten voor 2021 voor de Johann Sebastian Bachstraat 3.285 voor licht verkeer, 87 voor middelzwaar verkeer en 24 voor zwaar verkeer. Op de Johann Sebastian Bachstraat gaat het extra verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer, conform de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2022 (januari, 2023), zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. In het eerste jaar voegt het onderhavige project in de realisatiefase maximaal 0,6% licht verkeer, 1% middelzwaar verkeer en 3% zwaar verkeer toe aan de Johann Sebastian Bachstraat. In het tweede jaar voegt het project in de realisatiefase maximaal 0,3% licht verkeer, 0,5% middelzwaar verkeer en 1,5% zwaar verkeer toe aan de Johann Sebastian Bachstraat. Gebruiksfase Voor de gebruiksfase is het rekenjaar 2026 gehanteerd. In de beoogde situatie zijn ter plaatse van het plangebied 42 woningen waarvan 26 zorgwoningen en 16 sociale huurwoningen aanwezig.
De woningen krijgen geen gasaansluiting, zodoende is in de beoogde situatie geen sprake van directe emissies vanuit het plan. De (potentiële) gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 worden in de gebruiksfase bepaald door de emissies die samenhangen met de verkeersgeneratie. In de toelichting van het bestemmingsplan dat hoort bij deze ontwikkeling is de verkeersgeneratie berekend. De verkeersgeneratie in de nieuwe situatie is 120 mvt/etmaal (weekdag gemiddelde). Voor de verdeling van het verkeer in de gebruiksfase is uitgegaan van 98,8% licht verkeer (119 mvt/etmaal) en 1% middelzwaar verkeer (1 mvt/etmaal). Verkeersafwikkeling Aan de Bizetstraat en aan de zijde van de moskee worden in totaal 30 parkeerplaatsen gerealiseerd. Dit zijn 9 haaks liggende parkeerplaatsen gelegen aan de Bizetstraat en 21 parkeerplaatsen naast de moskee, bereikbaar vanaf de J. S. Bachstraat. Het verkeer wikkelt af vanaf de parkeergelegenheden op de Bachstraat richting de Randweg. Op de Randweg zal het verkeer
4/8
opgaan in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Conform de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2022 (januari, 2023) is dit als het verkeer zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Op basis van de CIMLK-monitoringstool was de verkeersintensiteit in 2021 op de Randweg 4.819 voor licht verkeer en 56 voor zwaar verkeer. Het onderhavige project voegt in de gebruiksfase maximaal 2,5% licht verkeer en 1,8% zwaar verkeer toe aan de Randweg.
4. RESULTATEN EN CONCLUSIE Uit de berekeningen met AERIUS Calculator (versie 2023.1) voor de realisatie- en gebruiksfase blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekeningen zijn significante negatieve effecten op Natura 2000-gebied in zowel de realisatiefase als de gebruiksfase uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming.
5/8
Bijlage 1 Realisatiefase eerste jaar
6/8
Bijlage 2 Realisatiefase tweede jaar
7/8
Bijlage 3 Gebruiksfase
8/8