CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsprogramma generiek interbestuurlijk toezicht 2024.pdf

Commissie Samen leven RK 9 november 2023, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 12: Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven11.693 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

19

PZH-2023-835563994 dd. 04-07-2023

Tabel 4. Proces en beoordeling IBT Archief- en informatiebeheer 0

1

2a

IBT-ladder en -oordeel De gemeente staat niet op de IBTladder, het oordeel is groen.

Toelichting / acties De gemeente stuurt (twee)jaarlijks het inspectieverslag naar de provincie. De provincie toetst of het verslag bestuurlijk is behandeld in het college van burgemeester en wethouders en de raad is geïnformeerd. De provincie kijkt ook of er gevolg is/wordt gegeven aan de in het inspectieverslag opgenomen actie- en verbeterpunten.

De gemeente staat op trede 1 van de IBT-ladder (signaleren), het oordeel is groen.

De provincie kijkt of meer informatie beschikbaar is en stemt dit zo nodig af met de gemeente. Blijkt dat de taak structureel goed wordt uitgevoerd, dan is er geen signaal van taakverwaarlozing en blijft het oordeel ‘groen’. Zo niet, dan stijgt de gemeente op de IBT-ladder naar trede 2a en wordt het oordeel ‘geel’.

Het inspectieverslag is niet bestuurlijk behandeld en/of er worden geen acties ondernomen. De gemeente staat op trede 2a van de IBT-ladder (informatie opvragen en beoordelen), het oordeel is geel. De provincie heeft meer informatie nodig om goed te kunnen beoordelen in hoeverre er sprake is van verwijtbare en structurele taakverwaarlozing.

2b

De gemeente staat op trede 2b van de IBT-ladder (ambtelijk afspraken maken met termijn), het oordeel is oranje. Er is sprake van taakverwaarlozing en er lijkt onvoldoende voortgang te zijn in het oplossen van de achterstand.

3

De gemeente staat op trede 3 van de IBT-ladder (bestuurlijk afspraken maken met termijn), het oordeel is oranje.

Tijdens deze stap vindt ambtelijke dialoog plaats. Op basis van aanvullende informatie kan worden vastgesteld of de taak (structureel) goed wordt uitgevoerd. Als dat zo is, dan is er geen sprake van taakverwaarlozing en wordt het oordeel weer groen. De gemeente staat niet meer op de IBT-ladder. Als blijkt dat er een verbeterplan is of van een tijdelijke situatie, dan is er mogelijk geen sprake van taakverwaarlozing, maar slechts van een tijdelijke achterstand in de taakuitvoering. In dat geval kan de toezichthouder besluiten dat de gemeente op trede 2a van de ladder blijft tot het moment dat de achterstand is weggewerkt of de verbetering gerealiseerd. De gemeente blijft op deze trede van de ladder staan zolang de achterstand niet is opgelost en de termijnen van het ‘verbeterplan’ niet zijn overschreden. Als binnen de termijnen van het ‘verbeterplan’ de achterstand niet is opgelost, wordt het oordeel ‘oranje’ en komt de gemeente op trede 2b. Als de achterstand verwijtbaar is of een verbeterplan ontbreekt of niet wordt uitgevoerd, is er sowieso sprake van taakverwaarlozing en stijgt de gemeente op de ladder naar trede 2b. Er vindt ambtelijke dialoog plaats.

Dit moet binnen één jaar na de constatering van de achterstand resulteren in een (aangepast) verbeterplan (of afspraken) waarin de gemeente concrete acties heeft vastgelegd met daarbij behorende met de provinciaal toezichthouder afgestemde termijnen. Op basis van deze concrete afspraken kan de gemeente een stap terug op de ladder en wordt het oordeel weer ‘geel’.

Als de ambtelijke dialoog niet binnen één jaar (of een andere afgesproken termijn) resulteert in een oplossing volgt het oordeel ‘rood’ en wordt er bestuurlijk opgeschaald. Zo nodig kan ook al eerder een bestuurlijk overleg worden gestart.

De ambtelijke dialoog resulteert binnen één jaar na plaatsing op trede 2b niet in verbeteringen. 4

De gemeente staat op trede 4 van de IBT-ladder (vooraankondiging sanctie), het oordeel is rood. De gemeente geeft onvoldoende invulling aan de in de vorige stap gemaakte afspraken.

Er vindt bestuurlijk overleg plaats. De provincie stuurt een vooraankondiging van de geplande interventie (indeplaatsstelling) en geeft de gemeente de gelegenheid om binnen een in die brief gestelde termijn alsnog een concreet verbeterplan in te dienen of al eerder afgesproken verbeteringen te realiseren.

20

PZH-2023-835563994 dd. 04-07-2023

8. Huisvesting vergunninghouders 1.

Wet- en regelgeving

Dat gemeenten vergunninghouders moeten huisvesten is geregeld in artikel 28 van de Huisvestingswet. Dit artikel luidt: ‘Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de voorziening in de huisvesting van vergunninghouders in de gemeente overeenkomstig de voor de gemeente geldende taakstelling’. Verder is in de Huisvestingswet geregeld dat: - De gemeentelijke taakstelling wordt berekend naar rato van het inwoneraantal van de gemeente ten opzichte van Nederland (artikel 29, lid 1); - Twee of meer gemeenten hun taakstellingen onderling kunnen herverdelen, mits de som van de taakstelling van de gemeenten gelijk blijft (artikel 29, lid 2); - Gemeenten een huisvestingsverordening kunnen vaststellen.

2.

Indicatoren

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (JenV) bepaalt elk half jaar de taakstelling voor geheel Nederland. Deze taakstelling wordt ten minste dertien weken voor aanvang bekend gemaakt in de Staatscourant. De taakstellingsperiode loopt van 1 januari tot en met 30 juni en van 1 juli tot en met 31 december. Het bekendmaken van de taakstellingen voor deze twee perioden vindt respectievelijk op 1 oktober en 1 april plaats. De provincie krijgt van het ministerie een brief met onder andere de taakstelling per gemeente. De gemeenten dienen deze taakstelling te realiseren. Hier wordt toezicht op gehouden door middel van het aanvullend beleidskader huisvesting vergunninghouders. Voor de uitgangspunten voor het toezicht en het gebruik van de bestuurlijke interventieladder (IBT-ladder) wordt naar dit beleidskader verwezen. De beoordeling van de taakstelling vindt plaats in januari en juli, waarna de gemeenten een brief ontvangen en vervolgens de informatie op het IBT-dashboard wordt geactualiseerd. In april en oktober wordt beoordeeld of de gemeente op schema ligt voor de taakstelling.

3.

Landelijk en regionale afstemming en uniformering

De huisvesting van vergunninghouders wordt landelijk en regionaal afgestemd in onder andere de volgende overlegstructuren: - PHV: Landelijk Platform Huisvesting Vergunninghouders. Dit is een ambtelijk overleg van de coördinatoren IBT, voorgezeten door de secretaris van het IPO. - IVO: Ambtelijk Interdepartementaal vergunninghouders overleg. Hierbij zijn ook de secretaris van het IPO en de toezichthouder van de provincie Zuid-Holland aanwezig. - Landelijke regietafel. De voorzitter van dit bestuurlijke overleg is de minister van BZK. Deze regietafel werkt aan gezamenlijke opgaven op het gebied van huisvesting statushouders, integratie en participatie. De deelnemers zijn de minister van SZW, de staatssecretaris JenV, de burgemeester van Tilburg, de commissaris van de koning van Drenthe (als vertegenwoordiger van de rijksheren) en bestuursleden van VNG, IPO en COA. - Provinciale regietafels. In dit overleg bespreken bestuurders de uitvoering van de afspraken van de landelijke regietafel. Voorzitter is de commissaris van de koning van Zuid-Holland (als rijksheer). Vaste deelnemers zijn: de gedeputeerde voor Wonen, de bestuursvoorzitter van het COA en de voorzitters van de veiligheidsregio’s. - Regionale regietafel. In dit overleg bespreken bestuurders regionaal (per veiligheids- of woonregio’s) de uitvoering van de afspraken van de landelijke en provinciale regietafels.

De deelnemers zijn burgemeesters en wethouders, die zich kunnen aanmelden bij de secretaris van de regionale regietafel.

21

PZH-2023-835563994 dd. 04-07-2023

4.

Het proces

Tabel 5 geeft het IBT-proces voor huisvesting vergunninghouders weer, met de daarbij behorende stappen op de IBT-ladder en het oordeel zoals dat zal worden gepubliceerd op het IBT-dashboard. Tabel 5. Proces en beoordeling IBT Huisvesting vergunninghouders 0 1

IBT-ladder en -oordeel De gemeente staat niet op de IBTladder, het oordeel is groen. De gemeente staat op trede 1 van de IBT-ladder (signaleren), het oordeel is groen.

Toelichting / acties N.v.t. Het toezicht begint met het signaleren van een achterstand in het realiseren van de opgave en/of het niet op schema lopen bij het realiseren van de opgave.

Op basis van data-analyse blijkt dat de taakstelling niet gerealiseerd is. 2a

De gemeente staat op trede 2a van de IBT-ladder (informatie opvragen en beoordelen), het oordeel is geel.

Als de achterstand in het realiseren van de opgave aanhoudt, volgt een ambtelijk gesprek met de gemeente en de regievoerder van het COA en eventueel de in de gemeente werkzame corporaties.

De achterstand is nog niet volledig ingelopen. 2b

De gemeente staat op trede 2b van de IBT-ladder (ambtelijk afspraken maken met termijn), het oordeel is oranje.

Er vindt ambtelijke dialoog plaats. Dit moet binnen 3 maanden na de constatering resulteren in een (aangepast) plan van aanpak (afspraken) waarin de gemeente concrete acties heeft vastgelegd met daarbij behorende met de toezichthouder afgestemde termijnen.

Er is structureel sprake van een achterstand. 3

De gemeente staat op trede 3 van de IBT-ladder (bestuurlijk afspraken maken met termijn), het oordeel is oranje.

Als het plan van aanpak niet binnen een half jaar resulteert in het realiseren van de taakstelling wordt er bestuurlijk opgeschaald. Het plan van aanpak uit trede 3 wordt bestuurlijk vastgesteld door de gemeente.

Het plan van aanpak heeft niet geresulteerd in het realiseren van de taakstelling. 4

De gemeente staat op trede 4 van de IBT-ladder (vooraankondiging sanctie), het oordeel is rood. De gemeente heeft ondanks bestuurlijke interventie de taakstelling niet gerealiseerd.

Er vindt bestuurlijk overleg plaats. De provincie stuurt een vooraankondiging van de geplande interventie (indeplaatsstelling) en geeft de gemeenten de gelegenheid om binnen een in die brief gestelde termijn alsnog de taakstelling zelf te realiseren.

Voor het beoordelen van de realisatie van de taakstelling wordt gebruik gemaakt van gegevens van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)

22

PZH-2023-835563994 dd. 04-07-2023

9. Themaonderzoeken Themaonderzoeken hebben betrekking op een specifiek onderwerp dat actueel is binnen de provincie of in Nederland en betrekking heeft op een van de toezichtgebieden waarop de provincie systematisch toezicht houdt of gaat houden. Het kan bijvoorbeeld gaan om nieuwe wetgeving of andere ontwikkelingen en gebeurtenissen. Aanleiding voor themaonderzoeken kunnen signalen uit de maatschappij zijn, bijvoorbeeld uit de media of na meldingen van burgers. Het belangrijkste doel van themaonderzoeken is om kennis te vergaren en te delen. Een ander doel kan zijn om vast te stellen of er belangrijke maatschappelijke risico’s zijn. De provincie kan zelf het initiatief nemen om een themaonderzoek te starten, maar zal dat altijd in samenspraak met de gemeenten doen via de IBTklankbordgroep en het IBT-coördinatorenoverleg. Ook gemeenten kunnen onderwerpen voor themaonderzoeken aandragen, waarna gezamenlijk zal worden bezien of en hoe dit wordt opgepakt. Op dit moment zijn er voor de komende periode nog geen concrete themaonderzoeken gepland. Prioriteit is gegeven aan de actualisatie van het Uitvoeringsprogramma door het verwerken van de gevolgen voor het IBT van de Omgevingswet en de nieuwe werkwijze voor het toezichtgebied Monumenten en archeologie.

Intussen blijft de provincie zich samen met gemeenten en andere provincies inspannen voor het verder ontwikkelen van datagedreven toezicht.

23

PZH-2023-835563994 dd. 04-07-2023

10. Bijlagen Bijlage 1. De VTH BIG-8 cyclus Inleiding De provincie hanteert indicatoren voor IBT omgevingsrecht op basis van de procescriteria uit het Omgevingsbesluit. Het hebben van beleidskaders, uitvoeringsprogramma, jaarevaluatieverslag en verordening wordt door de provincie gezien als de minimale ondergrens. De provincie controleert of gemeenten over deze documenten beschikken, zonder de inhoud te beoordelen. De criteria voor deze documenten zijn echter vastgelegd in wet- en regelgeving, die in deze bijlage worden besproken aan de hand van de Big-8 cyclus. Big-8 cyclus Onder de Omgevingswet zijn de criteria vastgelegd in het Omgevingsbesluit. Deze criteria, bekend als de procescriteria, stellen eisen aan de sluitende beleids- en uitvoeringscyclus, ook wel de Big-8 cyclus genoemd. Wet- en regelgeving Omgevingswet hoofdstuk 18 Omgevingsbesluit § 13.2.2 Strategische en programmatische uitvoering en handhaving (artikelen 13.5 tot en met 13.11)

-

Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht Hoofdstuk 5 Besluit omgevingsrecht hoofdstuk 7 Ministeriële regeling omgevingsrecht hoofdstuk 10

1. Evaluatie - Het verantwoorden van doelen en prioriteiten van de vorige beleidsperiode. - Het identificeren van (verbeter)punten op basis van de jaarlijkse evaluatierapportages uit de afgelopen beleidsperiode. - Het onderzoeken van relevante ontwikkelingen voor de komende beleidsperiode, zoals (veranderende) wet- en regelgeving en specifieke gemeenteontwikkelingen. - Het mogelijk uitvoeren van een inventarisatie onder belanghebbenden om te bepalen welke zaken de aandacht vragen van de gemeente in de komende beleidsperiode. - Het uitvoeren van een probleem- en risicoanalyse om inzicht te krijgen van de aanwezige risico’s. Omgevingsbesluit artikel 13.11 Besluit omgevingsrecht artikel 7.7

24

PZH-2023-835563994 dd. 04-07-2023

2. Strategische beleidskaders - Het formuleren van ambities op basis van de evaluatie, risicoanalyse en visiedocumenten. Het ambitieniveau dient in lijn te zijn met de beschikbare capaciteit en middelen. - Ambities vertalen naar doelen voor een bepaalde beleidsperiode. Deze doelen hoeven zich niet te beperken tot VTH-activiteiten en kunnen bredere maatschappelijke thema’s dienen. Een doel vanuit VTH kan zijn: alle vergunningen tijdig verlenen en LSP2 voorkómen. Een maatschappelijk doel kan zijn: bijdragen aan gezondheid van de inwoners (of bijdragen aan landschappelijke kwaliteit, brandveiligheid, mobiliteit, kwaliteit openbare orde etc.) - Om de bijdrage aan doelen te tonen, worden indicatoren gekoppeld aan de geformuleerde doelen. - Prioritering van doelen, ambities en risico’s helpt bij het maken van keuzes met betrekking tot inzet van capaciteit en middelen. - In de beleidskaders dient ook opgenomen te worden de samenwerkings- en afstemmingsafspraken met het strafrecht (OM en politie). Omgevingswet artikel 18.19; Omgevingsbesluit artikelen 13.5, 13.6 en 13.7 Besluit omgevingsrecht artikelen 7.2 en 7.5; Ministeriële regeling omgevingsrecht artikel 10.3

3. Operationeel beleidskader - Strategieën: Het operationeel kader bevat informatie over de nalevingsstrategieën worden toegepast om naleving te verbeteren en zodoende gestelde doelen te bereiken. Deze omvatten: (i) Preventiestrategie: Hoe voorkomen we overtredingen? (ii) Toezichtstrategie: Hoe houden we toezicht? (iii) Sanctiestrategie: Hoe treden we op bij overtredingen? Hiervoor is een landelijke norm ontwikkeld, de landelijke handhavingsstrategie (LHS) (onder de Omgevingswet de LHSO); en (iv) Gedoogstrategie: Wanneer en hoe zien we van handhaven af? - Instrumentarium: Dit omvat de uitleg over hoe verschillende instrumenten worden toegepast in verschillende werkprocessen. Deze werkprocessen vormen een aanvulling op de strategischer beleidskaders, maar maken er geen deel van uit. Voorbeelden hiervan zijn:  Preventie: Dit kan omvatten: voorlichting, publiciteit, communicatie en subsidies (om naleving te bevorderen).  Vergunningverlening: Dit omvat: bepaalde activiteiten zijn vergunnings- of meldingsplichtig en een bevoegd gezag kan zelf maatwerkvoorschriften opstellen.  Toezicht: Dit kan omvatten: cyclisch toezicht, thematisch toezicht, vraag gestuurd toezicht, administratief toezicht, toezicht op ondermijning, klachten, meldingen en (handhavings)verzoeken.  Handhaving: Dit omvat: bestuursrecht, strafrecht en gedogen.

Omgevingsbesluit artikelen 13.5, 13.6 en 13.7 Besluit omgevingsrecht artikel 7.2

4. Planning - De strategische beleidskaders worden omgezet in uitvoering via een jaarlijks uitvoeringsprogramma, dat bestuurlijk wordt vastgesteld. In het uitvoeringsprogramma wordt aangegeven welke activiteiten in het betreffende uitvoeringsjaar worden uitgevoerd ((uitvoerings-)doelen en voorgenomen activiteiten). - In het uitvoeringsprogramma wordt de verbinding gemaakt tussen doelen, activiteiten en benodigde en beschikbare financiële en personele middelen. - De omgevingsdienst stelt ook jaarlijks een eigen werkprogramma op voor de ondergebrachte taken die namens de gemeente worden uitgevoerd. Ook dit programma moet worden vastgesteld door het college. - Heb aandacht voor de door de provincie gehanteerde termijnen: Tijdig vaststellen van uitvoeringsprogramma vóór 1 februari en jaarevaluatieverslag vóór 15 juli. - Bekendmaking aan de raad/ interne horizontale verantwoording (vormvrij): de strategische beleidskaders, uitvoeringsprogramma en jaarevaluatierapportage dienen gedeeld te worden met de raad. Omgevingsbesluit artikel 13.8 Besluit omgevingsrecht artikelen 7.3 2 Lex silencio positivo: een vergunning is zonder dat deze uitdrukkelijk verleend. Dit kan het geval zijn wanneer een

bestuursorgaan niet binnen de vereiste termijn reageert of beslist op de vergunningsaanvraag.

25

PZH-2023-835563994 dd. 04-07-2023

5. Voorbereiden en & 6. Uitvoeren - Ondersteunende voorzieningen: spelen een belangrijke rol in het VTH-werk:  Informatiesysteem/ ICT: Een optimaal zaaksysteem verbetert in de dienstverlening, werkefficiëntie, informatie toegankelijkheid, en kan kostenbesparing opleveren. Met de Omgevingswet en de groeiende behoefte aan een integrale benadering, neemt de noodzaak naar beschikbare informatie en informatie-uitwisseling toe.  Protocollen en werkinstructies: Het beschikken over verschillende protocollen en werkinstructies draagt bij aan een uniforme werkwijze. Deze werkafspraken vormen een aanvulling op de strategische en operationele beleidskaders. - Communicatie en afstemming: Samenwerking en afstemming met interne en externe belanghebbenden is essentieel voor een adequate uitvoering van de VTH-taken. Dit omvat onder andere samenwerking met de omgevingsdienst, veiligheidsregio, provincie, waterschap, politie, Openbaar Ministerie. - Organisatie voorwaarden: Het is noodzakelijk om over benodigde kritieke massa (capaciteit) en middelen te beschikken die in lijn zijn met de doelstellingen en prioriteiten. Bij fluctuaties in de werkvoorraad kan (her)prioritering of tijdelijke capaciteitsuitbreiding nodig zijn. Omgevingsbesluit artikelen 13.9 en 13.10 Besluit omgevingsrecht artikelen 7.4 en 7.5; Ministeriële regeling omgevingsrecht artikel 10.5

7. Monitoren - Monitoring van indicatoren en verzamelde informatie: hieruit kan waardevolle informatie naar voren komen die gebruikt kan worden om doelen, prioriteiten en actieprogramma’s aan te passen voor een effectievere slagvaardigere werkwijze. - Voortgangsbewaking van doelen en het uitvoeringsprogramma: Dit houdt in dat wordt gecontroleerd in hoeverre het uitvoeringsprogramma is uitgevoerd en heeft bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen. - Monitoring van de kwaliteitscriteria: Om kwaliteitsborging te waarborgen, heeft de overheid kwaliteitscriteria ontwikkeld voor medewerkers en organisatorische processen. Gemeenten hebben een Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht om deze criteria te waarborgen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet dienen gemeenten deze verordening vast te stellen. Omgevingswet artikelen 18.20 en 18.23; Omgevingsbesluit artikel 13.11 Besluit omgevingsrecht 7.6 en 7.7; Ministeriële regeling omgevingsrecht artikel 10.6

8. Control - Het maken van een (risico) beoordeling van de verzameld informatie. Op basis hiervan kunnen eventuele wijzigingen volgen in het uitvoeringsprogramma voor het komende jaar en/of de uitvoerings- en handhavingsstrategie. Omgevingsbesluit artikel 13.11 Besluit omgevingsrecht 7.6 en 7.7

26

PZH-2023-835563994 dd. 04-07-2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/952/documents/35961