Uitvoeringsplan woonoverlast Ridderkerk 13-02-2024.pdf
Tekst van het document
Uitvoeringsplan Woonoverlast
GEMEENTE RIDDERKERK vastgesteld door het college d.d. 13-02-2024
Inhoud 1. Inleiding. ................................................................................................................................. 2 1.1 Wat is woonoverlast? ....................................................................................................... 2 1.2 Eenvoudige en complexe woonoverlast. ......................................................................... 2 2. De aanpak. .............................................................................................................................. 4 2.1 Startfase ........................................................................................................................... 4 2.2 Criteria en voorwaarden gezamenlijk aanpak complexe woonoverlast .......................... 4 2.3 Aanmelden overlast op gezamenlijk overleg complexe problematiek ............................ 5 2.4 Gezamenlijk overleg bij complexe problematiek ............................................................. 5 2.4 Plan van aanpak................................................................................................................ 5 2.4.1 Tijdspad ..................................................................................................................... 6 3.
Dossiervorming....................................................................................................................... 7 3.1 Afsluiten aanpak ............................................................................................................... 7 3.2 Informeren overlastgever ................................................................................................ 7 4. Instrumenten .......................................................................................................................... 8 4.1 Instrumenten van verhuurder .......................................................................................... 8 4.2 Instrumenten van gemeente ............................................................................................ 8 5 Partners en rollen .................................................................................................................... 9 5.1 Regisseur aanpak woonoverlast....................................................................................... 9 5.2 Politie .............................................................................................................................. 10 5.3 Woningcorporaties: WoonCompas, Samenwerking Slikkerveer en Woningbouwvereniging Bolnes ...........................................................................................
10 6 Gegevensverwerking ............................................................................................................. 11 6.1 Algemene verordening Gegevensbescherming ............................................................. 11 Bijlagen ..................................................................................................................................... 14
1
1. Inleiding. Woonoverlast is een veelvoorkomend en hardnekkig probleem. Het kan gaan om ‘eenvoudige’ burenruzies, maar ook om overlast door overbewoning van naburige panden of door overlastgevende personen. Landelijk is te zien dat alle vormen van woonoverlast toenemen. Ook zien we dat de casuïstiek rond woonoverlast in Ridderkerk de afgelopen jaren ingewikkelder van aard is geworden (o.a. personen met verward gedrag, verslavingsproblematiek, vervuiling of verwaarlozing van huizen). Onze aanpak is gericht op het beheersbaar maken en leefbaar maken van de (woon)omgeving. Om die redenen is dit ook een belangrijk thema in het Integraal Veiligheidsbeleid 2020-2023. In dit Uitvoeringsplan aanpak complexe woonoverlast gemeente Ridderkerk (hierna: uitvoeringsplan) wordt beschreven hoe we complexe woonoverlast aanpakken. We geven de definitie van woonoverlast waarbij er onderscheid gemaakt wordt tussen enkelvoudige en complexe woonoverlast. We omschrijven uit welke stappen de aanpak van woonoverlast bestaat en welke doelen, rollen en instrumenten er zijn. Vooropgesteld: we beginnen niet bij nul. We zetten al enkele jaren stevig in op de aanpak van woonoverlast.
1.1 Wat is woonoverlast? Woonoverlast is hinder die in, vanuit en rondom (direct aangrenzend tuin, erf, galerij of portiek) een woning wordt veroorzaakt. De overlastgever en of degenen voor wie hij verantwoordelijk is vertonen overlastgevend gedrag en of laten juist na bepaald gedrag te vertonen waardoor een onplezierige ervaring bij omwonenden wordt veroorzaakt1. Er kan sprake zijn van woonoverlast door: Burenruzie, asociaal gedrag, agressie Geweld, intimidatie, strafbare feiten Overlast voortvloeiend uit drugs- en alcoholgebruik Geluidsoverlast Pesterijen Prostitutie Stank Vervuiling en verwaarlozing Problemen rond de woning (kelderbox, portiektrap en galerij)
1.2 Eenvoudige en complexe woonoverlast. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enkelvoudige en complexe woonoverlast. Er kan sprake zijn van enkelvoudige woonoverlast als de woonoverlast een enkele keer voorkomt en stopt na bijvoorbeeld een gesprek met de verhuurder of de gemeente. Eenvoudige woonoverlast is monodisciplinair op te lossen, zeker wanneer signalen van beginnende woonoverlast in een vroeg stadium worden aangepakt. Escalatie kan hierdoor worden voorkomen.
1
Definitie van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV).
2
Complexe woonoverlast is lastiger te stoppen en vraagt om samenwerking en afstemming tussen meerdere partners. Casuïstiek kan complex zijn, maar de oplossing hoeft dit niet te zijn. Wanneer meerdere partners aangeven dat eerdere interventies om overlast te stoppen niet hebben gewerkt wordt er opgeschaald naar het casusoverleg. Dit kan zijn als er sprake is van ernstige psychische kwetsbaarheid, verslavingsproblematiek of als er aanwijzingen zijn voor het opleggen van een bestuurlijke gedragsaanwijzing. We spreken dan van (opgeschaalde) complexe woonoverlast. Elke partner moet aantonen welke inzet gedaan is en waarom deze niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. Om de gezamenlijke aanpak van complexe woonoverlast aan te pakken, stellen de betrokken partijen voldoende capaciteit beschikbaar om een aanpak te starten én de interventies uit te voeren plus te monitoren. Dit uitvoeringsplan richt zich op de (opgeschaalde) complexe vormen van woonoverlast.
3
2. De aanpak. De Ridderkerkse aanpak van woonoverlast is erop gericht om zowel de directe woonomgeving van bewoners te verbeteren door woonoverlast aan te pakken, als het vertrouwen van de burger in de gezamenlijke aanpak te versterken.
2.1 Startfase Een partner2 kan een casus opschalen naar het casusoverleg, wanneer eerder ingezette interventies vanuit het leefbaarheidsteam niet geleid hebben tot het doen stoppen van de overlast. De melding kan gedaan worden bij de regisseur woonoverlast van de gemeente Ridderkerk. De regisseur woonoverlast van de gemeente Ridderkerk, die de melding van complexe woonoverlast ontvangt zal deze beoordelen op de complexiteit en zal deze na beoordeling agenderen voor het casus overleg. Dit gebeurt op basis van een toets op de criteria en de voorwaarden. Huurders melden eerst bij de verhuurder, zodat de verhuurder interventies kan inzetten en samenwerking kan zoeken met andere partners om de overlast te doen stoppen. Indien de ingezette interventies niet geleid hebben tot het stoppen van de overlast, kan de verhuurder opschalen naar het casusoverleg. Huiseigenaren en Vve’s kunnen overlastmeldingen doen via de gemeentesite van de gemeente Ridderkerk. Deze meldingen worden opgepakt en beoordeeld door de afdeling Openbare Orde en Veiligheid. De zaken die hieruit voortkomen worden in eerste instantie besproken met de wijkregisseur en de politie.
2.2 Criteria en voorwaarden gezamenlijk aanpak complexe woonoverlast Er zijn criteria om te bepalen of er sprake is van opgeschaalde complexe woonoverlast:
Er is sprake van complexe woonoverlast en; Afzonderlijke interventies van de partners, hebben niet geleid tot stoppen van de overlast.
Voorwaarden gezamenlijke aanpak
2
Er is sprake van een gedeeld belang in het oplossen van complexe woonoverlast; Zowel de politie, de verhuurder als de gemeentelijke partners beoordelen dat een gezamenlijke aanpak de juiste aanpak is om de complexe woonoverlast te stoppen; De betrokken partners moeten voldoende capaciteit beschikbaar stellen om een aanpak te starten en de interventies uit te voeren en te monitoren.
Zijnde: Politie, woningcorporatie en LZN
4
2.3 Aanmelden overlast op gezamenlijk overleg complexe problematiek Wanneer de complexe woonoverlast opgeschaald moet worden, omdat de inzet van meerdere partijen nodig is, kan dit gemeld worden bij de regisseur woonoverlast van de gemeente Ridderkerk. De politie, de woningcorporatie, de verhuurder en het lokaal zorgnetwerk (LZN) kunnen schriftelijk melding doen waarna de casus besproken zal worden in een casusoverleg Dit overleg vindt onder voorzitterschap van de regisseur woonoverlast plaats. Bij dit overleg sluiten de direct betrokken partijen aan om een specifieke casus te bespreken, informatie over de woon-en overlastsituatie te delen en een plan van aanpak op te stellen.
2.4 Gezamenlijk overleg bij complexe problematiek Het casusoverleg is een belangrijk instrument in de aanpak van complexe woonoverlast. In dit overleg worden complexe woonoverlast zaken besproken. Het doel van het gezamenlijke overleg is om mogelijke complexe woonoverlast te verkennen, te besluiten of er sprake is van complexe woonoverlast en als hier sprake van is, een gezamenlijke aanpak af te stemmen, uit te voeren en te monitoren. Tijdens het gezamenlijke overleg wordt afgesproken welke partner welke rol en taak heeft. Degene die de casus heeft opgeschaald is de “probleem eigenaar” en zal de regie voeren op de betreffende casus en stuurt aan op de voortgang van de casus. Elke partner is verantwoordelijk voor de inhoud van zijn/haar eigen dossier. Er wordt geen gezamenlijk dossier aangemaakt. Er wordt alleen een plan van aanpak opgesteld waarin de uitgezette plannen worden gemonitord, geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd. In het casusoverleg vindt ook afstemming plaats over het eventueel inzetten van instrumenten zoals de Wet aanpak woonoverlast (gedragsaanwijzing). Wanneer partijen het daarover eens zijn, wordt door de regisseur aanpak woonoverlast een advies voorbereid aan de burgemeester. De regisseur aanpak woonoverlast is voorzitter van dit overleg en houdt regie op het plan van aanpak. De regisseur kan zich hierin laten ondersteunen.
Daarnaast nemen de convenantpartners (politie en woningcorporatie), en vanuit de gemeente het Lokaal Zorg Netwerk deel. Deze partijen mogen, onder het regionale convenant woonoverlast3, gegevens met elkaar delen. In specifieke gevallen zouden partijen als vluchtelingenwerk (indien zij betrokken zijn bij een gezin), de brandweer (bij hoarders4) en jongerenwerk (indien jongeren onderdeel zijn van de overlast) uitgenodigd kunnen worden. Een complex woonoverlast dossier wordt hierdoor multidisciplinair en zo effectief mogelijk opgepakt.
2.4 Plan van aanpak Nadat de casus is besproken en geanalyseerd, worden de afspraken gemaakt over het gewenste resultaat, de rollen en de instrumenten die worden ingezet.
3 4
Regionaal convenant aanpak woonoverlast, 2020. Mensen met een verzamelstoornis.
5
Het plan van aanpak wordt opgesteld door de regisseur woonoverlast van de gemeente Ridderkerk en bevat de volgende elementen: Omschrijving van de problematiek Te behalen resultaten Rol, taken en verantwoordelijkheden van de partners Instrumenten en acties die worden ingezet Afsluiting en communicatie richting melder/overlastgever
2.4.1 Tijdspad De aanpak van woonoverlast heeft geen vooraf gestelde termijn, waarin de woonoverlast moet zijn gestopt. Er zijn veel factoren van invloed of woonoverlast stopt, ook een aantal factoren waar geen of beperkte invloed van de betrokken partners op is. Het doel is altijd om de woonoverlast zo snel mogelijk te stoppen en opschaling naar een hogere gradatie te voorkomen. Om inzicht te geven in het gehele proces, onderstaand overzicht van de stappen in de aanpak en de daaraan gekoppelde richtinggevende termijnen:
Stap in de aanpak woonoverlast
Termijn
Casusoverleg
Elke 4 á 6 weken
Aanmelding overlastzaak
Bij voorkeur voor het gezamenlijk overleg
Versturen agenda
5 werkdagen voor gezamenlijk overleg
Besluit gezamenlijk aanpak
Tijdens het eerste gezamenlijke overleg na aanmelding (tenzij nader onderzoek moet worden gedaan om criteria te kunnen toetsen)
Opstellen plan van aanpak
Tijdens eerste gezamenlijk overleg na aanmelding
Informeren overlastgever / particuliere verhuurder
Direct bij aanmelding
Informeren melder
Doorlopend, conform afspraken in het plan van aanpak
Onderzoek
Doorlopend, conform afspraken in het plan van aanpak
Monitoring plan van aanpak
Doorlopend, conform afspraken in het plan van aanpak
Bijstellen plan van aanpak
Indien dit noodzakelijk is, doorlopend
Afsluiten plan van aanpak
Wanneer de woonoverlast duurzaam is gestopt
Informeren overlastgever
Direct (heropening mogelijk na x-aantal maanden als dit eerder afgesproken is)
6
3. Dossiervorming In het plan van aanpak staan de gezamenlijke afspraken die gemaakt zijn voor een doeltreffende aanpak van woonoverlast. De inzet van ingrijpende instrumenten, zoals bijvoorbeeld gedragsaanwijzingen of woningsluitingen, moeten gelegitimeerd worden aan de hand van het plan van aanpak. Omdat elk plan van aanpak in theorie kan uitmonden in een tijdelijke woningsluiting of ontbinding van een huurovereenkomst, is het belangrijk dat er een duidelijk plan van aanpak wordt opgesteld. Elke organisatie is verantwoordelijk voor eigen dossieropbouw en dossierbeheer. Het plan van aanpak, met daarin de gezamenlijke afspraken, wordt beheerd door de regisseur woonoverlast van de gemeente Ridderkerk. Het plan van aanpak kan, uiteraard afhankelijk van de situatie, de volgende informatie bevatten: Meldingen/klachten van omwonenden; Waarnemingen van toezichthouders en opsporingsambtenaren (processen-verbaal, rapportages, meetverslagen); Eventueel eerder ondernomen stappen; Afspraken die gezamenlijk gemaakt zijn.
3.1 Afsluiten aanpak Wanneer de complexe woonoverlast is gestopt kan de casus worden afgesloten. Gezamenlijk wordt besloten dat de doelen verwoord in het plan van aanpak zijn behaald en de afsluitrapportage wordt opgesteld. Criteria voor het afsluiten van de aanpak: De doelen uit het plan van aanpak zijn behaald; De woonoverlast door een partner afzonderlijk kan worden aangepakt.
3.2 Informeren overlastgever Wanneer het plan van aanpak wordt afgesloten worden alle betrokkenen hierover geïnformeerd. De overlastgever krijgt tenminste een brief, waarin vermeld staat dat de aanpak is gestopt.
7
4. Instrumenten Wanneer een goed gesprek niet tot een oplossing leidt, zijn instrumenten inzetbaar. De toepassing van die instrumenten kent geen vaste volgorde, omdat elke woonoverlast zaak om maatwerk vraagt. Soms is direct duidelijk dat een overlastsituatie zich niet leent voor bijvoorbeeld buurtbemiddeling of dat de gemeente geen maatregel kán nemen. Het subsidiariteitsbeginsel schrijft voor dat het minst ingrijpende middel wordt ingezet waarvan wordt verwacht dat het de hoogste slagingskans heeft.
4.1 Instrumenten van verhuurder
Laatste kans-contract Wanneer de rechter het huurcontract heeft ontbonden, kan de verhuurder nog een laatste kans geven aan de overlastgever. Een laatste kans-contract kan voor de duur van 1 of 2 jaar gegeven worden, maar kan niet verlengd worden. De huurder mag dan in de woning blijven of krijgt een andere woning toegewezen, maar moet zich wel aan bepaalde afspraken houden om te voorkomen dat woonoverlast weer opleeft. Dit wordt vastgelegd in het nieuwe, tijdelijke huurcontract. Wanneer de overlast stopt en de huurder zich houdt aan de afspraken, kan het contract weer worden omgezet naar een regulier huurcontract. Wanneer de woonoverlast voortduurt kan het huurcontract alsnog worden ontbonden.
Ontbinding huurovereenkomst De verhuurder kan de rechter vragen om een huurovereenkomst te ontbinden. Daarnaast kan een wooncorporatie ook buiten rechterlijk de huurovereenkomst ontbinden. Alle voorgaande instrumenten en bemoeienis van de betrokken partijen zijn erop gericht te voorkomen dat het tot de oplegging van een gedragsaanwijzing moet komen. Dat houdt ook in dat wanneer er overlast wordt veroorzaakt vanuit een huurwoning, eerst geprobeerd moet worden om via de huurovereenkomst c.q. het huurrecht de overlast aan te pakken. Wanneer deze maatregelen de overlast onvoldoende aan kunnen pakken, of niet toepasbaar zijn voor de specifieke situatie, of in zeer urgente gevallen, kan de burgemeester overwegen om alsnog een gedragsaanwijzing op te leggen
4.2 Instrumenten van gemeente5
Bestuursrechtelijke gedragsaanwijzing (Wet aanpak woonoverlast) De burgemeester kan ingrijpen bij ernstige woonoverlast. De burgemeester kan dan een bestuursrechtelijke gedragsaanwijzing opleggen op basis van de Wet Aanpak Woonoverlast. Met een overlastgever wordt afgesproken wat hij wel of niet moet doen om woonoverlast te voorkomen. Wanneer de overlastgever hier zich niet aan houdt kan hij een geldboete krijgen.
Tijdelijk Huisverbod (Wet aanpak overlast) Als een gedragsaanwijzing is opgelegd en de met de aanwijzing samenhangende termijn is verstreken en de overlast voortduurt, dan wordt beoordeeld of het opleggen van een nieuwe bestuurlijke sanctie nodig is. Als het nodig blijkt wordt ingezet op het ‘ultimum remedium’ uit
5 De instrumenten zijn toepasbaar bij zowel koop- als huurwoningen.
8
artikel 151d, derde lid, van de Gemeentewet: het tijdelijke Huisverbod. Dit Huisverbod geldt voor tien dagen, met de mogelijkheid van verlenging tot in totaal vier weken bij ernstige vrees voor verdere overtredingen. Het verbod kan alleen worden opgelegd aan meerderjarigen. Degene aan wie een tijdelijk Huisverbod is opgelegd, is in beginsel zelf verantwoordelijk voor het voorzien in alternatieve huisvesting. Alleen op grond van humanitaire overwegingen kan de gemeente afwijken van dit beginsel en voorzien in opvang.
Tijdelijke woning sluiting (gemeentewet 174a) De burgemeester kan op grond van de Wet Victoria, als alle andere instrumenten de woonoverlast niet hebben doen stoppen en er sprake is van de ernstige aantasting van de openbare orde en leefbaarheid, de woning tijdelijk sluiten. In de praktijk wordt dit instrument echter weinig toegepast omdat uit jurisprudentie blijkt dat door incidenten aantoonbaar sprake moet zijn van ernstige en langdurige aantasting van de openbare orde. De bestuursrechtelijke bevoegdheid om een gedragsaanwijzing op te leggen komt niet in plaats van de civielrechtelijke instrumenten, maar als aanvulling daarop.
5 Partners en rollen Medewerkers van gemeente, politie en woningcorporaties werken intensief samen om complexe woonoverlast te stoppen. Soms zijn andere partners noodzakelijk om woonoverlast te stoppen. Per situatie wordt beoordeeld welke partner noodzakelijk is voor een (deel)oplossing van een overlastzaak. Iedere partij levert daarbij vanuit de eigen verantwoordelijkheid en taakstelling een bijdrage aan de aanpak. Het vraagt van elke partij dat ze weten waar hun grenzen liggen en welke andere partners zij kunnen inschakelen bij meldingen die te complex zijn om zelf af te handelen. Het uitgangspunt is dat iedere partner de eigen verantwoordelijkheid neemt in het oplossen van de woonoverlast. Daar waar de oplossing de inzet van meerdere personen vraagt, vindt gezamenlijke aanpak plaats. De gemeente voert hierbij de regie.
5.1 Regisseur aanpak woonoverlast De gemeente heeft taken en bevoegdheden als het gaat om het beheersbaar maken van woonoverlast. Het gemeentebeleid kan overwegen, eventuele samenwerking organiseren en zorgdragen voor de uiteindelijke evaluatie en zo nodig bijstelling van het beleid. De gemeente voert daarom de regie over de aanpak van woonoverlast. De regisseur aanpak woonoverlast is verantwoordelijk voor een gezamenlijke aanpak bij complexe woonoverlast. De regisseur organiseert een actieve samenwerking tussen de partners met als doel dat partners zo effectief en efficiënt mogelijk samenwerken om complexe woonoverlast aan te pakken. De regisseur brengt verbinding tussen de partners en beheert het netwerk in het gebied. De regisseur houdt zicht op trends en ontwikkelingen met betrekking tot woonoverlast en anticipeert hierop. De regisseur is tevens het eerste aanspreekpunt voor alle partners voor zaken van complexe woonoverlast. De regisseur is de voorzitter van het casusoverleg en legt de gemaakte afspraken vast in een plan van aanpak. De regisseur monitort de voortgang van het plan van aanpak.
9
5.2 Politie De politie heeft een grote rol bij de aanpak van woonoverlast en is daarmee een belangrijke samenwerkingspartner van de gemeente, hulpverlening en woningcorporaties. Wanneer sprake is van woonoverlast, komt de politie vaak als eerste in beeld. Veel mensen bellen bij overlast de politie. De politie reageert op acute meldingen van bijvoorbeeld muziek die midden in de nacht te hard aanstaat. Wanneer sprake is van overtredingen van de wet kan de politie hiertegen optreden, door te waarschuwen of door een proces-verbaal op te maken op basis van de APV. In bepaalde gevallen, zoals bij ernstige geluidsoverlast, kan de politie goederen in beslag nemen. Bij andere vormen van overlast, zoals harde geluiden en schreeuwen, geeft de politie vooral advies en noteert de bevindingen. De bevindingen – vastgelegd in processenverbaal en mutatierapporten – kunnen bij de opbouw van het dossier van belang zijn. Verder is de politie verantwoordelijk voor het verlenen van hulp in spoedeisende situaties. Ook wanneer ‘de sterke arm der wet’ ingezet moet worden, is voor de politie een belangrijke taak weggelegd. Dat geldt voornamelijk bij gedwongen opname of bij ander juridisch optreden. Daarnaast ziet de politie mede toe op de handhaving van besluiten van de burgemeester, zoals een gedragsaanwijzing.
Meer in de preventieve sfeer speelt de wijkagent een belangrijke signalerende, bemiddelende en verwijzende rol bij woonoverlast. De wijkagent is een eerste aanspreekpunt in de wijk en een bekend gezicht voor bewoners van die wijk. Ook heeft hij/zij in de wijk veel contacten met andere samenwerkingspartners. Wijkagenten zoeken actief contact met bewoners en kunnen hierdoor ook problemen voorkomen. Ze horen immers veel van wat er in een wijk speelt. Zo heeft de politie een belangrijke informatiepositie en tevens een signalerende functie.
5.3 Woningcorporaties: WoonCompas, Samenwerking Slikkerveer en Woningbouwvereniging Bolnes
De woningcorporatie speelt als eigenaar en verhuurder een belangrijke rol bij het voorkomen en bestrijden van woonoverlast. De woningcorporatie investeert in preventie door nieuwe bewoners te wijzen op hun plichten en voorlichting te geven over wat huurders kunnen doen als zij last hebben van andere bewoners. Ook screening van aspirant-huurders is een formele bevoegdheid van de corporatie. In geval van woonoverlast vanuit een huurwoning, is de woningcorporatie in eerste instantie in de lead om woonoverlast aan te pakken. Zij kunnen daarop bemiddelen tussen klager en overlastgever. Als dit niet helpt, kan de woningcorporatie op basis van het huurrecht een overlastpleger: Aanspreken op de overlast: Waarschuwingen geven; Fysieke maatregelen nemen; Aanvullende huurvoorwaarden opleggen; Een vrijwillige gedragsaanwijzing aanbieden; Naar de rechter voor een gedragsaanwijzing; Naar de rechter voor beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. Daarbij moet de woningcorporatie zorgdragen voor goede dossiervorming.
10
6 Gegevensverwerking Uitwisseling persoonsgegevens De samenwerking bij het behandelen van complexe casuïstiek kan niet zonder het uitwisselen van persoonsgegevens. De partners mogen alleen informatie delen die noodzakelijk is voor de aanpak van de (ernstige) woonoverlast in de betreffende casus. Het uitvoeringsplan beschrijft onder welke voorwaarden de deelnemers aan het Casusoverleg relevante informatie mogen verwerken. Informatie-uitwisseling en gegevensverwerking Goede informatie-uitwisseling is een essentiële voorwaarde voor de aanpak van (vaak zware) overlastgevallen die vragen om een gecombineerde inspanning van de verschillende partijen. Door de komst van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zijn aanvullende eisen gesteld aan de uitwisseling van gegevens. Dit betekent dat een bewoner de volgende rechten heeft: Recht op inzage Recht op rectificatie Recht op vergetelheid Recht van beperking verwerking Recht op bezwaar Recht op data operabiliteit Recht tegen geautomatiseerde verwerking/profiling Persoonsinformatie wordt zorgvuldig gedeeld. Alleen die informatie die noodzakelijk is voor de aanpak van woonoverlast op dat moment wordt gedeeld met alleen die partners die een rol hebben in de aanpak van woonoverlast.
De samenwerkingspartners mogen binnen de afspraken van het Regionaal convenant Aanpak van complexe woonoverlast relevante gegevens met elkaar delen.
6.1 Algemene verordening Gegevensbescherming De betrokkenen hebben rechten die zijn vastgelegd in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Informeren registratie betrokkene6 Een betrokkene die wordt besproken als onderwerp van het casusoverleg wordt hiervan mondeling of schriftelijk, door een medewerker van LZN of de regisseur woonoverlast in kennis gesteld. Dit gebeurt, zoveel als mogelijk, voordat de betrokkene in het gezamenlijk overleg besproken wordt. Aan betrokkene wordt uitgelegd wat de aanpak van woonoverlast inhoudt, wie de samenwerkende partners zijn en wat de rechten van betrokkene zijn op het gebied van privacy. De betrokkene heeft hier recht op als er geen zwaarwegende redenen zijn om hiervan af te zien. Inzage De betrokkene heeft recht op inzage van de eigen persoonsgegevens. De betrokkene kan een schriftelijke uitdraai van het plan van aanpak inzien tijdens een afspraak met de regisseur
6
Art 12 Rechten van Betrokkenen, vermeld in het regionaal convenant aanpak complexe woonoverlast.
11
woonoverlast. Dit verzoek tot inzage wordt via de gemeentesite ingediend. Afbreuk aan de rechten van andere betrokkene(n) kan reden zijn voor afwijzing voor de inzage. In deze schriftelijke uitdraai staan de volgende gegevens vermeld: • Naam • Adres • Woonplaats • Telefoonnummer • E-mailadres • Betrokken organisaties als politie, woningcorporatie en indien van toepassing welzijnsorganisaties Rectificatie De betrokkene heeft het recht om rectificatie van de persoonsgegevens te vragen. Hij mag de burgemeester vragen de persoonsgegevens te verbeteren, aan te vullen of af te schermen. Betrokkene kan om rectificatie vragen als zijn persoonsgegevens: • feitelijk onjuist zijn; • onvolledig zijn of niet ter zake doen voor het doel waarvoor ze zijn verzameld of; • worden verwerkt in strijd met een wettelijk voorschrift, tenzij er specifieke bepalingen zijn die zich hiertegen verzetten. Reikwijdte rectificatierecht Het rectificatierecht is niet bedoeld voor het corrigeren van professionele indrukken, meningen en conclusies waarmee iemand het niet eens is. Wel mag diegene van de partner verwachten dat deze in ieder geval zijn schriftelijke mening toevoegt aan het dossier. Dat kan met name een oplossing bieden in situaties waarbij het om niet objectief vast te stellen feiten gaat.
6.2 Bewaartermijn Persoonsgegevens worden geregistreerd (bewaard), zolang deze worden verwerkt voor het doel waarvoor zij waren verzameld:
De persoonsgegevens worden door de burgemeester gedurende 5 jaar in een actieve omgeving bewaard nadat de aanpak is afgesloten. Dit betekent dat het dossier alleen zichtbaar wordt nadat hier een specifieke zoekopdracht naar wordt gemaakt. Dit zal alleen gebeuren mits er nieuwe meldingen van overlast binnenkomen bij de gemeente of gezamenlijke partners. Op basis van een nieuw signaal kunnen de bewaarde persoonsgegevens ten behoeve van het nieuwe signaal worden geraadpleegd dan wel verwerkt en is het uitvoeringsplan aanpak woonoverlast van toepassing op de nieuwe verwerking. Op basis van een nieuw signaal na 5 jaar kunnen de gegevens slechts geanonimiseerd en in hoofdlijnen geraadpleegd worden. Door de gegevens te anonimiseren kunnen de opgenomen gegevens voor evaluatie in niet tot individuele personen herleidbare vorm bewaard blijven.
De politie hanteert de verwerkings - en bewaartermijnen zoals geregeld in de Wpg. Woningcorporaties hanteren de bewaartermijnen zoals neergelegd in hun bewaarbeleid. Deze zijn op basis van de geldende wet- en regelgeving bepaald, zoals de AVG.
12
Vernietiging persoonsgegevens Persoonsgegevens worden vernietigd door de gemeente: Als tijdens het casusoverleg wordt besloten dat er geen sprake is van woonoverlast. Het bij de gemeente in behandeling zijnde plan van aanpak wordt verwijderd uit het (gemeentelijk)systeem. Vijf jaar na afsluiting van de aanpak woonoverlast of een andere persoons- of groepsgerichte aanpak. Het dossier wordt volledig geanonimiseerd, alleen de data voor evaluatie doeleinden blijft bewaard. Indien de woonoverlast binnen 5 jaar niet herleeft, worden de persoonsgegevens niet langer noodzakelijk beschouwd voor de doeleinden als genoemd in dit uitvoeringsplan. Overeenkomstig art. 5 lid 1 onder e jo. 89 lid 1 AVG mogen de persoonsgegevens voor langere perioden worden opgeslagen voor zover de persoonsgegevens louter met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden worden verwerkt.
13
Bijlagen Bijlage 1 Beleidsregel Wet aanpak woonoverlast 2018 Ridderkerk: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR609468/1 Bijlage 2 Regionaal convenant aanpak van complexe woonoverlast (2020) Bijlage 3 Beslissing tot structurele verstrekking van politiegegevens op grond van artikel 20 van de Wet politiegegevens in het kader van Regionaal convenant aanpak woonoverlast (2020)
14