Uitspraak voorlopige voorziening kapvergunning Blaak d.d. 2 september 2022 .pdf
Tekst van het document
uitspraak RECHTBANK
ROTTERDAM
Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht
zaaknummer:
ROT
22/3385
uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 september 2022 op het verzoek om voorlopige voorziening n de zaak tussen (geanonimiseerd) °* e (geanonimiseerd) i
gemachtigde:
R idierkerk, verzoekers,
mr. G.I. Niesert,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk, verweerder,
cm
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 21 N
Als derde-partij neemt aan het geding deel: Waal aannemers te Vlaardingen, vergunninghouder.
Procesverloop Met het besluit van 10 augustus 2022 (primair besluit) heeft verweerder aan
vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van vier bomen bij de percelen Blaak nabij huisnummers 1, 81 en tussen31 en 33 in Ridderkerk Met het besluit van 6 juli 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekers ongegrond verklaard.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 augustus 2022 op zitting behandeld Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen doo zijn gemachtigde en (geanonimiseerd) ergunninghouder heeft zich (geanonimiseerd) laten vertegenwoordigen door g
Namens \
:ompas (woningcorporatie) is
(geanonimiseerd)
Overwegingen
1 Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet
Vergunninghouder heeft in opdracht van Wooncompas een omgevingsvergunning aangevraagd voor het kappen van twee acacia’s, een valse christusdoorn en een grove den
zaaknummer:
ROT 22/3385
2
vanwege een nieuwbouwproject dat wordt ontwikkeld aan de Blaak I U/m 95 in Ridderkerk.
Twee galerijflats worden vervangen door nieuwbouw van gestapelde woningen (hoogbouw blok 2) en zeven grondgebonden woningen (blok 1). Voor de herbouw van deze woningen
is in februari 2022 een omgevingsvergunning aangevraagd. De omgevingsvergunning voor de nieuwbouw van de gestapelde woningen zal naar verwachting de komende vier weken met een binnenplanse afwijking van het bestemmingsplan worden verleend. Voor de zeven
grondgebonden woningen moet de uitgebreide voorbereidingsprocedure worden gevolgd. 3. Aan het bestreden besluit legt verweerder ten grondslag dat het behouden van de natuurwaarde en stads- en dorpsschoon niet opweegt tegen het kappen van de bomen ten
behoeve van het nieuwbouwproject, gelet op de beperkte levensduur en de grote kans op instabiliteit en windworp van de bomen. Er zijn geen gronden om de vergunning te weigeren, mits er een herplant plaatsvindt om het groen op deze Jocatie te behouden. Hiertoe heeft verweerder een nader voorschrift aan de omgevingsvergunning verbonden. 4.
_
Verzoekers voeren aan dat verweerder heeft verzuimd de cultuurhistorische
waarden van de bomen bij het bestreden besluit te betrekken. De toetsing aan de twee weigeringsgronden die wel in de beoordeling zijn betrokken, te weten de natuurwaarde en de waarde voor stads- en dorpsschoon, heeft naar de mening van verzoekers op onzorgvuldige wijze plaatsgevonden. Verweerder gaat ervan uit dat de voorgenomen nieuwbouw daadwerkelijk wordt gerealiseerd, terwijl dat nog niet zeker is. Ten aanzien van de valse christusdoom en de grove den is er geen grond voor kap, behalve dat er herplant zou plaatsvinden. De herplant is bovendien niet zeker.
5.1.
_ Op grond van artikel 2.2, eerste lid, aanhefen onder g, van de Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht (Wabo), in samenhang gelezen met artikel 4:11, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Ridderkerk 2020 (de APV) is het verboden zonder
omgevingsvergunning een houtopstand te doen vellen die staat vermeld op de Groene Kaart. 5.2. _ Op grond van artikel 4:11, tweede lid, van de APV kan de vergunning, voor zover hier van belang, worden geweigerd op grond van: a. de natuurwaarde van de houtopstand; ©. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; €. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; (.
Op grond van artikel 4:11, derde lid, van de APV kan het bevoegd gezag een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.
53. _ Uitde aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften blijkt dat ter compensatie van de te kappen houtopstanden herplant dient plaats te vinden van: a. 4 stuks bomen van het soort Gleditsia triacanthios 'Shademaster', Robinia pseudoacacia *Nyisegi’, Styphnolobium japonieum of Ulmus minor ‘Samiensis’ met een minimale
stamomtrek van 18-20 en draadkluit. Deze bomen dienen een groeiplaats te krijgen van minimaal 20m3 met bomengrond n een open groeiplaats en met boomgranulaat onder de verharding. b. 5 stuks middelgrote bomen met een minimale stamomtrek van 18-20 en draadkluit. Deze
bomen krijgen een groeiplaats van minimaal 15m3.
zaaknummer:
ROT 22/3385
3
©. Omdat de 5 voorgestelde bomensoort geen bomen maar heesters zijn dient de bepalin (geanonimiseerd) van de soort van de 5 middelgrote bomen in nader overleg, met de groenbeheerder, N
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) plaats te vinden.
d. De herplant kan plaatsvinden op de locaties zoals aangegeven op bijbehorende situatietekeningen van hp architecten, d.d. 02-03-2021 wanneer kan worden voldaan aan de grootte van de groeiplaatsen.
6. De voorzieningenrechter stelt voorop dat het niet noodzakelijk is dat verweerder met het verlenen van de omgevingsvergunning wacht totdat de benodigde omgevingsvergunning(en) is/zijn verleend voor het nieuwbouwproject. Het kappen van de op het terrein aanwezige bomen en de voorgenomen nieuwbouw op het terrein zijn immers geen activiteiten die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden in de zin van artikel 2.7,
eerste lid, van de Wabo. Overigens zijn de aanvragen voor de omgevingsvergunning voor het realiseren van het nieuwbouwproject inmiddels ingediend. Uit hetgeen de gemachtigde van verweerder ter zitting heeft verklaard maakt de voorzieningenrechter op dat beide omgevingsvergunningen voor het realiseren van het nieuwbouwproject naar verwachting kunnen
worden
7.
De voorzieningenrechter overweegt dat artikel 4.11 van de APV een opsomming
_
verleend.
geeft van gronden op grond waarvan een omgevingsvergunning voor het vellen van
houtopstand kan worden geweigerd. Dat betekent dat verweerder bij het verlenen van een dergelijke vergunning beoordelingsruimte heeft en dat de voorzieningenrechter toetst of de
gevolgen van een verleende vergunning voor een belanghebbende niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen, als bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
7.1.
_ Tussen partijen is niet in geschil dat de vier bomen natuurwaarde en waarde voor
stads- en dorpsschoon hebben. Anders dan verzoekers hebben gesteld, is de voorzieningenrechter niet gebleken dat de bomen ook cultuurhistorische waarde hebben.
Verweerder heeft erop gewezen dat op de Groene Kaart met een gekleurde stip (blauw, rood of oranje) is aangegeven waar een monumentale of herdenkingsboom staat. Verweerder stelt
dat daaruit moet worden afgeleid dat dat ook de bomen zijn die moeten worden aangemerkt als bomen met cultuurhistorische waarde in de zin van artikel 4:11, tweede lid, onder e van
de APV. Voor het vellen van de overige bomen op de Groene Kaart geldt weliswaar dat
daar op grond van de APV een omgevingsvergunning voor nodig
is, maar uit de vermelding
op de Groene Kaart volgt niet dat de bomen zelf ook cultuurhistorische waarde hebben. De voorzieningenrechter acht dit standpunt over de systematiek van de Groene Kaart
aannemelijk. Nu de bomen waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft niet zijn aangegeven met een gekleurde stip, is van een boom met cultuurhistorische waarde in de zin
van artikel 4:]1, tweede lid, onder e van de APV geen sprake. Ook uit het door verzoekers genoemde Bomenplan Ridderkerk en het Erfgoedbeleid Ridderkerk kan niet worden opgemaakt dat de bomen op zichzelf cultuurhistorische waarde hebben. 7.2.
_ De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat verweerder zich bij het bestreden
besluit heeft kunnen baseren op de daarin genoemde Boom Effect Analyse (BEA). Uit de BEA blijkt dat de toekomstverwachting van beide valse acacia’s beperkt is. Na het slopen van de flats en de fundering bestaat er een verhoogd risico op windworp. De werkzaamheden zullen het aftakelingsproces verder versnellen waardoor de
levensverwachting van vijf tot tien jaar zal afnemen naar drie tot vijf jaar, aldus de BEA. Verzoekers hebben geen tegenrapportage overgelegd en ook geen andere informatie
zaaknummer:
ROT 22/3385
4
verstrekt, op grond waarvan moet worden getwijfeld aan dit onderdeel van de BEA. In het bestreden besluit heeft verweerder ten aanzien van de valse christusdoorn en de grove den
eveneens het standpunt ingenomen dat de kap nodig is vanwege de mogelijke instabiliteit van de bomen ten gevolge van de bouwwerkzaamheden. Ter zitting heeft de gemachtigde van vergunninghouder nader toegelicht dat die instabiliteit samenhangt met de korte afstand
van de valse christusdoorn en de grove den van de bouwwerkzaamheden. In hetgeen verzoekers aanvoeren ziet de voorzieningenrechter evenmin reden om in zoverre aan de Juistheid van het bestreden besluit te twijfelen. 73. _ De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat de belangafiweging door verweerder in overeenstemming is met het evenredigheidscriterium als bedoeld in 3:4 van de Awb.
Verweerder heeft daarbij aan de conditie van de bomen, de daarbij behorende risico’s en de aanstaande herontwikkeling van Blaak 1 t/m 95 in Ridderkerk in dit geval meer gewicht kunnen toekennen dan aan de natuurwaarde en de waarde voor stads- en dorpsschoon van de bomen. Ook s van belang dat verweerder in de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften een uitgebreide herplantplicht heeft opgelegd. Verweerder komt hiermee tegemoet aan het belang dat is gemoeid bij het behoud van het groen in de wijk. Door het
noemen van het aantal bomen, de soort bomen, de stamomtrek van de te herplanten bomen en een omschrijving te geven van de groeiplaats kan evenmin worden gezegd dat het aan de omgevingsvergunning verbonden voorschrift met betrekking tot herplantplicht te vrijblijvend is.
8.
_
Uithet voorgaande volgt dat het bestreden besluit in beroep naar verwachting in
stand kan blijven, zodat er geen aanleiding is voor het treffen van een voorlopige voorziening. Omdat er ten tijde van de behandeling ter zitting nog geen gronden van beroep waren ingediend, zal de voorzieningenrechter geen gebruik maken van de in artikel 8:86,
eerste lid, van de Awb opgenomen bevoegdheid onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.
9.
_ Vooreen proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
zaaknummer:
ROT 22/3385
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Fransen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.V. Baan-de Vries, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaarop 2 september 2022.
De voorzieningenrechter en de griffier zijn verhinderd deze uitspraak te ondertekenen
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
02 SEP 2022
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
VOOR KOPIE CONFORM
De oritfiar van de
Rechtbank Rotterdam
Sei
tuursrecht
8 wnd