CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Tweede wijziging APV 2020 Ridderkerk.pdf

Gemeenteraad RK 25 november 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 5: Tweede wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Ridderkerk 20202.008 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Tweede wijziging Algemene plaatselijke verordening Ridderkerk 2020

De raad van de gemeente Ridderkerk; gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders van 14 september 2021; gelet op artikel 149 en 154 van de Gemeentewet; besluit:

Artikel I De Algemene Plaatselijke Verordening Ridderkerk 2020 wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 1:1 wordt in de definitie van ‘voertuig’ de zinsnede ‘met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen’ vervangen door ’met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen’. B In de artikelen 2:9, vierde lid, 2:29, zevende lid, 5:2, vijfde lid, 5:3, derde lid, 5:6, vierde lid, 5:7, derde lid, 5:8, zesde lid, wordt ‘Op de ontheffing’ vervangen door ‘Op de aanvraag om een ontheffing’. C In de artikelen 2:11, vijfde lid, 2:25, zesde lid, 2:28, zesde lid, 2:39, vierde lid, 2:72, tweede lid, 2:79b, vijftiende lid, 3:4, derde lid, 5:13, zesde lid, en 5:18, vierde lid, wordt ‘Op een vergunning’ vervangen door ‘Op een aanvraag om een vergunning’. D In de artikelen 2:24, eerste lid, onder d, 2:48, derde lid, onder a, 2:48, tweede lid, onder b, en 3:5, tweede lid, onder c, eerste gedachtenstreepje, wordt ‘Drank- en Horecawet’ vervangen door ‘Alcoholwet’. E In het tweede lid van artikel 2:12 wordt onder sub c na “wordt aangetast;” het woord “of” geschrapt, en onder sub d na “openbaar groen” ingevoegd: ; of e. als de uitweg in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit. F Pagina 1 van 7

Artikel 2:25 wordt als volgt gewijzigd: In het zesde lid wordt ‘Op de vergunning’ vervangen door ‘Op de aanvraag om een vergunning’. G Artikel 2:26 komt te luiden: Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. H In het opschrift van Hoofdstuk 2, Afdeling 5, wordt ‘Drank- en Horecawet’ vervangen door ‘Alcoholwet’. I Het derde lid van artikel 2:41 komt te luiden: De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 1 en 2 wanneer de aanwezigheid van belanghebbende in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is. J Na artikel 2:50a wordt een nieuw artikel toegevoegd, luidende: Artikel 2:50b Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1.

Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. J In artikel 2:67, derde lid, wordt ‘Op de vrijstelling’ vervangen door ‘Op de aanvraag om een vrijstelling’. K Pagina 2 van 7

Artikel 2:73 komt te luiden: Artikel 2:73 Verbod consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling 1. Het is verboden om tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar consumentenvuurwerk tot ontbranding te brengen. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht. L In artikel 2:79a, eerste lid, wordt na “- niet zijnde een seksinrichting -” ‘of’ vervangen door ‘en/of. M Aan artikel 2:79a, zesde lid, wordt toegevoegd: c. de burgemeester tijdelijk ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 4 en 5 wanneer de aanwezigheid van belanghebbende in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is. N Artikel 4:12 vervalt. O In artikel 4:13, vierde lid, wordt ‘Verordening Ruimte’ vervangen door ‘Omgevingsverordening ZuidHolland’. P In de artikelen 5:17, tweede lid, onder a, wordt ‘artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet’ vervangen door ‘artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet’. Q In artikel 5:32, eerste lid, wordt na ‘met een motorvoertuig of een bromfiets’ ingevoegd ‘te crossen buiten wedstrijdverband,’. R Na artikel 5:39 wordt het volgende ingevoegd: Afdeling 11 Rookverbod Artikel 5:40 Roken op openbare plaatsen

Pagina 3 van 7

1. Het is verboden te roken op een openbare plaats die deel uitmaakt van: a. het terrein van een speeltuin, school, kinderboerderij of sportcomplex; b. een door het college aangewezen overheidsgebouw. 2. Het is verboden te roken op een openbare plaats die op minder dan 10 meter afstand is gelegen van de toe- en uitgang van de in het eerste lid genoemde locaties. 3. Deze verboden zijn niet van toepassing op gevallen waarin de Tabaks- en rookwarenwet voorziet.

Pagina 4 van 7

Artikel II A De Toelichting bij artikel 2.26 Ordeverstoring, komt als volgt te luiden: Het eerste lid spreekt voor zich. Als toelichting op het tweede en derde lid heeft het volgende te gelden. Het Openbaar Ministerie heeft bij de rechter civiele verboden gevraagd en gekregen tegen enkele motorclubs. Een groot aantal leden is gedurende een reeks van jaren betrokken bij tal van verboden en grotendeels ook ernstig verwijtbare criminele gedragingen. Deze veelvuldige en voortdurende inbreuken op de openbare orde ontwrichten de samenleving of kunnen deze ontwrichten. Ze vormen een wezenlijke aantasting van de veiligheid van de samenleving en de vrijheid van burgers om naar eigen inzicht deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer. Door de frequentie van de (criminele) gedragingen van een groot aantal leden van deze organisaties, en als gevolg van de intimidatie die van het optreden door leden van een duidelijk herkenbare groep als deze uitgaat, is sprake van uitstraling van deze gedragingen naar een wijdere kring van niet-betrokken burgers. Het is vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid niet acceptabel dat in de publieke ruimte nog uiterlijk vertoon plaatsvindt dat verband houdt met dergelijke verboden en ontbonden organisaties, gelet op de intimidatie die daarvan uitgaat of uit kan gaan.

Deelneming aan de voortzetting van dergelijke organisaties, waaronder uiterlijk vertoon kan worden begrepen, is strafbaar gesteld in artikel 140, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Deze strafbaarstelling geldt echter pas op het moment dat de uitspraak van de rechter onherroepelijk (definitief) is geworden. Zolang de mogelijkheden van hoger beroep en cassatie nog openstaan en niet zijn afgewikkeld, kan tegen dergelijk uiterlijk vertoon dus niet op grond van het Wetboek van Strafrecht handhavend worden opgetreden. Dit ondanks het feit dat een civielrechtelijk verbod al wel in werking kan zijn getreden middels uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de uitspraak. Om toch te kunnen optreden tegen de aanwezigheid van dit uiterlijk vertoon in de publieke ruimte, vanwege de impact die dat heeft op de openbare orde, wordt een verbodsbepaling opgenomen in de APV. Deze bepaling houdt in dat het verboden is om bij evenementen zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of ontbonden is vanwege strijd met de openbare orde. Het kan bijvoorbeeld gaan om de naam, logo’s, spreuken, kleding en andere aanduiding op motoren. Strafbaarstelling van het verbod vindt plaats in artikel 6:1.

Voor het geval van samenloop met de strafbaarstelling in het Wetboek van Strafrecht (met name relevant na het onherroepelijk worden van een rechterlijke uitspraak) is voorzien in een anti-samenloopbepaling (derde lid). Door strafbaarstelling in de APV kan daartegen handhavend worden opgetreden. Vanuit een oogpunt van openbare orde is het wenselijk om niet te wachten met het weren van zichtbare aanwezigheid van verboden/ontbonden organisaties uit de publieke ruime tot een onherroepelijk vonnis voorhanden is. B De Toelichting onder artikel 2:41 derde lid wordt als volgt gewijzigd: Aangezien de situatie kan ontstaan dat personen de woning, het gebouw of het lokaal moeten betreden wegens dringende redenen, is het derde lid aan artikel 2:41 toegevoegd. Anders zou het verbod uit het eerste lid wel erg absoluut zijn. De burgemeester is bevoegd te beoordelen of sprake is van een dringende reden.

Pagina 5 van 7

C Na de Toelichting op artikel 2:50a wordt de Toelichting op artikel 2:50b ingevoegd, die als volgt komt te luiden: Zie hiervoor de toelichting op het tweede en derde lid van artikel 2:26. In artikel 2:50b wordt een verbod ingesteld voor openbare plaatsen en in voor publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Strafbaarstelling van het verbod vindt plaats in artikel 6:1. Voor het geval van samenloop met de strafbaarstelling in het Wetboek van Strafrecht (met name relevant na het onherroepelijk worden van een rechterlijke uitspraak) is voorzien in een anti-samenloopbepaling (tweede lid). D De Toelichting bij artikel 2.73 Verbod afsteken consumentenvuurwerk wordt als volgt gewijzigd: In Ridderkerk geldt met het eerste lid sinds 2021 tijdens de jaarwisseling een verbod op het afsteken van consumentenvuurwerk, met uitzondering van fop- en schertsvuurwerk. Met dit vuurwerkverbod wordt benadrukt dat het afsteken van consumentenvuurwerk tot onaanvaardbare risico‘s, overlast, schade, incidenten en letsel Ieidt. Met het vuurwerkverbod wil Ridderkerk verstoringen van de openbare orde terugdringen en zorgdragen voor een veilige en leefbare jaarwisseling voor iedereen. De verwachting is dat het vuurwerkverbod er ook toe zal Ieiden dat er minder vuurwerk in omloop zal zijn. Professionele vuurwerkshows zijn nog wel toegestaan.

Het vuurwerkverbod is primair ingegeven vanuit de ‘handhaving van de openbare orde, leefbaarheid en veiligheid’. Met het vuurwerkverbod wordt de overlast van het afsteken van vuurwerk (geluidhinder, brandgevaar, kans op letsel en kans op vandalisme) en de inbreuk op de openbare orde, leefbaarheid en veiligheid beperkt. Het tweede lid geeft voorrang aan een strafrechtelijke sanctie in de situatie waarin iemand vuurwerk op zo korte afstand van gebouwen of goederen ontsteekt, dat daardoor brandgevaar kan ontstaan. E De Toelichting bij artikel 4:12 te schrappen. F In dit onderdeel wordt in de Toelichting na de toelichting op Artikel 5.39 ingevoegd: Hoofdstuk 11 Rookverbod ingevoegd met artikel 5:40 Roken is een ernstige verslaving die veel persoonlijk en maatschappelijk leed veroorzaakt. Nog altijd sterven er in Nederland ieder jaar meer dan 20.000 mensen aan de gevolgen van (mee)roken. Roken is daarmee de nummer één te voorkomen doodsoorzaak. Bovendien wordt in totaal 9,4% van de ziektelast in Nederland veroorzaakt door roken (VTV 2018) wat jaarlijks tot € 2,4 miljard aan zorgkosten leidt (de Kinderen et al., 2016). Tegelijkertijd raken er iedere week honderden nieuwe kinderen verslaafd aan roken. Als zij blijven roken, is de kans meer dan 50% dat zij aan de gevolgen daarvan zullen komen te overlijden (Nationaal Preventie Akkoord).

Ook Ridderkerk wil werken aan een rookvrije generatie. De tabaksregelgeving heeft geen regels met betrekking tot de openbare ruimte. Daardoor is er ruimte voor de gemeente om hier zelf regels voor in te stellen. Het opnemen van bepalingen in de APV is een goede manier om openbare speelplekken, gebieden rond schoolterreinen, sportaccommodaties en gemeentelijke accommodaties rookvrij te maken. Op grond van de Pagina 6 van 7

tabaksregelgeving is al op veel plekken een rookverbod. Het gaat dan om gebouwen en vervoer: overheidsgebouwen, gebouwen voor gezondheidszorg, welzijn, maatschappelijke dienstverlening, kunst en cultuur, sport, sociaal-cultureel werk, onderwijs, horeca, openbaar vervoer en burgerluchtvaart én alle werkplekken (artikel 10 Tabaks- en rookwarenwet). Artikel III Dit besluit treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekend gemaakt. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 25 november 2021. De griffier,

de voorzitter,

mr. J.G. van Straalen

mw. A. Attema

Pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/779/documents/30286