CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Tussenuitspraak beroep kapvergunning Blaak d.d. 20 november 2023 .pdf

Commissie Samen wonen RK 14 november 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 13: Ter afdoening: raadstoezeggingen2.869 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

tussenuitspraak RECHTBANK

ROTTERDAM

Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht

zaaknummer:

ROT

22/3331

T

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 november 2023 in de zaak tussen (geanonimiseerd) i R idderkerk, cisers (geanonimiseerd) °n N (gemachtigde: mr. G.I. Niesert), en

het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk (gemachtiede: (geanonimiseerd)

Als derde-partij neemt aan het geding deel Stichting Wooncompas te Ridderkerk (gemachtigde:

(geanonimiseerd)

Procesverloop

Met het besluit van 4 januari 2022 (het primaire besluit) heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan Wooncompas voor het kappen van vier bomen op de locatie bij de percelen Blaak nabij huisnummers I. 81 en tussen 31 en 33 in Ridderkerk.

In het besluit van 7 juli 2022 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De voorzieningenrechter in deze rechtbank heeft bij uitspraak van 2 september 2022 het verzoek om een voorlopig voorziening afgewezen.

Het college heeft een verweerschrift ingediend. (geanonimiseerd) i De rechtbank heeft het beroep op 12 oktober 2023 op zitting behandeld. B verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Het college heeft zich laten

vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Derde-partij heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Overwegingen

1 Wooncompas wil met haar aanvraag twee valse acacia’s, een valse christusdoorn en een grove den kappen vanwege een nieuwbouwproject dat wordt ontwikkeld aan de

Blaak | t/m 95 in Ridderkerk. Twee galerijflats worden vervangen door nieuwbouw van

zaaknummer:

ROT

22/3331

gestapelde woningen (hoogbouw blok 2) en zeven grondgebonden woningen (blok 1). Voor

de herbouw van deze woningen is in februari 2022 een omgevingsvergunning aangevraagd. Bij de aanvraag is het rapport Bomen Effect Analyse (BEA) ten aanzien van de twee valse

acacia’s gevoegd. De twee valse acacia’s en de valse christusdoorn zijn ten tijde van de zitting gekapt. De grove den staat er nog en de derde-partij heeft te kennen gegeven bereid te zijn deze boom, voor zover mogelijk, te laten staan

2

Aan het bestreden besluit heeft het college ten grondslag gelegd dat het behouden van de natuurwaarde en stads- en dorpsschoon niet opweegt tegen het belang van het kappen van de bomen ten behoeve van het nieuwbouwproject, gelet op de beperkte levensduur en de grote kans op instabiliteit en windworp van de bomen. Er zijn geen gronden om de vergunning te weigeren, mits er een herplant plaatsvindt om het groen op deze locatie te behouden. Hiertoe heeft het college een nader voorschrift aan de omgevingsvergunning verbonden.

2.1.

_

Eisers voeren aan dat het college heeft verzuimd de cultuurhistorische waarde van

de bomen bij het bestreden besluit te betrekken en in strijd met artikel 4.11. van de

Algemene Plaatselijke Verordening Ridderkerk 2020 (APV) heeft gehandeld. Uit het Erfgoedbeleid en het Bomenplan van de gemeente Ridderkerk volgt dat de bomen op de

Groene Kaart zijn aan te merken als houtopstanden met cultuurhistorische waarde. De vier

bomen hebben volgens eisers tevens beeldbepalende waarde en dat is door het college miskend. De toetsing aan de twee weigeringsgronden die wel in de beoordeling zijn betrokken, te weten de natuurwaarde en de waarde voor stads- en dorpsschoon, heeft volgens eisers op onzorgvuldige wijze plaatsgevonden. Het college gaat ervan uit dat de voorgenomen nieuwbouw daadwerkelijk wordt gerealiseerd, terwijl dat nog niet zeker is. Ten aanzien van de valse christusdoom en de grove den is er geen grond voor kap, behalve dat er herplant zou plaatsvinden. Zo ligt er geen BEA aan ten grondslag. De herplant is bovendien niet zeker, bevindt zich op een andere locatie en heeft tien tot vijftien jaar nodig om hetzelfde resultaat te bereiken. Het besluit is derhalve onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd. Daarnaast is niet onderbouwd waarom niet gekozen is voor handhaving of verplanting ten aanzien van de valse christusdoorn en de grove den. Verder kan de BEA van 2019 niet tot uitgangspunt worden genomen, nu sprake is van latere wijzigingen in de plannen.

22. _ Hetcollege stelt dat de bomen worden geveld in verband met de uitvoering van een bouwplan door woningcorporatie Wooncompas. Voor de appartementen is inmiddels een omgevingsvergunning verleend. Voor de grondgebonden woningen is een verklaring van geen bedenkingen verleend. De bomen hebben volgens het college geen cultuurhistorische waarde. De bomen staan op de Groene Kaart, maar dat betekent volgens het college slechts dat op grond van de APV een omgevingsvergunning nodig is. De bomen zijn op de Groen Kaart echter niet met een gekleurde stip aangegeven, waardoor ze geen

monumentale of herdenkingsboom zijn. Uit de bouwwerkzaamheden en de conclusie van de

uitgevoerde BEA blijkt dat de twee valse acacia's waarop deze analyse betrekking had, niet

duurzaam gehandhaafd kunnen blijven. De grove den en valse christusdoorn zullen

bovendien worden herplant. Hiervoor is een herplantplicht opgelegd in de omgevingsvergunning. Dat de locatie van de herplant nog niet vast staat, omdat de groeiplaatsen voldoende groot moeten zijn, betekent volgens het college niet dat de herplant

onzeker

is.

zaaknummer: ROT 22/3331

3

23 Op grond van artikel 2.2, eerste lid, aanhefen onder g, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), in samenhang gelezen met artikel 4:11, eerste lid, van de APV is het verboden zonder omgevingsvergunning een houtopstand te doen vellen die staat vermeld op de Groene Kaart.

24.

Op grond van artikel 4:1 1, tweede lid, van de APV kan de vergunning, voor zover

hier van belang, worden geweigerd op grond van: a. de natuurwaarde van de houtopstand:

©. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon: d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand:

e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand: (

Op grond van artikel 4:11, derde lid, van de APV kan het bevoegd gezag cen herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.

25.

_

Uitde aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften blijkt dat ter

compensatie van de te kappen houtopstanden herplant dient plaats te vinden van:

a. 4 stuks bomen van het soort Gleditsia triacanthios 'Shademaster', Robinia pseudoacacia *Nyisegi’, Styphnolobium japonieum of Ulmus minor Samiensis’

met een minimale

stamomtrek van 18-20 en draadkluit. Deze bomen dienen een groeiplaats te krijgen van minimaal 20 m° met bomengrond in een open groeiplaats en met boomgranulaat onder de verharding.

b. 5 stuks middelgrote bomen met een minimale stamomtrek van 18-20 en draadkluit. Deze bomen krijgen een groeiplaats van minimaal 15 m’.

©. Omdat de 5 voorgestelde bomensoort geen bomen maar heesters zijn dient de bepaling van de soort van de 5 middelgrote bomen in nader overleg, met de groenbeheerder plaats te vinden.

d. De herplant kan plaatsvinden op de locaties zoals aangegeven op bijbehorende situatietekeningen van hp architecten, d.d. 02-03-2021 wanneer kan worden voldaan aan de grootte van de groeiplaatsen.

26. _ Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) moet een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand worden getoetst aan het beoordelingskader van de gemeentelijke verordening. In dit geval is dat dus de APV. Dat beoordelingskader staat los van het beoordelingskader van de te volgen procedures op grond van de Wabo. De beslissing om wel of niet een omgevingsvergunning voor het kappen te verlenen is een zogenoemde discretionaire bevoegdheid van het college. Dat betekent dat het college, als zich een van de in artikel 4:11, tweede lid, van de APV genoemde waarden voordoet, de vergunning kan weigeren, maar dat hij daartoe niet verplicht is. Het college zal daarbij een belangenafweging moeten maken. Voor de bestuursrechter geldt dat hij de beslissing van het college terughoudend moet toetsen. Deze toetsing is beperkt tot de vraag of het college bij afweging van belangen in redelijkheid de omgevingsvergunning heeft kunnen verlenen. Valse christusdoorn

3. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eisers belanghebbende (geanonimiseerd) heeft ter zitting verklaard geen zijn ten aanzien van de valse christusdoorn. B zicht te hebben op de valse christusdoorn en dat het hen gaat om de andere drie bomen. De

rechtbank stelt vast dat eisers, gelet op tussenliggende bebouwing en begroeiing — zoals ook

zaaknummer:

ROT

22/3331

ter zitting door eisers bevestigd, geen zicht hebben op de valse christusdoorn. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat eisers geen gevolgen van enige betekenis hebben ondervonden van de kap van de boom. Het college heeft het bezwaar van eisers in zoverre ten onrechte ontvankelijk geacht. Acacia's en grove den

3.I _ Een aanvraag voor een kapvergunning dient te worden getoetst aan het in een APV opgenomen beoordelingskader. Niet is vereist dat gerelateerde bouwvergunningen in rechte vast moeten staan om een kapvergunning te kunnen verlenen. Als het kappen van de bomen

nodig is voor het realiseren van een bouwplan, moet wel aannemelijk zijn dat dit bouwplan zal worden gerealiseerd. De rechtbank oordeelt dat, gelet op het bij de aangevraagde kapvergunning ingediende bouwplan, de lopende vergunningenprocedure en gemelde sloop, voor het college voldoende aannemelijk kon zijn dat de bouw van de appartementen en grondgebonden woningen zou worden gerealiseerd.

Voorts heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat de bomen geen cultuurhistorische waarde hebben. Daarvoor volgt de rechtbank het standpunt van het college over de systematiek van de Groene Kaart. Nu de bomen waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft niet zijn aangegeven met een gekleurde stip, is van een boom met cultuurhistorische waarde in de zin van artikel 4:11, tweede lid, onder e, van

de APV geen sprake. Ook uit het door eisers genoemde Bomenplan Ridderkerk en het

Erfgoedbeleid Ridderkerk kan niet worden afgeleid dat de bomen waarop de vergunning ziet op zichzelf cultuurhistorische waarde hebben. Voor zover eisers een beroep doen op de beeldbepalende waarde is de rechtbank van oordeel dat dit aansluit bij de waarde van de

houtopstand voor stads- en dorpsschoon zoals die door het college in de besluitvorming is betrokken. Eisers hebben niet aangevoerd in welk opzicht de betreffende bomen zozeer beeldbepalend zijn, dat dit belang niet tevens deel uitmaakt van de waarde van stads-en

dorpsschoon. Het college heeft gelet hierop de grond van de beeldbepalende waarde buiten

beschouwing kunnen laten. Dat op de website van de gemeente staat dat de bomen op de

Groene Kaart beeldbepalende bomen zijn met bijvoorbeeld een cultuurhistorische of

landschappelijke waarde, maakt dit oordeel niet anders. Hiermee is immers bedoeld dat het

moet gaan om bomen met cultuurhistorische of landschappelijke waarde en niet slechts beeldbepalende waarde.

32 De rechtbank is van oordeel dat het college zich voor wat betreft de twee valse acacia’s bij het bestreden besluit heeft kunnen baseren op de daarin genoemde BEA. Uit de

BEA blijkt dat de toekomstverwachting van beide valse acacia’s beperkt is. Na het slopen van de flats en de fundering bestaat er een verhoogd risico op windworp. De werkzaamheden zullen het aftakelingsproces verder versnellen waardoor de

levensverwachting van vijf tot tien jaar zal afnemen naar drie tot vijf jaar, aldus de BEA. Eisers hebben geen tegenrapportage overgelegd en ook geen andere informatie verstrekt, op

grond waarvan moet worden getwijfeld aan dit onderdeel van de BEA. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat de aan het rapport ten grondslag liggende feiten en

omstandigheden dermate afwijkend of nadien zodanig gewijzigd zijn dat dit teniet doet aan de daarin gegeven conclusie. De rechtbank is dan ook ten aanzien van de valse acacia’s van

oordeel dat het college in redelijkheid de omgevingsvergunning heeft kunnen verlenen. 3.3. _

Inhet bestreden besluit heeft het college ten aanzien van de grove den eveneens het standpunt ingenomen dat de boom niet duurzaam behouden kan blijven en dat de kap nodig is vanwege de mogelijke instabiliteit van de boom ten gevolge van de

4

zaaknummer:

ROT

22/3331

bouwwerkzaamheden.

De rechtbank stelt vast er geen BEA is uitgevoerd en ook overigens

door het college de gezondheid, levensverwachting of mogelijkheid van behoud van de boom niet is gemotiveerd. Voorts is komen vast te staan dat Wooncompas de grove den probeert te behouden, maar hier geen garanties voor kan geven. Wooncompas wenst dan

ook dat de omgevingsvergunning voor het vellen van de grove den in stand blijft. De rechtbank begrijpt hieruit dat er een mogelijkheid is om de boom te behouden en dat

hiermee niet per definitie vaststaat dat de bouwwerkzaamheden leiden tot mogelijke instabiliteit. Dit brengt mee dat het college naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende

inzicht heeft gegeven in de belangenafweging en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de boom gelet op de waarden natuur en stads- en dorpsschoon niet behouden kan blijven.

Het bestreden besluit is dan ook in strijd met motiveringsbeginsel (7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en zorgvuldigheidsbeginsel (3:2 van de Awb) genomen. Dat het college een herplantplicht heeft opgelegd, kan de gebreken in de belangenafweging niet compenseren. De enkele herplantplicht is naar het oordeel van de rechtbank geen voldoende motivering en belangafweging voor de omgevingsvergunning voor het kappen van een boom. De beroepsgrond voor de grove den slaagt. 34. _ Voor zover de beroepsgronden zich richten tegen de opgelegde herplantplicht, oordeelt de rechtbank dat deze niet slagen. Uit de omgevingsvergunning volgt dat

Wooncompas bomen moet herplanten, meer dan waarvoor een kapvergunning is verleend. Dat de locatie van de herplant nog niet zeker is, maakt niet dat hiermee ook de herplant onzeker is. Verder is het niet noodzakelijk dat de herplantplicht moet zien op (exact) dezelfde

locatie.

Conclusie en gevolgen 4.

Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het

bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak.

De rechtbank ziet aanleiding om het college in de gelegenheid te stellen het in 3.3 genoemde motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek te herstellen. Dat herstellen kan hetzij met een aanvullende motivering, hetzij, voor zover nodig, met een nieuwe beslissing op bezwaar, na of tegelijkertijd met (gedeeltelijke) intrekking van het nu bestreden besluit.

Om het gebrek te herstellen, kan het college een BEA laten uitvoeren ten aanzien van de

grove den. Indien hieruit volgt dat de boom behouden kan blijven, en het college de vergunning in stand wil laten, zal het college nader moeten motiveren hoe het de belangen van de aanvrager tegen de belangen van natuur en stad-en dorpsschoon heeft afgewogen. Indien blijkt dat de boom behouden kan blijven en het college de vergunning niet in stand wil laten, moet het college een nieuw besluit nemen dat ertoe strekt dat de verleende

omgevingsvergunning voor de grove den wordt ingetrokken. Indien blijkt dat de boom niet

behouden kan blijven kan de college dit als nadere motivering ten grondslag leggen aan het bestreden besluit.

De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het college het gebrek kan herstellen op twaalf weken na verzending van deze tussenuitspraak 41.

_

Hetcollege moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb én om

nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken,

zaaknummer: ROT 22/3331

meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Als het college gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiser in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het college. In beginsel. ook in de situatie dat het college de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.

42. _ Het geding zoals dat na deze tussenuitspraak wordt gevoerd, blijft in beginsel beperkt tot de beroepsgronden zoals di zijn besproken in de tussenuitspraak, omdat het inbrengen van nieuwe geschilpunten over het algemeen in strijd met de goede procesorde wordt geacht. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRYS) van 12 juni 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:CA2877).

43.

_

De rechtbank ziet in wat zij hiervoor heeft overwogen aanleiding een voorlopige

voorziening te treffen op grond van artikel 8:80b, derde lid, van de Awb. Deze houdt in dat

het bestreden besluit en het primaire besluit zijn geschorst voor zover er een

omgevingsvergunning is verleend voor de grove den tot de einduitspraak op het beroep. Dat betekent dus dat de grove den tot dat moment niet mag worden gekapt. 44. _ De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

6

zaaknummer:

Besli

ROT

22/3331

ing

De rechtbank:

- draagt het college op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;

- stelt het college in de gelegenheid om binnen twaalf weken na verzending van deze

tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;

- schorst het bestreden besluit en het primaire besluit tot de einduitspraak op het beroep; - houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Dingemanse, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Regenboog, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 november

griffier

2023.

t

\\recmer N

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

2 0 NOV. m3

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

VOOR COPIE CONFO)

wnd.

griffier van de Reci htbank ii Rotterdam tor Bestuurs recht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1084/documents/39350