Tussenevaluatie GR Beschermd Wonen regio Rotterdam 2025.pdf
Tekst van het document
(Tussen)evaluatie Gemeenschappelijke Regeling Beschermd Wonen Regio Rotterdam December 2025
Inhoudsopgave 1. Aanleiding ........................................................................................................................................................... 3 2. Opzet evaluatie............................................................................................................................................... 4 3. Resultaten ........................................................................................................................................................... 5 3.1 Doel en uitgangspunten 3.2 Samenwerking 3.3 Toekomstige ontwikkelingen 4. Conclusie .............................................................................................................................................................8
2
1. Aanleiding In juni 2020 heeft het Regionaal Bestuurlijk Overleg Beschermd Wonen (BO BW) besloten tot het formaliseren van de regionale samenwerking tussen de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Ridderkerk en Rotterdam. Dit heeft geleid tot de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling Beschermd Wonen (GR BW) Regio Rotterdam, die op 3 juni 2023 in werking is getreden. Conform artikel 19 van de regeling dient elke vier jaar een evaluatie plaats te vinden. Naar aanleiding van een toezegging tijdens de behandeling in de gemeenteraad van Rotterdam (eind 2022), is besloten om de regeling na twee jaar tussentijds te evalueren. Dit rapport bevat de resultaten van deze evaluatie.
3
2. Opzet evaluatie De evaluatie is uitgevoerd door de secretaris en de bij de gemeenschappelijke regeling aangesloten regiogemeenten. Hierbij zijn de volgende stappen doorlopen: a. Voorbereiding en accordering Bij aanvang van het evaluatieproces zijn het voorgestelde proces en de evaluatievragen ter goedkeuring voorgelegd aan het Bestuurlijk Overleg Beschermd Wonen. Daarbij is tevens gevraagd om eventuele verbeterpunten ten aanzien van de regeling mee te geven. b. Gesprekken met regiogemeenten De secretaris heeft op basis van de vastgestelde evaluatievragen individuele gesprekken gevoerd met de leden van de werkgroep Beschermd Wonen. De vragenlijst richtte zich op de volgende thema’s: - Uitgangspunten en doel GR BW (waarom werken we samen en wat levert het op?) - Samenwerking (hoe werken we samen?) - Toekomstige ontwikkelingen (welke ontwikkelingen zien we en speelt de regeling hier voldoende op in?) Alle regiogemeenten zijn afzonderlijk gesproken, met uitzondering van Albrandswaard. Omdat Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk de evaluatie gezamenlijk hebben voorbereid, is de input van Albrandswaard indirect meegenomen. Een belangrijk aandachtspunt bij deze gesprekken zijn de personele wisselingen binnen vrijwel alle deelnemende gemeenten, waardoor de beschikbaarheid van historische kennis beperkt was.
De evaluatie richt zich daarom primair op de huidige situatie en de gewenste verbeteringen in de samenwerking. c. Bespreking conceptversie in de werkgroep Beschermd Wonen De conceptversie van de evaluatie, gebaseerd op de gevoerde gesprekken en de input vanuit het Bestuurlijk Overleg, is op 13 november besproken in de werkgroep Beschermd Wonen. Alle regiogemeenten hebben hierbij de gelegenheid gekregen om schriftelijk aanvullende input te leveren. d. Bespreking in het Bestuurlijk Overleg Op 3 december is de conceptversie besproken en vastgesteld in het Bestuurlijk Overleg Beschermd Wonen.
4
3. Resultaten Zoals beschreven in de opzet zijn tijdens de evaluatie drie hoofdthema’s besproken. Per thema is verkend in hoeverre de huidige invulling van de regeling nog aansluit bij de wensen van de regiogemeenten en welke verbeterpunten er zijn. De resultaten worden hieronder per thema toegelicht. 3.1 Doel en uitgangspunten GR BW Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de regeling hebben de gemeenten bestuurlijk de volgende uitgangspunten met elkaar vastgesteld waarin de regionale solidariteit tot uitdrukking komt: - De gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het beschikbaar houden van BW-voorzieningen. - Alle inwoners kunnen van elke BW-voorziening gebruik maken ongeacht locatie van de voorziening. De zorgvraag en beschikbaarheid is leidend. - De gemeenten betalen naar vermogen mee aan beschermd wonen (in de GR is concreet afgesproken dat elke gemeente 90% van het budget reserveert voor de uitvoering van beschermd wonen). - De middelen die zijn bestemd voor beschermd wonen worden daarvoor ingezet - Beleidsmatig is er een blijvende inzet op ambulantisering en vernieuwing BWvoorzieningen. Deze uitgangspunten sluiten inhoudelijk nog steeds aan bij de wensen van de deelnemende gemeenten en vormen een solide basis voor de samenwerking.
De regeling beoogt een doeltreffende en doelmatige samenwerking tussen de deelnemende gemeenten voor de uitvoering van de wettelijke taak van iedere gemeente om zorg te dragen voor beschermd wonen (zie artikel 2 van de Gemeenschappelijke regeling beschermd wonen). Onder Beschermd Wonen wordt verstaan de intramurale en semimurale voorzieningen en ondersteuning. Deze voorzieningen zijn per 1 januari 2025 gezamenlijk ingekocht voor de cliëntgroepen Verstandelijke Beperkten (VB), (O)GGZ en Huiselijk geweld. Het beoogde doel wordt in belangrijke mate gerealiseerd. De invoering van de regeling heeft geleid tot versterkt contact en verbeterde samenwerking tussen regiogemeenten rondom de uitvoering van beschermd wonen. De taken die Rotterdam uitvoert als centrumgemeente zijn helder omschreven en er wordt sinds de start van de regeling steeds meer inzicht geboden in de wijze waarop deze taken worden uitgevoerd. Desondanks worden er enkele belangrijke verbeterpunten gesignaleerd: • Monitoring Er zijn momenteel nog onvoldoende betrouwbare data beschikbaar over de in- en (mogelijke) uitstroom van BW-cliënten per regiogemeente. Hoewel de regiomonitor tweejaarlijks een cijfermatig overzicht biedt van beschermd wonen, bestaat er behoefte aan actuelere gegevens en informatie op verschillende niveaus (zoals cliëntniveau en geaggregeerd niveau).
Deze informatie is essentieel voor het voeren van gesprekken met woningcorporaties over vervolgplekken en voor het bieden van passende ondersteuning bij uitstroom naar de wijk. • Uitstroom afspraken Er is behoefte aan meer eenduidige en concrete afspraken over de uitstroom van cliënten, bijvoorbeeld in de vorm van een uitstroomkaart. Hierbij gaat het om vragen als: naar welke gemeente stroomt iemand uit, wat is daarvoor nodig, en hoe zien de uitstroommogelijkheden er per gemeente uit. • Transparantie in financiën Bij de regiogemeenten bestaat de wens om meer inzicht te krijgen in de financiën t.a.v. beschermd wonen. Met de ingang van de gemeenschappelijke regeling stelt de gemeente Rotterdam als centrumgemeente halfjaarlijks een financieel overzicht op ter 5
•
verantwoording van de gemaakte kosten. De regiogemeenten vragen om verdere verdieping: waar wordt op ingezet, hoe wordt omgegaan met tekorten of overschotten, en welke keuzes liggen hieraan ten grondslag? Wederkerige samenwerking Een aantal regiogemeenten geven aan behoefte te hebben aan intensievere afstemming, zowel op casusniveau als beleidsniveau, zodat de aanwezige expertise beter benut kan worden. Op casusniveau gaat het om afstemming bij de indicatiestelling (en eventuele afwijzingen) voor cliënten beschermd wonen die afkomstig zijn uit hun eigen gemeente. Omdat zij vaak al bekend zijn met de betreffende cliënt, kunnen zij waardevolle aanvullende informatie aanleveren en meedenken over wat nodig is in de ondersteuning. Daarnaast geven vrijwel alle regiogemeenten aan eerder en inhoudelijker betrokken te willen worden bij de ontwikkeling van concepten en producten die raakvlakken hebben beschermd wonen, zoals bijvoorbeeld nieuwe woonvormen. Momenteel ligt de uitwerking hiervan vaak bij Rotterdam, waarna de regiogemeenten worden geïnformeerd. Meer betrokkenheid bevordert kennisdeling en vergroot de uitvoerbaarheid van plannen in de lokale context. Wel is het van belang om hierbij een goede balans te vinden, gezien de beperkte beschikbare capaciteit bij de regiogemeenten.
3.2 Samenwerking De samenwerking binnen de regeling is vormgegeven via de volgende overlegstructuren: - Jaarlijks uitvoeringsoverleg (is niet officieel vastgelegd) - Kwartaaloverleg op ambtelijk overleg (is niet officieel vastgelegd) - Maandelijks een BW-werkgroep (formeel vastgelegd) - Viermaal per jaar een bestuurlijk overleg (formeel vastgelegd) Hieronder is schematisch weergegeven hoe de samenhang is tussen de diverse overleggen.
Deze overlegstructuur biedt voldoende mogelijkheden voor afstemming tussen de regiogemeenten. Wel is er een wens om het overleg binnen de werkgroep Beschermd Wonen interactiever in te richten, met meer ruimte voor inhoudelijke discussie en gezamenlijke verkenning van thema’s.
6
3.3 Toekomstige ontwikkelingen Bij het opstellen van de regeling werd uitgegaan van de landelijke invoering van het woonplaatsbeginsel en de bijbehorende doordecentralisatie van middelen. Deze invoering is echter herhaaldelijk uitgesteld en het is momenteel onduidelijk of en wanneer deze daadwerkelijk zal plaatsvinden. Hoewel het uitblijven van het woonplaatsbeginsel aanleiding kan zijn om de regeling te herzien, is dit niet per se noodzakelijk. De regeling biedt voldoende ruimte om gedurende de looptijd aangepast te worden wanneer dit in de toekomst nodig blijkt te zijn. Daarnaast blijft het ook zonder invoering van het woonplaatsbeginsel van belang om duidelijke en transparante afspraken te maken over taakverdeling, mede gezien de verantwoordelijkheid voor inwoners uit de regiogemeenten.
7
4. Conclusie De tussenevaluatie laat zien dat de Gemeenschappelijke Regeling Beschermd Wonen een goede basis biedt voor regionale samenwerking. Tegelijkertijd zijn er belangrijke aandachtspunten die vragen om verdere uitwerking om de samenwerking binnen de Gemeenschappelijke Regeling Beschermd Wonen Regio Rotterdam te versterken en verder te professionaliseren. Het gaat hierbij om de volgende onderdelen: • • • • • •
Versterk monitoring en datagedreven werken Maak eenduidige en concrete afspraken over de uitstroom Vergroot waar mogelijk de financiële transparantie Bevorder wederkerige samenwerking Versterk de overlegstructuur t.b.v. inhoudelijke kennisuitwisseling Houd ontwikkelingen die invloed hebben op de regeling goed in de gaten
De uitwerking van deze punten wordt meegenomen in de ontwikkeling van het Regionaal Beleidsplan rondom Beschermd Wonen in 2026. De Gemeenschappelijke Regeling Beschermd Wonen zelf hoeft vooralsnog niet aangepast te worden op basis van de resultaten uit deze tussenevaluatie.
8