Toelichting.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan
't Ronde Sant, Ridderkerk Gemeente Ridderkerk TOELICHTING
Planstatus:
vastgesteld
Plan identificatie:
NL.IMRO.0597.BP2023Hdegroothof1-VG01
Datum:
21 november2024
Kenmerk Buro SRO:
SR2200169
Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl
2
Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging plangebied............................................................................................................................................... 5 1.3 Geldend bestemmingsplan ................................................................................................................................. 6 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 7
2 Planbeschrijving ...................................................................................................................................... 8 2.1 Huidige situatie ................................................................................................................................................... 8 2.2 Toekomstige situatie ......................................................................................................................................... 11
3 Beleidskader .......................................................................................................................................... 15 3.1 Rijksbeleid ......................................................................................................................................................... 15 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................................................. 17 3.3 Regionaal beleid ................................................................................................................................................ 21 3.4 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................................... 22
4 Milieu- en omgevingsaspecten ............................................................................................................. 25 4.1 Milieueffectrapportage ..................................................................................................................................... 25 4.2 Bodem ............................................................................................................................................................... 26 4.3 Geluid ................................................................................................................................................................ 27 4.4 Luchtkwaliteit .................................................................................................................................................... 27 4.5 Bedrijven en milieuzonering.............................................................................................................................. 29 4.6 Externe veiligheid .............................................................................................................................................. 32 4.7 Ecologie .............................................................................................................................................................
33 4.8 Water ................................................................................................................................................................ 35 4.9 Archeologie en cultuurhistorie .......................................................................................................................... 37 4.10 Verkeer en parkeren ....................................................................................................................................... 38 4.11 Klimaatadaptatie en duurzaamheid ................................................................................................................ 41 4.12 Bezonning ........................................................................................................................................................ 43
5 Juridische planbeschrijving................................................................................................................... 44 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 44 5.2 Wijze van bestemmen ....................................................................................................................................... 45
6 Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................................. 47 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid....................................................................................................... 48 7.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 48 7.2 Informatiebijeenkomsten.................................................................................................................................. 48 7.3 Inspraak ............................................................................................................................................................. 49 7.4 Verslag artikel 3.1.1 Bro overleg ....................................................................................................................... 49 7.5 Verslag zienswijzen ........................................................................................................................................... 49
3
BIJLAGEN Bijlage 1. Verkennend bodem- en asbestonderzoek (19 september 2022) Bijlage 2. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (2 oktober 2022) Bijlage 3. Quick scan t Ronde Sant Ridderkerk (12 april 2021) Bijlage 4. Soortgericht onderzoek (1 juni 2023) Bijlage 5. Memo berekening stikstofdepositie - 't Ronde Sant (2 oktober 2024) Bijlage 5a. AERIUS_Bijlage_Aanlegfase (2 oktober 2024) Bijlage 5b. AERIUS_Bijlage_Gebruiksfase (2 oktober 2024) Bijlage 6. Archeologisch onderzoek 't Ronde Sant versie 2.1 (9 april 2024) Bijlage 7. Handreiking mobiliteitsaanpak (9 december 2021) Bijlage 8a. Bezonningsstudie bestaande situatie (27 maart 2024) Bijlage 8b. Bezonningsstudie (11 september 2024) Bijlage 9a Overzicht reacties omwonenden (9 maart 2022) Bijlage 9b Reacties info avonden 't Ronde Sant (1 december 2022) Bijlage 9c. Participatie project 't Ronde Sant (24 oktober 2023) Bijlage 9d. Participatie project 't Ronde Sant (2 oktober 2024) Bijlage 10. Nota inspraak en overleg inspraakreacties geanonimiseerd 13-10-2023 Bijlage 11. Akoestisch onderzoek KDV en sportvoorziening (7 oktober 2024) Bijlage 12. Geluidsnotitie aanpassing bouwhoogtes (22 september 2024) Bijlage 13. Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘t Ronde Sant
4
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Op de planlocatie is een zorgcomplex aanwezig met thans 76 zorgeenheden (ouderenzorg en gehandicaptenzorg), 30 tijdelijke ouderenzorg-eenheden, 25 sociale huurwoningen en een kinderdagverblijf. Het voornemen is om de verouderde en tijdelijke bebouwing te slopen en om een nieuw verpleeghuis met 120 zorgeenheden, een gebouw met 60 sociale huurwoningen en een nieuw kinderdagverblijf te realiseren. Er is hiervoor op 2 februari 2022 een principeverzoek bij de gemeente Ridderkerk ingediend. Het verzoek is op 22 februari 2022 behandeld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk, waarmee het college uitspreekt om de haalbaarheid verder te onderzoeken. Overeengekomen is om een ruimtelijke procedure te doorlopen om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken. Het plangebied ligt binnen de plangrenzen van het bestemmingplan ‘Het Zand en De Gorzen' uit 2013. In dit bestemmingsplan beschikken de gronden over de bestemming 'Gemengd', bedoeld voor dienstverlening en voor maatschappelijke voorzieningen. De sociale huurwoningen hadden in de oorspronkelijke opzet een relatie met het verpleeghuis van Aafje, maar in de praktijk is dat thans niet meer het geval.
Het initiatief past vanwege de gebruiksmogelijkheden voor reguliere woningen en voor wat betreft de nu beoogde bouwhoogten niet binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan. Derhalve dient er voor de beoogde ontwikkeling een nieuw bestemmingsplan opgesteld te worden. Onderhavig bestemmingsplan voorziet hier in. Daarnaast is een verlenging van de tijdelijke huisvesting vereist; dat wordt eveneens in het voorliggende bestemmingsplan geregeld.
1.2 Ligging plangebied Het plangebied van onderhavig initiatief is gelegen aan de Hugo de Groothof 1, in de kern Ridderkerk. Het betreffende perceel is kadastraal bekend onder de gemeente Ridderkerk, sectie B, perceel 2089. Het perceel heeft een oppervlakte van ruim 1 hectare. Op de navolgende afbeeldingen staan de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven.
Globale ligging plangebied, rood omcirkeld (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
5
Globale begrenzing plangebied, rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.3 Geldend bestemmingsplan Voor de gronden van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Het Zand en De Gorzen', vastgesteld door de raad van de gemeente Ridderkerk op 28 november 2013. In het geldende bestemmingsplan zijn de gronden voorzien van de bestemming 'Gemengd' en deels de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. De navolgende afbeelding toont een uitsnede van het geldende bestemmingsplan 'Het Zand en De Gorzen'.
Uitsnede bestemmingsplan ''Het Zand en De Gorzen', plangebied rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
6
De gronden bestemd als 'Gemengd' zijn bestemd voor dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen en de bijbehorende voorzieningen. Voor vrijwel het gehele plangebied is een bouwvlak opgenomen. Hier geldt een maximale goothoogte van 8 meter en een maximaal bebouwingspercentage van 50%. Aan de noordzijde is een zone met de bestemming 'Groen' bij het plangebied gevoegd. Deze gronden zijn bestemd voor beplantingen en geluidswerende voorzieningen, met de bijbehorende voorzieningen zoals voet- en fietspaden, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, bermen en water. Er zijn hier uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegelaten. Voor het zuidelijke deel van het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie. Deze gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden.
1.4 Leeswijzer Dit hoofdstuk is de inleiding op het plan. In hoofdstuk 2 wordt het beoogde plan beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante beleidskaders. In hoofdstuk 4 wordt het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst aan de hand van het geldende beleid en milieuwetgeving. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische planopzet. Hoofdstuk 6 beschrijft de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 de maatschappelijke haalbaarheid van het plan beschreven, waarbij de uitkomsten van de inloopavonden zijn opgenomen.
7
2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie Locatie ’t Ronde Sant ligt aan het Hugo de Groothof 1 in de wijk Het Zand te Ridderkerk. Deze locatie vormt een schakel tussen de omliggende bebouwing. Ten noordwesten van het plangebied bevindt zich een woonwijk met grotendeels tweelaagse bebouwing met zadeldak. Aan de zuidwestzijde bevindt zich het nieuw te ontwikkelen 'Binnenrijk' (bestemmingsplan 'Driehoek het Zand'), met drie stevige woonblokken in een parkachtige omgeving en een sportveld. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan de groenstructuur met waterpartijen en daaromheen meerdere hoogteaccenten, waaronder woontoren ‘Palladio’. De Hugo de Grootlaan begrenst de locatie aan de zuid- en zuidoostzijde en een watergang scheidt haar van de achtertuinen van een rij geschakelde 2-onder-1-kapwoningen die de woonwijk beëindigd. Circa 150 meter ten zuiden van het plangebied bevindt zich het Winkelcentrum Vlietplein. Daarmee bevindt de planlocatie zich op korte (loop-)afstand van meerdere voorzieningen, waaronder een supermarkt, slager, groentewinkel, drogisterij en apotheek. Onderstaande afbeelding toont een impressie van de ontwikkeling 'Driehoek het Zand' in relatie tot het plangebied en de omgeving.
3D impressie van de ontwikkeling Driehoek het Zand (geel omkaderd) in relatie tot het plangebied (rood omkaderd) (bron: www.woneninbinnenrijk.nl)
Het perceel heeft een oppervlakte van ongeveer 1 hectare. Op het perceel staat een 8-hoekig gebouw met een binnentuin uit 1996 gebouwd met een zorg- en woonfunctie. In 2017 is ten zuidwesten van het gebouw een nieuwe aanbouw gerealiseerd. Het hele complex bestaat uit twee bouwlagen.
8
Verder is sindsdien aan de zuidoostkant een tijdelijk opvanghuis toegevoegd, eveneens in twee bouwlagen. Hiervoor is op 14 april 2015 een omgevingsvergunning verleend. De vergunning voor dit gebouw loopt tot 26 september 2026. Daarnaast bevindt zich op het oostelijke gedeelte van het plangebied de kinderopvang Mundo – PleSant, in een gebouw met één bouwlaag. Deze heeft een eigen toerit vanaf de Hugo de Grootlaan, met daaraan enkele parkeerplaatsen. Verder heeft deze functie een buitenspeelterreintje in de zone tussen het kinderdagverblijf en het woonzorggebouw. Op deze woonzorglocatie zijn drie organisaties aanwezig, met:
• • • •
60 plaatsen ouderenzorg van stichting Aafje; 16 plaatsen gehandicaptenzorg via stichting Pameijer; 25 sociale huurwoningen verhuurd door Stichting Wooncompas; 30 plaatsen ouderenzorg (tijdelijke huisvesting voor cliënten met dementie).
Rond de bebouwing is het terrein groen ingericht. Het perceel is ontsloten aan de Hugo de Grootlaan. Aan de voorzijde van het verpleeghuis is op het Hugo de Groothof een kleine rotonde aangelegd met een aantal parkeerplaatsen. Daarnaast zijn er 37 bestaande parkeerplaatsen aan de Hugo de Grootlaan aanwezig. Deze zijn gerealiseerd in verband met de tijdelijke huisvesting op het voormalige parkeerterrein aan de oostkant van de planlocatie. Aan de zuidwestzijde van het plangebied is een tweede toerit vanaf de Hugo de Grootlaan aanwezig, bedoeld voor de bevoorrading, met laden en lossen op het maaiveld. Het plangebied is gelegen nabij de Vlietlaan, een belangrijke ontsluitingsweg van Ridderkerk en is daarmee goed met de auto te bereiken. Ook per fiets is de locatie goed te bereiken. Aan de Vlietlaan, maar ook aan de Erasmuslaan ten noorden van het plangebied, zijn bushaltes aanwezig waardoor de planlocatie ook met het openbaar vervoer te bereiken is. Onderstaande afbeelding tonen een 3D impressie en het straatbeeld van de huidige situatie van het plangebied.
Impressie van het plangebied vanuit vogelvluchtperspectief (bron: Obliek, gemeente Ridderkerk 29-04-2022)
9
Plangebied gezien vanaf de Hugo de Grootlaan ter hoogte van kinderopvang Mundo – PleSant en de uitbouw (bron: google.streetview, d.d. augustus 2022)
10
2.2 Toekomstige situatie Initiatiefnemer is voornemens om het perceel aan de Hugo de Groothof in Ridderkerk te herontwikkelen. Het initiatief betreft de sloop van de bestaande bebouwing en het realiseren van 120 wooneenheden voor Stichting Aafje, 60 sociale huurappartementen voor Wooncompas en een kinderdagverblijf. De planlocatie is gelegen op een korte afstand van Winkelcentrum Vlietlaan. Hierdoor bevindt het zich op een ideale afstand van de supermarkt en andere ((para)medische) voorzieningen. Op navolgende afbeelding is een situatietekening van de beoogde situatie weergegeven.
Situatietekening beoogde situatie (bron: Rothuizen Architecten en Stedenbouwkundigen, 10 september 2024)
Programma Het voornemen is om een nieuw verpleeghuis en een gebouw met sociale huurwoningen te bouwen met in totaal 180 wooneenheden. Beoogd wordt om plaats te bieden aan:
•
120 zorgstudio’s met ondersteunend programma en een besloten tuin voor zorginstelling Aafje aan de westzijde van het zorggebouw. Hierbij vormen 10 zorgstudio’s een groepswoning met een gezamenlijke huiskamer. De gezamenlijke huiskamer levert een bijdrage van het ontmoeten en omzien naar elkaar. Per bouwlaag dienen 2 groepswoningen aan elkaar gekoppeld te worden ten behoeve van een efficiënte zorgverlening. Voor het noordelijke deel wordt uitgegaan van drie bouwlagen en een maximum bouwhoogte van 15 meter. Voor het zuidelijke deel uitgegaan van vier bouwlagen en een maximum bouwhoogte van 12 meter.
•
60 sociale huurappartementen voor woningcorporatie Wooncompas. Het betreft kleine appartementen met een vloeroppervlakte van 45-65 m² voor een- en tweepersoonshuishoudens. Beoogd wordt een gebouw met zes bouwlagen en een maximum bouwhoogte van 20 meter.
•
Een kinderdagverblijf op de begane grond van het meest noordelijke gebouw voor kinderdagverblijf Mundo – PleSant. De bijbehorende buitenspeelplaats bevindt zich aan de oostkant van het gebouw, dus niet aan de zijde van de aangrenzende bestaande woningen.
11
•
Er is een vergunning verleend voor tijdelijke huisvesting voor 30 cliënten met dementie; deze vergunning loopt tot 26 september 2026. Door vertraging in de planvorming zal de tijdelijke huisvesting niet binnen die looptijd kunnen worden beëindigd. Een verlenging van de vergunning, en daarmee van het gebruik, is juridisch echter niet mogelijk. Om die reden wordt hiervoor in het voorliggende bestemmingsplan een voorlopige bestemming opgenomen. Daarmee wordt het tijdelijke gebruik verlengd, uiterlijk tot 31 december 2028. Hierna vervalt deze voorlopige bestemming.
Onderstaande afbeelding toont een analyse van de bouwhoogten en zichtlijnen.
Analyse met daarin aangeduid o.a. de bouwhoogten en zichtlijnen (bron: Rothuizen Architecten en Stedenbouwkundigen, 10 september 2024)
Vogelvlucht vanuit het noordwesten (bron: Rothuizen Architecten en Stedenbouwkundigen, 10 september 2024)
12
Vogelvlucht vanuit het zuidoosten (bron: Rothuizen Architecten en Stedenbouwkundigen, 10 september 2024)
Inrichting openbare ruimte Aafje en Wooncompas hebben de intentie om bij te dragen bij aan de verdere vergroening van de gemeente Ridderkerk. Hiervoor is onderzocht wat de huidige verhouding is tussen verhard en groen oppervlak binnen het plangebied. Het vertrekpunt bij deze analyse is de wijkscan in het document ‘Groen is onze toekomst’ van ’t Zand. Het inpassen van de nieuwe stedenbouwkundige opzet leidt tot een verbetering van de groenbalans op eigen terrein. In de huidige situatie beschikt het plangebied over ca. 3.000 m² aan groen. In de beoogde situatie zal dit met 500 m² toenemen naar een totaal van 3.500 m². Zo wordt voorzien in een groene afscherming naar de woningen aan de Stevinstraat, om inkijk in de tuinen van die woningen te reduceren. Ook worden de mogelijkheden bekeken om parkeren en wandelpaden in halfverharding uit te voeren. In samenspraak met de gemeente zal dit nader worden uitgewerkt in een groenplan. Verder wordt het parkeren aan de zijde van de Hugo de Grootlaan nog nader bekeken, met als uitgangspunt om de groenbestemming daar te handhaven. Bezien wordt of de verkeersstructuur en het parkeren aan deze weg anders gerealiseerd kan worden.
Groenstructuur in breder verband (bron: Rothuizen Architecten en Stedenbouwkundigen, 11 september 2024)
13
Verkeer en parkeren In toelichting paragraaf 4.10.2 is de parkeerbehoefte nader toegelicht. Voor de beoogde ontwikkeling is sprake van een parkeerbehoefte van 121 parkeerplaatsen. Vanuit de gemeente Ridderkerk zijn 34 parkeerplaatsen in de openbare ruimte toegekend aan het zorggebouw, waardoor nog voorzien moet worden in (121 - 34 =) 87 parkeerplaatsen. Het voorliggende initiatief voorziet in totaal in 71 parkeerplaatsen op een parkeerterrein ten westen van het gebouw van Aafje. Aan de Hugo de Grootlaan worden in totaal 16 parkeerplaatsen gerealiseerd. De auto-ontsluiting en de bevoorrading vinden in de beoogde situatie plaats aan de westzijde van de zorginstelling. Verder is er aan de zuidoostzijde een entree voor voetgangers en fietsers. In toelichting paragraaf 4.10 is verder op het aspect verkeer en parkeren ingegaan.
14
3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de bovenals de ondergrond. Planspecifiek Gezien de aard en omvang is de NOVI verder niet specifiek van belang. Wel wordt er aangesloten op de ambities en belangen van het rijk zoals het realiseren en behouden van een goede leefomgevingskwaliteit van toekomstige omwonenden en het realiseren van woningen. Het plan wordt stedenbouwkundig inpasbaar geacht.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de Nationale Omgevingsvisie zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014, 1 juli 2016, 1 januari 2017 en 1 december 2020 op onderdelen aangevuld. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling in het plangebied raakt niet aan één van de nationale belangen en is dus ook niet specifiek van toepassing op het plangebied.
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.
15
De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven:
•
De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
•
Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel.
•
Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
Planspecifiek Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt tussen de 9 en 14 nieuwe woningen afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Met onderhavig ontwikkeling worden o.a. 120 zorgeenheden, 60 sociale huurwoningen en een kinderdagverblijf. Derhalve wordt de ontwikkeling gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling en worden hieronder de 'treden' van de ladder doorlopen. Kwantitatieve behoefte Met de Regionale Woningbouwafspraken van de Regio Rotterdam is de woningbouwopgave tot 2030 voor Ridderkerk geraamd op 1.150 woningen. Deze woningbouwopgave is overgenomen in de Woonvisie Ridderkerk 2021-2026. De beoogde ontwikkeling is ook opgenomen in de planmonitor, zoals in de woonvisie is benoemd. Derhalve is er sprake van een kwantitatieve behoefte. Kwalitatieve behoefte Tevens wordt in de woonvisie van Ridderkerk aangegeven dat er sprake is van een grote druk op de sociale huursector.
Uit de huidige prestatieafspraken tussen de gemeente met Wooncompas blijkt dat een klein deel van de bestaande sociale huurwoningen bij nieuwe verhuur in de vrije sector terechtkomt. Deze afname moet de komende jaren gecompenseerd worden. Met de beoogde ontwikkeling worden 60 sociale huurwoningen gerealiseerd. Hierbij is bewust gekozen is voor kleine, goedkope woningen met een vloeroppervlakte van 45- 65 m², waarmee ingespeeld wordt op de veranderende vraag naar sociale huurwoningen. De verwachting is dat het aantal huishoudens met een laag inkomen in de komende jaren licht zal groeien, waarbij de groei vooral voor rekening komt van de een- en tweepersoonshuishoudens. De toekomstige groei in het aantal eenpersoonshuishoudens komt bijna volledig voor rekening van senioren. Ook omdat senioren alleen nog met ernstige gezondheidsklachten naar een instelling gaan. Wooncompas wil graag tegemoet komen aan de behoefte aan betaalbare woningen voor een- en tweepersoonshuishoudens. Door het bouwen van 60 kleine appartementen op de locatie ’t Ronde Sant wordt hieraan invulling gegeven. De nabijheid van Aafje in het naastgelegen verpleeghuis biedt daarin ondersteuning op het gebied van verzorging en welzijnsactiviteiten. In de huidige situatie zijn er 90 plaatsen voor ouderenzorg op de planlocatie aanwezig, naast 16 plaatsen gehandicaptenzorg via stichting Pameijer.
Momenteel is er sprake van een wachtlijst. Op grond van de uitstaande vraag vanuit de huidige markt in combinatie met het stijgende aantal ouderen in de regio door
16
de vergijzing, voorziet Aafje een behoeftestijging richting 2040 en verder. Met de uitbreiding naar 120 plaatsen voorziet Aafje in deze groeiende marktbehoefte. Derhalve kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een kwalitatieve behoefte. In toelichting paragraaf 3.3.1 en toelichting paragraaf 3.4.2 is deze behoefte nader toegelicht. Bestaand stedelijk gebied Het bestaand stedelijk gebied wordt volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) als volgt gedefinieerd: ’bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Het plangebied bevindt zich binnen het stedelijk gebied van Ridderkerk. Conclusie Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De meeste recente versie van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is in werking getreden op 1 april 2023. De Omgevingsvisie bestaat uit vier onderdelen: 1.
Ruimtelijke hoofdstructuur
De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden:
•
het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via hov (hoogwaardig openbaar vervoer) verbonden regiokernen;
• •
de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht; het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur;
• • • •
de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie; de groene ruimte en de groenblauwe structuur; het bodem- en watersysteem; energie.
In aanvulling hierop toont de ruimtelijke hoofdstructuur van de ondergrond indicatief de ruimtelijke situatie van de ondergrond. 2.
Ambities en sturing
De provincie wil meer vertrouwen geven aan maatschappelijke initiatieven. De provincie werkt daarom vanuit een aantal sturingsprincipes: opgavegericht, provinciaal belang en maatwerk. De provincie heeft zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze ambities zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en zijn gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar de regio voor staat. De provincie heeft de volgende ambities:
• •
naar een klimaatbestendige delta; naar een nieuwe economie: the next level;
17
• • • •
naar een levendig meerkernige metropool; energievernieuwing;
3.
Omgevingskwaliteit
best bereikbare provincie; gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
Onder 'omgevingskwaliteit' wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. De volgende onderdelen vormen de basis van de omgevingskwaliteit:
•
een beschrijving van de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland: de drie deltalandschappen, de ZuidHollandse steden en de strategische ligging in internationale netwerken;
•
een beschrijving van de bestaande omgevingskwaliteit op basis van de leefomgevingstoets, met aandacht voor aspecten van milieukwaliteit. Hiertoe implementeert de provincie de beleidscyclus en monitor Omgevingskwaliteit;
•
een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, op basis van de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit'.
4.
Beleidskeuzes
De provincie heeft in de Omgevingsvisie een overzicht gemaakt van samenhangende beleidskeuzes (zie Omgevingsvisie Zuid Holland). Planspecifiek 1.
Ruimtelijke hoofdstructuur
De ruimtelijke hoofdstructuur is voor het beoogde initiatief niet specifiek van belang gezien de aard en omvang van het initiatief. 2.
Ambities en sturing
De ambities van de provincie zijn niet specifiek van toepassing voor het beoogde initiatief, maar vormen tevens geen belemmering voor de ontwikkeling. 3.
Omgevingskwaliteit
Voor de beoogde ontwikkeling is de omgevingskwaliteit van belang. Ruimtelijke ontwikkelingen die maatschappelijk en economisch gewenst zijn, moeten bijdragen aan de balans tussen de instandhouding, benutting en versterking van de bestaande gebiedskwaliteiten. Deze vinden hun grondslag in de drie onderscheiden deltalandschappen. Het plangebied is gelegen in het rivierdeltacomplex. De kwaliteitskaart en de bijbehorende richtpunten geven richting aan de wijze waarop ontwikkelingen kunnen inspelen op ruimtelijke gebiedskwaliteiten. Navolgend wordt ingegaan op de relevante kaartlagen hiervan. Laag van de ondergrond Het plangebied bevindt zich in een rivierdeltacomplex. De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. De beoogde ontwikkeling zal zorg dragen voor het behoud en het herkenbaar houden van het verschil tussen komgronden en oeverwallen waar nodig. De beoogde ontwikkeling doet geen afbreuk aan de kwaliteiten van het rivierenlandschap. Laag van de stedelijke occupatie Op de kaart van de 'Laag van stedelijke occupatie' is het plangebied aangegeven als gelegen in de 'steden en dropen'. Elke stad of dorp ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur
18
en ligging aan en in het landschap. Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van Ridderkerk. Ontwikkelingen dienen bij te dragen aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. De beoogde ontwikkeling ziet toe op het realiseren van een nieuw verpleeghuis met 120 zorgeenheden, een gebouw met 60 sociale huurwoningen en een nieuw kinderdagverblijf. Voor het gebouw met 60 sociale huurwoningen wordt uitgegaan van 6 bouwlagen, met een maximum bouwhoogte van 20 meter. Het gebouw van het verpleeghuis en het kinderdagverblijf zullen 3 en 4 bouwlagen krijgen, met maximum bouwhoogten van resp. 12 en 15 meter. Op de planlocatie is in de huidige situatie al een zorgcomplex aanwezig met zorgeenheden, sociale huurwoningen en een kinderdagverblijf. De beoogde ontwikkeling ziet niet toe op een functieverandering van de planlocatie en kan als passend worden gekenmerkt, gelet ook op de nabijheid van voorzieningen (Winkelcentrum Vlietplein) en bushaltes. De toe te passen materialen en de diverse groenvoorzieningen, zorgen er voor dat het initiatief een passende ruimtelijke kwaliteit krijgt. Ook de beoogde bouwhoogte wordt passend geacht in deze omgeving. Direct ten noordoosten, aan de Erasmuspark, staat een woontoren met 10 bouwlagen (circa 27 meter).
Ten noordwesten, aan de Erasmuslaan en de Leeghwaterstraat staan twee woontorens met een hoogte van respectievelijk ca. 27 meter en ca. 15 meter. De gebouwen van Driehoek het Zand aan de Vlietlaan zijn maximaal 16 meter hoog. Derhalve wordt de bouwhoogte van de beoogde woontoren en het nieuwe verpleeghuis passend geacht binnen het karakter van dit deel van Ridderkerk. Daarbij zijn een bezonningsstudie uitgevoerd om de effecten van de voorgestelde hoogbouw inzichtelijk te maken. Deze zijn verwerkt in toelichting paragraaf 4.12 van dit bestemmingsplan. Beleidskeuzes De ontwikkeling sluit aan bij de beleidskeuze 'behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit'. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen meerdere uitgangspunten. Er wordt onderscheidt gemaakt tussen drie soorten ontwikkelingen: inpassing, aanpassing en transformatie. Bij de beoogde ontwikkeling gaat het om een inpassing. Het plangebied verandert niet of nauwelijks. In de huidige situatie zijn al een zorgcomplex, sociale huurwoningen en een kinderdagverblijf aanwezig, maar vanwege veroudering sluiten deze niet meer aan bij de eisen van deze tijd. Met de beoogde ontwikkeling zullen de gebiedsidentiteit en structuur niet onevenredig aangetast worden.
Met de ontwikkeling wordt het plangebied ook iets meer groen ingericht. Conclusie Met de beoogde ontwikkeling zijn er geen belemmeringen vanuit de Omgevingsvisie. De ruimtelijke kwaliteit wordt niet aangetast. De beoogde herontwikkeling is in lijn met de ambities uit de Omgevingsvisie ZuidHolland.
3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Tegelijk met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening Zuid-Holland op 1 april 2023 in werking getreden. In de verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke ontwikkelingen. De Omgevingsverordening draagt bij aan het realiseren van de provinciaal ruimtelijke beleid zoals dat benoemd is in de Omgevingsverordening. De verordening omvat in aanvulling op de Omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 6.10 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan de volgende eisen: a.
b.
de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte.
19
Voor het voorgenomen plan is in toelichting paragraaf 3.1.3 op de ladder voor duurzame verstelijking ingegaan. Hieruit blijkt dat de beoogde ontwikkeling voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling vindt plaats binnen bestaande stads- en dorpsgebied. Ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 lid 5 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling: a.
b.
c.
de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren.
Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit is sprake van een vorm van aanpassen (sub b), omdat de ontwikkeling past binnen de gebiedsidentiteit en geen wijziging op structuurniveau voorziet. Met de stedenbouwkundige invulling van de beoogde nieuwbouw is zoveel mogelijk rekening gehouden met de bestaande gebiedsidentiteit. De relevante richtpunten van de kwaliteitskaart zijn in toelichting paragraaf 3.2.1 toegelicht. Hieruit blijkt dat het beoogde plan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart voldoet. Gezien het voorgaande dient er geconcludeerd te worden dat er geen belemmeringen zijn vanuit de Omgevingsverordening voor de onderhavige nieuwe ontwikkelingen. Risico's van klimaatverandering In artikel 6.50 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat rekening gehouden moet worden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering, tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: a. b. c. d.
wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte; droogte.
Wateroverlast Uit de klimaatatlas blijkt dat er in het plangebied geen sprake is van wateroverlast bij extreme neerslag. Er wordt met het plan voldaan aan richtlijnen met betrekking tot waterberging en er zal meer ruimte zijn voor water om te infiltreren. Overstroming Uit raadpleging van de klimaatatlas blijkt dat er een zeer kleine kans (1/3.000 tot 1/30.000 per jaar) is op overstroming in het plangebied. Het aspect overstroming is niet van toepassing op de voorgenomen ontwikkeling.
20
Hitte Uit raadpleging van de klimaatatlas blijkt dat de temperatuur in het plangebied vergelijkbaar is met de temperatuur in de omgeving. Met de beoogde ontwikkeling wordt verharding verwijdert en meer groen toegevoegd. Door het verwijderen van verharding en het toevoegen van groen zal de hittestress in het plangebied naar verwachting afnemen. Door de ligging nabij water zal hittestress in het plangebied geen belemmering vormen. Droogte Om droogte tegen te gaan is het belangrijk om water zo veel mogelijk te laten infiltreren. Vanwege de ligging en de vergroening in het plangebied wordt verwacht dat droogte geen grote risico's oplevert voor het plangebied. Conclusie Gezien het voorgaande dient er geconcludeerd te worden dat er geen belemmeringen zijn voor het voorgenomen plan vanuit de Omgevingsverordening.
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale Woonvisie Regio Rotterdam en het Regioakkoord Rotterdam De Regionale Woonvisie vormt een drieluik met het Regioakkoord en het Bouwmanifest. De Regionale Woonvisie duidt de kwalitatieve ambities, het Regioakkoord focust zich op de kwantitatieve woningmarktopgaven en het Bouwmanifest is gericht op woningbouwversnelling. Onderstaand is ingegaan op de Regionale Woonvisie en het Regioakkoord. Regionale woonvisie Regio Rotterdam Op 23 juni 2021 is de nieuwe woonvisie van de Regio Rotterdam vastgesteld. De regionale woonvisie duidt de kwalitatieve ambities van de 14 gemeentes in de Regio Rotterdam op het gebied van wonen. Doel van de omgevingsvisie is dat er in 2040 een woningaanbod is dat aansluit bij de maatschappelijke wensen van die tijd, en waarin alle bewoners een woonkeuze kunnen maken die past bij hun persoonlijke situatie en voorkeuren. Belangrijke onderwerpen in de woonvisie zijn het bouwen van de juiste woning op de juiste plaats en een kwalitatieve goede woningvoorraad in een hoogwaardig woonmilieu voor alle inwoners. Dit betekent ook inzet op trends in nieuwe woonvormen, bijvoorbeeld ten gevolge van de vergrijzing. Op basis van bestaand lokaal en regionaal beleid en geïnspireerd door de gesprekken met bestuurders, stads- en beleidsmakers en de woonpartners zijn vier toekomstperspectieven ontwikkeld.
Deze zijn voor de komende periode (tot 2040) richtinggevend voor de regionale samenwerking op het brede terrein van wonen:
• • • •
Een meer gelijkwaardige & inclusieve woningmarkt; Een diversiteit aan woon(zorg)vormen; Gemengde en verbonden woongebieden; Een groenblauwe en natuurinclusieve leefomgeving.
Regioakkoord Rotterdam Op 23 januari 2019 is het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam vastgesteld. De regionale doelen zijn vastgesteld en de afspraken laten zien welke bijdrage iedere gemeente daaraan levert. In de periode tot 2030 worden zo voldoende woningen gerealiseerd en wordt de sociale woningvoorraad beter verspreid. De gemeenten staan tussen de periode 2018 - 2030 voor de uitdaging van een netto groei van 53.700 woningen. Tevens staan de gemeenten voor de uitdaging om de afname van de sociale voorraad te beperken tot netto ca. 19.000 woningen en realiseert de regio een meer evenwichtige spreiding van de sociale woningvoorraad.
21
Planspecifiek Voorliggend plan voorziet in 120 zorgeenheden, 60 sociale huurwoningen en een kinderdagverblijf. Zoals in het regioakkoord wordt aangegeven staan de gemeenten voor de uitdaging om de terugloop van de sociale voorraad te beperken. Met het per saldo toevoegen van 35 sociale huurwoningen wordt de terugloop in sociale huurwoningen deels tegengewerkt. Derhalve kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de Regionale Woonvisie en het Regioakkoord Rotterdam.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 De Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 heeft betrekking op het gehele grondgebied van de gemeente Ridderkerk. In de omgevingsvisie komen de onderwerpen zoals ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur, cultureel erfgoed en sociaal aan bod. Het heeft een planhorizon tot 2035. De identiteit en het karakter van Ridderkerk is in 3 kernwaarden samen te vatten. 1. 2. 3.
Sterke wijken, goed verbonden; Groen-blauwe oase; Kloppend hart.
Planspecifiek Het voorliggende initiatief heeft voornamelijk raakvlakken met kernwaarde 1 ‘Sterke wijken, goed verbonden’. Er worden verschillende woonvormen gerealiseerd waardoor de wijk aantrekkelijk wordt voor verschillende doelgroepen. De komende jaren zal het aantal ouderen toenemen, waardoor er een grotere behoefte aan zorgwoningen en verpleeghuizen is. Het realiseren van een nieuw verpleeghuis met meer wooneenheden draagt bij aan de behoefte. Daarnaast worden er nieuwe woningen in de sociale huursector gerealiseerd. Met de herontwikkeling van het terrein wordt de groen-blauwe structuur niet uit het oog verloren.
3.4.2 Woonvisie Ridderkerk 2021-2026 De Woonvisie van de gemeente Ridderkerk (vastgesteld door de raad van de gemeente Ridderkerk op 1 juli 2021, beschrijft het beleid van de gemeente op het gebied van wonen voor de periode 2021-2026. Iedere gemeente in Nederland moet een actuele Woonvisie hebben. De woningbouwopgave tot 2030 is in die afspraken voor Ridderkerk geraamd op ongeveer 1.150 woningen. In de woonvisie staan 5 thema's centraal: 1. 2. 3. 4. 5.
voldoende woningen; de juiste woningen; duurzame woningvoorraad; wonen en zorg; leefbare wijken.
Planspecifiek De beoogde ontwikkeling ziet toe op de realisatie van 120 zorgeenheden en 60 sociale huurwoningen, waarmee een toename van het huidige aantal zorgeenheden en sociale huurwoningen plaats heeft en er derhalve een bijdrage wordt geleverd aan het thema 'voldoende woningen' en ook 'de juiste woningen'. De beoogde bebouwing wordt gasloos gerealiseerd en het plangebied zal iets groener worden ingericht ten opzichte van de huidige situatie, waarmee het initiatief een bijdrage levert aan het thema 'duurzame woningvoorraad'. In de woonvisie is ook aandacht besteedt aan de sociale huursector. Binnen de gemeente is relatief weinig doorstroming van de sociale huurwoning en de vraag naar sociale huurwoningen binnen de gemeente
22
neemt toe. Tevens verdwijnen sociale huurwoningen in de vrije huursector. Dit zorgt er voor dat de druk op de sociale huursector steeds groter wordt. Het toevoegen van per saldo 35 sociale huurwoningen kan deze druk deels verlichten. In de woonvisie wordt aangegeven dat er in de sociale huursector de opgave bestaat om de kwaliteit van de sociale huurwoningen te verbeteren en om de sociale huurwoningen meer te laten aansluiten op de veranderende woonwensen. Deze woonwensen zijn: kleinere woningen, duurzamere woningen en levensloopbestendige woningen. De beoogde 60 sociale huurwoningen worden o.a. levensloopbestendig en zijn geschikt voor tweepersoonshuishoudens. De woningen zullen gerealiseerd worden als nultredenwoning. Dit wil zeggen dat de woningen intern en extern toegankelijk zullen zijn, zonder traplopen. De gemeente geeft aan dat er in alle wijken een naar zorgdoelgroepen gevarieerd woonaanbod aanwezig dient te zijn. Het plan omvat 120 zorgeenheden voor Aafje. Momenteel hebben zij 90 plaatsen voor ouderenzorg op deze locatie, naast 16 plaatsen gehandicaptenzorg via stichting Pameijer. De locatie heeft te maken met een wachtlijst. Op grond van de uitstaande vraag vanuit de huidige markt in combinatie met het stijgende aantal ouderen in de regio door de vergijzing, voorziet Aafje een behoeftestijging richting 2040 en verder.
Met de uitbreiding naar 120 plaatsen voorziet Aafje in deze groeiende marktbehoefte. Het biedt hiermee binnen de eigen gemeente een aanbod aan verpleeghuiszorg voor ouderen uit Ridderkerk die niet langer thuis kunnen blijven wonen. Ten aanzien van de 60 wooneenheden voor Wooncompas, kan gesteld worden dat bewust gekozen is voor kleine, goedkope woningen met een vloeroppervlakte van 45- 65 m². Op dit moment is 33% van de Ridderkerkse huishoudens een eenpersoonshuishouden en 33% een tweepersoonshuishouden (opgeteld ruim 13.000 huishoudens). Beide percentages stonden in 2015 nog op 30%. De verwachting is dat er nog een verdere toename zal plaatsvinden vooral door de zich nog een tijd voortzettende vergrijzing. Ook ontwikkelingen als extramuralisering van senioren en de ‘flexibilisering’ van huishoudentype spelen een rol. Van deze een- en tweepersoonshuishoudens heeft bijna tweederde een laag inkomen. Deze groep is de doelgroep voor de nu beoogde kleinere goedkopere woningen. De verwachting is dat het aantal huishoudens met een laag inkomen in de komende jaren licht zal groeien, waarbij de groei vooral voor rekening komt van de een- en tweepersoonshuishoudens. Het CBS heeft een onderzoek uitgevoerd naar de toename van de een- en twee persoonshuishoudens in Nederland (rapport Huishoudensprognose 2018-2060, december 2018).
In dit rapport concludeert het CBS dat het aantal huishoudens naar verhouding sterker groeit dan het aantal inwoners. De conclusie van het CBS is dat de huishoudensverdunning in de komende jaren verder doorzet doordat steeds meer mensen alleen zullen wonen. De toekomstige groei in het aantal eenpersoonshuishoudens komt bijna volledig voor rekening van senioren. Ook omdat senioren alleen nog met ernstige gezondheidsklachten naar een instelling gaan. Wooncompas wil graag tegemoet komen aan de behoefte aan betaalbare woningen voor een- en tweepersoonshuishoudens. Door het bouwen van 60 kleine appartementen op de locatie ’t Ronde Sant wordt hieraan invulling gegeven. De nabijheid van Aafje in het naastgelegen verpleeghuis biedt daarin ondersteuning op het gebied van verzorging en welzijnsactiviteiten. In de woonvisie wordt tevens aangegeven dat er blijvend aandacht nodig is voor mensen met verstandelijke, lichamelijke en mobiliteitsbeperkingen. Het onderhavige initiatief voorziet hier in. Gezien het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de Woonvisie Ridderkerk 2021-2026.
3.4.3 Groenvisie 'Groen is onze toekomst' De Ridderkerkse Groenvisie 'Groen is onze toekomst' beschrijft hoe de gemeente Ridderkerk wil omgaan met het groen binnen de gemeente. De Groenvisie is vastgesteld door de raad van de gemeente Ridderkerk op 18 juni 2020. De ambitie van de gemeente is om de groenste gemeente van het eiland IJsselmonde te worden. Het meeste groen van de gemeente bevindt zich vooral aan de randen van de wijken. In de wijken zelf is weinig groen aanwezig, terwijl juist dit groen in de straat en het plantsoen voor de deur sfeerbepalend is voor de directe omgeving.
23
De Omgevingsvisie van Ridderkerk vormt het belangrijkste kader voor het opstellen van deze visie. In de Omgevingsvisie ligt de nadruk op de betekenis van een aaneengesloten netwerk van groen-blauwe verbindingen voor wandelaars en fietsers. Deze Visie op Groen zoomt verder in op de mogelijkheden en doet hierin voorstellen tot op het niveau van de wijk. In de Groenvisie zijn de volgende ambities en doelstellingen benoemd:
• • • • • •
Ridderkerk: de groenste gemeente van IJsselmonde; de grote variatie aan samenhangende natuur in de gemeente zorgt voor een rijke biodiversiteit; het groen in de gemeente beschermt de gezondheid en stimuleert gezond gedrag; in 2050 is de gemeente waterrobuust en klimaatbestendig; de energietransitie heeft geleid tot een verbetering van het openbaar groen; de gemeente schat (potentiële) groene ruimte letterlijk op waarde.
Planspecifiek Bij de beoogde ontwikkeling is de intentie geweest om bij te dragen aan de verdere vergroening van de gemeente Ridderkerk om zo de groenste gemeente van het eiland IJsselmonde te worden. Binnen de planlocatie is onderzocht wat de huidige verhouding is tussen verhard en groen oppervlak op de eigen locatie. Bij de analyse is de groenvisie als vertrekpunt gehanteerd. De nieuwe stedenbouwkundige opzet leidt tot een verbetering van de groenbalans op eigen terrein. Het aandeel aan groen binnen het plangebied neemt toe met ca. 500 m². Zo wordt voorzien in een groene afscherming naar de woningen aan de Stevinstraat, om inkijk in de tuinen van die woningen te reduceren. Gesteld kan worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de Groenvisie van de gemeente Ridderkerk.
3.4.4 Afwegingskader Marktinitiatieven Wonen, Welzijn en Zorg Gemeente Ridderkerk De gemeente Ridderkerk ontvangt regelmatig verzoeken van zorginstellingen en/of projectontwikkelaars en ouderinitiatieven om voor mensen die zorg of ondersteuning nodig hebben mee te werken aan de realisatie van een woonzorgconcept in de gemeente. De afdeling Sociaal Domein heeft behoefte aan objectieve, heldere en uitlegbare criteria om marktinitiatieven die gericht zijn op mensen met een zorgvraag te kunnen beoordelen. Dit afwegingskader is bedoeld om daarin te voorzien. Planspecifiek Met behulp van het afwegingskader kan de gemeente advies geven over een initiatief en of deze passend geacht wordt binnen het gemeentelijke afwegingskader woonzorginitiatieven. De gemeente heeft aangegeven dat dit voor onderhavige ontwikkeling het geval is. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met het 'Afwegingskader Marktinitiatieven Wonen, Welzijn en Zorg Gemeente Ridderkerk'.
24
4 Milieu- en omgevingsaspecten In dit hoofdstuk zal, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, worden aangetoond dat de nieuwe ontwikkeling past binnen de uitwerkingsregels van het globale bestemmingsplan en past binnen de geldende milieuwetgeving. Hiermee wordt aangetoond dat onderhavig project uitgaat van een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is.
4.1 Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: a. b.
c.
d.
het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.-(beoordelings)plicht.
Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet:
• •
door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld;
•
de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (artikel 7.28 Wet milieubeheer).
het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden;
De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Planspecifiek Uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2018:2414, 18 juli 2018) dat het antwoord op de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage afhangt van de concrete
25
omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Daarbij mogen de bestaande planologische mogelijkheden worden meegewogen bij de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Met de beoogde ontwikkeling wordt de bestemming van het plangebied gewijzigd van een gemengde bestemming naar een maatschappelijke bestemming. Er zullen duurzame en niet uitlogende materialen worden gebruikt en afval wordt gescheiden afgevoerd. Gelet op de aard en de omvang van de beoogde ontwikkeling kan gesteld worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Dit betekent dat het Besluit milieueffectrapportage niet van toepassing is en dat er geen m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Desondanks zijn in het kader van dit ruimtelijk plan de belangrijkste milieuaspecten waaronder bodem, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid en ecologie in beeld gebracht. Hieruit is niet gebleken dat er sprake is van een ontwikkeling die een forse invloed heeft op het milieu. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De huidige onderzoeken geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent dit ruimtelijke plan te nemen. Het opstellen van een milieueffectrapportage zal geen verder inzicht verschaffen op de relevante milieuaspecten.
De kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zijn niet van dien aard dat er aanleiding bestaat tot het opstellen van een milieueffectrapportage.
4.2 Bodem In het kader van een ruimtelijk plan dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er soms een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd in het plangebied. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem waarop deze ontwikkelingen plaatsvinden geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij een bestemmingswijziging is een bodemonderzoek slechts noodzakelijk, indien de bestemmingswijziging tevens een wijziging naar een gevoeliger bodemgebruik inhoudt. Bij een bestemmingswijziging die een gelijkblijvend of minder gevoelig bodemgebruik oplevert, is de bodemkwaliteit in het kader van de bestemmingswijziging niet relevant en is bodemonderzoek niet noodzakelijk. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling ziet toe op de realisatie van 120 wooneenheden, 60 sociale huurwoningen en een kinderdagverblijf. In de huidige situatie is reeds sprake van functies met langdurig verblijf binnen het plangebied. Voor het plangebied is een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 en een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5707 verricht op de locatie aan de Hugo de Groothof 1 te Ridderkerk (Inventerra, d.d.
19 september 2022, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 1). In de grond van het plangebied zijn licht verhoogde gehalten aan PCB, PAK, minerale olie en zware metalen in de grond en licht verhoogde concentraties voor zink en xylenen in het grondwater aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten in de grond en in het grondwater zijn zodanig licht verhoogd dat aanvullend onderzoek (eventueel op basis van een aangepaste onderzoeksstrategie) of nadere maatregelen niet noodzakelijk worden geacht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt wordt het terrein geschikt geacht voor de huidige en de toekomstige bestemming. Tijdens het asbestonderzoek is asbestverdachte materiaal aangetroffen. Deze is dermate hoog, hoger dan de interventiewaarde van 100 mg/kgds, dat er nader asbest onderzoek benodigd is. Indien uit het uit te voeren nader onderzoek blijkt dat het gemiddeld gewogen asbestgehalte hoger is dan de interventiewaarde, is er sprake van een saneringsnoodzaak. De uitvoering van het nader asbestonderzoek vindt plaats voor de sloop van het gebouw (fase 1).