Toelichting en bijlagen BP Woongebied Ridderkerk.pdf
Tekst van het document
4. Sportlaan/Van der Brugghenstraat De locatie ligt op de hoek van de Sportlaan en de Groen van Prinstererweg tegenover het park aan de Lohmanstraat en het sportveldencomplex. De locatie omvat de gronden van het tankstation, Tamoil en De Sprint. Gezien de bijzondere ligging van de locatie in het zicht van de kruising Populierenweg / Sportlaan ligt de bouw van een representatief appartementengebouw met een eigen parkeerkelder het meest voor de hand (met eventueel een deel eengezinswoningen als overgang naar de oostelijk gelegen woonstraat. De locatie kan echter pas worden benut voor woningbouw nadat de bedrijfsvestiging is opgeheven. De locatie biedt ruimte aan de bouw van circa 40 (luxe) appartementen. Bij de ontwikkeling van een appartementengebouw op deze locatie wordt uitgegaan van een maximale bouwhoogte van 17 m en een afstand uit de as van de omliggende wegen van ten minste 12 m. Op basis van een parkeernorm van 1,8 parkeerplaats per appartement zal rekening moeten worden gehouden met de aanleg van totaal circa 72 parkeerplaatsen in de openbare ruimte en in een gedeeltelijk gebouwde voorziening. Ook hier geldt dat op het moment van realisering actuele CROW-normen zullen moeten worden toegepast.
Omdat de bedrijfsfunctie nog niet is opgeheven, wordt de bedrijfsbestemming gehandhaafd en worden de gronden voorzien van een wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van woningbouw met een bouwhoogte van maximaal 17 m (alsmede verkeersdoeleinden, verblijfsgebied, tuinen, groenvoorzieningen en water).
5. Vlietlaan Het betreft het agrarische hulp- en nevenbedrijf aan de Vlietlaan. De wijzigingsbevoegdheid maakt, om dit te bewerkstelligen, twee nieuwe woningen mogelijk. Daarbij wordt uitgegaan van handhaving van de twee bestaande woningen op deze locatie. Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
28
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
29
Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten 4.1
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de voor dit bestemmingsplan relevante milieu- en omgevingsaspecten beschreven. Op basis van de onderzochte informatie worden geen bijzondere belemmeringen verwacht voor de vaststelling van het bestemmingsplan ten aanzien van de milieu- en omgevingsaspecten.
4.2
Watertoets
Waterbeheer en watertoets In een vroeg stadium van de planvorming moet overleg worden gevoerd met de waterbeheerder. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het waterschap Hollandse Delta. Deze is verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Rijkswaterstaat is waterbeheerder van de Nieuwe Maas, die ten noorden van de Ringdijk ligt (buiten het bestemmingsplangebied).
Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen met betrekking tot de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (zowel kwalitatief als kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader wordt behandeld.
Europa: Ÿ
Kaderrichtlijn Water (KRW)
Nationaal: Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ
Nationaal Waterplan (NW) Waterbeleid voor de 21e eeuw (WB21) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet
Provinciaal: Ÿ Ÿ Ÿ
Provinciaal Waterplan Provinciale Structuurvisie Verordening Ruimte
Beleidslijn grote rivieren Voor het buitendijkse gebied is de Beleidslijn Grote rivieren van toepassing. Deze beleidslijn is op 14 juli 2006 in werking getreden en geldt voor alle grote rivieren. Deze beleidslijn biedt onder strikte voorwaarden meer mogelijkheden voor wonen, werken en recreëren in het rivierbed dan de voormalige Beleidslijn Ruimte voor de rivier. De veiligheid staat hierbij voorop. Belangen worden echter integraal afgewogen, restricties ten aanzien van ontwikkelingen gelden daardoor alleen voor Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
30
gebieden die van belang zijn voor waarborging van de veiligheid. De voorwaarden die in de beleidslijn gesteld worden hebben betrekking op de afvoercapaciteit van de rivier ter plaatse: nieuwe activiteiten mogen de afvoer niet hinderen en geen belemmering vormen voor toekomstige verruiming van het rivierbed.
Nationaal Waterplan Het Rijksbeleid op het gebied van water is vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De waterplannen geven het landelijke, respectievelijk regionale (strategische) waterbeleid weer. Voor het Rijk is dit vastgelegd in het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP). Het NWP geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid. Het NWP is op 10 december 2015 door de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken vastgesteld. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofd- watersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte termijn en voldoende mogelijkheden openlaten om op langere termijn verdere stappen te zetten. Het kabinet sluit daarmee aan bij de resultaten van het Deltaprogramma. Met deze handelwijze is Nederland koploper en toonaangevend voorbeeld in de wereld.
Met dit Nationaal Waterplan voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingrisico`s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS). Vanuit de verantwoordelijkheid voor het watersysteem verankert het Rijk de volgende principes: Ÿ
Ÿ
Ÿ
Integraal waterbeheer. Het kabinet houdt vast aan een integrale aanpak van de wateropgaven, door opgaven op het gebied van waterkwantiteit (waterveiligheid en wateroverlast), waterkwaliteit en gebruik van (zoet)water in natte en droge situaties in samenhang te beschouwen. Afwenteling voorkomen. Het kabinet wil voorkomen dat waterkwantiteitsen waterkwaliteitsproblemen worden afgewenteld in de ruimte en de tijd, zoals het afwentelen van bovenstrooms veroorzaakte waterkwaliteitsproblemen op benedenstrooms gelegen wateren. Om afwenteling te voorkomen, maken beheerders onderling afspraken over acceptabele hoeveelheden en de kwaliteit van het te ontvangen water. Om afwenteling te voorkomen gelden ook de tritsen vasthouden-bergen-afvoeren en schoonhouden-scheiden-schoonmaken. Ruimte en water verbinden. Bij de aanpak van wateropgaven en de uitvoering van maatregelen vindt vooraf afstemming plaats met de andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied. Het doel is dat de scope, programmering en financiering zo veel mogelijk op elkaar aansluiten of elkaar versterken. Met deze aanpak is het vaak mogelijk het waterbeheer te verbeteren en tegelijk de economie en de leefomgeving te versterken tegen lagere kosten.
Waterschapsbeleid In het Waterbeheerprogramma 2022 - 2027 heeft het Waterschap Hollandse Delta (WSHD) haar doelen opgeschreven. De doelen voor deze planperiode zijn afgeleid van de ambities voor de langere termijn (2050). Deze ambities worden, nog meer dan voorheen, beïnvloed door de grote maatschappelijke opgaven van deze tijd, waar het waterschap samen met haar partners voor staat. Het omgaan met de gevolgen van een veranderend klimaat én het tegengaan van verdere klimaatverandering springen hierbij het meest in het oog. Naast de ambities voor de lange termijn en Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
31
de doelen die we in 2027 bereikt willen hebben, gaat het Waterbeheerprogramma ook in op de strategie om te komen tot realisatie van deze doelen. De doelen voor 2027 en de strategie vormen de basis voor de concreet uit te voeren maatregelen. De maatregelen zelf maken geen deel uit van dit WBP, maar worden elk jaar opnieuw bepaald in het kader van de reguliere planning- en controlcyclus van het WSHD.
Huidige situatie Algemeen Het plangebied bestaat uit de woonwijken Slikkerveer, West, Oost, Zuid en Drievliet. Volgens de bodemkaart van Nederland (www.bodemdata.nl) bestaat de bodem ter plaatse uit klei. Hier is sprake van grondwatertrap VI. Dat wil zeggen dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand varieert tussen de 0,4 en 0,8 meter beneden het maaiveld en dat de gemiddeld laagste grondwaterstand meer dan 1,2 m beneden het maaiveld ligt.
Waterwingebied en grondwaterbeschermingsgebied Ten noordwesten van het plangebied bevinden zich twee waterwingebieden. Rondom deze waterwingebieden bevinden zich een grondwaterbeschermingsgebied en een boringsvrije zone. Het plangebied ligt deels binnen de boringsvrije zone en het grondwaterbeschermingsgebied, onderdeel van het milieubeschermingsgebied voor grondwater zoals vastgesteld in de provinciale milieuverordening (zie afbeelding 4.1). Deze milieubeschermingsgebieden zijn aangewezen om het grondwater dat wordt gebruikt voor de drinkwaterbereiding te beschermen. Binnen het grondwaterbeschermingsgebied gelden specifieke eisen bij (bouw)activiteiten. Deze zijn vastgelegd in de Provinciale Milieuverordening Zuid-Holland 2021. Aangezien deze regels reeds zijn vastgelegd in de voornoemde verordening en op basis daarvan afdoende kunnen worden gehandhaafd, heeft dit aspect geen verdere vertaling in de regels van dit plan gekregen.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
32
Figuur 4.1 Waterwingebied (paars), grondwaterbeschermingsgebied (donkerblauw) en boringsvrije zone (lichtblauw) (bron: Provinciale milieuverordening). Waterkwantiteit In het plangebied liggen meerdere sloten en singels. Het grootste deel van het plangebied valt onder het peilbesluit Oost-IJsselmonde. Voor peilvak 27B geldt een peil van NAP -1,55 m. Voor peilvak 27C is dat NAP -2,10 m, voor peilvakken 27F en 27G NAP 2,00 m. Ook valt een klein gedeelte onder het peilbesluit Reijerwaard-Oost. Het deel van het plangebied gelegen in Reijerwaard-Oost ligt in peilvak 28B. Hier geldt een vast peil van NAP -1,35 m. In de peilvakken 27C-01, 27C-02 en 27G-01 geldt een afwijkend peil. Veiligheid en waterkeringen De Ringdijk is een primaire waterkering categorie A. Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen de kernof beschermingszone van deze waterkering. Hiervoor is een dubbelbestemming opgenomen. Toekomstige situatie Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
33
Het bestemmingsplan is hoofdzakelijk consoliderend van aard. Dit betekent dat geen grootschalige functieveranderingen en/of herinrichtingen met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Binnen de bestemmingen bestaat wel de mogelijkheid tot kleinschalige ontwikkelingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het bouwen van aan- of bijgebouwen (al of niet vergunningplichtig) of het aanleggen van paden of verhardingen. Vanwege de consoliderende aard biedt het bestemmingsplan weinig of geen mogelijkheden om het watersysteem en -beheer te verbeteren. Wel biedt het bestemmingsplan de flexibiliteit om bijvoorbeeld binnen de bestemmingen 'Groen', Verkeer', 'Verkeer - Verblijfsgebied' en 'Water' oevers aan te passen en zo de mogelijkheden tot waterberging te verruimen. De realisering van nieuw water is ook binnen diverse andere bestemmingen juridisch mogelijk. Als in de toekomst ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden, is het uitgangspunt dat de waterhuishoudkundige situatie niet mag verslechteren. Dit betekent bijvoorbeeld dat de waterhuishouding kan worden verbeterd door het afkoppelen van schoon verhard oppervlak. Hiermee wordt voorkomen dat schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Dit betekent ook dat toename van het verharde oppervlak en/of dempingen binnen het gebied moeten worden gecompenseerd.
Ook combinaties met andere functies zoals groen en recreatie liggen voor de hand. Door de aanleg van natuurvriendelijke en ecologische oevers wordt bijvoorbeeld meer waterberging gerealiseerd. Daarnaast is het van belang om bij eventuele ontwikkeling diffuse verontreinigingen te voorkomen door het gebruik van duurzame, niet-uitloogbare materialen (geen zink, lood, koper en PAK's-houdende materialen), zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Water en waterstaat in het bestemmingsplan In het bestemmingsplan zijn in ieder geval de hoofdwatergangen in het plangebied bestemd als 'Water'. De onderhoudsstroken rondom de hoofdwatergangen zijn voorzien van de beschermende dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie', waar in beginsel geen bebouwing mag worden opgericht in het kader van de onderliggende bestemmingen. Voor waterkeringen (kernzone) inclusief de beschermingszones geldt de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' waarin een beschermende regeling is opgenomen. Daarnaast is het ook mogelijk om water te realiseren binnen vrijwel alle andere bestemmingen, zoals 'Groen', 'Verkeer' en 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Conclusie Het bestemmingsplan heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. In het kader van het vooroverleg wordt het voorontwerpbestemmingsplan aan het Waterschap Hollandse Delta toegestuurd.
Eventuele opmerkingen naar aanleiding van het vooroverleg worden in het ontwerpbestemmingsplan verwerkt.
4.3
Bedrijven en milieuzonering
Beleid en normstelling
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
34
Bij de vaststelling van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met eventuele milieuhinder van bedrijfsactiviteiten. Uitgangspunt daarbij is dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van de woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor deze afstemming tussen milieugevoelige en milieuhinderlijke functies wordt milieuzonering toegepast. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering. In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieuhinder. Voor elke bedrijfsactiviteit is de minimale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaats gevonden. In Bijlage 2 bij de regels is een Staat van Bedrijfsactiviteiten opgenomen met daarin de lijst van bedrijfsactiviteiten.
De richtafstanden gelden in beginsel ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Voor andere omgevingstypen dan een rustige woonwijk kunnen kleinere richtafstanden worden gehanteerd. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Op basis van de systematiek van milieuzonering wordt voor bedrijfslocaties bepaald welke categorie bedrijfsactiviteiten kan worden uitgeoefend zonder dat er sprake is van een kans op onaanvaardbare milieuhinder. Deze categorie, die per bedrijfsbestemming wordt bepaald, wordt de algemene toelaatbaarheid genoemd. Onderzoek In het bestemmingsplangebied zijn, ondanks dat het om woonwijken gaat, diverse niet-woonfuncties aanwezig. Het gaat om individuele bedrijfspercelen, kantoren, maatschappelijke voorzieningen (scholen, kerken, begraafplaatsen, verenigingsgebouwen, woonzorgcentra e.d.), recreatieve voorzieningen (dierenweide) en ook agrarische percelen (tabel 4.1). De meeste niet-woonfuncties zijn van origine ontstaan langs de historische linten / routes in het plangebied, maar vele maatschappelijke voorzieningen zijn ook meeontworpen bewust midden in de woonwijken. Van deze niet-woonfuncties gaat een richtafstand uit, waarbinnen volgens de VNG-brochure in beginsel geen gevoelige functies (zoals woningen) zouden mogen worden gerealiseerd.
In sommige gevallen, met name bij de bedrijfspercelen, wordt deze richtafstand niet behaald. Er is echter sprake van een bestaande, historisch gegroeide situatie. De VNG-brochure ziet alleen op nieuwe ontwikkelingen. De gemeente heeft geen voornemens de bestaande 'strijdige' situaties aan te pakken, daar er geen dagelijkse overlast bekend is.
Straat
Nummer Functie
Bizetstraat
3
nutsvoorziening
Johann Sebastian Bachstraat
1a
nutsvoorziening
Reijerweg
62a
nutsvoorziening
Anna Paulownastraat
2
nutsvoorziening
Bourgondischelaan
6 t/m 12a diverse autobedrijven en montage bedrijven (cat2)
Bourgondischelaan
6a
nutsvoorziening
Prins Bernhardstraat
2
nutsvoorziening Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
35
Prinses Beatrixstraat
16a
Ypsilon Service Techniek CV techniek
Willemstraat
naast 218 nutsvoorziening / garage bij Kievitsweg 80
Willemstraat
73
Elektrotechnisch bedrijf Ipskamp
Sophiastraat
4 t/m 8
montage bedrijf (cat2)
Sophiastraat
17
bedrijfsmatige functie
Emmastraat
10
scheepsmodelbouw
Emmastraat
17
opslag functie
Benedenrijweg
83
nutsvoorziening / garage bij Kievitsweg 80
Benedenrijweg
125 127
en Stalling en verhuur oldtimers (127) en bedrijfswoning (125)
Benedenrijweg
69a
Stoeterij
Benedenrijweg
66/66a
bedrijfsmatige opslag
Ringdijk
206 208
t/m garagebedrijf J. de Vries
Nassaustraat
15
Aannemingsbedrijf Kooijman
Nassaustraat
35-37
Garagebedrijf Van de Berg
Oranjestraat
44/44a
Loodgietersbedrijf met showroom en boven wonen (Rieske)
Prinses Margrietstraat
54 a
nutsvoorziening
Prinses Margrietstraat
1
opslag en kringloopwinkel
Prinses Margrietstraat
165
nutsvoorziening
Kievitsweg
3
computerservice Vermeulen
Brederostraat
1a
nutsvoorziening
Industrieweg
10
gemeentewerf / oplaadstation
Sportlaan
13
benzineverkooppunt woning
Sportlaan
15
autobandenhandel De Sprint
Sportlaan
6a
nutsvoorziening
Sportlaan
8a
nutsvoorziening en zendmast
Goudenregenplantsoen
573
nutsvoorziening
Acaciastraat
7
nutsvoorziening
Hogeweg
1
nutsvoorziening
Burgemeester de Zeeuwstraat 3
Bezineservicestation
Mr. Van Houtenstraat
nutsvoorziening
1
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
zonder
lpg
zonder
36
Mr. Troelstrastraat
2
brandweerkazerne
Koninginneweg
175a
nutsvoorziening
Hovystraat
1-1a
hoveniersbedrijf Aardoom en bedrijfswoning
Benedenrijweg
65
gemaal
Ds. Caspar van Gendtstraat
2
nutsvoorziening
Lagendijk
achter 109 opslag
Lagendijk
219
Verkoop auto-onderdelen (Kranendonk)
Lagendijk
221
Nutsvoorziening
Lagendijk
130
diverse kleinschalige bedrijfsfunctie
Oudelandseweg
59
Autoschadeherstelbedrijf met spuitinrichting
Fresiastraat
1a
Nutsvoorziening
Burgemeester Kruijfstraat
39
Nutsvoorziening
Geerlaan
253
Nutsvoorziening
Kerkweg
45
Bedrijfsmatige activiteit op achter terrein, voor (bedrijfs)woning
Kerkweg
181
Bedrijfsmatige activiteit op achter terrein, voor (bedrijfs)woning, TBS Ted Betonboringen en Sloopwerken
Kerkweg
207
Bedrijfsmatige activiteit op achter terrein, voor (bedrijfs)woning, Bouwbedrijf Nijman
Kerkweg
219a 219e
Kerkweg
221a
Nutsvoorziening
Kerkweg
110
P&S Afbouwsystemen
Kerkweg
116
glaszetter - reclamebureau
Kerkweg
120
woning met grote loods op achtererf
Kerkweg
172a
Nutsvoorziening
Oosterparkeweg
19/21
nutsvoorzieningen
Kloosplantsoen
199
Nutsvoorziening
Kloosplantsoen
182
Nutsvoorziening
De Mérodelaan
2
Nutsvoorziening
Van Lennepstraat
1
Nutsvoorziening
Bilderdijklaan
2a
Nutsvoorziening
Bilderdijklaan
78
Gemaal gerealiseerd
t/m diverse bedrijven en skischool
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
37
Meerkoet
47
Nutsvoorziening
Koolmees
32
Nutsvoorziening
Fazant
141
Nutsvoorziening
Lijster
7
Nutsvoorziening
Patrijs
84
nutsvoorziening
Pelikaan
69
nutsvoorziening
Watermolen
124a
nutsvoorziening
Rosmolen
187
nutsvoorziening
Paltrokmolen
53
nutsvoorziening
Torenmolen
3
nutsvoorziening
Houtzaagmolen
86
nutsvoorziening
Brasem
153
nutsvoorziening
Karper
95
nutsvoorziening
Forel
73
nutsvoorziening
Bliek
40
nutsvoorziening
Vlietlaan
6
nutsvoorziening
Steur
101
nutsvoorziening
Tabel 4.1 Bestaande functies binnen het plangebied Conclusie Voor de bedrijfsbestemmingen in het bestemmingsplan is de voorheen geldende bestemming in de meeste gevallen overgenomen. Met het toekennen van een algemene toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten in de lagere categorieën worden knelpunten ten aanzien van milieuhinder in de toekomst zoveel mogelijk voorkomen. Binnen het bestaande woongebied zijn in sommige gevallen bedrijven gesitueerd vanuit een historisch gegroeide situatie. Omdat het geen nieuwe bedrijvigheid betreft staat dit aspect de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg.
4.4
Industrielawaai
Beleid en normstelling Rond industrieterreinen waar inrichtingen zijn gevestigd die 'in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken', zijn geluidzones vastgesteld zoals bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder (Wgh). Deze bedrijven worden ook wel 'grote lawaaimakers' genoemd. Met deze geluidzone wordt een zonering aangebracht tussen geluidbelastende activiteiten en geluidgevoelige bestemmingen. Voor bedrijven geldt dat geluidruimte wordt gereserveerd. Tegelijkertijd wordt de omgeving beschermd tegen onaanvaardbare (cumulatieve) geluidsbelasting. Tot de geluidzone behoort het gebied tussen de grens van het industrieterrein en de buitengrens van de geluidzone. Buiten een geluidszone mag de totale geluidsbelasting als gevolg van het betreffende industrieterrein niet meer dan 50 dB(A) bedragen. Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
38
Binnen de geluidszone zijn woonbestemmingen en andere geluidgevoelige bestemmingen slechts toelaatbaar indien de geluidsbelasting op de gevel aan de wettelijke grenswaarden voldoet. Voor nieuwe geluidgevoelige functies, zoals woningen, geldt een wettelijke voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Er is voor nieuwe woningen binnen de geluidszone wel vaststelling van een hogere waarde tot 55 dB(A) mogelijk. Het college van burgemeester en wethouders kan een hogere grenswaarde vaststellen indien blijkt dat maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ondervinden van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard.
Op basis van de geluidsbelastingkaart heeft het college het Actieplan geluid 2019-2023 op 15 oktober 2019 vastgesteld. Het doel is om zoveel mogelijk woningen onder de plandrempel te krijgen en het aantal (ernstig) gehinderden en slaapverstoorden terug te dringen. In dit Actieplan zijn concrete maatregelen opgenomen om dat doel te bereiken. De gemeenteraad heeft het Actieplan op 15 oktober 2019 vastgesteld. Onderzoek IJsselmonde-Noordrand Het meest noordelijke deel van het plangebied maakt onderdeel uit van het gezoneerde industrieterrein 'IJsselmonde-Noordrand'. Op dit terrein zijn inrichtingen gevestigd die "in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken" zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. Een dergelijk terrein is gezoneerd en er gelden beperkingen voor de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige functies binnen de geluidszone. Deze functies zijn slechts onder bepaalde voorwaarden mogelijk. Indien de geluidsbelasting ter plaatse meer dan 50 dB(A) bedraagt ten gevolge van het industrieterrein, moeten hogere waarden worden vastgesteld om de continuïteit van de bestaande bedrijfsmatige activiteiten te kunnen blijven waarborgen. Aangezien dit bestemmingsplan geen nieuwe woningen toevoegt, worden bij dit bestemmingsplan ook geen hogere waarden vastgesteld.
De afgelopen jaren zijn delen van het bedrijventerrein IJsselmonde-Noordrand omgevormd naar woonwijken en/of groen en recreatiegebieden. De feitelijke geluidbelasting in de omgeving van het bedrijventerrein ligt waarschijnlijk lager dan op grond van de saneringscontouren wordt aangenomen. Conclusie Het plan maakt geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mogelijk binnen de geluidzones van het gezoneerde bedrijventerrein IJsselmonde-Noordrand. Ter plaatse van bestaande woningen wordt de uiterste grenswaarde van 55 dB(A) niet overschreden. De wet geluidhinder, onderdeel industrielawaai, staat de vaststelling van het plan niet in de weg.
4.5
Wegverkeerslawaai
Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe geluidsgevoelige objecten (bijvoorbeeld (bedrijfs)woningen) mogelijk. Er worden ook geen nieuwe wegen voorzien. Daarom is geen onderzoek naar de geluidsbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai noodzakelijk.
4.6
Bodem
Normstelling en beleid Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
39
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen worden bij voorkeur op schone grond gerealiseerd.
Onderzoek
Bodemkwaliteitskaart (2012) Voor de gemeente Ridderkerk is een bodemkwaliteitskaart opgesteld, welke in 2012 is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Ridderkerk is hierbij opgedeeld in verschillende zones (voornamelijk gebaseerd op de functie van het gebied) en per zone is een inventarisatie gemaakt van alle aanwezige bodemonderzoeksgegevens. Deze gegevens zijn gebundeld en leiden tot een profiel van de bodem in deze zone.
Conclusie Het plan maakt geen nieuwe ontwikkelingen en/of functiewijzigingen mogelijk, waardoor onderzoek naar de bodemkwaliteit in het kader van het bestemmingsplan niet noodzakelijk is. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de kwaliteit van de bodem onvoldoende is voor de huidige functies. Geconcludeerd wordt dat het aspect bodemkwaliteit de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg staat.
4.7
Externe veiligheid
Normstelling en beleid Externe veiligheid is de kans om te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Beleid en regelgeving op dit gebied is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege: a. het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); b. het transport van gevaarlijke stoffen over wegen, waterwegen en spoorwegen; c. het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen.
Met betrekking tot risico's wordt onderscheid gemaakt in twee risicomaten: Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is gedefinieerd als het risico op een plaats buiten een risicobron, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die risicobron waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is. Binnen de wet- en regelgeving zijn aan deze definitie grens- en richtwaarden opgehangen ten aanzien van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico is gedefinieerd als cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een risicobron en een ongewoon voorval binnen die risicobron waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is. In weten regelgeving is aan het groepsrisico een oriënterende waarde toegekend als indicator voor de Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
40
omvang van een ramp en een afwegingsproces gericht op zelfredzaamheid, beheersbaarheid, rampenbestrijding en resteffecten. Wet- en regelgeving De wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid biedt geen absolute veiligheid. Een kleine kans op een zwaar ongeval met gevaarlijke stoffen wordt geacht tot het normaal maatschappelijk risico te behoren. De regelgeving voor inrichtingen met (over het algemeen) grotere hoeveelheden gevaarlijke stoffen is samengebracht in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In dit Besluit is aangegeven welke bedrijven bij het verlenen van een milieuvergunning of het nemen van een besluit op grond van de Wro nadere aandacht behoeven. In andere regelgeving dan Bevi kunnen ook risiconormen of aan te houden effectafstanden zijn opgenomen ten aanzien van inrichtingen. Te denken valt aan het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit ten aanzien van propaantanks, benzine- en aardgastankstations en gasdrukregelstations.
De regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen is neergelegd in het "Besluit transportroutes externe veiligheid" en de "Wet vervoer gevaarlijke stoffen". Externe veiligheid in relatie tot transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is sinds 1 januari 2011 geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Daarmee zijn nieuwe kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour niet toegestaan. Ook is vastgesteld dat wanneer binnen het invloedsgebied van een buisleiding een ruimtelijk besluit wordt genomen, de verantwoordingsplicht van toepassing is. Het Bevb gaat uit van een belemmerde strook van 4 of 5 meter, afhankelijk van de werkdruk. Voor deze strook geldt een bouwverbod en een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde, of van werkzaamheden. Net als bij het Bevi worden de risicoafstanden en rekenmethodiek die volgen uit het Bevb opgenomen in een regeling, de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb).
Structuurvisie Buisleidingen De Structuurvisie Buisleidingen is een nadere uitwerking van het nationale belang zoals is opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte die de Rijksoverheid heeft uitgebracht in het kader van de actualisatie decentralisatie van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Daarin is bepaald dat het netwerk aan buisleidingen essentieel voor de energievoorziening en voor het veilig vervoeren van gevaarlijke stoffen is. Buisleidingtransport blijft de komende decennia een wezenlijke rol vervullen in de Europese gas- en grondstoffenmarkt. De vraag naar buisleidingtransport en daarmee de vraag naar nieuwe leidingen en leidingverbindingen zal nog toenemen. Het Rijk kiest in verband met het vergroten van de concurrentiekracht voor het versterken van de ruimtelijk-economische structuur. Borgen van ruimte voor buisleidingen voor transport van (gevaarlijke) stoffen is daarvoor een belangrijke randvoorwaarde. De nationale belangen die het Rijk in die Structuurvisie vastlegt, worden gerealiseerd via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Met de Structuurvisie Buisleidingen wil het Rijk verdere duidelijkheid verschaffen aan zowel het bedrijfsleven dat daarmee kan rekenen op goede verbindingen voor buisleidingtransport, als aan provincies en gemeenten die hierop hun ruimtelijke plannen kunnen afstemmen.
Gezien de ruimtelijke ontwikkelingen die in de laatste decennia hebben plaatsgevonden (grotere ruimtedruk) en die in de toekomst zullen voortgaan, zal in deze Structuurvisie met name de borging van het beleid in de Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
41
plannen van andere overheden en in het leidingenbeheer bij leidingexploitanten een zwaarder accent hebben. Gemeentelijk beleid De gemeente Ridderkerk beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid van november 2011. Deze beleidsvisie bevat het samenhangend beleid ten aanzien van externe veiligheid. In de visie is een bijlage opgenomen met een overzicht van allen risicobronnen met bijbehorende risico's. In de bijlagen is tevens een scenario-analyse opgenomen van de meest waarschijnlijke en worst-case ongevalscenario's. De beleidsvisie is kaderstellend voor het nemen van ruimtelijke besluiten en het verlenen van vergunningen waarbij externe veiligheid in het geding is. Onderzoek Uit de Visie Externe Veiligheid kan worden afgeleid dat er in en rondom het plangebied diverse risicobronnen aanwezig zijn; een groot deel van de gemeente ligt in het invloedsgebied van één of meer risicobronnen (de in het plangebied aanwezige hogedruk aardgastransportleidingen zijn in dit bestemmingsplan voorzien van de beschermende dubbelbestemming 'Leiding - Gas'). Ondanks dit gegeven vindt nergens in de gemeente een overschrijding van de wettelijke grenswaarde van het plaatsgebonden risico plaats. Uit het rapport kan dan ook tevens worden geconcludeerd dat er vanuit het milieukundige aspect van de externe veiligheid geen knelpunten te verwachten zijn voor de verdere ontwikkeling van de gemeente.
Wel is in de gemeente Ridderkerk sprake van een aantal grote invloedsgebieden van bedrijven en transporten. Ten gevolge van deze grote invloedsgebieden moet bij ruimtelijke ontwikkelingen een groepsrisicoverantwoording plaatsvinden.
Inzichtelijk is gemaakt welke effecten kunnen optreden wanneer een incident plaatsvindt rond een risicobron en tot op welke afstand dit gevolgen heeft. Hierbij zijn verschillende scenario’s beschouwd. De VRR heeft een advies gekoppeld aan de verschillende zones: Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ
Ontwikkeling ongewenst / Niet wenselijk; Object moet aan harde kwaliteitseisen voldoen; Object moet aan gewenste eisen voldoen vanuit zelfredzaamheid en hulpverlening; Object ligt in aandachtsgebied.
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen worden getoetst aan dit advies. De inzet van hulpdiensten voldoet aan de wettelijke verplichtingen. Belangrijkste aandachtspunten zijn de bereikbaarheid van straten met een hoge parkeerdruk, de bereikbaarheid van de landelijke alarmlijn, de lokale files, de bluswatervoorzieningen rond objecten met oude gebruiksvergunningen en geboorde putten rond bedrijven zonder gebruiksvergunning.
De gemeente Ridderkerk hanteert voor externe veiligheid de volgende ambities: 1. Ridderkerk is en blijft zo veilig mogelijk voor risico’s van gevaarlijke stoffen. Deze ambitie wordt als volgt bereikt: a. Waar mogelijk het advies van de VRR opvolgen bij ruimtelijke ontwikkelingen. b. Als dit niet mogelijk is dan wordt het instrument Mal Groepsrisico toegepast. 2. Nieuwe risicobronnen worden in principe geweerd uit de gemeente, uitgezonderd op bedrijventerreinen mits aan concrete voorwaarden wordt voldaan. 3. Streven naar uitplaatsing van de risicobronnen uit de woonomgeving (tankstations). Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
42
4. De gemeente brengt de beheersbaarheid op orde (inzet hulpdiensten, bereikbaarheid ed). 5. Aanpassen route gevaarlijke stoffen als ruimtelijke ontwikkelingen daar aanleiding toe geven. 6. Voor risicocommunicatie wordt aangesloten bij de landelijke overheidscampagnes.
Buisleidingenstrook (reservering) Aan de noordwestzijde van het plangebied is een buisleidingenstrook gereserveerd voor toekomstige leidingen overeenkomstig de Structuurvisie Buisleidingen (zie afbeelding 4.5). Op dit moment is het nog onduidelijk wat voor soort leidingen hier komen te liggen. De buisleidingenstrook is nu gereserveerd voor aardgas, olieproducten en chemicaliën die provincie- en landoverschrijdend zijn. Volgens de Gasunie is de strook indertijd vastgesteld voor hoge druk aardgasleidingen met een maximale diameter van 48 inch. In principe is de strook bedoeld voor allerlei soorten stofcategorieën die vervoerd worden per leiding. Dit betekent dat met alle scenario's rekening dient te worden gehouden. Voor toxische leidingen geldt dat de 100% letaliteitscontour tot ruim 100 meter ver kan reiken. Er kunnen geen buitenactiviteiten plaats vinden binnen deze contour. Op advies van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu wordt er voor dit plan rekening gehouden met een toekomstige hogedruk aardgasleiding van maximaal 48 inch. Het invloedsgebied zal maximaal 580 meter bedragen bij een werkdruk van 80 bar. Bij de aanleg van een nieuwe leiding is de exploitant van de leiding verantwoordelijk dat de PR 10-6 per jaar contour van de leiding binnen de belemmeringsstrook blijft. Het plaatsgebonden risico zal daarom geen belemmering vormen voor het bestemmingsplan.
Vooruitlopend op de aanleg van leidingen is in dit bestemmingsplan de aanduiding 'vrijwaringszone buisleidingenstraat' opgenomen om het oprichten van nieuwe bouwwerken binnen de buisleidingenstrook te voorkomen.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
43
Afbeelding 4.5 Ligging reservering buisleidingenstrook
Beknopte verantwoording groepsrisico Vanwege de ligging binnen het invloedsgebied van de buisleidingenstrook dient op grond van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) het groepsrisico te worden verantwoord. In deze verantwoording wordt ingegaan op de aspecten zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid. In het kader van het wettelijk vooroverleg zal aanvullend advies gevraagd worden aan de veiligheidsregio. Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten, in hoeverre zij in staat zijn hun taken goed uit te kunnen voeren en om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/ adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen, maar ook de brandweerzorgnorm wordt hier onder geschaard. Ten aanzien van de aspecten bereikbaarheid en bluswatervoorziening hanteert de regionale brandweer de richtlijnen zoals beschreven in de NVBR publicatie “Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid”. Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
44
Uit bovengenoemde handreiking volgt het advies dat het plangebied goed bereikbaar moet zijn voor de hulpverleningsdiensten via twee van elkaar onafhankelijke aanvalswegen, waardoor in geval van werkzaamheden of calamiteiten het plangebied goed bereikbaar is. Het plangebied wordt nabij de buisleidingenstrook ontsloten door de Populierenlaan, de Randweg en de Rotterdamseweg. Deze route kan gebruikt worden als vluchtroute voor de aanwezige personen. Hiermee kunnen zij van de risicobron af vluchten (afhankelijk van welke risicobron). Gelet op bovenstaande zijn de bestrijdbaarheid en bereikbaarheid voor hulpdiensten goed te noemen. Bij toxische en hittescenario's is echter vaak niet vluchten maar schuilen de beste optie. De woningen en andere gebouwen bieden goede schuilmogelijkheden. Omdat het effect van een scenario met een gasleiding (hittescenario of toxisch scenario) meestal niet geneutraliseerd of beperkt kan worden door de brandweer (zeker bij een hittescenario kan de brandweer niet dichtbij genoeg komen), is de meest effectieve actie het afsluiten van de leiding (niet ter plaatse maar door de leidingeigenaar bij de dichtstbijzijnde afsluiter). Zelfredzaamheid Het uitgangspunt is dat de meerderheid van de aanwezige personen binnen het plangebied zelfredzaam zullen zijn. Aanwezige kinderen en ouderen worden beschouwd als minder zelfredzame personen.
Ouders/verzorgers begeleiden de kinderen en ouderen, zodat zij gezamenlijk kunnen vluchten. In het kader van een effectieve zelfredzaamheid kan er gedacht worden aan NL alert. Daarnaast dienen nooduitgangen niet aan de zijde van de risicobronnen te worden gerealiseerd en is het van belang dat aan de zijden van de risicobronnen zo min mogelijk glasoppervlak wordt gerealiseerd. Daarnaast zal de zelfredzaamheid worden vergroot door preventieve voorlichting/communicatie richting de omwonenden. Het is belangrijk in noodplannen een incident met de gasleiding/leidingenstrook te beschrijven als scenario en het handelingsperspectief te beschrijven. Een omroepinstallatie (voor het communiceren van instructies voor de aanwezigen) kan daarnaast erg nuttig zijn. Conclusie Het plan voldoet aan het beleid en de normstelling ten aanzien van externe veiligheid. Geconcludeerd wordt dat het aspect externe veiligheid de vaststelling van het plan niet in de weg staat.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
45
4.8
Kabels en leidingen
In het plangebied en de directe omgeving liggen, zoals in paragraaf 4.7 reeds is aangegeven, diverse planologisch relevante hogedruk aardgastransportleidingen. Deze bevinden zich met name aan de zuidzijde van het plangebied (ongeveer onder / parallel aan de Oosterparkweg / Hogeweg) en aan de westzijde van het plangebied (ongeveer onder / parallel aan de Eikendreef / Populierenlaan / westelijke plangrens). Deze zijn voorzien van de beschermende dubbelbestemming 'Leiding - Gas'. Voor het overige zijn er geen planologisch relevante leidingen zoals rioolpersleidingen of waterleidingen met een regionale functie. Ook komen er geen bovengrondse hoogspanningsverbindingen voor.
4.9
Luchtkwaliteit
Beleid en normstelling Bij de vaststelling van bestemmingsplannen moet vanuit het oogpunt van de gezondheid van de mens rekening worden gehouden met de luchtkwaliteit. Als gevolg van de uitvoering van het bestemmingsplan mogen de grenswaarden voor luchtkwaliteit, die zijn opgenomen in de Wet milieubeheer, niet worden overschreden. Onderzoek Beoordeling luchtkwaliteit In de 'Regeling niet in betekenende mate bijdrage (luchtkwaliteitseisen)' (Regeling NIBM) zijn voor verschillende functiecategorieën cijfermatige kwantificaties opgenomen, waarbij een ontwikkeling als een NIBM-project kan worden beschouwd. Deze categorieën betreffen landbouwinrichtingen, spoorwegemplacementen, kantoorlocaties, woningbouwlocaties en een combinatielocatie van woningbouw en kantoren. In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit bestemmingsplan is consoliderend van aard en er worden dan ook geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Daardoor is het vaststellen van dit bestemmingsplan aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, waardoor toetsing aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit niet nodig is.
Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt. In afbeelding 4.6. zijn de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 voor het peiljaar 2015 weergegeven. Deze concentraties zijn afkomstig uit de NSL-monitoringstool 2016.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
46
Afbeelding 4.6 Overzicht concentraties NO2, PM10 en PM2,5, peiljaar 2015 (NSL-monitoringstool 2016) Uit afbeelding 4.6 blijkt dat in de omgeving van het plangebied de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 respectievelijk maximaal 25 µg/m3, 20 µg/m3 en 12 µg/m3 bedraagt. De jaargemiddelde grenswaarde voor NO2 en PM10 (beide 40 µg/m3) en PM2,5 (25 µg/m3) wordt niet overschreden. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uurgemiddelde concentratie is maximaal 7, waardoor het maximum van 35 dagen niet wordt overschreden. De trend is dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. Conclusie In het plangebied wordt voldaan aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit staat de vaststelling van het plan niet in de weg.
4.10
Flora en fauna
Huidige situatie Het plangebied bestaat voornamelijk uit woongebied met op verspreid liggende locaties kleine bedrijvigheid, andere niet-woonfuncties en groenvoorzieningen. Beoogde ontwikkelingen Het bestemmingsplan is consoliderend van aard. Dit wil zeggen dat er geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Dit betekent dat binnen de juridische regeling geen grootschalige functieveranderingen en/of herinrichtingen mogelijk zijn. Het plan biedt wel ruimte tot kleinschalige ontwikkelingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het bouwen van aan- of bijgebouwen (al dan niet omgevingsvergunningplichtig) of het aanleggen van paden of verhardingen. Resultaten onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Aangezien het bestemmingsplan consoliderend van aard is, treden er door dit plan geen negatieve effecten op in de beschermde natuurgebieden. Soortenbescherming Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
47
Het bestemmingsplan is het besluit dat ingrepen mogelijk maakt en een aantasting van beschermde dier- of plantensoorten kan betekenen. Uiterlijk bij het nemen van een besluit dat ruimtelijke veranderingen mogelijk maakt, zal daarom zekerheid moeten zijn verkregen of verlening van ontheffing op grond van de wet Natuurbescherming nodig zal zijn en of het reëel is te verwachten dat deze zal worden verleend. Aangezien het plan conserverend van aard is, zijn er geen grote ruimtelijke ontwikkelingen te verwachten. Binnen de planregeling zijn wel kleinschalige ontwikkelingen mogelijk. Hierbij geldt de Wet Natuurbescherming altijd. Dat betekent dat van de initiatiefnemers wordt verwacht dat ze zich aan de bepalingen uit de wet houden en in elk geval altijd de zorgplicht toepassen. Conclusie Omdat het bestemmingsplan consoliderend van aard is, worden er niet direct ontwikkelingen mogelijk gemaakt. De Wet natuurbescherming staat hierdoor de vaststelling van dit bestemmingsplan dan ook niet in de weg.
4.11
Archeologie
Regelgeving en beleid Erfgoedwet De Monumentenwet 1988 is op 1 juli 2016 overgegaan in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt de voorgaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien is aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals deze in de oude wetten en regelingen gold, blijft gehandhaafd. Het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed was geregeld in zes verschillende wetten en een regeling, waarin roerend, onroerend en archeologisch erfgoed allemaal hun eigen specifieke definities, procedures en beschermingsmaatregelen hadden. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend.
Onderzoek
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
wie
welke
48
De gemeente Ridderkerk heeft in 2013 erfgoedbeleid en beleidsinstrumenten vastgesteld, waaronder de Archeologische Waarden- en Beleidskaart Ridderkerk. Hiermee is een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen gewaarborgd. Dit beleid sluit aan op en komt mede voort uit het rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het Europese 'Verdrag van Malta' is ontwikkeld en dat sinds 1 september 2007 van kracht is. Doel van het archeologisch beleid is (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden binnen een te ontwikkelen plangebied vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureauonderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek. De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen.
Bewoningsgeschiedenis Rond het jaar 1000 werden de veengebieden op IJsselmonde ontgonnen. Door het graven van sloten werd het veen ontwaterd, zodat het gebied geschikt werd voor bewoning en landbouw. De oudste middeleeuwse bewoningssporen zijn in het hart van IJsselmonde te vinden op een veenondergrond. Vindplaatsen uit de 11e - 13e eeuw in Ridderkerk zijn bekend uit het Reyerbos.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
49
Door het inklinken van de bodem als gevolg van het ontwateren van het veen kwamen de ontgonnen gebieden zo laag te liggen, dat ze door dijken beschermd moesten worden tegen binnendringend water. Op den duur ontstond zo in de centrale en oostelijke delen van IJsselmonde een grote polder, de Riederwaard. De oudst bekende vermelding van de waard dateert uit 1214. De voortgaande klink van het veengebied zorgde er uiteindelijk voor dat de bewoning daar tot een eind kwam en zich richting de rivieren de Maas en de Merwede verplaatste. Het plangebied bevond zich in de Late Middeleeuwen in het oosten van de Riederwaard. In de periode 1373-1375 gaat de Riederwaard als gevolg van overstromingen ten onder. De schade was enorm: nederzettingen als West-Barendrecht, Oost-Barendrecht en ook Ridderkerk verdronken en de uitgestrekte ontginningen van de Riederwaard gingen verloren. In een oorkonde uit 1064, waarover onder historici een discussie over de echtheid bestaat en die mogelijk van enige decennia later dateert, is sprake van een reeks goederen en kerken waaronder Riede iuxta Merewede ('Riede bij de Merwede'). Het dorp Riede of Ridderkerk is langs de Merwede, die vroeger tussen de Riederwaard en de huidige polder Donkersloot stroomde, ontstaan. In 1105 is sprake van een kerkelijke functionaris van Riede, terwijl een kerkgebouw voor het eerst in 1277 wordt vermeld.
Dit gebouw is bij de overstroming van de Riederwaard ten onder gegaan. Er wordt wel verondersteld dat de huidige Nederlands hervormde kerk zich min of meer op dezelfde plaats bevindt als de eerste kerk van Ridderkerk. Bevestigd is dit niet; booronderzoek wees uit dat de ophogingslagen van het huidige kerkhof zich op het overstromingsdek van 1373-1375 bevinden. Aanwijzingen voor voorafgaande bebouwing zijn niet vastgesteld. Op een plek zo'n kilometer ten noorden van de historische kern van het huidige Ridderkerk begon in 1371 heer Willem van den Woude met de bouw van een kasteel in de Riederwaard, Huis te Woude. Het was nog niet afgebouwd op het moment dat de Riederwaard overstroomde. Vertrouwend op een succesvolle herinpoldering van het gebied werd in 1418 begonnen met het herstel van de schade die het kasteel sinds 1373-1375 had opgelopen. In hetzelfde jaar echter werden de muren van het kasteel tijdens vijandelijkheden tussen de Hoeken en Kabeljauwen omver getrokken. Bij de herinpoldering van de gebieden van de oostelijke Riederwaard in de 15e eeuw zijn de restanten van het huis met een deel van het erbij horende land net buitendijks gebleven. Hierna raakt het terrein overdekt met sedimenten en werden de overblijfselen eeuwenlang aan het zicht onttrokken.
Pas eind jaren zestig van de vorige eeuw werden de ondergrondse resten van het kasteel weer blootgelegd en konden ze door opgravingen worden onderzocht. Het overstroomde land van de Riederwaard werd in de eeuwen die volgden op de rampjaren 1373-1375 in fasen weer ingedijkt. Het plangebied bevindt zich in het areaal van de voormalige polders Oud Reijerwaard (1404) en Nieuw Reijerwaard (1441). De polders waren van elkaar gescheiden door de Lagendijk. Deze dijk is ook nu nog goed te vervolgen in het huidige stratenpatroon in het plangebied. Op het punt waar de Lagendijk (Ringdijk/Westmolendijk) tegen de dijk langs de Noord (Merwede) aanliep, ontwikkelde zich in de noordelijke oksel het huidige dorp Ridderkerk met huizen en boerderijen om de kerk. Verdere bebouwing was op en langs de genoemde dijken te vinden. Eeuwenlang was dit het vertrouwde beeld van de nederzetting Ridderkerk. In het noorden van het plangebied ontwikkelde zich langs de Ringdijk de nederzetting Slikkerveer. In de 19e en 20e eeuw bevonden zich daar, buitendijks langs de Noord en de Nieuwe Maas, scheepswerven met toeleveringsbedrijven. Het overgrote deel van de mannelijke inwoners was werkzaam bij één van deze bedrijven. Aan het eind van de 20e eeuw sloten vele ondernemingen hun poorten Rond 1900 bestonden grote delen van het plangebied nog uit open poldergebied; alleen langs de dijken was bebouwing te vinden.
De afgelopen decennia is dat beeld drastisch veranderd; de weilanden en akkers zijn verdwenen en hebben plaatsgemaakt voor uitgestrekte wijken met duizenden woningen en bijbehorende voorzieningen. Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
50
Archeologische verwachting Over de bewoningsgeschiedenis van het plangebied in het Neolithicum (tot 2000 voor Chr.), Bronstijd (2000-800 voor Chr.) en IJzertijd (800 voor Chr.-begin jaartelling) zijn uit het bestemmingsplangebied geen gegevens bekend. Er zijn vanaf de jaren 1980 bij grondwerkzaamheden wel enkele vindplaatsen uit de Romeinse tijd en Middeleeuwen getraceerd. Voor het gehele plangebied geldt dan ook dat er in het bodemtraject top veen (Formatie van Nieuwkoop) - basis overstromingsdek van 1373 een middelgrote kans is op de aanwezigheid van sporen uit de Romeinse tijd en een middelgrote kans op de aanwezigheid van archeologische sporen uit de Late Middeleeuwen A en B tot 1373. Daar waar zich stroomgordels in de ondergrond bevinden, kunnen ook resten uit de prehistorie aanwezig zijn. Als gevolg van de 14e-eeuwse overstromingen kunnen eventueel oorspronkelijk in het plangebied aanwezige archeologische waarden uit de eraan voorafgaande perioden zijn geërodeerd.
De vindplaats Huis Te Woude verdient speciale aandacht. Het terrein staat op de CHS aangeduid als een terrein van hoge archeologische waarde (monumentnummer 6450). Het terrein heeft niet de status van beschermd rijksmonument, maar conform zowel de provinciale richtlijnen ten aanzien van archeologie in ruimtelijke planvorming, als de gemeentelijke regels omtrent het archeologiebeleid, zoals verwoord op de AWK Ridderkerk, staan behoud en bescherming van de archeologische waarden voor wat betreft dit terrein voorop. Verder zijn vooral de oude dijktracés kansrijk voor het aantreffen van bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen (vóór en na 1373) en de Nieuwe tijd. Het binnendijks gebied van het dorp Slikkerveer valt hier ook onder. Aanbevelingen Waarde - Archeologie 1 Voor de vindplaats Huis Te Woude (monumentnummer 6450, dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 1'), geldt in principe behoud in situ; dat wil zeggen op de oorspronkelijke locatie. Voor dit terrein geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden (inclusief heien) ongeacht de diepte en het terreinoppervlak van de verstoring.
Waarde - Archeologie 2 Voor de historische dijktracés (Waarde - Archeologie 2geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 50 cm beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlakte van meer dan 100 vierkante meter beslaan. Waarde - Archeologie 3 Voor de rest van het plangebied (Waarde - Archeologie 3) geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 50 cm beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlakte van meer dan 200 vierkante meter beslaan. Voor in dit gebied gelegen water geldt de onderwaterbodem als marge van toegestane verstoringsdiepte.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
51
Conclusie Voor de gronden die zijn aangemerkt als grote kans op het aantreffen van archeologische sporen in het plangebied moet, voorafgaand aan bouwwerkzaamheden (met per dubbelbestemming een verschillende verstoringsoppervlakte en verstoringsdiepte) een vergunning worden aangevraagd als de verstoringsmarges van het bestemmingsplan worden overschreden (per Waarde-Archeologie zijn de vrijstellingsmarges anders). De gemeente toetst dan in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning of een archeologisch onderzoek daadwerkelijk nodig is.
4.12
Cultuurhistorie
Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland heeft de Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland (CHS) vastgesteld. Inzet van de provincie is er op gericht het cultureel erfgoed te beschermen en versterken. De CHS is daarom opgenomen in de streekplannen en in de Nota Regels voor Ruimte. De CHS vormt de basis voor toetsing van en advisering over bestemmings- en bouwplannen van gemeenten en erfgoedaspecten.
Gemeentelijk beleid In september 2013 is het gemeentelijk beleid over cultuurlandschap en historische stedenbouw vastgesteld. In dit beleidsstuk is de ruimtelijke ontwikkelingsgeschiedenis van Ridderkerk beschreven.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
52
Afbeelding 4.7 Erfgoedbeleid gemeente Ridderkerk (bron: gemeente Ridderkerk)
Cultuurhistorische Waardenkaart Woongebieden Ridderkerk Ridderkerk beschikt met de Kerksingel, de dijkprofielen, de Kerkweg en de restanten van het voormalig agrarisch landschap over een cultuurhistorisch waardevolle kern. In 2018 is een Cultuurhistorische Waardenkaart voor de woongebieden van Ridderkerk vastgesteld (Bijlage 1 Dorp Stad & Land (5 juli 2018) Cultuurhistorische waardenkaart woongebieden Ridderkerk). De waardering van cultuurhistorische elementen is gebaseerd op de criteria zoals opgesteld door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Voorbeelden van criteria zijn zeldzaamheid, representativiteit, conservering en gaafheid. Als er gesproken wordt over cultuurhistorie in relatie tot ruimtelijke ordening wordt vaak een onderscheid gemaakt in historische geografie en historische bouwkunst. Historische geografie gaat over landschappelijke en stedenbouwkundige elementen en structuren zoals dijken, slotenpatronen, stratenpatronen en verkavelingen. Historische bouwkunst heeft betrekking op bebouwing en architectuur.
Historische geografie
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
53
Door de woongebieden van van Ridderkerk lopen een aantal historische structuren: de Lagendijk, de Ringdijk, de Benedenrijweg en de Kerkweg. Tot aan de 20e eeuw breidde Ridderkerk zich langs deze wegen uit. Een groot deel van de cultuurhistorisch waardevolle elementen bevinden zich dan ook langs één van deze lijnen.
Afbeelding 4.8 Topografische kaart Ridderkerk 1934 (bron: www.topotijdreis.nl)
De historische structuren in de woongebieden van Ridderkerk zijn onderverdeeld in zeer hoge, hoog en redelijk hoog gewaardeerde structuren.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
54
Afbeelding 4.9 Historische geografie ter hoogte van plangebied (bron: Stichting Dorp, Stad en Land)
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
55
De volgende historische structuren bevinden zich in het plangebied:
Slikkerveer Zeer hoog gewaardeerde structuren Ÿ Ÿ
Blaakwetering (A) Dijklint Ringdijk Oost (B)
Hoog gewaardeerde structuren Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ
Dijklint Ringdijk Noord (C) Kievitsweg (D) Nassaustraat (E) Oranjestraat en Electropark (F) Willemstraat & Plantsoen met tuinmuur (G) Dwarsstraten Electrostraat, Amaliastraat, Prins Hendrikstraat (H)
Redelijk hoog gewaardeerde structuren Ÿ
Wederopbouw woongebeid (I)
Ridderkerk-Centrum, -West, -Oost en Drievliet Zeer hoog gewaardeerde structuren Ÿ
Dijklint Lagendijk (J)
Hoog gewaarde structuren Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ
Begraafplaats Vredehof (K) Dijklint Middenmolendijk (N) Dijklint Oudelandseweg - Oosterparkweg (O) Polderweg Kerkweg (P) Polderweg Kruisweg en restant polderlandschap (M) De Blaak Wederopbouw-ensemble Jhr. Van Karnebeekstraat, Mr. Troelstrastraat, Jhr. De Savornin Lohmanstraat, Mr. Kesperweg (Q)
Redelijk hoog gewaardeerde structuren Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ
Polderweg Hogeweg en fragment polderlandschap (S) Wederopbouw-ensemble Slotemaker de Bruinestraat, Talmastraat en de Dr. Kuyperstraat (R) Wederopbouw-ensemble Vondellaan, A.M. de Jonghstraat, Huygensplantsoen (T) Wederopbouw-ensemble De Mérodelaan (U)
Historische bouwkunst Binnen de woongebieden van Ridderkerk is diverse historische bouwkunst. De historische bouwkunst is onderverdeeld in bouwkunst met zeer hoge, hoge en redelijk hoge waarde. Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
56
Afbeelding 4.10 Historische bouwkunst ter hoogte van plangebied (bron: Stichting Dorp, Stad en Woongebied Ridderkerk vastgesteld, juni 2023
57
Land) De panden op onderstaande adressen zijn aangemerkt als historische bebouwing en bevinden zich in het plangebied. Voor een uitgebreide beschrijving van de kenmerken per pand wordt verwezen naar het rapport 'Cultuurhistorische Waardenkaart Woongebieden Ridderkerk' (Bijlage 1).
Slikkerveer Zeer hoog gewaardeerde bouwkunst Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ
Benedenrijweg 161-179, Ringdijk 216-316 Bourgondischelaan 1 (Wilhelminakerk) Kievitsweg 71, 73A-H Kievitsweg 112 Oranjestraat 91-93 Oranjestraat 1010-103 Ringdijk 35 Ringdijk 136 Ringdijk 408 Ringdijk 410 Ringdijk 456-458 Willemstraat 257
Hoog gewaardeerde bouwkunst Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ