Statutenwijziging OZHW.pdf
Tekst van het document
STATUTENWIJZIGING Stichting Onderwijsgroep Zuid-Hollandse Waarden voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs Heden, … , verscheen voor mij, …, notaris te …; te dezen handelende als schriftelijk gevolmachtigde van het college van bestuur zulks met goedkeuring van de raad van toezicht van de statutair te gemeente Barendrecht gevestigde, kantoorhoudende te 2992 ZB Barendrecht, Hakwei 2, stichting: Stichting Onderwiisgroep Zuid Hollandse Waarden voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs, welke stichting is ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel onder nummer 62127721; hierna ook te noemen: "de stichting".
INLEIDING De comparante verklaarde: dat in de bestuursvergadering van de stichting, op … te gemeente Barendrecht gehouden, van de notulen van welke vergadering een uittreksel aan deze akte is gehecht, met algemene stemmen werd besloten de statuten van de stichting te wijzigen, terwijl voorts werd besloten de statuten geheel opnieuw vast te stellen; dat de raad van toezicht voorafgaand het besluit tot statutenwijziging heeft goedgekeurd, zulks blijkens een aan deze akte hechte verklaring; dat de comparant, in gemelde vergadering werd gemachtigd tot het doen passeren en tekenen van de notariële akte, voormelde statutenwijziging inhoudende; dat van deze machtiging blijkt uit gemeld uittreksel van de notulen van bedoelde vergadering; Ter uitvoering van gemeld besluit van het college van bestuur van de stichting verklaarde comparante de statuten te wijzigen zodanig dat voortaan zal bestaan een stichting onder de volgende:
STATUTEN Artikel 1 Naam. De Stichting draagt de naam: Onderwijsgroep Zuid-Hollandse Waarden voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs, afgekort als OZHW. Artikel 2 Begripsbepalingen. In deze statuten wordt verstaan onder: a.
gemeenten: de gemeenten Alblasserdam, Barendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Krimpenerwaard, Ridderkerk en Zwijndrecht;
b.
gemeenteraden: de gemeenteraden van de gemeenten;
c.
GMR: de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de scholen voor primair onderwijs van de Stichting;
d.
MR: de medezeggenschapsraad van de school voor voortgezet onderwijs van de Stichting;
e.
scholen: de scholen voor openbaar primair en voortgezet onderwijs, die door de Stichting in stand worden gehouden;
f.
Stichting: de Stichting Onderwijsgroep Zuid-Hollandse Waarden voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs;
g.
WPO: de Wet op het primair onderwijs; en
h.
WVO: de Wet op het voortgezet onderwijs.
Artikel 3 Zetel en tijdsduur. 1.
De Stichting is gevestigd in de gemeente Barendrecht.
2.
De Stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.
Artikel 4 Doel. 1 . Het doel van de Stichting is: a.
het in stand houden van openbare scholen, het doen geven en bevorderen van primair onderwijs en al hetgeen met vorenstaand verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn - in de ruimste zin des woords - in de gemeenten Alblasserdam, Barendrecht, Ridderkerk en Zwijndrecht conform de WPO en/of andere onderwijswetgeving;
b.
het in stand houden van openbare scholen, het doen geven en bevorderen van voortgezet onderwijs en al hetgeen met vorenstaand verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn - in de ruimste zin des woords - met vestigingen in de gemeenten Barendrecht, Krimpenerwaard, Ridderkerk en Zwijndrecht conform de WVO en/of andere onderwijswetgeving. Om haar doel te bereiken kan de Stichting - zonder daarbij het maken van winst te beogengebruik maken van alle wettelijk geoorloofde middelen die daaraan dienstbaar zijn.
2.
De door de Stichting in stand gehouden scholen dragen bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden, zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. Het openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing.
3.
De scholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing.
Artikel 5 Vermogen. Het tot verwezenlijking van het doel van de Stichting bestemde vermogen wordt gevormd door:
a.
rijksbekostiging;
b.
vergoedingen voor de door de Stichting verleende diensten;
c.
subsidies, giften en donaties;
d.
hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten, met dien verstande dat erfstellingen slechts kunnen worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving;
e.
hetgeen op andere wettelijk geoorloofde wijze verkregen wordt.
Artikel 6 Organen. 1.
De Stichting kent de volgende organen: -
raad van toezicht;
-
college van bestuur.
2.
Zowel de raad van toezicht als het college van bestuur kunnen, al dan niet uit hun midden, commissies instellen, die onder verantwoordelijkheid van de raad van toezicht respectievelijk het college van bestuur belast kunnen worden met aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het betreffende orgaan behoren.
3.
Het instellende orgaan stelt nadere regels vast voor de werkwijze en samenstelling van de commissies.
Artikel 7 College van bestuur; samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag, belet en ontstentenis. 1.
De Stichting wordt bestuurd door een college van bestuur, bestaande uit ten minste één en ten hoogste drie natuurlijke personen. De raad van toezicht bepaalt het aantal leden dat deel uitmaakt van het college van bestuur.
2.
Het college van bestuur wordt benoemd door de raad van toezicht, met inachtneming van de voordrachtsrechten als hierna bepaald. De raad van toezicht benoemt een van de leden van het college van bestuur tot voorzitter van het college van bestuur. In het geval het college van bestuur uit één natuurlijke persoon bestaat, is dit lid tevens voorzitter van het college van bestuur.
3.
Het competentieprofiel van de te benoemen leden van het college van bestuur wordt vastgesteld door de raad van toezicht. Bij de samenstelling van het college van bestuur houdt de raad van toezicht er rekening mee, dat het college van bestuur affiniteit heeft met zowel het primair als het voortgezet onderwijs. De raad van toezicht kan - indien overgegaan moet worden tot de vervulling van een vacature - besluiten tot een aanvulling dan wel een nadere detaillering van het competentieprofiel.
4.
De raad van toezicht stelt een benoemingsadviescommissie in, die een voordracht opstelt voor de benoeming van de leden van het college van bestuur. In de benoemingsadviescommissie hebben in elk geval zitting twee leden van de raad van toezicht, een lid van de GMR en een lid van de MR. De samenstelling, taak en werkwijze van deze
benoemingsadviescommissie wordt in een door de raad van toezicht vast te stellen reglement nader uitgewerkt. 5.
De leden van het college van bestuur kunnen worden geschorst door de raad van toezicht. De schorsing van een lid van het college van bestuur vervalt, indien de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of verlenging van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, met ingang van de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman.
6.
De leden van het college van bestuur kunnen worden ontslagen door de raad van toezicht. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin het ontslag aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman.
7.
De leden van het college van bestuur kunnen worden benoemd voor onbepaalde dan wel voor bepaalde tijd.
8.
Het lidmaatschap van het college van bestuur eindigt door:
a.
vrijwillig aftreden;
b.
het verstrijken van de duur van de benoeming, behoudens de eventuele herbenoeming;
c.
beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de Stichting;
d.
ontslag door de rechtbank;
e.
onder curatelestelling;
f.
overlijden.
9.
In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien. In het geval om welke redenen dan ook een of meer bestuursleden ontbreken, vormen de overblijvende bestuursleden niettemin een wettig college van bestuur. Bij ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur of van het enig (overgebleven) lid van het college van bestuur wordt het college van bestuur waargenomen door één persoon die daartoe door de raad van toezicht is of wordt aangewezen. Gaat de raad van toezicht niet binnen twee weken tot een zodanige aanwijzing over dan wordt het college van bestuur waargenomen door de persoon die daartoe door de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waar de Stichting statutair is gevestigd, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen.
10.
De raad van toezicht is belast met het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden, bezoldiging en onkostenvergoedingen van de leden van het college van bestuur.
Artikel 8 College van bestuur: taak en bevoegdheden. 1.
Het college van bestuur is belast met het besturen van de Stichting. Bij de vervulling van zijn taak richt het college van bestuur zich naar het belang van de Stichting, het belang van de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving.
2.
Het college van bestuur heeft al die taken en bevoegdheden met betrekking tot het bestuur van de Stichting die niet bij of krachtens de wet en deze statuten aan anderen zijn toegekend.
3.
Het college van bestuur stelt strategisch beleid voor de Stichting vast en op basis van dat beleid concrete doelstellingen van de scholen, die door de Stichting in stand worden gehouden. Hierbij rekening houdend met de belangen van hen die bij die scholen zijn betrokken en rekening houdend met de eisen die de samenleving aan openbaar onderwijs stelt. Het college van bestuur legt in het jaarverslag verantwoording af over de mate waarin de vastgestelde strategische ambitie wordt gehaald.
4.
Het college van bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen. Hieronder zijn tevens begrepen besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. De in de vorige volzin bedoelde besluiten zijn onderworpen aan de goedkeuring van de raad van toezicht.
5.
Voorts heeft het college van bestuur voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot:
a.
de vaststelling van de (meerjaren)begroting en het jaarverslag;
b.
de vaststelling van een strategisch meerjarenplan;
c.
het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de raad van toezicht vastgesteld bedrag;
d.
de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek dan wel een ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden of voorwaarden;
e.
het aanpassen van de arbeidsvoorwaarden van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd, tenzij de verplichting daartoe voortvloeit uit een collectieve arbeidsovereenkomst;
f.
een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling;
g.
het wijzigen en vaststellen van het bestuursreglement;
h.
het stichten, alsmede (het aanvaarden van) van een bestuursoverdracht, samenvoeging of splitsing van een school;
i.
opheffing van een school, niet zijnde enkel een nevenvestiging/locatie;
j.
juridische fusie of juridische splitsing van de Stichting;
k
het wijzigingen van de statuten en het ontbinden van de Stichting.
6.
leder lid van het college van bestuur heeft één stem. Alle besluiten van het college van bestuur worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
7.
De vergaderingen van het college van bestuur zijn openbaar. Het college van bestuur kan besluiten (een deel van) de vergadering achter gesloten deuren te houden, indien naar het oordeel van het college van bestuur het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen het belang van de Stichting of het belang van de bescherming van de privacy van personen.
8.
De raad van toezicht stelt een reglement vast, waarbij in ieder geval een regeling wordt gegeven omtrent het intern toezicht op het college van bestuur.
9.
Tegen de achtergrond van de benodigde deskundigheid dragen de leden van het college van bestuur zorg voor voortdurende persoonlijke ontwikkeling. Het functioneren van de leden van het college van bestuur wordt jaarlijks door de raad van toezicht beoordeeld.
Artikel 9 Vertegenwoordiging. 1.
Het college van bestuur alsmede ieder lid van het college van bestuur afzonderlijk vertegenwoordigt de Stichting, voor zover uit de WPO en VWO niet anders voortvloeit.
2.
Het college van bestuur kan besluiten tot de verlening van volmacht aan derden, om de Stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
3.
Wanneer het college van bestuur of een lid van het college van bestuur een tegenstrijdig - in de zin van (in)direct persoonlijk - belang heeft met de Stichting, wordt hiervan tijdig melding gedaan bij de eventuele medebestuurder(s) en de raad van toezicht. De Stichting wordt in dat geval bij te nemen besluiten vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van toezicht dan wel de voorzitter van de raad van toezicht krijgt een goedkeuringsbevoegdheid ten aanzien van het te nemen besluit van de overgebleven bestuurder(s).
Artikel 10 Extern toezicht op de Stichting door de gemeenteraden. 1.
De gemeenteraden oefenen toezicht uit op de Stichting in de zin van de WPO en de WVO door - wanneer zulks naar het oordeel van de gemeenteraden geboden is - de bevoegdheden te gebruiken die aan de gemeenteraden zijn toegekend bij deze statuten en de WPO en WVO.
2
De in het eerste lid van dit artikel bedoelde bevoegdheden omvatten:
a.
het goedkeuren van een besluit tot wijziging van de statuten van de Stichting;
b.
het goedkeuren van een besluit tot ontbinding van de Stichting, juridische fusie - waarbij de Stichting verdwijnt - of juridische splitsing, waarbij een in standgehouden openbare school overgaat naar een andere rechtspersoon dan de Stichting;
c.
het voorzien in het bestuur in geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur van de Stichting of functioneren in strijd met de wet.
3.
Het college van bestuur en de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten zijn het Convenant Gemeentelijk toezicht Openbaar Onderwijs overeengekomen, waarin onder andere nadere afspraken zijn gemaakt over:
a.
het verstrekken van informatie aan de gemeenten door de Stichting;
b.
het voeren van periodiek overleg tussen de gemeenten en de Stichting;
c.
de wijze waarop het overleg genoemd onder b plaatsvindt.
Artikel 11 Intern toezicht op het bestuur door de raad van toezicht. 1.
Het intern toezicht op het college van bestuur is opgedragen aan de raad van toezicht.
2.
De raad van toezicht staat het college van bestuur met raad ter zijde.
3.
De raad van toezicht is belast met:
a.
het goedkeuren van besluiten, zoals genoemd in artikel 8, vierde en vijfde lid van deze statuten;
b.
het aanwijzen van een accountant;
c.
het goedkeuren van een statutenwijziging, zoals genoemd in artikel 16, eerste lid van de statuten;
d.
het goedkeuren van het besluit tot ontbinding van de Stichting, zoals genoemd in artikel 17, eerste lid van de statuten;
e.
het goedkeuren van het besluit tot juridische fusie of juridische splitsing van de Stichting, zoals genoemd in artikel 18, eerste lid van de statuten;
f.
het toezien op de naleving door het college van bestuur van de code goed bestuur, zoals genoemd in de WPO en de WVO;
g.
het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de school verkregen op grond van de wet;
h.
het toezien op de naleving door het bestuur van wettelijke verplichtingen.
4.
De raad van toezicht legt in het jaarverslag verantwoording af over de uitvoering van haar toezichthoudende taken en bevoegdheden.
Artikel 12 Raad van toezicht: samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag, belet en ontstentenis. 1.
De raad van toezicht bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste zeven natuurlijke personen. De raad van toezicht bepaalt het aantal leden waaruit de raad van toezicht bestaat. De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraden.
2.
De gemeenteraden benoemen:
a.
een derde van het aantal leden van de raad van toezicht op bindende voordracht van de oudergeledingen van de GMR en de MR;
b.
een lid van de raad van toezicht op bindende voordracht van de GMR en de MR;
c.
de overige leden van de raad van toezicht op bindende voordracht van de raad van toezicht. De uitkomst van de breuk - genoemd onder a van dit lid - wordt naar boven afgerond.
De benoeming geschiedt met inachtneming van een door de raad van toezicht opgestelde en openbaar gemaakt competentieprofiel, waarin de noodzakelijke competenties van de raad van toezicht en de afzonderlijke leden van de raad van toezicht worden beschreven. De in dit lid genoemde voordrachten worden voorbereid door een benoemingsadviescommissie. In de benoemingsadviescommissie hebben in elk geval twee leden van de raad van toezicht, een lid van de GMR en een lid van de MR zitting. De werkwijze van deze benoemingsadviescommissie wordt in een door de raad van toezicht vast te stellen reglement nader uitgewerkt. 3.
De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaar. Aftreden geschiedt volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar. Herbenoeming is slechts eenmaal mogelijk. Het lid dat in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd.
4.
Leden van de raad van toezicht kunnen niet zijn personen die:
a.
in dienst zijn van de Stichting alsmede hun partner en bloed- en aanverwanten tot de tweede graad;
b.
lid zijn of gedurende de afgelopen twee jaren lid zijn geweest van het college van bestuur;
c.
lid zijn van het college van Burgemeester en Wethouders of de gemeenteraad van een van de gemeenten;
d.
lid zijn van de MR of de GMR;
e.
als advocaat, procureur, gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de Stichting dan wel ten behoeve van de wederpartij van de Stichting;
f.
als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten met de Stichting;
g.
rechtstreeks betrokken zijn bij het leveren van goederen of diensten aan de Stichting die direct verband houden met de doelstelling van de Stichting.
5.
De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter aan.
6.
De gemeenteraden zijn - na overleg met de raad van toezicht - bevoegd een lid van de raad van toezicht te ontslaan. Het betrokken lid van de raad van toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich ten overstaan van de gemeenteraden en de raad van toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman.
7.
De raad van toezicht kan een lid van de raad van toezicht schorsen. De schorsing van het lid van de raad van toezicht vervalt, indien de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of verlenging van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. Het lid van de raad van toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman.
8.
Eventuele toekenning van vacatiegelden aan leden van de raad van toezicht en onkostenvergoedingen aan leden van het bestuur en de raad van toezicht geschiedt op basis van een door de raad van toezicht vastgesteld en op hoofdlijnen in het jaarverslag openbaar gemaakt reglement. Jaarlijks wordt door het bestuur uitdrukkelijk in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van deze regeling aan het bestuur en de raad van toezicht zijn uitgegeven.
9.
Het college van bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de Stichting die deze mocht verlangen. De raad van toezicht is bevoegd -met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving op het terrein van de bescherming van persoonsgegevens - inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de Stichting.
10.
De raad van toezicht kan zich voor rekening van de Stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen.
11.
Het lidmaatschap van de raad van toezicht eindigt door:
a.
vrijwillig aftreden;
b.
het verstrijken van de duur van de benoeming, behoudens de eventuele herbenoeming;
d.
ontslag door de rechtbank;
e.
onder curatelestelling;
f.
ontslag door de gemeenteraden;
f.
overlijden.
12 .
In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht behoudt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door de gemeenteraden is of wordt aangewezen. Gaan de gemeenteraden niet binnen twee weken nadat zij op de hoogte zijn gesteld van de ontstentenis of belet van alle leden van de raden van toezicht niet over tot een aanwijzing van een of meer waarnemers dan wordt de raad van toezicht waargenomen door de persoon die daartoe door de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waar de Stichting statutair is gevestigd, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt/en aangewezen.
13.
Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de Stichting, het belang van de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving.
Artikel 13 Raad van toezicht: werkwijze. 1.
In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
2.
De raad van toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich
tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden zich voor het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 3.
Een lid van de raad van toezicht kan zich door een ander lid van de raad van toezicht ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen. Eén lid van de raad van toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen.
4.
Zo nodig stelt de raad van toezicht nadere regels omtrent zijn werkwijze vast in het reglement, zoals bedoeld in artikel 8, achtste lid van deze statuten.
Artikel 14 Boekjaar, jaarstukken. 1.
Het boekjaar van de Stichting is het kalenderjaar.
2.
Jaarlijks stelt het college van bestuur voor de aanvang van het boekjaar een begroting en meerjarenbegroting vast. De begroting en meerjarenbegroting behoeven de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het college van bestuur zendt de begroting en meerjarenbegroting binnen twee weken na vaststelling aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten.
3.
Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de Stichting stelt het college van bestuur een jaarverslag vast over dat boekjaar. Het jaarverslag behoeft de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het college van bestuur zendt het jaarverslag binnen twee weken na vaststelling aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten.
4.
Het jaarverslag wordt ondertekend door het college van bestuur en de voorzitter van de raad van toezicht.
5.
De raad van toezicht draagt het bestuur op het jaarverslag te doen onderzoeken door een door de raad van toezicht aangewezen accountant.
Artikel 15 Vrijwaring en vrijtekening. 1.
De Stichting stelt iedere persoon die, vanwege het feit dat hij lid van het College van bestuur of lid van de raad van toezicht van de Stichting is of was, als partij betrokken was of is of als een op diens betrokkenheid als partij uitlopende ontwikkeling aannemelijk is bij een op handen zijnde, aanhangige of beëindigde actie of procedure van welke aard dan ook, door of namens de Stichting dan wel door derden ingesteld, schadeloos voor alle nadelige financiële gevolgen, daaronder begrepen kosten en boetes, die hij in werkelijkheid en redelijkerwijze heeft moeten dragen in verband met een dergelijke actie of procedure, mits hij heeft gehandeld op een wijze die hij redelijkerwijze kon beschouwen in het belang van of niet tegen de belangen van de Stichting te zijn, en tenzij (en voor zover) het doen van een beroep op deze regeling in strijd zou zijn met de goede trouw.
2.
Een schadeloosstelling door de Stichting bedoeld in het vorige lid geschiedt na een vaststelling dat een lid van het college van bestuur of het lid van de raad van toezicht voldaan heeft aan de van toepassing zijnde gedragsnorm genoemd in het vorige lid.
Artikel 16 Statutenwijziging. 1.
Het college van bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de instemming van de gemeenteraden.
2.
Het besluit van het college van bestuur tot statutenwijziging wordt genomen in een voltallige vergadering van het college van bestuur. Is de vergadering van het college van bestuur waarin een besluit tot statutenwijziging aan de orde niet voltallig, dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de bedoelde vergadering, waarin het besluit kan worden genomen, ongeacht het aantal aanwezigen.
3.
Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken.
4.
Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt.
5.
Het college van bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.
Artikel 17 Ontbinding en vereffening. 1.
Het college van bestuur is bevoegd de Stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot ontbinding is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraden. Het bepaalde in artikel 16 lid 2 is van overeenkomstige toepassing op een besluit van het college van bestuur tot ontbinding van de stichting.
2.
Voorts zijn de gemeenteraden, in geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of functioneren in strijd met de wet als bedoeld in de WPO en de WVO, bevoegd zo nodig de Stichting te ontbinden.
3.
Tenzij de raad van toezicht anders besluit, is het college van bestuur met de vereffening belast.
4.
De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.
5.
De raad van toezicht stelt de bestemming van het batig liquidatiesaldo vast. Een eventueel batig liquidatiesaldo wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling met een gelijksoortige doelstelling of van een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die een soortgelijke doelstelling heeft.
6.
Na de ontbinding blijft de Stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten
zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de Stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie". 7.
Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het in lid 3 van het voorgaande artikel vermelde register.
Artikel 18 Juridische fusie en juridische splitsing. 1.
Het college van bestuur is bevoegd te besluiten tot een juridische fusie en een juridische splitsing van de Stichting. Dit besluit is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht.
2.
Het bepaalde in artikel 16 lid 2 is van overeenkomstige toepassing op een besluit van het college van bestuur tot juridische fusie en juridische splitsing.
3.
Een besluit tot juridische fusie waarbij de Stichting verdwijnt is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraden. Een besluit tot juridische fusie waarbij de Stichting als verkrijgende rechtspersoon optreedt is niet onderworpen aan een zodanige goedkeuring.
4.
Een besluit tot juridische splitsing van de Stichting ten gevolge waarvan een door de Stichting in standgehouden openbare school overgaat naar een andere rechtspersoon dan de Stichting, is onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraden. Andere besluiten tot juridische splitsing zijn niet onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraden.
Artikel 19 Slotbepalingen. 1.
In alle gevallen waarin de bepalingen van deze statuten in strijd blijken te zijn met de WPO en WVO, prevaleren de WPO en WVO.
2.
In alle gevallen de Stichting betreffende waarin deze statuten niet voorzien, beslist de raad van toezicht.
De comparant is mij, notaris, bekend. WAARVAN AKTE verleden te … op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. De inhoud van de akte is aan de comparant opgegeven en toegelicht. De comparant heeft verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen, tijdig voor het verlijden van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen en met de inhoud in te stemmen. Onmiddellijk daarna is de akte beperkt voorgelezen en onmiddellijk door de comparant en mij, notaris, ondertekend. Volgt ondertekening. UITGEGEVEN VOOR AFSCHRIFT