CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

RKC rapport Woonbeleid 2010-2020 Oog voor wonen in uitvoering.pdf

Commissie Samen wonen RK 30 september 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 5: Rapport rekenkamercommissie “Oog voor wonen in uitvoering”3.153 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oog voor wonen in uitvoering Rekenkameronderzoek naar het woonbeleid in Ridderkerk (2010-2020)

De rekenkamercommissieleden: De heer J.J. Démoed (voorzitter) De heer W.de Lange De heer P.J.M. van der Valk

September 2021

BESTUURLIJKE NOTA Inleiding Het woonbeleid van gemeenten is een onderwerp dat om verschillende redenen veel aandacht vraagt. Landelijke ontwikkelingen als ‘urbanisatie’, ‘ontgroening’ en ‘vergrijzing’ van de bevolking zorgen vaak voor een mismatch op de huizenmarkt, maar er is ook sprake van een achterblijvende woningbouwproductie en een toename van alleenstaanden. De gemeente Ridderkerk is hierop geen uitzondering. Om die reden heeft de rekenkamercommissie van Ridderkerk besloten om onderzoek te laten doen naar het woonbeleid van de gemeente. Het doel van dat onderzoek was tweeledig; enerzijds om het woonbeleid en de uitvoering daarvan in kaart te brengen, anderzijds om een nader licht te werpen op de rol van de raad. In dat kader zijn er verschillende relevante documenten bestudeerd, zijn er gesprekken gevoerd met bestuurders, ambtenaren en raadsleden en zijn externe samenwerkingspartners aan de hand van een digitale enquête bevraagd. In dit eerste deel van het rapport, de bestuurlijke nota, staan de belangrijkste conclusies en aanbevelingen, de bestuurlijke reactie van het college en het nawoord van de rekenkamercommissie. De bevindingen staan in het tweede deel, de onderzoeksrapportage.

Conclusies Uit de bevindingen vloeien een aantal conclusies voort: 1. De gemeente voert een dynamisch woonbeleid, maar de vertaling naar uitvoering vraagt om aandacht Een blik op de periode 2010-2020 suggereert dat de gemeente een dynamisch woonbeleid voert. Hoewel de woningstrategie uit 2010 snel verouderd raakte, werd de koers naar aanleiding van relevante ontwikkelingen in de omgevingsvisie van 2017 bijgesteld. Dat de gemeente ervoor kiest om van de nieuwe woningstrategie een ‘levend’ document te maken, past bij een gemeente die oog heeft voor verandering en niet dogmatisch vasthoudt aan eerder vastgestelde beleidsdoelen. De vertaling naar uitvoering vraagt wel om aandacht. Het is bemoedigend dat de gemeente een uitvoeringsagenda op wil stellen, zeker als deze geschoeid wordt op het werkboek uit 2010. Of en in hoeverre de gemeente hierin slaagt – en ervoor zorgt dat de uitvoeringsagenda actueel blijft – is echter bepalend voor het kunnen realiseren van de nieuwe doelen en ambities. 2. De samenwerking met externe partners verloopt goed, verbreding en intensiveren zijn belangrijkste uitdagingen De gemeente werkt nauw samen met een aantal externe samenwerkingspartners. Binnen de gemeente zijn dit met name de woningcorporaties, buiten de gemeente vooral andere gemeenten in de regio.

Deze samenwerking verloopt over het algemeen goed; de gemeente heeft regelmatig overleg met de woningcorporaties en weet de eigen wensen en belangen ondanks de status als relatief kleine gemeente goed over het voetlicht te brengen. Een grote uitdaging voor de komende jaren is om deze samenwerking te verbreden. Zo wordt er op dit moment nauwelijks samengewerkt met zorg- of onderwijsinstellingen en slaagt de gemeente er beperkt in om particuliere woningeigenaren bij het woonbeleid te betrekken. Daarnaast is het raadzaam om sommige bestaande samenwerkingen te 1

intensiveren. Voor zover dit het onderzoek dat heeft kunnen vaststellen, heeft de gemeente bijvoorbeeld niet met alle woningcorporaties prestatieafspraken gemaakt. 3. De gemeente is er beperkt in geslaagd om gestelde doelen te behalen en het zicht hierop ontbreekt Met het oog op de periode 2010-2020 valt op dat de gemeente er slechts in enkele gevallen aantoonbaar in is geslaagd om geformuleerde ambities te realiseren. Waar dit het geval is, komt dit dikwijls ofwel doordat gemaakte afspraken vooral een inspanningsverplichting behelsden, dan wel doordat de doelen werden bijgesteld. Belangrijker is echter dat het zicht van de gemeente op het behalen van veel doelen ontbreekt. Dit onderzoek heeft bijvoorbeeld niet kunnen vaststellen in hoeverre doelen met betrekking tot herstructurering, transformatie en doorstroming zijn behaald. Ten aanzien van thema’s als leefbaarheid en verstedelijking heeft de gemeente weliswaar actie ondernomen, maar ook het effect van deze actie is onbekend. Een uitzondering zijn de (kwantitatieve) afspraken met de woningcorporaties; deze worden over het algemeen goed gemonitord. 4. De informatievoorziening aan de gemeenteraad is op orde, maar raadsleden ervaren beperkte grip De gemeenteraad wordt zowel op gezette momenten als tussentijds geïnformeerd over het woonbeleid.

Ook kan de raad aanvullende vragen stellen en zijn antwoorden over het algemeen snel en volledig. Toch ervaren veel raadsleden een gebrek aan grip. Dit komt enerzijds door het ontbreken van inzicht in regionale cijfers en ontwikkelingen, anderzijds doordat raadsleden het lastig vinden om de (vaak) kwantitatieve informatie goed te duiden. Daarnaast valt op dat de informatievoorziening zich hoofdzakelijk richt op de regio of de prestatieafspraken met woningcorporaties, dat resultaten niet altijd expliciet worden gekoppeld aan doelstellingen en dat informatie over meer kwalitatieve beleidsdoelen ontbreekt. Tot slot geven raadsleden zelf aan dat zij ook niet altijd beschikken over de vereiste expertise om het woonbeleid in detail te controleren. Overigens moet ook worden vastgesteld dat de raad niet of nauwelijks gebruik maakt van de mogelijkheid om aanvullende vragen te stellen. 5. De gemeenteraad maakt ondanks de beperkte sturingsruimte goed gebruik van beschikbare mogelijkheden, maar worstelt met zijn eigen rol Gezien de beperkte sturingsruimte die de gemeente ten aanzien van het thema wonen heeft, is het niet verbazingwekkend dat die ruimte ook voor de raad beperkt is. Toch maakt de raad goed gebruik van beschikbare mogelijkheden, bijvoorbeeld door moties in te dienen. Ook is de raad actief betrokken bij het opstellen van de nieuwe woningstrategie.

Aandachtspunten zijn onder meer dat het thema wonen vooral op sleutelmomenten aandacht krijgt en dat de raad het woonbeleid soms weinig integraal beziet. Zelf geven raadsleden aan dat ze worstelen met hun sturende rol. Dat zit hem niet zozeer in de hoeveelheid sturingsmogelijkheden, als wel in de vraag waarop de raad zou moeten en willen sturen. Hoewel de meningen hierover verschillen, is een gemene deler dat de raad het lastig vindt om ten aanzien hiervan een consistente lijn te trekken.

2

Aanbevelingen Deze conclusies geven aanleiding tot de volgende aanbevelingen: 1. Zorg voor een goede vertaling naar uitvoering en actualiseer deze geregeld Goed woonbeleid houdt niet op bij het formuleren van doelen en ambities. Pas als het woonbeleid wordt vertaald naar concrete uitvoeringsplannen, wordt duidelijk hoe de gemeente bepaalde doelen en ambities gaat realiseren. Ook voor dergelijke uitvoeringsplannen geldt echter dat ze snel achterhaald raken als omstandigheden veranderen, of als de achterliggende doelen en ambities worden aangepast. Om die reden is het niet alleen zaak om de nieuwe woningstrategie te voorzien van een concrete uitvoeringsagenda, maar ook om ervoor te zorgen dat deze periodiek wordt geactualiseerd. Gezien de status van de nieuwe woningstrategie als een ‘levend’ document, ligt het voor de hand om dergelijke actualisering gelijktijdig met die van de woningstrategie te laten plaatsvinden. 2. Verbreed de samenwerking met externe partners en intensiveer bestaande samenwerkingen Om de kans op het realiseren van geformuleerde ambities zo groot mogelijk te maken, is het van belang dat de gemeente hiervoor alle beschikbare middelen inzet. Samenwerkingspartners zijn daarbij zowel een belangrijke bron van informatie, als een manier om gestelde doelen in de praktijk te brengen.

De huidige samenwerking met woningcorporaties is een goede basis, maar de gemeente kan nog stappen zetten in het zoeken van samenwerking met projectontwikkelaars, makelaars, zorg- en onderwijsinstellingen en particuliere woningbezitters. Ook kunnen bestaande samenwerkingen verder worden versterkt, bijvoorbeeld door ook met de twee kleinere woningcorporaties prestatieafspraken te maken en in de prestatieafspraken met Wooncompas ook concrete(re) afspraken te maken over onderwerpen als leefbaarheid en zorg. 3. Investeer in periodieke monitoring en maak geboekte resultaten inzichtelijk Een effectieve uitvoering van het woonbeleid staat of valt bij goede monitoring. Alleen als duidelijk is welk effect het beleid heeft, kunnen er geïnformeerde keuzes worden gemaakt over de inzet van gebruikte middelen en de haalbaarheid van gestelde doelen. Dat het voor de periode 2010-2020 vaak onduidelijk is welke resultaten er zijn geboekt, is in dat opzicht een punt van zorg. Het opstellen van de nieuwe woningstrategie is dan ook een uitgelezen kans om ook dit aspect van het woonbeleid te vernieuwen. Het opstellen van een lijst met criteria zou bijvoorbeeld kunnen helpen om inzichtelijk te maken waar de uitvoering van het woonbeleid aan kan worden afgemeten. Ook zou dit kunnen helpen om vooraf duidelijk te maken welke informatie hiervoor moet worden verzameld. 4.

Versterk de informatievoorziening en versterk de kennispositie van de raad Om de grip van de raad op het woonbeleid te vergroten, is het vooral van belang om verstrekte informatie vaker te voorzien van duiding. Daarbij gaat het zowel om de betekenis van bepaalde cijfers of informatie, als de norm waaraan die cijfers of informatie kunnen worden gespiegeld. Aan de andere kant zou het zicht van de raad op regionale ontwikkelingen versterkt kunnen worden, bijvoorbeeld door regionale cijfers in de vorm van een dashboard beter toegankelijk te maken. Zelf zou de raad er goed aan doen om te verkennen hoe aanwezige kennis en expertise beter kan worden benut. Het instellen van een of meer raadsrapporteurs voorkomt bijvoorbeeld dat alle raadsleden zich in detail in

3

het woonbeleid moeten verdiepen en faciliteert het de onderlinge informatiedeling. Tot slot zou de raad moeten overwegen om bij het ontbreken van informatie deze vaker zelf op te vragen. 5. Faciliteer een gesprek over de rol van de raad en benader het woonbeleid waar mogelijk integraal Als de raad zijn sturende en controlerende taak de komende jaren goed wil vervullen, helpt het als duidelijk is wat raadsleden van elkaar en het college kunnen verwachten. Het faciliteren van een gesprek hierover lijkt dan ook noodzakelijk. Consensus bereiken over de rol en betekenis van visie zou een doel kunnen zijn, maar een dergelijk gesprek biedt ook kansen om in brede zin te verkennen wanneer en in welke vorm sturing en controle wenselijk, effectief of noodzakelijk is. Om die reden strekt het ter aanbeveling om ook het college bij dit gesprek te betrekken. Daarnaast zou de raad er goed aan doen om het woonbeleid vaker integraal te bezien, bijvoorbeeld door naast ‘zuivere’ woononderwerpen als de hoeveelheid en soort huizen ook onderwerpen als natuur, mobiliteit en voorzieningen in overwegingen omtrent het woonbeleid mee te nemen.

4

Reactie college van B&W

Rekenkamercommissie Ridderkerk Mw. C. Garama, Secretaris

Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n): -

Ons kenmerk: Contact: Telefoonnummer: E-mailadres: Datum:

367639 Mw. A. Blankendaal 0180-451623 a.blankendaal@bar-organisatie.nl

Betreft: Bestuurlijke reactie op het rekenkameronderzoek “Woonbeleid in Ridderkerk”

Geachte mevrouw Garama, Met aandacht en belangstelling hebben wij kennis genomen van het rekenkameronderzoek “Woonbeleid in Ridderkerk”. In deze brief geven wij onze reactie op het uitgevoerde onderzoek en de door u geformuleerde conclusies en aanbevelingen. Doelstelling rekenkameronderzoek “Woonbeleid in Ridderkerk” Het doel van het onderzoek in opdracht van de rekenkamercommissie was tweeledig. Enerzijds om het woonbeleid en de uitvoering daarvan in kaart te brengen. Anderzijds om een nader licht te werpen op de rol van de raad. In de Bestuurlijke nota staan de belangrijkste conclusies en aanbevelingen die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen. Reactie op de conclusies en aanbevelingen uit de Bestuurlijke nota De conclusies en aanbevelingen zijn op veel punten herkenbaar voor de periode 2011-2020. In een aantal conclusies herkennen we ons niet. Daarnaast hebben we een deel van uw aanbevelingen al meegenomen in (het opstellen van) de nieuwe Woonvisie Ridderkerk 2021-2026. Dit proces liep parallel aan het rekenkameronderzoek. Hieronder vindt u per aanbeveling onze reactie. 1. Zorg voor een goede vertaling naar uitvoering en actualiseer deze geregeld Op 1 juli 2021 heeft de gemeenteraad de Woonvisie Ridderkerk 2021-2026 vastgesteld. Voor de uitvoering van de Woonvisie hebben we het Uitvoeringsprogramma 2021-2023 opgesteld.

Hierin zijn de acties en maatregelen voor de eerstkomende jaren concreet uitgewerkt. Het Uitvoeringsprogramma is een ‘spoorboekje’ voor het blijven werken aan de Woonvisie en de maatregelen die daarin staan benoemd. Het is een flexibel document dat periodiek bijgesteld zal worden aan de hand van voortschrijdend inzicht. In het Uitvoeringsprogramma is ook opgenomen dat we in 2023 een nieuw Uitvoeringsprogramma gaan opstellen voor de periode 2024-2026. We zijn er dan ook van overtuigd dat hiermee de uitvoering en actualisatie van de nieuwe Woonvisie voldoende is geborgd.

Verbreed de samenwerking met externe partners en intensiveer bestaande samenwerkingen Onderdeel van een goede regie op de sturing en uitvoering van de nieuwe Woonvisie is een goede communicatie, afstemming en intensievere samenwerking met stakeholders op het gebied van wonen. We richten daarvoor twee samenwerkingstafels in rond de belangrijkste opgaven: 1. Samenwerkingstafel Woningbouw en Herstructurering Deze bestaat uit de gemeente, lokaal werkzame corporaties, projectontwikkelaars en makelaars. 2. Samenwerkingstafel Wonen en Zorg Deze bestaat uit de gemeente, zorginstellingen, welzijnsstichtingen, ouderenvertegenwoordigers en corporaties. Met deze Samenwerkingstafels willen we de samenwerking met onder andere projectontwikkelaars, makelaars en zorginstellingen verbeteren. Uw conclusie dat er nauwelijks samengewerkt wordt met onderwijsinstellingen bevreemdt ons. Met de schoolbesturen is regelmatig contact en de samenwerking verloopt goed. Ook in de conclusie dat de gemeente er maar beperkt in slaagt particuliere woningeigenaren bij het woonbeleid te betrekken herkennen we ons niet. De nieuwe Woonvisie is tot stand gekomen na intensieve gesprekken met veel partijen, waaronder inwoners met een eigen woning. Hiervoor heeft in december 2020 een online bewonersbijeenkomst plaatsgevonden.

Verder heeft de concept Woonvisie van 17 april t/m 7 mei 2021 ter inzage gelegen via onze website. Zowel voor de online bewonersbijeenkomst als de ter inzage legging hebben diverse berichten in de lokale krant De Combinatie gestaan en zijn berichten via online kanalen verspreid. Daarnaast heeft maar een zeer beperkt deel van particuliere woningeigenaren interesse in het meepraten over het woonbeleid. Met woningbouwvereniging Samenwerking Slikkerveer gaan we op korte termijn in gesprek voor het maken van prestatieafspraken. Vorig jaar hebben we woningbouwvereniging Samenwerking Slikkerveer laten weten dat wij eerst een nieuwe vastgestelde Woonvisie wilden hebben, omdat deze de basis vormt voor het maken van prestatieafspraken. Het woningbezit van woningbouwvereniging Bolnes is dusdanig klein (36 woningen), dat we geen noodzaak zien om prestatieafspraken te maken. Een jaarlijks bestuurlijk overleg vinden wij op dit moment voldoende. Wooncompas nodigen we uit om deel te nemen aan de beide Samenwerkingstafels. We verkennen aanvullende maatregelen om doorstroming van ouderen te faciliteren. Hierover hebben we al prestatieafspraken gemaakt. Daarnaast willen we aanvullende prestatieafspraken maken met Wooncompas en andere stakeholders over investeringen in woon-zorgconcepten en aanpassing van bestaande woningen.

Om de leefbaarheid in de wijken te bevorderen hebben we met Wooncompas, politie en welzijnsstichting Facet al concretere afspraken gemaakt in het convenant “Samenwerking leefbaarheid in de wijken Ridderkerk 2020-2023”. Deze afspraken worden jaarlijks gemonitord in de “Leefbaarheidsmonitor Ridderkerk”.

2. Investeer in periodieke monitoring en maak geboekte resultaten inzichtelijk We herkennen ons in de conclusie dat beperkt is aangetoond in hoeverre de gestelde doelen en ambities in de Woningbouwstrategie Ridderkerk uit 2011 zijn behaald. Er heeft in de periode 2011-2020 geen duidelijke monitoring plaatsgevonden. Uitzondering hierop is de monitoring van de prestatieafspraken met Wooncompas. In 2016 waren nieuwe prestatieafspraken met Wooncompas (destijds Woonvisie) overeengekomen voor de periode 2016-2020. Vanaf 2017 hebben we de raad jaarlijks met een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de monitor prestatieafspraken, het jaarverslag van het voorafgaande jaar en de voornemens voor het komende jaar van Wooncompas. We zien, net zoals u, een kans om voor de doelen en ambities van de nieuwe Woonvisie de monitoring te verbeteren. We stellen voor de raad jaarlijks met een raadsinformatiebrief hierover te informeren. De komende periode bekijken we welke informatie we hiervoor moeten verzamelen om dit goed inzichtelijk te maken. 3. Versterk de informatievoorziening en versterk de kennispositie van de raad We herkennen deels het beeld van het ontbreken van inzicht in regionale cijfers en ontwikkelingen. Begin 2019 is het “Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018-2030” getekend.

In 2020 is door het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (SvWrR) de Monitor Regioakkoord ontwikkeld, waarin de vijf doelen uit het Regioakkoord worden gemonitord. De monitor van 2019 is pas in december 2020 afgerond. In februari 2021 hebben we de raad hierover met een raadsinformatiebrief geïnformeerd, waarbij we ook duiding aan de cijfers hebben gegeven. Het rekenkameronderzoek liep toen echter al. Vanaf 2017 is de raad wel met de jaarlijkse raadsinformatiebrief over Wooncompas over de belangrijkste regionale ontwikkelingen geïnformeerd. We blijven de raad jaarlijks informeren over de Monitor Regioakkoord en regionale ontwikkelingen, waarbij we aandacht hebben voor de duiding van de cijfers. Uiteraard is het aan raad hoe de raad zelf haar kennispositie kan versterken. We kunnen ons vinden in de aanbevelingen die u hiervoor doet. 4. Faciliteer een gesprek over de rol van de raad en benader het woonbeleid waar mogelijk integraal Zeer recent op 1 juli 2021 hebben we met de raad in de meest brede en actuele vorm gesproken over het woonbeleid tijdens de behandeling van de Woonvisie Ridderkerk 2021-2026.

Bij (de voorbereiding van) het opstellen van de nieuwe Woonvisie hebben we de raad op diverse belangrijke momenten betrokken om de raad sturingsruimte te geven: het vaststellen van de startnotitie, het bespreken van de analysenotitie, het uitnodigen voor stakeholdersbijeenkomsten, het bespreken van de concept Woonvisie en het vaststellen van de definitieve Woonvisie. Indien de raad aanvullend op de nieuwe Woonvisie met het college in gesprek wil gaan over het woonbeleid staat het college hiervoor open. Daarnaast heeft de nieuwe Woonvisie een integraler karakter dan de voormalige Woningbouwstrategie. Een intern breed samengesteld projectteam heeft hieraan bijgedragen. Duurzaam wonen, wonen en zorg en leefbare wijken worden als centrale thema’s benoemd. Ook is de verbinding gelegd met diverse andere vastgestelde Ridderkerkse beleidsstukken.

Tot slot Wij danken u voor uw onderzoek en de daaruit voortvloeiende aanbevelingen. Het heeft ons inzicht gegeven in wat we kunnen verbeteren aan de uitvoering van het woonbeleid en de informatievoorziening aan de raad. Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk, de secretaris,

de burgemeester,

dhr. H.W.J. Klaucke

mw. A. Attema

Nawoord rekenkamercommissie De rekenkamercommissie dankt het college voor zijn reactie. Zij waardeert dat het college in de brief van 26 augustus 2021 aangeeft dat de conclusies en aanbevelingen op veel punten herkenbaar zijn voor de periode 2011-2020. Terecht merkt het college op dat door het parallelle verloop van het onderzoek en (het opstellen van) de nieuwe Woonvisie Ridderkerk 2021-2026 bepaalde zaken en aanbevelingen achterhaald zijn. Dit is voor de rekenkamercommissie bij de start van dit onderzoek reden geweest om de focus ook te leggen op de rol van de raad.

Het college noemt de flexibele Uitvoeringsprogramma’s 2021-2023 en 2024-2026, de Samenwerkingstafels, de Leefbaarheidsmonitor Ridderkerk en de raadsinformatiebrieven in antwoord op de aanbevelingen over monitoring en informatievoorziening. Het is inderdaad aan de raad om aan te geven hoe de kennispositie versterkt kan worden. De rekenkamercommissie is blij dat de aanbevelingen van toepassing kunnen zijn bij het verdere traject, waarin het college de raad kan faciliteren. Door met elkaar in gesprek te gaan kunnen raad en college verwachtingen en wensen naar elkaar uitspreken om de sturende en controlerende taak van de raad verder in te vullen.

Tenslotte bedankt de rekenkamercommissie de mensen die op welke wijze dan ook een bijdrage hebben geleverd aan dit onderzoek; te weten de geïnterviewde raads- en collegeleden, vertegenwoordigers van de ambtelijke organisatie en de uitvoerders van het onderzoek.

9

1

2

3

  

 

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/774/documents/29843