CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Regiomonitor beschermd wonen 2020.pdf

Gemeenteraad RK 27 januari 2022, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 12: Beleidsplan Beschermd wonen en maatschappelijke opvang 2022-20265.101 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1.

Regiomonitor beschermd wonen 2020

Onderzoek en Business Intelligence

1

Colofon Gemeente Rotterdam, afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI) Datum: Auteur(s):

23 april 2021 drs. M.E (Eva) Mandos

Beeldmateriaal De foto’s op pagina 4 en 6 zijn van locatie De Schuilplaats en pagina 14 locatie De Nok, beide van het CVD. De foto op pagina 11 is locatie Romanohof van Antes. Deze foto’s zijn geplaatst met toestemming van CVD en Antes. Vragen:

2

onderzoek@rotterdam.nl

Samenvatting Inleiding

gemeenten. Op het moment van opstellen van dit rapport ontbrak nog een aantal gegevens. De schatting

Sinds de decentralisatie in 2015 voert Rotterdam als centrumgemeente de indicaties voor beschermd wonen uit voor inwoners van Rotterdam en de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland en Ridderkerk. Beschermd wonen is een voorziening voor Geestelijke Gezondheidzorg (GGZ) voor mensen die intensief begeleiding nodig hebben. Het is een combinatie van 24 uurs toezicht en wonen. Bij beschermd wonen is wel sprake van begeleiding, maar niet van behandeling.

Ontwikkeling in aantallen Instroom In 2020 hebben bijna 450 mensen voor het eerst een indicatie voor beschermd wonen gekregen. De in 2018 ingezette daling na de piek in 2017 lijkt nu te stabiliseren. De trend is voor jongeren en volwassen vergelijkbaar Uitstroom De uitstroom in 2020 (tot aan 31 december) is vrijwel identiek aan die in 2019: van bijna 370 volwassenen en 110 jongeren is de indicatie beëindigd of afgelopen. Als we alleen kijken naar verzilverde indicaties, is het uitstroompercentage jaarlijks zo’n 22%. Daarnaast zijn nog eens 243 indicaties beëindigd op 31 december 2020. Dat zijn met name (verzilverde) AWBZ-indicaties. Vermoedelijk gaat het hier om een overheveling van mensen naar de Wlz. Totaal aantal indicaties Het aantal lopende indicaties op 1 januari is tussen 2017 en 2020 vrij stabiel. Het gaat om ongeveer 1.950 indicaties waarvan er zo’n 1.850 daadwerkelijk zijn verzilverd. Vanwege de hoge uitstroom op 31 december 2020 is het aantal indicaties op 1 januari 2021 lager dan de afgelopen jaren: 1.772 indicaties waarvan er tot nu toe 1.481 zijn verzilverd. Dat aantal zal nog oplopen.

Spreiding Op basis van secundaire analyses is een schatting gemaakt van de spreiding over de afzonderlijke

wordt dus nog geactualiseerd. Los daarvan is een waarschuwing op zijn plaats dat de bevindingen als indicatief moeten worden beschouwd. De analyses zijn gemaakt op basis van aannames en onvolledige gegevens. Desalniettemin geven ze bruikbaar inzicht ten behoeve van beleidsvorming. Instroom: gemeente van herkomst Van de mensen die in 2020 een indicatie kregen en deze ook verzilverde (354 personen), kwam (naar schatting) 64% uit Rotterdam en 13% uit de regiogemeenten. Dit beeld is vergelijkbaar met de voorgaande jaren. Uitstroom: gemeente van vestiging In 2020 werden 417 verzilverde indicaties beëindigd. Daarvan zijn 42 mensen overleden. Van de overige 375 mensen vestigde (naar schatting) 75% zich in Rotterdam en 9% in de regiogemeenten. Ook dit is vergelijkbaar met voorgaande jaren. Plaatsing: beschermd wonen locatie Van alle mensen die op 1 januari 2020 een verzilverde indicatie hadden, woonde 88% in een locatie in Rotterdam en 9% in een regiogemeente. Het aantal plaatsingen in de regiogemeenten is de laatste twee jaar iets lager dan voorheen. Voor 1 januari 2021 is het beeld tot nu toe ook vergelijkbaar (90% in Rotterdam, 9% in de regio), maar nog niet alle indicaties zijn verzilverd.

Verhouding instroom, uitstroom en plaatsing Gemiddeld genomen is in 2017 tot en met 2020 de instroom vanuit de regiogemeenten wat groter (11%) dan de uitstroom naar de regiogemeenten (9%), maar dit verschil is klein, zeker gezien de (on)nauwkeurigheid van de analyse. Het aantal plaatsingen in de regiogemeenten (gemiddeld 11%) is in verhouding met de instroom. Vanwege buitenregionale instroom is het aantal plaatsingen in een locatie in Rotterdam (gemiddeld 88%) hoger dan het aantal mensen dat afkomstig is uit Rotterdam (minder dan 70%). Ook de uitstroom naar Rotterdam (gemiddeld 75%) is groter dan de instroom uit Rotterdam.

3

4

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

6

1.1

Beschermd wonen

6

1.2

Leeswijzer

6

1.3

Bronnen en kwaliteit

6

Ontwikkelingen in aantallen

7

2.1

Nieuwe instroom

7

2.2

Herindicatie en herinstroom

7

2.3

Uitstroom

8

2.4

Aantal lopende indicaties voor beschermd wonen

10

Spreiding regiogemeenten 3.1

Herkomst

12 12

3.1.1

Zittend bestand op 1 januari

12

3.1.2

Nieuwe instroom per jaar

13

3.2

Plaatsingen

15

3.3

Uitstroom

16

3.4

Verhouding tussen instroom, plaatsing en uitstroom

17

5

1 Inleiding 1.1

Beschermd wonen

In 2015 is de financiering van beschermd en begeleid wonen overgegaan van het Rijk (via de AWBZ) naar gemeenten (WMO). Rotterdam voert als centrumgemeente de indicaties voor beschermd wonen uit voor inwoners van Rotterdam en de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht,

In hoofdstuk drie maken we een onderscheid naar de verschillende regiogemeenten. We kijken dan uit welke gemeente mensen afkomstig zijn, waar ze beschermd wonen en in welke gemeente ze zich vestigen na uitstroom.

1.3

Bronnen en kwaliteit

Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansin-

Voor het opstellen van dit overzicht wordt gebruik gemaakt

gerland en Ridderkerk.

van verschillende registratiesystemen. Deze systemen worden voor meerdere doeleinden ingezet. Het genereren

Beschermd wonen is een voorziening voor Geestelijke Ge-

van managementinformatie is daarmee op onderdelen erg

zondheidzorg (GGZ) voor mensen die intensief begeleiding

complex.

nodig hebben. Het is een combinatie van 24 uurs toezicht en wonen. Bij beschermd wonen is wel sprake van begelei-

Het is bij voorbeeld niet eenvoudig vast te stellen wanneer

ding, maar niet van behandeling.

er sprake is van een eerste indicatie, een herindicatie of een mutatie. Ook werd tot voor kort niet geregistreerd uit

Voorzieningen voor de doelgroep Verstandelijk beperkten

welke (regio-) gemeente een cliënt afkomstig is.

(VB) zijn in deze rapportage buiten beschouwing gelaten, omdat, anders dan bij de doelgroep GGZ, de afzonderlijke

De informatie in met name hoofdstuk drie van deze rappor-

gemeenten hiervoor zelf verantwoordelijk zijn.

tage (spreiding) moet als indicatief worden beschouwd. Er zijn schatting gemaakt op basis van aannames, beslisre-

1.2

gels en incomplete gegevens.

Leeswijzer

In hoofdstuk twee geven we een overzicht van de instroom en uitstroom van 2015 tot en met 2020 voor de hele regio tezamen, en het aantal herindicaties en herinstroom. We sluiten af met een overzicht van het aantal geldige indicaties op 1 januari 2015 tot en met 1 januari 2021.

Inleiding - Hoofdstuk 1 6

2 Ontwikkelingen in aantallen In 2020 hebben bijna 450 mensen voor het eerst een indicatie gekregen. De in 2018 ingezette daling na de piek in

2.1

Nieuwe instroom

2017 lijkt nu te stabiliseren. De trend is voor jongeren en volwassen vergelijkbaar.

Aantal afgegeven indicaties Onder nieuwe instroom verstaan we mensen die nog niet eerder (in ieder geval niet sinds 1-1-2015) een indicatie

Het komt voor dat er een indicatie is afgegeven, maar dat de plaatsing (nog) niet daadwerkelijk is gestart (c.q. verzil-

voor beschermd wonen hebben gehad1.

verd). Wanneer iemand wacht op een plaats, kan zo nodig

In tabel 2.1 en figuur 2.1.is het aantal nieuwe indicaties te zien. Tabel 2.1.

Daadwerkelijke plaatsing

Nieuwe instroom: aantal eerste indicaties beschermd wonen

een (extramuraal) overbruggingsarrangement worden geindiceerd2. Aanvragen voor BW In tabel 2.1 staat het aantal daadwerkelijk afgegeven indicaties. Het aantal aanvragen voor beschermd wonen kan

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Volwassenen

115

248

360

327

290

298

Jongeren

46

158

171

144

148

150

Totaal

161

406

531

471

438

448

hoger liggen. Soms haakt een cliënt namelijk af tijdens de ‘zorgvraagverheldering’. In die gevallen komt het niet tot een indicatie. Ook kan tijdens de zorgvraagverheldering blijken dat beschermd wonen niet de best passende voorziening is. Een eventuele verwijzer van de cliënt wordt hier-

Figuur 2.1.

Nieuwe instroom: aantal eerste indicaties beschermd wonen

van op de hoogte gesteld.

2.2

Herindicatie en herinstroom

Naast mensen die voor het eerst een indicatie krijgen voor

600

beschermd wonen, zijn er jaarlijks ook mensen die een in-

500

dicatie krijgen volgend op een eerdere BW-indicatie.

400 300

In deze monitor maken we daarbij vooralsnog geen onder-

200

scheid in mensen die een indicatie krijgen die direct aan-

100

sluit op een eerdere indicatie (herindicatie) en mensen die een indicatie krijgen nadat ze enige tijd geen BW-indicatie

0 2015

2016

Volwassenen

2017

2018

2019

Jongeren

2020

hebben gehad (herinstroom). In beide gevallen gaat het

Totaal

dus niet om nieuwe instroom3.

1 In deze monitor is er sprake van nieuwe instroom als iemand

3 Naast herindicaties kan er ook sprake zijn van tussentijdse muta-

sinds 2015 nooit eerder een intramurale indicatie heeft gehad. In de Raadsmonitor spreekt men van nieuwe instroom als er in het afgelopen halfjaar geen eerdere indicatie was. In beleidstukken over de doordecentralisatie is er sprake van nieuwe instroom als

ties, bijvoorbeeld wanneer een cliënt overstapt naar een andere locatie. Mutaties zijn in de tabellen (voor zover herkenbaar) niet meegerekend. Ook collectieve mutaties als gevolg van bijvoorbeeld tariefswijzigingen en stelselwijzigingen worden niet meegenomen

iemand niet eerder een WMO-indicatie heeft gehad. 2

Een overbruggingsarrangement is niet altijd nodig, bijvoorbeeld bij verblijf in een kliniek

Ontwikkelingen in aantallen – Hoofdstuk 2

7

In deze rapportage is sprake van een herindicatie of herinstroom als iemand een indicatie (dienstnummer) krijgt met een andere aanvraagdatum en een andere inhoud dan een eerdere indicatie. Dat betekent echter dat bijvoorbeeld een getrapte indicatie ook als herindicatie wordt gezien alsmede indicaties waarbij op een bepaald moment het element ‘dagbesteding’ wordt geactiveerd. Bij de doorontwikkeling van deze monitor wordt het naar verwachting moge-

Herindicatie en herinstroom vanuit de WMO De meeste WMO-indicaties voor beschermd wonen worden afgegeven voor twee jaar. Na afloop kan er dan sprake zijn van een nieuwe indicatie voor beschermd wonen. Maar het komt ook voor dat er al eerder een herindicatie is naar aanleiding van gewijzigde omstandigheden. Zoals gezegd komt het ook voor dat mensen pas na enige tijd opnieuw een indicatie krijgen (herinstroom).

lijk hier een beter onderscheid in te maken.

Logischerwijs neemt het aantal WMO- herindicaties in de eerste jaren na 2015 toe omdat er steeds meer mensen

Herindicatie en herinstroom vanuit de AWBZ

zijn die na een eerdere WMO-indicatie toe zijn aan een

De mensen die op 1 januari 2015 al gebruik maakten van

herindicatie (zie tabel 2.3). In de eerste helft van 2019 za-

beschermd wonen hadden een indicatie in het kader van

gen we bij de volwassenen voor het eerst een daling.

de AWBZ. Deze cliënten hadden overgangsrecht van

Tabel 2.3.

maximaal 1 jaar in geval van een PGB-indicatie en maxi-

Herindicatie en herinstroom: van WMO (BW) naar WMO (BW)

maal 5 jaar in geval van een ZIN-indicatie (dus uiterlijk tot 31 december 2019). Bij afloop van het overgangsrecht

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Volwassenen

13

52

144

273

222

566

Jongeren

11

71

96

105

85

94

Totaal

24

123

240

378

307

660

worden deze mensen geherindiceerd. In verband met de openstelling van de Wlz voor mensen met GGZ problematiek, is het overgangsrecht verlengd. In tabel 2.2 is te zien hoeveel mensen een WMO-indicatie voor beschermd wonen kregen, volgend op een AWBZ-indicatie. Tabel 2.2.

In 2020 is het aantal herindicaties bij jongeren vergelijk-

Herindicatie en herinstroom: van AWBZ (BW) naar WMO (BW)

baar met eerdere jaren. Bij volwassenen is het aantal herindicaties echter erg hoog (566). Dit heeft waarschijnlijk te

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Volwassenen

164

120

92

58

90

31

Jongeren

28

7

4

0

0

0

maken met het begin van de Coronacrisis. Toen zijn vanwege de beperkte mogelijkheden voor afspraken en overleg veel indicaties ambtshalve verlengd met een half jaar4. Bij jongeren is het aantal vervolgindicaties telkens relatief

Totaal

192

127

96

58

90

31

Logischerwijs nam het aantal herindicaties voor mensen met overgangsrecht de laatste jaren steeds verder af. In 2019 was er weer een stijging, en dan met name in de tweede helft van het jaar. Dit kan te maken hebben met een gerichte actie van de afdeling Stedelijke Zorg, waarin mensen zijn ‘gescreend’ die mogelijk kunnen overgaan naar de Wlz.

hoog.

2.3

Uitstroom

We spreken in deze rapportage van uitstroom wanneer een indicatie afloopt en er geen nieuwe indicatie voor beschermd wonen op volgt. Het kan hierbij gaan om mensen die na afloop van de indicatie een ander soort WMO-indicatie krijgen (bijvoorbeeld voor extramurale zorg), of mensen die overgaan naar een

4

Ontwikkelingen in aantallen - Hoofdstuk 2 8

In eerdere jaren zagen we ook wel eens een piek vanwege een collectieve administratieve wijziging die we buiten beschouwing lieten en die dus niet zichtbaar zijn in de tabel.

anders gefinancierde zorg (bijvoorbeeld Wlz). Uitstroom

Voor de beeldvorming is de uitstroom in 2020 daarom in

zonder enige vorm van vervolgzorg ligt niet voor de hand,

bijgaande figuur en tabellen gesplitst (31 december versus

maar kan (zeker in het geval van uitval) wel voorkomen.

rest van het jaar)

Voor een beperkt deel gaat het om voortijdige uitstroom, bijvoorbeeld bij overlijden of verhuizing naar een andere gemeente. Daarnaast komt het soms voor dat de indicatie al heel snel weer wordt beëindigd. Dan lijkt het erop alsof

Figuur 2.2.

Uitstroom: aantal aflopende indicaties

700 600

de indicatie niet echt verzilverd is.

500

In figuur 2.2 is de ontwikkeling van de uitstroom in de afgelopen jaren te zien. In tabel 2.2 en 2.3 zijn de aantallen weergegeven, uitgesplitst naar jongeren en volwassen en naar het soort indicatie (WMO of overgangsrecht AWBZ) In 2020 was de uitstroom opvallend hoog, maar als we de

400 300 200 100 0

uitstroom op 31-12-2020 apart nemen, dan is de uitstroom in de rest van het jaar waar wat meer vergelijkbaar met de vorige jaren.

Volwassenen

Jongeren

Totaal

De hoge uitstroom op 31 december heeft waarschijnlijk te maken met een overheveling van mensen naar de Wlz. Tabel 2.4.

Uitstroom: aantal aflopende indicaties vanaf 2015 naar leeftijdsgroep 2015

2016

2017

2018

2019

2020 tot 31 dec

31 dec 2020

Volwassenen

571

475

354

405

367

368

237

Jongeren

89

104

91

113

110

111

6

Totaal

660

579

445

518

477

479

243

Tabel 2.5.

Uitstroom: aantal aflopende indicaties vanaf 2015 naar soort indicatie 2015

2016

2017

2018

2019

2020 tot 31 dec

31 dec 2020

AWBZ

604

429

189

180

108

41

201

WMO

56

150

256

338

369

438

42

Totaal

660

579

445

518

477

479

243

In tabel 2.2 is te zien dat de uitstroom in 2020 (tot aan 31

In tabel 2.3 zien we dat het hoge aantal beëindigde indica-

december) vrijwel identiek is aan die in 2019 (bijna 480 vol-

ties op 31 december vooral AWBZ-indicaties zijn (die vrij-

wassenen en 110 jongeren. Een deel van deze indicaties

wel allemaal ook verzilverd waren).

(zo’n 13%) was overigens niet verzilverd. Er is dan dus eigenlijk niet echt sprake van uitstroom mar wel van het be-

Overigens blijkt dat de uitstroomaantallen telkens met te-

eindigen of aflopen van de indicatie en daarmee het recht

rugwerkende kracht wat naar beneden moeten worden bij-

op zorg.

gesteld. In een aantal gevallen is er blijkbaar alsnog sprake voortzetting van beschermd wonen. Daarnaast kan er

Ontwikkelingen in aantallen – Hoofdstuk 2

9

sprake zijn van herinstroom (na korte of langere tijd). Dan

Tabel 2.6.

Aantal indicaties op 1 januari vanaf 2015

is er, met terugwerkende kracht, geen sprake meer van uitstroom.

Verzilve-

Aantal

Verzilverd

1 januari 2015

ca. 2.400

niet bekend

1 januari 2016

2.139

2.010

94%

dag van het jaar te zien.

1 januari 2017

1.903

1.843

97%

Op 1 januari 2021 waren er in totaal zo’n 1.770 mensen

1 januari 2018

1.982

1.860

94%

1 januari 2019

1.939

1.843

95%

stroom op 31 december 2020.

1 januari 2020

1.969

1.852

94%

In de jaren 2017-2020 schommelt het aantal indicaties

1 januari 2021

1.772

1.481

84%

2.4

Aantal lopende indicaties voor beschermd wonen

In tabel 2.6 is het aantal lopende indicaties op de eerste

met een indicatie voor beschermd wonen. Dat zijn er duidelijk minder dan de afgelopen jaren, vanwege de hoge uit-

ringsgraad

rond de 1.950. Een deel van deze indicaties is echter (nog) niet verzilverd. De verzilveringsgraad is gemiddeld 95%. Dat betekent dat er de afgelopen jaren zo’n 1.850 verzilverde indicaties waren. Wanneer een indicatie niet verzil-

Tabel 2.7.

verd wordt, blijft gedurende de geïndiceerde periode wel

Aantal indicaties op 1 januari 2020 en 2021, naar type indicatie

het recht op zorg bestaan. 1 -1 2020

1 jan 2021

De verzilveringsgraad op 1 januari 2021 is nu nog laag (84%), maar de ervaring leert dat dit in de loop van het jaar nog zal toenemen5. In eerdere rapportages lag het aantal indicaties wat hoger (1,1% tot 3,7% hoger) dan hier gerapporteerd. Een nadere analyse laat zijn dat er telkens op 1 januari met terugwer-

WMO intramuraal (GGZ-ZIN)

1465

1551

AWBZ beschermd wonen

426

123

WMO extramuraal BW (GGZ-PGB)

78

98

1969

1772

Totaal

kende kracht zowel indicaties ‘verschijnen’ als ‘verdwijnen. Per saldo is er dus een bijstelling naar beneden. Uit controle van enkele gevallen blijkt dit vooral samen te hangen met een achterstand in de administratie en/of meldingen door de zorgaanbieders. Hierdoor worden nieuwe aanvragen soms met terugwerkende kracht toegekend en wordt ook uitstroom met terugwerkende kracht verwerkt.

5

Bij het onderscheid wel/niet verzilverd wordt niet gekeken naar het moment waarop de verzilvering start. Als een indicatie op enig moment wordt verzilverd, spreken we (ook op 1 januari) van Ontwikkelingen in aantallen - Hoofdstuk 2

10

een verzilverde indicatie, ook als dat op 1 januari nog niet het geval was.

Ontwikkelingen in aantallen – Hoofdstuk 2

11

3 Spreiding regiogemeenten Inleiding Dit hoofdstuk geeft inzicht in de spreiding van mensen over de verschillende gemeenten. We kijken daarbij naar drie onderdelen: 1.

Wat is de gemeente van herkomst van mensen die gebruik maken van BW

2.

Hoe zijn de daadwerkelijke BW-plaatsingen verdeeld over de gemeenten

3.

In welke gemeente vestigen mensen zich na uitstroom uit BW

mensen dat oorspronkelijk uit onze centrumregio afkomstig is en instroomt in beschermd wonen elders in het land6 De analyse van deze inzichten is gebaseerd op een koppeling van verschillende databronnen (waaronder de lokale BRP) en verschillende beslisregels over bijvoorbeeld het vaststellen van de gemeente van herkomst. Het gaat hierbij dus niet om ‘harde’ cijfers uit een registratie en er is ook geen wettelijke definitie van ‘gemeente van herkomst’. Het gaat dus om een indicatie op basis van aannames en schattingen. Voorbeeld: Bij het bepalen van de herkomst wordt het meest recente woonadres gezocht in de BRP. Hiervoor maken we gebruik van een lokale lijst met (zorg-) instellingen, briefadressen en dergelijke. Echter, wanneer iemand bijvoorbeeld in Ridderkerk woonde, wordt opgenomen in een kliniek in Goes en vervolgens instroomt in een BW-locatie, dan kan ten onrechte de herkomst als Goes worden vastgesteld, omdat wij het adres niet herkennen als instellingsadres. Adressen die vaak voorkomen worden alsnog toegevoegd aan de lijst met instellingsadressen, maar de lijst blijft onvolledig. Ook zien we bijvoorbeeld dat na uitstroom niet altijd een nieuw adres bekend is. In dit geval wordt het meest recente adres als woonplaats aangemerkt, ook al is dat wellicht niet actueel.

Deze informatie zou moeten worden opgevraagd bij alle andere centrumgemeenten in Nederland. Spreiding regiogemeenten - Hoofdstuk 3

12

Herkomst

3.1.1 Zittend bestand op 1 januari Uit een eerste analyse (zie tabel 3.1) bleek dat van de mensen die op 1 januari 2017 een daadwerkelijk verzilverde indicatie hadden, 69% afkomstig was uit Rotterdam en 10% uit de regiogemeenten. Dat wil zeggen dat ze daar, voor zover bekend, hun laatste woonadres hadden. Nog eens 8% kwam uit de overige gemeenten in de stadsregio Rotterdam en de rest (12%) uit de rest van Neder-

Deze rapportage geeft overigens geen zicht op het aantal

6

3.1

land (en een enkele keer uit het buitenland). De daaropvolgende jaren was deze verdeling vergelijkbaar. Dat is ook logisch omdat het voor een groot deel om dezelfde mensen gaat. We zien wel een heel kleine verschuiving naar meer instroom vanuit de regiogemeenten en minder uit Rotterdam, maar gezien de foutmarge die in deze analyse zit, moeten we voorzichtig zijn met conclusies over kleine verschillen. Tabel 3.1.

Gemeente van herkomst van mensen met een verzilverde indicatie op 1 januari 2017-2021 1 jan

1 jan

1 jan

1 jan

1 jan

2017

2018

2019

2020

2021

Rotterdam

69%

69%

68%

68%

66%

BARCKL*

10%

11%

12%

11%

11%

Stadsregio**

8%

7%

7%

7%

7%

Overig

12%

13%

13%

13%

15%

Totaal

100%

100%

100%

100%

100%

* Barendrecht, Albrandswaard, Ridderkerk, Capelle a/d IJssel, Krimpen a/d IJssel, Lansingerland ** Nissewaard, Spijkenisse, Brielle, Hellevoetsluis, Westvoorne, Maassluis, Schiedam, Vlaardingen

Tabel 3.2 geeft een schatting van het aantal mensen per gemeente(groep). Voor 1 januari 2021 gaat het om een

minimum omdat de verzilveringsgraad in de loop van het jaar toeneemt.

Om een indruk te krijgen van de ontwikkelingen in de in-

In Tabel 3.3. is de schatting per regiogemeente te zien voor 1 januari 2020 en (het minimum van) 2021. Tabel 3.2.

3.1.2 Nieuwe instroom per jaar stroom, is het inzichtelijker om per kalenderjaar te bekijken waar de nieuwe instroom vandaan komt. Dat is weergegeven in tabel 3.4 (in percentages) en tabel 3.5 (in geschatte

Gemeente van herkomst van mensen met een verzilverde indicatie op 1 januari 2017-2021, geschatte aantallen 1 jan

1 jan

1 jan

1 jan

1 jan

2017*

2018*

2019*

2020

2021*

Rotterdam

1300

1315

1287

1260

984

BARCKL

196

200

217

204

163

Stadsregio

153

142

141

138

109

Overig

229

247

239

250

226

Totaal

1878

1905

1884

1852

1481

aantallen) Ook hier kijken we alleen naar de (tot nu toe) daadwerkelijk verzilverde indicaties. De aantallen wijken dus wat af van die tabel 2.1. Het aandeel mensen dat instroomt uit Rotterdam schommelt jaarlijks rond de 66%. Bij de gezamenlijke regiogemeenten zijn er wat meer schommelingen (van 9% tot 14%). Dat komt ook omdat het om kleinere aantallen gaat. De verdeling in tabel 3.4 is globaal gezien vergelijkbaar met die in tabel 3.1. Dat laat dus zien dat de nieuwe instroom per jaar in grote lijnen vergelijkbaar is met de instroom uit eerdere jaren. Wel zien we dat de nieuwe in-

* Aantallen 2017-2019 komen uit een oudere analyse en zijn daarom hoger dan de actuele aantallen in tabel 2.6. Aantal 2021 is

stroom uit de gemeenten buiten de regio Rotterdam wat

voorlopig, want de verzilveringsgraad neemt nog toe

hoger is dan de bestaande populatie op 1 januari, en de instroom uit Rotterdam juist iets lager.

Tabel 3.3.

Gemeente van herkomst van mensen met een verzilverde indicatie op 1 januari 2020 en 2021, geschatte aantallen 1 jan 2020

1 jan 2021*

Albrandswaard

9

9

Barendrecht

26

18

Capelle a/d IJssel

85

69

Krimpen a/d IJssel

27

20

Lansingerland

19

19

Ridderkerk

38

27

Totaal

204

163

Tabel 3.4.

Gemeente van herkomst van nieuwe instroom, in percentages 2017

2018

2019

2020

Rotterdam

67%

66%

66%

64%

BARCKL

9%

14%

10%

13%

Stadsregio

7%

6%

7%

5%

Overig

18%

14%

18%

18%

Totaal

100%

100%

100%

100%

In de volgende tabellen staat de instroom per gemeente. Hierbij geldt weer de uitdrukkelijke waarschuwing dat het gaat om schattingen en niet om geregistreerde aantallen.

* voorlopige aantallen, verzilvering neemt nog toe

Spreiding regiogemeenten – Hoofdstuk 3

13

Tabel 3.5.

Gemeente van herkomst van nieuwe instroom, in geschatte aantallen 2017

2018

2019

2020

Rotterdam

282

251

234

227

BARCKL

37

54

34

47

Stadsregio

29

22

25

18

Overig

74

55

64

63

Totaal

422

382

357

354

Tabel 3.6.

Gemeente van herkomst van nieuwe instroom, in geschatte aantallen 2017

2018

2019

2020

Albrandswaard

1

6

0

1

Barendrecht

8

8

3

5

Capelle a/d IJssel

11

19

11

18

Krimpen a/d IJssel

6

8

10

9

Lansingerland

1

5

6

7

Ridderkerk

10

8

3

7

Totaal

37

54

34

47

Spreiding regiogemeenten - Hoofdstuk 3 14

3.2

Plaatsingen

Bijna 90% van de BW’ers woont op een locatie in Rotter-

Verklaringen voor schommelingen zijn bijvoorbeeld de slui-

dam en rond de 10% in een regiogemeente (zie tabel 3.5).

ting/opening van een locatie. En met name bij kleinere

De laatste twee jaar is het aandeel en het aantal plaatsin-

aantallen (zoals in Krimpen a/d/ IJssel) kan het zijn dat in-

gen in de regiogemeenten wat lager dan voorheen maar

dicaties toevallig net wel of net niet op 1 januari geldig zijn

de verschillen zijn klein.

en dus wel of niet meegeteld worden in dit overzicht.

Op het niveau van de afzonderlijke regiogemeenten zien

Het aantal plaatsingen op 1 januari 2021 is laag door de

we grotere verschillen tussen de jaren (zie tabel 3.9).

eerder vermelde uitstroom naar de Wlz maar zal nog wat stijgen door verzilvering in de loop van het jaar.

. Tabel 3.7.

Gemeente waar de indicatie is verzilverd (locatie van plaatsing) in percentages

Tabel 3.8.

Gemeente waar de indicatie is verzilverd (locatie van plaatsing) in percentages

1 jan

1 jan

1 jan

1 jan

1 jan

1 jan

1 jan

1 jan

1 jan

1 jan

2017

2018

2019

2020

2021*

2017

2018

2019

2020

2021*

Rotterdam

88%

87%

87%

88%

90%

Rotterdam

1659

1651

1635

1638

1332

BARCKL

11%

12%

12%

11%

9%

BARCKL

200

227

229

197

130

Stadsregio

0%

0%

0%

0%

0%

Stadsregio

4

7

2

4

4

Overig

1%

1%

1%

1%

1%

Overig

15

20

18

13

13

Totaal

100%

100%

100%

100%

100%

Totaal

1878

1905

1884

1852

1481

* voorlopige aantallen, verzilvering neemt nog toe

Tabel 3.9.

Gemeente waar de indicatie is verzilverd (locatie van plaatsing) per regiogemeente 1 jan 2017

1 jan 2018

1 jan 2019

1 jan 2020

1 jan 2021*

Albrandswaard

17

31

38

36

23

Barendrecht

19

28

53

48

23

Capelle aan den IJssel

77

92

52

43

42

Krimpen aan den IJssel

13

6

14

8

5

Lansingerland

18

15

15

14

10

Ridderkerk

56

55

57

48

27

Totaal

200

227

229

197

130

In deze tabellen zijn alleen de personen meegeteld die een

mensen verblijven met een WMO-indicatie van een andere

WMO-indicatie hebben van de centrumgemeente Rotter-

regio (of met een indicatie uit een andere financieringsbron

dam. Het geeft dus geen volledig beeld van alle BW’ers in

dan de WMO).

de regio, want er kunnen op verschillende locaties ook

Spreiding regiogemeenten – Hoofdstuk 3

15

3.3

Tabel 3.12.

Uitstroom

Gemeente van vestiging in geschatte aantallen 2017

2018

2019

2020*

Rotterdam

250

303

257

281

BARCKL

28

23

40

37

Stadsregio

10

6

28

14

Overig

55

37

41

43

Totaal

343

369

367

375

Als we alleen kijken naar mensen met een verzilverde indicatie, stroomt ruim 20% van de mensen die op 1 januari gebruik maakte van beschermd wonen in de loop van het jaar uit. Het uitstroompercentage is de afgelopen jaren wat toegenomen (zie tabel 3.8) maar ook hier gaat het om kleine (verwaarloosbare?) verschillen. De uitstroom op 31 december 2020 in verband met overgang naar de Wlz is hier overigens buiten beschouwing gelaten, omdat het hierbij niet echt gaat om mensen die uitstromen uit een instelling en zich elders vestigen. Tabel 3.10.

Overzicht uitstroom: beëindigde verzilverde indicaties (excl. overgang naar Wlz) 2017

2018

2019

2020*

Uitstroom

343

369

367

375

Overleden

42

43

52

42

Totaal

358

412

419

417

Uitstroom%

21%

22%

22%

23%

Tabel 3.13.

Gemeente van vestiging in geschatte aantallen 2017

2018

2019

2020*

Albrandswaard

6

2

7

8

Barendrecht

1

4

3

5

Capelle a/d IJssel

5

9

10

10

Krimpen a/d IJssel

4

2

6

4

* exclusief 31 december 2020 overgang Wlz

Lansingerland

6

5

4

6

Voor een deel gaat het om mensen die overlijden. Van de

Ridderkerk

6

1

10

4

Totaal

28

23

40

37

overige mensen is nagegaan in welke gemeente ze op dit moment staan ingeschreven. De nauwkeurigheid van de ze informatie laat te wensen over. Zo viel het op dat veel mensen na uitstroom (nog) staan ingeschreven op een adres wat bekent staat als ‘instellingsadres’. Mogelijk is deze informatie dus niet altijd actueel, en woont een deel van deze mensen inmiddels in een andere gemeente dan hieronder weergegeven. Tabel 3.11.

Gemeente van vestiging in percentages 2017

16

* exclusief 31 december 2020 overgang Wlz

2018

2019

2020*

Rotterdam

73%

82%

70%

75%

BARCKL

8%

6%

11%

9%

Stadsregio

3%

2%

8%

4%

Overig

16%

10%

11%

12%

Totaal

100%

100%

100%

100%

Spreiding regiogemeenten - Hoofdstuk 3

* exclusief 31 december 2020 overgang Wlz

3.4

Verhouding tussen instroom, plaatsing en uitstroom

Voor 2020 is de spreiding van de instroom, de bezetting en

Gemiddeld genomen is in 2017 tot en met 2020 de in-

de uitstroom nog eens weergegeven als figuur. Daarin is te

stroom vanuit de regiogemeenten wat groter (11%) dan de

zien dat het aandeel van de regiogemeenten (de groene

uitstroom naar de regiogemeenten (9%), maar dit verschil

punten) over de drie groepen redelijk vergelijkbaar is en

is klein, zeker gezien de (on)nauwkeurigheid van de ana-

dat het aandeel van Rotterdam (de blauwe vlakken) bij de

lyse. Het aantal plaatsingen in de regiogemeenten (gemid-

plaatsingen en uitstroom groter is dan bij de instroom.

deld 11%) is in verhouding met de instroom.

Als we de cijfers over een langere periode bekijken is het

Het aandeel plaatsingen in een locatie in Rotterdam (ge-

beeld vergelijkbaar met 2020.

middeld 88%) is hoger dan het aandeel mensen dat afkomstig is uit Rotterdam (minder dan 70%). Dat komt door buitenregionale instroom. Ook de uitstroom naar Rotterdam (gemiddeld 75%) is groter dan de instroom uit Rotterdam.

Figuur 3.1.

Vergelijking van instroom bezetting en uitstroom in 2020

Spreiding regiogemeenten – Hoofdstuk 3

17

Kennis voor een sterk Rotterdams beleid Onderzoek en Business Intelligence is een afdeling binnen de gemeente Rotterdam. De afdeling verzamelt informatie en doet onderzoek voor het maken en uitvoeren van beleid door de gemeente Rotterdam. Het onderzoek gaat over onderwerpen als gezondheid, zorg, onderwijs, reintegratie, demografie, ruimtelijke ordening en veiligheid. Soms is de gemeentelijke organisatie het onderwerp, vaker gaat het over de stad en haar bewoners. Het doel is steeds om met deze verzamelde kennis het beleid en de bedrijfsvoering van de gemeente te verbeteren.

Drs. Eva Mandos is psycholoog en onderzoeker op het terrein van OGGZ en Maatschappelijke Opvang.

Rotterdam.nl

18

Spreiding regiogemeenten - Hoofdstuk 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/832/documents/30997