Regels met bijlagen.pdf
Tekst van het document
Gemeente Ridderkerk Bestemmingsplan Woongebied Ridderkerk Vastgesteld
20 november 2025
2
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
3 3 10
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27 Artikel 28
Bestemmingsregels Agrarisch Bedrijf Bedrijf - Gasdrukmeet- en regelstation Detailhandel Dienstverlening Gemengd - 1 Gemengd - 2 Groen Horeca Kantoor Maatschappelijk Recreatie Sport Tuin Verkeer Verkeer - Verblijfsgebied Water Wonen Leiding - Gas Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Cultuurhistorie Waterstaat - Waterkering Waterstaat - Waterstaatkundige functie Waterstaat - Waterwinningswerken
11 11 13 17 18 20 21 22 24 25 26 27 29 31 32 33 34 35 36 40 42 44 46 48 49 50 51
Hoofdstuk 3 Artikel 29 Artikel 30 Artikel 31 Artikel 32 Artikel 33 Artikel 34 Artikel 35
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Bestaande afstanden en bestaande andere maten Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
53 53 54 56 57 59 60 63
Hoofdstuk 4 Artikel 36 Artikel 37
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
65 65 66
Bijlage 1
Staat van bedrijfsactiviteiten
Bijlage 2
Staat van horeca-activiteiten Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
3
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 1.1
Begrippen
aan- of uitbouw
een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van en in volume ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.2
aan-huis-gebonden bedrijf
het op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van Activiteitenbesluit geldt en die door de beperkte omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij behorende bebouwing worden uitgeoefend. 1.3
aan-huis-gebonden beroep
het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch of daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, dan wel het uitoefenen van een beroep op medisch, paramedisch of therapeutisch gebied, welke door hun beperkte omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij behorende bebouwing worden uitgeoefend. 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6
achtererfgebied
erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen. 1.7
agrarisch bedrijf
een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren en waarbij de bedrijfsvoering aanbodgericht is; nader te onderscheiden in: a. grondgebonden veehouderij: veehouderij waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie, niet zijnde een paardenhouderij; b. akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, met uitzondering van fruit-, sier- en bollenteelt, boomkwekerij en bosbouw; c. intensieve veehouderij: de teelt van slacht-, fok-, leg- of pelsdieren in gebouwen (nagenoeg) zonder weidegang en/of zonder in overwegende mate afhankelijk te zijn van de bij het bedrijf behorende agrarische grond als productiemiddel; d. glastuinbouw: de teelt van tuinbouw- of siergewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen en permanente tunnelkassen, waaronder begrepen plastic kassen; Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
4
e. fruitteelt: de teelt van fruit in boomgaarden; f. sierteelt: teelt van siergewassen, alsmede van sierstruiken en sierbomen op open grond; g. intensieve kwekerij: de teelt van gewassen of dieren (anders dan bij wijze van intensieve veehouderij) (nagenoeg) zonder gebruik te maken van daglicht; h. boomkwekerij: een bedrijf gericht op het telen van bomen al dan niet gecombineerd met de verhandeling daarvan; i. bosbouw: de teelt van bomen ten behoeve van de houtproductie. 1.8
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.9
archeologische deskundige
een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. 1.10
bebouwing
een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.11
bedrijf
een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren, inzamelen, verwerken, verhuren, opslaan en/of distribueren van goederen. 1.12
bedrijfs- of dienstwoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, welke kennelijk slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk en/of gewenst is, gelet op de bestemming en het feitelijk gebruik van het gebouw of het terrein. 1.13
bedrijfsvloeroppervlakte
de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten (ruimten ten behoeve van een hoofdfunctie). 1.14
bestaand
a. bestaand gebruik: 1. het gebruik van de gronden en bouwwerken dat aanwezig is op het tijdstip van de vaststelling van het bestemmingsplan (niet zijnde het gebruik dat reeds in strijd was met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan), of; 2. het gebruik krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het gebruik; b. bestaande bouwwerken: 1. bouwwerken zoals aanwezig op het tijdstip van de vaststelling van het bestemmingsplan aanwezig zijn, of; 2. bouwwerken die nog kunnen worden gebouwd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen; c. bestaande afmetingen: Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
5
1. afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen zoals aanwezig op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan, of; 2. afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.15
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.16
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.17
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.18
bevoegd gezag
bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.19
bijgebouw
een vrijstaand, afzonderlijk van het hoofdgebouw gebouwd gebouw, dat in functioneel en bouwkundig opzicht te onderscheiden is van en in volume ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.20
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. 1.21
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.22
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of dakbalken is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond. 1.23
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.24
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel. 1.25
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.26
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
6
1.27
cultuurhistorische waarde
de aan een bouwwerk of gebied toegekende cultuurhistorische waarde vanuit bijvoorbeeld karakteristieke verkavelingen, slotenpatronen, stratenpatronen en doorzichten. 1.28
dakvoet
de onderzijde van de laagste dakpan of onderrand van een andere vorm van dakbedekking. 1.29
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en/of leveren van goederen en/of producten zoals voedsel en dranken aan personen die die goederen en/of producten kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.30
dienstverlening
het bedrijfsmatig aanbieden, verkopen en/of leveren van diensten aan personen, zoals reisbureaus, kapsalons en wasserettes. 1.31
dierenpension
een bedrijf dat is gericht op de tijdelijke opvang en verzorging van kleine huisdieren. 1.32
erker
een uitbouw aan de voorzijde van de woning, met een maximale breedte van 75% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw, een maximale diepte van 2 m en een maximale hoogte gelijk aan de hoogte van de begane grondlaag van de desbetreffende woning vermeerderd met 0,35 m. 1.33
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.34
geluidsgevoelige objecten
woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. 1.35
hof
een omheinde en gemeenschappelijke tuin ten behoeve van de naastgelegen woningen. 1.36
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.37
horeca
een onderneming gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken (eventueel in combinatie met afhaalmogelijkheden), het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
7
1.38
hoveniersbedrijf
een bedrijf, gericht op de aanleg, inrichting, verfraaiing en het onderhoud van tuinen en groenvoorzieningen, met de daarbij noodzakelijke hulpmaterialen, met uitzondering van detailhandel. 1.39
huishouden
een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren. 1.40
hulp- en nevenbedrijf
een bedrijf, gericht op het verlenen van diensten en/of het leveren van goederen aan agrarische bedrijven, dan wel op het verwerken, opslaan en/of verhandelen van producten, die afkomstig zijn van agrarische bedrijven. 1.41
kantoor
een gebouw of gedeelte daarvan, dat dient voor het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied. 1.42
leegstand
wanneer na vertrek van een huurder op korte termijn geen aansluitende verhuur plaatsvindt. 1.43
luifel
een uitdragende dakconstructie boven voor verkeer bestemde gronden. 1.44
maatschappelijke voorzieningen
voorzieningen inzake welzijn, openbaar bestuur, volksgezondheid, cultuur, religie, sport, onderwijs, openbare orde en veiligheid en daarmee gelijk te stellen sectoren. 1.45
monument
onroerende goederen welke krachtens de monumentenwet of een gemeentelijke verordening bescherming genieten. 1.46
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.47
online verkoop
detailhandel zonder showroom, waarvan de handel voornamelijk via Internet en andere media loopt. 1.48
onzelfstandige wooneenheid
één of meerdere ruimten in een hoofdgebouw, waarvan de bewoner de toegang, de keuken en/of het toilet deelt met andere bewoners, die niet behoren tot zijn huishouden. 1.49
opslag
het bewaren van goederen, materialen en stoffen zonder dat ter plaatse sprake is van productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard. Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
8
1.50
opslag van gevaarlijke stoffen
opslag van gevaarlijke stoffen, waar de richtlijn PGS-15:2016 op van toepassing is. 1.51
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. 1.52
paardenhouderij
het bedrijfsmatig, niet op agrarische productie gericht, houden en stallen van paarden en pony's, met als ondergeschikte activiteit het fokken, africhten, trainen en berijden van paarden en pony's. 1.53
peil
a. voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen op een afstand van 5 m of minder uit de bestemming 'Verkeer' of 'Verkeer - Verblijfsgebied': de hoogte van die weg; b. voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen op een afstand van meer dan 5 m uit de bestemming 'Verkeer' of 'Verkeer - Verblijfsgebied': de gemiddelde hoogte van het aangrenzend terrein. 1.54
plan
het bestemmingsplan Woongebied Ridderkerk als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0597.BP2018Woongebied-VG03 van de gemeente Ridderkerk. 1.55
plattelandswoning
een bedrijfswoning, behorend tot of voorheen behorend tot een agrarisch bedrijf, welke niet meer wordt bewoond door (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of terrein noodzakelijk is, en die voor de toepassing van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de daarop rustende bepalingen wordt beschouwd als onderdeel van dat agrarisch bedrijf. 1.56
praktijkruimte
een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch, medisch, paramedisch, therapeutisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied. 1.57
seksinrichting
het bedrijfsmatig -of in omvang of frequentie die daarmee overeenkomt- gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of in een vaartuig, verrichten van seksuele handelingen. 1.58
Staat van Bedrijfsactiviteiten
de Staat van bedrijfsactiviteiten die als bijlage 1 van deze regels onderdeel uitmaakt. 1.59
standplaats
het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
9
1.60
tuincentrum
detailhandel met een al dan niet geheel overdekt verkoopvloeroppervlak, waarop artikelen voor de inrichting en het onderhoud van particuliere tuinen en de daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen worden aangeboden. 1.61
voorgevel
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.62
voorgevel(rooi)lijn
de lijn die gelijk of evenwijdig loopt aan de naar de openbare weg gerichte gevel. 1.63
Wgh-inrichtingen
bedrijven, zoals bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken. 1.64
wooneenheid
een zelfstandige wooneenheid of een onzelfstandige wooneenheid. 1.65
zelfstandige wooneenheid
een complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, zoals een eengezinswoning, appartement, studio, portiekwoning of galerijflat. 1.66
zijerf
de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn tussen de voorgevel- en de achtergevellijn van het gebouw. 1.67
zorgwoningen
woningen ten behoeve van het begeleid wonen van mensen die niet zelfstandig kunnen wonen.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
10
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2
bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3
breedte van dakkapellen
De maximaal toegestane breedte van dakkapellen ten opzichte van de breedte van daken wordt gemeten langs een horizontale lijn die de betreffende dakkapellen in het verticale midden doorsnijdt. 2.4
dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5
diepte en breedte van een hoofdgebouw
De diepte en de breedte van een hoofdgebouw worden gemeten daar waar deze maten het grootst zijn, met dien verstande dat erkers en aan- en uitbouwen niet worden meegerekend. 2.6
goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.7
inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8
oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
11
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 3.1
Agrarisch
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische bedrijven zoals genoemd in lid 1.7, met uitzondering van 'intensieve veehouderij', 'glastuinbouw' en 'intensieve kwekerij'; b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning': tevens één bedrijfswoning; c. ter plaatse van de aanduiding 'caravanstalling': tevens een caravanstalling; d. ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij': tevens een paardenhouderij; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning': een plattelandswoning welke mag worden gebruikt voor de bewoning door derden; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - hulp- en nevenbedrijf': tevens een hulp- en nevenbedrijf; g. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, groen en water. 3.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 3.2.1
Bedrijfsgebouwen
a. bedrijfsgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de goothoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan de met de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte; c. het gezamenlijk vloeroppervlak van de bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan de bestaande oppervlakte. Indien geen bestaande bedrijfsgebouwen aanwezig zijn mag het gezamenlijk vloeroppervlak ten hoogste 150 m2 bedragen. 3.2.2
Bedrijfswoning en plattelandswoning
Voor een bedrijfswoning (aanduiding 'bedrijfswoning') of plattelandswoning (aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' gelden de volgende bepalingen: a. de inhoud van een bedrijfswoning of plattelandswoning mag maximaal 650 m3 (exclusief aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) bedragen; b. de goothoogte van een bedrijfswoning of plattelandswoning mag niet meer bedragen dan 6 m. 3.2.3
Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen: a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd, met uitzondering van erkers; c. de diepte van aan- en uitbouwen van aaneengebouwde hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m, gemeten vanaf de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw; d. de diepte van aan- en uitbouwen van vrijstaande hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 5 m, gemeten vanaf de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw; e. het gezamenlijk oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste:
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
12
1. 50% van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en/of achtererf, met een maximum van 50 m², met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m² van het zijen achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven; 2. 65 m², indien de oppervlakte van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf ten minste 200 m² en ten hoogste 250 m² bedraagt; 3. 75 m², indien de oppervlakte van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf meer dan 250 m² en ten hoogste 500 m² bedraagt; 4. 100 m², indien de oppervlakte van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf meer dan 500 m² bedraagt; f. de goothoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m, met een maximum van 4 m; g. de aan- en uitbouw mag worden voorzien van een kap of schuin dak met een hoogte van maximaal 1 m; h. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m; i. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 4 m; j. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m. 3.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 3.3
Nadere eisen
Het college van burgemeester en wethouders is - met inachtneming van de maxima en minima, zoals hiervoor aangegeven - bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmetingen van bouwwerken, teneinde de stedenbouwkundige samenhang, in het bijzonder bepaald door de continuïteit van de voorgevellijn, te waarborgen; b. de situering van de ontsluiting vanaf de weg en van parkeervoorzieningen; c. de situering en inrichting van overige verkeersvoorzieningen. 3.4
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van het gebruik van een bedrijfswoning als plattelandswoning, met dien verstande dat: a. de bedrijfswoning in gebruik wordt genomen als burgerwoning en het bedrijf waartoe de bedrijfswoning behoort de bedrijfsactiviteiten heeft beëindigd; b. er sprake dient te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; c. er geen onevenredige beperkingen voor omliggende, bestaande (agrarische) bedrijven mogen optreden (dit betreft zowel de bestaande bedrijfsvoering als de uitbreiding- en ontwikkelingsmogelijkheden).
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
13
Artikel 4 4.1
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 1': bedrijven tot en met categorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten; b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2': bedrijven tot en met categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten; c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf ten hoogste categorie 3.1': bedrijven tot en met categorie 3.1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten; d. bedrijfsgebonden kantoren; e. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning': tevens één bedrijfswoning; f. ter plaatse van de aanduiding 'brandweerkazerne': tevens een brandweerkazerne; g. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel': tevens detailhandel; h. ter plaatse van de aanduiding 'hovenier': in ieder geval een hoveniersbedrijf; i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - autospuiterij': een autospuiterij; j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1': tevens horecabedrijven; k. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening': uitsluitend nutsvoorzieningen; l. ter plaatse van de aanduiding 'opslag': tevens opslag, uitgezonderd opslag van gevaarlijke stoffen; m. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - opslag van consumentenvuurwerk': tevens opslag van consumentenvuurwerk; n.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - timmerfabriek': uitsluitend een timmerfabriek; o. ter plaatse van de aanduiding 'tuincentrum': tevens een tuincentrum, waarbij: 1. ten hoogste 20% van het netto vloeroppervlak wordt gebruikt voor de verkoop van het nevenassortiment, en; 2. het nevenassortiment past bij het hoofdassortiment; p. ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg': tevens een verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder lpg; q. ter plaatse van de aanduiding 'zend-/ontvangstinstallatie': tevens een zend-/ontvangstinstallatie; r. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument': tevens voor behoud en bescherming van een rijks- of gemeentelijk monument; s. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, verkeers- en parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen, groen en water. 4.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd (behalve ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bouwwerken' waar bouwwerken zijn uitgesloten); en gelden de volgende regels: 4.2.1
Bedrijfsgebouwen
a. bedrijfsgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de totale oppervlakte van bedrijfsgebouwen bedraagt ten hoogste het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven bebouwingspercentage van het bouwperceel; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwperceel;
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
14
c.
de goothoogte mag niet meer bedragen dan de met de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte indien binnen het bouwvlak de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' is opgenomen; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de met de maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte indien binnen het bouwvlak de maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is opgenomen; e. indien niet in de perceelsgrens wordt gebouwd, bedraagt de afstand van bedrijfsgebouwen tot de perceelsgrens ten minste 3 m; f. indien bedrijfsgebouwen op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, geldt een onderlinge afstand van ten minste 3 m. 4.2.2
Bedrijfswoning
Voor het bouwen van een bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a. de inhoud van een bedrijfswoning mag maximaal 650 m3 (exclusief aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) bedragen; b. de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 6 m; c. voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: 1. aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd, met uitzondering van erkers; 2. de diepte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste 5 m, gemeten vanaf de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw; 3.
het gezamenlijk oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste: 50% van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en/of achtererf, met een maximum van 50 m², met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m² van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven; 65 m², indien de oppervlakte van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf ten minste 200 m² en ten hoogste 250 m² bedraagt; 75 m², indien de oppervlakte van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf meer dan 250 m² en ten hoogste 500 m² bedraagt; 100 m², indien de oppervlakte van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf meer dan 500 m² bedraagt; 4. de goothoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m, met een maximum van 4 m; 5. de aan- en uitbouw mag worden voorzien van een kap of schuin dak met een hoogte van maximaal 1 m; 6. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m; 7. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 4 m; 8. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m. 4.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevel bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van een zend-/ontvangstinstallatie ter plaatse van de aanduiding 'zend/ontvangstinstallatie' bedraagt maximaal 20 m; d. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt ten hoogste 15 m, voor zover deze doelmatig en noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering en geen hinder opleveren voor de omliggende functies; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m; Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
15
f.
de oppervlakte van overkappingen bedraagt maximaal de bestaande oppervlakte.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
16
4.3
Nadere eisen
Het college van burgemeester en wethouders is - met inachtneming van de maxima en minima, zoals hiervoor aangegeven - bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmetingen van bouwwerken, teneinde de stedenbouwkundige samenhang, in het bijzonder bepaald door de continuïteit van de voorgevellijn, te waarborgen; b. de situering van de ontsluiting vanaf de weg en van parkeervoorzieningen; c. de situering en inrichting van overige verkeersvoorzieningen. 4.4
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.
handel in en opslag van softdrugs en hallucinogene middelen is niet toegestaan; seksinrichtingen zijn niet toegestaan; de handel in en opslag van consumentenvuurwerk is niet toegestaan; Wgh-inrichtingen zijn niet toegestaan; het oppervlak aan bedrijfsgebonden kantoren mag per bedrijf ten hoogste 50% van het totale bedrijfsvloeroppervlak bedragen met een maximum van 2.000 m²; f. benzineservicestations, detailhandel, en zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan, behalve als dit in lid 4.1 expliciet is toegestaan; g. met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horeca, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1', gelden de volgende regels: 1. de horeca is gebonden aan de openingstijden zoals die gelden conform de Winkeltijdenwet en de gemeentelijke regelgeving aangaande sluitingstijden voor winkels; 2. zaalverhuur is niet toegestaan; 3. het gebruik voor feesten en het geven van gelegenheid tot dansbeoefening (al dan niet in combinatie met levendige muziek) is niet toegestaan; 4. de horeca is uitsluitend toegestaan op de begane grond. 4.5
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 4.1: a. om bedrijven toe te laten uit ten hoogste één categorie hoger dan in lid 4.1 voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 4.1 genoemd; b. om bedrijven toe te laten die niet in de Staat van bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 4.1 genoemd.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
17
Artikel 5 5.1
Bedrijf - Gasdrukmeet- en regelstation
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf - Gasdrukmeet- en regelstation' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een gasdrukmeet- en regelstation; b. ondergrondse en bovengrondse leidingen en toebehoren; c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals wegen, paden, parkeervoorzieningen, lichtvoorzieningen, erf- en terreinafscheidingen en groen. 5.2
Bouwregels
Op deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming en gelden de volgende regels:
5.2.1
Gebouwen
a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan de met de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte.
5.2.2
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
De bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 3,50 m.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
18
Artikel 6 6.1
Detailhandel
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel; b. ter plaatse van de aanduiding 'wonen': tevens het wonen met aan-huis-gebonden beroepen en aan-huis-gebonden bedrijven; c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2': bedrijven tot en met categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1': tevens horecabedrijven; e. ter plaatse van de aanduiding 'kantoor': tevens kantoren; f. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, verkeers- en parkeervoorzieningen, groen en water. 6.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 6.2.1
Gebouwen
a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de totale oppervlakte van gebouwen bedraagt ten hoogste het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven bebouwingspercentage van het bouwperceel; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwperceel; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan de met de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte indien binnen het bouwvlak de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' is opgenomen; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de met de maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte indien binnen het bouwvlak de maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is opgenomen; e. indien niet in de perceelsgrens wordt gebouwd, bedraagt de afstand van gebouwen tot de perceelsgrens ten minste 3 m; f. indien gebouwen op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, geldt een onderlinge afstand van ten minste 3 m. 6.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 6.3
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. b. c. d.
handel in en opslag van softdrugs en hallucinogene middelen is niet toegestaan; seksinrichtingen zijn niet toegestaan; de handel in en opslag van consumentenvuurwerk is niet toegestaan; met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horeca, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1', gelden de volgende regels:
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
19
1. ter plaatse is maximaal 1 horecabedrijf toegestaan, voor zover die voorkomt in maximaal categorie 1b van de Staat van Horeca-activiteiten; 2. het gebruik voor feesten en het geven van gelegenheid tot dansbeoefening (al dan niet in combinatie met levendige muziek) is niet toegestaan; 3. de horeca is uitsluitend toegestaan op de begane grond.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
20
Artikel 7 7.1
Dienstverlening
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Dienstverlening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. dienstverlening. 7.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 7.2.1
Gebouwen
a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de totale oppervlakte van gebouwen bedraagt ten hoogste het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven bebouwingspercentage van het bouwperceel; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwperceel; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan de met de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte indien binnen het bouwvlak de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' is opgenomen; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de met de maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte indien binnen het bouwvlak de maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is opgenomen; e. indien niet in de perceelsgrens wordt gebouwd, bedraagt de afstand van gebouwen tot de perceelsgrens ten minste 3 m; f. indien gebouwen op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, geldt een onderlinge afstand van ten minste 3 m. 7.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevel bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 7.3
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. handel in en opslag van softdrugs en hallucinogene middelen is niet toegestaan; b. seksinrichtingen zijn niet toegestaan; c. de handel in en opslag van consumentenvuurwerk is niet toegestaan.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
21
Artikel 8 8.1
Gemengd - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
kantoren; maatschappelijke voorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening': tevens dienstverlening; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, verkeers- en parkeervoorzieningen, groen en water.
8.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd (behalve ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bouwwerken' waar bouwwerken zijn uitgesloten), en gelden de volgende regels: 8.2.1
Gebouwen
a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de totale oppervlakte van gebouwen bedraagt ten hoogste het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven bebouwingspercentage van het bouwperceel; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwperceel; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan de met de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte indien binnen het bouwvlak de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' is opgenomen; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de met de maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte indien binnen het bouwvlak de maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is opgenomen; e. indien niet in de perceelsgrens wordt gebouwd, bedraagt de afstand van gebouwen tot de perceelsgrens ten minste 3 m; f. indien gebouwen op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, geldt een onderlinge afstand van ten minste 3 m. 8.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevel bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 8.3
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. handel in en opslag van softdrugs en hallucinogene middelen is niet toegestaan; b. seksinrichtingen zijn niet toegestaan; c. de handel in en opslag van consumentenvuurwerk is niet toegestaan.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
22
Artikel 9 9.1
Gemengd - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
uitsluitend op de begane grond: detailhandel; uitsluitend op de verdiepingen: wonen; ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening': tevens dienstverlening; ter plaatse van de aanduiding 'opslag': uitsluitend opslag, uitgezonderd opslag van gevaarlijke stoffen; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1': tevens horecabedrijven; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 2': tevens horecabedrijven; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 3': tevens horecabedrijven; h. ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk': tevens maatschappelijke voorzieningen; i. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, verkeers- en parkeervoorzieningen, groen en water. 9.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 9.2.1
Gebouwen
a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de totale oppervlakte van gebouwen bedraagt ten hoogste het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven bebouwingspercentage van het bouwperceel; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwperceel; c. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' dient ten minste de begane grondvloer onbebouwd te blijven; d. in afwijking van het bepaalde onder a. is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overbouwing' een overbouwing toegestaan; e. de goothoogte mag niet meer bedragen dan de met de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte indien binnen het bouwvlak de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' is opgenomen; f. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de met de maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte indien binnen het bouwvlak de maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is opgenomen; g. indien niet in de perceelsgrens wordt gebouwd, bedraagt de afstand van gebouwen tot de perceelsgrens ten minste 3 m; h. indien gebouwen op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, geldt een onderlinge afstand van ten minste 3 m. 9.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 9.3
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
23
a. b. c. d.
handel in en opslag van softdrugs en hallucinogene middelen is niet toegestaan; seksinrichtingen zijn niet toegestaan; de handel in en opslag van consumentenvuurwerk is niet toegestaan; met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horeca, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1', gelden de volgende regels: 1. ter plaatse zijn horecabedrijven toegestaan, voor zover die voorkomen in maximaal categorie 2 van de Staat van Horeca-activiteiten; 2. het gebruik voor feesten en het geven van gelegenheid tot dansbeoefening (al dan niet in combinatie met levendige muziek) is niet toegestaan; 3. de horeca is uitsluitend toegestaan op de begane grond; e. met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horeca, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 2', gelden de volgende regels: 1. ter plaatse zijn maximaal twee horecavestigingen in maximaal categorie 1b van de Staat van Horeca-activiteiten toegestaan; 2. het gebruik voor feesten en het geven van gelegenheid tot dansbeoefening (al dan niet in combinatie met levendige muziek) is niet toegestaan; 3. de horeca is uitsluitend toegestaan op de begane grond; f. met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horeca, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 3', gelden de volgende regels: 1.
ter plaatse zijn maximaal twee horecavestigingen toegestaan, waarvan één in maximaal categorie 1b en één in maximaal categorie 2 van de Staat van Horeca-activiteiten; 2. het gebruik voor feesten en het geven van gelegenheid tot dansbeoefening (al dan niet in combinatie met levendige muziek) is niet toegestaan; 3. de horeca is uitsluitend toegestaan op de begane grond.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
24
Artikel 10 10.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. beplantingen en groenvoorzieningen; b. geluidswerende voorzieningen; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - dagcamping': tevens een dagcamping met daarbij behorend voorzieningengebouw; d. ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk': tevens maatschappelijke voorzieningen; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument': tevens voor behoud en bescherming van een rijks- of gemeentelijk monument; f. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals voet- en fietspaden, perceelsontsluitingen, speelvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, kunstuitingen, bermen en water. 10.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde onder a. is ter plaatse van de aanduiding 'dagcamping' een gebouw met een maximum oppervlakte van 50 m2 toegestaan; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
25
Artikel 11 11.1
Horeca
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Horeca' aangewezen grond zijn bestemd voor: a. horecabedrijven; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, verkeers- en parkeervoorzieningen, groen en water. 11.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 11.2.1 Gebouwen a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de totale oppervlakte van gebouwen bedraagt ten hoogste het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven bebouwingspercentage van het bouwperceel; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwperceel; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan de met de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte indien binnen het bouwvlak de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' is opgenomen; d. de goothoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste 3 m. 11.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 11.3
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horeca gelden de volgende regels: a. ter plaatse zijn horecabedrijven toegestaan, voor zover die voorkomen in categorie 1a van de Staat van Horeca-activiteiten; b. het gebruik voor feesten en het geven van gelegenheid tot dansbeoefening (al dan niet in combinatie met levendige muziek) is niet toegestaan; c. de horeca is uitsluitend toegestaan op de begane grond.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
26
Artikel 12 12.1
Kantoor
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. kantoren; b. ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk': tevens voor maatschappelijke voorzieningen; c. ter plaatse van de aanduiding 'wonen': tevens het wonen met aan-huis-gebonden beroepen en aan-huis-gebonden bedrijven; d. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, verkeers- en parkeervoorzieningen, groen en water. 12.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd (behalve ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bouwwerken' waar bouwwerken zijn uitgesloten), en gelden de volgende regels: 12.2.1 Gebouwen a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de totale oppervlakte van gebouwen bedraagt ten hoogste het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven bebouwingspercentage van het bouwperceel; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwperceel; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan de met de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte indien binnen het bouwvlak de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' is opgenomen. 12.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevel bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
27
Artikel 13 13.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.
maatschappelijke voorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats': uitsluitend een begraafplaats; ter plaatse van de aanduiding 'fitnesscentrum': tevens een fitnesscentrum; ter plaatse van de aanduiding 'kinderboerderij': tevens een kinderboerderij; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1': tevens horecabedrijven; ter plaatse van de aanduiding 'sporthal': tevens een sporthal; ter plaatse van de aanduiding 'wonen': tevens het wonen met aan-huis-gebonden beroepen en aan-huis-gebonden bedrijven; h. ter plaatse van de aanduiding 'zorgwoning': tevens zorgwoningen; i. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, verkeers- en parkeervoorzieningen, groen en water. 13.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd (behalve ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bouwwerken' waar bouwwerken zijn uitgesloten) en gelden de volgende regels: 13.2.1 Gebouwen a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde onder a. is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overbouwing' een overbouwing toegestaan; c. de totale oppervlakte van gebouwen bedraagt ten hoogste het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven bebouwingspercentage van het bouwperceel; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwperceel; d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan de met de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte indien binnen het bouwvlak de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' is opgenomen; e. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de met de maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte indien binnen het bouwvlak de maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is opgenomen; f. indien niet in de perceelsgrens wordt gebouwd, bedraagt de afstand van gebouwen tot de perceelsgrens ten minste 3 m; g. indien gebouwen op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, geldt een onderlinge afstand van ten minste 3 m. 13.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a.
de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevel bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 13.3
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horeca, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1', gelden de volgende regels:
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
28
a. ter plaatse zijn horecabedrijven toegestaan, voor zover die voorkomen in maximaal categorie 2 van de Staat van Horeca-activiteiten; b. het gebruik voor feesten en het geven van gelegenheid tot dansbeoefening (al dan niet in combinatie met levendige muziek) is niet toegestaan.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
29
Artikel 14 14.1
Recreatie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sportvelden, al dan niet met verenigingsgebouwen en daarbij behorende ondergeschikte horeca, voor zover voorkomend in categorie 1b van de Staat van horeca-activiteiten; b. ter plaatse van de aanduiding 'manege': tevens een manege; c. ter plaatse van de aanduiding 'natuur': tevens voor natuur; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1': tevens horecabedrijven; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - dierenweide': tevens een dierenweide; f. ter plaatse van de aanduiding 'speeltuin': tevens een speeltuin; g. ter plaatse van de aanduiding 'sporthal': tevens een sporthal; h. ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin': tevens volkstuinen; i. ter plaatse van de aanduiding 'zwembad': tevens een zwembad; j. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, verkeers- en parkeervoorzieningen, groen en water. 14.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 14.2.1 Gebouwen a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de totale oppervlakte van gebouwen bedraagt ten hoogste het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven bebouwingspercentage van het bouwperceel; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwperceel; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan de met de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte, indien binnen het bouwvlak de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' is opgenomen; d. indien niet in de perceelsgrens wordt gebouwd, bedraagt de afstand van gebouwen tot de perceelsgrens ten minste 3 m; e. indien gebouwen op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, geldt een onderlinge afstand van ten minste 3 m. 14.2.2 Gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin' In afwijking van het bepaalde in lid 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin' de volgende regels voor het bouwen van gebouwen: a.
gebouwen dienen aaneen of op ten minste een onderlinge afstand van 2 meter te worden gebouwd; b. per volkstuin zijn hobbykassen en bergingen met een gezamenlijk vloeroppervlak van ten hoogste 10% van de oppervlak van de volkstuin toegestaan, met een maximum van 16 m2. Het gezamenlijk vloeroppervlak van bergingen mag ten hoogste 8 m2 bedragen; c. de goothoogte van bergingen en hobbykassen bedraagt ten hoogste 2,5 m; d. tevens is een beheergebouw ten behoeve van volkstuinen toegestaan, met een maximaal vloeroppervlak van 50 m2; e. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste 4 meter. 14.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m; Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
30
b. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt ten hoogste 15 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m. 14.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin' In afwijking van het bepaalde in lid 14.2.3 gelden ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin' de volgende regels voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde: a. b.
de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 meter.
14.3
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. handel in en opslag van softdrugs en hallucinogene middelen is niet toegestaan; b. de handel in en opslag van consumentenvuurwerk is niet toegestaan; c. met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horeca, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1', gelden de volgende regels: 1. ter plaatse is maximaal 1 horecabedrijf toegestaan voor zover die voorkomt in maximaal categorie 2 van de Staat van Horeca-activiteiten; 2. het gebruik voor feesten en het geven van gelegenheid tot dansbeoefening (al dan niet in combinatie met levendige muziek) is niet toegestaan; 3. de horeca is uitsluitend toegestaan op de begane grond.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
31
Artikel 15 15.1
Sport
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sportvelden en gebouwde sportvoorzieningen met verenigingsgebouwen en daarbij behorende ondergeschikte horeca, voor zover voorkomend in categorie 1b van de Staat van horecaactiviteiten; b. bij deze bestemming bijbehorende voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen, groen en water. 15.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:
15.2.1 Gebouwen a. de totale oppervlakte van gebouwen bedraagt ten hoogste het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven 'maximum bebouwingspercentage (%)'; b. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'zonder bebouwing' mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd; c. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de maatvoeringsaanduiding aangegeven 'maximum bouwhoogte (m)'.
15.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt ten hoogste 15 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m. 15.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 15.2.1 onder c voor het verhogen van de maximum bouwhoogte ten behoeve van de bouw van een sporthal tot een hoogte van 14 m, mits: a. de bouwhoogte noodzakelijk is voor een goede sportbeoefening en de daarbij behorende vormgeving van het gebouw; b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; c. de afwijking wordt voorzien van een stedenbouwkundige motivatie.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
32
Artikel 16 16.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. ter plaatse van de aanduiding 'erf': tevens voor erven; c. ter plaatse van de aanduiding 'garage': tevens voor garages en bergplaatsen ten behoeve van de woningen; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument': tevens voor behoud en bescherming van een rijks- of gemeentelijk monument. 16.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, worden gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde onder a. is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - carport' tevens een overkapping in de vorm van een carport toegestaan, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de bestaande bouwhoogte; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan de met de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte indien de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' is opgenomen; d. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 m; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m; f. in afwijking van het vorengaande zijn ter plaatse van de aanduiding 'erf' tevens aan- en uitbouwen en bijgebouwen toegestaan, waarvan de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de bestaande bouwhoogte en de oppervlakte niet meer dan de bestaande oppervlakte; g. in afwijking van het vorengaande zijn ter plaatse van de aanduiding 'garage' tevens garages en bergplaatsen ten behoeve van de woningen toegestaan, waarvan de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de bestaande bouwhoogte en de oppervlakte niet meer dan de bestaande oppervlakte. 16.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 16.2 sub a ten behoeve van erkers, op voorwaarde dat: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld; b. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet in onevenredige mate worden beperkt.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
33
Artikel 17 17.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, voet- en fietspaden; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, bermen, geluidswerende voorzieningen, afvalinzameling, kunstuitingen, groen en water. 17.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de verkeers- of wegaanduiding of de verlichting, bedraagt ten hoogste 8 m.
Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025
34
Artikel 18 18.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen, afvalinzameling, kunstuitingen, verkeersvoorzieningen ten behoeve van het scheepvaartverkeer, groen en water. 18.2