CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels met bijlagen.pdf

Gemeenteraad RK 20 november 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 7: Vervangende vaststelling in verband met toepassing tweede bestuurlijke lus bestemmingsplan Woongebied Ridderkerk25.110 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de verkeers- of wegaanduiding of de verlichting, bedraagt ten hoogste 5 m; c. in afwijking van het vorengaande is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding luchtbrug' tevens een voorziening voor kruisend voetgangersverkeer in de vorm van een luchtbrug toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 10 m.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

35

Artikel 19 19.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de wateraanvoer en -afvoer, alsmede voor de waterberging; b. verkeer te water; c. aan deze bestemming ondergeschikte voorzieningen zoals perceelsontsluitingen, nutsvoorzieningen en kunstwerken. 19.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd, met dien verstande dat voorafgaand aan werkzaamheden in buitendijks gelegen gronden advies wordt gevraagd aan de waterbeheerder, en gelden de volgende regels: a. duikers, waterovergangen, keermuren voor de waterbeheersing, oeverbeschoeiingen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden gebouwd; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd indien en voor zover deze noodzakelijk zijn voor oeververbindingen, de veiligheid van het verkeer te water of voor een doelmatig kwaliteit- en kwantiteitsbeheer van het oppervlaktewater; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

36

Artikel 20 20.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

het wonen al dan niet met aan-huis-gebonden beroepen en aan-huis-gebonden bedrijven; ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel': tevens detailhandel; ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening': tevens dienstverlening; ter plaatse van de aanduiding 'garage': uitsluitend garages en bergplaatsen ten behoeve van de woningen; e. ter plaatse van de aanduiding 'kantoor': tevens kantoor; f. ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk': tevens maatschappelijke voorzieningen; g. ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage': uitsluitend een parkeergarage; h. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein': uitsluitend een parkeerterrein; i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - hof': uitsluitend voor woningen in de vorm van een hof; j. ter plaatse van de aanduiding 'speelvoorziening': tevens een speelvoorziening; k. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting': tevens een ontsluitingsweg; l. ter plaatse van de aanduiding 'zorgwoning': tevens zorgwoningen; m. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument': tevens voor behoud en bescherming van een rijks- of gemeentelijk monument; n. ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden': tevens ter bescherming en behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing; o.

bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals tuinen, erven, nutsvoorzieningen, verkeersen parkeervoorzieningen, groen en water; p. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2': tevens een bestaand bouwwerk ten behoeve van de woning. 20.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 20.2.1 Hoofdgebouwen a. hoofdgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. hoofdgebouwen dienen op de voorgevel(rooi)lijn te worden gebouwd; c. het aantal wooneenheden mag niet meer bedragen dan het aantal bestaande wooneenheden binnen het bouwvlak, tenzij anders aangegeven door middel van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan de met de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte indien binnen het bouwvlak de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m)' is opgenomen; e. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de met de maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte indien binnen het bouwvlak de maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is opgenomen; f. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de met de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte, indien binnen het bouwvlak de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is opgenomen; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overbouwing' is uitsluitend een overbouwing toegestaan. Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

37

20.2.2 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zijn niet toegelaten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bouwwerken'; b. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen dienen op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; c. de diepte van aan- en uitbouwen van aaneengebouwde hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m, gemeten vanaf de achtergevel van het hoofdgebouw; d. de diepte van aan- en uitbouwen van vrijstaande hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 5 m, gemeten vanaf de achtergevel van het hoofdgebouw; e. het gezamenlijk oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste: 1. 50% van de bij het hoofdgebouw behorende zij- en/of achtererf, met een maximum van 50 m², met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m² van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven; 2. 65 m², indien de oppervlakte van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf ten minste 200 m² en ten hoogste 250 m² bedraagt; 3. 75 m², indien de oppervlakte van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf meer dan 250 m² en ten hoogste 500 m² bedraagt; 4. 100 m², indien de oppervlakte van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf meer dan 500 m² bedraagt; f.

de goothoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,35 m, met een maximum van 4 m; g. de aan- en uitbouw mag worden voorzien van een kap of schuin dak met een hoogte van maximaal 1 m gerekend vanaf de werkelijke goothoogte. h. de goothoogte van bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m; i. de bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 4 m; j. in afwijking van het bepaalde in artikel 1.19, geldt dat het bestaande bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' wordt aangemerkt als bijgebouw, ondanks dat het bouwvolume niet ondergeschikt is. 20.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde anders dan overkappingen a. bouwwerken zijn niet toegelaten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bouwwerken' b. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 1 m; c. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 2 m; met dien verstande dat op gronden met de aanduiding 'specifiek vorm van wonenhof' een erfafscheiding van maximaal 3 m is toegestaan; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan overkappingen, bedraagt ten hoogste 3 m. 20.3

Bouwregels 'specifieke bouwaanduiding - 1'

In afwijking van het bepaalde in lid 20.2 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' de volgende regels: 20.3.1 Hoofdgebouwen a. hoofdgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. het aantal wooneenheden binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan door middel van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

38

c. d. e. f. g. h.

de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met de maatvoeringsaanduiding aangegeven bouwhoogte; de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met de maatvoeringaanduiding aangegeven goothoogte; de voorgevel van hoofdgebouwen dient in de bestemmingsgrens met de bestemming 'Tuin' te worden gebouwd; de afstand van vrijstaande en twee-aaneengebouwde hoofdgebouwen aan de nietaaneengebouwde zijde tot de perceelsgrens dient ten minste 3 m te bedragen; uitbreiding van hoofdgebouwen mag uitsluitend plaatsvinden in de vorm van aanbouwen, uitbouwen en/of bijgebouwen; de diepte van nieuwe grondgebonden hoofdgebouwen bedraagt, gemeten vanaf de voorgevel, maximaal 15 m.

20.3.2 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; c. de diepte van aan- en uitbouwen van aaneengebouwde hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m, gemeten vanaf de achtergevel van het hoofdgebouw; d. de diepte van aan- en uitbouwen van vrijstaande hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 5 m, gemeten vanaf de achtergevel van het hoofdgebouw; e. het gezamenlijk oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste: 1. 50% van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en/of achtererf, met een maximum van 50 m², met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m² van het zijen achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven; 2. 65 m², indien de oppervlakte van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf ten minste 200 m² en ten hoogste 250 m² bedraagt; 3. 75 m², indien de oppervlakte van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf meer dan 250 m² en ten hoogste 500 m² bedraagt; 4. 100 m², indien de oppervlakte van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf meer dan 500 m² bedraagt; f.

de goothoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,35 m, met een maximum van 4 m; g. de aan- en uitbouw mag worden voorzien van een kap of schuin dak met een hoogte van maximaal 1 m. h. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m; i. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 4 m; j. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m. 20.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan overkappingen a. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 3 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 20.4

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 20.2.2 sub a ten behoeve van erkers, op voorwaarde dat: Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

39

a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld; b. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet in onevenredige mate worden beperkt. 20.5

Specifieke gebruiksregel

Het gebruik van gedeelten van woningen voor aan-huis-gebonden beroepen en aan-huis-gebonden bedrijven, als bedoeld in artikel 20.1 onder a is uitsluitend toegestaan voor zover: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd wordt; b. het vloeroppervlak in gebruik voor aan-huis-gebonden beroepen en aan-huis-gebonden bedrijven niet groter is dan 30% van het vloeroppervlak van hoofdgebouwen en erfbebouwing, met een maximum van 70 m²; c. ten behoeve van de aan-huis-gebonden beroepen en aan-huis-gebonden bedrijven wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; d. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; e. geen horeca plaatsvindt; f. geen detailhandel plaatsvindt; g. in afwijking van het bepaalde onder f een beperkte online verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van toegestane aan-huis-gebonden beroepen wel is toegestaan; h. het beroep of de activiteit door de bewoner wordt uitgeoefend.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

40

Artikel 21 21.1

Leiding - Gas

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoge druk gastransportleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringenstroken. 21.2

Voorrangsbepaling

De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 21.3

Bouwregels

In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, geldt dat op of in de in 21.1 bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding(en) mogen worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid. 21.4

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 21.3, indien de bij de betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen en de veiligheid van de gasleiding(en) door de bouwactiviteiten niet wordt geschaad, vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant en indien er geen kwetsbare objecten worden toegelaten. 21.5

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen t.b.v. van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding; b. het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten. 21.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 21.6.1 Verbod zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Gas' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te leggen, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen/rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

41

21.6.2 Uitzonderingen op het verbod Het verbod van lid 21.6.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend, zoals in lid 21.4 bedoeld; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan. 21.6.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 21.6.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad en er gevraagd wordt welke voorwaarden er gesteld worden om eventuele schade te voorkomen. Hiervoor dient voorafgaand aan de werkzaamheden schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de leidingbeheerder.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

42

Artikel 22 22.1

Waarde - Archeologie 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden. 22.2

Bouwregels

22.2.1 Rapport archeologisch deskundige In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) die een groter oppervlak hebben en tevens dieper reiken dan de oppervlakte- en dieptematen die genoemd zijn in zijn in 22.3.1. 22.2.2 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende regels verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

22.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 22.3.1 Verbod In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de hierna onder 22.3.2 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren, die dieper reiken dan 0 cm beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlakte groter dan 0 m² beslaan. 22.3.2 Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden a. grondbewerkingen (van welke aard dan ook); b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodem verlagen, afgraven; e. het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

43

22.3.3 Uitgezonderde werkzaamheden Het vergunningvereiste geldt niet voor werken (geen bouwwerken zijnde) of voor werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten. 22.3.4 Vergunning Vergunning wordt verleend nadat de aanvrager een rapport aan burgemeester en wethouders heeft overlegd van een archeologisch deskundige, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 22.3.5 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan vergunning Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: a.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

44

Artikel 23 23.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden. 23.2

Bouwregels

23.2.1 Rapport archeologisch deskundige In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) die een groter oppervlak hebben en tevens dieper reiken dan de oppervlakte- en dieptematen die genoemd zijn in zijn in 23.3.1. 23.2.2 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende regels verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

23.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 23.3.1 Verbod In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de hierna onder 23.3.2 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken dan 50 cm beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlakte groter dan 100 m² beslaan. 23.3.2 Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden a. grondbewerkingen (van welke aard dan ook); b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodem verlagen, afgraven; e. het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

45

23.3.3 Uitgezonderde werkzaamheden Het vergunningvereiste geldt niet voor werken (geen bouwwerken zijnde) of voor werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten. 23.3.4 Vergunning Vergunning wordt verleend nadat de aanvrager een rapport aan burgemeester en wethouders heeft overlegd van een archeologisch deskundige, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 23.3.5 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan vergunning Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: a.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

46

Artikel 24 24.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden. 24.2

Bouwregels

24.2.1 Rapport archeologisch deskundige In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) die een groter oppervlak hebben en tevens dieper reiken dan de oppervlakte- en dieptematen die genoemd zijn in zijn in 24.3.1. 24.2.2 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende regels verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

24.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 24.3.1 Verbod In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de hierna onder 24.3.2 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken dan 50 cm beneden maaiveld, dan wel de onderwaterbodem, en die tevens een terreinoppervlakte groter dan 200 m² beslaan. 24.3.2 Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden a. b. c. d. e. f.

grondbewerkingen (van welke aard dan ook); het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodem verlagen, afgraven; het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

47

24.3.3 Uitgezonderde werkzaamheden Het vergunningvereiste geldt niet voor werken (geen bouwwerken zijnde) of voor werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten. 24.3.4 Vergunning Vergunning wordt verleend nadat de aanvrager een rapport aan burgemeester en wethouders heeft overlegd van een archeologisch deskundige, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 24.3.5 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan vergunning Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

48

Artikel 25

25.1

Waarde - Cultuurhistorie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van cultuurhistorisch waardevolle structuren en elementen zoals karakteristieke verkavelingen, slotenpatronen, stratenpatronen en doorzichten zoals beschreven in het rapport 'Cultuurhistorische Waardenkaart Woongebieden Ridderkerk' en vastgelegd in het gemeentelijk Erfgoedbeleid. 25.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 25.2.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te leggen, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen; b. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen met een oppervlakte van meer dan 100 m2, niet zijnde kavelpaden; c. het aanleggen, vergraven, verruimen, of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het aanleggen van dijken of andere taluds en het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds; e.

het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 25.2.2 Uitzondering op het aanlegverbod Het verbod van lid 25.2.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. normaal onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de bestemming betreffen, waaronder tevens het aanleggen van drainage wordt verstaan; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 25.2.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning a. De werken en werkzaamheden, zoals in lid 25.2.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de cultuurhistorische waarden zoals bedoeld in lid 25.1 niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheid voor herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; b. Voordat een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in lid 25.2.1, wordt verleend wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de Monumentencommissie.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

49

Artikel 26 26.1

Waterstaat - Waterkering

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de waterkering. 26.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 4 m; c. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 26.3

Afwijken van de bouwregels

26.3.1 Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 26.2. Een omgevingsvergunning wordt verleend, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het waterkeringsbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad. 26.3.2 Alvorens omtrent het verlenen de omgevingsvergunning te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de waterbeheerder.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

50

Artikel 27 27.1

Waterstaat - Waterstaatkundige functie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor waterstaatkundige voorzieningen. 27.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op de gronden mogen ten behoeve van de in lid 27.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m; c. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 27.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 27.2 onder c. Een omgevingsvergunning wordt verleend, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het waterstaatsbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

51

Artikel 28 28.1

Waterstaat - Waterwinningswerken

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterwinningswerken' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de exploitatie en de bescherming van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening. 28.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 28.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 1 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 28.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) (lid 28.2 onder b) indien de belangen van de waterwinning niet onevenredig worden geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de beheerder van de waterwinningswerken.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

52

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

53

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 29

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

54

Artikel 30 30.1

Algemene bouwregels

Parkeren

30.1.1 Voldoende parkeerruimte Het bouwen van een gebouw is alleen toelaatbaar, als wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. 30.1.2 Beleidsregel Bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning wordt beoordeeld of sprake is van voldoende parkeergelegenheid aan de hand van publicatie 381 van het CROW: “Toekomstbestendig parkeren: van parkeerkencijfers naar parkeernormen” (december 2018). 30.1.3 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van de voorwaarde in lid 30.1.1 als strikte toepassing daarvan leidt tot onevenredig nadelige gevolgen voor belanghebbenden. 30.2

Overschrijding goothoogte

De goothoogte mag worden overschreden door: a. dakruimten op (bedrijfs)woningen, mits: 1. het gezamenlijk oppervlak van (nagenoeg) horizontale dakvlakken niet meer bedraagt dan 50% van het gezamenlijk grondoppervlak van de af te dekken gedeelten van het bouwwerk; 2. de hoogte van de overschrijding ten opzichte van de aanwezige goothoogte niet meer dan 4,5 m bedraagt; 3. de breedte van enig deel van een gevelvlak van deze dakruimte, geen dakkapel zijnde, niet meer bedraagt dan 40% van de breedte van de onderliggende gevel dan wel in opwaartse richting geleidelijk afneemt tot deze maat. b. dakkapellen op (bedrijfs)woningen, voor zover gelegen aan de voor- of zijgevel, waarvan de gezamenlijke breedte per dakvlak niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van de voor- of zijgevel en waarvan de hoogte niet meer bedraagt dan 50% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het dakvlak met een maximumhoogte van 1,5 m; c. dakkapellen op (bedrijfs)woningen, voor zover niet gelegen aan de voor- of zijgevel van een pand, waarvan de afstand tot de zijgevel of de woningscheidende muur niet minder dan 0,5 m bedraagt met een maximumhoogte van 1,5 m; d. (delen van) bouwwerken, waarvan de grootste horizontale doorsnede niet meer dan 1 m² bedraagt en door trappenhuizen, lichtstraten, koepels en liftkokers; e.

technische ruimten voor klimaatregeling, koeling en dergelijke met een maximale oppervlakte van 4 m2. 30.3

Overschrijding bouwhoogte

De bouwhoogte mag worden overschreden door antennes met ten hoogste 6 m. 30.4

Overschrijding bouwgrenzen

De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingen, aanduidingsgrenzen en regels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 m bedraagt; b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt; Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

55

c.

andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

56

Artikel 31

Bestaande afstanden en bestaande andere maten

a. Voor een bouwwerk, dat bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. b. Ingeval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. c. Op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

57

Artikel 32 32.1

Algemene aanduidingsregels

Geluidzone - industrie

De bouw van nieuwe geluidsgevoelige objecten ter plaatse van de aanduiding 'Geluidzone - industrie' is uitsluitend toegestaan, indien voldaan wordt aan de in of krachtens de Wet geluidhinder geldende normen dan wel de verleende hogere waarden. 32.2

Cultuurhistorische waarden

32.2.1 Bestemmingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' zijn de gronden en/of de bouwwerken ter plaatse tevens bestemd voor bescherming en behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. 32.2.2 Omgevingsvergunning voor het geheel of gedeeltelijk slopen en/of beschadigen van een bouwwerk, ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' a. Vergunningplicht Voor het geheel of gedeeltelijk slopen en beschadigen van bouwwerken, ter plaatse van de aanduiding ‘cultuurhistorische waarden' is een omgevingsvergunning vereist. b. Uitzondering Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, die:

c.

1. het normale onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan. Toetsingscriteria

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: 1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieke hoofdvorm van de bebouwing; 2. de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan worden hersteld; 3. de karakteristieke hoofdvorm in redelijkheid niet te handhaven is; 4. het delen van een gebouw of bijgebouwen betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm plaatsvindt. 32.3

Specifieke bouwaanduiding - monument

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument' zijn de gronden en/of de bouwwerken ter plaatse tevens bestemd voor de instandhouding van de monumentale waarde. 32.4

Vrijwaringszone - buisleidingenstraat

32.4.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - buisleidingenstraat' zijn, behalve voor de bestemmingen waarin deze gebiedsaanduiding is gelegen, mede bestemd voor een mogelijke toekomstige aanleg van infrastructuur ten behoeve van ondergrondse buisleidingen. 32.4.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde in de bestemmingen die binnen deze gebiedsaanduiding zijn gelegen, is het bouwen van gebouwen niet toegestaan. Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

58

32.4.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 32.4.2 ten behoeve van de realisatie van gebouwen mits hiervoor vooraf advies is verkregen van de leidingbeheerder(s). 32.4.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) het plan te wijzigen door de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - buisleidingenstraat' te verwijderen, mits de reservering wordt verlegd of niet langer aanwezig is en de leidingbeheerder(s) hierover heeft geadviseerd. 32.5

Veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation

32.5.1 Veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation 1 Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation 1' geldt dat geen nieuwe beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten mogen worden opgericht zoals bedoeld in het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen'. 32.5.2 Veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation 2 Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation 2' geldt dat geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden opgericht zoals bedoeld in het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen'.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

59

Artikel 33

Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels reeds afwijking mogelijk is - bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

60

Artikel 34 34.1

Algemene wijzigingsregels

Overschrijding bestemmingsgrenzen

Het college van burgemeester en wethouders kan de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. 34.2

Wetgevingzone - wijzigingsgebied 1

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de gronden met de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 1' te wijzigen naar de bestemmingen 'Wonen', 'Tuin', 'Verkeer Verblijfsgebied' en/of 'Groen' met inachtneming van de volgende bepalingen: a. het aantal woningen bij grondgebonden of gestapelde woningen mag maximaal 12 respectievelijk 32 bedragen; b. ingeval van een combinatie van grondgebonden en gestapelde woningen geldt een maximum van 24 wooneenheden; c. de bouwhoogte mag maximaal 11 m bedragen, met dien verstande dat de derde woonlaag grotendeels als kap dient te worden vormgegeven; d. voor gestapelde woningen dient 1,8 parkeerplaats per woning te worden gerealiseerd, waarvan 1 parkeerplaats in een gebouwde voorziening; e. voor grondgebonden woningen geldt een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning, waarbij garages zonder opstelplaats ervoor niet mogen worden meegeteld; f. de gebouwde parkeervoorziening bij gestapelde woningen mag maximaal 1 m boven het maaiveld uitsteken; g. de bebouwing dient een verbijzondering in de vormgeving van de gevel en/of een hoogteaccent te bevatten in het verlengde van de as van de Willemstraat; h. de afstand van de bebouwing tot aan de rijbaan van de omringende wegen dient minimaal 5 m te bedragen; i. het bepaalde in lid 34.7 is tevens van toepassing. 34.3

Wetgevingzone - wijzigingsgebied 2

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone wijzigingsgebied 2' de aanduiding 'maatschappelijk' te verwijderen. 34.4

Wetgevingzone - wijzigingsgebied 3

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de gronden met de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 3' te wijzigen naar de bestemmingen 'Wonen', 'Tuin', 'Verkeer Verblijfsgebied' en/of 'Groen' met inachtneming van de volgende bepalingen: a. het aantal grondgebonden woningen mag maximaal 6 bedragen; b. de goothoogte mag maximaal 6 m en de bouwhoogte mag maximaal 10 m bedragen, met dien verstande dat de woningen met een kap dienen te worden vormgegeven; c. voor grondgebonden woningen geldt een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning, waarbij garages zonder opstelplaats ervoor niet mogen worden meegeteld; d. de ontsluiting van de woningen dient te geschieden door een aan de oostzijde gesitueerde ontsluitingsweg vanaf de Prinses Margrietstraat;

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

61

e. de afstand van de bebouwing tot aan de rijbaan van deze ontsluitingsweg dient minimaal 3 m te bedragen; f. het bepaalde in lid 34.7 is tevens van toepassing. 34.5

Wetgevingzone - wijzigingsgebied 4

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de gronden met de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 4' te wijzigen naar de bestemmingen 'Wonen', 'Tuin', 'Verkeer Verblijfsgebied' en/of 'Groen' met inachtneming van de volgende bepalingen: a. het aantal gestapelde woningen mag maximaal 40 bedragen; b. ingeval van een combinatie van grondgebonden en gestapelde woningen geldt een maximum van 30 wooneenheden; c. de bouwhoogte mag maximaal 17 m bedragen; d. voor gestapelde woningen dient minimaal 1,8 parkeerplaats per woning te worden gerealiseerd, waarvan 1 bij voorkeur maximaal parkeerplaats in een gebouwde voorziening; e. voor grondgebonden woningen geldt een minimale parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning, waarbij garages zonder opstelplaats ervoor niet mogen worden meegeteld; f. de gebouwde parkeervoorziening mag maximaal 1 m boven het maaiveld uitsteken; g. de afstand van de bebouwing tot aan de as van de rijbaan van de omringende wegen dient minimaal 12 m te bedragen; h. het bepaalde in lid 34.7 is tevens van toepassing. 34.6

Wetgevingzone - wijzigingsgebied 5

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de gronden met de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 5' te wijzigen naar de bestemmingen 'Wonen', 'Tuin', 'Verkeer Verblijfsgebied' en/of 'Groen' met inachtneming van de volgende bepalingen: a. het aantal woningen bedraagt na wijziging ten hoogste 4, uitgaande van handhaving van de twee bestaande woningen en het bouwen van twee nieuwe woningen; b. de goothoogte van de woningen bedraagt ten hoogste 6 m; c. de afstand van de twee nieuw te bouwen woningen tot de as van de Vlietlaan bedraagt ten minste 60 m; d. het wijzigingsplan dient te voorzien in een nieuw aan te leggen ontsluitingsweg in de noordzuidrichting; e. het bepaalde in lid 34.7 is tevens van toepassing. 34.7

Algemene randvoorwaarden bij wijzigen

Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan een wijziging van het plan, mits: a. dit ruimtelijk inpasbaar is, gelet op: 1. de kwaliteit van het openbare gebied, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen; 3. de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden en/of bezonning van het betreffende perceel en de aangrenzende percelen en bouwwerken; 4. de verkeersveiligheid; 5. de sociale veiligheid; 6. het gewenste voorzieningenniveau; b. voldaan wordt aan de onderzoeksverplichting op de volgende onderdelen: 1. luchtkwaliteit; 2. parkeerbehoefte; Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

62

3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

geluid; bodemkwaliteit; watertoets; archeologie; externe veiligheid (afweging van het groepsrisico); ecologie, toetsing Wet natuurbescherming; economische uitvoerbaarheid en kostenverhaal.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

63

Artikel 35 35.1

Overige regels

Werking wettelijke regelingen

De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

64

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

65

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 36 36.1

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig ontheffing bij een omgevingsvergunning afwijken van dit lid onder a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 36.2

Overgangsrecht gebruik

Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

66

Artikel 37

Slotregel

Deze regels worden aangehaald onder de naam 'Regels van het bestemmingsplan Woongebied Ridderkerk'.

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

Bijlage 1

Staat van bedrijfsactiviteiten

Woongebied Ridderkerk vastgesteld, 20 november 2025

Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten

Lijst van afkortingen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten < > = cat. e.d. kl. n.e.g. o.c. p.c. p.o. b.o. v.c. u d

niet van toepassing of niet relevant kleiner dan groter gelijk aan categorie en dergelijke klasse niet elders genoemd opslagcapaciteit productiecapaciteit productieoppervlak bedrijfsoppervlak verwerkingscapaciteit uur dag

w j B C D L Z R V G/P

week jaar bodemverontreiniging continu divers luchtverontreiniging zonering op basis van Wet geluidhinder risico (Besluit externe veiligheid inrichtingen mogelijk van toepassing) Vuurwerkbesluit van toepassing verkeersaantrekkende werking goederenvervoer/personenvervoer: 1. potentieel geringe verkeersaantrekkende werking 2. potentieel aanzienlijke verkeersaantrekkende werking 3. potentieel zeer grote verkeersaantrekkende werking

SBI-CODE 1993

CATEGORIE

VERKEER

-

LANDBOUW EN DIENSTVERLENING TEN BEHOEVE VAN DE LANDBOUW

0112

0

Tuinbouw:

0112

4

-

champignonkwekerijen (algemeen)

30

10

30

C

10

30

2

1 G

0112

5

-

champignonkwekerijen met mestfermentatie

100

10

30

C

10

100

3.2

1 G

0112

6

-

bloembollendroog- en prepareerbedrijven

30

10

30

C

10

30

2

1 G

0112

7

-

witlofkwekerijen (algemeen)

30

10

30

C

10

30

2

1 G

014

0

Dienstverlening ten behoeve van de landbouw:

014

1

-

algemeen (onder andere loonbedrijven): b.o. > 500 m²

30

10

50

10

50

3.1

2 G

014

2

-

algemeen (onder andere loonbedrijven): b.o.<= 500 m²

30

10

30

10

30

2

1 G

-

algemeen met opslag bestrijdingsmiddelen > 10 ton: zie SBI-code 51.55

014

GROOTSTE AFSTAND

GEVAAR

01

nummer

GELUID

INDICES

STOF

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

OMSCHRIJVING

D

014

3

-

plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m²

30

10

50

10

50

3.1

2 G

014

4

-

plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m²

30

10

30

10

30

2

1 G

30

10

30

C

0

30

2

1 G

0142 05

KI-stations -

VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN

0501.1

Zeevisserijbedrijven

100

0

100

C

50

100

3.2

2 G

0501.2

Binnenvisserijbedrijven

50

0

50

C

10

R

50

3.1

1 G

0502

0

Vis- en schaaldierkwekerijen

0502

1

-

oester-, mossel- en schelpenteeltbedrijven

100

30

50

C

0

100

3.2

1 G

0502

2

-

visteeltbedrijven

50

0

50

C

0

50

3.1

1 G

15

-

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN

151

0

Slachterijen en overige vleesverwerking:

151

1

-

slachterijen en pluimveeslachterijen

100

0

100

C

50

151

2

-

vetsmelterijen

700

0

100

C

30

151

3

-

bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval

300

0

100

C

50

151

4

-

vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1.000 m²

100

0

100

C

50

151

5

-

vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1.000 m²

50

0

50

C

30

R

100

3.2

2 G

700

D

5.2

2 G

R

300

4.2

2 G

R

100

3.2

2 G

50

3.1

1 G

AFSTANDEN IN METERS

INDICES GROOTSTE AFSTAND

-

vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m²

30

0

50

10

50

3.1

1 G

7

-

50

0

50

10

50

3.1

1 G

151

8

loonslachterijen vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m²

50

0

50

10

50

3.1

2 G

152

0

Visverwerkingsbedrijven:

152

1

-

drogen

700

100

200

C

30

700

5.2

2 G

152

2

-

conserveren

200

0

100

C

30

200

4.1

2 G

152

3

-

roken

300

0

50

C

0

300

4.2

1 G

152

4

-

verwerken anderszins: p.o. > 1.000 m²

300

10

50

C

30

300

4.2

2 G

152

5

-

conserveren of verwerken anderszins: p.o. <= 1.000 m²

100

10

50

30

100

3.2

1 G

152

6

-

conserveren of verwerken anderszins: p.o. <= 300 m²

50

10

30

10

50

3.1

1 G

1531

0

Aardappelproductenfabrieken:

1531

1

-

vervaardiging van aardappelproducten

300

30

200

1531

2

-

vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m²

50

10

50

1532, 1533

0

Groente- en fruitconservenfabrieken:

1532, 1533

1

-

jam

50

10

100

C

1532, 1533

2

-

groente algemeen

50

10

100

C

1532, 1533

3

-

met koolsoorten

100

10

100

1532, 1533

4

-

met drogerijen

300

10

1532, 1533

5

-

met uienconservering (zoutinleggerij)

300

1541

0

Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten:

1541

1

-

p.c. < 250.000 ton/jaar

1541

2

-

p.c. >= 250.000 ton/jaar

1542

0

Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten:

1542

1

-

1542

2

-

1543

0

Margarinefabrieken:

1543

1

-

1543

2

-

C

D

VERKEER

GEVAAR

6

151

GELUID

STOF

151

nummer

GEUR

OMSCHRIJVING

CATEGORIE

SBI-CODE 1993

50

R

300

4.2

2 G

50

R

50

3.1

1 G

10

100

3.2

1 G

10

100

3.2

2 G

C

10

100

3.2

2 G

200

C

30

300

4.2

2 G

10

100

C

10

300

4.2

2 G

200

30

100

C

300

50

300

C

p.c. < 250.000 ton/jaar

200

10

100

C

p.c. >= 250.000 ton/jaar

300

10

300

C

p.c. < 250.000 ton/jaar

100

10

200

C

p.c. >= 250.000 ton/jaar

200

10

300

C

Z

Z

Z

30

R

200

4.1

3 G

50

R

300

4.2

3 G

100

R

200

4.1

3 G

200

R

300

4.2

3 G

30

R

200

4.1

3 G

50

R

300

4.2

3 G

GROOTSTE AFSTAND

GEVAAR

STOF

VERKEER

INDICES CATEGORIE

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

nummer

OMSCHRIJVING

GELUID

SBI-CODE 1993

1551

0

Zuivelproductenfabrieken:

1551

1

-

gedroogde producten, p.c. >= 1,5 ton/uur

200

100

500

C

Z

50

R

500

5.1

3 G

1551

2

-

geconcentreerde producten, verdampingscapaciteit >= 20 ton/uur

200

30

500

C

Z

50

R

500

5.1

3 G

1551

3

-

melkproductenfabrieken v.c. < 55.000 ton/jaar

50

0

100

C

50

R

100

3.2

2 G

1551

4

-

melkproductenfabrieken v.c. >= 55.000 ton/jaar

100

0

300

C

50

R

300

4.2

3 G

1551

5

-

overige zuivelproductenfabrieken

50

50

300

C

50

R

300

4.2

3 G

1552

1

Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m²

50

0

100

C

50

R

100

3.2

2 G

1552

2

-

10

0

30

30

2

1 G

1561

0

Meelfabrieken:

1561

1

-

p.c. >= 500 ton/uur

200

100

300

C

100

R

300

4.2

2 G

1561

2

-

p.c. < 500 ton/uur

100

50

200

C

50

R

200

4.1

2 G

Grutterswarenfabrieken

50

100

200

C

50

4.1

2 G

1561

consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m²

Z

0 Z

1562

0

Zetmeelfabrieken:

1562

1

-

p.c. < 10 ton/uur

200

50

200

C

1562

2

-

p.c. >= 10 ton/uur

300

100

300

C

1571

0

Veevoerfabrieken:

1571

1

-

destructiebedrijven

700

30

200

C

50

1571

2

-

beender-, veren-, vis-, en vleesmeelfabriek

700

100

100

C

30

1571

3

-

drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) capaciteit < 10 ton/uur water

300

100

200

C

30

1571

4

-

drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) capaciteit >= 10 ton/uur water

700

200

300

C

1571

5

-

mengvoeder, p.c. < 100 ton/uur

200

50

200

C

1571

6

-

mengvoeder, p.c. >= 100 ton/uur

300

100

300

C

Vervaardiging van voer voor huisdieren

200

100

200

C

30

1572

Z

Z Z

200

D

30

R

200

4.1

1 G

50

R

300

4.2

2 G

700

D

5.2

3 G

700

D

5.2

3 G

300

4.2

2 G

50

700

5.2

3 G

30

200

4.1

3 G

300

4.2

3 G

200

4.1

2 G

50

R

R

1581

0

Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:

1581

1

-

v.c. < 7.500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens

30

10

30

C

10

30

2

1 G

1581

2

-

v.c. >= 7.500 kg meel/week

100

30

100

C

30

100

3.2

2 G

Banket, biscuit- en koekfabrieken

100

10

100

C

30

100

3.2

2 G

500

100

300

C

100

500

5.1

2 G

1582 1583

0

Suikerfabrieken:

1583

1

-

v.c. < 2.500 ton/jaar

R

500

50

100

v.c. >= 2.500 ton/jaar

1584

1

-

1584

2

C

Z

VERKEER

cacao- en chocoladefabrieken: p.o. > 2.000 m² cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m² cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m²

Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:

CATEGORIE

700

-

0

INDICES GROOTSTE AFSTAND

200

2

1584

GEVAAR

STOF

1000

1583

-

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

nummer

OMSCHRIJVING

GELUID

SBI-CODE 1993

200

R

1000

5.3

3 G

100

50

R

500

5.1

2 G

30

50

30

100

3.2

2 G

1584

3

30

10

30

10

30

2

1 G

1584

4

-

suikerwerkfabrieken met suiker branden

300

30

50

30

R

300

4.2

2 G

1584

5

-

suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m²

100

30

50

30

R

100

3.2

2 G

1584

6

-

suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m²

30

10

30

10

30

2

1 G

50

30

10

10

50

3.1

2 G

1585

Deegwarenfabrieken

1586

0

Koffiebranderijen en theepakkerijen:

1586

1

-

koffiebranderijen

500

30

200

10

500

5.1

2 G

1586

2

-

theepakkerijen

100

10

30

10

100

3.2

2 G

4.1

2 G

4.1

2 G

200

4.1

2 G

100

3.2

2 G

300

4.2

2 G

C

1587

Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden

200

30

50

10

200

1589

Vervaardiging van overige voedingsmiddelen

200

30

50

30

200

1589.1

Bakkerijgrondstoffenfabrieken

200

50

50

50

R

D

D

1589.2

0

Soep- en soeparomafabrieken:

1589.2

1

-

zonder poederdrogen

100

10

50

10

1589.2

2

-

met poederdrogen

300

50

50

50 30

200

4.1

2 G

300

4.2

2 G

1589.2

Bakmeel- en puddingpoederfabrieken

200

50

50

1591

Destilleerderijen en likeurstokerijen

300

30

200

C

30

R

1592

0

Vervaardiging van ethylalcohol door gisting:

1592

1

-

p.c. < 5.000 ton/jaar

200

30

200

C

30

R

200

4.1

1 G

1592 1593 t/m 1595

2

-

p.c. >= 5.000 ton/jaar

300

50

300

C

50

R

300

4.2

2 G

30

2

1 G

R

300

4.2

2 G

300

4.2

2 G

100

3.2

3 G

Vervaardiging van wijn, cider en dergelijke

10

0

30

C

0

1596

Bierbrouwerijen

300

30

100

C

50

1597

Mouterijen

300

50

100

C

30

1598

Mineraalwater- en frisdrankfabrieken

10

0

100

50

R

-

50

100

C

30

200

4.1

2 G

30

100

3.2

2 G

VERKEER

10

CATEGORIE

50

VERWERKING VAN TABAK Tabakverwerkende industrie

171

30

GROOTSTE AFSTAND

17

200

INDICES

GEVAAR

-

160

STOF

16

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

nummer

OMSCHRIJVING

GELUID

SBI-CODE 1993

VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Bewerken en spinnen van textielvezels

172

0

Weven van textiel:

172

1

-

aantal weefgetouwen < 50

10

10

100

172

2

-

aantal weefgetouwen >= 50

10

30

300

Z

0

100

3.2

2 G

50

300

4.2

3 G

173

Textielveredelingsbedrijven

50

0

50

10

50

3.1

2 G

174, 175

Vervaardiging van textielwaren

10

0

50

10

50

3.1

1 G

1751

Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken

100

30

200

10

200

4.1

2 G

176, 177

Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen

0

10

50

10

50

3.1

1 G

18

-

VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT

181

Vervaardiging kleding van leer

30

0

50

0

50

3.1

1 G

182

Vervaardiging van kleding en -toebehoren (exclusief van leer)

10

10

30

10

30

2

2 G

183

Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont

50

10

10

10

50

3.1

1 G

4.2

2 G

3.1

2 G

19

-

VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCLUSIEF KLEDING)

191

Lederfabrieken

300

30

100

10

300

192

Lederwarenfabrieken (exclusief kleding en schoeisel)

50

10

30

10

50

193

Schoenenfabrieken

50

10

50

10

50

3.1

2 G

0

50

100

50

100

3.2

2 G

200

30

50

10

200

4.1

2 G

20

-

2010.1

D

HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK EN DERGELIJKE Houtzagerijen

2010.2

0

Houtconserveringsbedrijven:

2010.2

1

-

met creosootolie

R

202 203, 204, 205 203, 204, 205

2

met zoutoplossingen

Fineer- en plaatmaterialenfabrieken

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1194/documents/41949