Reactie advies MBR verordening jeugdhulp Ridderkerk.pdf
Tekst van het document
RIDDERKERK
6 T.a.v. de voorzitter van het MBR
Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n):
18 augustus 2021
Ons kenmerk: 402763 Contact: Bo Zomerdijk Telefoonnummer: 0180-451234 Datum: 29 oktober 2021
Betreft: Reactie advies verordening jeugdhulp gemeente Ridderkerk 2022 Geachte voorzitter van het MBR, Op 18 augustus 2021 ontvingen wij uw advies over de Verordening jeugdhulp Ridderkerk 2022. Wij danken u voor het uitgebrachte advies. Met deze antwoordbrief geven wij een reactie op uw uitgebrachte advies. Onderstaand zijn uw adviezen cursIef weergegeven, met daaronder per advies onze reactie, Op de eerste plaatse onze dank dat wij in de gelegenheid zijn gesteld om een advies uit te brengen over de nieuwe concept Verordening Jeugdhulp gemeente Ridderkerk 2022. We hebben dit concept zorgvuldig bestudeerd en tegen het licht gehouden van drie belangrijke ontwikkelingen en/of
aandachtspunten,namelijk. 1-
Het rapport 'Jeugdzorg; een onderwerp van aanhoudende zorg’ d.d. 18 mei 2021 van de landelijke Arbitragecommissie Jeugdhulp. Enkele conclusies zijn hierbij opvallend, nl. Het huidige stelsel is financieel onhoudbaar. Jongeren en gezinnen met ernstige jeugdzorgproblematiek vallen nu buiten de boot, hetzij door het niet goed functioneren van de keten, hetzij door te lange wachtlijsten, hetzij door een tekort aan gespecialiseerde vooIzieningen Van slechts 10-12% van de interventies in de jeugdzorg staat vast dat ze bewezen effectief zijn. Er is sprake van onvoldoende doelmatigheid bij de gemeenten.
De commissie stelt voor de jeugdzorgplicht te beperken tot drie situaties waarbij de gebruikelijke zorg niet
afdoende is, namelijk >
Er zijn vastgestelde zorgen over de veiligheid van het kind (kindermishandeling, onveilige
woonomgeving,etc.) Een kind heeft een vastgestelde psychische aandoening, stoornis of geestelijke - en/of lichamelijke beperking waarbij het eigen vermogen van de sociale omgeving ontoereikend is om gezond op te groeien en te participeren in de maatschappij. Bij overige opvoed- en opgroeivragen geldt alleen een jeugdhulpplicht aIs zonder de jeugdhulp het kind niet kan participeren in de maatschappij (deelnemen aan onderwijs, vrijetijdsbesteding
en sociale contacten) Het Rijk en de VNG hebben een overeenstemming bereikt om per 1 januari 2022 te starten met de uitvoering van een hervormingsagenda
Pagina 2 van 5
Het aankomend rapport van de Ridderkerkse Rekenkamer Commissie over de resultaatgerichtheid van de jeugdhulp in Ridderkerk. Verwacht mag worden dat uit dit rapport aanbevelingen zullen komen die nopen tot wijziging van het beleid en de verordening. 3. De tooslagenaffaire en de vereiste herijking van de relatie burger - overheid. Staat de burger met zijn vraag centraal en is de organisatie van de gemeente hierop ingericht? Of dient de burger zich vooral te voegen naar de regels en het aanbod van de overheid? Wordt de burger gewantrvuwd en beschouwd als een potentiele misbruiker van de zorg of fraudeur? Andersom gesteld: straalt de verordening een excellent dienstvedenend karakter uit en versterkt dit de vertrouwensband tussen de burger en de overheid? 2.
Op grond van het bovenstaande komt het MBR tot een constatering dat de thans voorliggende verordening bij wijze van spreken al achterhaald is voordat die is vastgesteld. Deze verordening is vooral gebaseerd op de recente nota Integraal Beleid Sociaal Domein, en houdt geen rekening met de drie bovengenoemde aandachtspunten. In ons advies richten we in het bijzonder op die punten die een exponent zijn van een niet meer passend beleid. Wij doen hierbij voorstellen die meer in lijn liggen met
het te verwachten nieuwe beleid.
In concreto stellen wij voor dat alleen die interventies in aanmerking komen voor een gemeentelijke bekostiging als ze voldoen aan drie basisvoorwaarden. a. De interventie is opgenomen in de register van bewezen effectieve interventies van het Nationaal
Jeugd instituut; b. Deze interventies worden uitgevoerd door instellingen die algemeen erkend zijn als instellingen die in staat zijn om deze interventies overeenkomstig de voorgeschreven condities uit te voeren; c. De interventies worden alleen uitgevoerd door professionals die zijn ingeschreven bij hetzij de Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk, hetzij de beroepsvereniging voor psychologen, nl het Nederlands Instituut voor Psychologen en/of die zijn ingeschreven in het BIG-register (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg). Tevens stellen we voor dat er meer aandacht wordt besteed aan de klantgerichtheid en goede dienstverlening en dat bij een klacht van een burger op de eerste plaats wordt geluisterd naar de klacht. Advies Op grond van het bovenstaande komen wij tot het volgende advies 1. De hierboven genoemde basisvoorwaarden opnemen in hoofdstuk 1 Algemeen bepalingen, artikel
1.1. Definities Reactie: Voor de drie basisvoorwaarden waar u naar verwijst is geen concrete wetswijziging aanhangig om die te implementeren. De verordening moet gebaseerd zijn op huidige wetgeving. De staatssecretaris heeft op 3 juni jl. een brief gestuurd naar de Tweede Kamer naar aanleiding van de aanbevelingen van het rapport ' Jeugdzorg. een onderwerp van aanhoudende zorg' van de landelijke Arbitragecommissie Jeugdhulp Hierin staat dat het nieuwe kabinet zal moeten besluiten over nieuwe aanpassingen aan het jeugdhulpstelstel. Indien het kabinet het jeugdhulpstelsel aanpast. zal de verordening vervolgens eveneens aangepast moeten worden 2.
De bovengenoemde basisvoorwaanien vereisen een herziening van artikel 2.1 Algemene voorzieningen en aanscherping van artikel 2.2. Individuele voorzieningen, lid 1(verblijD en lid m (zorgvedening aan jeugdigen binnen het sociaal netwerk). Dyslexie komt niet meer in aanmerking voor bekostiging uit het jeugdzorgbudget en dient te worden ondergebracht in het Passend Onderwijs. Daar tegenover staat dat het onderwijs er op moet kunnen vertrouwen dat in geval van onderwijs overstijgende zorg- en opvoedvragen de jeugdhulp een interventie kan bieden die voor de
jeugd en het gezin het verschil maakt.
Pagina3 van 5 Reactie: Indien het kabinet het jeugdhulpstelsel aanpast, zal de verordening vervolgens eveneens aangepast moeten worden, Zoals jeugdhulp op dit moment in de wet is gedefinieerd, valt dyslexie onder jeugdhulp De verordening is een uitvoering van de opdracht die in de Jeugdwet (artikel 2.9 Jeugdwet) staat. Een inperking van jeugdhulp, zoals het onderbrengen van dyslexie bij Passend Onderwijs, kan alleen door een wijziging van de definitie van jeugdhulp. Deze wijziging kan enkel door de landelijke wetgever worden doorgevoerd. Voor de drie basisvoorwaarden waar u naar verwijst is geen concrete wetswijziging aanhangig om die te implementeren. De verordening moet gebaseerd zijn op huidige wetgeving. De staatssecretaris heeft op 3 juni jl. een brief gestuurd naar de Tweede Kamer naar aanleiding van de aanbevelingen van het rapport ' Jeugdzorg. een onderwerp van aanhoudende zorg’ van de landelijke Arbitragecommissie Jeugdhulp. Hierin staat dat het nieuwe kabinet zal moeten besluIten over nieuwe aanpassingen aan het jeugdhulpstelstel
3.
In hoofdstuk 3 Toegang jeugdhulp via de gemeente: de termijnen bij het stappenplan van aanmelding tot beschikking expliciteren en opnemen in de verordening, zodat betrokkenen een helder beeld hebben van hoe in de tijd de procedure verloopt, vanaf het eerste contact tot de toe- of afwijzing van hulp, alsmede de daadwerkelijke start en looptijd van de hulp.
Reactie: De Jeugdwet kent geen meldingsprocedure zoals die in de Wmo 2015 staat. Dit betekent dat artikel 4:13 van de Awb van toepassing is. Doordat in artikel 4:13 lid 2 van de Awb de maximale termijn van in beginsel 8 weken staat, behoeft dit niet in een aparte regeling in de verordening te worden opgenomen Het college informeert burgers over de behandeling van de aanvraag zodra zij deze hebben ingediend 4.
In hoofdstuk, artikel 4.3.3 Verplichtingen pgb, nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering een bepaling opnemen dat hoor en wederhoor plaatsvindt, dat de gebruiker van het PGB zich kan laten bijstaan door een onafhankelijk deskundige en dat het onderzoek nadrukkelijk betrekt de redelijkheid en billijkheid van eventueel te nemen maatregelen
Reactie: Uw advies gaat over artikel 8.2 lid 3 van de verordening. Een burger kan in een gesprek met de overheid zich altijd bij laten staan door een gemachtigde. Bovendien is er een onafhankelijke cliëntondersteuner beschikbaar. Op het moment dat de overheid besluiten neemt. betreffen het belastende besluiten, Op grond van artikel 3:2 van de Awb ligt de belastlast op de overheid. In artikel 3:4 van de Awb is opgenomen dat het bestuursorgaan rekening moet houden met de evenredigheid van een besluit. Dit zijn algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Omdat uw adviezen in de Awb staan, hoeft dit niet in de
verordeningte worden opgenomen. 5.
Bij hoofdstuk 6 individuele voorzieningen jeugdhulp: deze te beperken tot drie situaties zoals aangeven door de Arbitragecommissie Jeugdhulp in haar rapport van 18 mei 2021. Artikel 6.3 lid 2 te laten vervallen, evenals artikel 6.4 toegang dyslexiezorg.
Reactie: Indien het kabinet het jeugdhulpstelsel aanpast, zal de verordening vervolgens eveneens aangepast moeten worden. Zoals jeugdhulp op dit moment in de wet is gedefinieerd valt dyslexie onder jeugdhulp De verordening is een uitvoering van de opdracht die in de Jeugdwet (artikel 2.9 Jeugdwet) staat. Een inperking van jeugdhulp, zoals het onderbrengen van dyslexie bij Passend Onderwijs, kan alleen door een wijziging van de definitie van jeugdhulp. Deze wijziging kan enkel door de landelijke wetgever worden doorgevoerd. Voor de drie basisvoorwaarden waar u naar verwijst is geen concrete wetswijziging aanhangig om die te implementeren. De verordening moet gebaseerd zijn op huidige wetgeving
Konlngspleln 1 Postbus 271
2980 AG Ridderkerk
Pagina 4 van 5
De staatssecretaris heeft op 3 juni jl. een brief gestuurd naar de Tweede Kamer naar aanleiding van de aanbevelingen van het rapport ' Jeugdzorg: een onderwerp van aanhoudende zorg' van de landelijke Arbitragecommissie Jeugdhulp. Hierin staat dat het nieuwe kabinet zal moeten besluiten over nieuwe aanpassingen aan het jeugdhulpstetstel. Indien het kabinet het jeugdhulpstelsel aanpast, zal de verordening vervolgens eveneens aangepast moeten worden. 6. Hoofdstuk 9 Afstemming met andere voorzieningen: dit hoofdstuk uitbreiden met een artikel over afstemming met algemene welzijnsvoorzieningen. Voorzieningen die nu gerekend kunnen worden tot algemene welzijnsvoorzieningen komen niet in aanmerking voor bekostiging via de jeugdhulp. Reactie: Een algemene voorziening is voorliggend aan een Individuele voorziening zoals bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet. Dit hoeft daardoor niet in de verordening te worden vastgelegd 7. Hoofdstuk 10 Kwaliteit jeugdhulpaanbieders: dit hoofdstuk herzien in het kader van de bovengenoemde drie basisvoorwaarden (alleen bewezen effectieve interventies, het bij naam noemen van de erkende beroepsgroepen) Reactie: Het uitgangspunt dat in de Jeugdwet is opgenomen, is dat jeugdhulp wordt uitgevoerd door jeugdhulpprofessionals en dat het hierbij gaat om bewezen effectieve interventies.
Op grond van de Jeugdwet kan hiervan in afzonderlijke gevallen van worden afgeweken als beoordeeld wordt dat de inzet van jeugdhulpprofessionals niet tot de best passende zorginzet leidt. Hierbij kan gedacht aan een jeugdige die vanwege diens problematiek alleen zorg van een familielid accepteert. In dat geval kan de zorginzet van een niet-professional de behoefte aan een jeugdhulpprofessional overstijgen Voor de drie basisvoorwaarden waar u naar verwijst is geen concrete wetswijziging aanhangig om die te implementeren. De verordening moet gebaseerd zijn op huidige wetgeving. De staatssecretaris heeft op 3 juni jl. een brief gestuurd naar de Tweede Kamer naar aanleiding van de aanbevelingen van het rapport ' Jeugdzorg. een onderwerp van aanhoudende zorg’ van de landelijke Arbitragecorrlmissie Jeugdhulp Hierin staat dat het nieuwe kabinet zal moeten besluiten over nieuwe aanpassingen aan het jeugdhulpstelstel. Indien het kabinet het jeugdhulpstelsel aanpast, zal de verordening vervolgens eveneens aangepast moeten worden. 8.
Hoofdstuk 11, lid 2 Betrekken ingezetenen bij ontwikkelen beleid: een bepaling opnemen over advisering door het Maatschappelijk Burgerplatform Ridderkerk en/of verwijzing naar de Participatieverordening
2016.
Reactie: De participatieverordening 2016 is een vorm van een op grond van artikel 150 Gemeentewet gestelde regel met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend. In artikel 11.2 lid 1 van de verordening jeugdhulp wordt hiernaar verwezen. Daarom hoeft de participatieverordening 2016 niet in de verordening
te worden opgenomen 9.
Overgangs- en slotbepalingen: a. De werkingsduur van deze verordening beperken tot 31 december 2022, of zoveel eerder als het nieuwe beleid op grond van de rapportage Rekenkamer Commissie Ridderkerk over doelmatigheid van de jeugdhulp en/of aanbeveling die voortvloeien uit de landelijke hervormingsagenda door de raad zijn vastgesteld, b. Belanghebbende jeugd en gezinnen, alsmede de zorgaanbieders die door de nieuwe bepalingen de bekostiging van hun voorziening vediezen, kunnen nog tot uiterlijk 31 december 2022 gebruik kunnen maken van hun oude rechten.
Pagina 5 van 5
Reactie a.
b.
Verordeningen zijn voor onbepaalde tijd van toepassing. Dit geldt eveneens voor wetten. Indien wijzigingen in de Jeugdwet of het rapport van de Rekenkamercommissie Ridderkerk aanleiding geven tot aanpassen van de verordening, zal de verordening worden aangepast Eerdere indicaties die op basis van de thans geldende verordening zijn afgegeven verliezen niet hun werking met de inwerkingtreding van de nieuwe verordening. Dit gebeurt pas op het moment dat er een besluit wordt genomen voor een eventuele verlening van een aanvraag op basis van een gewijzigde ondersteuningsbehoefte. Dat houdt in dat er niet gefixeerd moet worden op een bepaalde datum. Wij zullen zorgvuldigheid betrachten door maatwerk te leveren bij het afbouwen van een voorziening. Bij het bieden van maatwerk houden wIj rekening met de situatie van de inwoner en de omstandigheden waarbinnen de inwoner zorg ontvangt. Een voorbeeld hiervan is een overgangsregeling naar de nieuwe situatie wanneer een inwoner in het kader van een herindicatie een veranderd zorgaanbod krijgt toegewezen
10. Een publieksgerichte folder maken voor de potentiele zorgvrager met de essentie van deze verordening. Een aparte folder in geval burgers een PGB willen aanvragen
Reactie: Burgers, zorgaanbieders en partners worden geïnformeerd over veranderingen in de werkwijze als gevolg van deze nieuwe verordening, Dit zal gebeuren middels diverse communicatiekanalen waaronder folders. Veranderingen die van belang zijn voor de potentiele zorgvragers zuIlen in ieder geval terug te vinden zijn in folders en/of informatiebrieven. Wij zullen hierbij uw advies opvolgen door een aparte folder op te stellen in het geval burgers een Pgb willen aanvragen. Tot slot willen wij u nogmaals hartelijk danken voor het uitbrengen van uw advies Hoogachtend
Het college van burgemee,ter en wethouders van Ridderkerk de secretaris fe burgem
//
J. Klaucke
mw. A. At
Koningsplein 1 Postbus 271
2980 AG Ridderkerk