Rapportage BetrokkenRidderkerk LabyrinthRotterdam.pdf
Tekst van het document
Rapportage Ridderkerk uitvraag participatie 24 januari 2024, Rotterdam
1
Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van
Auteurs: Sylvana Robbers, Lianne Straver, Wenda Doff & Samater Geddi © 2024 Labyrinth Onderzoek & Advies Rotterdam Hoofdkantoor: Amerikalaan 203 3526 VD Utrecht T: +31 (0)30 262 71 91 E: info@labyrinthonderzoek.nl W: www.labyrinthonderzoek.nl Alle rechten voorbehouden Niets uit deze uitgave mag - door iemand anders dan de opdrachtgever - worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.
Inhoudsopgave 1 Inleiding
4
1.1. Aanleiding en doel
4
1.2. Onderzoeksopzet
5
1.3. Respons
6
2 Resultaten
6
2.1. Achtergrondvariabelen
7
2.2. Resultaten enquête
9
2.2.1. Meedenken met de gemeente
9
2.2.2. Betrokkenheid onderwerpen gemeente
16
2.2.3. Bekendheid platforms
18
2.2.4. Beste kanalen en instrumenten om bewoners te bereiken
19
2.2.5. Wat kan de gemeente doen om inwoners nog beter te betrekken bij plannen?
21
2.3. Uitsplitsingen naar wijk en leeftijd
23
3 Conclusie
24
4 Geraadpleegde literatuur
25
3
1Inleiding 1.1. Aanleiding en doel De gemeente Ridderkerk vindt het belangrijk een zo breed mogelijk geluid uit de samenleving te horen, en hecht daarbij aan een betrokken samenleving die mee participeert over onderwerpen die van belang zijn voor Ridderkerk en haar inwoners. Iedere belanghebbende moet de kans krijgen op een passende manier mee te denken over onderwerpen die spelen in de gemeente. Het gaat over uiteenlopende onderwerpen die zich afspelen in de gemeente, wijk, buurt en straat. In de nota Betrokken Samenleving wordt helder gemaakt wanneer en hoe de inwoners door de gemeente worden benaderd om te kunnen participeren. Daarnaast wordt helder gemaakt hoe zij zelf de gemeente kunnen betrekken bij initiatieven uit de wijk. Instrumenten die in de praktijk werken worden opgenomen in de nota en waar nodig doorontwikkeld. Voorafgaand aan het opstellen van de nota is een uitvraag gedaan bij bewoners in de verschillende wijken van Ridderkerk met als doel een beoordeling te geven over de huidige door de gemeente gebruikte instrumenten en te vragen welke andere/nieuwe instrumenten een toegevoegde waarde kunnen hebben. De voorliggende rapportage biedt een overzicht van de uitkomsten van de uitvraag.
1.2. Onderzoeksopzet De uitvraag vond plaats aan de hand van een beknopte online enquête (CAWI = computer assisted web-based interview), waarvoor inwoners per brief zijn uitgenodigd met een unieke QR-code en een link. De gemeente heeft hiervoor een adressenlijst aangeleverd met postadressen van alle huishoudens van Ridderkerk, in totaal 22.210 adressen. De enquête is door Labyrinth opgesteld. De definitieve inhoud is in gezamenlijkheid met de gemeente tot stand gekomen. De enquête bestond voornamelijk uit gesloten vragen. Voor de uitvraag is een landingspagina aangemaakt (www.betrokkenridderkerk.nl). Omdat een online enquête niet voor iedereen goed werkt, zijn er veldonderzoekers de wijken ingegaan om bewoners te benaderen met een IPad waarop de enquête tijdens een face-to-face interview kon worden ingevuld (CAPI = computer assisted personal interview). In totaal zijn er twaalf interviewers ingezet; twee medewerkers van Labyrinth, twee medewerkers van de gemeente en acht medewerkers van welzijnsorganisatie Facet. Labyrinth heeft de interviewers getraind om de enquêtes face-to-face te kunnen afnemen. De interviewers hebben gebruik gemaakt van tablets die beschikbaar zijn gesteld door Labyrinth, met bijbehorende software Nfield.
Tijdens het veldwerk is twee keer per week gemonitord uit welke wijken respondenten de enquête invulden en wat de verdeling was naar leeftijd en geslacht. Met deze informatie is geprobeerd de respons van bepaalde groepen, met name jongeren, gericht te verhogen. Per wijk zijn één of twee locaties gekozen voor de face-to-face interviews. Interviewers van Facet en de gemeente hebben voornamelijk buurthuizen en de bibliotheek bezocht, en er is gebruik gemaakt van een door de gemeente georganiseerde buurttent. Medewerkers van Labyrinth hebben daarnaast ook plekken zoals winkelcentra bezocht.
2 Resultaten 2.1. Leeswijzer In dit hoofdstuk worden de resultaten uit de enquête uiteengezet door middel van rechte tellingen. Waar relevant zijn uitsplitsingen gemaakt naar achtergrondvariabelen (zie paragraaf 2.3). Het is raadzaam om Box 1 te raadplegen alvorens men een blik werpt op de grafieken met resultaten.
Box 1: Toelichting tabellen en figuren * Door afrondingsverschillen kan het voorkomen dat totalen niet precies op 100% uitkomen; * n = het aantal respondenten dat de vraag heeft beantwoord. Dit kan per vraag verschillen; * Indien respondenten meerdere antwoorden op een vraag konden geven, kan het zijn dat de totale percentages niet uitkomen op 100%, maar hoger. Het gaat immers om het percentage van de respondenten dat iets vindt, niet om het percentage van het aantal antwoorden dat gegeven is. Indien het gaat om een dergelijke vraag waar meerdere antwoorden mogelijk zijn (multipele respons), dan wordt dit aangeven bij de betreffende figuurtitel. Daarnaast wordt onder de betreffende tabel of figuur vermeld wat het totaal aantal antwoorden en het gemiddeld aantal antwoorden per respondent is.
2.1. Respons In totaal hebben 2.234 bewoners deelgenomen aan het onderzoek. Het overgrote deel heeft online meegedaan (n = 1.895, 85%), een kleinere groep via een face-to-face interview (n = 339, 15%). Op basis van de adressenlijst die is gebruikt om bewoners uit te nodigen (n = 22.210) kunnen we concluderen dat onder degenen die online deelnamen een response percentage van 9% is behaald. Dit is een goede respons.
6
2.2. Achtergrondvariabelen Onderstaande figuren geven een beeld van de achtergrondkenmerken van de respondenten. Iets meer mannen (55%) dan vrouwen (44%) hebben meegedaan met de uitvraag. Vijftigplussers zijn oververtegenwoordigd in de uitvraag en jongeren zijn iets ondervertegenwoordigd 1. De verdeling over de wijken is redelijk in lijn met de daadwerkelijke inwonerspercentages (zie Figuur 3)2.
Figuur 1: Verdeling geslacht (n = 2.234)
Figuur 2: Verdeling leeftijd (n = 2.234)
<1% (10)
16 - 25 jaar
5% (115)
26 - 35 jaar 44% (988)
Man
55% (1.236)
Vrouw
Anders
10% (233)
36 - 49 jaar
16% (350)
50 - 67 jaar
35% (772)
68 jaar of ouder
34% (764)
0%
5%
10%
15%
20%
25%
30%
35%
40%
1 Het percentage inwoners in de leeftijd van 15 tot 25 jaar is ongeveer 10%. Het percentage inwoners >45 jaar is ongeveer 50%. Bron: www.allecijfers.nl/gemeente/ridderkerk
2
24% van alle inwoners woont in de wijk Drievliet/Het Zand, 21% woont in Slikkerveer en 17% woont in Bolnes. Voor een compleet overzicht zie: www.allecijfers.nl/gemeente/ridderkerk 7
Figuur 3: Verdeling over de wijken in Ridderkerk (n = 2.234)
Drievliet/Het Zand
25% (556)
Slikkerveer
21% (474)
Bolnes
16% (350)
Centrum
13% (293)
Oost
9% (198)
Rijsoord
7% (163)
West
7% (154)
Oostendam
2% (46) 0%
5%
10%
15%
20%
25%
30%
8
2.3. Resultaten enquête 2.3.1. Meedenken met de gemeente Als eerste is in de enquête gevraagd of men weleens heeft meegedacht met de gemeente of zijn/haar inbreng heeft gegeven, bijvoorbeeld over plannen, projecten of beleid of via de gemeenteraadsverkiezingen. In Figuur 4 is te zien dat minder dan de helft van de respondenten dit weleens heeft gedaan (43%).
Figuur 4: Aandeel respondenten dat weleens heeft meegedacht met de gemeente of inbreng heeft gegeven (n = 2.234)
43% (958) 57% (1.276)
Ja
Nee
Vervolgens konden respondenten die weleens hadden meegedacht met de gemeente aangeven op welke manier zij hun inbreng hadden gegeven, waarbij meerdere antwoorden mogelijk waren. Onderstaand figuur toont in percentages het aandeel respondenten dat een platform heeft genoemd met daar achter tussen haakjes het aantal gegeven antwoorden. De figuur laat zien dat men meestal via een enquête (44%), fysieke bijeenkomst met gemeentemedewerkers (39%) of door middel van persoonlijk contact met een gemeentemedewerker (27%) heeft meegedacht. Figuur 5: Manier waarop men heeft meegedacht met de gemeente/inbreng heeft gegeven (n = 958)*
Enquête
44% (423)
Fysieke bijeenkomst met medewerkers van de gemeente
39% (377)
Gemeenteraadsverkiezingen
33% (313)
Persoonlijke contact met een medewerker van de gemeente
27% (259)
Digitale formulieren op de website en/of de gemeenteapp
21% (201)
Opsturen van een bezwaar of zienswijze
16% (149)
Mijn gekozen volksvertegenwoordiger en/of politieke partij
14% (137)
Buurttent
10% (97)
Platform (bijv. Maatschappelijk Burgerplatform (MBR), buurtpreventie)
10% (96)
Reacties op sociale media (Instagram, Facebook, Linkedin, X/Twitter)
8% (80)
Digitale bijeenkomst met medewerkers van de gemeente
7% (71)
Spreekuur van het college van burgemeester en wethouders
6% (57)
Commissievergaderingen
5% (49)
Anders
8% (74)
Ik weet het niet
1% (8) 0%
5%
10%
15%
20%
25%
30%
35%
40%
45%
50%
*Meerdere antwoorden mogelijk. Er zijn in totaal 2.391 antwoorden gegeven, waarbij het gemiddelde op 2,5 verschillende antwoorden per persoon lag.
10
Respondenten konden ook aangeven in hoeverre zij tevreden zijn over de instrumenten die zij hadden gebruikt om mee te denken met de gemeente. Te zien in Figuur 6 is dat men het meest tevreden zegt te zijn over de zelfgekozen volksvertegenwoordiger en/of politieke partij en enquête, terwijl men het meest ontevreden is over het opsturen van een bezwaar of zienswijze en reacties op sociale media (zoals Facebook en X). Wat verder opvalt is dat bij een behoorlijk aantal instrumenten minder dan de helft van de respondenten aangeeft tevreden te zijn. Figuur 6: Tevredenheid over instrumenten gebruikt om mee te denken met gemeente*
Gekozen volksvertegenwoordiger en/of politieke partij (n=137)
69%
Enquête (n=423)
59%
Gemeenteraadsverkiezingen (n=313)
58%
24%
7%
29%
13%
36%
6%
Digitale formulieren op website en/of gemeenteapp (n=201)
54%
29%
16%
Buurttent (n=97)
54%
28%
19%
Digitale bijeenkomst met gemeentemedewerkers (n=71)
54%
Persoonlijk contact met gemeentemedewerker (n=259)
51%
29%
21%
Platform (n=96)
49%
31%
20%
Fysieke bijeenkomst met gemeentemedewerkers (n=377)
49%
33%
19%
Commissievergadering (n=49)
47%
33%
20%
Spreekuur van college van B&W (n=57)
44%
37%
19%
Reacties op sociale media (n=80)
43%
39%
19%
Opsturen van bezwaar of zienswijze (n=149)
32%
33% 0%
10%
(heel) tevreden
20% neutraal
28% 30%
40%
50%
14%
40% 60%
70%
80%
90%
100%
(heel) ontevreden
* Groepsgroottes verschillen, afhankelijk van welke instrumenten respondenten hebben gekozen.
11
De 1.276 respondenten die aangaven nog nooit te hebben meegedacht of hun inbreng te hebben gegeven kregen de vraag waarom zij dit nog nooit hebben gedaan. Zij konden meerdere antwoorden geven. Een vierde van de respondenten wist niet dat zij hun mening konden geven (25%), anderen wisten niet hoe zij dit konden doen (16%) of geloofden niet dat hun bijdrage waardevol zou zijn (16%).
Figuur 7: Redenen waarom men nooit heeft meegedacht met de gemeente (n = 1.276)*
Ik wist niet dat ik mijn mening kon geven
25% (314)
Ik wist niet hoe ik dit moest doen
16% (209)
Ik geloof niet dat mijn bijdrage waardevol is
16% (208)
Geen interesse
14% (174)
Geen tijd
Geen mogelijkheid
11% (146)
2% (27)
Anders
15% (187)
Weet niet
11% (146) 0%
5%
10%
15%
20%
25%
30%
*Meerdere antwoorden mogelijk. Er zijn in totaal 1411 antwoorden gegeven, waarbij het gemiddelde op 1 antwoord per persoon lag.
12
Verder is aan alle respondenten gevraagd of zij het überhaupt zinvol vinden om mee te denken met de gemeente of hun inbreng te geven. Een ruime meerderheid (n = 1.567, 70%) geeft aan dat zij dit in sommige gevallen zinvol vindt (zie Figuur 8), voornamelijk als het invloed heeft op henzelf en/of de directe leefomgeving (84%, zie Figuur 9). Zo’n 1 op de 5 respondenten vindt het altijd zinvol mee te denken met de gemeente. Figuur 8: Wel of niet zinvol om mee te denken met de gemeente (n = 2.234)
Ja, altijd
21% (472)
Ja, in sommige gevallen
70% (1.567)
Nee
9% (195)
0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
13
Figuur 9: In welke gevallen vinden inwoners het zinvol om mee te denken met de gemeente (n = 1.567)*
Als het invloed heeft op mijzelf en/of mijn directe leefomgeving
84% (1.321)
Als het onderwerp mij aanspreekt
51% (792)
Anders
2% (37)
0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
90%
*Meerdere antwoorden mogelijk. Er zijn in totaal 2.150 antwoorden gegeven, waarbij het gemiddelde op 1,4 verschillende antwoorden per persoon lag.
14
Het kleine aantal inwoners dat het niet zinvol vindt om mee te denken met de gemeente (n = 195) geeft hier verschillende redenen voor (zie Figuur 10). De meest genoemde reden is dat men denkt dat de gemeente toch niks met hun bijdrage of stem doet (41%). Figuur 10: Redenen waarom sommige inwoners het niet zinvol vinden om mee te denken met de gemeente (n = 195)*
De gemeente doet toch niks met mijn bijdrage of stem
43% (84)
Ik ben tevreden met hoe het gaat
24% (47)
Ik heb er geen interesse in
21% (42)
Anders
16% (31)
0%
10%
20%
30%
40%
50%
*Meerdere antwoorden mogelijk. Er zijn in totaal 204 antwoorden gegeven, waarbij het gemiddelde op 1 antwoord per persoon lag.
15
2.3.2. Betrokkenheid onderwerpen gemeente Aan de 2.039 respondenten die aangaven altijd of in sommige gevallen betrokken te willen worden bij plannen van de gemeente is gevraagd bij welke onderwerpen zij mee willen denken. Figuur 11 toont inrichting van de straat, buurt of wijk als meest geliefde onderwerp om mee te denken (69%), gevolgd door veiligheid (58%), groot onderhoud in straat, buurt of wijk (57%) en leefbaarheid in de buurt (54%). Bij ‘Anders, namelijk…’ werd ‘verkeersoverlast’ het vaakst genoemd (n = 5). Figuur 11: Onderwerpen waarbij men betrokken wil worden (n = 2.039)*
Inrichting van mijn straat, buurt of wijk
69% (1.402)
Veiligheid
58% (1.191)
Groot onderhoud in mijn straat, buurt of wijk
57% (1.168)
Leefbaarheid in mijn buurt
54% (1.107)
Mobiliteit, parkeren en openbaar vervoer
52% (1.051)
Openbaar groen
42% (866)
Wonen en woningbouw
38% (772)
Afval
36% (743)
Wijzigingen in omgevings/bestemmingsplannen
36% (740)
Welzijn (ouderen, vrijwilligers)
33% (678)
Milieu, energie en duurzaamheid
29% (588)
Zorg
28% (568)
Speeltuinen
19% (394)
Evenementen
16% (329)
Sport
16% (321)
Kunst en cultuur
11% (219)
Lokale economie
10% (211)
Anders
2% (43)
Ik wil bij alle onderwerpen betrokken zijn
14% (279)
Ik wil bij geen enkel onderwerp betrokken zijn
v
1% (26) 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
*Meerdere antwoorden mogelijk. Er zijn in totaal 12.696 antwoorden gegeven, waarbij het gemiddelde op 6,2 verschillende antwoorden per persoon lag.
16
In onderstaande figuur is te zien in welke mate respondenten betrokken wensen te zijn bij de onderwerpen die ze hebben gekozen. We zien dat bij de vaakst gekozen onderwerpen men ook het liefst in grote mate betrokken wil worden (veiligheid, inrichting straat, buurt of wijk). Ook bij wijzigingen in omgevings-/bestemmingsplannen willen de meeste bewoners in grote mate betrokken worden. Figuur 12: Gewenste betrokkenheid bij onderwerpen gemeente*
Veiligheid (n = 1.470)
73%
Leefbaarheid in mijn buurt (n = 1.386)
68%
Wijzigingen in omgevings/bestemmingsplannen (n = 1019)
66%
Inrichting van mijn straat, buurt of wijk (n = 1.681)
21%
4% 2%
26%
5%
26%
64%
5%
27%
2%
6%
Groot onderhoud in mijn straat, buurt of wijk (n = 1.447)
61%
30%
6% 2%
Wonen en woningbouw (n = 1.051)
59%
32%
5% 3%
Mobiliteit, parkeren en openbaar vervoer (n = 1.330)
59%
31%
6% 3%
Zorg (n = 847)
59%
32%
6% 3%
Afval (n = 1.022)
57%
34%
5% 2%
Openbaar groen (n = 1.145)
57%
32%
7% 2%
Welzijn (n = 957)
56%
34%
6% 2%
Milieu, energie en duurzaamheid (n = 867)
52%
Speeltuinen (n = 673)
34%
46%
Lokale economie (n = 490)
32%
43%
39%
Sport (n = 600)
43%
34%
Evenementen (n = 608)
41%
39%
Kunst en cultuur (n = 498)
40%
10%
20%
Tamelijk betrokken
30% Neutraal
40%
Amper betrokken
60%
7% 5%
4%
5%
5%
12% 10%
70%
80%
4% 4%
6% 7%
50%
4% 2%
14%
84% 0%
8% 7% 8%
36%
Anders (n = 43)
Zo veel mogelijk betrokken
9%
8% 2% 5% 2%
90%
100%
Zo min mogelijk betrokken
* Groepsgroottes verschillen, afhankelijk van welke instrumenten respondenten hebben gekozen. ** Originele scores op een 10-punt Likertschaal zijn omgezet naar een 5-punt Likertschaal. De 10-punt likertschaal liep van 1 (zo min mogelijk betrokken) tot 10 (zo veel mogelijk betrokken). Score 8 t/m 10 zijn omgeschaald naar 5 (zoveel mogelijk betrokken), score 6 t/m 7 naar 4 (tamelijk betrokken), score 5 naar 3 (neutraal), score 3 t/m 4 naar 2 (amper betrokken) en score 1 t/m 2 naar 1 (zo min mogelijk betrokken). *** Alleen percentages boven de 1% zijn weergegeven in de grafiek.
17
2.3.3. Bekendheid platforms Figuur 13 toont dat respondenten meestal wel bekend zijn met het wijkoverleg (60%) en het wijkideeteam in hun wijk (49%), maar minder met andere platforms. Figuur 13: Platforms waarmee respondenten wel of niet bekend zijn (n = 2.234)
Het wijkoverleg in uw wijk
60% (1.344)
Het wijkideeteam in uw wijk
40% (899)
49% (1.085)
51% (1.140)
Jongerenraad (momenteel inactief)
18% (404)
82% (1.830)
Beleidsplatform Natuur, Milieu en Duurzaamheid (NMD)
18% (391)
82% (1.843)
Burgerplatform voor de minima Ridderkerk (BMR)
16% (351)
84% (1.883)
Maatschappelijk Burgerplatform Ridderkerk (MBR)
14% (319)
86% (1.915)
0%
10%
20%
Ken ik
30%
40%
50%
60%
70%
80%
90%
100%
Ken ik niet
18
2.3.4. Beste kanalen en instrumenten om bewoners te bereiken Uit onderstaande figuur is op te merken dat respondenten het liefst via een persoonlijke e-mail (55%) of brief (46%) worden benaderd om te vragen of zij mee willen denken met plannen van de gemeente. Opvallend is dat daarnaast de gemeentekrant ‘De Blauwkai’ (te vinden in huis-aan-huisblad De Combinatie) relatief vaak is genoemd (40%) vergeleken met andere kanalen. Figuur 14: Kanalen waarmee de gemeente het beste bewoners kan bereiken voor het meedenken met plannen (n = 2.234)*
Persoonlijke e-mail
55% (1.235)
Persoonlijke brief
46% (1.017)
De Blauwkai
40% (890)
Digitale nieuwsbrief
24% (547)
Website www.ridderkerk.nl
22% (502)
Sociale media
15% (330)
Gemeente app
15% (325)
Posters/flyers
9% (205)
Tv-schermen
4% (80)
Anders
2% (55)
Ik wil niet meedenken met plannen
3% (76) 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
*Meerdere antwoorden mogelijk. Er zijn in totaal 5.262 antwoorden gegeven, waarbij het gemiddelde op 2,3 verschillende antwoorden per persoon lag.
19
Vervolgens is uitgevraagd op welke manieren respondenten het liefst meedenken of hun inbreng geven. Bijna driekwart van de respondent geeft aan graag via een enquête deel te nemen (73%). Daarnaast worden digitale formulieren op de website en/of gemeenteapp (33%) en fysieke bijeenkomsten (27%) of persoonlijk contact met gemeentemedewerkers (21%) gezien als prettige platforms om je mening te delen (zie Figuur 15). Bij ‘Anders, namelijk…’ werd het wijkoverleg 9 keer genoemd. Figuur 15: Manieren waarop men in de toekomst mee wil denken (n = 2.158)*
Via een enquête
73% (1.570)
Via digitale formulieren op de website en/of de gemeenteapp
33% (706)
Via fysieke bijeenkomsten met gemeentemedewerkers
27% (585)
Via persoonlijk contact met gemeentemedewerker
21% (446)
Via een buurttent
17% (373)
Via een digitale bijeenkomst met gemeentemedewerkers
15% (318)
Via de gemeenteraadsverkiezingen
10% (223)
Via een platform
9% (194)
Via reacties op sociale media
8% (175)
Via mijn gekozen volksvertegenwoordiger/politieke partij
8% (169)
Via het opsturen van een bezwaar of zienswijze
8% (163)
Tijdens het spreekuur van het college van B&W
6% (127)
Tijdens een commissievergadering
3% (72)
Anders, namelijk…
3% (57)
Ik weet het niet
4% (96) 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
*Meerdere antwoorden mogelijk. Er zijn in totaal 5.274 antwoorden gegeven, waarbij het gemiddelde op 2,4 verschillende antwoorden per persoon lag.
20
2.3.5. Wat kan de gemeente doen om inwoners nog beter te betrekken bij plannen? Tot slot van de enquête is de open vraag gesteld: Wat kan de gemeente doen om inwoners nog beter te betrekken bij plannen? 1.215 inwoners (54% van het totale aantal respondenten) gaven antwoord op deze vraag. Hieronder geven we een thematische samenvatting van de resultaten met een selectie van enkele illustratieve quotes. •
Ongeveer de helft3 van de respondenten geeft in verschillende bewoordingen aan vaker, duidelijker en/of tijdiger geïnformeerd te willen worden over plannen, in begrijpelijke taal. Veel inwoners hebben het gevoel dat zij pas worden geïnformeerd of om hun mening worden gevraagd als de plannen al min of meer gereed zijn. Inwoners vinden het belangrijk dat zij actief door de gemeente (persoonlijk) worden benaderd met de vraag om mee te denken of input te leveren, vroeger in het proces. Inwoners noemen hierbij communicatiemiddelen zoals een persoonlijke brief, meer informatie in de lokale krant of via social media en (online) vragenlijsten. “Goede voorlichting op redelijke tijd voorafgaand aan maatregelen.” “Duidelijkheid, geen ambtelijke taal” “De omgeving (inwoners) eerst informeren, dan pas plannen op tafel. Nu is het meestal omgekeerd.”
•
Ruim 200 inwoners gaven aan dat de gemeente beter moet luisteren naar inwoners, inwoners serieus moet nemen en de meningen en input van inwoners niet naast zich neer moet leggen. Deze inwoners hebben het gevoel dat de gemeente onvoldoende openstaat voor de mening van inwoners. “Goed luisteren naar de burgers en de eigen ideeën niet koste wat kost er doorheen drukken.” “Het gevoel wegnemen dat meedenken of praten alleen maar voor de show is.” “Neem mensen serieus. Zij zijn de ervaringsdeskundigen van de wijk. Zij weten wat er speelt. Doe het samen.” “Door de ideeën ook echt mee te nemen in de plannen en dat aan te geven.”
•
Naast meer informatie vindt een aantal inwoners het belangrijk dat zij beter worden ingelicht over de mogelijkheden voor inspraak en participatie, omdat het voor hen niet duidelijk is wat de mogelijkheden zijn om een bijdrage te leveren (ongeveer 25 inwoners). “Duidelijke kaders aangeven waarover kan worden meegedacht. Beter verwachtingmanagement.”
3
Omdat het een kwalitatieve thematische analyse betreft, zijn precieze aantallen niet te geven.
21
“Meer bekend maken dat de normale burger ook mag meedenken/meedoen.” •
Zo’n 80 inwoners vinden het wenselijk om de opvolging en terugkoppeling na het indienen van vragen en klachten te verbeteren. Dit wordt nu af en toe gemist, waardoor inwoners zich onvoldoende gehoord voelen. “Antwoord geven in wat voor vorm dan ook. Daar schort het aan.” “Door altijd een terugkoppeling te geven […], vermelden waarom iets wel of niet kan.”
•
Ongeveer 50 inwoners geven aan dat de zichtbaarheid/toegankelijkheid van de gemeente en de diverse platforms kan worden vergroot, bijvoorbeeld door meer aanwezig te zijn in de wijken of op sociale media. “Burgemeester en wethouders af en toe in de wijken gaan lopen en spontaan de burgers aanspreken.” “Zichtbaar zijn in de wijk en actief informatie inwinnen.”
•
Ongeveer 50 inwoners vinden het belangrijk dat de gemeente eerlijk, meer open en transparant communiceert, en gemaakte afspraken nakomt. “Investeren in transparantie en herstel van vertrouwen.” “Dat de beloften juist worden nagekomen.”
•
Een aantal inwoners (ongeveer 25) geeft expliciet aan het wijkoverleg te missen. Andere inwoners (ongeveer 50) geven aan graag meer fysieke bijeenkomsten te willen en betere toegankelijkheid van bijeenkomsten. “Het wijkoverleg weer terugbrengen zoals het was.” “Drempel verlagen, meer bijeenkomsten organiseren in de wijken.”
22
2.4. Uitsplitsingen naar wijk en leeftijd In aanvulling op de beschreven analyses zijn enkele uitsplitsingen tussen achtergrondvariabelen en enquêteantwoorden gemaakt. Significante verschillen worden hieronder omschreven. Verschillen tussen wijken in betrokkenheid onderwerpen Bij bepaalde onderwerpen is een verband te zien tussen het wel of niet kiezen voor dit onderwerp en de wijk waar men woonachtig is. Significante verschillen zien we terug bij de volgende onderwerpen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
inrichting van de straat, buurt of wijk milieu, energie en duurzaamheid openbaar groen wijzigingen in omgevings-/bestemmingsplannen evenementen leefbaarheid
In verhouding tot de andere wijken kiezen in Rijsoord en Oostendam verhoudingsgewijs meer mensen om bij bovenstaande onderwerpen betrokken te zijn. In Oost lijkt men, ten opzichte van de andere wijken, minder betrokken te willen worden bij de onderwerpen milieu, energie en duurzaamheid, openbaar groen en wijzigingen in omgevings/bestemmingsplannen. Als het gaat om leefbaarheid in de buurt blijkt dit vooral in Rijsoord een onderwerp te zijn waarbij men graag wil worden betrokken. Verschillen tussen leeftijdsgroepen in manieren om mee te denken met de gemeente Er zijn enkele verschillen tussen leeftijdsgroepen aan te wijzen binnen de verschillende manieren om in de toekomst met de gemeente mee te denken over nieuwe plannen of inbreng te geven. In het algemeen valt op dat jongere bewoners (16 tot 35 jaar) meer geïnteresseerd zijn in digitale manieren om mee te denken met toekomstplannen van de gemeente dan oudere bewoners (50 jaar of ouder). Hierbij kan gedacht worden aan digitale bijeenkomsten met medewerkers van de gemeente en digitale formulieren op de website en/of de gemeenteapp. Oudere bewoners (50+) lijken een voorkeur voor persoonlijk contact te hebben om hun mening en inbreng te geven, bijvoorbeeld via gemeentemedewerkers tijdens een fysieke bijeenkomst of via een buurttent.
Verder willen bewoners in de leeftijd van 26 tot 35 jaar vaker het liefst meedenken in de vorm van een enquête dan 68-plussers. Mogelijk speelt hier mee dat gedacht wordt aan een online enquête, waar jongeren eerder in geïnteresseerd zijn.
23
3 Conclusie Dit participatieonderzoek is een goede 0-meting om van daar uit concrete stappen te zetten om het Ridderkerkse participatiebeleid verder door te ontwikkelen. Uit de resultaten blijkt dat er ruimte voor verbetering is voor de gemeente Ridderkerk. Voor goede participatie en een betrokken samenleving moet aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan: 1.
2.
3.
Goede participatie betekent dat iedereen die een mening, belang of idee over een plan heeft, de kans krijgt mee te denken en mee te doen. Dit vraagt iets van de wijze waarop mensen worden uitgenodigd. Uit het onderzoek komt naar voren dat inwoners graag persoonlijk worden uitgenodigd om samen te werken (55% via een persoonlijke mail en 46% via een persoonlijke brief). Een algemene oproep doen is dus niet voor iedereen voldoende. De gemeente Ridderkerk zal andere (persoonlijke) manieren in moeten zetten om inwoners te bereiken, zoals (vaker) een persoonlijke brief of e-mail. De gemeentekrant De Blauwkai scoort ook goed als middel om bewoners te bereiken (40%). De gemeente moet openstaan voor inbreng van inwoners, gericht op samenwerken. Transparantie over het proces en over wat er gebeurt met de inbreng is hierbij van belang. Uit analyse van de antwoorden op de open vraag ‘wat kan de gemeente doen om inwoners beter te betrekken bij plannen’ blijkt dat dit een aandachtspunt is: zo’n 1 op de 6 reacties op deze vraag had betrekking op ‘beter luisteren’. Inwoners moeten in staat zijn om inbreng te leveren. Een inwoner kan pas meedenken als hij of zij weet wat er speelt en wat de grenzen van de mogelijkheden zijn. Veel inwoners geven aan onvoldoende en niet tijdig te worden geïnformeerd (ongeveer de helft van de reacties op de open vraag had hier betrekking op).
Dit is daarom een belangrijk aandachtspunt.
Hieruit volgen enkele aanbevelingen. De gemeente Ridderkerk kan haar communicatie verbeteren door: 1. 2.
Meer variatie in communicatiekanalen, duidelijker maken hoe inwoners kunnen meepraten over gemeentebeleid, duidelijker maken hoe besluiten worden genomen, vlotte behandeling en afhandeling van vragen, en een actieve open luisterende houding van raad, college en ambtenaren (zie ook lokale-democratie.nl). Bewoners mee laten denken via, met name, (online) enquêtes. Uit de resultaten komt naar voren dat bewoners graag willen meedenken via (online) enquêtes. Digitale participatie is op zichzelf een uitstekende manier om laagdrempelig en tegen lage kosten informatie op te halen of te delen. De kanttekening hierbij is dat digitale instrumenten sommige doelgroepen niet goed bereiken. Het vraagstuk en de doelgroep moeten leidend zijn bij de keuze van de type instrumenten.
24
4 Geraadpleegde literatuur Programma Aan de slag met de Omgevingswet (2020), www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl Berenschot Groep B.V. (2020). Participatie en inspraak in coronatijd, een onderzoek naar de effecten van COVID-19 op burgerparticipatie en inspraak. Gemeente Papendrecht (2020), Quickscan Lokale Democratie. Gemeente Oude IJsselstreek (2021). Factsheet resultaten inwonerspanel Oude IJsselstreek Spreekt. Rekenkamer Utrecht (2022).Onderzoeksplan Inwonersparticipatie. Luijten, J. & Hooge Venterink, F. (2021). Empowermentscan voor participatie. Visser, V., van Popering – Verkerk, J., & van Buuren, A., (2019). Onderbouwd ontwerpen aan participatieprocessen. Erasmus Universiteit Rotterdam. DUO Market Research (2022). Resultaten Onderzoek Inwonerspanel. In opdracht van gemeente De Bilt. I&O Research (2021). Inwonerspeiling burgerparticipatie. In opdracht van gemeente Lansingerland. Berenschot en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (2023). Aan de slag met participatie.
25