CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Rekenkamer Ridderkerk Armoedebeleid in de gemeente Ridderkerk.pdf

Commissie Samen leven RK 6 maart 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 4: Rapport Rekenkamer Armoedebeleid in de gemeente Ridderkerk26.705 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Wat betreft sociale kwetsbaarheid speelt een belangrijk aspect in Ridderkerk, zoals in veel “new towns”, het lage opleidingsniveau van een groot deel van de bevolking. Dit is

4

deels een nalatenschap van een tijd waarin formele scholing minder noodzakelijk werd geacht voor een stabiele carrière. Maar in de huidige kenniseconomie worden steeds meer vaardigheden en competenties verwacht die aansluiten bij een minimaal middelbaar opleidingsniveau. Een groot deel van de bewoners in Ridderkerk heeft die opleidingssprong niet gemaakt, wat hen kwetsbaar maakt voor werkloosheid en armoede. Dit versterkt de afhankelijkheid van overheidsvoorzieningen, zoals bijstandsuitkeringen, schuldhulpverlening, en sociale huurwoningen.

1

De Regionale Monitor Brede Welvaart 2023 toont aan dat armoede in de gemeente Ridderkerk een belangrijke uitdaging blijft binnen de bredere context van sociaaleconomische kwetsbaarheid. Hoewel Ridderkerk profiteert van de nabijheid tot Rotterdam, en dit bijdraagt aan kansen op werk en inkomen, is er een duidelijke ongelijkheid zichtbaar in welvaart binnen de gemeente.1 Uit de monitor blijkt verder dat de brede welvaart in Ridderkerk onder druk staat door een gebrek aan sociale verbinding, toegang tot gezondheidszorg, en woonomstandigheden, vooral in verouderde wijken. Deze factoren versterken de vicieuze cirkel van armoede.

https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/regionale-monitor-brede-welvaart

5

1. Definities van armoede Er zijn verschillende (officiële) definities van armoede. Armoede wordt doorgaans afgebakend op basis van het inkomen. De lage-inkomensgrens is het centrale indelingscriterium van de reguliere CBS-statistieken over het risico op inkomensarmoede. Het CBS kijkt, met andere woorden, naar het inkomen van een huishouden. Een alleenstaande is arm wanneer hij een inkomen heeft dat lager is dan 1.200 euro per maand, voor een paar is dat 1.690 euro per maand. Met twee minderjarige kinderen was de grens voor een paar 2.300 euro en voor een éénoudergezin 1.830 euro (2023).

nodig zijn om analyses te kunnen maken maar dat zegt nog niets over de daadwerkelijk door inwoners ervaren armoede. Mensen met hoge inkomens kunnen soms ook grote schulden hebben terwijl mensen met een kleine beurs aan het eind van de maand voldoende overhouden om van rond te komen. De financiële veerkracht is ook verschillend tussen inwoners en wordt niet direct bepaald door het inkomen dat iemand heeft. Voor dit rapport is de CBS-benadering van het begrip armoede aangehouden omdat dit ook gehanteerd wordt in het gemeentelijk beleid. Dit betekent dat de lage-inkomensgrens leidend is.

Het SCP beschrijft inkomensarmoede aan de hand van een zogenaamde gegeneraliseerde budgetbenadering. Zij kijken naar de uitgaven van een huishouden voor basisbehoeften. Een alleenstaande heeft minimaal € 1.573 per maand nodig voor de basisbehoeften. Volgens de SCP-definitie is iemand arm als hij met zijn inkomen de minimaal noodzakelijke goederen en voorzieningen niet kan bekostigen. De beschikbare middelen zijn het uitgangspunt, het maakt niet uit of hij de goederen en voorzieningen echt heeft. Als iemand voldoende inkomen heeft maar ervoor kiest om het aan andere zaken te besteden, is hij niet arm.

1.2. E  en nieuwe, uniforme definitie van armoede Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) hebben eind 2021 besloten om tot een uniforme armoedeafbakening te komen. Het SCP hanteerde het ‘niet veel maar toereikend criterium’ en het CBS de ‘lage-inkomensgrens’. Dat betekent dus ook dat er op dit moment verschillende armoedecijfers zijn. Zowel maatschappelijk als beleidsmatig is het beter als beide instanties hun kerntaken op het gebied van armoede en bestaanszekerheid op basis van een en dezelfde armoedegrens uitvoeren.

De armoededefinities van CBS en SCP verschillen in niveau, onderliggend inkomensbegrip, indexering en in doelpopulatie. Duidelijk is dat deze definities

Het vorige kabinet heeft in 2022 een onafhankelijke Commissie sociaal minimum ingesteld. Daarin werken CBS, SCP en 6

het Nibud de nieuwe geüniformeerde afbakening van armoede uit. In juni 2023 is een tussenrapport verschenen over wat verschillende typen huishoudens nodig hebben om rond te komen en de systematiek van het sociaal minimum.

Op 17 oktober 2024 verschijnt het eindrapport met de nieuwe methode en de nieuwe armoedegrens. Armoede betekent volgens deze commissie dat een huishouden niet genoeg financiële middelen heeft voor minimaal noodzakelijke uitgaven in Nederland. Voor het eerst worden werkelijke individuele uitgaven voor wonen en energie meegenomen. Dit geeft een beter inzicht in het bedrag dat huishoudens overhouden voor uitgaven aan bijvoorbeeld voeding en kleding. In het vervolg van dit project is gekeken hoeveel mensen arm zijn, om welk aandeel van de bevolking het gaat, naar specifieke bevolkingsgroepen, wat arme mensen tekortkomen, hoeveel eigen bezit ze achter de hand hebben en hoeveel mensen langdurig (de afgelopen drie jaar) arm zijn. De onderzoeksrapporten hierover verschijnen ook op 17 oktober 2024.

Het fundament van de nieuwe armoedegrens is het minimaal benodigde budget om van te leven, zoals het Nibud dat in zijn minimumvoorbeeldbegrotingen voor verschillende huishoudens berekent. Om te bepalen of de middelen van huishoudens toereikend zijn, zal niet alleen worden gekeken naar hun besteedbaar inkomen maar ook naar hun vermogenspositie. Daarnaast zal rekening worden gehouden met de feitelijke uitgaven van huishoudens aan wonen, energie en (indien mogelijk) zorg.

7

2. A  rmoedebeleid van de gemeente Ridderkerk 2.1. Context

ertoe geleid dat een aanzienlijk deel van de Nederlandse huishoudens financieel kwetsbaar is. Hierdoor komt het er in de praktijk vaak op neer dat de meest kwetsbare huishoudens de meeste moeite moeten doen om tot een inkomen te komen dat op of boven het sociaal minimum ligt.

Het armoedebeleid in de gemeente Ridderkerk vormt een van de beleidsvelden binnen het Sociaal Domein van de gemeente. De toenemende complexiteit van de samenleving en druk op publieke voorzieningen maakt dat (groepen) inwoners ongelijke kansen ervaren om mee te kunnen doen aan de samenleving.

Niet alleen mensen met een uitkering of laag inkomen hebben moeite met rondkomen, ook hogere inkomens moeten beter op hun uitgaven letten. Vooral jongvolwassenen worden hard getroffen door de stijging van de vaste lasten3, zo stelt Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD, 2022). De onderzoekers stellen vast dat het daarom logisch is dat in het armoedebeleid van de gemeente Ridderkerk de primaire focus ligt op financiële bestaanszekerheid, dat wil zeggen op armoede- en schuldenproblematiek.

Bestaansonzekerheid in Nederland en Ridderkerk is niet iets van de afgelopen paar jaar. Bestaanszekerheid staat al langer onder druk, onder andere als gevolg van exogene omstandigheden als de energiecrisis, maar ook door de toenemende complexiteit van het landelijk stelsel van arbeid en sociale zekerheid. Dit komt terug in de adviezen aan de overheid over de regulering van de arbeidsmarkt (WRR en Commissie Borstlap), de werking van het toeslagenstelsel en het stelsel van kinderopvang. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) kwam vóór de coronacrisis al tot de conclusie dat bijna 30% van de Nederlandse bevolking op achterstand staat.2

De toenemende problematiek heeft ertoe geleid dat gemeenten het aantal huishoudens dat zij moeten ondersteunen bij inkomensproblemen de afgelopen jaren hebben zien verdubbelen naar een miljoen (VNG, 2023). Hoewel het minimumloon in 2023 met 10% omhoog is gegaan en het kabinet ook in 2023 opnieuw energietoeslag heeft

Het complexe stelsel van toeslagen en inkomensvoorzieningen, het incassogedrag van (preferente) schuldeisers en de flexibilisering van de arbeidsmarkt hebben

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/01/23/rapport-in-wat-voor-land-willen-wij-werken https://www.eerstekamer.nl/id/vl27gqdwfqjl/document_extern/de_sociale_staat_van_nederland_2019/f=/vl27gqtgljjo.pdf 3 https://www.nibud.nl/onderzoeksrapporten/rapport-rondkomen-en-betalingsproblemen-2022/#:~:text=Het%20zorgwekkendst%20 is%20echter%20de,lijken%20vaker%20hulp%20te%20zoeken. 1

2

8

uitgekeerd, lost dit de problemen voor sociale minima volgens de Nationale Ombudsman (2022) maar beperkt op4. Mensen op het sociaal minimum kunnen vaak geen enkele buffer opbouwen, terwijl dit hard nodig is door de stijgende kosten en de systematiek van verrekenen. Onlangs (2023) nog concludeerde de Commissie Sociaal Minimum dat mensen in de bijstand te weinig geld krijgen om te kunnen rondkomen.5

zo moeilijk is geweest als nu. In de afgelopen jaren zien we dat ook steeds meer werkenden niet rond kunnen komen. Werkende armen vormen bijna een derde van volwassenen in armoede (SCP, 2019).6 Dat de zorg steeds duurder wordt, merken we aan de ieder jaar stijgende zorgpremies. Schrijnend zijn de grote gezondheidsverschillen tussen lagere en hogere-inkomensgroepen. Uit cijfers van het CBS (2022) blijkt dat de minst welvarende Nederlanders negen jaar minder te leven hebben, dan de meest welvarende.7

Bestaanszekerheid gaat over meer dan voldoende en stabiel inkomen en het vrij zijn van schulden. Het gaat ook over de zekerheid om betaalbaar te kunnen wonen, werk te hebben dat loont en toegang te hebben tot zorg. De hoge prijzen van koop- en huurwoningen en het grote tekort aan aanbod hebben ertoe geleid dat het vinden van een woning sinds de Tweede Wereldoorlog niet

De samenstelling van de huishoudens in Ridderkerk is min of meer vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde en met gemeenten van dezelfde grootteklasse:

Tabel 1: huishoudensamenstelling Ridderkerk ten opzichte van Nederland. Bron: www.cbs.nl

https://www.nationaleombudsman.nl/system/files/rapport/20220167%20Sociale%20minima%20in%20de%20knel_0.pdf https://www.divosa.nl/sites/default/files/2023-06/Een%20zeker%20bestaan%20-%20Rapport%20I%20Commissie%20sociaal%20 minimum_0.pdf 6 https://digitaal.scp.nl/armoedeinkaart2019/ 7 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2022/51/bovenaan-welvaartsladder-bijna-25-jaar-langer-in-goedegezondheid#:~:text=Welvarendste%20mannen%20leven%209%20jaar,was%20het%20verschil%208%20jaar. 4 5

9

Wanneer gekeken wordt naar het aantal huishoudens (per 1.000 inwoners) dat 4 jaar of langer een besteedbaar inkomen heeft onder

het sociaal minimum dan ligt dat op 2,3 % in Ridderkerk (2022) ten opzichte van 3,2 % landelijk.8

Tabel 2: huishoudens met besteedbaar inkomen 4 jaar over langer onder sociaal minimum. Bron: www.cbs.nl

Zoals in het onderzoeksplan ‘Armoedebeleid in de gemeente Ridderkerk 2023’ is aangegeven, is er een samenhang tussen de verschillende kenmerken van een wijk, zoals het opleidingsniveau, de woonsituatie en de leeftijdsopbouw, en de sociale structuur van die wijk. Deze structuur is van grote invloed op de door de inwoners ervaren kwaliteit van leven. Denk aan woongenot, de aanwezigheid van materiële welvaart of het gebrek eraan, de ervaren gezondheid, arbeid en vrije tijd, sociale contacten in de directe omgeving, sociale veiligheid en de mate waarin hinder ondervonden wordt van milieuomstandigheden.

8

Omdat het armoedebeleid vele aspecten van bestaanszekerheid moet afdekken, zijn er ook veel raakvlakken met andere beleidsvelden zoals huisvesting en zorg. Van belang is dan ook om na te gaan of het armoedebeleid zelf c.q. in samenhang met andere beleidsvelden afdoende de elementen van bestaanszekerheid afdekt en of de daarop gebaseerde uitvoeringsagenda’s op elkaar zijn afgestemd c.q. er witte vlekken zijn in de uitvoering van beleid.

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83841NED/table?ts=1736471589949

10

2.2. Normenkader

inbegrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen.”

In de gemeente Ridderkerk wordt armoedebeleid in het verlengde van minimabeleid en schuldhulpverlening gezien waarbij het armoedebeleid gericht is op een structurele verbetering van de positie en mogelijkheden van de minima in de gemeente c.q. het voorkomen van armoede. Deze doelstelling heeft dan ook een directe relatie met bestaanszekerheid. Bestaanszekerheid is als inspanningsverplichting voor de overheid vastgelegd in de Grondwet en het verdragsrecht en uitgewerkt in de Participatiewet en lokale regelingen (Commissie Sociaal Minimum, oktober 2023).9

Participatiewet Sinds 1 januari 2015 is de Participatiewet van kracht. De Participatiewet maakt gemeenten verantwoordelijk voor de ondersteuning van haar inwoners bij arbeidsinschakeling; de verlening van bijstand en het ontwikkelen van beleid ten behoeve van het verrichten van een tegenprestatie.

2.2.1. Wet- en regelgeving

Grondwet In artikel 20 van de Grondwet staat dat de bestaanszekerheid van de bevolking en de spreiding van welvaart ‘voorwerp van zorg zijn van de overheid’ De Grondwet schrijft ook voor dat de wet regels stelt over de aanspraken op sociale zekerheid. Nederlanders die in Nederland niet in hun bestaan kunnen voorzien, hebben een bij de wet te regelen recht op bijstand van overheidswege. Artikel 20 is een sociaal grondrecht waarvoor de overheid zich moet inspannen, maar laat het aan de wetgever over om vast te leggen wie onder welke omstandigheden welk recht op bijstand heeft.

De wet is bedoeld voor iedereen die kan werken, maar het op de arbeidsmarkt zonder hulp (tijdelijk) niet redt. De wet gaat ervanuit dat er meer mensen, met en zonder beperking, werk vinden bij een gewone werkgever. Een ander doel van de wet is het verlenen van bijstand aan mensen ‘die in zodanige omstandigheden verkeren of dreigen te geraken dat zij niet over de middelen beschikken om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien’. Sinds de invoering van de Participatiewet in 2015, bedoeld als vangnet voor mensen zonder voldoende eigen middelen, zijn er diverse knelpunten naar voren gekomen. De Participatiewet heeft de gestelde doelen niet volledig bereikt. Signalen vanuit professionals en ervaringsdeskundigen, nieuwsberichten, politieke en publieke debatten en onderzoeken, hebben laten zien dat de Participatiewet uit balans is. Mensen die bijstand ontvangen, ervaren de wet als

UVRM De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens geeft een concretere beschrijving van het recht op bestaanszekerheid: “Een ieder heeft recht op een levensstandaard die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder

9

 ttps://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/09/28/een-zeker-bestaan-naar-een-toekomstbestendig-stelsel-van-heth sociaal-minimum-rapport-ii

11

streng en ingewikkeld, en voelen zich vaak benaderd met wantrouwen. De wetgeving houdt geen rekening met de mens. Gemeenten aan de andere kant zijn beperkt in hun mogelijkheden voor maatwerk om inwoners effectief te helpen. Daarom is een herziening van de Participatiewet noodzakelijk, met meer aandacht voor de menselijke maat en bestaanszekerheid.

voorkomen dat inwoners schulden aangaan die ze niet kunnen betalen.

2.2.2. Gemeentelijke beleidskaders De volgende door de gemeenteraad vastgestelde beleidsdocumenten zijn als kaders voor dit onderzoek gehanteerd:

- Minimabeleid en plan schuldhulpverlening 2020 tot 2024 - Verordening Meedoen Ridderkerk 2021 - Verordening Individuele Inkomenstoeslag Ridderkerk 2023 - Verordening Beslistermijn Schuldhulpverlening gemeente Ridderkerk 2021 - Beleidsregels Bijzondere Bijstand Ridderkerk 2021 - Beleidsregels inkomen vermogen gemeente Ridderkerk 2023 - Beleidsregels pilot opkopen schulden jongeren gemeente Ridderkerk 2023 - Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Ridderkerk 2023 - Beleidsregels studietoeslag gemeente Ridderkerk 2022 - (Gewijzigde) Beleidsregels eenmalige energietoeslag minima Ridderkerk 2022 - Klachtenregeling sociaal domein gemeente Ridderkerk 2022 - -Programmabegroting 2023 en 2024 - Nota Integraal Beleid Sociaal Domein - Plan ondersteuning kinderen en jongeren in armoede en bij (v)echtscheidingen 2024

Onderzoek heeft aangetoond dat de wet complex is, de ondersteuning beperkt wordt ervaren, en de sancties disproportioneel zijn.10 Daarnaast hebben de coronacrisis, energiecrisis en hoge inflatie de kwetsbare positie van veel mensen nog meer aan de oppervlakte gebracht. Daarom is besloten om het programma Participatiewet in Balans te starten, met als doel de Participatiewet te herzien en verbeteren. Deze herziening vindt plaats in een bredere context van diverse programma’s en beleidsinitiatieven die gericht zijn op het verbeteren van inkomensondersteuning en participatie.

Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Sinds de inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) in 2012 is schuldhulpverlening een taak van gemeenten. De wet geeft een ruim kader waarbinnen gemeenten de schuldhulpverlening zelf kunnen vormgeven. De wet vereist van gemeenten dat zij (ten minste iedere vier jaar) een plan vaststellen, dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan inwoners van de gemeente. Het plan bevat de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid op het gebied van integrale schulpverlening en het

10 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/01/23/rapport-in-wat-voor-land-willen-wij-werken

12

2.2.3. Integraal Beleid Sociaal Domein (IBSD)

(preventie, welzijn en gezondheid) • Afname specialistische hulpverlening: op termijn verminderen van specialistische hulpverlening.

De Nota ‘Integraal Beleid Sociaal Domein’ uit 2021 is een belangrijk kader waarin beoogde maatschappelijke doelstellingen voor het sociaal domein zijn geformuleerd. Dit meerjarig beleidskader beschrijft het beleid van de gemeente Ridderkerk op het (brede) terrein van het sociaal domein. De nota maakt inzichtelijk welke samenhangende maatschappelijke doelstellingen (jeugd, maatschappelijke ondersteuning, participatie (werk en inkomen), schuldhulpverlening, minimabeleid, gezondheid, preventie en welzijn) de gemeente heeft met het beleid in het sociaal domein en welke opgaven er zijn. Op basis van deze nota wordt invulling gegeven aan de landelijke transformatiedoelstellingen:

Aangegeven is dat de gemeente Ridderkerk de dienstverlening in het sociaal domein verder wil verbeteren door vroegtijdig en dichtbij te organiseren en meer vraaggericht te werken, waarbij de inwoner centraler komt te staan bij de benadering van een vraag en waarbij de kwaliteit voorop staat. Daarbij moet iedereen volwaardig mee kunnen doen in de samenleving en de integraliteit van de toegang en de hulp en ondersteuning versterkt worden met duurzame samenwerkingsverbanden en resultaten. Er zijn 5 maatschappelijke doelen geformuleerd: • Ridderkerkers ontwikkelen zich optimaal • Iedereen heeft gelijke kansen om mee te doen • Inwoners kunnen voor zichzelf en elkaar zorgen • Ridderkerkers zijn langer vitaal en gezond • Inwoners kunnen zo lang mogelijk veilig thuis wonen

• inbedden van de integrale benadering door bij meervoudige en complexe zaken regie te voeren en te zorgen dat de geboden hulp bijdraagt aan een ‘duurzaam resultaat’. • Vroegtijdiger signaleren: het vroegtijdig inzetten van lichtere vormen van hulp en het bieden van basisondersteuning zoals inkomensvoorzieningen, inzet van wijkteams, trajecten basis jeugd-GGZ, Wmo voorzieningen en begeleiding naar werk. • Vergroten van preventie: het investeren in activiteiten op het gebied van bijvoorbeeld gezondheid, welzijn en inkomen/schulden ter voorkoming van problematiek en het ontstaan van zorgen hulpvragen. • Ruimte geven aan innovatie: op zoek naar nieuwe vormen van hulp en activiteiten. • De-medicalisering: het verminderen van het beroep op de medische hulp zoals de eerste- en tweedelijnszorg en het versterken en vergroten van de zichtbaarheid van de nuldelijnszorg

Bij deze maatschappelijke doelstellingen zijn de volgende maatschappelijke baten in beeld: vermindering van achterstanden, minder thuiszitters, daling beroep op hulp en ondersteuning, daling kosten sociaal domein per hoofd van de bevolking, inwoners hebben meer grip op hun leven, het welbevinden van inwoners groeit, afname (schulden) problematiek/ belemmeringen, beperking van het aantal uitkeringen, de onderlinge solidariteit in wijken neemt toe, verkleinen gezondheidsachterstanden, afname gevoel van eenzaamheid, effectiever herstel of stabilisatie van problematiek, inwoners voelen zich beter gehoord en het voorkomen en tegengaan van verslaving. 13

Bij deze maatschappelijke doelstellingen zijn activiteiten geformuleerd, waarbij het ontbreekt aan SMART geformuleerde doelstellingen en prestatie indicatoren. Of deze activiteiten zijn uitgevoerd en of ze effectief zijn, is niet bekend bij gebrek aan een periodieke rapportage over de maatschappelijke doelen.

dan het totale bedrag uit de gemeentelijke regelingen waar zij aanspraak op kunnen maken. De hoogte van de aanspraak wordt ook bepaald door het type huishouden (alleenstaand of niet, kinderen of niet). De gemeentelijke regelingen zijn voor bepaalde typen huishoudens van wezenlijk belang om maandelijks een vrij besteedbaar inkomen over te houden bedoeld voor sociale participatie (een dagje uit, bezoeken van culturele of sportevenementen e.d.). In de gemeente Ridderkerk zijn de volgende Minimaregelingen van toepassing (percentage geeft de maximale hoogte van het komen aan in relatie tot het Wettelijk Sociaal MinimumWsm):

2.3. Regelingen en Voorzieningen Minima met een inkomen op bijstandsniveau maken aanspraak op landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen. Het totale bedrag uit de landelijke toeslagen (zoals huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderbijslag, kindgebonden budget en de combinatiekorting) is veel groter

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

100% Wsm

Collectieve zorgverzekering

130% Wsm

Individuele inkomenstoeslag 3 jaar of langer

110% Wsm

Meedoen volwassenen

110% Wsm

Meedoen kindpakket en zwemregeling

110% Wsm

Energietoeslag 2023

120% Wsm

Bijzondere bijstand

110% Wsm

Bijzondere bijstand energiekosten 2022

150% Wsm

Studietoeslag: afhankelijk van de situatie Tabel 3: overzicht minimaregelingen. Bron: gemeente Ridderkerk

Kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen is mogelijk voor afvalstoffenheffing, rioolheffing (vanuit de gemeente), watersysteemheffing en zuiveringsheffing (vanuit het waterschap). De gemeente Ridderkerk biedt twee collectieve zorgverzekeringen aan: CZ en DSW. De meeste mensen die daarvoor in aanmerking komen sluiten een collectieve zorgverzekering af via CZ met een aanvullende verzekering, de zorgop-maatpolis met aanvullende verzekering ‘Gemeenten Extra’.

Volwassenen kunnen vanuit de Meedoen regeling per jaar een bedrag ontvangen voor sociale, culturele en sportactiviteiten. Kinderen tot en met 17 jaar kunnen vanuit de Meedoen regeling per jaar een bedrag ontvangen afhankelijk van hun leeftijd voor sociale, culturele en sportactiviteiten. Het bedrag mag ook besteed worden aan kleding, schoolkosten en verjaardagsfeestjes. Voor kinderen vanaf 5 jaar kan een zwemregeling aangevraagd worden.

14

In de ‘Inkomenseffectrapportage Ridderkerk 2023’ door het bureau KWIZ opgesteld, is aangegeven dat het bedrag aan landelijke toeslagen geleidelijk afneemt voor de meeste huishoudens bij een hoger inkomen. Ditzelfde gaat op voor de gemeentelijke regelingen.11

hoger vrij besteedbaar inkomen krijgen, neemt ook de kwaliteit van leven toe en wordt minder beroep op andere voorzieningen gedaan. Ook de aangegeven armoedeval bij overgang naar betaald werk is in die situatie beperkter. Uit de ‘Duidingsrapportage Dashboard minima’ bij de evaluatie armoedebeleid 2022 blijkt, dat wanneer naar de inkomensverdeling (cumulatief) van het aantal minimahuishoudens in Ridderkerk gekeken het volgende beeld over 2022 gegeven kan worden: 14

Wanneer huishoudens in de gemeente Ridderkerk vanuit de bijstand gaan werken, gaan zij er in totaal inkomen op vooruit ten opzichte van de bijstandssituatie (mits zij gebruikmaken van alle toeslagen en regelingen). Er is echter niet altijd sprake van inkomensgroei. Landelijke toeslagen lopen namelijk terug en het recht op gemeentelijke regelingen vervalt. Alle huishoudtypen hebben te maken met een inkomensvooruitgang wanneer het loon stijgt naar 110 en 120 procent Wsm.12

Inkomen tot 100% Wsm 1.402 Inkomen tot 110% Wsm 1.526 Inkomen tot 130% Wsm 1.97115 Tabel 4: inkomensverdeling (cumulatief) aantal minimahuishoudens 2022

Paren met en zonder kinderen krijgen bij een loonstijging naar 130 procent Wsm te maken met een terugval in de procentuele inkomensgroei. Dit heeft te maken met het wegvallen van gemeentelijke regelingen en het snelle dalen van de toeslagen uit het Rijk. Dit dempt de groei van het inkomen. Om dit effect te voorkomen (vanuit de visie dat werken moet lonen) zouden de plafonds voor de gemeentelijke regelingen opgetrokken kunnen worden van 110% naar bijvoorbeeld 130%.13

Uit dezelfde duidingsrapportage blijk, dat in de loop van de tijd, kijkend naar het aantal huishoudens, het bereik van de regelingen wijzigt en sterker is gestegen dan het landelijk gemiddelde waarbij het procentuele gebruik van de huishoudens per regeling boven het landelijke gemiddelde ligt. Het gebruik van de (Ridderkerk) pas vanuit de regeling meedoen volwassenen, ligt aanmerkelijk hoger dan landelijk. Dit is te verklaren uit het feit dat dat rechthebbenden die bekend zijn bij de gemeente deze voorziening automatisch worden toegekend en toegestuurd.

Overigens wordt opgemerkt dat door deze kostenstijgingen inmiddels niet alleen minima maar ook middeninkomens in beeld zijn gekomen bij het armoedebeleid. Waar inwoners door de verhoging per saldo een

https://raad.ridderkerk.nl/documenten/Raadsinformatiebrieven-RIB/2022-09-09-RIB-Evaluatie-minimabeleid-enschuldhulpverlening-Inkomens-Effectrapportage.pdf 12 https://raad.ridderkerk.nl/documenten/Raadsinformatiebrieven-RIB/2022-09-09-RIB-Evaluatie-minimabeleid-enschuldhulpverlening-Inkomens-Effectrapportage.pdf 13 https://raad.ridderkerk.nl/documenten/Raadsinformatiebrieven-RIB/2022-09-09-RIB-Evaluatie-minimabeleid-enschuldhulpverlening-Inkomens-Effectrapportage.pdf 14 https://raad.ridderkerk.nl/Documenten/Armoedemonitor-Ridderkerk-over-2022.pdf 11

15

Regelingen

Gebruiki n 2020

Gebruik in 2021

Gebruik in 2022

Kwijtschelding

859

1.042

1.127

Bijzonderebijstand

482

438

490

Individuele inkomenstoeslag

442

406

447

Collectieve zorgverzekering

1.110

1.164

1.167

MeedoenVolwassenen

900

903

872

MeedoenKindpakket

403

384

352

Tabel 5: gebruik gemeentelijke regelingen (2022)

In 2022 (en 2023) kon ook een beroep op de energietoeslag gedaan worden. Van alle minimahuishoudens in de gemeente Ridderkerk heeft 85 procent gebruik gemaakt van de energietoeslag. In vergelijkbare gemeenten ligt dat percentage tussen 80 en 85 procent.

Het college is via motie 2022-13 (versterking vaardigheden kinderen) en motie 2023-44 (hulp voor kinderen bij (v) echtscheidingen) verzocht in samenspraak met maatschappelijke organisaties te komen tot een actieplan of agenda waarin is beschreven hoe kinderen en jongeren in armoede te ondersteunen en de negatieve gevolgen van de armoede zo klein mogelijk te laten zijn. Het college heeft aan de raad het rapport “Plan ondersteuning kinderen en jongeren in armoede en bij”(v)echtscheidingen Ridderkerk 2024” aangeboden om de hieruit voortvloeiende conclusies en aanbevelingen mee te nemen in het nieuw te vormen armoedebeleid van de gemeente Ridderkerk. Aangegeven wordt dat niet alle inwoners met een laag inkomen bereikt worden en dat er ook gezinnen met een hoger inkomen zijn die geen aanspraak kunnen maken op de inkomensregelingen maar waar wel sprake is van armoede. De grootste groep minimakinderen (153) is te vinden in de leeftijdscategorie 4 tot 12 jaar (48%), in de leeftijdsgroep 12 tot 18 jaar is dat 34% en in de leeftijdsgroep 0 tot 4 jaar is dat 18%. De meeste minimakinderen groeien op in een éénoudergezin. Het college komt tot de conclusie dat er veel wordt gedaan voor kinderen en jongvolwassenen in Ridderkerk wat de vraag oproept wat in Ridderkerk nog meer gedaan

De gemeente kent ook een aantal andere voorzieningen waar minima gebruik van kunnen maken zoals de Voedselbank en de Kledingbank.

2.4. Aandacht voor jongeren in armoede In de gemeente Ridderkerk waren in 2021 390 (6,66%) jongeren tussen de 15 en 27 jaar werkeloos en volgt geen vorm van onderwijs (NEET-jongere). In 2022 bedroeg het aantal jongeren uit dezelfde leeftijdscategorie die werkeloos waren en geen vorm van onderwijs volgde 410 (6,92%). NEET is de afkorting voor Not in Employment, Education and Training. Volgens de ‘Duidingsrapportage Dashboard Minima’ bij de evaluatie armoedebeleid 2022 hebben 1.053 kinderen in de gemeente Ridderkerk een Jeugdwetvoorziening; 153 kinderen daarvan wonen in een minimahuishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm. Het aantal minimakinderen met een Jeugdwetvoorziening is stabiel gebleven. 16

kan worden om kwetsbare kinderen te helpen. Hierbij denkt het college aan:

nodig hebben. • De persoonlijke ontwikkeling en aandacht voor kinderen die opgroeien in armoede centraal stellen waarbij het de vraag is of deze hulp nu voldoende aanwezig is in het brede aanbod dat er al is. • Wijkteammedewerkers bieden ouders een cursus (op maat) op het gebied van psycho-educatie

• Het beter vindbaar en laagdrempeliger maken van gemeentelijke armoedevoorzieningen en specifieke aandacht voor laaggeletterden en inwoners die moeite hebben met digitale processen. • Een centraal loket in de wijk waar je met allerlei zaken terecht kunt. • Het beleid vernieuwen en de regelingen op elkaar aan laten sluiten. • Werkende armen beter ondersteunen door bijvoorbeeld werkgevers te benaderen. Werkgevers voorlichting geven hoe om te gaan met personeel met financiële problemen. • Mogelijkheden zoeken om hulpverleners beter met elkaar te laten samenwerken. • K inderen in Ridderkerk laten vertellen wat ze missen en nodig hebben. • Meer luisteren naar wat medewerkers in het onderwijs, kinderopvang, CJG etc.

Niet duidelijk is of (een deel van) deze voorgestelde maatregelen inmiddels in uitvoering zijn genomen. Het ligt voor de hand dat daarover bij de jaarrekening 2024 wordt gerapporteerd.

2.5. Armoedebeleid en arbeidsmarkt Het bureau Ecorys heeft begin 2024 het rapport “Economische visie Ridderkerk 2030” uitgebracht waarin ook aandacht is gegeven aan brede welvaart maar dan gerelateerd aan de meer economisch gerelateerde indicatoren van brede welvaart.

Inkomen en arbeid De materiële welvaart van de Ridderkerker is heel gemiddeld. Zo is bijvoorbeeld het besteedbaar inkomen vergelijkbaar met dat in sterk stedelijke omgevingen in Nederland en met het provinciale gemiddelde. Ridderkerk bevindt zich tussen Zwijndrecht (waar het niveau wat lager ligt) en Barendrecht (waar het besteedbaar inkomen veel hoger ligt). Dit is ook te zien in de indicator voor de schuldenposities: in Barendrecht is deze door het grote aantal koopwoningen met hypotheken veel hoger, terwijl men in Ridderkerk en Zwijndrecht juist veel minder schulden heeft. De arbeidsdeelname is ook op een normaal niveau in Ridderkerk, wel valt duidelijk op dat er veel pendelstromen zijn van en naar Ridderkerk. Slechts 22 procent van de inwoners van Ridderkerk werkt ook binnen de gemeentegrenzen, waar dit in de provincie Zuid-Holland gemiddeld 31 procent is en landelijk zelfs 38 procent. Deze pendelstromen zorgen voor onnodige files met bijbehorende vertragingen en milieu-impact. Gezondheid, milieu en leefomgeving De algemene gezondheid van de Ridderkerker is goed. Bijna 80 procent van de inwoners binnen de gemeente geeft aan dat de eigen gezondheid in het algemeen goed of zeer goed is. Dit hangt wellicht samen met de relatief goede luchtkwaliteit in vergelijking met bijvoorbeeld Barendrecht en Zwijndrecht, waar de hoeveelheid fijnstof in de lucht hoger ligt.

Ook op het gebied van duurzame energieopwekking doet de gemeente Ridderkerk het goed. Het is

17

in het kader van deze economische visie met name interessant om de hoeveelheid zonnepanelen op bedrijfsdaken nader te bezien. Gemiddeld heeft een bedrijf in Ridderkerk 3,69 kW vermogen aan zonnepanelen geplaatst; dit is hoger dan gemiddeld in de provincie en ook meer dan in de omliggende gemeenten. De leefomgeving van Ridderkerk wordt gekenmerkt door een relatief grote nabijheid van voorzieningen. Een ander relevant aspect van de leefomgeving is of deze veilig is. In termen van geregistreerde criminaliteit laat Ridderkerk een lager aantal zien dan gemiddeld in de provincie Zuid-Holland. Samenleving en subjectief welzijn Enkele opvallende achterblijvende scores hebben betrekking op het domein Samenleving en subjectief welzijn. Met name het vertrouwen in politieke instituties is laag in Ridderkerk. Slechts zo’n 63 procent van de inwoners geeft aan vertrouwen te hebben in de Tweede Kamer, politie en rechters. Ook valt op dat relatief weinig Ridderkerkers vrijwilligerswerk uitvoeren voor organisaties of verenigingen: slechts zo’n 38 procent. In Zuid-Holland ligt dit gemiddeld bijna twee keer zo hoog. In Ridderkerk wordt weliswaar veel vrijwilligerswerk uitgevoerd, maar waarschijnlijk veel door een kleine groep mensen.

Het is dan wellicht niet verrassend dat Ridderkerk juist heel goed scoort op welzijn en vrije tijd: 80 procent van de Ridderkerkers geeft de hoeveelheid vrije tijd een 7 of hoger. Ecorys, “Economische visie Ridderkerk 2030” januari 2024 Tabel 6 Economische visie Ridderkerk 2030, januari 2024

In deze benadering van Brede welvaart wordt het Bruto lokaal product als een belangrijke indicator voor welvaart aangeduid. Het Bruto Lokaal Product (BLP) van de gemeente Ridderkerk werd in 2021 geschat op €3.028 miljoen, wat neerkomt op ongeveer €49.099 per inwoner. Dit cijfer ligt net onder het landelijke gemiddelde, met een BLP per inwoner van 0,99 ten opzichte van het Nederlandse gemiddelde, dat is vastgesteld op 1,00. Tussen 2018 en 2021 is het BLP per inwoner in Ridderkerk met ongeveer 9% gestegen, wat in lijn is met de nationale trend.

zijn zonder sterke afhankelijkheid van een specifieke sector.16 Armoedebeleid in relatie tot de economie heeft alles te maken met het begeleiden van mensen naar werk. Zonder dit diepgaand te hebben onderzocht is de kans om vanuit een uitkering een baan te vinden in Ridderkerk vergelijkbaar met andere gemeenten in de regio. Het werkloosheidspercentage (aantal werklozen 15-75 jaar als percentage van de beroepsbevolking) beweegt zich in Ridderkerk rond het landelijk gemiddelde17. Het aantal banen per 1.000 inwoners is lager dan het landelijk gemiddelde (CBS 2023: 663 banen in Ridderkerk tegenover 714 landelijk). Dit valt te verklaren uit de samenstelling van de bevolking: het aantal 65+ vormt procentueel een groter deel van de inwoners in Ridderkerk dan gemiddeld in Nederland.

De belangrijkste sectoren die bijdragen aan het BLP van Ridderkerk zijn de zakelijke dienstverlening en, in iets mindere mate, de handel. De gemeente heeft een gemiddelde specialisatiegraad, wat betekent dat de economische activiteiten redelijk divers

Bron: https://raad.ridderkerk.nl/Documenten/Eindrapportage-Bruto-Lokaal-Product-Brede-Welvaart-Ridderkerk.pdf?utm_ source=chatgpt.com 17 bron: waar staat jegemeente.nl 16

18

Tabel 7: werkeloosheid, bron CBS

In de nota ‘Integraal beleid sociaal domein’ uit 2021 is bij het maatschappelijk effect “Iedereen heeft een gelijke kans om mee te kunnen doen” aangeven dat de samenwerking met de werkgeversdienstverlening van het lokale en regionale Werkgeversservicepunt wordt versterkt, de plaatselijke werkgevers bij de ontwikkeling van leerlijnen betrokken worden die daardoor afgestemd zijn op de arbeidsmarkt en de mogelijkheden van de klant. Inwoners worden onderscheiden naar de afstand tot de arbeidsmarkt, de mate van baan gereedheid en de te verwachte duur om een inwoner naar de arbeidsmarkt te leiden. Iemand die op korte termijn kan uitstromen naar werk wordt kortdurende trajecten aangeboden die daarop zijn gericht, zoals Hallo Werk, sollicitatietrainingen, korte beroepsgerichte trainingen en dergelijke.

om de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen, waaronder werkervaringstrajecten, langdurigere trainingen en cursussen. Als iemand geen startkwalificatie heeft, is een traject dat leidt tot een Praktijkverklaring belangrijk voor duurzame uitstroom. Als iemand niet werkgereed is en geen perspectief heeft op uitstroom naar de arbeidsmarkt, wordt ingezet op onbetaalde nuttige activiteiten. Wanneer gekeken wordt naar het aantal reintegratietrajecten (uitgedrukt in een aantal trajecten per 1000 inwoners) dan valt op dat het aantal re-integratietrajecten in Ridderkerk voor inwoners die geen werk hebben met een bijstandsuitkering aanmerkelijk hoger ligt dan het landelijk gemiddelde.

Daar waar uitstroom langer dan een jaar duurt (groep ‘baan gereed’ met perspectief) wordt ingezet op trajecten met het doel 19

Tabel 8: personen met een lopende re-integratie-/participatievoorziening naar uitkeringspositie. Bron: CBS

Het opleidingsniveau kan, mede afhankelijk van de samenstelling van de economische sectoren in de regio, een factor zijn bij de kans op een baan op de arbeidsmarkt. Uit

onderstaande grafiek blijkt dat het aantal inwoners met een laag opleidingsniveau zich de laatste jaren onder het landelijk gemiddelde bevindt.

Tabel 9: beroepsbevolking met laag onderwijsniveau. Bron: CBS

20

Het aandeel zelfstandigen onder de werkende bevolking in Ridderkerk is, evenals in andere gemeenten, de laatste jaren sterk gegroeid. In 2022 was 11% van de werkende bevolking ZZP’er. Dit is in lijn met het gemiddelde

percentage ZZP’ers in Nederland. Daarbij is het wel zo datde toename van het gemiddelde inkomen in Ridderkerk hoger is dan het landelijk gemiddelde zoals uit onderstaande grafiek blijkt:

Tabel 10: Zzp’ers naar hoogte inkomen. Bron: CBS

Volgens de ‘Duidingsrapportage dashboard Minima’, bij de evaluatie van het armoedebeleid 2022 zijn ca 12% van de huishoudens (2.517) in de gemeente Ridderkerk actief als zelfstandige zonder personeel (zzp’er). Meer dan de helft van deze groep (56 procent) betreft een huishouden met kinderen. In totaal behoren 22 zzp’er tot de minimadoelgroep met een inkomen tot 110 procent Wsm, grotendeels huishoudens met kinderen: 5 procent betreft een eenoudergezin en 55 procent betreft een paar met kinderen.

Meer dan de helft van de zelfstandigen is tussen de 27 tot 45 jaar. Verhoudingsgewijs zijn er meer zzp’er met een Nederlandse achtergrond, maar daarentegen behoren meer zzp’er met een migratieachtergrond tot de minima in de gemeente Ridderkerk. In 2021 is in de nota ‘Integraal Beleid Sociaal Domein’ aangegeven dat ingezet wordt op versterking van de samenwerking met de werkgeversdienstverlening van het lokale en regionale Werkgeversservicepunt en 21

2.6. Uitvoering armoedebeleid

het betrekken van plaatselijke werkgevers bij de ontwikkeling van leerlijnen. Er wordt maatwerk geleverd door rekening te houden met de afstand van bijstandsgerechtigden tot de arbeidsmarkt met het oog op duurzame uitstroom. Waar relevant wordt integraal maatwerk aangeboden als parallel of voorafgaand aan arbeidsparticipatie ook andere vormen van hulp en ondersteuning nodig blijken. Inwoners die (nog) niet aan de slag kunnen in een betaalde baan, worden gestimuleerd vrijwilligerswerk te verrichten. Deze samenwerking met werkgevers vindt plaats. Het ontbreekt de onderzoekers echter aan informatie om vast te kunnen stellen of deze aanpak effectief is.

2.6.1. Minimabeleid Het aantal minimumhuishoudens met een inkomen tot 110% van het Wsm maakt 7,1% uit van het totaal aantal huishoudens in de gemeente Ridderkerk. Het inkomen van deze 1.526 huishoudens is bij 52% van de huishoudens afkomstig vanuit de participatiewet (bijstandsuitkering), 16% vanuit de AOW-uitkering en 32% uit overige bronnen (werk of een WW uitkering). Wanneer naar het huishoudtype wordt gekeken dan is het aandeel van alleenstaande minimahuishoudens hoger dan bij vergelijkbare gemeenten:47% ten opzichte van 40%. Het grootste deel minimahuishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm woont in de wijk Bolnes. Van alle eenoudergezinnen met minderjarige kinderen (848 huishoudens), heeft 32% (274 huishoudens) een inkomen tot 110 procent Wsm. Van alle huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond (2.753 huishoudens), heeft 28% een inkomen tot 110 procent Wsm. Onder huishoudens met een Nederlandse achtergrond is dit 4 %. Eind 2022 heeft de gemeente Ridderkerk 1.082 minimakinderen in gezinnen tot 110 % Wsm in beeld (12,0 procent van alle kinderen in de gemeente). Dit zijn kinderen die op basis van het gebruik van regelingen en voorzieningen (in het gezin) in beeld zijn bij de gemeente. Naar schatting van het bureau KWIZ heeft de gemeente 64 kinderen tot 110% Wsm niet in beeld.

Aangegeven is in 2021 dat voor inwoners die door een beperking niet het minimumloon kunnen verdienen, een garantiebaan, een beschutte werkplek of participatie via dagbesteding passend moet zijn. Deze doelgroep valt onder de wet banenafspraak en de doelgroep met een indicatie beschut werk. Per jaar geeft het ministerie aan hoeveel inwoners de gemeente op de beschutte werkplek moet plaatsen. Om dit te realiseren wordt ingezet op een beter bereik van de doelgroep en het uitbreiden van plaatsen voor hen bij werkgevers, doorstroming van dagbesteding naar beschut werk of een garantiebaan. In het kader van dit onderzoek is verder geen onderzoek gedaan naar de effectiviteit van dit beleid. In 2019 heeft de Rekenkamer in het rapport “De Participatiewet in Ridderkerk” uitgebracht.18

Het aantal inwoners met een bijstandsuitkering ligt onder het landelijk gemiddelde zoals uit onderstaande grafiek blijkt:

18 https://raad.ridderkerk.nl/documenten/Mededelingen/Rapport-Participatiewet-in-Ridderkerk-Nota-van-Bevindingen.pdf

22

Tabel 11: personen met bijstandsuitkeringen, bron CBS

In 2021 is in de nota ‘Integraal Beleid Sociaal domein’ aangegeven dat door inzet van diverse inkomensregelingen en Meedoen regelingen de financiële belemmeringen voor inwoners met een kleine beurs om mee te kunnen doen, zoveel mogelijk weggenomen zullen worden. Daarbij wordt bij het minimabeleid meer ingezet op vroegsignalering en preventie. Speciale aandacht is er voor laaggeletterden, verstandelijk beperkten, werkende armen en kleine zelfstandigen.

Hierbij worden de burgers geïnformeerd over financiële zaken en voorzieningen waarbij gekeken wordt of de landelijke en gemeentelijke voorzieningen worden gebruikt. De mate van hulp en bemoeienis is maatwerk. Voor een duurzame passende oplossing is het soms nodig om buiten de ‘normale’ paden te treden en ‘niet gangbare’ besluiten te nemen. Ook is aangegeven dat de groep werkende armen, die moeite heeft om rond te komen en de gemeentelijke voorzieningen niet of moeilijk weten te vinden, benaderd gaat worden via uitgebreide communicatie en voorlichting. Ook de doelgroep laaggeletterden en burgers met een lichte verstandelijke beperking worden op deze wijze benaderd. Ook wordt aangegeven dat gestreefd wordt om te komen tot minder langdurige minima (minima die 3 jaar of langer een minimum inkomen hebben).

In de nota ‘Minimabeleid en Plan Schuldhulpverlening 2020-2024’ is aangegeven dat de inwoners geholpen gaan worden door een dienstverlenende benadering met persoonlijk contact en aandacht voor het hele gezin en de financiële situatie. 23

2.6.2. Communicatie

van problematische schulden gemeente Ridderkerk” daaraan toegevoegd naar aanleiding van de coronacrisis op basis van de door gemeenteraad aangenomen moties 202077 (extra inzet voorkomen problematische schulden) en 2020-91 (onderzoek aansluiten bij Nederlandse Schuldhulproute). Met het oog op de verwachte toename van de schulden door de coronacrises is om extra maatregelen door de gemeenteraad gevraagd. In dit door het college van BenW opgestelde plan voor extra inzet, worden de volgende maatregelen aangekondigd:

Met betrekking tot de verbetering van de informatievoorziening in het algemeen en de aangegeven specifieke doelgroepen in het bijzonder geeft het college in deze nota aan dat de communicatie en het betrekken van partner en vrijwilligers op orde is gelet op het feit dat tot 2018 het bereik van de meeste regelingen goed is en zelfs boven het landelijk gemiddelde zit. In 2019 is de folder voor minima weer verspreid onder de minima en is een Nibudkrant beschikbaar gesteld om informatie te geven en de schuldhulpverlening vindbaar te laten zijn. De Nibud-krant en de minimafolder zijn inmiddels verdwenen in het communicatiebeleid, wellicht omdat het bereik van de regelingen nog steeds boven het landelijk gemiddelde ligt.

- inzetten op vroegsignalering - inzetten op curatieve schuldhulpverlening - implementatie van de Nederlandse Schuldhulproute - naast schuldbemiddeling ook schuldsanering aanbieden en vervolgens implementeren van een schuldenknooppunt en collectief schuldregelen - voorkomen van betalingsachterstanden zorgpolis minima - onderzoeken of maatwerk voor wat betreft de kostendelersnorm mogelijk is.

Of uitvoering is gegeven aan de aangegeven intensivering van de communicatie en voorlichting naar werkende armen, laaggeletterden en burgers met een lichte verstandelijk beperking hebben, hebben de onderzoekers niet kunnen vaststellen. In de ‘Duidingsrapportage Dashboard Minima’ bij de evaluatie van het armoedebeleid 2022 is aangegeven dat “het aandeel minimahuishoudens dat langdurig moet rondkomen van een minimuminkomen over de periode 2020 tot 2022 stabiel is gebleven”. Op 31 december 2022 moesten 1.074 huishoudens drie jaar of langer rondkomen van een inkomen tot 110 procent Wsm (71 procent van alle 1.526 minimahuishoudens). Het beleidsdoel om minder langdurige minima te krijgen is dan ook (vooralsnog) niet gehaald.

Uit de aan de raad verstuurde rapportages blijkt dat actie is ondernomen op het gebied van vroegsignalering. Of dit voldoende effect heeft, is niet inzichtelijk. Voortgangsinformatie over de uitvoering van de andere aangekondigde maatregelen is niet aan de gemeenteraad verstrekt. De wijze waarop de schuldhulp is ingericht, is vastgelegd in de “Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Ridderkerk 2023 “. Hierin zijn onder meer bepalingen opgenomen ten aanzien van de wachten doorlooptijden van aanvragen en de gronden waarop het college een aanvraag kan weigeren. Medio 2024 waren er geen

2.6.3. Schuldhulpverlening Het beleid omtrent de schuldenaanpak in Ridderkerk is in vastgelegd in het ‘Minimabeleid en Plan Schuldhulpverlening 2020 tot 2024’. In 2021 is het “Plan Extra inzet ter voorkoming 24

wachtlijsten bij de aanvragen voor schuldhulp. Informatie over het al dan niet behalen van de wettelijke termijnen bij besluiten op aanvraag en over het aantal afgewezen aanvragen is niet beschikbaar.

Uit de ‘Duidingsrapportage dashboard Minima’ bij de evaluatie van het armoedebeleid 2022 blijkt dat in totaal 195 huishoudens een vorm van schuldhulpverlening in de gemeente Ridderkerk dat jaar kregen, waarvan 145 huishoudens met een inkomen tot 110% Wsm. Dit is 0,9 procent van alle huishoudens in de gemeente. Deze 145 huishoudens vormen 10% van alle minimahuishoudens. Dit ligt in lijn met vergelijkbare gemeenten.

Sinds 1 juli 2023 zijn de ‘Beleidsregels pilot opkopen schulden jongeren gemeente Ridderkerk 2023’ van kracht. Deze pilot loopt tot 1 januari 2026. Deze pilot is de uitwerking van het in de nota ’Integraal Beleid Sociaal Domein 2021’ aangekondigde initiatief voor het opkopen van schulden bij jongeren in Ridderkerk via een Saneringskrediet van de Kredietbank Nederland, gekoppeld aan een begeleidingstraject van 18 maanden met nazorg. Zoals in de jaarrekening 2023 is aangegeven, is deze pilot inmiddels gestart. De gemeenteraad heeft tot nu toe nog geen rapportage ontvangen over de voortgang en de effectiviteit van deze extra maatregel. Er zijn wel drie Raadsinformatiebrieven gestuurd aan de gemeenteraad over de inhoud van de pilot. Deze zijn gestuurd op 10 juli 2020, 15 december 2023 en 27 september 2024. In de brief van 27 september 2024 staat: “In het nieuw vast te stellen meerjarig Minima- en schuldhulpbeleid Ridderkerk 2025-2028 zal de tussentijdse evaluatie van de pilot worden opgenomen. Dit beleid wordt verwacht in het eerste kwartaal van 2025. De pilot is dan nog niet afgerond maar is wel in een fase beland waarin duidelijk is hoe het gaat en wat de ervaringen met de pilot zijn.”

In 2021 is bij vaststelling van de nota ’Integraal Beleid Sociaal Domein’ aangegeven dat ingezet wordt op het voorkomen, opsporen en omgaan met schulden. In deze nota is bij de maatschappelijk doelstelling ‘dat iedereen gelijke kansen heeft om mee te doen’ aangegeven dat ingezet gaat worden op voorlichting, bijvoorbeeld op scholen en het verspreiden van de Nibudgeldkrant onder inwoners. Als inwoners een uitkering aanvragen wordt tijdens een budgetteringsgesprek bekeken of alle voorliggende voorzieningen goed worden benut. Door samenwerking met woningbouwverenigingen, nutsbedrijven en zorgverzekeraars moeten financiële problemen vroegtijdig gesignaleerd worden. Ingeval van problematische schulden kunnen inwoners advies krijgen, ondersteuning van een schuldhulpmaatje en/of kan een minnelijk of wettelijk schuldhulpverleningstraject worden ingezet. Inmiddels heeft vroegsignalering samen met de ketenpartners de aandacht. De Nibud-geld krant is in 2021 eenmalig verspreid, in 2022 niet en in 2023 is de minimafolder afgeschaft evenals het informatiefilmpje op de website van de gemeente.

In 2023 heeft 8,9% van de huishoudens in de gemeente Ridderkerk geregistreerde problematische schulden. Wanneer dit vergeleken wordt met de omliggende gemeenten dan blijkt dat Ridderkerk soms boven of onder het percentage van direct aangrenzende middelgrote gemeenten ligt: Barendrecht 7,8, Zwijndrecht 10,3 %, Hendrik Ido Ambacht 6,0% en Krimpenerwaard 6,1%.

Het college geeft in de nota ‘Minimabeleid en plan Schuldhulpverlening 2020-2024’ aan dat bij schuldhulpverlening een integrale aanpak wordt toegepast waarbij ruimte is 25

voor maatwerk en de zelfredzaamheid wordt vergroot bij diegenen waar dat mogelijk is. Er wordt meer ingezet op begeleiding in samenwerking met Plangroep (inmiddels Kredietbank Nederland) en er wordt een gespecialiseerde schuldhulpverlener voor ZZP-ers ingehuurd. Ook geeft het college aan dat via vroegsignalering en het maken van afspraken met de verzekeraars ingezet wordt op het voorkomen en oplossen van betalingsachterstanden bij verzekeringen. Bij de vroegsignalering wordt ook een beroep gedaan op woningbouwverenigingen, energieleveranciers en leveranciers van water. Ook de voorlichting en begeleiding van jongeren voordat zij 18 jaar worden zal worden geïntensiveerd. Niet inzichtelijk is of de inmiddels beschikbare mogelijkheden voor maatwerk voldoende worden benut.

op de resultaten binnen verschillende beleidsterreinen centraal staat. Hierbij geeft het college aan dat dit integrale perspectief, gericht op de transformatie waarbij de mens centraal staat, om een aanscherping vraagt zowel op uitvoerend-, beleids- als managementniveau en zowel op het vlak van deskundigheid, houding als cultuur. De inbreng van ervaringsdeskundigheid van de doelgroepen van het beleid, vrijwilligers en mantelzorgers is eveneens een belangrijke succesfactor voor de beoogde aanpak. In 2021 is aangegeven dat deze transformatiebeweging via een voortdurende leercyclus en het (voortdurend) doorvoeren van verbeteringen en vernieuwingen zal verlopen. Structureel leren en ontwikkelen staan centraal met als doel de kwaliteit van de inzet steeds meer te verbeteren en flexibel in te kunnen spelen op ontwikkelingen en/ of veranderende omstandigheden. Duidelijk is dat dit transformatieproces binnen de gemeentelijke organisatie is ingezet. Of dit proces volgens planning verloopt en inmiddels tot verbetering in de integrale aanpak heeft geleid is in het kader van dit onderzoek niet nagegaan.

2.6.4. De ketenpartners In het kader van het armoedebeleid zet de gemeente Ridderkerk in op samenwerking met maatschappelijke partners zoals sportverenigingen, scholen, kerken, vluchtelingenwerk, Facet, Voedselbank, Social Store, Kledingbank, werkgeversvereniging, werkgevers, werkgeversservicepunt (lokaal en Rijnmond, arbeidsmarktregio) en zorgaanbieders. Uit de gesprekken en uit de periodieke rapportage komt het beeld naar voren dat deze partners in toenemende mate in Ridderkerk een rol vervullen bij de vroegsignalering en de ondersteuning van de inwoners.

De uitkeringsadministratie is ondergebracht bij het BAR samenwerkingsverband. Binnen de gemeente is de beleidsambtenaar voor de Participatiewet ook belast met het minimabeleid. Het Team Inkomen verzorgt de uitvoering van het minimabeleid. Met betrekking tot de schuldhulpverlening is een team van een beleidsmedewerker, klantmanagers en contractmanagers samen met de wijkteams actief. De uitvoering van de schuldhulpverlening is uitbesteed waarbij de gemeente de regierol heeft. Aangegeven is dat door vacatures bij de kwaliteitsmedewerkers de caseload en daarmee de werkdruk toeneemt. Dit gaat onder meer ten koste

2.6.5. De gemeentelijke organisatie Met het oog op de uitvoering van het in 2021 geformuleerde integrale beleid in het Sociaal Domein is door het college van BenW aangegeven dat een programmatische benadering het meest passend lijkt voor de implementatie van het beleid waarin integraliteit, samenhang en sturing 26

van het gewenst persoonlijk contact met de inwoners. Dit is overigens een landelijk veel voorkomende situatie. Wanneer gekeken wordt naar verwachte nieuwe landelijke ontwikkelingen op het gebied van het armoedebeleid zal deze druk verder toenemen.

In 2021 is door het college aangegeven dat stapsgewijs een meer data- en informatie gedreven vorm van werken ontwikkelen zal worden die ondersteunend is aan de outcomegerichte sturing. Deze ontwikkeling vraagt om een gestructureerde lange termijnaanpak met aandacht voor leren, monitoren, analyseren en meten. Outcome gericht werken vraagt zowel om kwantitatief als kwalitatief onderzoek. Het college constateert tevens dat om gegevens uit onder meer rapportages, data-analyses, klantervaringsonderzoeken en interviews met de doelgroep goed te kunnen interpreteren, het gesprek (vanuit meerdere perspectieven) gevoerd moet worden. Er heeft tot nu toe incidenteel een klantervaringsonderzoek plaatsgevonden. Eerder heeft het college aangegeven dat de klanttevredenheid op een meer structurele wijze gemeten gaat worden maar daar is tot nu toe nog geen uitvoering aan gegeven. Duidelijk is dat een dergelijk veranderingsproces de nodige tijd vraagt. Zolang dit nieuwe informatiesysteem nog niet operationeel is zal op een andere manier moeten worden voorzien in voortgangs- en effectrapportages richting de gemeenteraad.

Bij de schuldhulpverlening wordt samengewerkt met diverse ketenpartners zoals Schuldhulpmaatjes, de Formulierenbrigade en Kredietbank Nederland. Ondernemers worden door het Regionaal Bureau Zelfstandigen Rotterdam ondersteund bij de schuldhulpverlening. De wijkteams met wijkteammedewerkers Preventie en Ondersteuning en wijkteammedewerkers Zorg en Veiligheid vervullen in toenemende mate een rol in het armoedebeleid van de gemeente Ridderkerk. Er wordt intern periodiek aan het college van BenW gerapporteerd over de uitvoering van het sociaal domein, waaronder het armoedebeleid. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het enige tijd geleden aangeschafte systeem. Het genereren van adequate managementinformatie vanuit dit systeem blijkt lastig te zijn. Dit is mogelijk een van de redenen waarom het college niet voorziet in kwalitatieve analyses over de voortgang en de effectiviteit van het armoedebeleid richting de gemeenteraad. Het college heeft in 2020 in de “nota Minimabeleid en plan Schuldhulpverlening 2020-2024” al aangegeven dat de kwaliteit van de informatie voor het signaleren, sturen en uitvoeren van het armoedebeleid, specifiek de schuldhulpverlening, beter moet en dat mogelijk hiervoor overgegaan wordt naar een ander systeem. Een adequaat informatiesysteem is nog steeds een probleem binnen de gemeente Ridderkerk.

2.7. Informatiepositie gemeenteraad De gemeenteraad wordt periodiek over de uitvoering van beleid en actuele ontwikkelingen geïnformeerd via de P&C cyclus: Kaderbrief, Programmabegroting, 1e en 2e Tussenrapportage en de Jaarrekening. In Programma 7 (Sociaal domein) is informatie over onder meer het minimabeleid en schuldhulpverlening te vinden. Het college van BenW communiceert op eigen initiatief of naar aanleiding van een aangenomen motie in de gemeenteraad, de gemeenteraad over (voorgenomen) nieuw beleid in de vorm van nota’s, verordeningen en beleidsregels. Hierbij worden ook voorgenomen maatregelen aangegeven met 27

betrekking tot de uitvoering van dit nieuwe beleid.

- meer inwoners zich optimaal kunnen ontwikkelen - ingezet is om de vindbaarheid van informatie over de beschikbare voorzieningen in de gemeente te verbeteren - een actieplan is opgesteld voor kwetsbare kinderen en kinderen die te maken krijgen met ‘scheiding’ - verbeteringen zijn doorgevoerd in het proces van de uitkeringsaanvragen door het werkgevers servicepunt - meer instrumenten zijn ingezet gericht op arbeidsparticipatie voor inwoners met een lange afstand tot de arbeidsmarkt - samen met de buurgemeenten een leerwerkbedrijf Jong Vermogen is opgezet voor inwoners met een arbeidsbeperking - de beweging naar betaald werk is versterkt met extra instrumenten zoals bemiddeling, beweegprogramma’s, Hallo Werk, proefplaatsen, taaltrajecten, stages en werkervaringsplaatsen - inwoners met multi problematiek die niet makkelijk kunnen deelnemen aan de reguliere arbeidsmarkt ondersteund kunnen worden door de nieuwe samenwerkingsverbanden met organisaties als Jelloo, Current Werkt en de TOM Zorggroep. - specifieke trajecten voor doelgroepen zijn opgestart - de pilot opkopen schulden jongeren in de tweede helft van 2023 met 15 jongeren is gestart.

- aangesloten is bij het landelijk convenant Vroegsignalering - de preventiemedewerker schuldhulpverlening vanaf eind 20223 intensiever samenwerkt met de wijkteams en dat wijkteams actief betroken zijn bij het signaleren van betalingsachterstanden en het aanbieden van hulp aan inwoners. - de korte vragenlijst van de Nederlandse

Wanneer gekeken wordt naar de voortgang in de uitvoering van dit beleid dan valt op dat de gemeenteraad daar vrijwel niet over wordt geïnformeerd. Zo is in de nota ‘Minimabeleid en Plan Schuldhulpverlening 2020-2024’ een actiepuntenlijst met een tijdspad opgenomen. Een afzonderlijke voortgangsrapportage vanuit dit plan is niet aanwezig. In de programmabegrotingen en jaarrekeningen is fragmentarisch informatie te vinden over de in nota’s, en verordeningen geformuleerde actiepunten. Het betreft in belangrijke mate een financiële verantwoording waaruit blijkt dat de uitgaven voor het armoedebeleid binnen de begroting blijven. Bij de tussentijdse rapportages wordt de gemeenteraad uitsluitend geïnformeerd over financiële afwijkingen ten opzichte van de door de raad vastgestelde (gewijzigde) begroting. In de jaarrekening 2022 is uitsluitend informatie te vinden over de uitstroom naar arbeid door actieve bemiddeling, de stijging van het vrijwilligerswerk in het kader van op toeleiding naar werk gerichte activiteiten en het aantal via vroegsignalering in beeld gekregen betalingsachterstanden. Terloops wordt opgemerkt dat bij de reintegratietrajecten veel ziekte en verloop onder de klantmanagers is en er meer regie op de schuldhulpverleningstrajecten is door het zelf uitvoeren van de intake en beschikken op aanvraag en het monitoren van de uitvoering.

Wanneer naar de jaarrekening 2023 wordt gekeken, dan ontbreekt informatie over de eerder in de jaarrekening 2022 aangegeven items. Wel wordt aangegeven dat:

28

Schuldhulp route (NSR) wordt toegepast - inwoners via de tool Geldfit informatie over regelingen kunnen vinden - financiële educatie van jongeren via Moneyways plaatsvindt - vrijwilligers ingezet worden bij schuldhulp - de Kredietbank Nederland de Plangroep gaat vervangen bij de schuldhulpverlening - de aflosperiode bij de minnelijke schuldhulpregeling is verkort - een aantal actiepunten vanuit de Nota Minimabeleid en Plan Schuldhulpverlening 2021-2024 niet zijn opgepakt, namelijk het project laaggeletterdheid en de Nibud geldkrant. - Niet alle aanvragen schuldhulpverlening zijn in 2023 afgehandeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1146/documents/40198