Rapport Controlerende rol van de raad - Nota van bevindingen.pdf
Tekst van het document
Raadsleden geven beperkte opvolging aan rekenkamerrapporten. Hoewel de beslispunten in de bestuurlijke planning worden bijgehouden, grijpen raadsleden hier volgens de respondenten slechts beperkt op terug. Eén van de respondenten geeft als suggestie mee dat er taakhouders voor rekenkamerrapporten kunnen worden aangesteld. Deze taakhouders nemen dan het “eigenaarschap” van een rekenkamerrapport op zich en monitoren de opvolging van aanbevelingen.
•
Er wordt bij invulling van de controlerende rol prioriteit gelegd bij lokale vraagstukken. 90% van alle schriftelijke vragen die deze raadsperiode zijn gesteld zijn lokaal georiënteerd. 10% van de vragen is regionaal georiënteerd. Daarnaast geeft één van de respondenten aan dat er deze raadsperiode geen taakhouders voor
31
verbonden partijen meer zijn en dat de handleiding en nota verbonden partijen niet of slechts nauwelijks gebruikt wordt: “Het is zo’n beetje in de kast gezet”. Ter verdieping is de invulling van de controlerende rol ten aanzien van de MRDH onderzocht. Hieruit komt eenzelfde beeld naar voren (zie hieronder de verdieping). Wel met de nuancering dat de MRDH – naast de GR’en Nieuw Reijerwaard en Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde – het enige regionale samenwerkingsverband is waar Ridderkerkse raadsleden ook actief in zijn. Er zitten namelijk raadsleden in de adviescommissies van de MRDH en er is bovendien een lokale klankbordgroep MRDH. Ridderkerk heeft een Klankbordgroep ingesteld voor de onderdelen Economisch Vestigingsklimaat en Vervoersautoriteit. Elk onderdeel van de Klankbordgroep bestaat uit de twee raadsleden die zitting hebben in de adviescommissie, de verantwoordelijke wethouder en één van de twee accounthouders (ambtenaren). In de klankbordgroep wordt in ieder geval besproken: -
Er wordt gesproken over de te houden vergadering van de adviescommissie van de MRDH.
-
Informatie-uitwisseling over gehouden en te houden vergaderingen bestuurscommissies MRDH;
-
Aangelegenheden waarover de raad(scommissies) moeten worden geïnformeerd of die aan hen moeten worden voorgelegd.
-
Toelichting op agendastukken van de eerstvolgende MRDH-Adviescommissievergadering
-
Lopende MRDH-gerelateerde zaken die op de achtergrond spelen en wellicht later terugkomen op de agenda van Adviescommissie of raad(scommissie).
Verdieping: MRDH -
Zienswijzen op de begroting, deelname aan de coöperatieve vereniging NDOV/DOVA, Beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen en strategische agenda worden in de raad altijd zonder discussie en met algemene stemmen aangenomen.
-
In de commissievergaderingen worden er geen tot weinig mondelinge en schriftelijke vragen over de zienswijzen gesteld. De vragen die worden gesteld zijn vaak op input (financiën) gericht, zoals: “Hoe kan het dat de MRDH een subsidie van bijna 3 ton verstrekt aan de provincie in het kader van de Tramplus Ridderkerklijn, nu deze niet doorgaat (blz. 111 van de ontwerpbegroting 2019 MRDH)” (SGP – schriftelijke vraag bij een agendapunt op 22 mei 2018)
-
Bij mededelingen over gemeenschappelijke regelingen worden doorgaans geen mondelinge vragen gesteld.
•
De meeste raadsleden zijn ontevreden over de controle door de raad (als geheel) op verbonden partijen. Bijna de helft van de raadsleden is (zeer) ontevreden over de controle van de raad op verbonden partijen (figuur 18). De voornaamste reden die raadsleden hiervoor geven is dat verbonden partijen vaak ver van raadsleden af staan en dat je als raad ook keuzes moet maken over de onderwerpen waar je wel en minder actief op bent. Dit geldt volgens raadsleden met name voor kleine fracties. Een andere reden die aangedragen wordt is dat de mate van invloed en controle sterk met elkaar verbonden zijn. Dit betekent dat als er weinig invloed wordt ervaren de controle ook minder actief is. Verdieping: MRDH De houding van raadsleden ten aanzien van de MRDH is volgens de respondenten eerder reactief dan zelf sturend. Hoewel respondenten aangeven dat raadsleden meer initiatief zouden kunnen tonen, geven respondenten ook aan dat het moeilijk is om invloed te hebben en grip te houden op wat er in de MRDH gebeurt. Dat heeft onder andere te maken met de informatie die de MRDH aanreikt. Eén respondent spreekt ook wel van reclameachtige teksten die vaak hoog over zijn. Daarnaast is het niet altijd duidelijk waar de beïnvloedingsruimte voor individuele gemeenten zit.
32
De raadsleden zijn echter ook kritisch over de eigen rolinvulling ten aanzien van de MRDH. Ze geven overigens wel aan dat de MRDH raadsleden actief bij de samenwerking probeert te betrekken: “Als je een onderwerp interessant vindt dan kun je naar bijeenkomsten toe. Dat is bij andere verbonden partijen minder”, aldus één van de raadsleden. De raadsleden vinden het daarnaast positief dat ze kunnen deelnemen in adviescommissies. Hierdoor is het volgens deze raadsleden beter mogelijk om de acties richting de MRDH met de wethouders en de burgemeester – die ook in de MRDH-gremia actief zijn – op elkaar af te stemmen.
Figuur 18. Antwoord op de stelling ““Ik ben tevreden over de controle door de raad (als geheel) op verbonden partijen” •
Er vindt toetsing van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde beleid plaats. In de auditcommissie wordt jaarlijks, in september of oktober, gekeken welke artikel 213a-onderzoeken uitgevoerd worden. Het college overhandigt daartoe elk jaar een overzicht.
Ondersteuning •
Uitgangspunt is dat raadsleden voor feitelijke vragen direct contact met ambtenaren mogen hebben. In de gemeente Ridderkerk is er een verordening ambtelijke bijstand18 van kracht. Een raadslid mag zich volgens de verordening rechtstreeks tot de ambtenaar of de griffier wenden voor feitelijke informatie van geringe omvang en inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn. Hiervan wordt volgens de respondenten in de praktijk overigens weinig gebruik gemaakt. Uit de enquête komt wel naar voren dat het stellen van vragen aan ambtenaren als controle-instrument voor raadsleden die langer dan twee periodes in de raad zitten belangrijker is dan voor raadsleden die twee periodes of korter in de raad zitten. De respondenten geven hiervoor als verklaring dat raadsleden die langer in de raad zitten hun weg naar de ambtenaren doorgaans beter weten te vinden dan raadsleden die korter in de raad zitten. Tegelijkertijd geeft een aantal raadsleden ook aan geen groot voorstander te zijn van de mogelijkheid om direct contact met ambtenaren te mogen hebben, omdat dit ambtenaren in ingewikkelde situaties kan brengen. Het is volgens één van de raadsleden namelijk wel eens gebeurd dat wethouders in de raad worden geconfronteerd met antwoorden die ambtenaren hebben gegeven.
18
https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Ridderkerk/54612/54612_1.html
33
•
De raad is wat betreft de ondersteuning ‘zuinig’ op zichzelf. Enkele raadsleden geven aan dit aan de ene kant positief is, maar dat het aan de andere kant voor een goede invulling van de controlerende rol ook verstandig zou zijn om de vraag te stellen: “wat hebben we nodig?”
3.4 Informatiebeoordeling •
Raadsinformatiebrieven en de beantwoording van schriftelijke vragen worden weinig geagendeerd. Als raadsleden raadsinformatiebrieven of de beantwoording van een schriftelijke vraag willen agenderen dan moeten ze daar een gespreksnotitie met vervolgvragen voor schrijven. Gedurende de huidige raadsperiode is hier 10 keer, en alleen door oppositiepartijen, gebruik van gemaakt.
•
Het is niet altijd duidelijk waarom de raad welke informatie wil hebben. Het is volgens de respondenten niet altijd duidelijk waarom de raad welke informatie wil hebben. Dit geldt met name voor de vragen die een hoog detailgehalte hebben. Ook vinden de respondenten dat er (te) veel vragen worden gesteld. Hierdoor ontstaat wel eens het beeld dat er soms vragen worden gesteld om het vragen stellen en is het wel eens onduidelijk wat de raad met alle informatie die hij krijgt doet. Tegelijkertijd maakt een respondent de nuancering dat raad en college ook niet de discussie voeren over wanneer welke informatie gewenst is. Ook een groot deel van de raadsleden is kritisch over de vraag of de raad bij het college aangeeft welke informatie hij wenst te ontvangen. Hoewel 48% tevreden is, is ook een groot deel, namelijk 24%, (zeer) ontevreden. 29% van de raadsleden antwoord op deze vraag neutraal (figuur 19). Met name de oppositiepartijen zijn ontevredener dan de coalitiepartijen.
Figuur 19. Antwoord op de stelling “De raad geeft bij het college aan welke informatie hij wenst te ontvangen (soort en moment)”
34
35
Afwegingskader controlerende rol van de raad Inleiding en onderzoeksvraag Controle is, naast kaderstelling en volksvertegenwoordiging, één van de drie rollen van de gemeenteraad. Sinds de invoering van het dualisme is het belang van de controlerende rol alleen maar toegenomen. Tegelijkertijd is controle door een toename van moeilijke vraagstukken (gemeenteoverstijgende opgaven, decentralisaties, regionale samenwerking, participatie, etc.) ingewikkelder geworden en heeft de raad ook minder tijd om zijn controlerende rol in te vullen. Met invoering van het dualisme heeft de gemeenteraad een palet aan instrumentarium beschikbaar gekregen om het college te controleren. De vraag is of dit instrumentarium op een effectieve wijze wordt ingezet én of alle mogelijkheden worden benut. Verrassend genoeg wordt in de meeste beschikbare onderzoeken en beschouwingen over positie en functioneren van gemeenteraden weinig aandacht besteed aan de controlerende rol.19 Dit geeft aanleiding tot een tamelijk basale onderzoeksvraag namelijk:
Op welke wijze geeft de gemeenteraad van Ridderkerk invulling aan zijn controlerende rol gedurende de huidige raadsperiode? Om deze vraag te onderzoeken hebben we een normenkader opgesteld met daarin best practices over de wijze waarop de raad zijn controlerende rol in zou kunnen vullen.
Het normenkader Er is geen wettelijke of eenduidige definitie van de controlerende rol. Controle kent ook verschillende vormen en gedaantes. Het is daarom niet zinvol te werken met een normenkader op basis waarvan ‘vinkjes en kruisjes’ worden gezet. Bovendien bepaalt de raad zelf op welke wijze hij invulling wenst te geven aan zijn controlerende rol.
Wettelijke normen en good practices Wel komt het woord controle(ren) in de Gemeentewet voor in relatie tot financieel beleid en financiële controle, in wetsartikelen zoals die over de rekenkamer, accountant, begroting en jaarrekening. 20 Daarnaast zijn er verschillende good practices voor invulling van de controlerende rol. In dit normenkader is er daarom voor gekozen om de aanwezige wettelijke normen te combineren met good practices. Deze good practices zijn overwegend gebaseerd op het onderzoek van Peters & Castenmiller (2019) genaamd: Om de controle door de raad en op de Berenschotvisie op de controlerende rol van de raad.
Onderscheid randvoorwaarden en praktijk In het normenkader wordt onderscheid gemaakt tussen de randvoorwaarden voor uitvoering van de controlerende rol (bijv. kennis van instrumentarium) en de wijze waarop de controlerende rol in de praktijk wordt uitgevoerd (bijv. gebruik maken van instrumentarium).
19 20
Om de controle door de raad (Peters & Castenmiller, 2019) Idem
36
Randvoorwaarden democratisch proces
Bijbehorende normen
Prioritering
1. 2.
Governance
Rollen, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden23 3.
4. 5.
Controle is zichtbaar en structureel onderdeel van het raadswerk. 21 De wijze waarop de controlerende rol wordt ingevuld hangt af van het type vraagstuk en de rol die de gemeente daarin speelt.22
De rolverdeling tussen raad en college is duidelijk. Raad en college zijn bekend met de uitgangspunten van het dualisme. Er is overeenstemming tussen raad en college over wat de controlerende rol van de raad inhoudt. De vergaderstructuur ondersteunt de raad bij uitvoering van zijn controlerende rol. Raadsleden worden voldoende ondersteund bij uitvoering van de controlerende rol door: De rekenkamercommissie; De griffier; Ambtelijke organisatie (waaronder controller).24
Kennis en tijd25 6. 7. 8.
Raadsleden kennen het instrumentarium om het college te controleren. Raadsleden hebben voldoende tijd om hun controlerende rol uit te voeren. Raadsleden hebben voldoende verstand van de materie om hun controlerende rol goed uit te kunnen voeren
Informatiewerving
9. De raad is duidelijk over zijn informatiebehoefte (soort, tijdigheid, frequentie).26 10. De informatievoorziening richting de raad is helder en begrijpelijk en stelt de raad in staat zijn controlerende rol uit te voeren.27 Er wordt gebruik gemaakt van informatieformats Er wordt desgewenst gebruik gemaakt van tussentijdse rapportages Formele stukken ten behoeve van de controlerende rol worden tijdig aangeleverd Stukken zijn begrijpelijk Stukken zijn voorzien een oplegger die op relevante onderwerpen snel overzicht verschaft 11. Informatie is eenvoudig toegankelijk.28 De digitale informatievoorziening is op orde; Er zijn niet enkel audio- of videoverslagen, maar ook schriftelijke verslagen of notulen van raadsvergadering en commissievergaderingen. 12. Er is overeenstemming tussen raad en college over de reikwijdte en invulling van de passieve en actieve informatieplicht.
Evaluatie
13. Raad en college voeren een gesprek over de randvoorwaarden voor controle en de inzet van het instrumentarium in de praktijk.29 14. Raad en college formuleren verbeterpunten en gaan hiermee aan de slag.30
Om de controle door de raad (Peters & Castenmiller, 2019) Onderzoek kaderstellende rol van de raad (RKC Ridderkerk, 2017) 23 Expertise Berenschot 24 De controller heeft, als belangrijke speler in het overleg tussen raad en college over (financiële) informatievoorziening controle, het ‘bedienen’ van de raad als een belangrijk onderdeel van zijn takenpakket. Bron: Om de controle door de raad (Peters & Castenmiller, 2019) 25 Expertise Berenschot 26 Onderzoek kaderstellende rol van de raad (RKC Ridderkerk, 2017) 27 Idem 28 Om de controle door de raad (Peters & Castenmiller, 2019) 29 Onderzoek kaderstellende rol van de raad (RKC Ridderkerk, 2017) 30 Idem 21 22
37
Controle in de praktijk
Bijbehorende normen
Wisselwerking kaderstellende en controlerende rol
15. Uitvoering van gestelde kaders wordt gecontroleerd.31 16. De uitvoering van toezeggingen en moties wordt door de raad gecontroleerd.32 De gemeente publiceert een jaarverslag, waarin melding wordt gedaan van aantallen gestelde vragen, aangenomen moties en amendementen.33 17. De raad stelt controleerbare kaders.34 18. Bij het stellen van kaders worden afspraken gemaakt over monitoring en controle. 19. Het college voldoet aan zijn actieve en passieve informatieplicht. Gevraagde informatie wordt geleverd Er wordt geen informatie achter gehouden
Gebruik van instrumentarium en ondersteuning
Instrumentarium35 20. Bij de inzet van instrumentarium maakt de raad onderscheid tussen verschillende type vraagstukken (eenvoudig tot ingewikkeld). 21. Bij de inzet van het instrumentarium houdt de raad rekening met de door hem gestelde kaders. 22. De raad maakt actief gebruik van het budgetrecht/de mogelijkheden voor financiële- en beleidscontrole. De jaarrekening is in de raad meer dan een ‘hamerstuk’ en/of de raad belegt voor behandeling van de jaarrekening aparte informatiebijeenkomsten De raad heeft bij verordening regels vastgesteld voor de controle op financiën De raad heeft een commissie ingesteld die zich richt op de financiële controle (meestal aangeduid als auditcommissie) en vult zijn opdrachtgeversrol ten aanzien van de accountant in De raad agendeert en bespreekt voortgangsrapportages en Bestuurs- (BERAP’s) en Managementrapportages (MARAP’s) worden voor controledoeleinden gebruikt 23. De raad maakt gebruik van het instrument rekenkamercommissie De raad draagt actief onderwerpen aan voor onderzoek Uitvoering van aanbevelingen van de rekenkamer wordt gemonitord 24. De raad controleert (de inbreng in) verbonden partijen De raad heeft zijn rol ten aanzien van publiekrechtelijke én privaatrechtelijke verbonden partijen bepaald (bijv.
in een nota verbonden partijen) De controle van verbonden partijen is meer dan een ‘hamerstuk’ De raad heeft een commissie ingesteld en/of raadsrapporteurs aangewezen die zich specifiek toelegt/toeleggen op de controle van verbonden partijen 25. Het college verricht periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het door hem gevoerde bestuur. Ondersteuning 26. De raad maakt voor invulling van de controlerende rol gebruik van algemene ondersteuning (raadsgriffie, ambtelijke bijstand en fractieondersteuning).36 27. De raad schakelt voor invulling van de controlerende rol ‘hulptroepen’ (eigen politieke partij/fractieondersteuners, accountant, advies-/onderzoeksbureaus, etc.) in.37
Informatiebeoordeling
28. Informatie wordt niet alleen vergaard maar ook beoordeeld.38
Expertise Berenschot Idem 33 Om de controle door de raad (Peters & Castenmiller, 2019) 34 Expertise Berenschot 35 Om de controle door de raad (Peters & Castenmiller, 2019) en Expertise Berenschot 36 Om de controle door de raad (Peters & Castenmiller, 2019) 37 https://www.raadsleden.nl/actueel/nieuws/extra-hulptroepen-voor-raad-gewenst 38 Om de controle door de raad (Peters & Castenmiller, 2019) 31 32
38
Toepassing onderscheid input, throughput, output, outcome Controle in de praktijk gaat met name over de inzet van instrumentarium door de raad. Om diepgaand zicht te krijgen op de wijze waarop de raad gebruik maakt van zijn instrumentarium maken we onderscheid tussen controle op input, throughput, output en outcome. Met controle op input gaat het om de controle op inzet van middelen (mensen, geld, data, kennis en tijd), bij throughput om het doorlopen proces (processen, werkwijze, verdeling/gebruik van middelen), bij output om de resultaten en bij outcome om het effect. Duiding van de inzet van het instrumentarium langs deze lijnen sluit bovendien aan op het eerdere onderzoek van de Rekenkamercommissie naar (en de aanbevelingen over) de kaderstellende rol van de raad.
39
Feitenrelaas MRDH Tijdlijn Wanneer
Waar
Wat
8 mei 2018
N.v.t.
Raadsinformatiebrief Bestuurlijke reactie Vervoerplan 2020 RET
22 mei 2018
Commissie Samen leven
Collegevoorstel: MRDH zienswijze begroting 2019
31 mei 2018
Gemeenteraad
Raadsvoorstel: Vertegenwoordiging in besturen van gemeenschappelijke regelingen (waaronder MRDH)
4 juni 2018
Commissie Samen leven
Mededelingen gemeenschappelijke regelingen:
29 november 2018
Commissie Samen wonen en Samen leven
Raadsvoorstel: MRDH zienswijze deelname coöperatieve vereniging NDOV/DOVA
13 december 2018
Gemeenteraad
Raadsvoorstel: MRDH zienswijze deelname coöperatieve vereniging NDOV/DOVA
9 mei 2019
Commissie Samen leven
Raadsvoorstellen:
• • • •
• • •
Aanbiedingsbrief voorlopige jaarstukken MRDH 2017 Voorlopige jaarstukken MRDH 2017 Accountantsrapportage jaarrekening 2017 MRDH Controleverklaring onafhankelijk accountant MRDH
MRDH zienswijze begroting 2020 MRDH zienswijze Beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen MRDH Strategische Agenda
Mededelingen gemeenschappelijke regelingen: • • • • 23 mei 2019
Gemeenteraad
Raadsvoorstellen: • • •
20 maart 2020
N.v.t.
MRDH 2018 Aanbiedingsbrief voorlopige jaarstukken MRDH 2018 MRDH 2018 Jaarstukken 2018 MRDH 2018 Accountantsrapport MRDH 2018 Controleverklaring
MRDH zienswijze begroting 2020 MRDH zienswijze Beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen MRDH Strategische Agenda
Raadsinformatiebrief Zienswijze op onderzoeken naar tarieven Openbaar Vervoer
40
Mondelinge en schriftelijke vragen 22 mei 2018 – behandeling collegevoorstel MRDH zienswijze begroting 2019 Het college heeft de zienswijze op de MRDH begroting 2019 vastgesteld. In de zienswijze staat dat het college geen opmerkingen heeft op de begroting. Voordat de zienswijze aan de MRDH werd verstuurd, is de Commissie Samen Leven hierover nog gehoord. Tijdens deze commissiebehandeling op 22 mei 2018 is na vragen en beantwoording en na discussie besloten dat het college de voorgelegde zienswijze kon versturen. De zienswijze is niet in de raad behandeld. De SGP heeft op de dag van de commissievergadering één schriftelijke vraag bij het agendapunt ingediend, namelijk: “Hoe kan het dat de MRDH een subsidie van bijna 3 ton verstrekt aan de provincie in het kader van de Tramplus Ridderkerklijn, nu deze niet doorgaat (blz. 111 van de ontwerpbegroting 2019 MRDH)” De behandeling van de zienswijze in de commissie duurde 16 minuten. Tijdens deze commissievergadering zijn de volgende mondelinge vragen over de zienswijze gesteld: Echt voor Ridderkerk “Ik zie dat we drie jaar lang in de verliezen zitten.
[…] Ik ben wel een beetje ongerust, maar misschien kan de portefeuillehouder mij gerust stellen.” “Ik zie dat er op de BDU-gelden tekorten zijn en ik vraag mij af als deze tekorten er zijn […] moet er dan door de gemeentes worden bijgepast of kunnen we bij het Rijk aankloppen?” SGP “Op pagina 105 begint bijlage A2 over lopende subsidiebeschikkingen en dan wordt er op pagina 111 vermelding gemaakt van een subsidie aan de provincie van bijna 300.000 euro Tramplus Ridderkerklijn. […] Wat gaat de provincie doen met het geld voor een tramlijn die er niet komt?” [op deze mondelinge vraag is schriftelijk gereageerd] VVD “In hoeverre maakt Ridderkerk zich sterk voor een lightrail voor Ridderkerk […]?” “Bij de volgende fase van de MRDH staat dat er minder geïnvesteerd wordt in beleidsontwikkeling en meer ingezet wordt op realisatie. Daar heb ik drie vragen over: 1.
Betreft dit alleen het economisch vestigingsklimaat of ziet die passage ook op verkeer en vervoer?
2.
Hoe gaat men dan om met de snel veranderende maatschappelijke ontwikkelingen in relatie tot het beleid?
3.
En betekent dit ook dat men nu eindelijk eens stopt te proberen om de overige pijlers anders dan verkeer en vervoer en economisch vestigingsklimaat binnen te roeien?”
“Onder het kopje financiën [begroting 2019] staat: ingezet wordt op afspraken met het kabinet om deze problematiek aan te pakken, dat gaat over de BDU-gelden, indien dit niet lukt dient efficiëntere besteding van de bestaande middelen te worden uitgewerkt. Hoe moet ik die passage lezen […]?”
31 mei 2018 – Behandeling raadsvoorstel vertegenwoordiging in besturen van gemeenschappelijke regelingen (waaronder MRDH) Op aanbeveling van de fractievoorzitters heeft de raad op 31 mei 2018 tot de volgende benoemingen besloten:
41
Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag Tot lid wordt aangewezen mevrouw A. Attema Tot plaatsvervangend lid wordt aangewezen de heer P.W. J. Meij Adviescommissie Vervoersautoriteit Door de raad worden voorgedragen het raadslid de heer A. J. Rottier en het raadslid L. Westbroek De leden vervangen elkaar onderling. Adviescommissie Economisch Vestigingsklimaat Door de raad worden voorgedragen het raadslid mevrouw K. Kayadoe en het raadslid de heer T. Overheid. De leden vervangen elkaar onderling. Rekeningcommissie Metropoolregio Rotterdam Den Haag Door de raad wordt voordragen als lid het raadslid de heer E. Piena en als diens vervanger het raadslid C.A. van der Duijn Schouten. Het raadsvoorstel is zonder discussie en met algemene stemmen aangenomen.
4 juni 2018 – mededelingen gemeenschappelijke regelingen (Jaarrekening MRDH 2017) De behandeling van de jaarrekening in de commissie duurde 18 seconden. In de commissievergadering zijn over de jaarrekening geen vragen gesteld en er heeft ook geen discussie plaatsgevonden.
29 november en 13 december 2018 – behandeling raadsvoorstel MRDH zienswijze deelname coöperatieve vereniging NDOV/DOVA De raad heeft de zienswijze op het voorgenomen MRDH-besluit ‘deelname coöperatieve vereniging DOVA/NDOV’ in de raad op 13 december 2018 zonder discussie en met algemene stemmen vastgesteld. In de zienswijze staat dat de raad geen opmerkingen heeft over het voorgenomen besluit. Tijdens de commissiebehandeling op 29 november 2018 is na vragen en beantwoording en discussie besloten de raad te adviseren het voorstel ter vaststelling in de raad te behandelen. De behandeling van de zienswijze in de commissie duurde 6 minuten. Tijdens deze commissievergadering zijn de volgende mondelinge vragen over de zienswijze gesteld: PvdA “Ik vroeg mij af, aan de commissieleden die in de vervoerscommissie MRDH zitten, of dit punt [fusie e.d.] daar aan de orde is geweest en wat daar uit naar voren is gekomen en wat het gevoel daar bij was.” VVD “Op bladzijde 1 van het raadsvoorstel staat wat deze organisatie doet. Daar staat o.a. dat men aan belangenbehartiging doet. Ik wil graag uitleg hierover [….]. Wanneer is deze organisatie aan zet en wanneer is de MRDH aan zet?” “En dan de aanbiedingsbrief, daar wordt gesproken over dat men zowel lid is al afnemer […]. Ook hier kan weer sprake zijn van tegenstrijdige belangen.
Hebben we het goed begrepen dat in dit geval men zich neer te leggen heeft bij het besluit van het algemeen bestuur?”
9 mei en 23 mei 2019 – behandeling raadsvoorstel MRDH zienswijze begroting 2020 De raad heeft de zienswijze op de MRDH begroting 2020 op 23 mei 2019 zonder discussie en met algemene stemmen vastgesteld. Wel had de PvdA verzocht het woord te mogen voeren, maar heeft daar toch van af gezien. In de zienwijze staat onder andere dat de raad positief is over de infographic, die een duidelijk overzicht geeft van
42
de hoofdlijnen van de begroting. De raad is verder positief over de inhoud van de begroting. De kanttekening die in het raadsvoorstel wordt geplaatst is dat er weinig te kiezen is, omdat de uitgaven grotendeels vastliggen. Tijdens de commissiebehandeling op 9 mei 2019 is na vragen en beantwoording en discussie besloten de raad te adviseren het voorstel ter vaststelling te behandelen. De behandeling van de zienswijze in de commissie duurde 2 minuten. Tijdens deze commissievergadering is de volgende mondelinge vraag over de zienswijze gesteld: SGP “In de conceptbrief die opgesteld is staat dat we zouden kiezen voor een andere verdeling t.o.v. het budget voor werklocaties. Alleen mis ik in de brief aan welke andere verdeling er dan gedacht wordt. Kan daar misschien een toelichting op gegeven worden wat daarmee bedoeld wordt?”
9 mei en 23 mei 2019 – behandeling raadsvoorstel MRDH zienswijze Beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen De raad heeft de zienswijze op de MRDH Beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen op 23 mei 2019 zonder discussie en met algemene stemmen vastgesteld. In de zienwijze geeft de raad een aantal overwegingen aan de MRDH mee. Een van de overwegingen is dat de beleidsnota zich richt op procedures, rollen en financiële weerstandscapaciteit. De raad geeft mee dat de MRDH ook moet nadenken over ‘beheersmaatregelen’ voor risico’s op het vlak van kwaliteit en maatschappelijk rendement. Tijdens de commissiebehandeling op 9 mei 2019 is na vragen en beantwoording en discussie besloten de raad te adviseren het voorstel ter vaststelling te behandelen. De commissie heeft de gemeenteraad wel geadviseerd in de zienswijze te wijzigen: “p. 1 laatste alinea: ‘Er ontstaat ‘gedoe’, bestuurlijke discussies’ in ‘Er ontstaan bestuurlijke discussies’.” De behandeling van de zienswijze in de commissie duurde 4 minuten. Tijdens deze commissievergadering zijn er geen mondelinge vragen over de zienswijze gesteld.
9 mei en 23 mei 2019 – behandeling raadsvoorstel MRDH zienswijze Strategische Agenda De raad heeft de zienswijze op de MRDH Strategische Agenda op 23 mei 2019 zonder discussie en met algemene stemmen vastgesteld. In de zienwijze geeft de raad aan de MRDH complimenten voor het proces en resultaat. Daarnaast geeft de raad een aantal inhoudelijke overwegingen mee en worden er onderwerpen uitgelicht die belangrijk zijn voor de gemeente Ridderkerk. Tijdens de commissiebehandeling op 9 mei 2019 is na vragen en beantwoording en discussie besloten de raad te adviseren het voorstel ter vaststelling te behandelen. De commissie heeft de raad wel geadviseerd in de zienswijze in de laatste alinea op p.4. het uitroepteken te wijzigen in een punt. De behandeling van de zienswijze in de commissie duurde 22 minuten. Tijdens deze commissievergadering is er naar aanleiding van de inbreng van de PvdA korte discussie geweest over het verwerken van de component samenbrengen van bedrijfsleven, onderwijs en gemeenten in de zienswijze. Het college onderschreef dat hier binnen de MRDH aandacht voor is, maar de inbreng heeft niet geleid tot een aanpassing van de zienswijze.
Daarnaast zijn de volgende mondelinge vragen over de zienswijze gesteld: Echt voor Ridderkerk “Dan toch vanuit de bevolking de vraag, wat hebben onze raadsleden die in deze gremia zitten weten te bereiken voor Ridderkerk?” [het antwoord daarop werd gegeven door twee raadsleden die in de adviescommissie zitting hebben] ChristenUnie
43
“Er was een reactie van het Economic Board en die sneed het punt aan met name ook over woningbouwlocaties in relatie tot industrie. […] Ik zag in de zienswijze dat Ridderkerk daar geen reactie op had […]?” “En het tweede dat mij opviel: er wordt in de strategische agenda ook veel ingezet op openbaar vervoer […]. Helpt ook dit document weer in de lobby naar het Rijk om de BDU-gelden te verhogen?” De Strategische Agenda is ook besproken in de Ridderkerkse klankbordgroep. Dit is het vooroverleg voor de MRDH Adviescommissies Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat. De Ridderkerkse raadsleden die lid zijn van deze Adviescommissies, en de portefeuillehouders nemen deel aan dit overleg.
9 mei 2019 – mededelingen gemeenschappelijke regelingen (Jaarrekening MRDH 2018) De behandeling van de jaarrekening in de commissie duurde 5 minuten. In de commissievergadering zijn over de jaarrekening geen vragen gesteld en er heeft ook geen discussie plaatsgevonden. In de betreffende 5 minuten deden de raadsleden uit de Adviescommissies verslag van wat er in deze Adviescommissies besproken was.
Overig - schriftelijke vragen tijdens behandeling P&C-documenten Programmabegroting 2019 Wie
Vraag
ChristenUnie
Prov. en MRDH werken aan visie personenvervoer over water. Zitten we als Ridderkerk ook direct aan tafel? Wat is uw input in deze discussie?
Raadsinformatiebrieven MRDH 8 mei 2018 – Bestuurlijke reactie Vervoerplan 2020 RET Op 8 mei 2018 heeft het college een raadsinformatiebrief gestuurd over de bestuurlijke reactie op het Vervoerplan 2020 RET. Aanleiding was dat de MRDH het vervoerplan ter consultatie aan de gemeenten aangeboden had.
20 maart 2020 - Zienswijze op onderzoeken naar tarieven Openbaar Vervoer Op 20 maart 2020 heeft het college een raadsinformatiebrief gestuurd over de zienswijze op onderzoeken naar tarieven Openbaar Vervoer. Aanleiding was dat de MRDH aan het college had gevraagd een reactie te geven op het onderzoek naar de tarieven van het openbaar vervoer (OV) in de MRDH.
Klankbordgroep MRDH De bijeenkomst op 24 september 2018 ging over de vorming van de interne klankbordgroep MRDH.39 In de eind 2017 uitgebrachte Tussenevaluatie van de GR MRDH zijn namelijk aanbevelingen gedaan voor de verbetering van de samenwerking in de MRDH. Eén daarvan was om per gemeente een MRDH-klankbordgroep in te richten die structureel geïnformeerd is en op vaste momenten bijeenkomt, geënt op de beleids- en besluitvormingscyclus van de MRDH. Ridderkerk heeft daarom een Klankbordgroep ingesteld voor de onderdelen Economisch Vestigingsklimaat en Vervoersautoriteit. Elk onderdeel van de Klankbordgroep bestaat uit de twee raadsleden die zitting hebben in de adviescommissie, de verantwoordelijke wethouder en één van de twee accounthouders (ambtenaren). In de klankbordgroep wordt in ieder geval besproken: •
39
Informatie-uitwisseling over gehouden en te houden vergaderingen bestuurscommissies MRDH
NB. Uit de ambtelijke reactie komt naar voren dat er in de vorige raadsperiode ook al een klankbordgroep MRDH was.
44
•
Aangelegenheden waarover de raad(scommissies) moeten worden geïnformeerd of die aan hen moeten worden voorgelegd.
Feitenrelaas Centrumaanpak Ridderkerk Tijdlijn Wanneer
Waar
Wat
13 juli 2018
N.v.t.
Raadsinformatiebrief Centrumaanpak Ridderkerk
15 november 2018
Commissie Samen leven
Raadsvoorstel: Startnotitie Ontwikkelperspectief Centrum Ridderkerk 2035
26 november 2018
Gemeenteraad
Raadsvoorstel: Startnotitie Ontwikkelperspectief Centrum Ridderkerk 2035
16 mei 2019
Commissie Samen leven
Extra commissiebijeenkomst inzake Ontwikkelperspectief Centrum
27 september 2019
N.v.t.
Raadsinformatiebrief Planning Ontwikkelperspectief Centrum en Mobiliteitsplan Ridderkerk
24 januari 2020
N.v.t.
Concept Ontwikkelperspectief Centrum
11 februari 2020
Commissie Samen leven en Samen wonen
Overleg conceptOntwikkelperspectief Centrum
Mondelinge en schriftelijke vragen 15 november en 26 november 2018 – Startnotitie Ontwikkelperspectief Centrum Ridderkerk 2035 Context centrumaanpak Op 30 juli 2018 heeft het college in een raadsinformatiebrief toegezegd om de gemeenteraad eind 2018 een voorstel te doen tot vaststelling van een startnotitie over de centrumaanpak. Aanleiding voor deze raadsinformatiebrief zijn het Collegeprogramma 2018-2022 en twee moties van november 2017 en een aantal raadstoezeggingen. In de startnotitie staat dat er met het Ontwikkelperspectief Centrum concrete invulling wordt gegeven aan de ambities en opgaven uit het Collegeprogramma 2018-2022, Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 en het WOP Centrum 2014-2019. Het is de bedoeling dat het Ontwikkelperspectief richting geeft aan passende, haalbare oplossingen voor deze opgaven. Het is nadrukkelijk niet de opdracht om een nieuwe visie voor het centrum te maken en het werk dat gedaan is in het kader van het WOP Centrum en de Omgevingsvisie over te doen. In de startnotitie zijn er ook afspraken gemaakt over de betrokkenheid van de raad bij de totstandkoming van het Ontwikkelperspectief. De raad wordt op twee momenten betrokken:
45
1.
Voor het eerste moment worden de raadsleden, net als andere betrokkenen, uitgenodigd om input te leveren voor de kernwaarden.
2.
Het tweede moment betreft een tussentijds overleg met de raadscommissie waarin de kernwaarden worden gepresenteerd en besproken. Naar aanleiding van dit overleg worden de kernwaarden eventueel nog aangepast, voordat ze worden uitgewerkt in het Ontwikkelperspectief, dat uiteindelijk ter vaststelling aan de raad wordt voorgelegd.
De raad heeft de startnotitie op 15 november 2019 in de Commissie Samen leven en op 26 november 2019 in de gemeenteraad behandeld. Voorafgaand aan de commissievergaderingen zijn er twee schriftelijke vragen bij het agendapunt ingediend, namelijk: 18 PLUS In de startnotitie gaat alle aandacht uit naar het grote centrum. Waarom worden wijkwinkelcentra als de Werf, Dillenburgplein en Vlietplein niet meegenomen? Gaat dit in de toekomst nog wel gebeuren? Volgens de documenten heeft het WOP 2014 geen ‘Hoe’. Wel wordt aangegeven dat dit als vertrekpunt fungeert en dat hierop doorgeborduurd zal worden. Er wordt geen nieuw onderzoek gedaan en alleen een nieuwe visie geformuleerd in het verlengde. 75% van dit WOP 2014 is na 4 jaar niet verbeterd (soms slechter geworden) denk aan leegstand/levendigheid/bereikbaarheid. Tevens is gebruik gemaakt van de toen beschikbare informatie en kennis uit 2014. Bent u van mening dat het verlengen van dit inmiddels verouderde en niet succesvolle WOP plan een resultaat op gaat leveren dat wel succesvol gaat zijn voor Ridderkerk? Zo ja of nee, waarom? In de commissie is de startnotitie vervolgens 25 minuten besproken. Tijdens deze commissievergadering zijn de volgende mondelinge vragen over de startnotitie gesteld: PvdA In de vorige periode zijn er door de vorige wethouder gesprekken gevoerd met vastgoedhandelaren en winkeliers.
Ik vroeg me af: waar staan we nu? Wat is er al gebeurd? Beginnen we op het nulpunt of is er al een vertrekpunt? Er worden een groot aantal stakeholders genoemd. Daar ben ik blij mee. Maar het viel me op dat de Bewonersgroep Centrumvisie, die in het verleden ook veel input heeft geleverd, dat die niet genoemd wordt. Zou die nog toegevoegd kunnen worden? Het onderzoek naar het parkeergedrag in het centrum dat is al een hele tijd geleden afgerond. Wat zijn de conclusies daarvan? Kunnen die met de raad worden gedeeld? De Ontwikkelvisie die hangt samen met andere plannen, zoals bijvoorbeeld een vervoerplan, betekent dat ook dat er pas maatregelen in het centrum genomen kunnen worden als deze samenhangende plannen ook zijn vastgesteld of kan dat eerder? Er wordt ook gesproken over verlevendiging van het centrum. Betekent dat eventueel ook dat de gemeente open staat voor twee horecapleinen of wordt er vastgehouden aan één horecaplein dat ooit is toegezegd aan ondernemers van het Koningsplein? SGP We hadden in de motie waar u [wethouder Van Os] net op doelde al op 22 februari 2018 uiterlijk geïnformeerd willen worden, maar goed er ligt nu wat. […] Hoe breed trekt u het onderzoek en de gesprekken? Want als we inmiddels kijken naar de St. Jorisstraat waar ook een aantal panden weer leeg staan. […] Wordt dat ook meegenomen in het onderzoek? Burger op 1
46
Graag zouden wij willen weten waarom de WOP nog steeds wordt meegenomen als 75% daarvan niet gehaald is of haalbaar is? Verder zouden wij willen weten of het mogelijk is om de wijkwinkelcentra wel te betrekken in de visie? […] Verder zouden wij graag willen weten, u heeft het over gratis parkeren om het vervolgens te hebben over het verminderen van het autoverkeer. Hoe wilt u dat gaan doen? Het één sluit het ander namelijk wel uit. Wat doen we met winkelpandeigenaren die niet mee willen werken? VVD Op pagina 1 [van de startnotitie] wordt gesproken over pijler 3: bereikbaarheid, verkeer en parkeren. Ik vroeg mij af hoe zich dat verhoudt tot de startnotitie mobiliteitsplan die in de andere commissie wordt behandeld? Hoe blijven die plannen in overeenstemming? En hoe worden conflicten voorkomen? Op pagina 2 onder waarom is het nodig, de tweede alinea, wordt gesproken dat in het centrumprogramma projecten, maatregelen op het gebied van ruimtelijke ordening, bereikbaarheid e.d. samen worden genomen. Onze vraag is: kan de uitkomst ook zijn dat sommige zaken buiten het centrum worden geplaatst zoals de bibliotheek? En de laatste vraag gaat over het opstellen van het proces van het Ontwikkelperspectief, daar staat een tabel. Met een aantal stappen. Wij zouden graag een tussenstap, tussen stap 3 en 4, willen inplannen.
Zodat de raad tussentijds geïnformeerd wordt en wij een mening kunnen geven over het proces. CDA Het is heel mooi dat er een heleboel stakeholders zijn aangehaakt. Uit het hele verhaal maak ik ook op dat het een langetermijnverhaal gaat worden, voordat er echt iets heel concreets uit komt. Wat het CDA zich afvraagt, voor de korte termijn, wordt er met die stakeholders ook naar gekeken? Want er is nu al veel leegstand waar we tegenaan lopen. En dit zijn oplossingen die misschien over een jaar gerealiseerd worden, maar in dat jaar kun je natuurlijk een heleboel afbreuk van het centrum realiseren. De vraag is: wordt daarover ook gesproken met de stakeholders? De tweede vraag is: er wordt gesproken dat de jeugd ook betrokken wordt bij deze plannen. Onze vraag is: waarom de jongerenraad Ridderkerk daar niet bij betrokken is en of die hier niet het voortouw in kunnen nemen? Tijdens de commissievergadering op 15 november is na vragen en beantwoording en discussie besloten de raad te adviseren het voorstel ter debat te behandelen. Wethouder Van Os heeft tijdens de commissievergadering toegezegd: •
de uitkomsten van het parkeeronderzoek in het centrum aan de raad ter beschikking te stellen, met daarbij de aantekening dat deze in het geheel van de ontwikkelvisie beoordeeld zullen worden.
•
de raad tussen stap 3 en 4 in een extra commissievergadering de raad te informeren en de gelegenheid te bieden een mening te geven over het proces.
In de raad is de startnotitie ook 25 minuten besproken. Tijdens deze vergadering zijn er geen mondelinge vragen gesteld. Er zijn wel stemverklaringen geweest die relateren aan de invulling van de controlerende rol van de raad, namelijk: Leefbaar Ridderkerk In de motie van Leefbaar Ridderkerk die nu voorligt om als afgedaan te beschouwen hebben wij expliciet gevraagd om in kaart te brengen hoe groot het aandeel winkelvloeroppervlakte is dat getransformeerd zou moeten worden om te komen tot een vitaal en bruisend winkelcentrum zonder leegstand. En gevraagd is om aan
47
te geven welke locaties binnen het huidig winkelcentrum prioriteit krijgen om deze transformatie te ondergaan. Hier hebben wij nog geen antwoord op gekregen en zijn wij dus van mening dat de motie niet als afgedaan beschouwd kan worden Burger op 1 Het is een startnotitie maar iedereen weet dat als je daarmee instemt en later blijkt dat iets niet duidelijk was dat er toch naar die instemming van het document wordt verwezen. Burger op 1 hoopt echt dat dit hier niet aan de orde is. Het is een bijzondere startnotitie waarbij aangegeven wordt dat we als gemeente een initiërende en faciliterende rol hebben in het proces. Wat doen wij als gemeente verder? Probleemeigenaren aanstellen, direct belanghebbenden en overige betrokkenen. Burger op 1 gaat er gewoon vanuit dat iedereen die hier belangen heeft - de raad of vanuit het wijkoverleg die hier een visie op hebben - betrokken worden, op tijd en niet achteraan in de procedure aansluiten zodat we alleen nog over de kleur van het asfalt mogen bepalen en de rest ingevuld en onomkeerbaar is. SGP Toen in de vorige raadsperiode de motie werd aangenomen om éénrichtingsverkeer in de Sint Jorisstraat in te stellen als proef voor een half jaar heeft de SGP al uitgesproken liever te willen wachten tot het moment dat gewerkt zou gaan worden aan het actualiseren van het verkeerscirculatieplan. Nu is dat niet de enige opgave voor het centrumgebied.
De startnotitie is daar helder over. […] Omdat in de omgevingsvisie onder meer een duidelijk beeld van de beoogde omgevingskwaliteit ontbrak heeft de SGP iets meer dan een jaar geleden inmiddels in een motie gevraagd om een ontwikkelingsvisie op te stellen en hiervoor met een startnotitie naar de raad te komen. Ook al heeft de startnotitie geruime tijd op zich laten wachten, de SGP heeft er alle vertrouwen in dat er straks een ontwikkelperspectief voorligt wat de aanjager zal zijn van veranderingen die nodig zijn om te komen tot een vitaal centrumgebied. […] De SGP stemt in met de startnotitie en vindt de beide moties waar in de startnotitie naar wordt verwezen afgedaan.” Na discussie is het voorstel unaniem aangenomen. Leefbaar Ridderkerk beschouwde de motie 2017-132 inzake aanpak winkelleegstand in het centrum, niet als afgedaan.
16 mei 2019 – Extra commissievergadering inzake Ontwikkelperspectief Centrum Tijdens een extra commissievergadering inzake het Ontwikkelperspectief Centrum hebben de raadsleden een presentatie gekregen over hoe het participatieproces verloopt, wat er uit de eerste fase is gekomen en welke vraagstukken men tegen is gekomen. Ook werd er tijdens deze bijeenkomst een doorkijkje gegeven naar fase 2 van het proces. Aan het begin van de vergadering was er bij D66 wel enige onduidelijkheid over de status ervan, namelijk of het wel of geen reguliere commissievergadering was. Geconcludeerd werd dat er sprake was van een commissievergadering. Daarnaast was er ook enige ontevredenheid bij Burger op 1 over het feit dat er pas op diezelfde dag een stuk van 34 pagina’s aan de raadsleden ter voorbereiding was gestuurd. Naar aanleiding van het stuk en de presentatie zijn de volgende mondelinge vragen gesteld: Partij
Vraag
D66
Ik heb een vraag over de scope. Dit gaat over het centrum. We hebben natuurlijk ook een visie vastgesteld als gemeenteraad als het gaat om alle plekken in Ridderkerk […]. Ik vraag me toch af hoe het één en ander zich tot elkaar verhoudt? […]
Burger op 1
Hoe staat dit in de context als je kijkt naar de ontwikkeling van het P.C. Hoofdgebied? Is de enquête Ridderkerkbreed verspreid en op welke manier is die verspreid?
48
Er werd gesproken over initiatieven van verschillende mensen die nog toegevoegd kunnen worden. […] Waar denk je dan aan? Wie zouden daar nog iets aan toe kunnen voegen? Waarom heeft u het parkeren in de schil van oost betrokken? In mijn beleving ligt dat namelijk best een beetje uit de richting. Hebben jullie bij het autoluw maken van de St. Jorisstraat ook gekeken naar of er een mogelijkheid ligt bij het P.C. Hoofdgebied? Hoe zien jullie bij het ontwikkelperspectief de verbinding met het historische gedeelte? Er zijn ook plannen de bibliotheek naar de voormalige Huishoudschool te transformeren. Hoe ziet u dat? Leefbaar Ridderkerk
Er was destijds door Leefbaar een motie aangenomen dat er onderzoek zou plaatsvinden naar wat er te veel aan winkeloppervlakte zou zijn. Wat zijn daar de uitkomsten van? In het Ontwikkelperspectief staat ook het kopje gezondheidscentrum. Ik wil graag weten in welk licht dat gezien wordt? Bijeenkomstbreed participatieproces. Het is wel enigszins toegelicht, maar we wilden het graag even specifieker weten. En dan willen we even opmerken dat er ongeveer zo’n 48.000 mensen in Ridderkerk wonen en dat er dan 498 mensen een geldige en volledige enquête ingevuld hebben. Is dat representatief? Wordt er ook nagedacht over het autoluw maken van het Koningsplein? Wat wordt nu gezien als het kernwinkelgebied? [….] En wie heeft de naam centrumplekje bedacht? Want dat komt op ons nogal denigrerend over.
SGP
Het centrum van Ridderkerk heeft haar bestaansrecht niet alleen te danken aan Ridderkerkers, dat is mede door mensen die buiten Ridderkerk naar het centrum komen. Weten wij als Ridderkerk waar de mensen vandaan komen? En weten wij ook wat die mensen belangrijk vinden? […] Wat betreft de onderzoeksfase van het mobiliteitsplan: kan daar op worden ingegaan uit welke onderdelen dat bestaat? Maar bijvoorbeeld het onderzoeken van de haalbaarheid van een dorpsring en een centrumring. Hoe moet ik dat zien?
VVD
Ik ben benieuwd: als er conflicterende perspectieven en/of ideeën zijn, hoe er dan prioriteiten worden gesteld? Hoe wordt er voor gezorgd dat in het centrumplekje alle doelgroepen worden betrokken?
CDA
Waar ik benieuwd naar ben: wat is [bij de enquête] de differentiatie tussen jongeren en ouderen? Is er bij ons inspraak in dat we ook kunnen bewerkstelligen dat verhuurders ook contracten kunnen sluiten voor kortere periodes? Ik vroeg me af: wat is de rol van de centrummanager in heel het verhaal?
49
Hoe toegankelijk blijven we met de auto? Houden we die ruimte voldoende aanwezig zodat mensen ook zaterdag dicht bij het centrum kunnen parkeren? PvdA
Er werd aangegeven dat er ook gesprekken gevoerd werden met de vastgoedeigenaren en dat er ook gemeenschappelijke uitgangspunten zijn geformuleerd. Maar we hebben ook een bijeenkomst gehad van de BIS en daar werd aangegeven dat de hoge huren ook wel een probleem zijn in het centrum. In hoeverre wordt dat daar ook besproken en heeft u het gevoel dat vastgoedeigenaren bereid zijn de huren te verlagen?
ChristenUnie
[Refererend naar de presentatie] Dan vraag ik me ook af: hebben ze [vastgoedeigenaren] ook concreter gemaakt hoe ze bepaalde panden in huis kunnen halen? Ik was benieuwd of er vanuit de informatie ook was opgehaald of er geluiden zijn opgehaald omtrent verkeersveiligheid en specifiek rond de markt? En welke rol de markt speelt in de centrumvisie? Ik ben benieuwd in hetgeen nu opgehaald is… zijn er ook aspecten bij waarvan u nu ziet: hier heeft de gemeente een sleutelrol in? […] Zijn die dingen al concreet te benoemen?
Echt voor Ridderkerk
Ik zie in de presentatie dat er heel veel is gedaan aan gegevens ophalen. Op mij heeft alles de indruk van een momentopname. En het gaat juist om de toekomst. En mijn vraag is eigenlijk: waarom heeft u niet een organisatie uitgenodigd met veel overzicht? [Over gesprek met vastgoedeigenaren] Is ook de vervelende optie van saneren aan de orde geweest?
Na vragen en beantwoording hadden de commissieleden geen opmerkingen over het verder te volgen proces.
11 februari 2020 – Overleg concept-Ontwikkelperspectief Centrum Op 11 februari 2020 heeft er in de Commissie Samen leven en Samen wonen overleg plaatsgevonden over het concept-Ontwikkelperspectief Centrum. In de commissie is het concept vervolgens 55 minuten besproken. Tijdens deze commissievergadering zijn de volgende mondelinge vragen over het concept gesteld: Partij
Vraag
Echt voor Ridderkerk
Mijn vraag is eigenlijk: heeft de wethouder ook eens gekeken – zoals net wethouder Meij zei, die ging eens in Nissewaard kijken hoe het daar werkte – en heeft de wethouder ook wel eens over de schutting gekeken of zo’n plan ergens werkt? Want het is natuurlijk wel meer als winkels, maar we kunnen die winkels niet missen en het zou de winkels toch aan moeten jagen. De vraag is: werkt het? Vraag twee is: er is prachtig groen geschetst, het ziet er ook zeker mooi uit, maar ik hoorde de eerste opmerking van de BIZ al: wij hebben geen centen. De vraag is: hoe realistisch is het dan als je dus als gemeente iets wil en er is een partij die nu al zegt: we hebben geen centen?
VVD
Mijn eerste vraag is of het Ontwikkelperspectief van het centrum er anders had uitgezien wanneer het college geen rekening had hoeven houden met alle stakeholders? En zo ja, wat zou dan de grote lijn van zo’n visie zijn?
50
De tweede vraag is: in het stuk wordt onder andere geschetst dat het tegengaan van leegstand een van de belangrijkste prioriteiten is. Ik zou graag willen weten wat we nu dan echt concreet gaan doen aan die leegstand van het winkelcentrum? Tot slot mijn derde vraag: waarom worden uitkomsten van het participatietraject – zoals bijvoorbeeld gratis parkeren, zondagsopenstelling, ruimere openingstijden – niet meteen concreet verwerkt in dit voorstel? GroenLinks
Eerder is gesproken om de Lidl, die ondanks eerdere afspraken uit Drievliet weg moest, of daar niet mocht uitbreiden, om die te verplaatsen. Is daar nog nieuws over?
Burger op 1
Alles moet dicht op het Jorisplein ’s avonds, komt daar een gelegenheid van een soort buurthuis wat dan wel open is, of hoe is dat gedacht? Stapelend, er is in een bewonersbijeenkomst, vorige week geloof ik, gezegd dat de woningen aan de Sint Jorisstraat gesloopt zouden worden, dat er verbreed zou worden, verplaatst zou worden, om het allemaal wat makkelijker te maken. Het is nu gewoon bijzonder krap met auto’s, met fietsers en voetgangers. Hoe zit dat? Stapelend op de weekmarkt, die staat nu op de plekken waar vrij parkeren is. Hij gaat dan, tenminste, vooropgesteld dat het naast de Albert Heijn wordt parallel aan de begraafplaats, wordt dat betaald parkeren. Volgens mij hoorde ik dat – of iemand zei het hier, of de dame van de BIZ die insprak had het daarover, mevrouw Van Vianen – blijft dat aantal onbetaald parkeren, vrij parkeren, blijft dat dan gelijk? Of zeg je dan: als de weekmarkt daar komt, dan gaan we betaald parkeren verzetten naar daarachter? Er staat in het stuk dat in de overdekte passages, de overdekte winkelcentra, maatschappelijke instellingen of dienstverlening komt. Er staat nu een hoop leeg, maatschappelijke instellingen en dienstverlening gaat daar nu ook niet in.
Wat maakt dat u denkt dat ze dat dan in de toekomst wel zouden gaan doen? Een andere vraag, en die kwam ook via de BIZ binnen: maak het laden en lossen niet onmogelijk voor winkels die wel grote vrachtwagens nodig hebben voor het bevoorraden. Over het waterornament is wel het nodige gezegd, maar wat ons betreft mag die op het Koningsplein, maar dat was misschien al wel duidelijk. De platanen op het Jorisplein, blijven die staan? Natuurlijk prachtig. Dan de plaatjes in het stuk van al die oude geveltjes. Hartstikke leuk, maar hoe realistisch is dat? Datzelfde geldt voor de groene gevel van het gemeentehuis, hoe realistisch is dat? Verder is het – en dat is mijn laatste opmerking – aan het eind van het stuk staat steeds: de gemeente maakt de plannen – tenminste, zo trek ik de conclusie even – maar legt heel veel van de uitvoering neer bij anderen. Dan denk ik: wat zal er dan van terecht komen? Dat geldt voor het groen, dat geldt voor het parkeren en het stimuleren van het wandelen en het fietsen. Hoe staat de wethouder daarin? Dat is, als ik het goed begrijp gaat de entree van de parkeerplaats bij Albert Heijn achter, waar je nu aan twee kanten in, ook aan de Lagendijk-Geerlaankant. Wordt die afgesloten?
Leefbaar Ridderkerk
Met betrekking tot de jeugd op het Sint Jorisplein, daar heeft de mobiele camera al eens gestaan, omdat er overlast was van jongeren. Is de verwachting dat dat opeens niet meer nodig zal zijn in de toekomst? Het standpunt van de BIZ wordt dus eigenlijk niet meegenomen? De BIZ spreekt namens alle ondernemers, dus ook de horecaondernemers. De wethouder stelt dat er ook horecaondernemers tegen een waterornament zijn op het Koningsplein. Om hoeveel horecazaken gaat het?
51
Ik kom toch nog even terug op het Koningsplein. Er staat in het plan, expliciet op pagina 54: “Koningsplein, bruisend horecaplein en cultureel-maatschappelijk middelpunt.” Alleen bomen moeten het bruisend gaan maken en het verkeersluw, daar wordt het bruisend van, begrijp ik het dan goed? Bij de bouw van het Koningsplein is ook onderzocht of een bioscoop rendabel is indertijd. Dat bleek niet zo te zijn, waarom dan nu wel? We zijn ook even nieuwsgierig naar of er alternatieven onderzocht zijn voor de weekmarkt. Is het echt puur sec alleen voor die ene plek geweest, wat waren de andere alternatieven? Grenzend aan de begraafplaats, dat is een rustplaats. Inmiddels heb ik ook een verhaal gehoord van iemand die graag iemand wilde herbegraven, omdat de rust daar niet echt gerespecteerd wordt. Is dan de weekmarkt daar wel een geschikte locatie? CDA
Mocht het Jorisplein toch een omgeving zijn waar problemen kunnen ontstaan, hebben we ook al gekeken naar andere opties in de buurt voor waar de jeugd bij elkaar kan komen? Maar even de vraag – en ik weet ook wel, wij staan hier buiten – maar: hoe kunnen wij als gemeente hierin faciliteren, dat wij de detailhandel het zodanig aantrekkelijk maken dat ze kunnen blijven? Hebben wij – ik noem het geen invloed – maar kunnen wij de detailhandel helpen dat ze aanvaardbare huren behouden of krijgen, om in de toekomst hier te kunnen blijven? De tweede vraag is, en dat is ook gelijk de laatste vraag: we hebben een plan, dat loopt tot 2035. Dan ben ik eigenlijk een beetje benieuwd vanuit strategisch oogpunt: naar welke groep kijken wij? Want als ik naar mezelf kijk, dan ben ik niet zo jong meer over vijftien jaar, dus dat betekent eigenlijk: willen wij en levendig centrum hebben, welke groep enten we ons op om toekomstbestendig te zijn?
ChristenUnie
Er wordt in het stuk ook gesproken over aanloopstraten waar de winkelfunctie op termijn weg zou moeten gaan. Ziet het college de Sint Jorisstraat ook als zo’n aanloopstraat? Oftewel: de winkels moeten daar verdwijnen. Wat is het beeld specifiek voor de inrichting van de Sint Jorisstraat? Dan onze laatste vraag gaat over het waterornament. Wij waren zeer benieuwd ook naar de uitleg van de wethouder over de keuze voor het Sint Jorisplein. De uitleg is nu gegeven, maar aanvullend daar nog een vraag op. We hebben nu twee standpunten. De ene partij die zegt: het moet vooral op het horecaplein komen. Het college zegt: het moet vooral ter ondersteuning van het voorkomen van de leegstand op het Jorisplein, zo moet ik het zeggen. Waar ik nu wel benieuwd naar ben, is: zijn deze stellingen, zijn die ook onderling met elkaar gesproken en hebben jullie hierover het gesprek goed gevoerd? Wat zijn dan de reacties, en wat is nou een manier om dan nader tot elkaar te komen? Ja, mijn vraag ging eigenlijk over: zijn er in de afgelopen periode die standpunten onderling uitgewisseld? Of hebben we gewoon alleen gehoord wat de BIZ wil en wat de initiatiefnemers van het waterornament wat die wilden, en het college heeft zelf iets bedacht en komt daar nu mee naar buiten? Of zijn daar wel gesprekken over en weer gevoerd?
PvdA
De wethouder zegt: de Sint Jorisstraat, die blijft een aanrijstraat. Er is natuurlijk door voorgaande colleges ook wel heel anders daar over gecommuniceerd, dan zou die afgesloten worden, of het zou eenrichtingsverkeer worden. Maar er is ook al heel lang een werkgroep mee bezig met die Sint Jorisstraat, gaat die wel betrokken worden bij de
52
maatregelen die dan nu eventueel wel genomen worden? Of is de werkgroep niet meer in functie? De BIZ heeft natuurlijk ook aangegeven in haar advies dat speelvoorzieningen op het Sint Jorisplein eigenlijk haar voorkeur zouden hebben. Wat is daar dan op tegen om het op die manier te doen, en dan die bedriegertjes naar het Koningsplein? Er liggen op zich voor een groter deel mooie plannen, maar tegelijkertijd missen we wel een beetje: waar willen we nu naartoe met dit winkelcentrum? Dat werd ook tijdens die bijeenkomst door een ondernemer opgemerkt: willen we het winkelcentrum een regiofunctie teruggeven, of die verder versterken, of richten we ons meer op de Ridderkerker zelf? Dan kom ik toch nog even terug op die bedriegertjes. Dat advies ligt er van de BIZ en wat mevrouw Kayadoe ook zegt, die spreekt natuurlijk wel namens alle ondernemers, en ook niet iedereen zal zijn voor een waterornament op het Sint Jorisplein. Maar even los daarvan, dat advies ligt er, er ligt een petitie. Er is ook een suggestie gedaan voor speelvoorzieningen op het Sint Jorisplein. Waarom dan daar zo aan vasthouden, waarom toch niet met elkaar nog eens dat gesprek aangaan en kijken wat er mogelijk is? Als laatste vraag, wat mij dat toch ook nog wel triggert is, u zei tijdens die bijeenkomst ook: we gaan met miljoenenvoorstellen voor het centrum komen naar de raad.
Aan wat voor bedragen moeten we dan denken, en op welke termijn? Dat antwoord voor die panden van de Sint Jorisstraat, dat is dan wel duidelijk. Maar dan nog, hoe heeft die ruis die maandag kunnen ontstaan? Op die bedriegertjes, het gaat er natuurlijk heel vaak over vanavond, maar ik heb nog geen vraag gekregen wat er nu op tegen is als de BIZ adviseert: doe gewoon speelvoorzieningen, dat past veel beter bij dat Sint Jorisplein. Waarom het college dan zo vasthoudt aan dat waterornament op het Sint Jorisplein? Er is ook gezegd: het past veel beter op het Koningsplein, sluit aan bij de seizoenen bij de terrassen. Maar ga daar dan nog eens over met elkaar in gesprek. Of heeft het college dan het idee dat het op dat Sint Jorisplein zo’n enorm verschil maakt? Of is het meer een principezaak? Dat vraag ik me af. Dan heb ik nog als laatste vraag, eigenlijk dat is nog een aanvullende vraag, dan toch nog even over het parkeren. Dat regime blijft dan voorlopig hetzelfde, het aantal parkeerplaatsen wordt dan wat ingekrompen. Maar als er nog iets aan dat parkeerregime gedaan gaat worden, qua tarief en zo, wordt er dan eerst gekeken naar de ontwikkelingen bij het Dillenburgplein? Dus als die proef daar, dan kijken we eventueel ook wat er bij het centrum gedaan wordt, is die koppeling te maken, of kan daar bijvoorbeeld ook al op een eerder moment bijgestuurd worden?
De fracties hebben tijdens het overleg vragen gesteld over het concept en laten weten wat zij in de definitieve versie nog opgenomen of gewijzigd willen zien. Wethouder Van Os heeft aangegeven dat het college deze opmerkingen zal betrekken bij de verdere opstelling van het ontwikkelperspectief, dat ter besluitvorming zal worden voorgelegd aan de raad.
Overig - schriftelijke vragen tijdens behandeling P&C-documenten Jaarstukken 2017 Wie
Vraag
53
Leefbaar Ridderkerk
In 2017 is er een programma manager Centrum aangesteld. Sinds wanneer is deze in dienst van de gemeente en wat zijn de resultaten? [Blz. 30 eco ontwikkelingen, vitale detailhandelsstructuur]
VVD
Wanneer krijgt de raad de resultaten van dit onderzoek te zien? [Blz. 33 Onderzoek functioneren Centrum]
Kadernota 2019 Wie
Vraag
PvdA
a. Wat is het actuele leegstandspercentage in het winkelcentrum? [8/centrumontwikkeling] b. Wanneer wordt de raad geïnformeerd over de uitkomsten van het parkeeronderzoek? Dit was al de bedoeling in december.
2e Tussenrapportage 2018 Wie
Vraag
Burger op 1
Waarom wordt dit gekoppeld aan de Centrum ontwikkeling en Mobiliteitsplan? Op welke termijn kunnen we dat plan tegemoet zien? [Pag. 8 Inhuur toezichthouders fietsenstalling]